Raadsinformatiebrief Behandeling aanvragen herziening bestemmingsplan en principeverzoeken
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
De gemeenteraad van de Gemeente Baarle-Nassau
Van
Het college van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Wethouder van Tilborg
Onderwerp
Behandeling aanvragen herziening bestemmingsplan en principeverzoeken
Datum collegevergadering
21 december 2021
Behandelend medewerker
Michelle Korst
Zaaknummer
364486
RIB-Nummer
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------1. Inleiding De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. In de Omgevingswet is nieuw instrumentarium geregeld voor ruimtelijke plannen. Zo hebben we straks geen bestemmingsplannen meer, maar één omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente. De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022 heeft gevolgen voor de lopende planologische procedures, in het bijzonder de aanvragen voor een bestemmingsplanwijziging (incl. wijziging- of uitwerkingsplannen). Naast de inwerkingtreding van de Omgevingswet speelt ook de beperkt beschikbare capaciteit bij de clusters Ruimtelijke Ordening en Vergunningen een belangrijke rol bij dit voorstel. In deze brief informeren wij u over de consequenties voor lopende aanvragen en hoe we komende periode (tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet) omgaan met nieuwe aanvragen en principeverzoeken. 2. Inhoudelijk Overgangsrecht Nieuwe wetgeving gaat gepaard met een overgangsperiode voor lopende procedures. De huidige geldende bestemmingsplannen blijven na 1 juli 2022 geldig als tijdelijk deel omgevingsplan totdat voor die gebieden een (volwaardig) omgevingsplan is vastgesteld. Uiterlijk 31 december 2029 moet er een gemeentedekkend omgevingsplan zijn.
Na 1 juli 2022 moet voor ontwikkelingen, die niet passen in het tijdelijk deel omgevingsplan (lees huidig bestemmingsplan), een wijziging omgevingsplan opgesteld worden of een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) worden gevolg.
Aanvragen voor herziening van het bestemmingsplan Voor aanvragen tot herziening van het bestemmingsplan geldt dat deze nog onder het huidige recht (Wet ruimtelijke ordening) kunnen worden vastgesteld als deze vóór 1 juli 2022 als ontwerp ter inzage zijn gelegd. Op dit moment zijn er in Baarle-Nassau ongeveer 33 bestemmingsplannen in voorbereiding die nog voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter visie gelegd kunnen worden en waarop dus het huidige recht (Wet ruimtelijke ordening) van toepassing zou kunnen blijven. Ontwerpplannen die op of na 1 juli 2022 ter inzage worden gelegd moeten voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Aanvragen omgevingsvergunning Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die vóór 1 juli 2022 wordt ingediend, wordt nog onder het huidige recht (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) afgehandeld. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft dus geen invloed op deze aanvragen. Voor aanvragen die op of na 1 juli 2022 worden ingediend, geldt de Omgevingswet. De invoering van de Omgevingswet heeft dus alleen consequenties voor aanvragen om het bestemmingsplan te herzien.
Vanaf 1 januari 2022 geen nieuwe bestemmingsplannen meer opstellen Wij hanteren ABG-breed de richtlijn dat aanvragen herziening bestemmingsplan die voor 1 januari 2022 zijn ontvangen nog behandeld worden op basis van het huidige recht (Wet ruimtelijke ordening) en aanvragen die vanaf 1 januari 2022 binnenkomen worden behandeld op basis van het toekomstige recht (Omgevingswet). Hiervoor hebben we de volgende redenen: •
Overgangsrecht bepaalt dat bestemmingsplannen nog tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet in procedure gebracht kunnen worden. Zoals hiervoor al aangegeven kunnen bestemmingsplannen nog onder het huidige recht (Wet ruimtelijke ordening) worden vastgesteld als deze vóór 1 juli 2022 als ontwerp ter inzage zijn gelegd. De voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan bedraagt gemiddeld een half jaar. Zodra een aanvraag herziening bestemmingsplan is ingediend en in behandeling wordt genomen duurt het enige tijd voordat het ontwerpbestemmingsplan gereed is voor de terinzagelegging. In deze periode worden verschillende stappen doorlopen zoals het uitvoeren en beoordelen van benodigde onderzoeken en het opstellen van het bestemmingsplan door initiatiefnemer, het sluiten van overeenkomsten, het voeren van de omgevingsdialoog/vooroverleg. •
