CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie college op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Baarle-Nassau

Gemeenteraad (openbaar) 31 maart 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Kadernotitie subsidiebeleid sociaal domein en Algemene subsidieverordening2.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesraad Sociaal Domein Baarle-Nassau Hulstakker 16 5111 XN Baarle-Nassau

Behandelaar: Marleen Loots Telefoonnummer: 088 3821 364 Mail: MarleenLoots@abg.nl

Uw kenmerk: Zaaknummer: 316577 Bijlage: -

Verzonden op: 23 februari 2021

Onderwerp: advies vernieuwing subsidiebeleid

Geachte leden van de Adviesraad sociaal domein,

Op 4 februari hebben wij uw advies over het nieuw subsidiebeleid ontvangen. In deze brief laten wij u weten of en zo ja hoe wij de verschillende onderdelen uw advies meenemen in het nieuwe subsidiebeleid. Daarnaast beantwoorden wij de vragen die u in uw brief gesteld heeft. Algemeen advies Het is een goed voorstel om het subsidiebeleid te herzien en aan te passen. Kleine organisaties en verenigingen zo min mogelijk belasten met administratieve en bureaucratische zaken vinden we belangrijk. We zien het nieuwe beleid ook als een positieve ontwikkelingen om met hen in gesprek te gaan. Deze adviezen sluiten goed aan bij de uitgangspunten die in de Kadernotitie zijn geformuleerd. We concluderen dat u hier op hoofdlijnen positief over adviseert. § 1 en 1.1 Onderscheid tussen grote professionele organisaties en kleine vrijwilligersorganisaties Wij zien twee soorten gesubsidieerden: - organisaties, vaak groot met professionals, - organisaties, vaak klein met vrijwilligers. Wat is de reden dat deze in het nieuwe subsidiebeleid niet opgesplitst worden? Wij zijn voor een sterkere splitsing om de volgende redenen:

Postbus 105 5110 AC Baarle-Nassau Telefoon 14 013 E-mail: info@baarle-nassau.nl

30 enclaves, 2 gemeenten, 2 landen

A. Grote organisaties; dat zijn de professionele organisaties waarbij de gemeente diensten inkoopt t.a.v. de inwoners. De gemeente huurt de organisatie in en daarmee dekt men de exploitatie. Dat is o.i. geen subsidie, dat is inkoop van diensten. Zij zijn aanbieders van diensten. B. Kleine organisaties en verenigingen; ons inziens spreken we hier echt over subsidie en daarmee faciliteert (=smeerolie) en ondersteunt de gemeente deze organisaties. Deze organisaties bestaan doorgaans uit vrijwilligers. Zij zijn vragers van ondersteuning. Dat is ondersteuning tegen eenzaamheid, voor samenwerking, lichamelijke en geestelijk welzijn, armoede en zelfredzaamheid. Deze organisaties zijn voortgekomen vanuit een behoefte van de inwoners. Baarle bruist. We stellen in de Kadernotitie voor om onderscheid te maken in twee subsidiesoorten: - subsidies voor basisvoorzieningen: hieronder vallen de grote organisaties met professionals. Daarnaast vallen hieronder ook organisaties die zelf geen activiteiten voor inwoners uitvoeren, maar ondersteunend zijn aan de activiteiten van andere organisaties. Denk dan bijvoorbeeld aan de beheerorganisaties van maatschappelijke accommodaties of bijvoorbeeld ook een EHBO vereniging. - subsidies voor activiteiten: hieronder vallen de meeste kleine organisaties met vrijwilligers.

Het subsidiebeleid heeft geen betrekking op diensten die de gemeente inkoopt van organisaties. Die vallen onder het gemeentelijke inkoop- en aanbestedingsbeleid. Wanneer we kiezen voor inkoop en wanneer we kiezen voor subsidieverlening is vooral afhankelijk van de wijze waarop de gemeente wil sturen en relaties aan wil gaan met partijen in het veld: - bij inkoop beschrijft de gemeente concreet welke diensten geleverd moeten worden en is er sprake van een opdrachtgever – opdrachtnemer relatie. Wanneer een organisatie niet levert, kan de gemeente dit contractueel afdwingen of het contract beëindigen. - bij subsidie beschrijft de gemeente de doelen die zij wil behalen en kunnen organisaties subsidie aanvragen om daar een bijdrage aan leveren. In hun aanvraag werken zij uit hoe ze dat willen doen, de gemeente bepaalt dat niet maar faciliteert. De onderlinge relatie is gericht op samenwerken. Ten aanzien van de inzet van maatschappelijke organisaties in de gemeente Baarle-Nassau kiezen we op basis van deze inhoudelijke uitgangspunten voor subsidieverlening. In de Kadernotitie is opgenomen dat we de administratieve belasting voor het aanvragen en verantwoorden van een subsidie afstemmen op de hoogte van de subsidie; hoe hoger het bedrag, hoe hoger de eisen. Voor het aanvragen van subsidie werken we dit in de Nadere regels verder uit.

