CConstaterende datBaarle Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van aanpak laaggeletterdheid

Commissie Mens en Maatschappij 16 september 2021, gemeente Baarle NassauBij agendapunt: Ingekomen stukken3.833 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van Aanpak Laaggeletterdheid

Jenna de Vries mei 2021 Aad Braggaar

1

Inhoudsopgave

Inleiding

3

Landelijke en regionale ontwikkelingen

6

Wat gaan we doen: de lokale aanpak

7

Monitoring

11

Bijlagen - Gedicht vanuit Aad Braggaar

12

2

Inleiding Mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen, noemen we laaggeletterd. Laaggeletterden zijn geen analfabeten; ze kunnen wél lezen en schrijven maar beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. Ze vinden het vaak moeilijk om een computer of smartphone te gebruiken. Om mee te kunnen doen in onze samenleving, heb je deze vaardigheden wel nodig. Daarom noemen we dit ook wel basisvaardigheden en richt deze notitie zich op de aanpak van lage basisvaardigheden: de inwoner die moeite heeft met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. Dit plan van aanpak is een vervolg op de Pilot Taalkracht welke eind 2020 is geëvalueerd. Deze Pilot maar ook de ontwikkelingen op landelijk en regionaal niveau vragen om vervolgstappen op lokaal niveau. De nieuwe ambities van het Rijk1 in de aanpak van laaggeletterdheid ´Tel Mee Met Taal 2020-2024, ´ vormen de aanleiding tot het ontwikkelen van een regionaal plan. Vanuit dit plan hebben we onze ambities vertaald naar een lokale aanpak.

Over wie gaat het? Nederland kent maar liefst 2,5 miljoen laaggeletterden van boven de 16 jaar: mensen met zwakke basisvaardigheden, die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. In de regio Midden-Brabant gaat het om ongeveer 32.000 mensen die laaggeletterd zijn. Binnen de ABG-gemeenten spreken we over zo´n 4500 laaggeletterde personen op 42.000 inwoners wat betekent dat 1 op de 10 inwoners laaggeletterd is. Daarnaast blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek dat het leesniveau bij uitstroom van het onderwijs laag is.2 Er worden daarin 2 groepen onderscheiden:  NT1-ers - Nederlands als moedertaal of NT1,5 afkomstig uit de Nederlandse Antillen. - Twee derde van alle laaggeletterden. - Geen moeite met spreken. - Laaggeletterdheid blijft vaak lang onopgemerkt, wat kan zorgen voor extra problemen. - Regelmatig slechte leerervaringen & veel schaamte en onzekerheid. Het Rijk vraagt specifieke aandacht voor deze groep omdat het nog steeds een moeilijk bereikbare groep is die lang niet altijd herkend wordt. In onze lokale aanpak ligt de nadruk dan ook op de doelgroep NT1-ers.  1

NT2-ers Mensen met een allochtone achtergrond met Nederlands als tweede taal:

De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) biedt het landelijk kader voor het recht op onderwijs voor volwassenen en daarmee de richting voor beleid ten aanzien van de aanpak laaggeletterdheid. 2 Uit onderzoek blijkt dit inderdaad het geval. Ontlezing is daarbij ook een belangrijke factor. Uit ervaringen van het basisonderwijs en input online-oefenprogramma’s als Squla en Gyzny blijkt, dat vele basisschoolleerlingen door o.a. het gebruik van sociale media, games en apps steeds vaker woorden uit de Nederlandse taal verengelsen. Bijvoorbeeld koelkast = coolkast, oceaan = ocean, titel = title, enz. Door ontlezing ontstaat een onvoldoende woordbeeld en ook wat ingewikkelder zinsstructuren worden lastiger te volgen. Dit heeft gevolgen voor de vaardigheid om inhoudelijke informatie op te nemen en boeken te lezen die gemiddeld niet voldoen aan 2F/B1 niveau. Niet alleen is ontlezing een groot punt, maar ook het gegeven dat jongeren die zonder startkwalificatie de maatschappij ingaan in feite laaggeletterd zijn.

3

o o o

Nieuwkomers, op grond van de Wet Inburgering inburgeringsplichtig. Oudkomers, wonen langere tijd in Nederland, inburgeringsexamen gehaald maar vaak nog laaggeletterd. Overige niet-inburgeringsplichtigen, met migratieachtergrond en laaggeletterd.