We willen voorkomen dat een bestemmingsplan vlak voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog ‘ongebouwd’ moet worden naar het Omgevingsplan wat tot juridische onduidelijkheid, vertraging en extra kosten leidt. Op dit moment zijn nog niet alle spelregels rondom het opstellen en wijzigen van het Omgevingsplan geheel duidelijk (o.a. de regels uit de bruidsschat, mandaat raad etc.), is ook de benodigde software nog in ontwikkeling en is er nog geen uitwisselstandaard voor externe bureaus die in opdracht van initiatiefnemers bestemmingsplannen opstellen. De komende periode zal ontdekt moeten worden
hoe dit nieuwe instrument vorm gaat krijgen. Een omgevingsplan is immers breder dan een bestemmingsplan en bevat alle regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Ook zijn er op dit moment nog onzekerheden over de (interne) besluitvormende procedures. Daarom kiezen we nu voor een duidelijke termijn waarbij hantering van het huidige recht in ieder geval nog gewaarborgd wordt en dubbel werk wordt voorkomen. We treden in overleg met initiatiefnemers van de ontwikkelingsplannen over de keuze voor het planologisch instrument en maken zo nodig maatwerkafspraken. Geïnventariseerd is voor welke ontwikkelingen/projecten de voorbereiding van het planologische traject gepland is rondom de omschakelingsdatum van 1 januari 2022. Voor deze initiatieven kan de omschakeling op korte termijn mogelijk de meeste impact hebben. Met de initiatiefnemers en projectleiders van deze projecten wordt afgestemd welk planologisch instrument in deze situatie het meest geschikt is om de ontwikkeling volgens planning te kunnen realiseren. Zo nodig zullen er in overleg tussen de gemeente en de initiatiefnemer maatwerkafspraken gemaakt worden. Principeverzoeken ontvangen na 1 januari 2022 nemen we pas na 1 september 2022 in behandeling.
We moeten de stroom van nieuwe initiatieven/plannen tijdelijk stilleggen om de volgende redenen: • Focus nodig om plannen nog tijdig onder het huidige recht in procedure te kunnen brengen. Om ervoor te zorgen dat we lopende plannen nog zoveel mogelijk onder het huidige recht in procedure kunnen brengen, moeten we ons het komende half jaar op deze plannen kunnen focussen. Het versnellen van het huidige planproces om onder het huidige recht te kunnen worden afgehandeld vergt veel tijd en energie. We gaan hierover ook afspraken maken met initiatiefnemers. • In aanloop naar inwerkingtreding stellen we een paraplubestemmingsplan op. In aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet willen we diverse gemeentelijke regels gebiedsdekkend onder het huidige recht wijzigen/vastleggen. Hierbij valt onder andere te denken aan het op een goede wijze verankeren van het parkeerbeleid en erfgoedbeleid in bestemmingsplannen. Daarnaast bekijken we de bouwregels nog eens goed. We gaan hiervoor een paraplubestemmingsplan opstellen. Dit traject vraagt tijd en energie. • Bepalen systematiek omgevingsplan. Om ook een soepele behandeling van ruimtelijke plannen onder het toekomstige recht (Omgevingswet) mogelijk te maken, moeten we de komende periode ontdekken hoe dit nieuwe instrument vorm gaat krijgen.
Een omgevingsplan is immers breder dan een bestemmingsplan en bevat alle regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving. We moeten keuzes maken voor de systematiek. We moeten voor de drie gemeenten voor 1 januari 2030 een gemeentedekkend omgevingsplan op gaan stellen. Dit is ook het moment waarin we kunnen harmoniseren, synchroniseren en uniformeren. Dit traject vraagt tijd en energie. • Capaciteitsproblemen bij cluster Ruimtelijke Ordening en Vergunningen. Een groot zorgpunt is dat de clusters Ruimtelijke Ordening en Vergunningen al geruime tijd kampen met grote capaciteitsproblemen waarbij er ook sprake is van een toenemende werkvoorraad. Het invullen van de vacatures lukt niet vanwege de krappe arbeidsmarkt en het vinden van inhuurkrachten met ervaring gaat eveneens moeizaam.
Uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een mogelijk scenario. Momenteel is alles er nog op gericht om de Omgevingswet per 1 juli 2022 in werking te laten treden. Er bestaat echter nog altijd een kans dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld of dat deze gefaseerd of met alternatieven in werking treedt. Als de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld dan verschuift de datum 1 januari 2022 en 1 september 2022 van deze richtlijn naar rato (6 maanden voor inwerkingtreding van de Omgevingswet) mee. 3. Communicatie Het hanteren van deze richtlijn vergt een goede communicatie. De initiatiefnemers zullen over de ophanden zijnde Omgevingswet en de (mogelijke) consequenties hiervan voor de procedure geïnformeerd gaan worden. We zetten informatie op de gemeentelijke website. Met de initiatiefnemers en projectleiders van de planologische procedures treden we in overleg over het in te zetten planologisch instrument.