1056030 Ontwerp verklaring van geen bedenkingen woningbouwontwikkeling Kemphaanstraat bijlage 13 - Advies RUD milieuaspecten
Tekst van het document
RUD Utrecht Archimedeslaan 6 Postbus 85242 3508 AE Utrecht
T: 030 7023300 E: info@rudutrecht.nl
Gemeente Baarn T.a.v. de heer J.K. Rijsberman Stationsweg 18 3743 EN Baarn
Datum
20 september 2024 (Aanpassing 25-9-2024) Ons zaakkenmerk Z/24/1123769 Ons briefnummer D2024-184740
Contactpersoon
De heer J. van Tol
Telefoonnummer
Uw kenmerk
Aantal bijlage(n)
0641877712 j.vantol@rudutrecht.nl -
Pagina
1 van 6
Onderwerp
Advisering milieuaspecten Kemphaanstraat 45-91 (Aangepast)
E-mailadres
Geachte heer Rijsberman, beste Jan-Kees, U heeft ons gevraagd de milieuaspecten bij de ontwikkeling aan de Kemphaanstraat 45-91 in Baarn te beoordelen. De ontwikkeling betreft de realisatie van 60 appartementen, waarbij de grondgebonden woningen zullen worden voorzien van een tuin. Voor deze ontwikkeling is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld (concept, 22 juni 2024). Van deze onderbouwing zijn de volgende milieuaspecten beoordeeld: bodem, geluid, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, milieuzonering, natuur en milieueffectenrapportage (mer). Aangezien de aanvraag in 2023 is gedaan, worden deze thema’s beoordeeld in het kader van de wet- en regelgeving die toen van kracht was. In de bijlage is per thema een toelichting van de beoordeling opgenomen. Conclusie en advies • De beoordeelde milieuaspecten vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. • Wij adviseren in het kader van omgevingsveiligheid om in het vervolgtraject rekening te houden met de afsluitbaarheid van de ventilatie. • Daarnaast zal voor de start van de werkzaamheden ook moeten worden nagegaan of er broedvogels aanwezig zijn. Meer informatie? Als u vragen heeft over deze brief kunt u contact opnemen met de heer J. van Tol, bereikbaar op telefoonnummer 0641877712 of via j.vantol@rudutrecht.nl. Vermeldt u hierbij het zaaknummer waaronder de aanvraag is geregistreerd: Z/24/1123769.
Met vriendelijke groet, M.E. (Michael) van Bockel Strategisch manager/teamleider RUD Utrecht
De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) verleent vergunningen en handhaaft wetten en regels op het gebied van milieu, natuur, bodem, landschap en water. De RUD Utrecht werkt voor de provincie Utrecht en 11 Utrechtse gemeenten.
RUD Utrecht | zaakkenmerk: Z/24/1123769 | briefnummer: D2024-184740
2 van 6
Bijlagen 1. Bodem In het kader van bodem is het volgende onderzoek beoordeeld: • Verkennend bodemonderzoek Kemphaanstraat 45-91 Baarn, door Econsultancy, met kenmerk 20893.001, d.d. 19 februari 2024. Onderzoekslocatie Het plangebied heeft een oppervlak van circa 9.000 m2 en behelst de percelen kadastraal bekend als gemeente Baarn, sectie M met nummers 1844 tot en met 1848 (gedeeltelijk). De bebouwing binnen het gebied dateert van 1961, voor die tijd had het gebied een agrarisch gebruik. Binnen de onderzoekslocatie liggen gedempte sloten, de overige terreindelen zijn onverdacht. Bij de RUD Utrecht is een waterbodemonderzoek bekend uit 1998. In het slib van de waterpartij op de locatie zijn destijds geen sterk verhoogde gehalten gemeten. Bodemonderzoek Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de onderzochte monsters van boven- en ondergrond geen tot licht verhoogde gehalten zijn gemeten. In een mengmonster van de ondergrond is in eerste instantie een sterk verhoogd gehalte aan koper gemeten. Na uitsplitsing is het verhoogde gehalte niet gereproduceerd. In het grondwater uit de bemonsterde peilbuizen zijn geen verhoogde concentraties aan de onderzochte stoffen gemeten. Plaatselijk zijn in de grond zwakke bijmengingen met baksteen aangetoond.
Gezien de datum van bebouwing en het feit dat geen asbestverdachte materialen zijn waargenomen, kan worden ingestemd met de conclusie dat de locatie niet verdacht is voor asbest. Conclusie Het uitgevoerde bodemonderzoek voldoet aan de relevante NEN-normen. Het uitgevoerde bodemonderzoek geeft een voldoende beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de aanvraag. Gezien de periode van bebouwing gaan wij ervan uit dat de bodemkwaliteit onder de huidige bebouwing niet afwijkt van de onderzochte terreindelen. Er is dus geen belemmering aanwezig voor de voorgenomen ontwikkeling. Het bodemonderzoek voldoet ook aan de indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning bouw onder het oude en het nieuwe recht.
