CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen en antwoorden begroting verzameling UPDATE 6 NOV(2024)

Gemeenteraad (openbaar) 6 november 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Beantwoording3.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Begroting (Verzameling) BAARLE! Vraag 1 Op blz66 van de begroting zie ik dat de bijdrage aan ABG toegenomen is met 136.000 euro. Hoe is dit bedrag tot stand gekomen? Antwoord: Dit is het verschil tussen de begrote bijdrage aan de ABG in 2024 en 2025. Van de totaal begrote bijdrage aan de ABG wordt bijna 47% toegerekend aan de Algemene dekkingsmiddelen. Vraag 2 Om de evt verhoging van niet-woningen in te kunnen schatten het volgende: Wanneer is een agrarische woning een niet-woning? Antwoord: Wanneer 70% van de totale WOZ-Waarde toegekend kan worden aan de woning valt deze onder een ‘woning’. Wanneer dit niet het geval is valt het onder een ‘nietwoning’. En worden agrarische gebouwen aangeslagen als niet-woningen? Antwoord: Dat ligt dus aan de 70/30 regeling (zie antwoord hierboven) Opmerking: antwoord toegevoegd op 30-10-24 om 12:10 uur Vraag 3 En nog een vraag over programmadeel 5, sport, cultuur en recreatie. 44 procent van de grootste lasten wordt bepaald door overige lasten. Wat zijn daarvan de belangrijkste? Antwoord: De overige lasten betreft een totaalbedrag van € 888.000. De grootste posten betreft de toerekening van kosten van de ABG aan “Sportbeleid en activering” (€ 292.000) en aan “Openbaar groen & (openlucht) recreatie” (€ 486.000).

1

CDA Het CDA wil graag horen hoe we als gemeenteraad de uitgaven binnen de ABG organisatie in de hand kunnen houden. In de begroting zien we bij de toelichting budgetverschillen zien we steeds de eerste zin” de te betalen bijdrage aan de GR ABG is toegenomen.” Antwoord: De oplopende uitgaven van de ABG-organisatie hadden voornamelijk te maken met de CAO-wijziging per 1-1-2024. Verdere uitgaven aan de ABG-organisatie kunnen worden beïnvloed door taken en producten die de ABG voor de gemeente levert, aan te passen. VPB Vraag 1 – Turap / Programmabegroting Op pagina 15 bij punt 19 van de Turap staat dat een rekenfout van de OMWB leidt tot een structureel voordeel vanaf 2025. In de programmabegroting staat op pagina 53 bij punt 5 dat de bijdrage aan de Omgevingsdienst is toegenomen met een structureel nadeel van 50.000 euro tot gevolg. Hoe verhouden deze twee statements zich tot elkaar? Was het structurele nadeel eerst groter dan 50.000 euro? Antwoord: De begrote bijdrage in 2024 bedraagt € 528.000. De begrote bijdrage in 2025, zoals deze in het boekwerk van de programmabegroting 2025 is verwerkt, bedraagt € 578.000. Het verschil tussen deze twee bedragen bedraagt € 50.000 en betreft de toename tussen 2025 en 2026 die op pagina 53 is toegelicht. De bijdrage in 2026 bedraagt uiteindelijk geen € 578.000 maar € 555.000.

Deze bijstelling wordt verwerkt via de 1e begrotingswijziging 2025. Vraag 2 Programmabegroting Op pagina 66 bij punt 11 staat dat het overschot van 1.000 euro leidt tot een nadeel van 12.000 euro voor 2025. Dit begrijpen we niet. Zou de 13.000 euro stelpost van 2025 niet vergeleken moeten worden met de originele stelpost van 28.000 euro of de gerealiseerde 27.000 euro van 2024? Met andere woorden, dan zou er een voordeel t.o.v. 2024 van 15.000 of 14.000 euro moeten zijn. Graag uitleg van de redenering. Iets vergelijkbaars gebeurt bij punt 12, al staat daar niet bij wat de originele stelpost was voor 2024. Antwoord: De vergelijking tussen 2024 en 2025 betreft telkens een vergelijking tussen de budgetten uit de gewijzigde begroting 2024 en de begroting 2025. De stelpost onvoorzien bedraagt in de gewijzigde begroting 2024 nog € 1.000. In de begroting 2025 bedraagt deze € 13.000. Omdat het hier een budget voor lasten betreft is dit dus een nadeel van € 12.000.

