CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Voortgangsrapportage RES West-Brabant 2023

Commissie Ruimte en Economie 12 september 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voortgangsrapportage RES17.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nationaal/lokaal belang prevaleert boven buitenlands belang

Figuur 6: Overhandiging adviezen Burgerforum

24

Hoe staan we ervoor?

3

Blik op de toekomst: wat komt op ons af?

In onze RES 1.0 hebben we als RES West-Brabant de handen op elkaar gekregen voor een ambitie voor duurzame elektriciteitsopwek in onze regio. Mét een mooi Uitvoeringsprogramma. Een grote stap voor iedereen. Inmiddels is de wereld weer veranderd. • In 2022 zet TenneT een stop op aansluitingen. Het elektriciteitsnet is vol. Dat was eerder onvoorstelbaar. • Met de stikstofcrisis gaat er (tijdelijk) een streep door sommige energieprojecten. Ook komt de toekomst van het landelijk gebied meer in beeld als vraagstuk. Hoe zit dat in onze regio? • De oorlog in Oekraïne raakt ons ook, met onder andere hogere gasprijzen. Met energiearmoede als gevolg. In het licht van deze maatschappelijke ontwikkelingen wordt de uitvoering van de RES complexer én urgenter. Doordat er zoveel om ons heen gebeurt, is het soms lastig om te zien wat belangrijk is om nú te doen. Om te zien wat de meeste impact heeft op de lange termijn. Daarom gebruiken we deze rapportage om ook de lange termijn te verkennen, vooruit te kijken naar wat er op ons afkomt. Deze verkennen we hier om rich25

3.1

ting RES 2.0 concreet uit te werken. We zoeken ingrediënten voor een verhaal over ónze gewenste toekomsten. Wat vinden we belangrijk, welke toekomst willen we, wat is daarvoor nodig? We oefenen met het denken vanuit gewenste toekomsten. Juist als de dynamiek het grootst is, moeten we verder vooruitkijken om te weten wat we nu moeten doen. Waar moeten we als eerste mee aan de slag?

Drie bewegingen

We zien drie bewegingen die van invloed kunnen zijn op de beweging naar duurzame energie in onze regio en daarmee ook op de afspraken en uitvoering van de RES:

Van sectoraal

naar integraal en gebiedsgericht 2

Van een technische opgave

1

3

Van enkel opwek naar (ook) een sociale opgave

naar een energiesysteem

Blik op de toekomst: wat komt op ons af?

1

Van sectoraal

naar integraal en gebiedsgericht Van enkel opwek

2

naar een energiesysteem

Van enkel opwek naar een energiesysteem We werken aan een energiesysteem van de toekomst. Helemaal scherp is deze nog niet. Daarom werken we aan meerdere mogelijke toekomsten. Bij NP-RES spreekt men wel over het ontwerpen op basis van de wereld van B. Vanuit de toekomst ontwerpen dus, omdat als je ontwerpt vanuit wat er vandaag is, je nooit bij een gewenste toekomst uit kunt komen. Wat eerste vragen die dat oproept zijn: • Hoe maken we keuzes als we niet alles weten? • Hoe krijgen we zicht op mogelijkheden van een toekomstig systeem? En hoe waarderen we deze, technisch en financieel maar ook sociaal en ruimtelijk? • Hoe organiseren we ons in dit nieuwe systeem?

26

Van sectoraal naar integraal en gebiedsgericht In toenemende mate wordt duidelijk dat energie geen sectorale opgave meer is, maar juist randvoorwaardelijk voor andere opgaven zoals woningbouw of elektrificatie van auto’s. Het blijkt dat ruimtelijke keuzes ook niet langer sectoraal kúnnen worden gemaakt. Nederland zou te klein zijn voor alles wat we willen. Hoe kunnen we dan verder? In deze tweede beweging staat juist het gebied centraal. Door het zoeken naar nieuwe combinaties en andere oplossingen zoeken we ruimte en dit vraagt creativiteit. En ook dringen zich andere transities op zoals circulaire economie met lokale kringlopen en oplossingen voor grondstoffentekorten, in de natuur met het tegengaan van biodiversiteitsverlies en als het gaat om klimaatadaptatie met periodes van hitte en droogte afgewisseld met zware regenval. Dit vraag van ons ook veel creativiteit, zoeken naar oplossingen door juist verschillende vragen te verbinden.

Wat eerste vragen die dat oproept zijn: • Waar is allemaal wel ruimte voor als we het anders aanvliegen? Wat komt allemaal samen op een plek en hoe gaan we daar slim en creatief zoeken naar mogelijkheden? • Waar zit de meerwaarde om zaken regionaal aan te pakken? • Hoe gaan we om met de verdeling en beschikbaarheid van energie voor verschillende opgaven zoals wonen, mobiliteit, industrie, maatschappelijke opgaven? • Hoe beweeg je mensen ertoe om verder te kijken dan de eigen voorziening of opgave om tot keuzes te komen? • Kunnen we wel kwaliteit leveren als de tijdsdruk zo hoog is?

Blik op de toekomst: wat komt op ons af?

Van een technische opgave

3

• •

•

naar (ook) een sociale opgave

Van een technische opgave naar (ook) een sociale opgave De energietransitie begon als technisch ingestoken vraagstuk. Hoe vervang je olie, gas en kolen door een duurzaam alternatief in ons energiesysteem? Dit moest ook nog eens betaalbaar. Vervolgens zou de gaskraan dichtgaan en moest ook voor warmte een oplossing gevonden worden. Dat de opgave eigenlijk vele malen groter was (in principe is 80% van onze energievraag een warmtevraag), met ook een impact voor iedereen achter de voordeur, duurde even om in te dalen. Die achterstand zijn we nu nog aan het inlopen. Uitwisseling van beelden komt pas net op gang. De vraag wat willen we eigenlijk, krijgt nu langzaam meer ruimte. Iedereen heeft recht om zich af te vragen wat het juiste is voor zowel zichzelf als hun omgeving. Wat eerste vragen die dat oproept zijn: • Welke toekomst(en) kunnen we ons voorstellen en wat zouden we willen? Wat is een 27

wenkend perspectief, waarbij generaties worden verbonden? Wat is het eerlijke verhaal? Wat betekent solidariteit als het gaat om verschillen tussen huurders/kopers, stad/ platteland, veel/weinig beschikbare bronnen, bewoners/bedrijven? Hoe kan ‘iedereen meedoen’?

3.2

Inzoomen op energiesysteem van de toekomst

Met name het energiesysteem van de toekomst is een beweging die heel dicht op de opgave van de RES zit. Daarom verkennen we deze nog wat nader. Helemaal scherp is deze nog niet. We zien al wel een aantal ingrediënten, namelijk: • Logica van het energienetwerk volgen Vanuit o.a. het Burgerforum en Enexis We zullen vraag en aanbod dichter bij elkaar moeten brengen, zon én wind combineren op dezelfde plek. De zoekgebieden volgen meer de logica van het energienetwerk, als een nieuwe landschappelijke laag. De verdeling van lasten en lusten vindt op andere manieren plaats zodat het voor de hele regio wel voelt als een ‘eerlijke verdeling’. •

van elektriciteit en warmte samenkomen en ook omzetting naar bijvoorbeeld waterstof plaatsvindt. Daarvoor willen we meer zicht op ontwikkelingen van de energiedragers, zoals groen gas, waterstof en de mogelijkheden voor opslag. Is waterstof alleen behouden voor de industrie of ook voor andere sectoren? Per wanneer en onder welke condities zou dat kunnen? Mogelijk hebben we ook niet langer 24/7 toegang tot het landelijk energie transportnetwerk, maar gaan we naar regionale ‘pockets’ met slim gebruik van bestaande capaciteit.

