CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

1. B256 Omgevingsvergunning reguliere procedure

Besluit in de Raad 11 mei 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Schriftelijke vragen PvdA en beantwoording aanleg fietsverbinding Soest – Hilversum over grondgebied Landgoed Paleis Soestdijk3.112 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvergunning Datum besluit

:

18 januari 2022

Gezien de aanvraag: Ingekomen datum Dossiernummer

: :

24 november 2021 Z-HZ_WABO-2021-000622

Voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een fietsverbinding Soest - Hilversum op het perceel kadastraal bekend gemeente : Gemeente Baarn sectie : D nr(s) : 726 plaatselijk bekend : Biltseweg / Hilversumsestraatweg (Paleis) te Baarn

Besluit Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend, behoudens rechten van derden, onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteit(en): 1) Weg aanleggen of veranderen

Overwegingen Activiteit aanleg / werken en werkzaamheden (art. 2.1 lid 1 sub b van de Wabo) Bij het nemen van het besluit hebben wij overwogen dat: ❖ Bestemmingsplan: 1) het bouwplan ligt binnen het geldende bestemmingsplan "Landelijk gebied"; 2) de te bebouwen grond daarin de bestemming "Natuur en bos" heeft; 3) het bouwplan in overeenstemming is met voornoemd bestemmingsplan; ❖ Welstand: 1) het bouwplan is voorgelegd aan de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit: “Mooisticht”; 2) deze commissie op 26-11-2021 over het bouwplan een positief advies heeft uitgebracht; 3) dat het college van burgemeester en wethouders dit advies heeft overgenomen; ❖ Bouwverordening: 1) het aannemelijk is gemaakt dat het bouwplan voldoet aan de bepalingen van de Bouwverordening van de gemeente Baarn;

Voorschriften Activiteit aanleg / werken en werkzaamheden (artikel 2.1 lid1 sub a en b van de Wabo) 1) op de bouwplaats moet het bouwafval worden gescheiden in fracties, zoals beschreven in artikel 8.8 en 8.9 van het Bouwbesluit 2012 en artikel 4.1 van de regeling Bouwbesluit 2012; 2) i.v.m. archeologisch bodemonderzoek, gezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een ‘toeval vondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 3) bij het gereed melden van de bouwwerkzaamheden moet -middels het overleggen van stortbewijzenworden aangegeven naar welke verwerkingsinrichting het gescheiden bouwafval is afgevoerd.

Voorwaarden Beoordeling rapporten Ecologisch Wet natuurbescherming Voor het aanleggen van deze fietsroute is een uitgebreid en gedetailleerd onderzoek uitgevoerd waarbij de belangen van ecologie goed meegenomen zijn. In het geheel heb ik weinig op- of aanmerkingen op zowel de Quickscan, het nader onderzoek reptielen en het ecologisch werkprotocol. Indien de maatregelen en voorwaarden zoals gesteld in de documentatie nauwkeurig worden opgevolgd, wordt het effect op ecologie geminimaliseerd. Voor de reptielen soorten in het gebied (hazelworm, zandhagedis en levendbarende hagedis) zal tijdens de gebruiksfase altijd een risico blijven bestaan aangezien deze dieren vaak op fietspaden in de zon liggen om op te warmen. Graag geef ik dan ook als extra advies en voorwaarde mee dat op locaties van de mountainbikeroute waar overgangsplaatsen van bos naar open heide (ofwel langs de bosrand) extra maatregelen getroffen dienen te worden om het dood rijden van deze reptielen tegen te gaan. Denk hierbij aan het plaatsen van amfibieën/reptielen schermen langs stukken van de fietsroute. Vogels Tijdens het veldonderzoek is ook gelet op de aanwezigheid van andere (niet-vrijgestelde) beschermde soorten dan hierboven beschreven.