Met betrekking tot het verantwoorden van subsidie is in de subsidieverordening opgenomen dat subsidies tot € 5.000 in principe niet verantwoord hoeven worden en direct worden vastgesteld. Bij subsidies van meer dan € 100.000 is een accountantsverklaring verplicht. Hoe is de verhouding van het totale budget verdeeld tussen de grote (A) en kleine (B)organisaties? Kunnen we daar een overzicht van krijgen? Het onderstaande overzicht geeft inzicht in de verdeling van de subsidiemiddelen in 2020:

De grote subsidieontvangers hebben allemaal professionals in dienst. In het geval van dienstencentrum Ulicoten is er wel sprake van een vrijwillig bestuur.

§ 1 Afname van de kostenstijging in het sociaal domein De gemeente streeft naar een afname van de kostenstijging in het sociaal domein. Wat wordt bedoeld? Is het een afname van de kosten (krimpen)? Of is indexering niet meer of minder mogelijk? (minder stijging van de kosten)? Wij hebben grote vragen bij de afname van de kostenstijging door meer maatwerk, meer voorliggende voorzieningen, sterke netwerken, meer maatschappelijke rendement, meer kostendeling en cofinanciering, meer actieve samenwerking tussen partners. Dit komt ons als een vage formulering over. Is dit concreter te maken? Hoe wilt u dit uitvoeren? Graag een smart formulering? We zien dat de gemeentelijke uitgaven in het sociaal domein stijgen omdat steeds meer inwoners een beroep doen op professionele hulp en ondersteuning. De financiële middelen die we tot onze beschikking hebben nemen echter niet toe. Dit betekent dat de manier waarop we nu zorg en ondersteuning aan kwetsbare inwoners bieden, op termijn niet meer haalbaar is. Om te voorkomen dat we hulp en ondersteuning niet meer kunnen bieden aan inwoners die het echt nodig hebben, willen we maatregelen nemen die leiden tot minder uitgaven voor professionele hulp en ondersteuning. Dat doen we onder andere door te investeren in een sterke sociale basis.

We willen de onderlinge betrokkenheid tussen inwoners versterken en vergroten, bijvoorbeeld door inwonersinitiatieven, vrijwilligerswerk en mantelzorg te faciliteren. Het subsidiebeleid is hiervoor een belangrijk middel. Juist omdat het aantal inwoners dat een beroep op ons doet de komende tijd zal blijven stijgen, vinden we het niet reëel om een kostendaling na te streven. We zetten daarom in op een afname van de kostenstijging. Wanneer we het hebben over een afname van de kostenstijging hebben gaat het met name om de kosten van geïndiceerde zorg en voorzieningen. We zullen dit aanvullen in de Kadernotitie. Er is vooraf geen taakstellende bezuiniging meegegeven voor het subsidiebeleid. De gemeenteraad stelt jaarlijks als onderdeel van de gemeentebegroting het beschikbare subsidiebudget vast. Hiermee kan de gemeenteraad jaarlijks (bij)sturen op de uitgaven. § 3.1 Overleg met subsidieontvangers In de notitie wordt gesproken over jaarlijks overleg o.a. in verband met eventuele benodigde wijzigingen van de beleidsaccenten. Wellicht is het nuttig hieraan toe te voegen dat in zulk een gesprek ook de realisaties aan de orde komen. Dus niet alleen vooruit maar zeker ook in afrekenden zin achteruit kijken. We nemen dit advies over en verwerken dit in de Kadernotitie.

