CConstaterende datBaarle Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissie Ruimte en Economie 30 november 2021, gemeente Baarle NassauBij agendapunt: Ingekomen stukken20.844 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zigraeck 5 Baarle Nassau

Pagina | 2

Verantwoording en Status

Titel:

Bestemmingsplan Zigraeck 5 gemeente Baarle-Nassau

Opdrachtgever:

Bastiaensen Tuinen v.o.f., Zigraeck 5, 5111 ES Baarle-Nassau

Identificatienummer:

NL.IMRO.0744.BPZigraeck5-ON01

Ontwerp:

14 september 2021

Definitief:

Post-en kantooradres: Steeg 12 5975 CE Sevenum

© 2021 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden veelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 3

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Het plangebied Voorgaande plannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied 2.1 2.1.1 2.1.2 2.2

5 5 6 6 7

8

Beschrijving plangebied e.o. Locatie plangebied Functionele structuur omgeving Cultuurhistorie en archeologie

8 8 11 11

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling

16

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Ruimtelijke ontwikkeling Projectbeschrijving Stedenbouwkundig ontwerp, architectuur en beeldkwaliteit Openbare ruimte, ontsluiting en parkeren Landschappelijke inpassing

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

16 16 21 22 23

25

Rijksbeleid NOVI Ladder duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Kwaliteit van Brabant Interim Omgevingsverordening Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan Visie Vrije tijdseconomie 2030 Omgevingsvisie

25 25 26 27 27 29 46 46 46 48

Hoofdstuk 5 Milieu-planologische aspecten

49

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.4 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.6

Milieu effect rapportage Geluidhinder Wegverkeerslawaai Railverkeer en industrielawaai Bodem- en grondwaterkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Risicovolle inrichtingen (Bevi) Vervoer gevaarlijke stoffen Besluit externe veiligheid buisleidingen Milieuzonering

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

49 49 49 50 50 51 52 52 54 54 54

Pagina | 4

5.6.1 5.7 5.7.1 5.7.2 5.8

Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Soortenbescherming Kabels, leidingen en straalpaden

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 6.2 6.3

Waterbeleid Waterhuishoudkundige situatie plangebied Overleg Waterschap

54 56 56 58 59

60 60 61 63

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

64

Hoofdstuk 8 Conclusie

65

Hoofdstuk 9 Juridische toelichting

66

9.1 9.2 9.3

Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

Hoofdstuk 10 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid 10.1 10.2

Procedure Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bijlagen Bijlage 1

Aeriusberekening

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

Bijlage 3

Natuurontwikkelingsplan

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Omgevingsdialoog verslag

Bijlage 6

Notitie landschappelijke inpassing taxatie

Bijlage 7

Nota vooroverleg

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

66 66 66

68 68 68

Pagina | 5

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Bastiaensen Tuinen v.o.f., vertegenwoordigd door de heer en mevrouw Bastiaensen, en sinds 1997 gevestigd aan de Zigraeck 5, 5111 ES te Baarle-Nassau (hierna ook: initiatiefnemer) is voornemens zijn hoveniersbedrijf gevestigd op voornoemde locatie planologisch correct te regelen en recreatieve- en horeca-activiteiten hier te ontwikkelen. Reeds in 2009 is een verzoek ingediend om in het toen in voorbereiding zijnde bestemmingsplan Buitengebied het bedrijf positief te bestemmen. Tevens is in de procedure van het bestemmingsplan Buitengebied een zienswijze ingediend. In het kader van de behandeling van deze zienswijze heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan bepaald dat het bedrijf positief bestemd diende te worden. Abusievelijk heeft deze positieve bestemming niet plaatsgevonden. In het kader van het bij de Raad van State ingediende beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is dit aanleiding geweest het bestemmingsplan op dit punt te vernietigen.

Thans geldt voor het plangebied deels het bestemmingsplan Buitengebied 2008 (vastgesteld op 6 juni 2009) waarin het plangebied de bestemming 'wonen' en 'agrarisch' heeft gekregen, en deels de beheersverordening 'Buitengebied Baarle-Nassau' welke op 11 december 2013 is vastgesteld als gevolg van de uitspraak van de Raad van State; voor een aantal locaties is de bestemming ‘Agrarisch, agrarisch bedrijf’ met de aanduiding ‘intensieve veehouderij (iv’) in het bestemmingsplan Buitengebied 2008 vernietigd. Voor betreffende locatie (ter plaatse van de natuur en bos-functie) is het bestemmingsplan “Buitengebied 1990” en de partiële herziening van 1994 het geldende bestemmingsplan. Om te kunnen voldoen aan de digitaliseringsverplichting heeft de gemeente besloten een beheersverordening op te stellen. Met deze beheersverordening wordt het bestemmingsplan “Buitengebied” uit 1990 van overeenkomstige toepassing verklaard op de betreffende locatie, totdat er een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld.

De gemeente heeft ervoor gekozen om onderhavig project niet mee te nemen in de partiële herziening van het bestemmingsplan buitengebied, omdat onderhavige dynamische ruimtelijke ontwikkeling een afzonderlijke beschouwing verdiend, waarbij de toekenning van een positieve bestemming verantwoord is en waarin wordt beschreven in hoeverre het hoveniersbedrijf uitbreidingsmogelijkheden zal krijgen. Binnen de nieuw toe te kennen bestemming zouden de bebouwingsmogelijkheden verruimd dienen te worden tot 550 m2 (exclusief de bedrijfswoning met privé-bijgebouwen). Hierbinnen zal ter plaatse van het hoveniersbedrijf een aanduiding worden opgenomen, alsmede voor het educatie/bezoekerscentrum, logies & ontbijt en het kampeerterrein. Binnen deze bebouwde oppervlakte is er flexibiliteit hoe deze oppervlakte gebruikt gaat worden. In de regels is opgenomen dat ten behoeve van het hoveniersbedrijf niet meer dan 400 m2 vloeroppervlak in gebruik mag zijn, ten behoeve van kleinschalige horeca niet meer dan 200 m2 en ten behoeve van het educatie-/bezoekerscentrum (waarbinnen zich ook het toeristisch informatiepunt zal

