CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Richtlijnen begroting 2026 verbonden partijen

Gemeenteraad (openbaar) 6 november 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel tot richtlijnen begrotingen 2026 verbonden partijen2.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Commissie B&M: Afdeling: Zaaknummer:

16 oktober 2024 Intern Advies & Ondersteuning 1088078

Raadsvergadering: Portefeuillehouder: Programma:

6 november 2024 Burgemeester de HoonVeelenturf 0. Bestuur en ondersteuning

Voorstel tot Richtlijnen begrotingen 2026 verbonden partijen

1. Voorgesteld besluit 1. De begrotingsrichtlijnen 2026 vast te stellen zoals bijgevoegd in Bijlage A t/m E. 2. Eerdere besluitvorming Op 15 mei 2024 stelde de gemeenteraad de nieuwe West-Brabantse 'Nota verbonden partijen en overige samenwerkingsverbanden' vast. 3. Samenvatting Gemeenten hebben een deel van hun taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden (verbonden partijen). Het gaat om taken die beter of efficiënter in collectiviteit opgepakt kunnen worden, bijvoorbeeld de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en de Regionale Ambulance Voorziening (RAV). De gemeenteraden in West-Brabant hebben gezamenlijke afspraken gemaakt over hoe zij omgaan met verbonden partijen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Nota Verbonden Partijen en Overige Samenwerkingsverbanden. Een van de afspraken uit deze nota is dat de gemeenten gezamenlijk afstemmen over financiële en beleidsmatige richtlijnen die zij de verbonden partijen willen meegeven. Het college legt de regionaal voorbereidde begrotingsrichtlijnen 2026 voor aan de gemeenteraad.

Voorstel 4. Inleiding Eén van de spelregels in de door de gemeenteraad vastgestelde “Nota Verbonden Partijen en overige samenwerkingsverbanden” is het jaarlijks vaststellen van richtlijnen voor de begrotingen van verbonden partijen. De gemeenteraad kan daarmee richting geven aan het (financiële) beleid van deze verbonden partijen. Een regionale ambtelijke werkgroep heeft financiële richtlijnen voorbereid waaraan alle begrotingen van verbonden partijen in West-Brabant zouden moeten voldoen. Voor een aantal verbonden partijen zijn ook beleidsmatige richtlijnen voorbereid. Met de richtlijnen stelt de gemeenteraad financiële en beleidsmatige kaders vast voor de begrotingen van 2026 van de verbonden partijen. Op deze manier kan de gemeenteraad beter sturen op de begroting van een verbonden partij. Een verbonden partij moet in de kaderbrief, gericht aan de gemeenteraad, onderbouwd aangeven in hoeverre de begroting gaat voldoen aan de gestelde kaders. Het gaat daarbij om de volgende verbonden partijen:

Zaaknummer: 1088078

Regeling

Algemene financiële richtlijnen van toepassing

Aanvullende richtlijnen

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)

Ja

Bijlage B

Regionale Ambulance Voorziening Brabant MWN (RAV)

Nee, financiering verloopt niet via gemeenten.

Bijlage C

Regio West-Brabant (RWB)

Ja

Bijlage D

Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)

Ja

Bijlage E

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB)

Ja

N.v.t. vasthouden aan beleidsplan 2023-2027

Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant (RBL)

Ja

N.v.t.

Nazorg Gesloten Stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen (NGS)

Ja

N.v.t.