2. Geluid Voor geluid is het volgende onderzoek beoordeeld: • Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Kemphaanstraat 45- 91 Baarn, door Econsultancy, met kenmerk 20893.003, d.d. 2 februari 2024. Beoordeling Het uitgevoerde onderzoek richt zich op de huidige wet- en regelgeving, die afwijkt van de wet- en regelgeving op het moment van het indienen van de aanvraag. Echter is met het onderzoek wel aangetoond dat er ruim wordt voldaan aan de standaardwaarde voor geluid en zijn er in het onderzoek geen aspecten buiten beschouwing gelaten die volgens de relevante wet- en regelgeving van toepassing zijn op deze ontwikkeling. Conclusie Het onderzoek geeft voldoende beeld van de geluidsbelasting op de woningen. Het thema geluid zal geen belemmering vormen voor deze ontwikkeling.
RUD Utrecht | zaakkenmerk: Z/24/1123769 | briefnummer: D2024-184740
3 van 6
3. Luchtkwaliteit De ontwikkeling voldoet aan de eisen voor de regeling niet in betekenende mate bijdragen. Daarmee vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4. Omgevingsveiligheid Voor omgevingsveiligheid is het volgende onderzoek beoordeeld: • Onderzoek externe veiligheid Kemphaanstraat 45-91, Econsultancy, met kenmerk 20893.004, d.d. 2 februari 2024. Beoordeling In het onderzoek zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd en zijn de risico’s getoetst aan de normen uit de wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat de planlocatie zich binnen het (gifwolk)aandachtsgebied van het spoor bevindt. Hoewel dit aandachtsgebied formeel nog niet geldt is het logisch om hierbij aan te sluiten. Mocht zich een incident voordoen waarbij schadelijke of giftige gassen vrijkomen zal het advies zijn om ramen en deuren te sluiten en eventuele mechanische ventilatie te sluiten. In het onderzoek wordt ingegaan op de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van een ramp. Uit de verantwoording van het groepsrisico volgen geen aanvullende adviezen dan te voldoen aan het besluit bouwwerken leefomgeving. Conclusie Het onderzoek geeft voldoende beeld van de omgevingsrisico’s voor het plangebied. Het thema omgevingsveiligheid legt geen beperkingen op voor de ontwikkeling. Er zijn maatregelen mogelijk om het risico voor bewoners te beperken (zie onderstaand advies). Advies Het besluit bouwwerken leefomgeving schrijft voor dat mechanische ventilatie afsluitbaar dient te worden uitgevoerd.
Geadviseerd wordt bij uitwerking erop toe te zien dat deze afsluiters op een goed bereikbare plaats worden geplaatst en dat werking van deze afsluiters wordt gecommuniceerd bij oplevering van de woningen.
5. Milieuzonering De omgeving wordt correct beoordeeld als rustige woonwijk. In de omgeving komen naast woningen alleen zorgwoningen, een uitvaartcentrum en begraafplaats voor. Deze activiteiten veroorzaken geen hinder voor de geplande woningen en de woningen vormen geen belemmering voor deze activiteiten. Dit is voldoende uitgewerkt in de ruimtelijke onderbouwing. Milieuzonering vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.
RUD Utrecht | zaakkenmerk: Z/24/1123769 | briefnummer: D2024-184740
4 van 6
6. Natuur De beoordeling van het thema natuur is onderverdeeld in twee sub-thema’s; ecologie en stikstof. Ecologie Wij ontvingen voor ecologie de volgende stukken ter beoordeling: Nader Onderzoek Kemphaanstraat Baarn, door ATKB, met kenmerk 20220405/rap01, d.d. 24 november 2022. Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen ontwerp
Beoordeling De volgende zaken zijn gecontroleerd en beoordeeld: Ecologisch aandachtspunt (Wnb) Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Houtopstanden of groenstructuren Weidevogelkerngebied Flora Vleermuizen Overige zoogdieren Vogels
Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelden
Conclusie RUD Laag risico (stikstof separaat beoordeeld) Laag risico Laag risico Laag risico Laag risico Laag risico, mits maatregelen worden gehandhaafd Laag risico Risico: aanwezigheid jaarrond beschermde nesten huismus. Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit verleend door provincie Laag risico Laag risico Laag risico Laag risico
Het nader ecologisch onderzoek is correct uitgevoerd. Het maakt voldoende inzichtelijk dat bij de voorgenomen werkzaamheden voor de huismus een overtreding van hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) te verwachten is. Om dit tegen te gaan is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verleend door de Provincie. Met betrekking tot vleermuizen blijkt n.a.v. het nader ecologisch onderzoek dat het plangebied alleen als foerageergebied in gebruik is. De voorgestelde maatregelen om verstoring van het foerageergebied te voorkomen lijken geschikt. Deze maatregelen zijn:
Enkel werkzaamheden bij daglicht uitvoeren. Indien dit niet mogelijk is dient de extra (bouw)verlichting zodanig afgesteld te worden dat het oppervlaktewater en de aanwezige beplanting onverlicht blijven. Zo blijven de (aanvliegroutes van) foerageergebieden onverlicht. In de periode april t/m oktober zijn geen beperkingen m.b.t. het gebruik van tijdelijke verlichting tijdens de werkzaamheden. Op de planlocatie is een kans op het voorkomen van broedende vogels. Nesten zijn altijd beschermd zolang deze gebruikt worden, dat betekent vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Voer voorafgaand aan de start van de werkzaamheden in het plangebied een broedvogelcheck uit. In de periode september tot en met februari is de kans op broedgevallen klein. Leidend is echter de aanwezigheid van bezette nesten, ongeacht de periode. In de periode maart tot en met augustus zijn werkzaamheden alleen verantwoord als een broedvogelcheck door een ecologisch deskundige aantoont dat er geen broedgevallen zijn op of rondom de planlocatie. Of een persoon een ‘ecologisch deskundige’ is, kunt u nagaan via rvo.nl/onderwerpen/buiten-werken/ecologisch-deskundige.