Daarbij zijn twee uilensoorten waargenomen; eenmaal een roepend vrouwtje bosuil aan de oostkant van het plangebied, eenmaal de roep van jonge ransuilen aan de westkant van het plangebied. De dieren toonden geen binding met het plangebied. Andere beschermde diersoorten als das zijn niet waargenomen. In en rond het plangebied kunnen verschillende algemene vogelsoorten voorkomen. Het gaat hierbij onder andere om verschillende mezensoorten, boomklever, boomkruiper, roodborst, winterkoning en diverse spechtsoorten. Zo is de zwarte specht roepend en overvliegend waargenomen. Deze soorten kunnen in en rond het plangebied tot broeden komen. In de QS staat: In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen mogen worden uitgevoerd. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Men dient dan alert te zijn op eventueel aanwezige broedende vogels. •

•

Voor de bescherming van broedvogels dienen de verstorende werkzaamheden (bomenkap) buiten het broedseizoen (loopt globaal van half maart tot half augustus) plaats te vinden. Indien bezette nesten worden aangetroffen dienen de werkzaamheden te worden gestaakt tot de jongen vrijwillig het nest verlaten. Voor de rest van de werkzaamheden die mogelijk wel binnen het broedseizoen plaatsvinden dient te worden vastgesteld met een broedvogelcontrole dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Men dient dan alert te zijn op eventueel aanwezige broedende vogels.

Mogelijk komen in het plangebied nesten van zwaarder beschermde soorten zoals de buizerd voor, deze zijn jaarrond beschermd. In het kennisdocument Buizerd van BIJ12 staan de volgende maatregelen benoemd: Bijvoorbeeld de volgende maatregelen kunnen worden genomen: •

•

Het ongestoord laten van voldoende ruimte rond het bewoonde nest gedurende het broedseizoen. De verstoringsafstand van een broedende buizerd is minimaal 75 meter bij de meeste activiteiten die onder ruimtelijke inrichting of ontwikkeling vallen. In gevallen waar sprake is van gewenning, bijvoorbeeld bij sommige activiteiten die te kenschetsen zijn als bestendig beheer of bestendig gebruik, kan minimaal 50 meter worden gehanteerd. Hoe en wanneer de bomen verwijderd worden, is van grote invloed op de mogelijk negatieve effecten op de buizerd. Aangegeven moet worden dat de in de specifieke situatie gekozen afstand de beste is voor de buizerd. Tijdens de werkzaamheden van de ontbossing moeten de locaties van de nestbomen en overige verblijfplaatsen zo veel mogelijk met rust gelaten worden. In overleg met een deskundige kan bij grotere boseenheden gekeken worden naar aspecten als gefaseerd kappen en selectief kappen (grote geschikte bomen laten staan, geen kap van bomen rondom de nestboom).

•

Tijdelijk afsluiten van paden of routes omleiden

➢ Voornamelijk het bewaren van afstand van een buizerd nest is een maatregel die strikt dient te worden opgevolgd. Ook voor alle andere aangetroffen vogelnesten dient men rekening te houden en mag geen verstoring plaatsvinden. Het aanhouden van minimaal 50 meter tot bezette nesten is daarbij een goede maatstaf. Vleermuizen Uit het nader onderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de beschermde soorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn, wegens het ontbreken van essentiële functies, negatieve effecten op gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis, uit te sluiten. Voor de aanleg en gebruik van het fietspad is het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming voor vleermuizen niet noodzakelijk. Vanuit de zorgplicht kunnen aanvullende maatregelen getroffen worden om het plangebied geschikt te houden voor vleermuizen. Het onderzoek naar vleermuizen is goed uitgevoerd en wij gaan akkoord met de conclusies. Echter dienen wel aanvullende maatregelen te worden opgevolgd om mogelijk negatief effect op deze soortgroep te minimaliseren. • werken buiten de kwetsbare perioden van de soorten.

In deze situatie betreft dit de periode waarin ze foerageren; april tot en met oktober; • verstoring van licht voorkomen door het fietspad onverlicht laten; • bij de aansluiting met N-weg rekening houden met de wijze van verlichting (zie kader verlichting). Reptielen Het onderzoek naar reptielen (voornamelijk levendbarende hagedis) is correct uitgevoerd. Het is een combinatie van locatie onderzoek en onderzoek met herpetoplaten. Levendbarende hagedis Bekend is dat levendbarende hagedis in het bosgebied rond het plangebied voorkomen, waarbij zij gebruik maken van verschillende biotopen. Het onderzoek toont aan dat ter plaatse van het geplande fietspad is geen essentieel leefgebied aanwezig is. Er is voldoende alternatief aanwezig en er verdwijnt slechts een kleine hoeveelheid struweel en bos ten opzichte van het totale bosgebied. Het zandpad wordt in de huidige situatie te druk bezocht door diverse recreanten om een rustige voortplantingsplek aan levendbarende hagedis te bieden. Waarschijnlijk wordt het pad wel overgestoken. Sporen zijn niet aangetroffen al worden deze door voet-, pooten hoefafdrukken en bandensporen snel gewist. Verblijfplaatsen zijn verspreid aanwezig en de dieren maken van vele holletjes, hoekjes en gaten gebruik. Daardoor is er geen sprake van grote, essentiële verblijfplaatsen.

