Toelichting - Bijlage 7 Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
RAPPORT Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten
Opdrachtgever Elings Zwanenburgseweg 6a 5473 KT Heeswijk-Dinther Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM18002 Status rapport Definitief
Autorisatie Opsteller rapport: Contactgegevens Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
paraaf
ir. G. Hovens ir. J.P.M. Hovens (Faunaconsult) Kwaliteitscontrole: Ing. T. Thijssen
datum 13 juli 2018
paraaf
datum 16 juli 2018
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .................................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer....................................................................................................................................... 4 2. WET- EN REGELGEVING 5 2.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 5 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden ....................................................................................... 5 2.3 Natuurnetwerk Nederland .............................................................................................................. 5 2.4 Beschermde planten en dieren ...................................................................................................... 6 3. WERKWIJZE 7 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ...................................................................... 7 3.2 Werkwijze quickscan ...................................................................................................................... 8 4.
AANWEZIGE BESCHERMDE NATUURWAARDEN 9 4.1 Beschrijving plangebied.................................................................................................................. 9 4.2 Natura 2000-gebieden .................................................................................................................. 10 4.3 Natuurnetwerk Brabant ................................................................................................................ 11 4.4 Overige beschermde gebieden .................................................................................................... 13 4.5 Beschermde planten en dieren .................................................................................................... 13 5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 16 5.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 16 5.2 Natuurnetwerk Brabant ................................................................................................................ 16 5.3 Beschermde planten en dieren .................................................................................................... 16 6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 18 6.1 Natura 2000 .................................................................................................................................. 18 6.2 Natuurnetwerk Brabant ................................................................................................................ 18 LITERATUUR 19 BIJLAGE 1. Toelichting per beschermingsregime 20
Pagina 2 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
In opdracht van Elings heeft Aeres Milieu in samenwerking met Faunaconsult een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op Landgoed de Postel in Ulicoten (gemeente Baarle-Nassau, provincie Noord-Brabant), zie figuur 1.1. Het landgoed wordt uitgebreid. Vervolgens zullen er twee woningen worden gebouwd en een vijver met een bosje en grasland worden aangelegd.
Figuur 1.1. De begrenzing van het landgoed (rood omlijnd). De drie percelen die worden heringericht zijn rood transparant weergegeven; de twee nieuw te bouwen woningen zijn weergegeven met een wit rechthoekje. De gele stip geeft de locatie weer van een tijdens het veldbezoek aangetroffen steenuilennestkast. De blauwe stip geeft de locatie van een torenvalkenkast weer. De paarse stip geeft de locatie waar meer dan 3 jaar geleden een onbekende uil heeft gebroed (vermoedelijk steenuil of kerkuil). Bron: Google Maps.
De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.
Pagina 3 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
1.2
Doel en status van dit document
Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving. 1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000- gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wnb. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.
Pagina 4 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
2.
WET- EN REGELGEVING
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Flora- en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. 2.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten.
Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Verder verandert er voor Natura-2000 gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000-gebieden en daardoor beschermd door de Wnb.
Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5. 2.3
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Pagina 5 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten panEuropees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5. 2.4
Beschermde planten en dieren
De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime): - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken.
- Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb); - Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016a). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.
Pagina 6 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
3.
WERKWIJZE
3.1
Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden
Landgoed De Postel zal worden uitgebreid. Op twee locaties zal een woning met tuin worden aangelegd (deze percelen zijn elk circa 1500 m2 groot). Op een derde perceel zal een vijver worden aangelegd (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie. Bron: Aeres Milieu.
Pagina 7 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
3.2
Werkwijze quickscan
Deze quickscan natuurwetgeving is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Op 5 juli 2018 heeft Faunaconsult het plangebied en de omgeving ervan bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij werden beschermde planten op naam gebracht en werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. De vijver ten noordwesten van perceel 1 (buiten het plangebied) is tijdens het veldbezoek bemonsterd met een steeknet van 70 cm breed. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Synbiosys alterra (www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase). - RAVON (www.ravon.nl). Verspreidingsgegevens van amfibieën, reptielen en vissen. - FLORON (www.floron.nl) - SOVON (www.sovon.nl) - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl) - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl)
Pagina 8 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
4.
