Raadsinformatiebrief Inwerkingtreding en voortgang implementatie Omgevingswet
Tekst van het document
RAADSINFORMATIE
RAADSINFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
De gemeenteraad van Gemeente Baarle-Nassau
Van
Het college van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Hans van Tilborg
Onderwerp
Inwerkingtreding en voortgang implementatie Omgevingswet
Datum
15 juni 2021
Zaaknummer
344236
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. Inleiding Met deze brief berichten wij u over het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast informeren wij u over de implementatie van de Omgevingswet binnen de ABG-gemeenten en de diverse (raads)besluiten die daarvoor nodig zijn. 2. Inhoudelijk Algemeen De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bundelt de diverse wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water en regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. Het vraagt om een transitie op 3 verschillende sporen: - Het vernieuwen van het wettelijke stelsel met gebruikmaking van de volgende gemeentelijke instrumenten: de omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Van belang daarbij is de toepassing van participatie door het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij deze instrumenten. - Het ontwikkelen van één digitaal loket (Digitaal Stelsel Omgevingswet ofwel DSO) voor het aanvragen van vergunningen, raadplegen van de geldende regels per locatie, en op termijn informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In dit DSO worden het OLO, AIM en www.ruimtelijkeplannen.nl geïntegreerd.
- Het doorvoeren van organisatorische veranderingen op het gebied van taken, cultuur, structuur, technologie, processen en mensen. Daarmee kunnen we inwoners en ondernemers met een initiatief sneller en beter van dienst zijn.
Inwerkingtreding Omgevingswet Alles afwegende is de Minister op 27 mei samen met de bestuurlijke partners tot de conclusie gekomen dat het nodig is om de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet met een half jaar te verplaatsen naar 1 juli 2022. Er is meer tijd nodig om het Digitale Stelsel Omgevingswet opgeleverd, ingeregeld en stabiel werkend te krijgen. 1 juli is volgens de bestuurlijke partners een verantwoorde keuze waarbij het belang van de continuïteit van dienstverlening aan burgers en bedrijven en de doorgang van urgente gebiedsontwikkelingen centraal staan. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de laatste minimale functionaliteiten van de landelijke voorziening van het DSO die nodig zijn voor inwerkingtreding uiterlijk oktober 2021 gereed zijn en werken. Tot die tijd zal de Minister een vinger aan de pols houden. Implementatie binnen de ABG Op basis van onze implementatiestrategie uit 2019 bereiden binnen het programmateam Omgevingswet zich verschillende projectgroepen voor op de 4 nieuwe gemeentelijke kerninstrumenten die tezamen de beleidscyclus vormgeven (zie figuur). Omgevingsvisie en programma’s De omgevingsvisie is de opvolger van de structuurvisie en betreft een integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving. Uw raad stelt één omgevingsvisie vast voor het hele grondgebied.
We hebben het huidige beleid geïnventariseerd en een Projectplan opgesteld, waarin is uitgewerkt op welke manier invulling gegeven gaat worden aan het opstellen van de omgevingsvisie. Uitgangspunt is een beleidsneutrale omzetting van het huidige strategische beleid. Dit Projectplan is/wordt voor de zomer aan u voorgelegd. Na de zomer stellen we een Nota van Uitgangspunten op, waarmee richting wordt gegeven aan de sturingsfilosofie die de omgevingsvisie zal gaan bevatten. Vervolgens vindt de aanbesteding plaats en kan een start worden gemaakt met het opstellen van de omgevingsvisie. De overgangstermijn loopt naar verwachting tot 31 december 2024. De omgevingsvisie geeft ook richting aan de programma’s. Wij zijn als college bevoegd programma’s vast te stellen die een uitwerking van het beleid uit de omgevingsvisie bevatten en maatregelen ter uitvoering van dat beleid. Een programma hoeft geen integraal karakter te hebben en kan dus gericht zijn op een thema, gebied, project of een milieu-aspect.
Omgevingsplan Het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan maar met een verbrede reikwijdte. In het omgevingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben
2/5
voor de fysieke leefomgeving met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze regels zijn nu soms opgenomen in gemeentelijke verordeningen (zoals de APV), maar het kan ook gaan om de doorvertaling van rijksregels. Het Rijk wil namelijk in het kader van de Omgevingswet meer overlaten aan gemeenten in lijn met het adagium ‘decentraal, tenzij’. Deze voormalige rijksregels vormen tijdens de overgangsperiode de zogenaamde bruidsschat. Gevolg is dat een veelheid aan regels, die op allerlei niveaus hun werking hebben, in één omgevingsplan een plek moeten krijgen. U bent daarvoor het bevoegde gezag. Gezien de omvang en complexiteit van de opgave om tot een volwaardig omgevingsplan te komen, is een gefaseerde aanpak nodig die tot het einde van de overgangstermijn van (naar verwachting) 31 december 2029 doorloopt. Het plan van aanpak voor het omgevingsplan gaat als eerste stap uit van het ontwikkelen van een basisset aan. Dit dient als fundament voor het opstellen van omgevingsplannen van de ABG-gemeenten. Ook kan de basisset als handboek fungeren voor deelplannen van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen. Op deze manier bereiden we ons voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en kan de winkel open blijven.