2

Vraag 3 Programmabegroting Bij behandeling van de perspectiefnota in de raad van 3-7-2024 is door de VPB een motie ingediend, met als titel ”realistisch begroten”. In de -unaniem aangenomenmotie werd opgeroepen om de opbrengst van de toeristenbelasting voor 2025 ca. 50% hoger te ramen dan de werkelijke opbrengst van 2023 (€163.000), gelet op de stijging van het tarief m.i.v. 2024. Naar aanleiding hiervan hebben wij de volgende vraag: Kunt u aangeven hoe deze motie verwerkt is in de programmabegroting 2025? Antwoord: De werkelijke opbrengsten toeristenbelasting over 2023 bedragen € 157.000. Voor 2025 is een bedrag van € 238.000 begroot. Dit is ruim 50% meer. Fractie Ulicoten Vraag 1 Doestelling 0.1: Vaststellen gezamenlijke agenda met Alphen-Chaam en Gilze en Rijen. “We kiezen de komende jaren voor een praktische werkagenda.” Desondanks staat als actie in 2025 opgenomen: “Besluitvorming over het resultaat van het proces.” Waar gaan we dan precies over besluiten? Antwoord: De colleges bespreken met enige regelmaat dit onderwerp. Ook in Q1 van 2025 staat er een tweedaagse gepland met de drie colleges waarin zij verdere afspraken maken over de gezamenlijke (werk)agenda.

Als het opzetten van een (werk)agenda leidt tot formele besluitvorming dan komen wij bij u daarom terug Vraag 2 Doelstelling 0.4: Samenwerking binnen de SRBT en Baronie “… wordt gewerkt aan een voorstel voor samenwerking binnen de Baroniegemeenten.” Is al bekend of de samenwerking binnen de Baroniegemeenten een Gemeenschappelijke Regeling gaat worden of niet? En zo ja: hoe gaat de structuur (governance) er ongeveer uitzien? Antwoord: Momenteel worden er voorstellen gemaakt voor de colleges in de Baronie waarin de samenwerking verder vorm gaat krijgen. Daarover willen we in december de raad informeren. Er is dan een duidelijk beeld in de constructie en de governance voor de Baronie en de activiteiten die in de regio in 2025 gaan plaatsvinden om de samenwerking door te ontwikkelen en te versterken op (boven)regionale opgaven.

3

Vraag 3 Doelstelling 0.9: Samenwerking ABG “… investeren we in 2025 verder in de doorontwikkeling van de ABG-organisatie.” Waar gaan we in investeren? Meer specifiek: gaan we (ook) in financiële zin investeren? Zo ja: dat was n.a.v. het Berenschot rapport en de daaropvolgende presentatie een wens van de directie, maar nog geen uitgemaakte zaak wat mij betreft. Antwoord: Investeren in doorontwikkeling, waarbij er gekeken wordt of de organisatie nog past in de opgaven van deze tijd, is altijd een onderwerp van gesprek in het ABG-bestuur. Daarbij maakt het ABG-bestuur de afweging of ook financiële investeringen daarbij passend zijn. De huidige financiële ruimte van Baarle-Nassau vraagt om slimme investeringen in de organisatie die conform toezeggingen aan uw raad ook niet van financiële aard zijn. Vraag 4 Betreft de doelstelling 2025 binnen programma Veiligheid. Uit de 2e turap, onderdeel 1.3.3: “Gezamenlijke oefening met Baarle-Hertog in het kader van incident- en rampenbestrijding […] i.v.m. de Belgische gemeenteraadsverkiezingen verplaatst naar Q1 ‘25 ”. Waarom is deze actie dan niet opgenomen in de begroting 2025? Antwoord: De genoemde scenariotraining met Baarle-Hertog wordt georganiseerd binnen de staande begroting. Middels deze 2de Turap is u enkel medegedeeld dat het niet gelukt is deze doelstelling in 2024 te laten plaatsvinden maar doorschuift naar Q1 2025. Vraag 5 p.