RUD Utrecht | zaakkenmerk: Z/24/1123769 | briefnummer: D2024-184740
5 van 6
Conclusie Het thema ecologie vormt geen belemmering voor het verstrekken van de omgevingsvergunning. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet worden nagegaan of broedende vogels aanwezig zijn. Hiernaast is het noodzakelijk dat de initiatiefnemer tijdens de werkzaamheden rekening houdt met het volgende:
Wat te doen als er toch een beschermde soort wordt aangetroffen? Ondanks onze beoordeling vooraf is niet uit te sluiten dat er toch een beschermde soort zoals beschreven in artikel 11.37, 11.46 en/of 11.54 van het Bal wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden. In dat geval moet het werk worden stilgelegd. Een ecologisch deskundige zou vervolgens een advies moeten geven over de mogelijkheden voor het hervatten van de werkzaamheden.
Broedende vogels Als een broedende vogel aanwezig is, kunnen de werkzaamheden alleen doorgaan als de vogel en haar jongen niet worden verstoord. Kunnen werkzaamheden niet zonder verstoring plaatsvinden, dan moet men wachten tot de vogel en haar jongen zelfstandig het nest hebben verlaten.
Zorgplicht Voor alle in het wild levende dieren en planten geldt de zorgplicht. Dit betekent dat redelijkerwijs zo moet worden gehandeld, dat dieren niet worden verwond of gedood. Het verwijderen van vegetatie en het verplaatsen van grond moet op die manier gebeuren, dat dieren de kans krijgen te vluchten naar een geschikt leefgebied in de omgeving. Meestal is dit op te lossen door vanuit één punt en in één richting te werken. Dieren die niet in staat zijn zelf snel genoeg het werkgebied te verlaten, kunnen worden verplaatst naar geschikt leefgebied in de omgeving. Stikstof Wij ontvingen voor stikstof de volgende stukken ter beoordeling: • Stikstofdepositieonderzoek Kemphaanstraat Baarn, door accent adviseurs, met kenmerk RAP01-2315301a, d.d. 22 februari 2024 • Projectberekening aanlegfase 2024 AERIUS Calculator, RPG38TiSEstD (22 februari 2024); • Projectberekening aanlegfase 2025 AERIUS Calculator, RuNGCy2E9GYt (22 februari 2024); • Projectberekening gebruiksfase 2026 AERIUS Calculator, RNLgRtKooxkn (22 februari 2024); • Ingediende aanvraag omgevingsvergunning bouw, • Plattegronden, doorsneden en detailtekeningen ontwerp.
Beoordeling De volgende zaken zijn gecontroleerd en beoordeeld: Aandachtspunt Beschrijving project Versie AERIUS Verkeersbewegingen aanlegfase Mobiele werktuigen aanlegfase Verkeersbewegingen gebruiksfase Stikstofbronnen overig gebruiksfase Referentiesituatie Onderbouwing ingevoerde gegevens Significante stikstofbijdrage project Vervolgstappen noodzakelijk
Conclusie RUD Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende Voldoende N.v.t. Voldoende Nee Nee
RUD Utrecht | zaakkenmerk: Z/24/1123769 | briefnummer: D2024-184740
6 van 6
Het aangeleverde stikstofonderzoek is compleet. De stikstofbijdrage van het project is op alle relevante rekenpunten gelijk aan of lager dan 0,00 mol/ha/j. Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn daarom niet te verwachten. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project. Vervolgstappen in het kader van hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn niet noodzakelijk. Conclusie Het thema stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
7. Milieueffectenrapportage Wij zijn het eens met de conclusie dat ontwikkeling behoort tot de categorie stedelijk ontwikkelingsproject D11.2 zoals bedoeld in de bijlage van het Besluit milieueffectenrapportage. Het project valt onder de drempelwaarde van de m.e.r.(-beoordelings)plicht, waardoor een vormvrije m.e.r. beoordeling in een aanmeldnotitie aan het bevoegd gezag volstaat. De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU. Hiermee is het aspect m.e.r. voldoende onderbouwd om de omgevingsvergunning te verlenen.