Is het nuttig om bij de opstelling van de nieuwe budgetten ook steeds een vergelijking te maken met de ‘oude’ budgetten? Hiervan zijn wij het belang niet in. We zijn zelfs van mening dat teruggrijpen naar oude budgetten een zuivere en effectieve toepassing van het nieuwe beleid in de weg kan staan. Uiteraard hebben we oog voor een zorgvuldige overgang van oud naar nieuw beleid. We zullen waar nodig overgangsregelingen treffen om subsidieontvangers in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe situatie. § 3.2 Samenwerking Er wordt nadrukkelijk ingestoken op meer samenwerking en krachtenbundeling. Kan de gemeente aangeven wat er bedoeld wordt met meer samenwerken tussen organisaties? Kunt u concrete voorbeelden geven? Wordt hierop in de nota wellicht een te positief beeld geschetst van de opbrengsten, inhoudelijk en financieel?

Wij geloven in de kracht van samenwerken. In goede samenwerkingen wordt gebruik gemaakt van elkaars kennis, kunde en mogelijkheden. Samen kun je meer dan alleen. Samenwerking leidt ook tot minder versnippering en hiaten in het activiteitenaanbod. In die zin kan samenwerking ook zorgen voor meer efficiency. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het gezamenlijk organiseren van één gezamenlijke activiteit voor meerdere (doel)groepen in plaats van alleen maar eigen activiteiten per (doel)groep. Wij zien het lokaal sportakkoord en de dementievriendelijke gemeente als goede voorbeelden van samenwerking en krachtenbundeling. Kleine organisaties werken meestal met vrijwilligers en grote organisaties met professionals. Die moeten betaald worden. Hoe wil je die verbinding met elkaar gaan? Aan welke verbindingen wordt gedacht. Samenwerking tussen vrijwilligers en professionals is belangrijk en waardevol. Zij kunnen er in afstemming met elkaar voor zorgen dat de juiste dingen worden georganiseerd voor inwoners. De meeste vrijwilligers zijn lokaal goed verankerd en kunnen signalen vanuit de samenleving delen met professionals. Professionals kunnen de vrijwilligers ondersteunen. De dorpsondersteuner is daarvan een mooi voorbeeld. Met subsidie kunnen we erop sturen dat de samenwerking wordt gezocht.

We vinden het belangrijk dat de vrijwilligers de toegevoerde waarde van onderlinge samenwerking en samenwerking met professionals gaan zien en ervaren. § 4 Relatie met het nieuwe CCB Wat zijn de effecten op de subsidiering bij de realisering van het nieuwe CCB. Denk hierbij aan verlies van de bar-inkomsten, wijzigingen in huurpenningen, relatie met Hertog, etc.? Is er zicht op wat de budgettaire effecten zijn voor de gebruikers van het CCB? Voor een aantal verenigingen is dit van essentieel belang. Doelstelling is toch dat ze kunnen blijven functioneren. Zij dragen bij aan o.a. de verbreding van de sociale contacten en de bestrijding van de eenzaamheid. De realisatie van het nieuwe CCB kan uiteraard financiële gevolgen hebben voor verenigingen die hun activiteiten daar uitvoeren. We monitoren dit binnen het project nieuw CCB. Voor het nieuwe subsidiebeleid geldt dat we kiezen voor subsidieverlening op basis van inhoudelijke meerwaarde / bijdragen aan de beleidsdoelen. Hier ligt dus geen rechtstreekse relatie met de instandhouding van verenigingen. Wanneer verenigingen als gevolg van hogere huisvestingskosten en/of lagere opbrengsten een hogere subsidiebehoefte krijgen voor activiteiten die inhoudelijk subsidiabel zijn, kan het subsidiebeleid hier mogelijk wel in faciliteren. We werken dit uit in de Nadere regels.

§ 4.2 Financiële kaders Een reserve mag toch opgebouwd worden voor bijv. een eenmalig jubileum, een extra activiteiten, een tegenvaller, niet jaarlijkse hogere kosten/investeringen? Is vermogensopbouw tot bijv. 1 maal de jaarlijkse exploitatie een kader? Graag hierover iets vastleggen. Dat geeft duidelijkheid. Het doel van de financiële kaders is te toetsen of subsidie nodig is om de activiteiten te kunnen uitvoeren. Daarbij betrekken we de hoogte van reserves en voorzieningen van subsidieaanvragers. De subsidie kan nooit hoger zijn dan tekort op de activiteitenbegroting en er mag geen reserve gevormd worden uit subsidie. Hoe we dat toetsen werken we uit in de Nadere regels. We zullen uw adviezen om concrete normen vast te leggen met betrekking tot vermogensopbouw en te beschrijven hoe we omgaan met bestemmingsreserves daarin meenemen.