Deze richtlijnen worden ook ter besluitvorming voorgelegd aan de andere West-Brabantse gemeenteraden. Voor de verbonden partijen RAV, Veiligheidsregio MWB en OMWB geldt dat deze uit meer deelnemende gemeenten bestaan dan de zestien West-Brabantse gemeenten. De andere deelnemende gemeenten worden op de hoogte gesteld van de West-Brabantse afspraken. 5. Argumenten 1.1 Een gezamenlijk signaal is sterker dan een signaal van een gemeente alleen Een groot deel van de voorgestelde richtlijnen wordt door de zestien West-Brabantse gemeenten ingediend bij de verbonden partijen. Het geven van een gezamenlijk signaal zorgt ervoor dat voor de verbonden partijen helder is dat een groot aantal gemeenten dezelfde verwachtingen heeft. Dit maakt de kans groter dat deze richtlijnen ook worden opgevolgd. 1.2 Gemeenschappelijke regelingen moeten in de kadernota aangeven of én hoe ze de begrotingsrichtlijnen willen overnemen De West-Brabantse gemeenschappelijke regelingen leveren voor 1 februari 2025 hun kadernota aan bij de gemeenten. In die kadernota maken zij ook kenbaar op welke wijze zij de begrotingsrichtlijnen opvolgen. Wanneer zij ervoor kiezen een richtlijn niet op te volgen motiveren zij deze keuze in de kadernota.

1.3 De financiële richtlijnen worden aan alle gemeenschappelijke regelingen medegedeeld Er zijn generieke financiële richtlijnen opgesteld die voor alle West-Brabantse partijen van toepassing zijn. Deze richtlijnen zijn een doorvertaling van de financiële afspraken uit de Nota Verbonden Partijen en Overige Samenwerkingsverbanden. Omdat de gemeente geen financiële

Zaaknummer: 1088078

bijdrage levert aan de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) gelden de financiële richtlijnen niet voor hen. 1.4 De aanvullende richtlijn is aangescherpt in verband met de financiële situatie Met het oog op het ravijnjaar verwacht het college ook van verbonden partijen dat zij kritisch kijken naar de eigen begroting. In de regionaal opgestelde richtlijnen wordt de oproep gedaan aan de verbonden partijen om te beschrijven hoe de begroting gelijk kan blijven of slechts beperkt kan stijgen ten opzichte van de bijdrage in 2025. Het college vindt deze oproep onvoldoende sterk en kiest ervoor de oproep steviger te formuleren. In onze aanvullende richtlijn wordt gevraagd in kaart te brengen hoe zij kunnen zorgen voor een gelijke bijdrage of vermindering van de bijdrage t.o.v. 2025. 1.5 De OMWB wordt gevraagd uiterlijk in de kaderbrief inzicht te geven in het proces om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek In 2017 is de MWB-norm vastgesteld, dit is de financieringssystematiek van de OMWB. Deze systematiek zou tot 2024 lopen. Vorig jaar is besloten deze systematiek pas in 2025 te herzien, zodat de gevolgen van de Omgevingswet en het nieuwe Gemeenschappelijk Uitvoeringskader meegenomen kunnen worden.

De gemeenten roepen de OMWB op om in de kaderbrief helderheid te geven over het proces om tot de nieuwe financieringssystematiek te komen, en inzicht te geven in de potentiële gevolgen voor de meerjarenbegroting vanaf 2026. 1.6 Aan de Regionale Ambulancevoorziening worden specifieke beleidsmatige richtlijnen meegegeven De beleidsmatige richtlijnen hebben betrekking op de borging van de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg. Het meerjarenbeleidsplan van de RAV loopt tot 2025. Van de RAV wordt verwacht dat zij de stakeholders betrekt bij het opstellen van het nieuwe meerjarenplan. 1.7 In de beleidsmatige richtlijnen wordt Regio West-Brabant gevraagd in heldere taal aan te geven wat zij gaan doen in 2026 en verder Bij de vaststelling van de strategische agenda gaf de gemeenteraad al als zienswijze mee extra inzicht nodig te hebben in de concrete doelen en taken van de RWB. Dit signaal zet u kracht bij door hier ook in de richtlijnen begroting 2026 expliciet om te vragen. 1.8 Aan de GGD West Brabant worden aanvullende beleidsmatige richtlijnen meegegeven Aan de GGD worden aanvullende beleidsmatige richtlijnen meegegeven. Deze hebben betrekking op het verkrijgen van inzicht in hoe het beleidsplan 2023-2026 concreet invulling krijgt en verder hoe de gemeenten in 2026 betrokken worden bij het opstellen van het vervolgplan.