Het aanbrengen van een fietspad zorgt niet voor een onoverbrugbaar obstakel waardoor geen leefgebied wordt geïsoleerd. Ook betreft het een lijnvormig element waarbij de hoofdfunctie van het gebied blijft behouden. Doordat geen essentieel voortplantingsgebied wordt geschaad, is het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Gebruik licht beton De paden kunnen wel door de reptielen worden gebruikt om zich op te warmen, dat risico is onontkoombaar en in de huidige situatie ook aanwezig bij het snel opwarmende zand. Het opwarmen gebeurd voornamelijk op een donkere ondergrond doordat dit snel opwarmt, zoals bij (donker) geasfalteerde paden. Om dit risico te verminderen, wordt gebruik gemaakt van beton. Door de lichte kleur wordt zonlicht beter weerkaatst waardoor er in mindere mate sprake is van een verwarmd pad. Desondanks kunnen soorten op het pad gaan liggen, waardoor de kans op aanrijding aanwezig is en blijft.

Amfibieënschermen Om te voorkomen dat levendbarende hagedissen en hazelwormen worden doodgereden op het voorgenomen fietspad, kunnen amfibieënschermen worden toegepast. Echter, voor het desbetreffende plangebied geeft dit een groot negatief neven effect: doorsnijden van leefgebieden. Dit negatief effect geldt niet alleen voor reptielen, ook grondgebonden zoogdieren als de bosmuis of andere muizensoorten en grondgebonden insecten ondervinden schade van een dergelijk scherm, ook al worden op plaatsen tunnels toegepast. Door het aanwezige bosgebied aan weerszijde van het geplande fietspad is de kans op schade op het scherm groot. Het gebruik van schermen schaadt de instandhouding van reptielen en andere soorten. Het fietspad zelf is daardoor minder schadelijk dan de schermen. Zoals hierboven omschreven is, zijn geen reptielen aangetroffen tijdens het onderzoek. Er is in de omgeving voldoende alternatief leefgebied aanwezig voor deze soorten en er gaat geen essentieel leefgebied verloren. In het huidige gebruik is ook al sprake van een grote verstoring door recreanten. Wel wordt verwacht dat mogelijk levendbarende hagedissen (en andere reptielen) het pad oversteken. • De maatregel van het gebruik van licht beton is een goed idee.

Daarbij raden wij ook niet aan om over het gehele traject amfibieën schermen rondom het fietspad te gebruiken, aangezien hiermee leefgebied wordt opgebroken. Wel wordt als maatregel gesteld dat bij overgangsstukken van bos naar open gebied (bosrand) deze schermen worden geplaatst. Das Het plangebied waar de voorgenomen fietsverbinding wordt gerealiseerd, ligt in essentieel leefgebied van das. Met het realiseren van de fietsverbinding wordt gebruik gemaakt van bestaande paden die in de huidige vorm geen (essentiële) foerageerfunctie hebben. Ook zijn ter plaatse geen burchten aanwezig en worden geen nabij gelegen burchten verstoord of beschadigd door de fietsverbinding. Het fietspad is vrij toegankelijk en vrij over te steken; er is geen sprake van een onoverbrugbaar obstakel. Op basis daarvan en doordat de minimale overlap in gebruik van de voorgenomen fietsverbinding door enerzijds dassen en anderzijds fietsverkeer en recreanten, wordt een essentiële functie voor das niet verstoord, beschadigd of verwijderd. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Voor de realisatie worden geen hekwerken of andere obstakels geplaats die een barrière kunnen vormen voor dassen. Het verplaatsen over het fietspad blijft mogelijk en ook zal geen verstoring plaatsvinden door verlichting.