Regionale of lokale energiehubs Vanuit o.a. onze RES 1.0 en Burgerforum Deze hubs vormen belangrijke knooppunten in het lokale netwerk, waar opwek en opslag

•

Grotere verschillen in toegang tot energie-infrastructuur en -bronnen binnen de regio Vanuit kopgroep RES West-Brabant In negatieve zin zou het kunnen dat er potentieel grotere verschillen ontstaan tussen gebieden binnen de regio. Tussen zij met hernieuwbare energiebronnen en energievraag en zij met een verouderd systeem. Mogelijk zit er dus een grens aan de ‘efficiënte’ route en zoeken we ook een ‘inclusieve’ route.

In de RES 1.0 stonden we een adaptieve benadering voor. En ook nu kunnen we niet anders dan concluderen dat we constant leren en ontwikkelen. Door hier al vroeg aandacht voor te hebben, blijven we richting 2030 wendbaar en hebben we een duidelijker koers richting 2050.

Blik op de toekomst: wat komt op ons af?

4

Richting RES 2.0

4.1

Proces

In een herijking van de RES bepalen we of onze koers moet worden gewijzigd en leggen we nieuwe afspraken vast. Het proces richting herijking van de RES starten we in september van dit jaar, inclusief een herijking van de Regionale Structuurvisie Warmte en Plan-MER. De RES 2.0 zal het karakter krijgen van uitgewerkt beleid, onder meer met betrekking tot energieinfrastructuur en het maken van ruimtelijke keuzes. Hieruit volgt dat de RES 2.0 West-Brabant plan-MER plichtig is. Naar verwachting ligt de RES 2.0 eind 2024 voor akkoord voor in de Gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemene Besturen van de twee Waterschappen. In Figuur 7 is het proces weer gegeven tot 2030. Belangrijk tussentijds moment is wanneer de Omgevingswet in werking treedt op 1 januari 2024.

4.2

Signalen en geleerde lessen die we meenemen richting RES 2.0

We hebben nieuwe inzichten opgedaan en lessen geleerd in de uitvoering van de RES 1.0. 28

Vervolgproces voortgangsmonitor PBL Q4 Start opstelling RES 2.0, ind Plan MER Augustus

2023

Integrale netimpactanalyse Enexis Januari

November

2024 juni

Voortgangsrapportage RES 1.0

1 Juli Foto NP RES

Oplevering RES 2.0

2025

2030

Januari Omgevingswet in werking

Figuur 7: Planning richting RES 2.0

Die uitvoering vond natuurlijk plaats in een context die constant in beweging is, zoals in het vorige hoofdstuk geschetst. En dat zien we terug in de lessen en inzichten én de adviezen vanuit bewoners. Deze geven voeding aan de RES 2.0. Daarom noemen we hieronder kort de vragen die we meenemen in het proces richting de RES 2.0. Dit is zeker niet uitputtend en in het proces is er ruimte om andere vragen op te werpen en met elkaar te zoeken naar antwoorden.

Vraagt netschaarste een nieuw regionaal afwegingskader? Netschaarste betekent keuzes maken en prioriteren, want niet alles kan meteen en niet alles kan overal. Vanuit PMIEK wordt op dit moment gezocht naar een goede prioritering van projecten. Wat doen we eerst, want is het meest waardevol en wat zal dan noodgedwongen later kunnen? Daarvoor is het van belang dat we een goed beeld hebben wat we belangrijk vinden. Richting RES 2.0

Het helpt als er een visie op het energiesysteem is, gekoppeld aan een ruimtelijke visie vanuit provincie én regio, als input voor de prioritering. Hierin kunnen ook andere kaders een rol krijgen, zoals bodem en water sturend bijvoorbeeld. Dit past ook beter bij een integrale gebiedsaanpak. Het Programmeren en Prioriteren (PeP) proces voor de korte termijn werkt goed in deze regio. Hier worden op dit moment keuzes gemaakt op basis van de kaders uit de RES 1.0. We zien wel dat dat niet helemaal meer aansluit bij de huidige situatie. Zo is in de RES 1.0 sterk ingezet op zon op land, maar zijn steeds meer gemeenten (en inwoners) van mening dat agrarische grond misschien niet voor energie opwek moet worden gebruikt. Zeker niet nu deze projecten door de netbeheerder worden ontmoedigd omdat het vaak om rurale gebieden gaat, waar vraag en aanbod niet bij elkaar komen. Een nieuw afwegingskader is nodig. Hoe voeren we het gesprek over wind? In een herzien afwegingskader blijft energiebesparing ook een belangrijk doel. Dit gebeurt nu lokaal en middels allerlei lokale initiatieven, maar ook voor de toekomst is en blijft dit het belangrijkste uitgangspunt voor onze regio. Grootschalige aansluitingen kunnen vaak niet, maar besparen op de energiebehoefte en daarop gebaseerd zonnepanelen leggen (met een kleine aansluiting) kan vaker wel. Focussen op wat nu wel kan, kan perspectief bieden.

29

Voor rurale gemeenten is er een duidelijke relatie tussen de opgaven voor opwek, warmte en netverzwaring. Wanneer vanuit de RES (en netbeheerder) zon op veld minder wordt gestimuleerd, (vanuit netschaarste en het sparen van landbouwgrond), halen kleine gemeenten hun RES-doelstelling niet. Een verschuiving van zon op veld naar wind, is lokaal ook niet vanzelfsprekend. Daarnaast is er een dilemma dat in veel kleine gemeenten (met name in het zuiden) all-electric voorlopig de enige mogelijke warmtebron is. Netverzwaring is dan nodig. Toch staan deze gemeenten niet altijd bovenaan de lijst voor netverzwaring vanuit de huidige elektriciteitsvraag en - aanbod. Is er genoeg oog voor de dilemma’s die voortkomen uit deze relaties, richting de toekomst? Het is logisch dit in RES verband verder te verkennen richting de RES 2.0 en mee te nemen in toekomstige afwegingskaders. Wat kunnen we doen voor meer uitvoeringskracht? Vrijwel alle gemeenten geven aan dat er capaciteitsproblemen zijn met vaak oningevulde vacatures. Dit maakt het lastig om als gemeente (en provincie of waterschap) de afspraken uit de RES waar te maken. Daarvoor is uitvoeringskracht nodig. Ook bij Enexis en in de technische beroepen zijn er tekorten, zeker nu veel projecten de uitvoering in gaan en we juist willen versnellen.

In onze regio zoeken we aansluiting bij het onderwijs om samen te zoeken naar meer mogelijkheden. Maar ook nationaal is dit een Richting RES 2.0

punt van zorg waar nog geen concrete oplossingen voor zijn. Het PBL is recent met een model gekomen om hier meer grip op te krijgen. Op dit moment wordt de mogelijkheid verkend voor een pool van mensen met kennis, waar gemeenten gebruik van kunnen maken. Dit kan op korte termijn al veel betekenen voor de lokale uitvoeringskracht. Deze zomer volgt een besluit hierover. Ook is er landelijk meer aandacht én geld voor uitvoeringscapaciteit (o.a. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie).