38: “Ook in het buitengebied streven we een kwaliteitsimpuls na.” Wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord Dorpen en landschap zijn door middel van groene elementen met elkaar verweven en verbonden. Vanuit die gedachte willen we de kwaliteit van het groen in het buitengebied verbeteren wanneer zich kansen voordoen. Concrete kansen zijn op dit moment niet in beeld.

4

Vraag 6 p. 38, taak 5.2: “Stimuleren sport en bewegen voor iedereen” “We voeren besparingsmogelijkheden op het gebied van sport en bewegen door. We kijken daarbij zowel naar sportstimulering als naar sportaccommodaties.” Met ingang van 2025 is hiervoor een bezuiniging ingeboekt van €30.000. Hoeveel middelen zijn momenteel in totaliteit begroot onder de categorie sportstimulering, en uit welke onderdelen/activiteiten bestaat deze categorie? Antwoord: Voor sport zijn in de begroting twee taakvelden aanwezig, “Sportaccommodaties” en “Sportbeleid en activering”. De begrote lasten op het taakveld “Sportaccommodaties bedragen € 332.000 en op het taakveld “Sportbeleid en activering” € 292.000. Deze laatste betreft hoofdzakelijk de bijdrage aan de ABG (Huisvesting, ICT, salarissen etc.) UPDATE antwoord 06-11-2024: Vraag 6: p. 38, taak 5.2: “Stimuleren sport en bewegen voor iedereen” “We voeren besparingsmogelijkheden op het gebied van sport en bewegen door. We kijken daarbij zowel naar sportstimulering als naar sportaccommodaties.” Met ingang van 2025 is hiervoor een bezuiniging ingeboekt van €30.000.

Hoeveel middelen zijn momenteel in totaliteit begroot onder de categorie sportstimulering, en uit welke onderdelen/activiteiten bestaat deze categorie? Antwoord: De categorie "Sportbeleid en activering" heeft momenteel een totaalbudget van € 292.000, dat voornamelijk de bijdrage aan de ABG-organisatie dekt, zoals huisvestingskosten, ICT, en salarissen van beleidsadviseurs, communicatiemedewerkers en ondersteunend personeel. Ook zijn de middelen voor buurtsportcoaches (€ 97.272) hierin opgenomen. De opbouw van de categorie omvat verschillende onderdelen: Beleidsadviseurs: Zij houden zich bezig met beleidsontwikkeling en -implementatie, geven ondersteuning en advies aan beweegaanbieders en bestuurders, beheren subsidies en cofinanciering (BRC-regeling en GALA-middelen), coördineren samenwerking en netwerken, voeren communicatie-initiatieven zoals het bevorderen van sportdeelname (bv. QR-fit en Sportakkoord activiteiten) en campagnes voor sociale veiligheid van de sport. Ze rapporteren over beleidsresultaten aan het gemeentebestuur. Buurtsportcoaches (1,16 fte): Dit team is verantwoordelijk voor de uitvoering van het sportbeleid. Ze ondersteunen beweegaanbieders en het onderwijs (o.a. door inzet van een clubkadercoach en combinatiefunctionaris onderwijs), stimuleren gezond beweeggedrag bij inwoners en leiden hen naar passend beweegaanbod.