Daarnaast wordt als beleidsmatige richtlijn bepaald dat de GGD, gelet op de verwachting dat er wellicht keuzes moeten worden gemaakt in verband met de afnemende middelen, meer gedetailleerd inzicht moet geven in het aanbod, de geleverde producten en de kosten daarvan. 1.9 Voor enkele gemeenschappelijke regelingen zijn geen aanvullende beleidsmatige richtlijnen opgenomen Voor Regionaal Bureau Leren en Nazorg Gesloten Stortplaatsen geldt dat zij louter goed afgebakende uitvoerende taken hebben Het is daarom niet nodig aanvullende richtlijnen vast te stellen. Voor de Veiligheidsregio Midden- West-Brabant geldt dat zij uitvoering geven aan het beleidsplan 2023-2027. Zolang zij blijven werken binnen de genoemde pijlers en daar adequaat over rapporteren is er geen aanleiding om aanvullende richtlijnen mee te geven. Er zijn ook geen ontwikkelingen te benoemen die invloed hebben op het beleid. De algemene financiële richtlijnen gelden wel voor de drie regelingen. Zaaknummer: 1088078

6. Risico’s en kanttekeningen 1.1 De begrotingsrichtlijnen komen voort uit de West-Brabantse Nota Verbonden Partijen en Overige Samenwerkingsverbanden en niet uit de Wet gemeenschappelijke regelingen De afspraken rondom de begrotingsrichtlijnen zijn vastgelegd in de Nota Verbonden Partijen. Dit betreft een set afspraken tussen de West-Brabantse gemeenteraden en de gemeenschappelijke regelingen. De regelingen zijn niet wettelijk verplicht de begrotingsrichtlijnen op te volgen. Voor de RAV, OMWB en Veiligheidsregio geldt dat zij uit meer gemeenten bestaan dan alleen de WestBrabantse gemeenten. 7. Alternatieven De gemeenteraad kan ervoor kiezen aanvullende richtlijnen vast te stellen. 8. Lasten, baten en dekking Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. In de kadernota geven de gemeenschappelijke regelingen aan op welke wijze zij aan de richtlijnen gaan voldoen. 9. Relatie tot Baarle-Hertog n.v.t. 10. Relatie tot ABG-Organisatie De gemeente Alphen-Chaam neemt ook deel aan de West-Brabantse Nota Verbonden Partijen en Overige Samenwerkingsverbanden en behandelt derhalve een vergelijkbaar voorstel. De gemeente Gilze en Rijen is geen onderdeel van de samenwerking in West-Brabant. 11. Communicatie en vorm van participatie De verbonden partijen worden zo snel mogelijk na het besluit van de gemeenteraad schriftelijk op de hoogte gesteld van de vastgestelde richtlijnen. 12.

Vervolg Planning: Uiterlijk 1 februari 2025 ontvangt de gemeente de kaderbrieven van de verbonden partijen. In de kaderbrieven wordt onderbouwd aangegeven in hoeverre de verbonden partij gaat voldoen aan de gestelde kaders.

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN BAARLE-NASSAU P.W.M. Geurts M.H.M.R. de Hoon- Veelenturf Secretaris burgemeester

Bijlage(n): 1. Nota verbonden partijen en overige samenwerkingsverbanden

Zaaknummer: 1088078

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BAARLE-NASSAU; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 1088078;

gelet op het bepaalde in; besluit:

1. De begrotingsrichtlijnen 2026 vast te stellen zoals bijgevoegd in Bijlage A t/m E.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 6 november 2024

DE GEMEENTERAAD VAN BAARLE-NASSAU

J.J.M. Nuijen Griffier

M.H.M.R. de Hoon- Veelenturf Voorzitter

Zaaknummer: 1088078

BIJLAGE A: ALGEMENE FINANCIËLE RICHTLIJNEN GR’EN KADERS/BEGROTING 2026 In de nota Verbonden Partijen zijn de volgende financiële richtlijnen vastgelegd: 1. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. 2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. 3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt.

Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. 4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. 5. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de

Zaaknummer: 1088078

totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). 6. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. 7. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. Aanvullende financiële richtlijn Wij verwachten dat onze verbonden partijen rekening houden met de verwachte neerwaartse bijstelling van het Gemeentefonds in 2026. In de kadernota beschrijft de gemeenschappelijke regeling in de kadernota en de begroting 2026 op welke manier zij ervoor kunnen zorgen dat de bijdrage van de deelnemers gelijk blijft aan of verminderd ten opzichte van de bijdrage voor 2025. Dit kan door besparingen voor te stellen of beleidsinhoudelijke keuzes aan te geven. Bovenstaande richtlijnen gelden niet voor RAV omdat financiering van deze regeling niet via de gemeenten geschiedt.

Zaaknummer: 1088078

Hierna volgen de aanvullende financiële en beleidsmatige richtlijnen begroting 2026 per GR: Bijlage B: OMWB

Beleidsmatige richtlijnen begroting OMWB 2026 1. De omgevingsdienst is in 2024 gestart met de implementatie van het kwaliteitsmanagementsysteem in de organisatie. In de kaderbrief 2026 geeft de omgevingsdienst concreet aan op welke wijze de resultaten van het kwaliteitsmanagementsysteem en de doorontwikkeling van datamanagement en -beheer worden verwerkt in de (meerjaren)begroting 2026. Bijvoorbeeld door in het beleidsdeel van de begroting inzage te geven in de aanpak van de ontwikkeling van kritieke prestatie-indicatoren (kpi’s) voor de primaire processen (dienstverlening). 2. Wij hebben de OMWB gevraagd om in 2025, samen met de deelnemers, de MWB-norm te herzien en te komen tot een nieuwe financieringsopzet. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de rapportage ‘Financieringssystematiek omgevingsdiensten’ vastgesteld op 20 juni 2024 door het bestuurlijk overleg Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP VTH) en het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het proces om tot een nieuwe financieringssystematiek te komen wordt in de Kaderbrief 2026 beschreven en ook de (potentiële) gevolgen voor de (meerjaren)begroting 2026 en verder. Bijlage C: RAV Beleidsmatige richtlijnen begroting 2026 1. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied.

De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. 2. Het Meerjarenplan 2022-2025 van de RAV loopt tot en met 2025. De RAV betrekt bij de opstelling van het nieuwe meerjarenplan de stakeholders. Het nieuwe meerjarenplan komt tot uitdrukking in de begroting 2026. 3. Het Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 bevat 26 indicatoren waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg wordt gemeten. Tijdigheid in het spoedvervoer is er hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. De RAV informeert de gemeenten in haar begroting hoe zij voldoet aan het landelijke kwaliteitskader en de opgenomen indicatoren. 4. De RAV is in 2024 gestart met de implementatie van de nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten niet meer dan 5% wordt overschreden (meldingaankomst meer dan 15 minuten). 5.

In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekent voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio.

Zaaknummer: 1088078

Bijlage D: RWB Specifieke financiële richtlijn voor de Regio West-Brabant: Bij de uitvoeringsgerichte taak Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie. Beleidsmatige richtlijnen begroting 2026 gemeenschappelijke regelingen Regio West-Brabant In de begroting 2026 wordt in heldere taal aangegeven: 1. Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024 – 2028 in 2026 worden gerealiseerd en welke doelen in de periode 2027-2028 worden beoogd; 2. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; 3. Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s en Rewin en hoe deze samenwerking wordt vormgegeven; 4. Op welke wijze de verbinding met onderwijs en bedrijfsleven wordt gelegd bij de uitvoering van het actieprogramma. Bijlage E: GGD Beleidsmatige richtlijnen 5.

De GGD geeft in kaders en Beleidsbegroting 2026 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan de in het beleidsplan 2023-2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’ opgenomen 4 ambities en laten ze hun 3 gezonde geluiden horen. 6. Wij verwachten dat zij in samenspraak met de deelnemende gemeenten in 2026 een vervolg van het beleidsplan opstelt en presenteert. 7. Gezien de afnemende financiële middelen in 2026 verwachten gemeenten beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie leveren.

Zaaknummer: 1088078

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14715194/1