Speciale aandacht vraagt het werk rondom netverzwaring. Dit gaat de netbeheerder veel tijd kosten. Maar ook inzet van gemeentes is nodig voor de soms langdurige, ingewikkelde vergunningstrajecten van bijvoorbeeld een nieuw te bouwen hoogspanningsstation en de daarbij behorende leidingtracés. Daarom geven sommige ambtenaren aan dat het echte werk nog moet beginnen. In de regio zijn er inmiddels wel mensen met deze specialistische kennis bij gemeenten en natuurlijk de netbeheerder. Dat is van grote waarde en kan helpen om de komende jaren snel en effectief de benodigde procedures te doorlopen.

Meer samenwerking met bedrijven en maatschappelijke organisaties? In de versnelling hebben we elkaar nodig. Via de klankbordgroep en de actietafels is er een goed netwerk aan het ontstaan met steeds meer samenwerking. Kan dit nog verder worden uitgebreid? Welke organisaties zouden verder iets kunnen betekenen? Hoe verdelen we onze warmtebronnen? Veel gemeenten worstelen met de vraag op hoeveel groen gas, geothermie en andere bronnen zij kunnen rekenen voor hun lokale strategie. Hier treden ook verdeelvraagstukken op: de hoeveelheid industriële restwarmte is bijvoorbeeld beperkt en onzeker gezien het elektrificeren van de industrie, dus er moet gekozen worden waar deze voor gebruikt wordt. Hierbij is het ook van belang de warmtevraag en de ontwikkeling hiervan in de tijd (wanneer gaat welke wijk van het gas af?) beter in beeld te krijgen. Daarom starten we in aanloop naar de RES 2.0 met het opstellen van een bronnenstrategie, waarbij we op regionale schaal in beeld brengen welke bronnen voor welke vragers kunnen worden ingezet. Een suggestie van een van de gemeenten is om een PeP Warmte op te zetten, een overlegstructuur voor Programmeren en Prioriteren om regionaal de goede afwegingen te maken bij de verdeling van warmte.

30

Richting RES 2.0

Sociale kant van de energietransitie: hoe voorkomen we energie armoede 2.0? Gebieden waar weinig bronpotentieel is, kunnen achterblijven, als de warmtestrategie vooral wordt ingegeven door ontwikkeling waar al potentie is en het combineren van energie vraag en aanbod. Uitbreiding van het elektriciteits netwerk zal dan ook daar prioriteit krijgen en minder in de landelijke gemeenten. Dit kan als “energiearmoede 2.0” gezien worden. Het besef groeit dat solidariteit binnen de regio een belangrijk onderwerp gaat worden. Ook vanuit de Inwonersdialoog warmte is dit een advies: ‘solidariteit voor een goede oplossing voor iedereen’. Deze solidariteit zal een steeds uitdrukkelijker rol gaan spelen in de RES. Hoe zorgen we dat iedereen mee kan in deze transitie? De veranderingen in ons energiesysteem en de ruimtelijke impact, raken ons allemaal. Het helpt als hier een ruimtelijk verhaal bij komt. Daarbij gaat het niet alleen om de opgaven en de vraag wat moeten we? Maar juist ook vragen als wat past hier en wat willen we? Dit kan met een gebiedsgerichte aanpak in een gemeente, startend met participatie. De provincie neemt ook eerste stappen met het Ruimtelijk Voorstel. Het is essentieel dat er een eerlijk en concreet verhaal komt, dat past bij deze regio. Daarin zit bijvoorbeeld ook een waarde als solidariteit, van eerlijke verdeling van lasten en lusten, met 31

“Het besef groeit dat solidariteit binnen de regio een belangrijk onderwerp gaat worden”.

compensatie van mogelijke lasten. Ook in het Burgerforum gaat een van de adviezen hierover: als je lasten ervaart is het niet meer dan eerlijk om hiervoor compensatie te ontvangen. Het gaat dan om thema's als gezondheid en energie armoede. Dat de energietransitie ook iets kan opleveren, blijkt uit het project A16. Dit maakt het veel aantrekkelijker voor bewoners en ondernemers om hieraan bij te dragen. Meer zicht krijgen op de toegevoegde waarde van opwek en een duurzaam energiesysteem, juist lokaal, kan dan helpen. Verschillende vormen van participatie en communicatie blijven nodig om iedereen de kans te bieden aan te haken op een moment en manier die bij hen past. Bij het komen tot rechtvaardige, gedragen en logische keuzes voor onze regio kan inbreng van bewoners ons helpen. Bij de opstelling van de RES 2.0 zullen we nader in gaan op de opvolging van de Inwonersdialoog en het Burgerforum. In 2024 zullen we overwegen om een of meerdere

nieuwe bijeenkomsten van het Burgerforum te beleggen. Willen we al meer zicht op de periode na 2030? We richten ons in de RES 1.0 op de periode tot 2030. Maar het uiteindelijk doel is volledig duurzaam in 2050. Hebben we voldoende zicht op wat daarvoor nodig is? Doen we in dat licht de juiste dingen? Verschillende gemeenten hebben een opgave voor na 2030 geformuleerd. Richting de RES 2.0 is het wellicht goed om hier opnieuw naar te kijken: is die opgave al verder concreet te maken? Het is ook goed om tijd te nemen om verschillende beelden van de toekomst uit te wisselen binnen de regio én met buurregio’s en gemeenten. Sommige gemeenschappen in de regio beschouwen de energietransitie vanuit de eigen identiteit. Ze voelen bijvoorbeeld een sterke onderlinge verbondenheid, vanuit de historisch landschappelijke traditie (eiland mentaliteit), sociaal en vanuit een zeker ondernemerschap en vertrouwen in het eigen oplossend vermogen. Hierdoor willen en kunnen sommige delen van de regio zich meer als zelfstandig georganiseerde (energie) eilanden ontwikkelen. Daar kan de regio als geheel ook weer van leren. Tegelijk kan hier spanning ontstaan met de solidariteit en een regionale systeem aanpak waarbij gemeentegrenzen vervagen. Wat zijn daarbij belangrijke lock-in situaties waardoor toekomstige oplossingen wellicht worden uitgesloten? Richting RES 2.0

4.3

Tot slot

We maken afspraken in een dynamische context. De ontwikkelingen binnen de energietransitie en daarbuiten, hebben invloed op de richting en snelheid waarmee we onze doelen kunnen halen. Zo kunnen hogere gasprijzen zowel negatief uitwerken (energie armoede) als positief (versneld isoleren van woningen). We blijven stappen vooruit zetten met onze ogen open. Werken met de kennis van nu, voor later. Het is voor ons belangrijk om intensief met elkaar in gesprek te blijven, slimme keuzes te maken en bij te sturen als ontwikkelingen daarom vragen. Zo blijven we wendbaar op de korte termijn en hebben we een koers voor de lange termijn.