‘s nachts zal het fietspad dan ook weinig tot niet worden gebruikt en daarmee de verstoring van dassen worden geminimaliseerd. Maatregelen werkzaamheden aftand tot dassenburcht uit BIJ12: Ingeval van werkzaamheden binnen een straal van 20 meter van de dichtstbijzijnde toegang tot een dassenburcht: Er kan geen gunstige periode worden aangegeven om de werkzaamheden uit te voeren. Zeker de werkzaamheden binnen een straal van 20 meter van de dichtstbijzijnde toegang tot een dassenburcht moeten zo veel mogelijk vermeden worden. Is dat niet mogelijk, dan moeten de werkzaamheden plaatsvinden in de periode dat de burcht niet in gebruik is als voortplantingsplaats, dus in de periode juli tot en met november. Hetzelfde geldt voor activiteiten die alleen effect hebben op de habitat van de das. • • • • •

Deze activiteiten bij voorkeur alleen uitvoeren in de periode juli tot en met november. Deze activiteiten bij voorkeur alleen tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren, maar niet later dan 19.00 uur. Het gebruik van grondberijdende voertuigen en machines is niet toegestaan. Het gebruik van bijvoorbeeld handmotorzagen is wel toegestaan. Bomen en zware takken kunnen bijvoorbeeld met een lier van de burcht worden verwijderd. Ingangen van de dassenburcht en wissels mogen niet beschadigd of geblokkeerd worden en/of onder hout bedolven worden. Er mag geen kaalkap van een houtopstand plaatsvinden. Als bomen verwijderd moeten worden, vindt dit gefaseerd in ruimte en tijd plaats. De velrichting is van de burcht afgekeerd.

• •

Schade aan de ondergroei moet zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, worden voorkomen. Eventueel vindt er onmiddellijk herplant plaats. Een dichte dekking op de burcht kan ook worden gerealiseerd door middel van hakhoutbeheer. Bij de introductie van begrazing moet de burcht worden uitgerasterd met een voor de das passeerbaar raster.

In geval van werkzaamheden die plaatsvinden op meer dan 20 meter van de meest dichtstbijzijnde toegang tot de dassenburcht: • • • • •

Het betreden en vernielen van dassenwissels moet zo veel als mogelijk worden voorkomen. Dassenwissels moeten voor zonsondergang (of uiterlijk 19.00 uur als de zon later onder gaat) weer vrij zijn van geveld hout en gevelde takken. Er moeten maatregelen genomen worden om andere tijdelijke obstakels, zoals greppels en grondwallen, te passeren. Er moet een buffer worden aangebracht tussen de plek waar de activiteit plaatsvindt en de burcht. Bij voorkeur vindt er geen kaalkap van een houtopstand plaats binnen 250 meter van de dichtstbijzijnde toegang tot een dassenburcht. Als bomen verwijderd moeten worden vindt dit bij voorkeur gefaseerd in ruimte en tijd plaats.

Zorgplicht Tijdens de werkzaamheden dient men te allen tijde rekening te houden met de Zorgplicht. Ten aanzien van alle in het wild levende planten en dieren geldt de Algemene zorgplicht. Deze slaat vooral op de algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk moeten worden voorkomen en dat ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. Men dient gefaseerd te werken in een werkrichting (vooral bij grondverzet) om mogelijk aanwezige dieren de kans te geven om te vluchten. Worden tijdens de werkzaamheden toch (beschermde) soorten aangetroffen, dient het werk te worden gestaakt en contact te worden opgenomen met een deskundig ecoloog. Na overleg met deskundige en bevoegd gezag, moet duidelijk worden wat de vervolgstappen zijn en hoe met ontstane situatie wordt omgegaan. Beoordeling rapport Opsporen ontplofbare oorlogsresten IDDS Explosieven B.V. heeft diverse bronnen geraadpleegd om te achterhalen of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Zo zijn een historisch vooronderzoek, literatuur, de archieven van het NIMH, archiefstukken van The Library and Archives Canada en digitale bronnen geraadpleegd.

Op basis van deze geraadpleegde bronnen zijn er te weinig indicaties gevonden om aan te tonen dat het onderzoeksgebied verdacht is op het aantreffen van OO. IDDS Explosieven B.V. streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Een QuickScan Ontplofbare Oorlogsresten is echter gebaseerd op een beknopt bronnenonderzoek en betreft geen compleet historisch vooronderzoek conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO). Het blijft zodoende mogelijk dat relevante informatie niet achterhaald is. Beoordeling van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Voor zover dit nog niet in het plan is voorzien hierbij het advies de verbinding geschikt te maken voor een dergelijk (4x4) voertuig. Daarvoor kunt u de volgende criteria aanhouden: a. een breedte van ten minste 4,5 meter; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 16.200 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter; d. een doeltreffende afwatering, en; e. bochten met een minimale binnenradius van >R5,5 meter en een buitenradius van >R10 meter.