AANWEZIGE BESCHERMDE NATUURWAARDEN
4.1
Beschrijving plangebied
Het plangebied (zie figuur 1.1) ligt in het buitengebied, ten zuidwesten van Ulicoten en bestaat uit 3 afzonderlijke percelen, genummerd 1 t/m 3 in figuur 1.1. Percelen 1 en 2 liggen aan de Postelsestraat. De omgeving van de drie percelen is landelijk, bestaande uit bos, akkers en weilanden. Perceel 1 (zie grote foto voorzijde) bestaat uit grasland met wat opslag van wilg en soorten als gewone bereklauw, braam, gestreepte witbol, grote brandnetel, grote kattenstaart, gewone wederik, paardenbloem en hondsdraf. Aan de zuidoostzijde van perceel 1 staat een beukenhaag (zie figuur 4.1.1.), ten zuidoosten van deze haag ligt een weg en een maïsakker. Aan de westzijde (naast de Postelsestraat) bevindt zich een rij zomereiken. Ten westen van perceel 1 ligt een poel, die tijdens het veldbezoek is bemonsterd.
Figuur 4.1.1. Foto van perceel 1.
Perceel 2 bestaat uit een maïsakker (zie kleine foto rechtsonder op de voorzijde van dit rapport en figuur 4.1.2). Ten noorden hiervan ligt grasland, ten zuiden hiervan ligt een maïsakker, ten westen van perceel 2 ligt perceel 3 en ten oosten van perceel 2 ligt de Postelsestraat met aan de overzijde een maïsakker. Langs de oostzijde van perceel 2 ligt een droogstaande greppel met planten als grote brandnetel, braam, gewone berenklauw en haagwinde.
Pagina 9 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Figuur 4.1.2. Foto van perceel 2..
Perceel 3 bestaat voor een gedeelte uit maïsakker en voor een gedeelte uit gazon (zie kleine foto linksboven op de voorzijde van dit rapport). In perceel 3 staan verder een ruwe berk en 2 zomereiken. Ten noorden van perceel 3 bevindt zich een gazon en aan de oost- en zuidzijden ligt een maïsakker. Ten noordwesten van dit perceel bevindt zich een weiland dat door koeien wordt begraasd en ten noordoosten van perceel 3 bevindt zich een schuur. 4.2
Natura 2000-gebieden
Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ ten noorden van het plangebied is het meest nabijgelegen Natura 2000gebied, op een afstand van ruim 12 kilometer van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op nog grotere afstand van het plangebied, evenals Wetlands (zie figuur 4.2).
Pagina 10 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Figuur 4.2. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden ‘Ulvenhoutse Bos’, ‘Regte Heide & Riels Laag’ en ‘Kempenland-West’ (geel weergegeven). Bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000.
4.3
Natuurnetwerk Brabant
Op circa 75 meter ten westen van perceel 3 van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit bestaat uit het beheertype ‘Kruiden- en faunarijk grasland’ (zie figuur 4.3).
Pagina 11 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Figuur 4.3. Ligging van de drie om te vormen percelen in het plangebied (roze omlijnd) ten opzichte van het NNB. De rode lijn geeft de grens Nederland – België weer. Bron: website Provincie Noord-Brabant (http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/). Beheertypes: Groen = N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland Blauw = L01.01 Poel en kleine historische wateren
Pagina 12 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
4.4
Overige beschermde gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit van een Nationaal Landschap, wetlands of overige beschermde natuurgebieden. 4.5
Beschermde planten en dieren
Vogels In de drie deelgebieden van het plangebied zijn geen bebouwing of holle bomen aanwezig; jaarrond beschermde nesten van huismussen en gierzwaluwen zijn dus afwezig. Ook andere jaarrond beschermde vogelnesten zijn afwezig. Wel werd net ten zuidwesten van perceel 1 een steenuilennestkast waargenomen (zie figuur 1.1.). Deze nestkast wordt echter niet bewoond door een steenuil, maar aan het nestmateriaal, dat onderaan de boom lag, te zien door een kauw of duif (zie figuren 4.5.1 en 4.5.2).