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 6 2

2

bevinden) niet meer dan 100 m . Maximaal 200 m mag worden gebruikt voor logies en ontbijt. Rondom de vijver zullen 15 reguliere kampeerplaatsen worden ingericht cq is er ruimte voor 15 kampeermiddelen. Om het kampeerseizoen te verlengen, dan wel in te spelen op wisselende weersomstandigheden, zal er tevens een mogelijkheid voor bed and breakfast worden opgenomen. Onderhavig bestemmingsplan betreft derhalve een maatwerk-regeling.

1.2

Het plangebied

Het project wordt gerealiseerd op het perceel kadastraal bekend als gemeente Baarle-Nassau sectie P nummer 376. Het perceel heeft een oppervlakte van 25.475 m2.

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Baarle-Nassau, ten zuidwesten van de kern Baarle-Nassau en ten zuiden van Ulicoten. Op een afstand van circa 600 meter ligt de Nederlands-Belgische grens.

1.3

Voorgaande plannen

Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: Naam bestemmingsplan

Bestemmingen

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Vaststelling Raad

Pagina | 7

Bestemmingsplan Buitengebied 2008

- agrarisch met waarden - natuurwaarden - extensiveringsgebied - natuur - aardkundig waardevol gebied - wonen

6 juni 2009

Beheersverordening 'Buitengebied Baarle-Nassau' met verwijzing naar bestemmingsplan Buitengebied 1990 en 1994

- agrarisch met landschappelijke en/of kultuurhistorische waarde

11 december 2013

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een uitgebreide analyse van (de waarden van) het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de ruimtelijke ontwikkeling zelf. In hoofdstuk 4 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de milieu-planologische aspecten. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. De economische uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 wordt de samenvattende conclusie weergegeven. Hoofdstuk 9 gaat in op de vormgeving van het bestemmingsplan en hoofdstuk 10 op de gevolgde procedure inclusief de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 8

Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied 2.1

Beschrijving plangebied e.o.

In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige functionele structuur van het plangebied en omgeving. Ook worden de huidige cultuurhistorische waarden van het plangebied beschreven.

2.1.1

Locatie plangebied

Het project wordt gerealiseerd op het perceel kadastraal bekend als gemeente Baarle-Nassau sectie P nummer 376. Het perceel heeft een oppervlakte van 25.475 m2. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Baarle-Nassau, ten zuidwesten van de kern Baarle-Nassau en ten zuiden van Ulicoten. Op een afstand van circa 600 meter ligt de Nederlands-Belgische grens.

Onderstaand is op een plattegrond en een luchtfoto weergegeven waar het plangebied zich bevindt en hoe de omgeving eruit ziet.

Figuur: plattegrond buitengebied Baarle-Nassau met het plangebied

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 9

Figuur: Luchtfoto plangebied en omgeving

Onderstaand wordt een visuele impressie gegeven van het plangebied, komend vanaf de zuidzijde van de Zigraeck 5.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 0

Het plangebied gezien vanaf de Hoogstratensebaan:

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 1

2.1.2

Functionele structuur omgeving

De omgeving Zigraeck betreft een gemengd landelijk gebied. Dit gebied is van oudsher al agrarisch in gebruik. De omgeving wordt gekenmerkt door natuur- en bosgebieden, agrarische gronden, agrarische bedrijven en burgerwoningen. Het project brengt geen verandering in de feitelijk bestaande situatie, doch het hoveniersbedrijf zal worden voorzien van een adequate bestemming en dito bouwmogelijkheden, waarover meer in hoofdstuk 3. De intensiteit van de bedrijfsbebouwing zal derhalve licht toenemen.

2.2

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 2

dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen.

Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Het plangebied is gelegen in de regio Baronie en in cultuurhistorisch landschap. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. In het zuiden stromen 't Merkske, de Chaamse beken en de Strijbeekse beek. Het zandlandschap bestaat uit een grofmazige mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn dorpen en buurtschappen zonder open akkercomplexen en bijhorende groenstructuren. Op enkele plaatsen komen open akkercomplexen voor. De bebouwing en de akkers liggen vaak op de rand van de beekdalen, de graslanden (beemden) in het beekdal en de (voormalige) heidevelden op de hogere zandgronden. De jongere ontginningen hebben vaak een open karakter met een rationeel patroon van wegen, waterlopen en percelen. De openheid wordt onderbroken door erfbeplanting en wegbeplanting. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulissenlandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek.

Binnen de Baronie ligt Castelré (op een steenworp afstand van het plangebied en daarom een goede en specifiekere weergave van de waarden). Castelré is een klein Noord-Brabants schiereiland, omgeven door Belgisch grondgebied. Via een 200 m brede corridor is het met de rest van de provincie verbonden. Grote delen van de grens worden gevormde door de beek Het

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 3

Merkske, welke zijn oorspronkelijke, meanderende loop heeft behouden. De beekdalen bestaan uit natte graslanden en broekbosjes met drinkputten. De percelering is zeer kleinschalig en bestaat uit onregelmatig gevormde percelen of uit smalle strookvormige percelen die loodrecht op de beek staan. Veel van deze beemden (wei- of hooilanden) hebben perceelrandbegroeiing in de vorm van houtsingels of bomenrijen (knotbomen). De percelering van de beemdgronden gaat terug tot op de middeleeuwen. Het wegen- en padenpatroon en het bebouwingspatroon zijn goed bewaard gebleven en het grootste deel van de bossen was in 1850 al aanwezig. Op onderstaande kaart daterend uit 1900 is de Zigraeck 5 aangeduid:

In de periode 1850-1940 is de rest van de heide omgezet in bouwland, grasland en nog enkele bosjes. De percelering is grootschalig en tamelijk onregelmatig. Het bos bestaat uit percelen naald- en loofhout. Beekdal Het Merkske betreft één van de Cultuurhistorische Vlakken binnen de Baronie in het algemeen en Castelré in het bijzonder.

