CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel tot vaststellen van de Geurgebiedsvisie, de Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder.

Gemeenteraad (openbaar) 29 juni 2022, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de Geurgebiedsvisie, de Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder.2.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Commissie R&E: Raadsvergadering: Behandelend medewerker: Cluster: Afdeling

14 juni 2022 29 juni 2022 Toon Van den Wijngaard Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke ontwikkeling

Agendapunt: Portefeuillehouder: Programma:

Wethouder van Tilborg Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

Voorstel tot vaststellen van de Geurgebiedsvisie, de Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder.

1. Samenvatting Aanleiding: Met deze Geurgebiedsvisie, Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen geurhinder willen we meer perspectief bieden aan gestopte en nog te stoppen boeren én voor de boeren die doorgaan. Ook is deze visie bedoeld om afwegingen te maken bij ruimtelijke initiatieven in het buitengebied en de kernrandzones. Gevraagde beslissing: 1. De Gebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij vast te stellen 2. De Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Baarle-Nassau 2022 vast te stellen 3. De Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen geurhinder gemeente Baarle-Nassau 2022 vast te stellen Beoogd effect: Met deze geurgebiedsvisie wordt voorgesteld om gebiedsgericht kaders vast te stellen voor het aspect geur vanuit stallen om te komen tot het gewenste woon- en leefklimaat voor zo’n gebied. Dit gaat dan om de geurbelasting van veehouderijen ten opzichte van woningen in de directe omgeving. Ook kan dan beoordeeld worden of een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling of functieverandering kan leiden tot aantasting van bestaande rechten van veehouderijen in de omgeving. Met de geurgebiedsvisie en de geurverordening en beleidsregel die hieruit voortkomen is het mogelijk om meer balans te brengen tussen enerzijds de actieve agrarische functies en de overige functies.

We willen hierbij nog opmerken dat het hiermee niet mogelijk is om direct emissies van o.a. ammoniak en stikstof te reguleren. De gemeenten kan geen eisen stellen aan de uitstoot van deze stoffen. De regelgeving voor uitstoot van ammoniak en stikstof ziet op de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000) en hiervoor zijn de Rijksoverheid en de Provincie het bevoegd gezag.

Zaaknummer: 374673

2. Onderbouwing, aanpak, uitvoering Hoe is het op dit moment geregeld? De gemeente Baarle-Nassau maakt momenteel rechtstreeks gebruik van de Wet geurhinder en veehouderij uit 2007. Met deze Wet gelden geurnormen voor de bebouwde kom en het buitengebied. Voor de bebouwde kom geldt een geurnorm van 3 Ou en voor het buitengebied geldt een geurnorm van 14 Ou. Hoe ziet de gebiedsgerichte aanpak er uit en wat willen we bereiken? We willen gebiedsgericht perspectief bieden voor de verschillende (niet) agrarische functies in het buitengebied. Hierbij leggen we per deelgebied vast welke mate van geurbelasting acceptabel is om te spreken van een acceptabel woon- en leefklimaat. Zo weten bewoners en gebruikers van het buitengebied waar ze aan toe zijn als ze een initiatief hebben voor functiewijziging. Dit geldt vooral bij verzoeken tot functiewijziging van stoppende of gestopte veehouderijen, maar ook voor initiatieven van veehouderijen die verder willen ontwikkelen. Voor de gebiedsindeling is als uitgangspunt de aanwezigheid van woningen en veehouderijen genomen in een bepaald gebied. Onderstaand schema geeft aan welke vier gebiedstyperingen leidend zijn:

Zaaknummer: 374673

Op basis van deze gebiedstyperingen is een vertaalslag gemaakt naar vier deelgebieden, namelijk de deelgebieden A, B, C en D. (zie de tabel hieronder). Hierbij is rekening gehouden met het onderscheid tussen bebouwde kom en buitengebied, en de gebieden die de provincie hanteert voor de ontwikkeling van veehouderijen. Deelgebied A is de bebouwde kom en de deelgebieden B, C en D zijn gelegen buiten de bebouwde kom, danwel het buitengebied. Zie hiervoor ook onderstaand schema met aansluitend de argumenten voor de voorgestelde normen. Hierbij is de eenheid “Ou” de geurconcentratie die wordt uitgedrukt in ouE/m3. Het percentage dat in deze tabel wordt genoemd is het percentage geurgehinderden. Een hinderpercentage van bijvoorbeeld 12% betekent dat in een bepaald gebied 12 % van de inwoners geurhinder kan ondervinden.