32

Richting RES 2.0

5

Bijlagen

Bijlage 1. Overzicht elektriciteitsopwekking per gemeente

33

Bijlagen

Voortgang Elektriciteitsopwekking (peildatum 31 december 2022) HUIDIG

VOORTGANG ELEKTRICTEITSOPWEKKING PER 31 DECEMBER 2022 Bestaand6

10

11

12

Zonnepark

Windpark

Zon op dak

Zonnepark

Windpark

Zon op dak

Zonnepark

Windpark

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

0

3

0

0

3

0

0

48

Altena

26

7

0

4

2

0

29

31

0

0

Baarle-Nassau

12

0

0

2

0

0

0

0

0

48

Bergen op Zoom

17

1

16

7

10

0

36

1

72

0

Breda

41

34

68

11

0

35

95

0

12

0

Drimmelen

16

3

82

1

1

37

14

2

0

0

Etten-Leur

34

2

90

5

10

18

4

0

0

0

Geertruidenberg

16

2

0

4

5

0

8

18

0

0

Halderberge

29

0

83

9

0

0

0

3

0

0

Moerdijk

55

35

281

20

0

26

0

4

46

0

Oosterhout

26

0

36

8

0

0

35

34

54

0

Roosendaal

32

39

21

13

6

0

36

42

0

14

Rucphen

4

0

0

1

0

0

27

0

0

36

16

0

60

2

70

69

11

23

0

0

Woensdrecht

13

0

47

5

113

-2

11

2

35

0

Zundert

10

0

0

6

0

75

6

9

14

36

354

125

784

101

217

257

314

167

233

182

11

Totaal cumulatief12

9

Zon op dak

0

Totaal

8

RES projecten na 20309

8

10

7

RES-projecten tot 20308

Alphen-Chaam

Steenbergen

6

Harde pijplijn7

2552

Bestaand: dit zijn de projecten die per 31 december 2022 zorgen voor opwek, dus niet projecten die nog in een testfase zitten op dat moment. Harde pijplijn: opwek die waarschijnlijk zal worden gerealiseerd. Dit zijn projecten met een vergunning en SDE-subsidie. Conform de standaard van NP-RES. RES-projecten tot 2030: dit is een verzamelpost voor 1) projecten die nog niet zo concreet zijn als de pijplijn projecten 2) ambitie van een gemeente waar nog geen concrete projecten voor zijn maar wel nog projecten voor moeten komen en 3) ‘realisatiegraad’, een restpost bestaande uit dat deel van de opwek van pijplijn projecten dat nog niet wordt meegeteld door NP-RES, maar waarvoor geen nieuwe projecten voor hoeven worden gezocht. Deze laatste is dus geen openstaande opgave voor een gemeente. Zie bijlage 2 voor de uitsplitsing van deze drie posten met de toelichting. Na 2030: dit is de ambitie die niet in het RES bod zit aan het Rijk, maar wel door de gemeenten is opgenomen in de ambitie van de RES. Deze ambitie is vaak nog niet concreet ingevuld. Bij Woensdrecht staat –2 bij wind in de pijplijn. Dit verwijst naar de huidige windmolen aan de Grindweg die wordt gesaneerd. Wel realiseert Woensdrecht in totaal 1 windmolen meer dan er stonden.

Die opwek is in de andere kolommen verwerkt Bij Zundert staat bij wind tot 2030, 14 GWh genoemd, maar er is geen extra windopgave voor Zundert richting 2030. Deze 14GWh zijn onderdeel van de bestaande plannen voor wind en staan alleen vanwege de nieuwe rekenregels van de NP-RES nu onder deze kolom. Dit betekent dat als de op dit moment al geplande windmolens zijn gerealiseerd, komen zowel de 75GWh als de 14GWh samen bij de kolom Bestaand te staan. Er is dus geen extra windopgave voor Zundert richting 2030. Totaal cumulatief: totaal opgetelde opwek in GWh, wat uitkomt op 2552 GWh, oftewel 2,55 TWh. Dit ligt boven onze ambitie en plannen in de RES 1.0.

34

Bijlagen

Dit is gebaseerd op cijfers met als peildatum 31 december 2022. Als bijvoorbeeld een windmolen na deze datum is aangemeld als ‘in werking’ en niet langer in testfase, tellen we deze nog mee als opwek in de pijplijn. In een nieuw overzicht zien we dit pas terug als bestaande opwek.

RES 1.0

Plannen en ambitie in de RES 1.0 Voor de volledigheid ook het overzicht van de stand van zaken ten tijde van de RES 1.0. Hieruit blijkt dat een deel van onze opgave toen al was gerealiseerd.

PLANNEN EN AMBITIE ELEKTRICITEITSOPWEKKING IN DE RES 1.0 (FEBRUARI 2021) Bestaand

Harde pijplijn

RES-projecten tot 2030

Zon op dak

Zonnepark

Windpark

Zon op dak

Zonnepark

Windpark

Zon op dak

Zonnepark

Windpark

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

Alphen-Chaam

2

0

0

2

0

0

11

0

0

Altena

8

1

0

6

3

0

44

36

0

Baarle-Nassau

3

0

0

3

0

0

4

0

0

Bergen op Zoom

2

1

16

9

0

0

48

0

72

Breda

15

2

23

20

17

92

111

0

0

Drimmelen

3

1

0

5

5

118

23

0

0

Etten-Leur

5

3

81

11

5

0

27

0

18

Geertruidenberg

6

0

0

9

1

0

6

24

0

Halderberge

5

0

83

17

0

0

15

0

0

Moerdijk

14

28

108

41

4

184

0

0

60

Oosterhout

9

0

36

21

0

0

40

34

54

Roosendaal

7

0

21

10

19

0

64

68

0

Rucphen

1

0

0

1

0

0

30

0

0

Steenbergen

5

0

60

5

0

42

18

93

0

Woensdrecht

5

0

46

9

0

-2

15

50

36

Zundert

4

0

0

7

0

89

11

9

0

Totaal

95

35

476

176

55

522

467

314

240

Totaal cumulatief

35

2380

Bijlagen

Bijlage 2. RES Monitor West-Brabant en NP-RES rekenregels

In onze RES-monitor van West-Brabant, sluiten we in principe aan bij de landelijke rekenregels vanuit NP-RES. Landelijk worden de cijfers van alle RES regio's bij elkaar opgeteld. Zo ontstaat een goed beeld hoe we er als Nederland voor staan met elektriciteitsopwek op land. Recent is er een verandering doorgevoerd in de NP-RES rekenregels. Die is voor ons niet ingrijpend, maar betekent wel dat sommige cijfers niet meer te vergelijken zijn met de cijfers uit 2022 en eerder. Dat heeft te maken met de ‘realisatiegraad’. Omdat niet alle plannen ook worden uitgevoerd, worden projecten die nog niet zijn gerealiseerd maar voor een deel meegeteld. Er wordt een percentage berekend op basis van de fase waarin een project zit (is er subsidie, is er een vergunning) en of er sprake is van netcongestie (hoe groot is het risico dat het project niet aangesloten kan worden). Van de projecten in de harde pijplijn en de projecten tot 2030, wordt het percentage dat niet wordt toegekend, nu apart opgenomen als ‘realisatiegraad’. Als het project doorgaat, telt dat stukje straks mee bij bestaand.

