CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissie Ruimte en Economie 30 november 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Ingekomen stukken20.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.7.1

Gebiedsbescherming

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt deels onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied te zien ten opzichte van het NNN (groene vlakken).

Het deel van het NNN dat binnen het plangebied is gelegen, betreft een onderdeel van | bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 5 7

natuurgebied 'Het Merkske'. Het Merkske is een grensoverschrijdend beekdallandschap, gelegen tussen het Nederlandse Baarle-Nassau en het Vlaamse Hoogstraten. Lange tijd was dit grensgebied een vergeten hoek, waardoor het ontsnapte aan ingrepen van de mens. Het kleinschalig cultuurlandschap hier kenmerkt zich door een mozaïek van heidevelden, natte bloemrijke graslanden, akkers en bosjes rondom het 16 kilometer lange, kronkelende beekstelsel van Het Merkske.

Binnen het plangebied zal het NNN worden versterkt, zoals in hoofdstuk 3 en 4 van deze plantoelichting nader aan de orde is gekomen. De totale oppervlakte aan natuur zal zeker niet afnemen, doch zelfs toenemen en versterkt worden, in overleg met Staatsbosbeheer.

Natura 2000 Op onderstaande figuur zijn de in de omgeving van de Zigraeck 5 gelegen Natura 2000 gebieden in Nederland en België weergegeven.

Het plangebied is gelegen op ruim 700 m afstand van het Natura 2000-gebied in België (Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop). Dit Natura 2000-gebied betreft een vogelrichtlijngebied en PAS-gebied. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen en personen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de realisatie van het project. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar deze locatie. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2020 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator en is als bijlage toegevoegd. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 5 8

een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. Enige andere aantasting van Natura 2000-gebieden op deze ruime afstand zal als gevolg van het project ook niet plaatsvinden. In de volgende paragraaf zal ingegaan worden op mogelijke aantasting van flora en fauna.

5.7.2

Soortenbescherming

Met de Wet natuurbescherming (Wnb) wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wnb wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtliijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wnb, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wnb ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wnb zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en Faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders.

Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wnb kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd. Quickscan flora en fauna Uit de natuurgegevens van het gebied 'Baarle-Nassau - Merkske - Baarlebrug' welke zijn in te zien op www.waarnemingen.nl valt op te maken dat zich in het plangebied geen beschermenswaardige diersoort of plantensoort bevindt, althans dat over het afgelopen kalenderjaar geen soorten zijn waargenomen.

Op 20 januari 2020 is door FaunaConsult een rapportage opgesteld van de constateringen bij het veldwerk. In deze rapportage (welke integraal als bijlage is toegevoegd) zijn de volgende

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 5 9

conclusies en aanbevelingen gedaan: Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Wel geldt voor alle amfibieën en zoogdieren de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Algemene vogels Verstoring en vernietiging van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van opgaande vegetatie en het kappen van bomen buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Bosuil Met initiatiefnemer is afgesproken dat de in een te kappen boom aanwezige bosuilenkast voor 1 december naar een betere plek zal worden verplaatst, op minstens 4 meter hoogte. Omdat nesten van de bosuil niet jaarrond zijn beschermd, is hier geen ontheffing voor nodig.

Te allen tijde dient de algemene zorgplicht welke in artikel 3.5 van de Wnb is opgenomen, in acht te worden genomen.

5.8

Kabels, leidingen en straalpaden

Ruimtelijk relevante leidingen en straalpaden worden op de verbeelding en in de planregels geregeld. Leidingen met ongevaarlijke stoffen zoals hoofdwatertransportleidingen, afvalwatertransport-/rioolpersleidingen zijn in beginsel niet opgenomen in het bestemmingsplan, tenzij door de leidingbeheerder de noodzaak voor opname is aangetoond.

Het plangebied is niet gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen voor olie, gas of water en hoogspanningsleidingen. Voordat met graafwerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, zal initiatiefnemer een Klic-melding doen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de ligging van de gebruikelijke leidingen en kabels. Het plangebied is verder ook niet gelegen in een obstakelbeheer- of radarverstoringsgebied.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 0

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1

Waterbeleid

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Brabantse Delta. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Baarle-Nassau als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Brabantse Delta gelden daarbij de volgende uitgangspunten: afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; grondwateroverlast dient voorkomen te worden; een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening: de Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer.

De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'.