Welke normen stellen we voor en welke argumenten horen hierbij? Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting bedoeld van één veehouderij op een geurgevoelig object. Dit is in de meeste gevallen een (burger)woning in het buitengebied. Deelgebied A is de bebouwde kom. Hier wordt aangesloten bij de voorgrondgeurnorm die geldt volgens de Wet geurhinder en veehouderij. Die bedraagt in deze wet 3 Ou en 8 % geurgehinderden in de bebouwde kom. Deelgebied B zijn de kernrandzones zoals die ook wordt gehanteerd door de provincie met de Zone Beperking Veehouderij rond kernen. Hier dient terughoudend omgegaan te worden met de ontwikkeling/uitbreiding van veehouderijen. Ook de toename van geurbelasting moet worden voorkomen, danwel is een afname van de geurbelasting gewenst. Voorgesteld wordt daarom om voor deelgebied B een voorgrondnorm van 5 Ou vast te stellen. De huidige (wettelijke) norm is 14 Ou. Ook voor deelgebied C geldt dat deze door de provincie wordt aangemerkt als Zone Beperking Veehouderij. Deze gebieden liggen verderaf van de kernen en grenzen bijna overal aan deelgebied D. Voor deelgebied C wordt een voorgrondnorm van 8 Ou voorgesteld. Deze sluit aan bij de wettelijke norm voor het buitengebied in ‘niet concentratiegebieden’. Vanwege de beperkingen die vanuit de provinciale regels voor deze gebieden gelden achten we deze norm passend voor deze gebieden.

Zaaknummer: 374673

De deelgebieden D zijn de voormalige ‘landbouwontwikkelingsgebieden’ en de overige buitengebieden die als agrarisch kerngebied aangemerkt kunnen worden. In deze gebieden is het grootste gedeelte van de huidige veehouderijen gevestigd en aannemelijk is dat in deze gebieden de veehouderijen de komende jaren zullen blijven bestaan. Volgens de Wet geurhinder en veehouderij is in deze gebieden de voorgrondnorm 14 Ou. Voorgesteld wordt om in de deelgebieden D een voorgrondnorm van 10 Ou vast te stellen. De volgende argumenten liggen hieraan ten grondslag: 1. De provincie gaat in de (interim)omgevingsverordening uit van het maximaal hinderpercentage van 20%. Dit is de grens voor de cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting) van veehouderijen. Voorgesteld wordt om 20% geurgehinderden ook te gaan hanteren voor de voorgrondbelasting. Het geurhinderpercentage van 20% komt overeen met 10 Ou voorgrondbelasting. 14 Ou voorgrond komt overeen met 25% geurgehinderden. 2. Veehouderijen die willen ontwikkelen/uitbreiden hebben meestal te maken met ruimtelijke aspecten om een dergelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Vanwege de rechtstreeks werkende regels in de provinciale verordening hebben deze veehouderijen ook direct met deze regels te maken. Concreet betekent dit dat een voorgrondnorm van 10 Ou geldt. Dit betekent tegelijkertijd dat de huidige 14 Ou sowieso niet benut kan worden. 3.

Veehouderijen in de deelgebieden D die zorgen voor een overbelaste situatie zitten niet ‘op slot’. Deze veehouderijen moeten bij een ontwikkeling sowieso maatregelen nemen om de overbelaste situatie terug te brengen. Dit kan door het toepassen van emissiearme stallen, emissiearme technieken en/of aanpassing van geuremissiepunten. Overigens is deze voorgrondnorm van 10 Ou niet van toepassing op voormalige (bedrijfs)woningen van veehouderijen (vab’s). Dan geldt alleen een vaste afstand van 50 meter. IV-bedrijven worden dus niet geraakt bij een norm van 10 Ou als het gaat om bescherming van voormalige (bedrijfs)woningen bij vab-locaties.