36

Wat moet ik weten? 1 Door de veranderende rekenregels zijn de cijfers niet meer direct vergelijkbaar met de eerder cijfers in de RES 1.0. Daarom staat hieronder ook het overzicht van de RES 1.0. 2 Alleen de opwek in de kolom met Restant ambitie, heeft invulling nodig want daar zijn nog geen projecten voor. De overige kolommen verwijzen naar concrete projecten.

Bijlagen

Bestaand

Harde pijplijn

RES-projecten tot 2030

Ambitie als gevolg van realisatiegraad

Restant ambitie

Ambitie

Verwachte realisatie

Realisatiegraad5

RES 1.0

Huidig

RES 1.0

Huidig

RES 1.0

Huidig

RES 1.0

Huidig

RES 1.0

Huidig

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

GWh

Alphen-Chaam

2

8

2

3

11

0

0

3

0

0

15

15

26%

77%

Altena

9

33

9

6

80

0

0

13

0

46

98

98

18%

40%

Baarle-Nassau

3

12

3

2

4

0

0

0

0

0

10

14

59%

100%

Bergen op Zoom

20

34

9

16

120

8

0

90

0

11

149

160

19%

32%

Breda

40

143

128

46

111

0

0

43

0

64

280

295

60%

64%

Drimmelen

4

101

129

40

23

0

0

5

0

10

156

157

85%

90%

Etten-Leur

89

126

16

32

45

0

0

4

0

0

150

163

70%

98%

Geertruidenberg

6

18

10

10

30

10

0

16

0

0

46

53

35%

51%

Halderberge

88

112

17

9

15

3

0

0

0

0

121

124

88%

97%

Moerdijk

150

371

229

45

60

10

0

39

0

0

439

465

86%

89%

Oosterhout

45

62

21

8

127

68

0

55

0

0

193

193

34%

36%

Roosendaal

29

92

29

19

132

3

0

56

0

19

190

190

31%

59%

Rucphen

1

4

1

1

30

0

0

3

0

24

32

32

6%

16%

Steenbergen

64

76

48

142

111

2

0

27

0

5

224

251

50%

87%

Woensdrecht

51

60

7

116

101

22

0

26

0

0

158

223

36%

79%

Zundert

4

10

96

80

20

0

0

20

0

9

120

120

84%

76%

Totaal

605

1263

753

575

1021

125

0

401

0

187

2380

2552

37

GWh

RES 1.0

Huidig

GWh

GWh

Bijlagen

Bijlage 3. Overzicht omgevingsbeleid per gemeente GEMEENTE

ZOEKGEBIEDEN IN OMGEVINGSBELEID

Alphen-Chaam

In Omgevingsvisie

ZOEKGEBIEDEN WIJZIGING

Geen wind Participatietraject/ In Omgevingsvisie

ZONVISIE

KADERS PARTICIPATIE Generiek en projectniveau

Altena Baarle-Nassau

WINDVISIE

Zonnekader

Participatietraject

KADERS LOKAAL EIGENDOM Minimaal 50%

Opgenomen in zonnekad Generiek en projectniveau

Minimaal 50%

Projectniveau

Projectniveau

Groenfonds

Wel via lokale energiecoöp.

Bergen op Zoom Breda Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Halderberge Moerdijk Oosterhout Nieuwe visie in 2023

Roosendaal Rucphen Steenbergen Woensdrecht Zundert

38

Vanaf 2028

Aanwezig

Niet aanwezig

In ontwikkeling

Niet van toepassing of onbekend

Zoals A16

Bijlagen

Bijlage 4. Voorgenomen technische innovaties op het vlak van elektriciteit Dit overzicht komt uit de het Uitvoeringsprogramma bij de RES 1.0 en is waar mogelijk voorzien van een aanvulling. Een goede monitoring op het innovatiedoel ontbreekt vooralsnog. Ook een goede definitie ontbreekt van innovatieve projecten of technische innovaties. Daardoor is het lastig om nieuwe projecten toe te voegen. Dit kan richting RES 2.0 opnieuw worden geëvalueerd en desnoods aangescherpt. GEMEENTE

PROJECT / INITIATIEF

OMVANG (GWH)

STADIUM

Altena

Drijvende waterkracht in Merwede (4 turbines)

12

Dit concept is vanwege te lage stroomsnelheid helaas niet toepasbaar in Altena.

Wind, zon, opslag bij 10 agrarische bedrijven

0,6

De pilot kleine windmolens bij agrarische bedrijven is tijdelijk stopgezet vanwege explosief gestegen prijzen (windmolens zijn twee keer zo duur geworden en daarmee niet rendabel).

Schatting totale innovatieve opwek

25

Breda

Lichtgewicht panelen op daken (Steenakker, Hazeldonk)

Door de netcongestie kan de capaciteit zon op dak niet worden uitgebreid. Op Steenakker wordt gewerkt aan een project vraag aanbodsturing. Als dat lukt dan kan mogelijk het vermogen zonopwek worden vergroot. Dan komen lichtgewicht zonnepanelen weer in beeld. Maar de verwachting is dat dat op zijn vroegst eind 2024 zal zijn.

Teelt wilde knoflook met zonnepanelen

Geschrapt. Dit gaat eigenlijk om het ontwikkelen van zon op veld.

Drimmelen

Zonnepanelen op spaarbekkens in de Biesbosch

De verwachting is dat eventuele grote, serieuze installaties niet voor 2030 worden geplaatst in De Biesbosch.

Steenbergen

Schuivende zonnepanelen boven perenboomgaard

0,2

Oosterhout

Schatting totale innovatieve opwek

10

Geen voortgang

Innovatieve zontechnieken op maatschappelijk vastgoed

Gaande

Solar parking (bij Stadhuis, sportpark, winkelcentra)

Haalbaarheidsstudie zwembad de Warande afgerond ihkv Solar Carports. Daarmee wordt het zwembad gasloos , want de PV-panelen gaan een extra warmtepomp voeden. Verkenning solar carport bij winkelcentrum als mogelijk volgend project

Waterkracht bij sluizencomplex Wilhelminakanaal

Geen voortgang

Roosendaal

Combinatie teelt met zonnepanelen (frambozen, orchideeën)

0,2

Potentieel, geen voortgang.

Totaal

Schatting totale innovatie opwek West-Brabant

48 GWh

Inschatting blijft staan tot actualisatie in RES 2.0

39

Bijlagen

Bijlage 5. Adviezen van Enexis aan de regio West-Brabant

Deze adviezen komen uit een actualisatie van de netimpactanalyse door Enexis (december 2022). De netimpact analyses vormen de basis voor de investeringsplannen van Enexis en worden regel-matig geactualiseerd. Lees deze netimpactanalyse hier. Op basis van de RES 1.0 ambitie en prognoses voor ontwikkeling van afname (besparing) is een analyse gedaan naar de netimpact op de HS/MS station in het gebied. Hierbij is alleen gekeken naar limieten van Enexis, omdat er nog onvoldoende duidelijkheid is over toekomstige limieten op het hoogspanningsnet van TenneT. De netimpactanalyse laat zien dat op 12 van de 13 stations knelpunten ontstaan. De verwachting is dat op 3 stations de knelpunten door uitbreidingen de komende jaren worden opgelost, dat op 5 stations uitbreidingen voor 2030 mogelijk kunnen worden opgelost en op 4 stations waarschijnlijk knelpunten zullen blijven bestaan. Gedeeltelijk zijn dit knelpunten in capaciteit, maar een aantal stations heeft ook knelpunten in fysieke ruimte op en rond het station.

