1054148 Omgevingsvergunning Amalialaan 39 - bouw 18 appartementen bijlage 10 Flora Fauna
Tekst van het document
Wordt woningbouw gerealiseerd op gronden waar voorheen bijvoorbeeld (planologisch legaal en ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan feitelijk bestaande) agrarische activiteiten plaatsvonden en die activiteiten worden gestaakt (omdat bijvoorbeeld op die gronden woningen worden gebouwd en als gevolg daarvan de agrarische functie verdwijnt) dan mag in beginsel de daarmee samenhangende vermindering van de stikstof-depositie in mindering worden gebracht op de toename van de stikstofdepositie als gevolg van de woningbouw. Dat kan ertoe leiden dat per saldo de effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden gelijk blijven (en soms zelfs verminderen als gevolg van het verdwijnen van die agrarische functie). Er hoeft dan geen passende beoordeling te worden uitgevoerd.
Overige beschermde natuurgebieden Naast de Natura 2000 gebieden dient de provincie conform art. 1.12 ook gebieden aan te wijzen en in stand te houden, welke onderdeel zijn van een samenhangend netwerk van natuurgebieden (Natuurnetwerk Nederland). Tot slot kunnen Gedeputeerde staten ook gebieden aanwijzen buiten het natuurnetwerk Nederland, welke van belang zijn vanwege hun natuur-, landschappelijke of cultuurhistorische waarden.
Houtopstanden Ook de Boswet is opgenomen in de Wet natuurbescherming (H4 Wnb). In de Boswet was er sprake van een meldplicht en een herplantplicht. Dat blijft ook zo. Opstanden binnen de bebouwde kom, fruitbomen, bos voor biomassa, wegbeplanting e.d. vallen hier buiten (zie art. 4.1 Wnb). Bij het vellen van (een deel van) een houtopstand, moet dit vooraf worden gemeld. Ook is er de verplichting tot het herbeplanten van minimaal hetzelfde areaal binnen drie jaar na het vellen. De herplantplicht geldt niet voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel. Provincies kunnen bij verordening aangeven, welke gegevens moeten worden aangeleverd en/of er een toeslag geldt op het te herbeplanten areaal. Bronnen: - www.wetten.nl - www.rijksoverheid.nl - www.natuurbeheer.nu - www.natura2000.nl - www.infomil.nl - www.rvo.nl - http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ - www.Bij12.nl - https://www.bij12.nl/emissie-bemesting/#8/52.308/5.224 (NH3 emissie kengetallen bemesting)
Bijlage 4 Aerius
Handreiking woningbouw en AERIUS Deze handreiking is bedoeld voor initiatiefnemers, gemeenten en provincies en helpt u met indicaties en aandachtspunten voor AERIUS-berekeningen om de mogelijke stikstofdepositie van woningbouw in kaart te brengen. De handreiking heeft geen juridische status; bij twijfel kan (formeel) alleen een AERIUSberekening uitsluitsel bieden. Voor de woningbouw zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. • Gasloos (conform het bouwbesluit) en haardloos wonen. • Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan woningbouw toegerekend en blijven conform het document “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019” buiten beschouwing. Onder deze aannames is de mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase in vrijwel alle omstandigheden dominant. De onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van deze depositie, uitgaande van een gemiddelde situatie en de daarbij behorende afstand. Samengevat: bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, is de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar. Voor projecten met een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar hoeft geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.
In de andere gevallen op kortere afstand van een Natura 2000-gebied en/of voor de bouw van meer woningen waarbij de depositie mogelijk hoger is dan
0,00 mol/ha/jaar, is een AERIUS-berekening nodig om de feitelijke situatie mee te nemen en kan een vergunningplicht aan de orde zijn. Daarbij dient u de aanlegfase én de gebruiksfase in te voeren1. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moeten alle aspecten die onlosmakelijk samenhangen met een project - zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase - als één samenhangend project worden beoordeeld en vergund. Daarbij moet het totale woningbouwproject in aanmerking worden genomen; een woningbouwproject op een en dezelfde locatie kan niet worden opgeknipt. Voor de berekening in AERIUS vult u de volgende zaken in. 1. Aanlegfase met mobiele werktuigen (de belangrijkste factor om deze depositie te verlagen is het gebruik van moderne mobiele werktuigen (Stage IV). Indien noodzakelijk neemt u hier ook het bouwrijp maken van de grond mee. 2. Aanlegfase met transport, en de route van en naar de bouwlocatie (bij gebruik van lichte materialen -houtskeletbouw en modulair bouwen- kan de depositie lager zijn). 3. Aanlegfase met transport(route) van werknemers (de depositie zal lager zijn bij gezamenlijk transport en elektrisch vervoer). 4. Gebruiksfase, alleen de aantrekkende werking van het verkeer.
1
Om juridisch zeker te zijn dat het project daadwerkelijk geen depositie in natuurgebieden veroorzaakt is het noodzakelijk ieder initiatief te toetsen in AERIUS.
Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied Aantal woningen
50
100
250
500
Afstand (km)
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
Gebruik
Aanleg
1
0,01
0,09
0,02
0,18
0,04
0,44
0,08
0,89
2
0,00
0,03
0,00
0,06
0,01
0,14
0,02
0,28
3
0,00
0,02
0,00
0,03
0,01
0,08
0,01
0,15
4
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,05
0,01
0,10
5
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
0,01
0,08
6
0,00
0,01
0,00
0,01
0,00
0,03
0,00
0,05
7
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
8
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,02
0,00
0,04
9
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,01
0,00
0,03
10
0,00
0,00
0,00
0,01
0,00
0,01
0,00
0,03
Uitgaande van gasloos bouwen hoeft u dus geen gebruik meer te maken van de in AERIUS Calculator aangeboden planfase, die de emissies van de gebruiksfase berekent bij gebruik van aardgas. In een aantal gevallen (bijvoorbeeld bij optimalisatie van de hierboven genoemde zaken) kan de gebruiksfase relevant zijn. Deze wordt bepaald door de aantrekkende werking van het verkeer. Dit geldt alleen als de afstand tot een Natura 2000-gebied minder dan 5 km is. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende kentallen. • Emissie woning tijdens gebruiksfase: geen. • Emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning. • Emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transportbewegingen) 3 kg NOx per woning.
Colofon Dit is een publicatie van: Rijksoverheid Januari 2020 | 20400607
Voor het in beeld brengen van de mogelijke stikstofdepositie tijdens de aanleg- of gebruiksfase van woningen kunnen meer kentallen, berekeningen, aannames of handreikingen behulpzaam zijn. Hieronder worden in dat verband enkele rapporten genoemd. • CROW-publicatie 318 Toekomstigbestendig parkeren (https:// www.crow.nl/over-crow/nieuws/2018/december/ toekomstbestendig-parkeren) • Rapport van bureau Waardenburg; Woningbouw en Natura2000 https://www.stikstof.info/vuistregels_woningbouw • Rapport van bureau Sweco; Stikstofdepositie en woningbouwontwikkeling https://www.neprom.nl/SiteAssets/Lists/Nieuws/ BO/Sweco-rapport Stikstofdepositie en woningbouwontwikkeling.pdf • Rapport van RIVM; diverse Methoderapporten Emissieregistratie
https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/veelgestelde-vragen/
Bijlage 5 Voorbeeld Maatregelen Huismus (verplicht indien nesten verdwijnen)
Mussenflat
Mussenpot
Gierzwaluwen
Nestkasten
Neststeen
Gierzwaluwen eten veel muggen. Ze zijn zeer honkvast. Als ze eenmaal ergens gebroed hebben komen ze jaren na elkaar op dezelfde plek. Voor gierzwaluwen zijn ook nestpannen beschikbaar. Bij warme zomers kunnen die soms te heet worden waardoor de overlevingskans van de jongen daalt. Er is daardoor een voorkeur voor de hierboven getoonde oplossingen.
Voorbeelden verblijfplaatsen (bron: soortenstandaard dwergvleermuis) Voorbeeld van gevelbetimmering welke geschikt is als verblijfplaats voor gewone dwergvleermuizen (bron www.vleermuizenindestad.nl).
Verblijfplaatsen realiseren achter boeiboorden of sierlijsten Ook achter boeiboorden of sierlijsten kunnen gewone dwergvleermuizen verblijfplaatsen hebben. De hierboven omschreven criteria zijn hiervoor eveneens van belang. Het heeft een grote meerwaarde wanneer de ruimte achter de boeiboorden van verschillende gevels met elkaar in verbinding staan, zodat vleermuizen overdag, afhankelijk van de temperatuur, van locatie kunnen wisselen. Verblijfplaatsen bij dakconstructies Een eenvoudige manier is om bij dakconstructies gebruik te maken van boeiboorden met een ruimte van 1 centimeter die toegang geven tot het dak. Ook kunnen speciale dakpannen e.d. worden toegepast. Verblijfplaatsen in muren door middel van inmetselkasten In Nederland zijn nog weinig positieve resultaten bekend van het gebruik van inmetselkasten door de gewone dwergvleermuis. Voorbeelden van inmetselkasten (bron: http://www.schwegler-natur.de).
www.checklistgroenbouwen.nl
IB VL 04 Inbouwsteen Vleermuizen (Vivara Pro)
Voorzijde sleuf maatvoering standaard waalformaat Daarboven 2 lagen steenstrips Voorzijde inbouwsteen (met de sleuf) gelijk met voorzijde gevel Isolatie in spouw laten doorlopen (geen koudebrug) Wegsnijden isolatie rond kast nodig, dan opvullen met harde isolatie. Bodem is schuin aflopend – uitwerpselen rollen naar buiten – geen onderhoud nodig.
Geschakelde toepassing mogelijk. Hiervoor het houten deel links of rechts wegnemen. Bij voorkeur per twee of drie geschakeld toepassen. Er is dan meer ruimte en dat maakt het geheel veel aantrekkelijker voor vleermuizen
Plaatsing minimaal 3m hoog Opening is bij voorkeur gericht op zuid / zuidwest of noord Aanvliegroute vrij van obstakels als takken, bomen, zonwering e.d. Geen lichtbron vlakbij Opening niet via bijvoorbeeld een afdakje bereikbaar voor katten e.d.