Bijbehorende stukken De bij de omgevingsvergunning behorende digitale stukken, zoals tekeningen, rapporten e.d. zijn niet bijgevoegd. Deze zijn door u ter beoordeling aangeleverd waardoor wij er vanuit gaan dat u deze zelf ook in uw bezit heeft. Zie bijlage ‘Bijbehorende stukken’. Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Baarn, de teammanager Ontwikkeling Ruimte en Omgeving, voor deze,

Medewerker vergunningverlening

Bezwaarclausule De beschikking treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Tegen dit besluit kunt u bezwaar maken. Een bezwaarschrift moet binnen 6 weken ingediend worden. Deze termijn gaat in op de dag na de bekendmaking van het besluit aan de aanvrager. U kunt digitaal bezwaar maken via de website (https://www.baarn.nl) onder Bestuur en organisatie/Bezwaar en beroep. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). U kunt ook een brief sturen aan het college van burgemeester en wethouders, Postbus 1003, 3740 BA Baarn. In spoedeisende zaken kunt u, zodra het bezwaarschrift is ingediend, de Voorzieningenrechter vragen om een voorlopige voorziening te treffen. U kunt uw verzoekschrift voor de voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, afdeling bestuursrecht, o.v.v. voorlopige voorzieningen, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Houdt u er rekening mee dat hieraan kosten verbonden zijn (informatie bij de griffier van de Rechtbank). U kunt dit verzoekschrift ook digitaal bij genoemde rechtbank indienen via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Een kopie van dit besluit te verzenden aan: -

Ondersteuning/Fin Vastgoed/mha

Bijbehorende stukken Naam/tekeningnummer

Omschrijving

Datum ingediend

9356 Fietspad Soest - Onderbouwing reptielen en vleermuizen 16122019.pdf

ng_reptielen_en_vleermuizen_16122019_pdf

24-11-2021

200488 Notitie hagedis fietsverbinding Soest Baarn 01072020.pdf

etsverbinding_Soest_-_Baarn_01072020_pdf

24-11-2021

A1533-04 QuickScan OO Fietspad Soestdijk.pdf

3-04_QuickScan_OO_Fietspad_Soestdijk_pdf

24-11-2021

P9356 Nader onderzoek vleermuizen SoestHilversum def. 06112019.pdf

muizen_Soest-Hilversum_def__06112019_pdf

24-11-2021

Ontvangst aanvraag Wet natuurbescherming.pdf

angst_aanvraag_Wet_natuurbescherming_pdf

24-11-2021

P8200.3 Rapport Quickscan Fietsverbinding Soest Hilversum Definitief.pdf

erbinding_Soest_Hilversum_Definitief_pdf

24-11-2021

DB ontheffing wachttijd bos tussen Soest Baarn en Lage Vuursche.pdf

_tussen_Soest_Baarn_en_Lage_Vuursche_pdf

24-11-2021

210520_P10532_DO ontwerp fietspad Baarn_D2-A01 3D-profielen.pdf

p_fietspad_Baarn_D2-A01_3D-profielen_pdf

24-11-2021

210520_P10532_DO ontwerp fietspad Baarn_D2-A01 overzicht.pdf

werp_fietspad_Baarn_D2-A01_overzicht_pdf

24-11-2021

210520_P10532_DO ontwerp fietspad Baarn_D2-Detail 3.pdf

O_ontwerp_fietspad_Baarn_D2-Detail_3_pdf

24-11-2021

6314171_1637767144141_papierenformulier.pdf Aanleg fietsverbinding Soest - Hilversum

24-11-2021

welstand advies; fietspad bilstweg hilvsrweg.pdf

welstand advies; fietspad bilstweg hilvsrweg

03-12-2021

advies VRU adamstrw 42.pdf

advies VRU adamstrw 42

30-12-2021

advies Quickscan flora en fauna RUD.msg

advies Quickscan flora en fauna RUD

14-01-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11457646/1