Als gevolg van de uitvoering van het inrichtingsplan/landschappelijke inpassing, zoals in hoofdstuk 3 beschreven, zal het gebied tussen de Zigraeck en het Merkske meer landschappelijke kwaliteit gaan vertegenwoordigen, passend in de omgeving en recht doend aan het kenmerkende beekdallandschap. Door de aanleg en uitbreiding van het wandelnetwerk wordt het gebied beter ontsloten voor de natuurgenietende recreant.

De aardkundige waarden binnen de provincie verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid ervan. De provincie wil de onvervangbare waarden beschermen in de Interim Omgevingsverordening. Het gaat om 42 gebieden die zijn opgenomen op de Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart. Het achterste deel van het plangebied ligt binnen het aardkundig waardevolle gebied 'Merkske'. Het omvat het beekdal van het Merkske en aangrenzende delen van het omliggende dekzandlandschap. Ook een deel van het dal van de Mark op de Belgisch-Nederlandse grens behoort tot het gebied. Het Merkske en de Mark hebben een actieve vrij meanderende loop. De typische processen en reliëfvormen horende bij dergelijke

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 4

beken en rivieren zijn zeer goed zichtbaar: vorming stootoevers, oeverwallen, kronkelwaarden, afgesneden meanders. Vooral het stroomafwaartse deel van het beekdal van het Merkske is opvallend diep ingesneden in het omliggende dekzandlandschap. In het aan de beekdalen grenzende licht golvende dekzandlandschap komen kleine oppervlakten landduinen en dekzandruggen voor. Onderhavig plan ziet op een landschappelijke versterking van dit gebied, zoals ook blijkt uit de landschappelijke inpassing welke in paragraaf 3.5 en 4.2.2 nader aan de orde zal worden gesteld

Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. Om het archeologisch erfgoed binnen de gemeente op adequate wijze te beschermen heeft de gemeenteraad op 5 september 2012 een Archeologieverordening vastgesteld. In de verordening wordt aan de hand van verschillende categorieën bepaald wanneer archeologisch onderzoek nodig is (en wanneer niet). Dit is afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde die op een bepaalde locatie geldt. De verwachtingswaarden zijn aangegeven op de ook door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaart.

Volgens bovenstaande kaart valt het (te bebouwen deel van het) plangebied in categrorie 6, waar geen verdere restricties gelden ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Het kleine gedeelte dat valt binnen categorie 2 zal niet bebouwd gaan worden zodat mogelijk aanwezige archeologische waarden ook niet verstoord kunnen worden. In het bestemmingsplan zal hiertoe een passende bestemming Waarde - Archeologie worden opgenomen om te voorkomen dat zonder noodzakelijke archeologische onderzoeken meer dan 100 m2 tot een diepte van meer dan 40 cm onder het maaiveld zal worden verstoord. Op onderstaande schematische weergave is het vlak gearceerd waarbinnen de nieuwe (vervangende) bebouwing is gepland.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 5

Als men tijdens bouw- of andere werkzaamheden toch op archeologische resten stuit, dan wordt dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de Minister van OC&W (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456), In dit geval kan het ook bij het meldpunt archeologische bodemvondsten van de provincie Noord-Brabant (06-18303222).

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 6

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1

Ruimtelijke ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt het ruimtelijke project beschreven. Er wordt ingegaan op de bouwkundige maatvoering, stedenbouwkundige aspecten, architectonische kwaliteit, kwaliteit van de openbare ruimte, verkeersaspecten, duurzaam bouwen, brandveiligheid, groen en water.

3.2

Projectbeschrijving

Initiatiefnemer heeft het hoveniersbedrijf aan de Zigraeck 5 te Baarle-Nassau gevestigd in 1997 en hebben daarbij gebruik gemaakt van de toen op het perceel aanwezige bebouwing waaronder een woning. Op het perceel was van oudsher sprake van de exploitatie van een agrarisch bedrijf. Dat agrarisch gebruik was ten tijde van de vestiging van het hoveniersbedrijf al enige tijd beëindigd, waardoor er sprake was van vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing. Het in 1997 opgestarte bedrijf betreft een hoveniersbedrijf en richt zich op de aanleg en onderhoud van tuinen en de inrichting van openbare ruimten. Deze werkzaamheden worden op locatie van de cliënt uitgevoerd. Aan het adres Zigraeck 5 worden geen werkzaamheden uitgevoerd, behoudens de vollegrondsteelt van vaste planten welke worden gebruikt in het kader van de hovenierswerkzaamheden. Aan het adres Zigraeck 5 worden evenmin materialen opgeslagen. Incidenteel kan het echter voorkomen dat ter plaatse gedurende korte tijd zogenaamd restmateriaal wordt opgeslagen. Op het huisperceel is een woning aanwezig alsmede enkele bij die woning behorende bijgebouwen. Deze bijgebouwen zijn ondersteunend aan de woonfunctie. Aan de rechterzijde van de woning zijn enkele opstallen aanwezig welke in het kader van de bedrijfsvoering worden gebruikt voor de stalling van en onderhoud aan het benodigde bedrijfsmaterieel.