Zaaknummer: 374673

In de afbeelding hier onder is de begrenzing van de gebieden A tot en met D In Baarle-Nassau verbeeld. Deze kaart is ook als apart bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd.

Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting is de geurbelasting van meerdere veehouderijen samen op een voor geur gevoelig object. De achtergrondbelasting is van toepassing op de effecten van geurhinder uit stallen van veehouderijen op het woon- en leefklimaat in een gebied. Ontwikkelingen in het buitengebied die zien op nieuwe functies moeten getoetst worden aan de cumulatieve geurbelasting. Deze achtergrondbelasting is van belang bij ruimtelijke procedures zoals bestemmingsplannen/omgevingsplannen. Hiermee wordt vastgelegd welk niveau van cumulatieve geurhinder acceptabel is. Dit wordt ook wel het woon- en leefklimaat genoemd. Het voorstel is om voor de toetsing van het woon- en leefklimaat uit te gaan van: • Woningen die worden aangemerkt als een voor geurhinder gevoelig object. Het voorstel is om voor deze woningen in de deelgebieden A, B, C en D respectievelijk 10 Ou, 13 Ou, 20 Ou en 20 Ou als bovengrens voor de achtergrondbelasting vast te stellen. • Woningen bij een voormalige veehouderij en nieuwe woningen op een locatie van een voormalige veehouderij (vab’s), ruimte voor ruimte woning op een kavel van een voormalige veehouderij. Omdat het hier gaat om vab-woningen is het voorstel dat een soepelere achtergrondbelasting van 28 Ou in met name deelgebied D acceptabel is.

Zaaknummer: 374673

Hieronder een overzicht van de voorgestelde achtergrondnormen in de vier deelgebieden:

Raadplegen stakeholders en mogelijkheden voor inspraak Bij de voorbereiding en opstellen van deze visie hebben we overleg gevoerd met ZLTO BaarleNassau, GGD en Natuurvereniging Mark en Leij. Ook hebben we de provincie Noord-Brabant geconsulteerd. Voor de inspraak hebben de stukken gedurende zes weken ter inzage gelegen en tijdens deze periode is de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen. De GGD heeft een zienswijze ingediend. Ook hebben we een zienswijze ontvangen van Natuurplein de Baronie. Deze organisatie werkt samen met Natuurvereniging Mark en Leij. Totaal zijn vijf zienswijzen ontvangen en we hebben een reactie ontvangen van de provincie NoordBrabant. We hebben alle zienswijzen samengevat en beoordeeld in de Nota van zienswijzen die als bijlage onderdeel uitmaakt van dit voorstel. De algehele conclusie is dat dat de zienswijzen geen aanleiding geven om de normen die gesteld worden in de Verordening en de Beleidsregel aan te passen. Wel geeft zienswijze 3 (Van Dun Advies) aanleiding om paragraaf 6.3 van de geurgebiedsvisie aan te passen. Dit is zienswijze 3.3 in de Nota van zienswijzen en die gaat over de criteria die in de visie gesteld worden voor plattelandswoningen.

Als gevolg van deze zienswijze wordt met de Nota van zienswijze voorgesteld om het criterium van ‘minimale afstand van 25 meter tussen plattelandswoning en stallen’ aan te passen naar ‘minimale afstand van 25 meter tussen bedrijfswoning en dichtstbijzijnde emissiepunt van de stallen’. Hiermee wordt beter aangesloten bij de praktijk. Voor het bepalen van de geurbelasting is bij mechanisch geventileerde stallen immers het dichtstbijgelegen emissiepunt bepalend en deze liggen over het algemeen verder van de (plattelands)woning dan de gevel van de stal. Ook geeft zienswijze 4 (GGD) aanleiding om een tekstuele correctie van paragraaf 3.5.1 van de visie door te voeren. In deze paragraaf stond dat de gezondheidskundige advieswaarde voor fijnstof (PM10) 25μg/m3 bedraagt. Dit moet zijn 15 μg/m3.