Hergebruik Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits door het hergebruik van bijvoorbeeld regenwater (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proef-projecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met 1000 of meer te bouwen woningen. Ook de recent aangescherpte regelgeving op dit vlak maakt het hergebruik van (regen)water niet snel haalbaar. Het onderhavige project is dan ook te kleinschalig om deze voorziening toe te passen.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 1

Infiltratie, buffering en afvoer Onderstaand is aangegeven hoe met deze aspecten wordt omgegaan.

6.2

Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Afvoerend verhard oppervlak en riolering Binnen het plangebied waartoe onderhavige ruimtelijke onderbouwing is opgesteld, vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats met 550 m² aan dakoppervlak (bij sloop en vernieuwbouw dient het gehele nieuwe gebouw te worden afgekoppeld).

Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, ecosysteem, hemel- en afvalwater.

Grondwater De omgeving wordt gekenmerkt door gronden behorend tot grondwatertrap VI. Voor deze grondwatertrap gelden de volgende grondwaterstanden: VI = H 40-80 L >120 De bodem bestaat ter plaatse uit zwak lemig fijn zand. De bij deze gronden voorkomende K-waarde ligt tussen de 0,45 en 0,75 m/dag en is daarmee voldoende doorlatend ten behoeve van hemelwaterinfiltratie. Tijdens veldinventarisatie is geconstateerd dat de feitelijke grondwaterstand gemiddeld op een diepte van 1,20 meter -mv zit. Momenteel wordt al het regenwater afgevoerd op de sloten op en rond het erf, alwaar het kan infiltreren. Vanwege de lage grondwaterstanden in de afgelopen periode is de GHG lange tijd niet meer bereikt. Voor de ruimtelijke inrichting is het van groot belang om te weten in welke gebieden kwel en infiltratie vóórkomt. Doordat in kwelgebieden een constante aanvoer van grondwater is, kennen deze gebieden weinig bergingsmogelijkheden in de bodem en zijn ze gevoelig voor (grond)wateroverlast. In infiltratiegebieden vindt het merdendeel van de grondwateraanvulling naar diepere watervoerende pakketten plaats. Volgens de Wateratlas Noord-Brabant is ter plaatse van het plangebied sprake van een infiltratiegebied.

Ecosystemen Het plangebied ligt niet in een bijzonder droog of nat ecosysteem. Tevens is het niet gelegen in een hydrologisch gevoelig natuurgebied.

Oppervlaktewater In het plangebied bevindt zich geen oppervlaktewater, anders dan een (zwem)vijver. Langs de | bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 2

grens van het woonperceel en verder in westelijke richting ligt een sloot, niet zijnde een waterloop welke voorkomt op de legger van het waterschap. In de toekomst wordt er ook niet voorzien in de aanleg van oppervlaktewater met een specifieke gebruikswaarde. In het plangebied bevinden zich ook geen zuiveringstechnische werken.

Uitsnede legger waterschap

HemeI- en afvalwater Binnen het plangebied wordt een verharde oppervlakte van circa 550 m² (dakoppervlak) aangebracht. Door de initiatiefnemer is gekozen om het hemelwater afkomstig van de nieuw te realiseren bedrijfsbebouwing te laten infiltreren in de ten westen van de nieuwbouw gelegen waterpartij. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de gekozen infiltratievoorziening wordt uitgegaan van een neerslaggebeurtenis T=10. Aangenomen wordt dat bij een dergelijke bui 32,6 mm neerslag valt in 1 uur en 42,9 (afgerond 43) mm in 4 uur. De te realiseren waterbergingsruimte kan dan berekend worden door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,043 m. Verder voorziet het project in een voorziening bij een extreme neerslaggebeurtenis. Hierbij is een neerslaggebeurtenis van T= 100 maatgevend, waarbij uitgegaan wordt van een bui van 84 mm met een duur van 2 dagen, waarbij er niets kan infiltreren. De te realiseren waterbergingsruimte kan dan berekend worden door de toename van het afvoerend verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met 0,084 m.

Kwantiteitsberekening en infiltratietijd Neerslag T=10 -> 43 mm neerslag/m2

Neerslag T=100 -> 84 mm neerslag/m2

Te infiltreren -> 550 m2 x 0,043 m = 24 m3

Te infiltreren -> 550 m2 x 0,084 m = 46 m3

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 3

Gekozen wordt voor het gebruik van de bestaande vijver op eigen perceel, welke vijver een oppervlak heeft van ten minste 600 m2 waardoor een neerslaggebeurtenis T=100 kan worden opgevangen. Een bui van T=100 staat ongeveer gelijk aan een stijging van de waterspiegel met minder dan 10 cm. Dit kan de vijver ruimschoots aan.