Tevens vindt in deze opstallen de opslag van restmateriaal plaats. De totale maatvoering van deze bebouwing bedraagt circa 285 m2, verspreid over een 7-tal bouwwerken. Op onderstaande schets is de oorspronkelijke bebouwingssituatie weergegeven:

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 7

Voorzover deze gebouwtjes in het verleden door vorige eigenaren zonder vergunning waren gerealiseerd, zijn deze inmiddels gesloopt. Onderstaand beeldmateriaal geeft de feitelijke situatie aan:

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 8

Het hoveniersbedrijf kan worden aangemerkt als een agrarisch verwant bedrijf. Reeds in 2009 is een verzoek ingediend om in het toen in voorbereiding zijnde bestemmingsplan Buitengebied het bedrijf positief te bestemmen. Tevens is in de procedure van het bestemmingsplan Buitengebied een zienswijze ingediend. In het kader van de behandeling van deze zienswijze heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan bepaald dat het bedrijf positief inbestemd diende te worden. Abusievelijk heeft deze positieve bestemming niet plaatsgevonden. In het kader van het bij de Raad van State ingediende beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is dit aanleiding geweest het bestemmingsplan op dit punt te vernietigen.

Verruimde plannen voor de Zigraeck 5 In vervolg op het bovenstaande is veelvuldig overleg gevoerd met de gemeente. Doordat, vanuit de lucht beoordeeld, het prodcutiebos rondom de vijver voor 'natuurelement' werd aangezien, is dit een eigen leven gaan leiden en is dit getypeerd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Omdat er geen afname van oppervlakte NNN mag plaatsvinden, is gedacht aan de verplaatsing van dit NNN in de richting van het grote deel van het NNN ten zuidwesten van het plangebied. In dit kader zijn gesprekken gevoerd met Staatsbosbeheer, welke het toe zou juichen als het NNN (Het Merkske) op Nederlands grondgebied beter ontwikkeld zou worden met wandel- en fietspaden en mogelijkheden om nabij dit NNN een korte stop te maken

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 1 9

(informatie/educatiecentrum met 'refreshment 't Rustpuntje' en verblijfsrecreatie). 't Rustpuntje is een klein terras, gelegen is tussen de fietsknooppunten 12 en 22 en bij de wandelknooppunten 15 en 78. Hierdoor is `t Rustpuntje bij uitstek geschikt als vertrek-of pauzeplaats voor een wandel- of fietstocht.

Op basis hiervan is onderstaande schets gemaakt, die weergeeft wat de doelstelling van initiatiefnemers is, welke huidige doelstelling de resultante is van de plannen van initiatefnemers en de planologische ruimte die het provinciale en gemeentelijke beleid geeft. Het overleg met gemeente en provincie heeft tot gevolg gehad dat een deel van de kampeerplaatsen is verschoven in zuidelijke richting, waardoor recreatie en natuur meer met elkaar worden verweven, zoals op onderstaande schets is te zien.

Binnen de nieuw toe te kennen bestemming zouden de bebouwmogelijkheden verruimd dienen te worden tot 550 m2 (exclusief de bedrijfswoning met privé-bijgebouwen). Hierbinnen zal ter plaatse van het hoveniersbedrijf een specifieke functieaanduiding worden opgenomen, alsmede voor het educatie/bezoekerscentrum, het kampeerterrein ten behoeve van 15 kampeermiddelen en de 5 bed & breakfast-kamers. Binnen deze bebouwde oppervlakte is er flexibiliteit hoe deze oppervlakte gebruikt kan gaan worden. In de regels zijn, binnen de maximaal te bebouwen oppervlakte van 550 m2, de volgende maximale gebruiksoppervlakten opgenomen: aanduiding

functie

max. gebruiksoppervlakte

specifieke vorm van recreatie educatie-/bezoekerscentrum

educatie-/bezoekerscentrum inclusief voor bij verblijfsrecreatie behorende voorzieningen

100 + 50 m2

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 0

specifieke vorm van recreatie kampeerterrein

kampeerterrein met 15 kampeerplaatsen

nvt

specifieke vorm van recreatie kleinschalige horeca

kleinschalige horeca

200 m2

hovenier

hoveniersbedrijf

400 m2

specifieke vorm van recreatie logies & ontbijt

logies & ontbijt inclusief ontbijtruimte

200 m2

Een mogelijke indeling van een gebouw dat voldoet aan deze maatvoering en gebruiksoppervlakte is op onderstaande schetsen weergegeven:

Mogelijke indeling van het nieuwe gebouw

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 1

Mogelijke aanzichten van het nieuwe gebouw

Rondom de vijver zullen 10 reguliere kampeerplaatsen worden ingericht cq is er ruimte voor 10 kampeermiddelen; in de zuidelijke driehoek komen nog eens 5 kampeerplaatsen. In de woning zelf zullen enkel functies ten behoeve van 't Rustpuntje komen. Bij de voordeur en aan de rechterzijde bij het ketelhuis zal de bestaande bebouwing worden uitgebreid om voor het Rustpuntje een keukengedeelte te kunnen realiseren, de zitruimte uit te breiden en een toegang tot de in de woning aanwezige toiletten te kunnen maken. Met de uitbreiding erbij zullen deze ruimten voor 't Rustpuntje een totale oppervlakte hebben van circa 90 m2.

3.3

Stedenbouwkundig ontwerp, architectuur en beeldkwaliteit

De positieve bestemming van het hoveniersbedrijf en de verblijfrecreatie dient zodanig vormgegeven te worden dat de beeldkwaliteit langs de Zigraeck bewaard blijft. Daarom is het in de vorige paragraaf beschreven inrichtingsplan opgesteld; hierop is te zien dat de nieuw te realiseren bebouwing wordt gesitueerd op de plek waar de bestaande verspreid liggende gebouwen worden gesloopt. Vanuit de Zigraeck gezien is de nieuwbouw daardoor direct landschappelijk ingepast cq ingebed in bestaand en nieuw aan te leggen groen. Op onderstaande figuur is het voorstel voor de nieuwe bestemming weergegeven.