Algemene vragen en opmerkingen

•

Opmerking: na het eerste jaar van de nieuwe subsidieregeling een vergelijkend onderzoek uitvoeren met de huidige subsidieregeling. We zullen het subsidiebeleid periodiek evalueren en waar nodig bijstellen. In 2022 zullen we vooral inzicht krijgen in eventuele financiële verschuivingen. Vanaf 2023 kunnen we ook inhoudelijke effecten gaan meten.

•

Is deze Kadernotitie nu gelijk aan die van de ABG? Nee, iedere gemeente kent een eigen Kadernotitie die gebaseerd is op het lokale zorg- en welzijnsbeleid.

•

Waarom is het belangrijk om de subsidieverdeling in beeld te krijgen? Waarop en hoe gaat de gemeente bezuinigingen? Zoals gezegd hebben we geen bezuinigingsopdracht. Het is voor ons vooral interessant om te monitoren of de verdeling van de subsidiemiddelen aansluit bij de doelstellingen van het subsidiebeleid en bij de lokale context / behoeften. Hoe we dit gaan monitoren moeten we nog verder uitwerken.

•

We vinden het van belang om de voortgang te volgen en om het subsidiebeleid jaarlijks op de agenda van de ASD te vermelden. Dat staat u uiteraard vrij. Gezien de lokale impact van het subsidiebeleid kunnen we ons zeker iets bij voorstellen bij deze keuze.

•

Wij vinden een goed overgangsregeling voor de verenigingen van belang. Hoe ziet de overgangsregeling van oud naar nieuw subsidiebeleid er uit? De overgangsregeling zal er vooral op gericht zijn om de financiële verschuivingen in 2022 te beperken. Daarmee geven we organisaties de tijd om te anticiperen op het nieuwe beleid. De eerst volgende stap in het proces om te komen tot nieuw subsidiebeleid betreft het uitwerken van de Nadere regels. Daarin werkt het college de uitvoeringsregels verder concreet uit. Op basis van deze uitwerking kunnen we een inschatting maken van de impact van het nieuwe subsidiebeleid op de huidige subsidieaanvragers bij ongewijzigd beleid van hun kant. Vervolgens werken we de overgangsregeling uit.

•

Een aantal verenigingen en organisaties zijn een onderdeel van een landelijke en/of provinciale organisaties met hun eigen beleid en professionele begeleiding. Hoe gaat de gemeente daar mee om? We kunnen niet goed inschatten hoe dit impact heeft op de lokale subsidieverlening. De gemeente verleent subsidie voor activiteiten die passen binnen het nieuwe subsidiebeleid. Hoe verenigingen en organisaties georganiseerd zijn is daarop niet van invloed.

•

Hoe verhoudt zich de relatie met Baarle-Hertog inz. subsidiering? Leden van Nassau kunnen lid zijn van een Belgische vereniging en andersom. Subsidiëren beide gemeenten hun evenredig deel? Met het subsidiebeleid sturen we op het behalen van de doelen in ons lokale zorg- en welzijnsbeleid. In basis is dit dus een eigen afweging van de gemeente Baarle-Nassau. De gemeente Baarle-Hertog kan andere beleidsdoelen nastreven en daarmee ook tot andere toekenningen komen. Waar mogelijk proberen we uiteraard tot afstemming met de gemeente Baarle-Hertog te komen.

•

Tot slot: alle bevolkings- en leeftijdsgroepen subsidiëren vinden we belangrijk. De gemeente mag trots zijn op alle bestaande verenigingen en organisaties. Voor de jeugd is sport en jeugdwerk specifiek van belang. Vooral om het gevoel van gemeenschapszin te versterken (en niet alleen het individualisme). We zijn trots op bestaande organisaties. Pluim voor het beleid van de afgelopen jaren. Wij onderschrijven uw slotopmerkingen en bedanken u voor het compliment.

Wij willen u hartelijk bedanken voor het meedenken en uw uitgebreide advies. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau,

Piet Sprangers Afdelingsmanager Sociaal Domein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9811083/1