Figuur 4.5.1. De steenuilennestkast ten zuidwesten van perceel 1.
Figuur 4.5.2. Nestmateriaal van duif en/of kauw onder de steenuilennestkast. Pagina 13 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
In de schuur net ten noorden van perceel 3 heeft volgens de eigenaar (familie Van den Brandt, adres Postelsestraat nr. 8) al minstens 3 jaar geen uil meer gebroed. Waarschijnlijk betrof het hier een steenuil of kerkuil. De locatie van het verlaten uilennest is weergegeven in figuur 1.1. Verder is er een torenvalkenkast aanwezig op zo’n 72 meter ten noordwesten van perceel 3. Waarschijnlijk broeden er in het broedseizoen wel algemeen voorkomende vogels zoals de merel in de opgaande vegetaties in het plangebied. Zoogdieren Zoals hierboven al vermeld zijn in de drie deelgebieden van het plangebied geen gebouwen of holle bomen aanwezig. Er zijn dus geen vleermuisverblijven in het plangebied aanwezig. Wel fungeren de bestaande lanen met zomereiken op het landgoed mogelijk wel als foerageergebied en vaste vliegroute van vleermuizen. Vaste vliegroutes van vleermuizen worden onder de Wet natuurbescherming als vaste voortplantings- of rustplaatsen gezien. Een aantal vleermuissoorten is daarom in tabel 4.5 opgenomen. De voor de aanleg van de vijver te kappen bomen in perceel 3 maken geen belangrijk onderdeel uit van een vaste vliegroute of belangrijk foerageergebied van vleermuizen. Dassenburchten of sporen van dassen zijn in de drie percelen afwezig. Sporen, wissels, uitwerpselen etc.
van zoogdieren, die behoren tot de categorieën ‘Internationaal beschermde soorten’ zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Planten In het plangebied werden tijdens het veldbezoek alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). Amfibieën en andere soorten Wateren die als voortplantingswater voor amfibieën kunnen dienen, zijn in het plangebied zelf afwezig. Wel is het mogelijk dat meerdere algemene amfibieënsoorten de begroeide delen van het plangebied als landhabitat gebruiken. De poel die ten noordwesten van perceel 1 ligt, is tijdens het veldbezoek bemonsterd (zie figuur 4.5.3), om te kijken of hierin bijzondere amfibieën in voorkomen. Hierin werden echter alleen tiendoornige stekelbaars (niet beschermd) en middelste groene kikker aangetroffen. Reptielen zijn in het plangebied afwezig en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.5 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben.
Pagina 14 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Figuur 4.5.3. De poel ten noordwesten van perceel 1. Nederlandse naam en wetenschappelijke naam
Vogels met jaarrond beschermd nest
Internationaal beschermde soorten
Overige beschermde soorten
Aardmuis (Microtus agrestis)
X
Bosmuis (Apodemus sylvaticus)
X
Bosspitsmuis (Sorex araneus)
X
Huisspitsmuis (Crocidura russula)
X
Veldmuis (Microtus arvalis)
X
Haas (Lepus europeus)
X
Konijn (Oryctolagus cuniculus)
X
Egel (Erinaceus europaeus)
X
Gewone pad (Bufo bufo)
X
Bruine kikker (Rana temporaria)
X
Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
X
Grootoorvleermuis (Plecotus auritus)
X
Laatvlieger (Eptesicus serotinus)
X
Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)
X
Tabel 4.5. (Potentieel) in het gebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.
Pagina 15 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
5.
MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN
5.1
Natura 2000
Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ op een afstand van ruim 12 kilometer van het plangebied. Ook liggen tussen het ‘Ulvenhoutse Bos’ en het plangebied een aantal provinciale wegen en de snelweg A58. Hierdoor verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen direct effect op bovengenoemde Natura 2000-gebieden. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied is opgenomen in de zogenaamde PAS (Programma Aanpak Stikstof), omdat er tenminste één stikstofgevoelig habitattype in voorkomt, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw van de twee nieuwe woningen zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Er komt namelijk stikstof vrij bij de verbranding van kachels en verbrandingsmotoren, zoals CV-ketels en verbrandingsmotoren in gemotoriseerd verkeer. Vanwege de afstand tussen het ‘Ulvenhoutse Bos’ en het plangebied verwachten wij echter geen significant effect op dit Natura 2000-gebied. 5.2
Natuurnetwerk Brabant
Op circa 75 meter ten westen van perceel 3 van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit bestaat uit het beheertype ‘Kruiden- en faunarijk grasland’. De bouw van de twee woningen en de aanleg van de vijver hebben naar verwachting geen negatief effect op het NNB. 5.3
Beschermde planten en dieren
Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood. De lanen met zomereiken op het landgoed fungeren mogelijk als onderdeel van een foerageergebied en/of vaste vliegroute van vleermuizen. Deze zomereiken worden echter niet gekapt. Het plaatsen van vleermuisonvriendelijke buitenverlichting bij perceel nabij deze bomen kan wel een belangrijke verstoring voor vleermuizen opleveren. Overigens worden er ook nieuwe zomereiken bij percelen 2 en 3 aangeplant (zie figuur 3.1). Als er bomen en struiken tijdens het broedseizoen worden verwijderd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. Ten noordwesten van perceel 3 bevindt zich een torenvalkenkast. De voorgenomen aanleg van een vijver en aanleg van opgaand groen en grasland, zal eventueel in deze nestkast broedende torenvalken ten goede komen. In tabel 5.3 zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.
Pagina 16 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Soort Algemene in opgaande vegetaties broedende vogels Torenvalk Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën Vleermuizen
Beschermings regime Wnb Vogels
Art. 3.1 lid 1 X
Art. 3.1 lid 2 X
Art. 3.5 lid 1
Art. 3.5 lid 2
Art. 3.5 lid 3
Art. 3.5 lid 4
Art. 3.10 lid 1
Vogels Overige soorten
X
Internationaal X X beschermde soorten Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen. Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voorplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t.
B-soorten): het is verboden (c) vaatplanten van de B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Pagina 17 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
6.1
Natura 2000
Omdat de plannen hoogstwaarschijnlijk geen negatief effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden zullen hebben, is er geen vergunning nodig op grond van de Wnb. 6.2
Natuurnetwerk Brabant
Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. 6.3
Beschermde planten en dieren
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren, die tijdens het werk worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen Om verstoring te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van de laan met zomereiken die ten westen van perceel 1 ligt, alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af en omlaag gerichte verlichting of amberkleurige UV-vrije led armaturen. Algemeen voorkomende vogels: verwijderen van vegetatie buiten het broedseizoen In de opgaande vegetaties komen in het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd en waarvoor geen omgevingscheck nodig is.
Doden en vernielen van broedvogels/eieren/jongen moet worden voorkomen door het verwijderen van opgaande vegetaties buiten het broedseizoen uit te voeren (buiten de periode 15 maart – 15 juli). Door naleving van deze mitigerende maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen van de Wnb begaan.
Pagina 18 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
LITERATUUR
Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016a. Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Link: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/NoordBrabant/600901/CVDR600901_1.html Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016b. Verordening ruimte Noord-Brabant. Link: http://ruimtelijkeplannen.brabant.nl/?phID=7D0626EF-39CF-41B2-938D-3B97974B89A2 Provincie Noord-Brabant, 2016. Nieuwsbrief Wet natuurbescherming, december 2016.
Pagina 19 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
BIJLAGE 1. Toelichting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb) het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb) het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb) het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig
de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb). Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.
Dit betekent dat er: geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora of fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Pagina 20 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Internationaal beschermde soorten Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb) het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) het beschadigen en vernielen van de voorplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb) het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb) het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb). Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb).
Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; de ontheffing of vrijstelling nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben,
onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
Pagina 21 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Overige beschermde soorten Dit aanvullende beschermingsregime vloeit niet voort uit Europese wet- of regelgeving en beschermt alleen de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten.
Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; de ontheffing of vrijstelling nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal
van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
Pagina 22 van 23
Quickscan natuurwetgeving Landgoed de Postel in Ulicoten / AM18002
Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; -
-
-
ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang.
Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016)
Pagina 23 van 23