Voor de maatvoering van de bebouwing ten dienste van de bedrijfsactiviteiten is aansluiting gezocht bij de planregels behorende bij het bestemmingsplan buitengebied 2008. Nu is de

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 2

volgende maatvoering opgenomen: bedrijfsgebouwen

minimaal

maximaal

goothoogte

n.v.t.

6m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen

n.v.t.

550 m2

Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van natuurlijke materialen om het gewenste natuurlijke beeld te creëren dat de aantrekkingskracht vormt voor deze locatie. Als voorbeeld voor het na te streven kwaliteitsniveau is een afbeelding van een vergelijkbaar gebouw opgenomen:

Nadrukkelijk zij vermeld dat dit een streefbeeld betreft voor de esthetische kwaliteit en materiaalgebruik, niet de vormgeving van het gebouw.

3.4

Openbare ruimte, ontsluiting en parkeren

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Baarle-Nassau, ten westen van de kern Baarle-Nassau. De ontsluiting van het plangebied vindt in het algemeen plaats via de Zigraeck-Hoogstratensebaan-Loveren in de richting van de N 639 (in noordelijke richting) en de N260 in noordelijke en zuidelijke richting. De transportbewegingen behorende bij het hoveniersbedrijf hebben betrekking op voornamelijk eigen voertuigen bij vertrek en terugkeer. Deze transportbewegingen met kleine bedrijfswagens (al dan niet met aanhanger) vinden van maandag tot en met vrijdag plaats in de dagperiode. Overige verkeersbewegingen zijn te relateren aan campinggasten en bezoekers van het educatie/informatiecentrum. Veelal zullen deze laatsten te voet of per fiets het gebied aandoen.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 3

Door de gemeente Baarle-Nassau zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2011’ parkeernormen gesteld waarbij zo veel als mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die gesteld zijn in de destijds geldende publicaties van het CROW. Ingeval van 400 m2 bedrijfsvloeroppervlak ten behoeve van de hoveniersactiviteiten (bezoekersen arbeidsextensief op dit adres) zijn maximaal 1,3 x 4 = 5,2 (afgerond 6) parkeerplaatsen nodig. Voor de overige 150 m2 aan bebouwing welke een recreatieve functie hebben en gerelateerd zijn aan het kampeerterrein, geldt een parkeernorm van 1,3 per kampeermiddel. Bij 15 kampeermiddelen zijn dus 15 x 1,3 = 19,5 (20) parkeerplaatsen noodzakelijk. In totaal betekent dat dus dat er voorzien moet worden in minstens 26 parkeerplaatsen. Indien het Rustpuntje gekwalificeerd wordt als café, dan dienen hieraan circa 10 parkeerplaatsen te worden gekoppeld. Op eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid voor ruim 40 personenauto's aanwezig, alsook voor de eigen bedrijfswagens. Aan de voorzijde van de nieuw te realiseren bebouwing is hiervoor ruimte voorzien. Geconcludeerd kan worden dat er voldoende parkeergelegenheid is.

3.5

Landschappelijke inpassing

Het te bebouwen perceel is al voorzien van beplanting. Onderstaand is dit bestaande groen op een luchtfoto weergegeven.

Om de in paragraaf 3.2 opgenomen gewenste inrichting van het perceel te bereiken, zal een duidelijke versterking van de landschappelijke kwaliteit worden nagestreefd. Juist deze landschappelijke kwaliteit moet het visitekaartje worden van zowel de hoveniersactiviteiten als ook van de educatie-, informatie - en verblijfsrecreatieve activiteiten. Het groen als op onderstaande schets weergegeven, zal gebiedseigen zijn en worden beheerd op een wijze zoals een hovenier dit tot doel stelt. Hiertoe is een landschappelijk inrichtings-/ontwikkelingsplan opgesteld, dat integraal als bijlage bij de stukken is gevoegd. Het plan kan worden samengevat middels onderstaande visualisatie: | bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 4

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 5

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1

NOVI

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk tot een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Het doel is om alle onderdelen van de fysieke leefomgeving met elkaar in samenhang te brengen. Ook gemeenten en provincies maken een omgevingsvisie vanwege deze nieuwe wet. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) richt zich op onderstaande vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe de fysieke leefomgeving wordt ingericht. De Nationale Omgevingsvisie helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan worden steeds duidelijker merkbaar. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moet tijdig worden ingespeeld. Tegelijkertijd moet de overstap worden gemaakt naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. Iedereen draagt hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld met windenergie, die moeten worden ingepast in het landschap. Mensen in de omgeving moeten ook voordelen ervaren van geplaatste windmolens.

De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie wordt gewerkt aan een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. De overstap naar duurzame energie en het zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook zullen bedrijven zich hier goed moeten kunnen vestigen met voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Daarvoor is het zaak alle verschillende aspecten te betrekken die hierbij een rol spelen, zodat duurzaam geld kan blijven verdiend. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. Iedereen wil graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk.

Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog wordt gebracht, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd moeten de kwaliteiten van het landschap worden behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 6

In hoofdstuk 3 van onderhavige plantoelichting worden de aspecten duurzaamheid, kwaliteit van leefomgeving, bereikbaarheid, groen en water uitgebreid aan de orde gesteld. Tevens in relatie met hoofdstuk 5 kan gesteld worden dat in onderhavig bouwproject voldoende aandacht is voor de afwegingen die op basis van de nationale omgevingsvisie dienen te worden gemaakt.