Zaaknummer: 374673

Tenslotte geeft de reactie van de provincie aanleiding om paragraaf 2.1.2 van de visie aan te passen. In deze paragraaf staat dat 1 januari 2025 genoemd als beëindigingsdatum voor nertsenhouderijen. Deze datum is vervroegd waardoor alle nertsenhouderijen al op 21 maart 2021 moesten zijn beëindigd. Zienswijze 9.1 van de Nota van zienswijzen gaat hier op in. Overigens is dit niet direct van toepassing op onze gemeente omdat er in onze gemeente geen nertsenhouderijen aanwezig waren. Voor een volledig overzicht van de zienswijzen en de beoordeling hiervan verwijzen we u naar de bijgevoegde Nota van zienswijzen die het college op 1 maart 2022 heeft vastgesteld.

3. Alternatieven Met dit instrumentarium en de hierbij behorende geurnormen beogen we op het gebied van geur vanuit agrarische stallen om meer balans te creëren tussen agrarische bedrijvigheid en overige functies in het buitengebied. Een alternatief is om hiervoor andere normen vast te stellen. Het college is van mening dat met deze normen op langere termijn ruimte blijft bestaan voor agrarische bedrijven, met een woon- en leefklimaat dat acceptabel is voor de desbetreffende deelgebieden.

4. Lasten, baten en dekking Deze geurgebiedsvisie is opgesteld door het adviesbureau Pouderoyen Tonnaer. De lasten hiervan waren opgenomen in de begroting 2021. Na vaststelling van deze stukken worden ze toegepast bij vergunningverlening en ruimtelijke plannen. Dan zijn geen lasten meer voorzien in relatie tot het opstellen van dit beleid. 5. Relatie met Baarle-Hertog Met Baarle-Hertog is besproken dat het college voornemens is om dit voorstel aan uw raad te doen. Hoewel er in België andere wet- en regelgeving voor geur geldt dan in Nederland is de afspraak gemaakt dat rekening wordt gehouden met voor geur gevoelige objecten aan beide zijden van de grens. Zo zullen vanuit Nederland voor geur gevoelige objecten die in België zijn gelegen, beoordeeld worden volgens de Nederlandse regelgeving. Andersom geldt hetzelfde voor, voor geur gevoelige objecten die gelegen zijn in Nederland en voor geur in de invloedsfeer liggen van Belgische veehouderijen.

6. Relatie ABG-Organisatie Voor de gemeenten Alphen-Chaam en Gilze en Rijen is deze visie ook opgesteld met dezelfde geurnormen. Vaststelling in Alphen-Chaam is voorzien op 10 maart 2022. In Gilze en Rijen zal vaststelling plaatsvinden na de komende gemeenteraadsverkiezingen

7. Risico’s Er staat tegen het vaststellen van de Geurgebiedsvisie, de Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder geen bezwaar/beroep open. Wel kan te zijner tijd bezwaar worden gemaakt tegen verleende vergunningen waarin dit geurbeleid wordt toegepast.

Zaaknummer: 374673

8. Vervolg Indien uw raad instemt met dit voorstel zullen de stukken gepubliceerd worden. Deze treden dan één dag na publicatie in werking. Tegen het vaststellen van de Geurgebiedsvisie, de Verordening geurhinder en veehouderij en de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen geurhinder staat geen bezwaar/beroep open.

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BAARLE-NASSAU

M. Tromp secretaris

-

M.H.M.R. de Hoon- Veelenturf burgemeester

Bijlage(n): Gebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij Verordening Wet geurhinder en veehouderij gemeente Baarle-Nassau 2022 Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen geurhinder gemeente Baarle-Nassau 2022 Nota van zienswijzen

Zaaknummer: 374673

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BAARLE-NASSAU; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 374673;

besluit: 1. De Gebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij vast te stellen 2. De Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Baarle-Nassau 2022 vast te stellen 3. De Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen geurhinder gemeente Baarle-Nassau 2022 vast te stellen

Aldus besloten in de openbare vergadering van 29 juni 2022

DE GEMEENTERAAD VAN BAARLE-NASSAU

H.C. Veraart Griffier

M.H.M.R. de Hoon-Veelenturf Voorzitter

Zaaknummer: 374673

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11483190/1