40

Aanbevelingen Mensen, materialen en ruimte zijn steeds schaarser en moeten daarom zo optimaal mogelijk worden ingezet. Dat betekent zo veel mogelijk duurzame opwek met zo min mogelijk opgestelde capaciteit en uitbreidingen. Niet alleen helpt dit om het RES bod haalbaar te maken, maar zo streven we ook naar een betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem. Systeem efficiëntie maatregelen zijn noodzakelijk in de regio en daardoor kan er veel winst worden behaald. Denk daarbij aan: een betere verhouding wind/zon, opwek en afname dichter bij elkaar brengen en bij het bepalen van opweklocaties rekening houden met beschikbare capaciteit. Zie verder ‘handreiking ‘transportcapaciteit efficient benutten’ voor mogelijke maatregelen t.b.v. systeemefficiëntie.

Vervolgstappen We moeten met zijn allen zo snel mogelijk aan de slag om alle uitdagingen van de energietransitie op te pakken. We raden daarom aan om: • Zo snel mogelijk een provinciale governance structuur in te richten waarbij ook de programmeringstafel en P-MIEK wordt geadresseerd. Het is belangrijk dat de regio daarbij aangeeft welke gebieden echt belangrijk zijn voor haar doelstellingen. • Daarnaast zijn uitbreidingen ook veelal afhankelijk van de beschikbaarheid van fysieke ruimte en bijbehorende ruimtelijke procedures. Om knelpunten zo snel mogelijk te kunnen oplossen helpt het wanneer ruimte beschikbaar gesteld wordt en ruimtelijke procedures en vergunningstrajecten waar mogelijk versneld worden.

Bijlagen

Toelichting netimpactanalyse West-Brabant 17 januari 2023

41

Bijlagen

Inhoudsopgave

1. Introductie 2. Aangeleverde gegevens 3. Netimpact elektriciteit 4. Conclusies en aanbevelingen

2

42

Bijlagen

1. Introductie

3

43

Bijlagen

Aangeleverde gegevens West-Brabant

Regiosamenvatting West-Brabant Zon op dak grootschalig

● Totale RES bod is met ruim 0,5 TWh toegenomen tot 3,0 TWh o.a. door flinke toename zon op grote daken.

Zon op land

Wind 0

200

400 600 800 1000 1200 Ontwikkeling opgesteld vermogen [MW]

Huidig gerealiseerd of in aanleg (2022)

Pijplijn (2025)

Ambitie (2030)

1400

● Vraag naar capaciteit voor duurzame opwek neemt veel harder toe dan de vraag naar capaciteit vanuit afname. Impact van opwek is daardoor groter dan impact van afname. ● De zon/wind verhouding is 81/19 (MW). Voor een efficiënte benutting van capaciteit is een verhouding van 50/50 optimaal. Hier valt dus nog veel winst in te behalen.

4

44

Bijlagen

Netimpact elektriciteit Knelpunten HS/MS stations Legenda Geen knelpunt

Knelpunten RES West-Brabant

Knelpunt opgelost voor 2025 (cf IP 2022) Knelpunt, oplossing in studiefase (cf IP 2022) Knelpunt, oplossing onzeker Knelpunt door opwek

*

*

Knelpunt door belasting Knelpunt door opwek en belasting Zoekgebied nieuw station

*

Systeemefficiëntie belangrijk

 1 station: geen knelpunt t/m 2030  3 stations: knelpunt wordt voor 2025 opgelost  5 stations: oplossing in studiefase, naar verwachting voor 2030 opgelost

*

*

 4 stations: nog geen oplossing in beeld, Bij opstellen IP2024 wordt aangegeven of alle knelpunten in 2030 kunnen worden opgelost  3 knelpunten: systeemefficiëntie van groot belang

 2 nieuw stations voorzien. Planning is afhankelijk van TenneT

5

45

Bijlagen

Netimpact elektriciteit

Duiding piekbelasting - systeemefficiëntie Op de afbeelding: ruimte die vrij is voor extra opwek (2030). In het oog springen: ● Station Moerdijk (MDK): goede balans zon en wind, in de buurt van de 50/50 verhouding. Positief voor de netimpact. ● Station Roosendaal (RSD): alleen extra opwek zon, opwekpiek veel hoger dan vraagpiek. Omliggende stations beschikken over opwekruimte. Netimpact wordt lager door verder aftoppen of deel opwek verplaatsen. Vraag/aanbod dan meer in balans, extra uitbreiding wordt mogelijk voorkomen. ● Geldt ook voor Geertruidenberg (GT), Tilburg Zuid (TBZ) en Waalwijk (WW) ● Cirkel op de kaart: nieuw station in Halsteren zorgt voor extra ruimte voor opwek in dat gebied, in dat gebied nog ruimte voor extra opwek

Legenda Achtergrond kaart (ruimte voor extra opwek, situatie 2030, capaciteiten volgens IP2022): Geen

Veel

.

Grafieken op kaart:  Meetwaarde 2021  Vraaggroei  Wind  Zon op land  Zon op dak grootschalig  Zon op dak kleinschalig

46

6

Bijlagen

4. Conclusies

Bod grotendeels haalbaar Conclusies •

RES-bod voor meer dan de helft al gerealiseerd of op dit moment in aanleg

•

Ambitie gestegen ten opzichte van de RES 1.0, vooral t.a.v. hoeveelheid zon op dak grootschalig

•

Verhouding zon/wind is 81/19, ver verwijderd van de systeemefficiënte verhouding van 50/50

•

Op 12 van de 13 stations ontstaan knelpunten: 1x Geen knelpunt 3x Knelpunt opgelost voor 2025 5x Knelpunt, oplossing in studiefase 4x Knelpunt, oplossing onzeker waarvan: 4x Extra maatregelen voorkomen mogelijk uitbreiding

Haalbaarheid

*

•

Bod is in de huidige vorm grotendeels haalbaar

•

Station Bergen op Zoom: beperkte mogelijkheden voor nieuwe aansluitingen opwek

•

Haalbaarheid Moerdijk afhankelijk van extra aansluitmogelijkheden Enexis in het nieuw te ontwikkelen TenneT station

•

Stations Roosendaal, Geertruidenberg, Waalwijk en Tilburg Zuid hebben extra groot belang bij maatregelen (vanwege grotere opwekpiek (vooral door zon) dan vraagpiek. Door verlagen hoge opwekpiek kunnen mogelijk dure en tijdrovende uitbreidingen voorkomen worden

•

In het noordwesten van de regio en bijv. stations Etten-Leur en Woensdrecht is nog ruimte voor extra opwek 7

47

Bijlagen

4. Aanbevelingen Acties zijn noodzakelijk Aanbevelingen •

Vanwege schaarste optimaal inzetten van mensen, materialen en ruimte

•

Zo veel mogelijk opwek met zo min mogelijk opgestelde capaciteit en uitbreidingen

•

Streven naar een betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem

•

Systeem efficiëntie maatregelen zijn noodzakelijk, hiermee kan veel winst worden behaald •

Betere verhouding wind/zon

•

Betere balans tussen opwek en afname, dichter bij elkaar en meer gelijktijdigheid