5

Communicatiemedewerkers: Zij ondersteunen de doelgroepgerichte communicatie en passen de juiste communicatiemiddelen toe om sportstimulering onder de aandacht te brengen. Ondersteunend personeel: Dit team verzorgt praktische randvoorwaarden, zoals bestuursafspraken, subsidiegesprekken en jaar overleggen. Vraag 7 p. 39, taak 5.6 (Sportpark Ulicoten): “We voeren de verdere uitwerking en realisatie van het gekozen scenario voor een toekomstbestending sportpark Ulicoten.” Wat is “het gekozen scenario”? Antwoord: Er is nu nog geen scenario gekozen, maar we gaan er tekstueel wel vanuit dat we dat in 2025 hebben gedaan en daaraan gaan doorwerken. Op 20 november zult u tijdens een raadsinformatie avond over uitkomsten fase 1 van het onderzoek en de denkrichtingen worden meegenomen. Vraag 8 Doelstelling 5.8 (Bestrijding eikenprocessierups): “We willen minder gaan spuiten omdat het middel steeds meer in twijfel wordt getrokken en bovendien geen duurzame oplossing is.” Wat wordt er precies in twijfel getrokken (effectiviteit, effecten volksgezondheid, impact milieu, …) en waarom is spuiten geen duurzame oplossing? Antwoord: Met spuiten bestrijden we niet alleen de eikenprocessierups maar doden we ook andere rupsen die zich hierdoor niet kunnen ontpoppen tot vlinder waardoor het ecologisch systeem en vervolgens de biodiversiteit onnodig wordt aangetast.

Vraag 9 De afgelopen jaren is steeds een uitvoeringsagenda opgesteld voor ‘Baarle BRUIST!’. Klopt het dat er voor 2025 geen uitvoeringsagenda is opgesteld? Zo ja: wat betekent dit voor de uitvoering van ‘Baarle BRUIST!’? Gaat die anders zijn dan andere jaren? Antwoord: Voor 2025 wordt de uitvoeringsagenda ook opgesteld. Zodra deze gereed is, sturen we deze ter informatie aan uw raad. Vraag 10a Met ingang van 2025 is een bezuiniging van €100.000 opgenomen op de WMO. Hier wordt verder nauwelijks op ingegaan in de programmabegroting (onder punt 6.9 op pagina 44 staat bijvoorbeeld niets). Wellicht is e.e.a. te linken aan de toelichting onder het kopje “Toekomstig bestendig sociaal domein” (p. 42), graag bevestiging. Antwoord:

6

Dat klopt. Betaalbaarheid van voorzieningen is onderdeel van een toekomstbestendig sociaal domein. De WMO is zo'n voorziening. De strategie zal hierbij waar mogelijk op onderdelen ‘veranderen’ zijn, en waar nodig ‘versoberen’. Vraag 10b Ik zou ook graag willen weten of en hoe ik e.e.a. kan verklaren met de tabel op pagina 131. Antwoord: De bezuiniging van € 100.000 is verwerkt op taakveld 671A. De lasten dalen hier van € 940.000 in 2024 naar € 865.000 in 2025. In de oorspronkelijke begroting namen de lasten toe van € 940.000 in 2024 tot € 965.000 in 2025.

7

Vraag 11 p. 50, onderdelen 7.5.2, 7.5.3 en 7.5.4: in hoeverre is de term “duurzame warmte” in Baarle-Nassau relevant genoeg om drie actielijnen aan te wijden? We hebben immers de massa niet voor geothermie en nauwelijks te benutten restwarmte van de industrie (we weten al dat het regionale warmtenet aan ons voorbij zal gaan). Is het niet zo dat er vooral nog (elektrische) warmtepompen en de opwekking van biogas uit dierlijke mest overblijven als alternatieven? Zo ja: dan hebben we actiepunt 7.5.4. niet nodig (verkennen nut en noodzaak lokaal warmtebronnenonderzoek). Antwoord: Op kleinere schaal, bijvoorbeeld straatniveau, is nader onderzoek relevant om te kijken naar een zo efficiënt mogelijke inzet van de wel beschikbare warmtebronnen. Dit om goed invulling te kunnen geven aan de punten 7.5.2 en 7.5.3. In sommige gevallen zijn kleine collectieve oplossingen aan te bevelen in het kader van maatschappelijke impact en solidariteit, via bijvoorbeeld een mini-warmtenet. Vraag 12 p. 56: “In het Programma Wonen zijn de lokale ambities geformuleerd. Dit programma dienst als bouwsteen voor de omgevingsvisie …” Moet het niet zo zijn dat de omgevingsvisie als bouwsteen voor het Programma Wonen dient (andersom dus)? Antwoord: Formeel is het zo dat de omgevingsvisie de strategische beleidsuitgangspunten bevat waarop programma's, zoals het programma Wonen, zijn gebaseerd.