4.1.2

Ladder duurzame verstedelijking

In casu is er sprake van een sinds 20 jaar bestaand agrarisch verwant bedrijf dat is gevestigd in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. In het vigerende bestemmingsplan is de bestemming 'wonen' toegekend voor wat betreft het deel waarop de hoofdbebouwing staat en 'landschappelijke en/of kultuurhistorische waarden' voorzover gelegen ten noorden van de woonbestemming. Reeds in 2009 is een verzoek ingediend om in het toen in voorbereiding zijnde bestemmingsplan Buitengebied het bedrijf positief te bestemmen. Tevens is in de procedure van het bestemmingsplan Buitengebied een zienswijze ingediend. In het kader van de behandeling van deze zienswijze heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan bepaald dat het bedrijf positief bestemd diende te worden. Abusievelijk heeft deze positieve bestemming niet plaatsgevonden. In het kader van het bij de Raad van State ingediende beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is dit aanleiding geweest het bestemmingsplan op dit punt te vernietigen. Feit is dus, dat ware het hoveniersbedrijf in het bestemmingsplan buitengebied 2008 (vastgesteld op 16 juni 2009) correct bestemd geworden, er een bouwvlak zou zijn toegekend voor een agrarisch verwant bedrijf. Daarom kan feitelijk van een bestaand bouwperceel worden uitgegaan.

Voor uitbreiding dient een passend planologisch regime te worden vastgesteld; er zijn geen juridische mogelijkheden om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden, omdat door het abusievelijk niet toekennen van de juiste bestemming er dus ook geen mogelijkheden zijn om binnen het geldende planologische regime uit te breiden. Bij onderhavig project is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waardoor geen toepassing hoeft te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Een stedelijke ontwikkeling is volgens dit Besluit namelijk: 'de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Een hoveniersbedrijf is een agrarisch verwant bedrijf dat primair gesitueerd dient te worden in het agrarisch gebied waar ook de bomenteelt kan plaatsvinden (1). De natuureducatieve activiteiten, informatie-/bezoekerscentrum (2) en een kleinschalig (natuur)kampeerterrein (3) zijn evenmin 'stedelijke voorzieningen' in de zin van de ladder.

Ad 1: De Afdeling heeft bepaald dat uitbreiding van een bedrijfsgebouw met 400 m² geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (ABRvS 23 april 2014; ECLI:NL:RVS:2014:1442). Gelet op de omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat de raad er terecht vanuit is gegaan dat het plan niet voorziet in een bedrijventerrein of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. De in het plan voorziene ontwikkeling kan, evenals onderhavig project, dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Ad 2: Natuureducatieve activiteiten, informatie-/bezoekerscentrum zijn zodanig gelinkt aan het

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 7

buitengebied dat deze, net als een kampeerterrein, niet beschouwd kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling waarop de ladder van toepassing is. Ad 3: Een kampeerterrein van ongeveer 3 ha, waar ruimte wordt geboden aan uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto’s, caravans of stacaravans, of andere daarmee vergelijkbare voertuigen of onderkomens wordt evenmin gekwalificeerd als een stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo). In casu is er slechts sprake van een kleinschalig kampeerterrein voor 15 kampeermiddelen.

Dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik volgt met name uit de wens van initiatiefnemer om alle bestaande en verspreid liggende gebouwtjes welke voor het hoveniersbedrijf in gebruik zijn, te slopen en te vervangen door één kwalitatief hoogwaardig gebouw dat qua uitstraling ook past in het landelijk gebied, in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe natuur zoals bovenstaand al meerdere malen aan de orde is geweest. De ruimtelijke kwaliteit wordt verder gewaarborgd doordat rekening is gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden. Hiervoor zij verwezen naar de toetsen die ook in paragraaf 2.2 alsmede in de hoofdstukken 5 en 6 zijn uitgevoerd. Qua benodigde infrastructuur zal er geen andere situatie ontstaan dan de reeds 20 jaar bestaande situatie. Hierop heeft het project geen impact.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Kwaliteit van Brabant

Op 14 december 2018 hebben Provinicale Staten de Omgevingsvisie Kwaliteit van Brabant vastgesteld. In deze visie staat de fysieke wereld centraal. Deze fysieke wereld manifesteert zich in vier elementen: water, aarde, lucht en vuur (energie). Deze elementen zijn sterk van elkaar afhankelijk maar ook aan veranderingen onderhevig. Tegelijkertijd behoren de elementen niemand persoonlijk toe. In de zorg voor het monitoren, duiden en beïnvloeden van genoemde afhankelijkheden en veranderingen ligt er een noodzaak om handelingsvermogen te organiseren. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. Met de Brabantse Omgevingsvisie wordt met de hoofdopgaven aangesloten bij Rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. De Omgevingswet heeft als doel een balans te vinden tussen beschermen (veilig, gezond met waarborg voor omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). Met deze visie wordt aangegeven wat vanuit provinciaal oogpunt belangrijk wordt gevonden voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van de leefomgeving van de inwoners van Brabant. De focus ligt daarbij op de vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn.

De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Extra focus op deze hoofdopgaven is nodig om een goede basis met een goede

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 8

omgevingskwaliteit te behouden. De basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Het doel voor 2050 is dat Brabant een goede leefomgevingskwaliteit heeft doordat op alle aspecten beter wordt gepresteerd dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Een minder vergaand doel 2030 is dat Brabant een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit heeft doordat er voor alle aspecten wordt voldaan aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Om onomkeerbare effecten op grondwaterkwaliteit, natuur, landschap, cultuurhistorie, aardkunde en stilte te borgen is regulering nodig. In aanvulling op hogere wet- en regelgeving wil de provincie dit doen door te streven naar meervoudig ruimtegebruik en het versterken van waarden. Door ontwikkelingen en vraagstukken diep, rond en breed te bekijken, wordt bereikt dat behoud en ontwikkeling elkaar versterken.