Voor de afvoer van bedrijfsafvalwater gelden de eisen zoals opgenomen in het activiteitenbesluit: infiltratie hiervan is niet toegestaan.

Bouwmaterialen De gemeente Baarle-Nassau streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de initiatiefnemer wordt daarom gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.

Concluderend kan gesteld worden dat door onderhavig project geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.

6.3

Overleg Waterschap

Gelet op het feit dat er sprake is van een 'attentiegebied - natuurnetwerk Brabant' dient vooroverleg plaats te vinden met het waterschap. Op 30 augustus 2019 is de reactie van het waterschap ontvangen; enkele onderdelen zijn aanleiding geweest om kleine aanpassingen aan het initiatief aan te brengen waardoor geheel aan de opmerkingen wordt tegemoet gekomen.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 4

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Kostenverhaal zal geregeld worden in een tussen de gemeente Baarle Nassau en de initiatiefnemer af te sluiten anterieure overeenkomst. Door de vaststelling van deze anterieure overeenkomst is het verhaal van de gemeentelijke kosten van de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden afdoende verzekerd. Tenslotte wordt ook een planschadeverhaalsovereenkomst zoals bedoeld in art. 6.4a Wro gesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Baarle Nassau komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 5

Hoofdstuk 8 Conclusie Uit deze toelichting blijkt dat er geen beletselen zijn om het project bestaande in de opschoning van de versnipperde bebouwingssituatie en realisatie van één nieuw bedrijfsgebouw voor de hoveniersactiviteiten, gecombineerd met verblijfsrecreatieve en natuureducatieve activiteiten, doorgang te laten vinden.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 6

Hoofdstuk 9 Juridische toelichting 9.1

Planstukken

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

9.2

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.

9.3

Toelichting op de regels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels.

INLEIDENDE REGELS Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 is een aantal noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen welke worden gebruikt in de regels. In artikel 2 wordt uiteengezet op welke wijze gemeten dient te worden.

BESTEMMINGSREGELS Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming. Natuur (Artikel 3) | bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 7

In artikel 3 is de bestemming Natuur opgenomen. Deze bestemming is met name bedoeld voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden en extensief dagrecreatief medegebruik. Recreatie (Artikel 4) In artikel 4 is de bestemming Recreatie opgenomen, bedoeld voor (verblijfs)recreatie welke met name gericht is op de natuurbeleving. Tevens zullen hier de bestaande hoveniersactiviteiten worden voortgezet, zij het in een nieuw bedrijfsgebouw, waarin tevens een educatiecentrum is gevestigd en waarin sanitaire voorzieningen zijn ten behoeve van het kampeerterrein. Bij de bedrijfswoning wordt het 'rustpuntje'gevestigd. Een en ander met de hierbij behorende voorzieningen. Waarde - Archeologie (Artikel 5) De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

ALGEMENE, SLOT- EN OVERGANGSREGELS Deze artikelen bevatten de bepalingen die op het hele plangebied betrekking hebben en burgemeester en wethouders de mogelijkheid bieden flexibiliteit in het plangebied te betrachten.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 8

Hoofdstuk 10 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid 10.1 Procedure Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro worden de provincie en het waterschap in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, provincie, waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht; 5. de gemeenteraad dient binnen 12 weken, na de ter inzage termijn beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door de Gedeputeerde Staten (GS) of de inspecteur een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling. Dit geldt tevens indien de gemeenteraad wijzigingen aanbrengt in het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan GS. Indien het Rijk of de provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn.

10.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het wettelijk overleg zal onder meer overleg plaatsvinden met Waterschap Brabantse Delta, provincie Noord-Brabant. Op 5 februari 2020 heeft het Waterschap gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan en heeft verzocht een kleine toevoeging in de plantoelichting op te nemen en binnen de bestemming 'Natuur' de waarde van water explicieter te benoemen. Deze aanvullingen zijn in onderhavig plan verwerkt. Op 20 april 2020 heeft de provincie Noord Brabant haar reactie op het

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 9

voorontwerpbestemmingsplan gegeven; naar aanleiding daarvan is verder overleg gevoerd omtrent de ambtshalve herbegrenzing/aanpassing van het NNB. De nota van vooroverleg is als bijlage aan de planstukken toegevoegd.

Omgevingsdialoog Iniatiefnemer heeft omwonenden op 23 augustus 2019 geïnformeerd over de plannen. Er zijn geen bezwaren geuit. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage toegevoegd.

Zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Het ontwerp-besluit tot wijziging van het bestemmingsplan heeft met ingang van <.....> voor de duur van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn <wel/geen> zienswijzen ingediend.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10661486/1