Een programma bevat de doorontwikkeling en uitwerking van die strategische beleidsuitgangspunten. Het programma Wonen is vastgesteld voor er een omgevingsvisie (onder de werking van de Omgevingswet) is vastgesteld. Baarle-Nassau had echter al een omgevingsvisie die weliswaar onder de oude Wet ruimtelijke ordening tot stand is gekomen, maar wel strategische beleidsuitgangspunten bevat voor het beleidsveld Wonen. In het programma Wonen zijn die doorontwikkeld met de kennis van nu en in het thema Goed wonen dat in de ontwerp-omgevingsvisie is opgenomen, is daar rekening mee gehouden. Er is dus in dit geval sprake van een wederzijdse relatie. Vraag 13 Doelstelling 8.5 (Ontwikkeling woningbouwplan Loveren fase 2 Baarle-Nassau): “De ruimtelijke en milieutechnische mogelijkheden voor woningbouw op de locatie verkennen we verder.” Zijn de milieutechnische mogelijkheden voor woningbouw niet al lang bekend (zie Onderzoek milieu contouren woningbouw Loveren fase 2, d.d. 15 december 2021)? Zo ja: moet de doelstelling dan niet anders geformuleerd zijn, namelijk bezien wat nodig is in het kader van milieutechnische belemmeringen om woningbouw op de locatie mogelijk te maken? Antwoord: Nee, de milieutechnische mogelijkheden zijn nog niet precies bekend. Het plangebied is na het onderzoek van 15 december 2021 vergroot met onder andere de locatie van de houtzagerij.

Uit geuronderzoek is gebleken dat er contouren over het plangebied

8

liggen. We verkennen welke mogelijkheden er zijn om deze contouren weg te nemen of om het plan aan te passen. Vraag 14 Doelstelling 8.11 (Regionale samenwerking thema wonen): ik mis hier iets over de dorpenstrategie in SRBT-verband. Baarle-Nassau zou volgens laatste bericht vertegenwoordigd zijn in het kernteam Dorpenstrategie SRBT, maar hierover wordt niet gesproken in de begroting. Is de terminologie wellicht veranderd? Als het goed is heeft er in augustus een opdrachtverstrekking plaatsgevonden om tot de uitwerking van de Dorpenstrategie te komen. Wat is de huidige status? Antwoord: In de tekst bij doelstelling 8.11 kan hier inderdaag aandacht aan worden besteed door de vetgedrukte tekst toe te voegen: “We nemen, bestuurlijk en ambtelijk, deel aan regionale overlegstructuren en maken hier optimaal gebruik van om onze ambities te verwezenlijken. Zo maken we o.a. (via de woontafel) ambtelijk deel uit van het kernteam wonen van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) en is de ABG vertegenwoordigd in het project Dorpenstrategie. Bestuurlijk nemen we bijvoorbeeld ook deel aan de Opgave Evenredige verdeling van SRBT. En sluiten we aan bij overleg over wonen in regio Breda eo en voor wonen met zorg bij de regio Hart van Brabant.” De stand van zaken in het project Dorpenstrategie is dat in november 2024 opdrachtverlening aan een adviesbureau zal plaatsvinden.

Dit heeft langer geduurd dan gepland, omdat de andere stedelijke regio's meer betrokken zijn. De dorpenstrategie dient namelijk voor heel Noord-Brabant geschikt te zijn. De Stedelijke Regio Breda-Tilburg is echter wel uitvoerder van het project om de dorpenstrategie op te stellen. Vraag 15 Doelstelling 8.12 geeft beknopt weer wat de Wet Versterking regie volkshuisvesting betekent voor het handelingsperspectief van gemeenten in het algemeen, maar wat gaan wij ermee doen? Wellicht moet ik dit in samenhang met doelstelling 8.13 lezen, graag bevestiging. Antwoord: Dat is correct. De Wet regie verruimt de mogelijkheid ten aanzien van de toewijzing van woningen aan mensen met een sociaal/maatschappelijke of economische binding met de gemeente. Die verruiming kan worden benut door middel van een huisvestingsverordening, op het moment dat schaarste kan worden aangetoond. Zoals in het Programma Wonen is opgenomen, wordt er momenteel op regionale schaal onderzocht of die schaarste aantoonbaar is. Daarnaast wordt het, zodra de Wet regie van kracht is, een verplichting om een urgentieregeling voor aandachtsgroepen op te stellen. De huisvestingsverordening is daarvoor het aangewezen instrument. De huisvestingsverordening vindt haar juridische grondslag in de Huisvestingswet.