•

Rekening houden met beschikbare capaciteit bij bepalen opweklocaties

Aan te raden vervolgstappen •

Provinciale governance structuur inrichten incl. programmeringstafel en P-MIEK

•

Regio geeft aan welke gebieden echt belangrijk zijn voor haar doelstellingen

•

Ruimte beschikbaar stellen en ruimtelijke procedures en vergunningstrajecten waar mogelijk versnellen t.b.v. uitbreidingen 8

48

Bijlagen

Bijlage 6. Energie armoede bestrijding

Met clusters van gemeenten worden onderstaande proposities (door)ontwikkeld. Op deze manier ontstaan er meerdere bouwstenen waar gemeenten gebruik van kunnen maken binnen hun eigen aanpak: 1 Klusdienst georganiseerd i.s.m. de woningcorporaties. • In het kort: Een lokaal georganiseerde klussendienst. De aannemers waar de woningcorporaties mee samenwerken geven een team met klussers en een aanbod van maatregelen vorm. Dit team kan lokaal aangevuld worden met mensen ‘uit de kaartenbak’, statushouders en enthousiaste klussers (b.v. gekoppeld aan een energie coöperatie). • Doel: komen tot een uitgewerkte aanpak die door alle gemeenten gebruikt kan worden. • Status: de eerste klusbussen rijden (pilots). De opgedane ervaringen en uitgewerkte processen (b.v. mbt aanbesteding) worden gedeeld, zodat ook andere gemeenten kunnen aanhaken en de klusdienst lokaal kunnen organiseren. • Betrokken partijen: Gemeenten Oosterhout, Halderberge, Moerdijk, Drimmelen, Breda, Zundert en Steenbergen. Ook de woningcorporaties Thuisvester en Woonkwartier zijn aangesloten. 49

2 Collectieve inkoop klusdienst met een marktpartij • In het kort; Klusdienst voor kleine energiebesparingsmaatregelen organiseren met een marktpartij. • Doel: Er zijn meerdere marktpartijen actief die een klussendienst aanbieden. Om te voorkomen dat iedere gemeente die een marktpartij wil inschakelen een aanbestedingstraject moet doorlopen wordt een gezamenlijk aanbestedingstraject georganiseerd. • Status: De werkgroep is geformeerd en er wordt gewerkt aan 3 sporen: - Vormgeven collectief inkoopproces (incl. benodigde rollen): te begeleiden door het inkoopbureau West-Brabant; - Commitment van gemeenten op deelname: gemeenten hebben aangegeven of ze mee willen doen en met hoeveel woningen. Dit wordt concreter naarmate het proces vordert; - Opstellen programma van eisen. • Betrokken partijen: In de werkgroep zitten Roosendaal, Woensdrecht, Rucphen en Zundert. In totaal hebben 8 gemeenten interesse getoond.

3 Witgoedregeling • In het kort: oude koelkasten, vriezers, wasmachines e.d. die kunnen worden ingewisseld tegen een energiezuinige variant. • Doel: komen tot een blauwdruk. Uitgangspunt is dat gemeenten, of clusters van gemeenten, zelf een witgoedregeling opzetten en dat deze blauwdruk een overzicht geeft van de onderdelen die aan bod moeten komen. En dat er ook keuzes geboden worden om hier invulling aan te geven. • Status: Blauwdruk komt in maart beschikbaar. • Betrokken partijen: werkgroep bestaat uit de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Zundert, Altena en Bergen op Zoom. 4 Concept ‘uit ons dak’ – zonnepanelen voor huurders en sociale koop met SCE-regeling • In het kort: zonnepanelen voor huurders en sociale koop met SCE-regeling. • Doel: verder uitwerken/uitbreiden en opschalen van de werkwijze die nu al gehanteerd wordt door Thuisvester en Woonkwartier. • Status; eerste bijeenkomst wordt nu georganiseerd. • Betrokken partijen; woningcorporaties in West-Brabant.

Bijlagen

5 Pool van sociale energiecoaches • In het kort; Het tegengaan van energiearmoede is niet alleen op te lossen met de realisatie van maatregelen of het aanbieden van een witgoedregeling. De oplossing zit deels ook in het gedrag van mensen. • Doel: In samenwerking met de lokale energiecoöperaties en gekoppeld aan de klusdienst wordt een propositie ontwikkeld voor een pool van sociale energiecoaches. Die de expertise hebben m.b.t. het onderdeel gedrag. • Status: definitiefase. De vraag die op tafel ligt is wat de ‘sociale energiecoach’ precies is en hoe deze zich verhoudt tot de andere rollen (energiecoaches van gemeenten en energiecoöperaties en sociaal domein). • Betrokken partijen: gemeente Steenbergen & Altena.

50

Bijlagen

Bijlage 7. Transitievisies warmte Stand van zaken per oktober 2022 met de fasering van de Wijkuitvoeringsplannen. GEMEENTE

TRANSITIEVISIE WARMTE VASTGESTELD

FASERING WUP

Alphen-Chaam

MAATREGELEN Gemeente brede aanpak besparen, isoleren, verkennen

Altena

Voor 2030 starten

Aardgasvrij en Aardgasvrij ready

Baarle-Nassau

Gemeente brede aanpak besparen, isoleren, verkennen

Bergen op Zoom

Aardgasvrij ready

Breda

8 wijken voor 2030

Aardgasvrij en Aardgasvrij ready

Drimmelen

Vanaf 2023

Ontwikkeling 2 WUP's

Etten-Leur

Vanaf 2022

Isolatie

Geertruidenberg

Vanaf 2022

Verkennen en isoleren

Halderberge

Vanaf 2022

Verkenning

Moerdijk

Vanaf 2022

Isolatie en verkenning

Oosterhout

Vanaf 2022

Isoleren, mogelijkheden Aqua-/Geothermie toetsen, verkenning

Roosendaal

Vanaf 2022

Aardgasvrij en Aardgasvrij ready, isoleren, onderzoek warmtenet

Rucphen Steenbergen

Start WUP In 2023

Woensdrecht

Vanaf 2022

Verkennen en isoleren

Vanaf 2022

Verkennen en informeren

Zundert

51

Gemeente brede isolatie aanpak

Aanwezig

Niet aanwezig

In ontwikkeling

Niet van toepassing of onbekend Bijlagen

Bijlage 8. Toelichting op ontwikkelingen Moerdijk

Gebiedsgericht Moerdijk In het kort: Moerdijk heeft als bedrijventerrein van nationaal belang een andere schaal dan de andere bedrijventerreinen in onze regio. Er wordt zeer veel energie verbruikt, er wordt al veel energie opgewekt, en er is bovendien nog een grote potentie voor grootschalige opwek via zon op dak. In eerste instantie was de actietafel Gebiedsgericht Moerdijk bedoeld om in die constellatie te zoeken naar lokale kansen om ondanks transportschaarste toch duurzaam te kunnen blijven ontwikkelen. In het afgelopen jaar is echter duidelijk geworden dat er in de omgeving van industrieterrein Moerdijk in de komende decennia nog zeer veel extra energie-infrastructuurprojecten van nationaal, provinciaal en regionaal belang zullen worden ontwikkeld. Deze nieuwe infrastructuur is noodzakelijk voor de verduurzaming van de bestaande industrie en bedrijven, en bovendien randvoorwaardelijk voor de verdere verduurzaming van bijvoorbeeld de gebouwde omgeving en mobiliteit. En biedt naar verwachting voldoende netcapaciteit, waardoor het oorspronkelijke doel van de actietafel minder relevant is geworden. Gelijktijdig lopen er vanuit andere invalshoeken wel een aantal andere gebiedsgerichte processen, met een relatie met de RES:

52

Pilot MIEK regio Moerdijk De nieuwe energie-infrastructuurprojecten komen samen in een gebied globaal tussen industrieterrein Moerdijk en Geertruidenberg. Dat maakt dat de regio Moerdijk-DrimmelenGeertruidenberg als geheel te maken krijgt met een forse maatschappelijke opgave in de duurzame energievoorziening van de toekomst. Veel van de verschillende opgaven en projecten

kennen grote onderlinge afhankelijkheden. En bovendien slaan al deze opgaven en projecten neer in een relatief klein en vol gebied. Ze beconcurreren elkaar om beschikbare (fysieke en milieu-)ruimte. Een gebied waarin in de verdere toekomst bovendien ook nog ruimte nodig is voor de grondstoffentransitie én voor andere opgaven op gebied van verstedelijking, leefbaarheid, mobiliteit en recreatie. De gezamenlijke

Bijlagen

constatering is dat er vanuit de afzonderlijke projecten onvoldoende integraal gewerkt wordt: alle projecten kennen hun eigen planning, uitvoeringstempo, trajecten voor vergunningaanvragen, omgevingscommunicatie, etc. Vanuit de individuele opgaven bezien een logische aanpak. Echter deze projectmatige aanpak heeft als belangrijkste risico dat projecten elkaar onderling beconcurreren in plaats van gezamenlijk te versnellen op weg naar een klimaatneutraal industrieel cluster. Een integrale aanpak is cruciaal vanwege de gezamenlijke opgave en de onderlinge afhankelijkheden tussen projecten. Hierbij dienen projecten niet alleen in samenhang te worden bezien, er is ook afstemming nodig tussen de verschillende projecten (inhoud) en trajecten (timing). Om die reden zijn Provincie Noord-Brabant, ministerie van EZK, Havenbedrijf Port of Moerdijk en de gemeenten Geertruidenberg, Drimmelen en Moerdijk gezamenlijk de Pilot MIEK regio Moerdijk gestart. Dit is een aanvulling op het nationale MIEK en het provinciale MIEK. Binnen het nationale MIEK staat de versnellingsopgave centraal, met name voor infrastructuur die noodzakelijk is voor de industrie. In het provinciaal MIEK staan de energie-opgaven van de andere sectoren centraal. In de pilot MIEK regio Moerdijk richten we ons op het versnellen van de totale opgave, vanuit een integrale gebiedsaanpak.

53

Project Grote Oogst Moerdijk was ook onderdeel van ‘De Grote Oogst’ benadering van de provincie en daarmee ook mogelijke leereffecten voor andere bedrijventerreinen. • Doel is zicht krijgen op de meerwaarde van een lokaal energienet Moerdijk in termen van duurzame opwek elektriciteit, restwarmte, CO2 reductie en te vermijden netinvesteringen. • Betrokken partijen: Trekkerschap vanuit lopende project De Grote Oogst (projectleider provincie). Verder betrokken o.a. gemeente Moerdijk, Rabo, Havenbedrijf Moerdijk, VNO NCW Brabant, BOM, SHELL, REWIN en Circular Biobased Delta. • Inbreng en koppeling MIEK vanuit RES programmateam.

Bijlagen

Bijlage 9. Stand van zaken adviezen Burgerforum

ONDERWERP EN ADVIES

STAND VAN ZAKEN

Energiebronnen:

1.

Duidelijke normen toepassen voor bepalen veiligheid en beschermen gezondheid

Onder de aandacht brengen bij NP RES

2.

Voor de korte termijn is het logisch om op zon en wind in te zetten, voor de lange termijn ook andere bronnen onderzoeken en daar tijdig en open over communiceren

Meenemen bij RES 2.0

3.

Meer aandacht voor afval/recycling van materialen na levensduur van duurzame opwek

Onder de aandacht brengen bij NP RES

4.

Groen gas als serieuze optie onderzoeken voor de zuidelijke helft van West-Brabant

Besproken in klankbordgroep, krijgt vervolg al bij uitvoering RES 1.0

Energienet en opslag:

5.

Verlagen van piekbelasting door energie (tijdelijk) op te slaan

Geagendeerd in de leer-en ontwikkelagenda RES WB

6.

Energiehubs stimuleren

Is een actietafel

7.

Stimuleren kleinschalige opslag van energie bij particulieren

Geagendeerd in de leer- en ontwikkelagenda RES WB

8.

Cable pooling stimuleren

In proces RES 2.0 meenemen

Landschap en ruimte

9.

Locatie voor opwek kiezen op basis van kenmerken van het landschap

In proces RES 2.0 meenemen

10. Logische verdeling op basis van mogelijkheden van het netwerk

In proces RES 2.0 meenemen

11. Logische nationale verdeling

Onder de aandacht brengen bij NP-RES en in proces RES 2.0 meenemen

Betrekken van inwoners

12. Actief benaderen van inwoners via alle kanalen

Podcastverkenning loopt

13. Meer collectief organiseren van verduurzamings- en besparingsopgaven in de gebouwde omgeving

Meegenomen in armoedebestrijding, loopt, uitwerking van proposities

14. Delen lusten en lasten, op het moment dat er grootschalige opwek bij jou in de buurt komt, dan moet je daar ook van profiteren en hulp krijgen bij eventuele problemen die je ondervindt

Meenemen bij proces RES 2.0

Energietransitie algemeen

15. Stimuleren van OV in gebruik, maar ook in infrastructuur

Doorzetten naar andere overlegtafels o.a. Provinciaal Ruimtelijk Voorstel

16. Grootgebruikers stimuleren bewuster met energieverbruik om te gaan

Onder de aandacht brengen bij NP-RES en Cluster EnergieStrategie (CES) Rotterdam-Moerdijk en CES Cluster 6

17. Nationaal/lokaal belang prevaleert boven buitenlands belang

Onder de aandacht brengen bij NP-RES

54

Bijlagen

Dit is een voortgangsrapportage van de RES 1.0 van West-Brabant. De RES is een samenwerking van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht, Zundert, waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland, provincie Noord-Brabant en Enexis. Voor deze eerste voortgangsrapportage zijn gesprekken gevoerd met het RES-programmateam, het RES-team (ambtelijke betrokkenen), leden van de klankbordgroep (vanuit het bedrijfsleven) en enkele sessies met de RES-stuurgroep en RES-kopgroep. Ook is intensief gewerkt aan de actualisatie van de cijfers in onze RES-monitor West-Brabant. Tot slot hebben in 2022 een Inwonersdialoog en Burgerforum plaatsgevonden en de adviezen van bewoners hieruit, zijn te vinden in deze rapportage.

TEKST:

MK (Royal HaskoningDHV)

VORMGEVING: AT (Royal HaskoningDHV) ILLUSTRATIES: Code Groen DATUM:

Mei 2023

West-Brabant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13086905/1