Uitgangspunten daarbij zijn: - huidige regels beleidsneutraal overnemen, maar wel harmoniseren tussen ABG-gemeenten (een identieke opbouw/structuur van regels, maar normering is maatwerk); - in eerste instantie gericht op gebruiks- en bouwregels (alleen waar nodig de bruidsschat betrekken); - uitgaan van de standaardwaarden zoals opgenomen in het Rijksbeleid (tenzij anders blijkt uit upto-date vastgesteld gemeentelijk beleid); - geen nieuw gemeentelijk beleid inpassen; - de onderstaande inhoudsopgave is vertrekpunt. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Hoofdstuk 2 Functietoedeling - Afd 2.1 Centrum/gemengd - Afd 2.2 Woongebieden - Afd 2.3 Werkgebieden - Afd 2.4 Landelijke gebieden - Afd 2.5 Natuurgebieden - Afd 2.6 Hoofdinfrastructuur Hoofdstuk 3 Overige gebiedsaanwijzingen Hoofdstuk 4 Activiteiten (algemeen voor gemeentelijk grondgebied) - Afd 4.1 Gebruik - Afd 4.2 Ruimtelijke kwaliteit en bouwen - Afd 4.3 Mobiliteit en openbaar gebied - Afd 4.4 Groen, bodem en landschap - Afd 4.5 Veiligheid en gezondheid Hoofdstuk 5 Overige bepalingen
Parallel aan het implementatieproces loopt de opdracht om een omgevingsplan op te stellen voor het buitengebied van Baarle-Nassau. Dit project wordt gebruikt om de basisset geschikt te maken voor de landelijke gebieden en te toetsen aan de praktijk. Ook is er een werkgroep bezig de gemeentelijke verordeningsregels te integreren in het omgevingsplan. Omgevingsvergunning Voor wat betreft de omgevingsvergunning is het van belang dat het initiatief centraal staat (ja, mitshouding). De aanvraag wordt via het DSO ingediend. Daarbij dient de initiatiefnemer aan te geven of 3/5
hij aan participatie heeft gedaan, en zo ja, hoe en wat de resultaten zijn. Standaard is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing, ook bij het (buitenplans) afwijken van het omgevingsplan (nu 26 weken). Het college is in principe het bevoegd gezag en de vergunning van rechtswege verdwijnt. Een bijzonderheid is dat de raad in het omgevingsplan kan bepalen welke activiteiten vergunningplichtig zijn, dus ook bijvoorbeeld voor welke bouwactiviteiten een ruimtelijke vergunningplicht geldt. De activiteiten die in het omgevingsplan vergunningplichtig zijn gesteld, worden omgevingsplanactiviteiten genoemd; activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan zijn buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (vergelijkbaar met de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan). De raad kan gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij een bindend advies noodzakelijk is (vergelijkbaar met de huidige verklaring van geen bedenkingen). Ook kan de raad gevallen aanwijzen waarbij participatie verplicht is. We zijn bezig om software te installeren en een aansluiting op het DSO te creëren om de vergunningaanvragen te kunnen ontvangen om deze vervolgens in behandeling te kunnen nemen. Verder voeren we organisatorische veranderingen door op het gebied van werkprocessen en zaakgericht werken. Toezicht en handhaving vormt het sluitstuk van de beleidscyclus.
Wij (college) zijn het bevoegd gezag. De raad wordt hierover (jaarlijks) geïnformeerd en houdt daarmee toezicht op de uitvoering. Vervolgens kan monitoring en evaluatie leiden tot de ontwikkeling van nieuw beleid. Raadsbesluiten De implementatie van de Omgevingswet vraagt diverse noodzakelijke en vereiste besluiten, zowel van u als van ons college. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de raadsbesluiten. We zijn deze besluiten aan het voorbereiden. De besluiten hebben vooral betrekking op het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen die met het omgevingsplan en een omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt. Deze besluiten zijn met name van technische aard, noodzakelijk voor de uitvoeringspraktijk. Het is onze bedoeling om deze besluiten zoveel mogelijk gebundeld in het laatste kwartaal van dit jaar ter besluitvorming aan u voor te leggen.
Raadsbesluiten - aanwijzen gevallen bindend advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten - aanwijzen gevallen verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten - beleidsregels participatie bij omgevingsvisie, programma en omgevingsplan - delegeren delen van het omgevingsplan naar college - delegeren voorbereidingsbesluit naar college - instellen gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit - legesverordening - planschadeverordening (wordt verordening nadeelcompensatie) - financiële arrangementen uitvoeringsdiensten en mandaatregelingen
Tot slot De implementatie van de Omgevingswet gaat de komende tijd onverminderd door maar het blijft een uitdaging om ook daadwerkelijk alles werkende te hebben op 1 juli 2022. We liggen nog steeds
4/5
op schema, zowel financieel als qua planning, maar los van de invoeringsactiviteiten is er vooral behoefte aan tijd om te kunnen oefenen met de nieuwe werkprocessen/systemen. Die tijd krijgen wij wellicht nu de invoeringsdatum verschoven is van 1 januari naar 1 juli 2022. Zoals wij hebben aangegeven komen we in de periode richting de inwerkingtreding van de Omgevingswet met de hiervoor genoemde voorstellen bij u terug. Mocht u op korte termijn behoefte hebben aan een nadere toelichting dan zijn wij daartoe uiteraard bereid en vernemen wij dat graag. 3. Procedureel Tijdens een bijeenkomst in september wordt u meegenomen in de besluitvorming zoals u deze wordt voorgelegd in de raadsvergadering van november van dit jaar.
5/5