Hoofdopgave 1: Werken aan de Brabantse energietransitie Doel 2050: 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. Doel 2030: ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. De energietransitie is een enorme opgave. Om de ambities te realiseren is samenwerking noodzakelijk. De provincie kiest voor een richting gevende en stimulerende rol. De provincie blijft intensief in gesprek met de regio’s om tot een gezamenlijk beeld van de kansen en koers voor een regio te komen en de opgave te realiseren. Het actief zoeken naar meerwaarde is daarbij uitgangspunt. Voor de feitelijke realisering spelen gemeenten en initiatiefnemers de hoofdrol. Hoofdopgave 2: Werken aan een klimaatproof Brabant Doel 2050: Brabant is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Doel 2030: Brabant handelt al sinds 2020 klimaatbestendig en waterrobuust; in 2030 zijn de eerste grote gebiedsopgaven daartoe al gerealiseerd. Klimaatadaptatie vraagt om een intensieve samenwerking tussen provincie en waterschappen, gemeenten en grondbezitters. Wij willen via stresstesten een beeld vormen over de kwetsbaarheden en kansen in verschillende gebieden. Om via klimaatdialogen in het gebied en gesprekken over een klimaatrobuust bekenlandschap te komen tot maatregelen op het geschikte schaalniveau.

Duidelijk is dat keuzes uiteindelijk in gebieden hun weerslag krijgen. Hoofdopgave 3: Werken aan de slimme netwerkstad Doel 2050: Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeersen vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. Doel 2030: Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 2 9

de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving. Hoofdopgave 4: Werken aan een concurrerende, duurzame economie Doel 2050: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. Producten, materialen en grondstoffen worden op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate hergebruikt. Niet hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waardecreatie voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand circulair. Doel 2030: Brabant is top kennis- en innovatieregio in Europa. We werken aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen. We verminderen daartoe samen met maatschappelijke partners het gebruik van niet vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) volgens de landelijke afspraken met 50%.

Deze opgaven zijn veelomvattend en gaan over milieuaspecten zoals een bodemkwaliteit, waterkwaliteit en - kwantiteit en luchtluchtkwaliteit en over landschap en cultuurhistorisch, een goede woon- en leefomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.

Het op deze vrijgekomen agrarische bedrijfslocatie in 1997 opgestarte hoveniersbedrijf richt zich op de aanleg en onderhoud van tuinen en de inrichting van openbare ruimten. Deze werkzaamheden worden op locatie van de cliënt uitgevoerd. Aan het adres Zigraeck 5 worden geen werkzaamheden uitgevoerd, behoudens de vollegrondsteelt van vaste planten welke worden gebruikt in het kader van de hovenierswerkzaamheden. In vervolg op het bovenstaande is veelvuldig overleg gevoerd met de gemeente. Doordat het prodcutiebos rondom de vijver is getypeerd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), maakt verplaatsing van dit NNN in de richting van en aansluitend aan het grotere NNN ten zuidwesten van het plangebied deel uit van het initiatief. In dit kader zijn gesprekken gevoerd met Staatsbosbeheer, die het toe zou juichen als het NNN (Het Merkske) op Nederlands grondgebied beter ontwikkeld zou worden met wandel- en fietspaden en mogelijkheden om nabij dit NNN een korte stop te maken (informatie/educatiecentrum met 'refreshment 't Rustpuntje' en verblijfsrecreatie).

Het initiatief sluit hiermee goed aan op de opgaven zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie en is een uitvloeisel van de samenwerking tussen initiatiefnemer (grondeigenaar), gemeente, provincie en Staatsbosbeheer, waardoor het behoud van het landschap en het extensieve recreatieve medegebruik op een kwalitatief goede wijze ten uitvoer wordt gebracht.

4.2.2

Interim Omgevingsverordening

Op 25 oktober 2019 hebben Gedeputeerde Staten de Interim Omgevingsverordening vastgesteld en aangeboden aan Provinciale Staten. De Interim omgevingsverordening (IOV) is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 3 0

beleid, zoals de omgevingsvisie. Het plangebied is gelegen in ‘gemengd landelijk gebied’, in de subzones ‘groenblauwe mantel’, 'aardkundig waardevol gebied', 'natuurnetwerk Brabant' en 'attentiezone waterhuishouding'.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 3 1

Uitsneden uit kaarten behorende bij de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

In hoofdstuk 3 van de IOV zijn instructieregels aan gemeenten geformuleerd voor een evenwichtige toedeling van functies, waarbij toegezien moet worden op een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Om dit te bewerkstelligen moet rekening worden gehouden met het bepaalde in de volgende artikelen: Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. De artikelen 3.6, 3.7, 3.8 en 3.9 IOV gaan op de aspecten genoemd onder lid 2 verder in. Puntsgewijs zal worden aangegeven hoe aan de zorgplicht wordt voldaan. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 3 2

bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.

Initiatiefnemer heeft in 1997 zijn hoveniersbedrijf aan de Zigraeck 5 te Baarle-Nassau gevestigd en heeft daarbij gebruik gemaakt van de toen op het perceel aanwezige bebouwing. Een hoveniersbedrijf wordt gekwalificeerd als een agrarisch verwant bedrijf: 'een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, stalhouderijen, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs, proefbedrijven, volkstuinen'. Het agrarisch gebruik was ten tijde van de vestiging van het hoveniersbedrijf al enige tijd beëindigd, waardoor er sprake was van 'vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing'. Het in 1997 opgestarte bedrijf betreft een hoveniersbedrijf en richt zich op de aanleg en onderhoud van tuinen en de inrichting van openbare ruimten. Deze werkzaamheden worden uiteraard op locatie van de cliënten uitgevoerd. Aan het adres Zigraeck 5 worden geen werkzaamheden uitgevoerd, behoudens de vollegrondsteelt van vaste planten welke worden gebruikt in het kader van de hovenierswerkzaamheden. Aan het adres Zigraeck 5 worden evenmin materialen opgeslagen.