9

Vraag 16 p. 110/111: er is tweemaal (in 2025 en 2026) een incidentele last ter grootte van 11.000 euro begroot voor “Hefbomen versnellen transformatie”. Deze hefbomen moeten bijdragen aan een op lange termijn houdbaar sociaal domein. Wat zijn dit voor ‘hefbomen’? Antwoord: De hefbomen zijn die zaken die we willen veranderen of versterken om het sociaal domein in de toekomst houdbaar te houden. Dit vraagt een investering die financieel rendeert en/of ertoe leidt dat de personeelsschaarste minder voelbaar is. Met daarbij het belang dat daarbij duurdere individuele, specialistische zorg wordt verminderd. Hefbomen kunnen op diverse gebieden gevonden worden, zoals het versterken van de veerkracht van inwoners zelf, het investeren in meer informeel, (specifiek) preventief en collectief ondersteuningsaanbod. Hiervoor is het ook nodig dat we de meest kwetsbaren beter bereiken en het benodigde aanbod toegankelijk maken. Vraag 17 p. 133, Programma 9A: Algemene dekkingsmiddelen, onderdeel 080 – Overige baten en lasten lopen op van 21.000 euro in 2024 tot 916.000 euro in 2028. Wat zijn dit voor lasten? Antwoord: Dit betreft de stelpost om loon- en prijsstijgingen (indexaties) op te vangen (zie ook de toelichting m.b.t. deze stelpost op blz 62 van de programmabegroting 2025 en blz. 1011 van de 2e turap 2024).

Fractie van der Velden Toeristenbelasting: Wat ik terug kan vinden in de verordening is dat daar waar personen tegen betaling overnachten en niet ingezetenen van de gemeente zijn, deze toeristenbelasting zouden moeten betalen. 2 keer per jaar is er meerdaagse autocross waar veel van de deelnemers in campers, caravans en vrachtwagens blijven overnachten op de grond bij de cross. Volgens mij is dit een commerciële exploitatie door n firma uit Baarle, en waarbij je niet gratis het terrein op kunt, echter waar hoogstwaarschijnlijk geen toeristenbelasting betaald en dus afgedragen wordt. Klopt deze aanname, en zo niet, wat en waarom zou dit niet kloppen, of wat is de reden om hier dan van af te wijken?

10

Antwoord: De toeristenbelasting mag niet worden ingevoerd voor het houden van verblijf in inrichtingen tot het geven van vermakelijkheden, zoals bijvoorbeeld De Efteling of de rondvaartboten in Amsterdam (Hoge Raad 13 januari 1988, nr. 25.129). Voor die vormen van verblijf kan alleen een vermakelijkhedenretibutie worden vastgesteld. Dit soort evenementen vallen onder vermakelijkheden. Zijn er meerdere gelijksoortige evenementen? Antwoord: 2x per jaar wordt er een autocross evenement georganiseerd waarbij leden van de organisatie overnachten bij/naast het evenemententerrein. Daarnaast wordt er in juni een weekend georganiseerd door de Harley Davidson club, borderrun. Hier wordt 2 dagen overnacht in Castelré Wat is hierbij eventueel het te behalen potentieel? Zou de verordening aangepast moeten worden om dit eventueel wel mogelijk te kunnen maken? Antwoord: Zie antwoord 1, dit valt niet onder toeristenbelasting. Opmerking: antwoord toegevoegd op 06-11-24 om 11:36 uur

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14769438/2