Incidenteel kan het echter voorkomen dat ter plaatse gedurende korte tijd zogenaamd restmateriaal wordt opgeslagen. Op het huisperceel is een woning aanwezig alsmede enkele bij die woning behorende bijgebouwen. Deze bijgebouwen zijn ondersteunend aan de woonfunctie. Aan de rechterzijde van de woning zijn enkele opstallen aanwezig welke in het kader van de bedrijfsvoering worden gebruikt voor de stalling van en onderhoud aan het benodigde bedrijfsmaterieel. Tevens vindt in deze opstallen de opslag van restmateriaal plaats. De totale maatvoering van deze bebouwing bedraagt circa 285 m2, verspreid over een 7-tal bouwwerken. De woning valt binnen een bestaand bouwperceel, zodat er met onderhavige ontwikkeling geen sprake is van nieuwvestiging. Dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik volgt met name uit de wens van initiatiefnemer om alle bestaande en verspreid liggende gebouwtjes behorende bij het voormalige agrarische bedrijf van diens vader, welke voor het hoveniersbedrijf in gebruik zijn, te slopen en te vervangen door één kwalitatief hoogwaardig gebouw dat qua uitstraling ook past in het landelijk gebied, in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe natuur. Dit heeft een duidelijke opschoning van het perceel tot gevolg.

Zoals in paragraaf 4.1.2 van deze plantoelichting al is aangehaald, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarop de 'ladder voor duurzame verstedelijking' van toepassing is. De Afdeling heeft namelijk bepaald dat uitbreiding van een bedrijfsgebouw met 400 m² geen

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 3 3

nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (ABRvS 23 april 2014; ECLI:NL:RVS:2014:1442). Natuureducatieve activiteiten, informatie-/bezoekerscentrum zijn zodanig gelinkt aan het buitengebied dat deze, net als een kampeerterrein, niet beschouwd kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling waarop de ladder van toepassing is. En een kampeerterrein van ongeveer 3 ha, waar ruimte wordt geboden aan uitsluitend tenten, tentwagens, kampeerauto’s, caravans of stacaravans, of andere daarmee vergelijkbare voertuigen of onderkomens wordt evenmin gekwalificeerd als een stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo).

Alle bebouwing ten dienste van de nieuwe functies zal worden geconcentreerd op een aaneengesloten oppervlak van circa 2500 m2. Gerelateerd an de omvang van het plangebied (ruim 2,5 ha) is er duidelijk sprake van een compacte situering van alle bebouwing.

Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering Lid 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

De lagenbenadering betekent dat rekening wordt gehouden met de waarden in een gebied (onder andere bodem, grondwater, archeologische waarden, infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu ). De lagenbenadering is een aspect dat standaard in alle bestemmingsplannen wordt beschreven, om tot een evenwichtige en goede functietoedeling te komen, zonder dat hiermee andere functies of waarden onaanvaardbaar worden aangetast. De hoofdstukken 2 en 5 van deze plantoelichting worden de reguliere lagen vorozover deze relevant zijn, uitgebreid beschreven. In hoofdstuk 3 wordt specifiek met betrekking tot de landschappelijke waarden beschreven dat en hoe een duidelijke versterking van de landschappelijke kwaliteit wordt nagestreefd. Deze landschappelijke kwaliteit moet het visitekaartje worden van zowel de hoveniersactiviteiten als ook van de educatie-, informatie - en verblijfsrecreatieve activiteiten. Het groen/beplanting zal gebiedseigen zijn en worden beheerd op een wijze zoals een hovenier dit tot doel stelt. Hiertoe is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, dat integraal als bijlage bij de stukken is gevoegd.

| bestemmingsplan Zigraeck 5 Baarle Nassau | status: ontwerp |

Pagina | 3 4

Geconcludeerd kan worden dat duidelijk in kaart is gebracht welke effecten het project op de diverse lagen heeft. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Lid 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

De 'meerwaardencreatie' is in hoofdstuk 3 aan de orde geweest, waarin is geduid hoe de ontwikkeling, de oorspronkelijke omvang van het project en de uiteindelijke planvorming zijn voortgeschreden door koppelingen te leggen met de omgeving (NNB) en omliggende functies (gebied voor dagrecreatie). Er is veelvuldig overleg gevoerd met de gemeente. Doordat, vanuit de lucht beoordeeld, het prodcutiebos rondom de vijver voor 'natuurelement' werd aangezien, is dit een eigen leven gaan leiden en is dit getypeerd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Omdat er geen afname van oppervlakte NNN mag plaatsvinden, is gedacht aan de verplaatsing van dit NNN in de richting van het grote deel van het NNN ten zuidwesten van het plangebied. In dit kader zijn gesprekken gevoerd met Staatsbosbeheer, die het toe zou juichen als het NNN (Het Merkske) op Nederlands grondgebied beter ontwikkeld zou worden met wandel- en fietspaden en mogelijkheden om nabij dit NNN een korte stop te maken (informatie/educatiecentrum met 'refreshment 't Rustpuntje' en verblijfsrecreatie). 't Rustpuntje is een klein terras, gelegen is tussen de fietsknooppunten 12 en 22 en bij de wandelknooppunten 15 en 78. Hierdoor is `t Rustpuntje bij uitstek geschikt als vertrek-of pauzeplaats voor een wandel- of fietstocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10661486/1