Vermijdende uitspraken van laaggeletterden

Het probleem Gevolg van laaggeletterdheid is dat mensen onvoldoende meekomen, problemen hebben op allerlei levensgebieden en een minder groot probleemoplossend vermogen. Het wordt lastiger om hun weg goed te vinden in de steeds complexere samenleving; ze zijn minder zelfredzaam. Hoewel de doelgroep vrij onzichtbaar is, maken ze wél veel gebruik van gemeentelijke en maatschappelijke voorzieningen. De aanpak van het probleem kan, met het vergroten van de zelfredzaamheid, ook een voordeel opleveren voor organisaties, wanneer hiermee de zorg- en welzijnskosten omlaag gaan. Onderstaande punten hangen samen met laaggeletterdheid en de aanpak die nodig is op het vraagstuk: o De grootte van de groep wordt onderschat. Een deel van de laaggeletterden weet zich behoorlijk te redden. Laaggeletterden kunnen een middelbare beroepsopleiding hebben en werk. Bijna één op de vier heeft zelfs een leidinggevende functie. Hoe hen dat lukt, weten we niet. Wel weten we dat er in allerlei branches bijvoorbeeld chauffeurs en leidinggevenden actief zijn met een olifantengeheugen. Zij kennen alle straatnamen, routes, omstandigheden, gegevens van collega’s of producten uit het hoofd. Het lijkt alsof ze zich goed kunnen redden, maar als er iets verandert in hun omgeving dan zijn ze hun zelfredzaamheid en veerkracht kwijt. Daarmee zijn laaggeletterden geheel afhankelijk van dat zaken niet veranderen.

o Laaggeletterdheid hangt samen met problemen op andere leefgebieden. Hoewel een deel van de laaggeletterden zich behoorlijk weet te redden, kampen velen met problemen op allerlei levensgebieden. Onderzoek leert dat laaggeletterden vaker een lager inkomen hebben dan niet-laaggeletterden. En 19% van de laaggeletterden moet één jaar of langer rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Zij zijn bijna drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering dan niet-laaggeletterden en hebben veel vaker te maken met langduriger gevolgen van schuldvorming. Behalve armoede kunnen ook eenzaamheid en een slechte gezondheid een gevolg zijn van laaggeletterdheid. o De doelgroep is lastig vindbaar Er is bij de doelgroep zelf geen of onvoldoende bewustzijn dat dit een probleem is, omdat men door opvoeding en aanpassing ‘niet beter weet’, maar ook helpt de ervaring met onderwijs niet erg om zichzelf als lerend wezen te zien. In het geval er wel bewustzijn is speelt schaamte een grote rol om ervoor uit te komen en men is ook bijzonder handig om dit vervolgens te verbergen. Men laat zich dus niet heel gemakkelijk vinden. o De doelgroep is onvoldoende in beeld

4

De schaamte speelt overigens ook aan de kant van de professionals een grote rol plus ontbreken van een goede verwijzingsmogelijkheid en kennis van wat er allemaal mogelijk is. Er is in het algemeen binnen gemeenten weinig kennis over de doelgroep. Men is ook onvoldoende uitgerust om laaggeletterdheid te signaleren en aan te pakken en mede-probleemeigenaar worden. Niet van een stukje, zoals het signaleren, maar van de hele opgave. Mensen die laaggeletterd zijn worden niet als zodanig gesignaleerd wanneer ze langskomen bij een van de contactmomenten met instellingen. Feitelijk zijn bij die spreekuren de mensen te vinden, die door de te lage basisvaardigheden en onvoldoende netwerk in de problemen komen. Wat hierbij ook speelt is dat er pas ruimte ontstaat voor laagdrempelig werken aan de basisvaardigheden nadat schulden of andere prangende zaken zijn opgelost.

Wat hebben we tot nu toe gedaan We hebben onder meer de pilot TaalKracht gedaan in 2019 en 2020. Door middel van de pilot wilden we inzicht krijgen in hoe we het vraagstuk laaggeletterdheid vorm konden gaan geven en tevens konden borgen in onze lokale infrastructuur. Dit wilden we bereiken door een netwerk te vormen van betrokken partijen bij de doelgroep NT1 en ook door werkgroepen te ontwikkelen die samen lokaal uitvoering konden gaan geven aan het vraagstuk laaggeletterdheid: o Hoe weten we de doelgroep laaggeletterden te vinden? o Vindplaatsen in beeld brengen. o Een centraal punt creëren waar vraag en aanbod bij elkaar komt. o Lokaal aanbod ontwikkelen.

Opbrengsten o

o o

Lokaal is er gewerkt aan een fundament, waarin de gemeente een regierol heeft in het neerzetten van een goede aanpak waarbij de nadruk ligt op de samenwerking met partijen uit het lokale maatschappelijke veld; In elke gemeente is een werkgroep gevormd die bestaat uit lokale en regionale partijen. Samen vormen ze een lokaal netwerk wat de aanpak van laaggeletterdheid gaat borgen; Met de taken van deze werkgroepen zijn al stappen gezet, die verder worden uitgewerkt in dit plan van aanpak. De taken voor de werkgroepen liggen met name in het organiseren van vraag en aanbod voor de doelgroep, het verbeteren van de vindbaarheid van de doelgroep, het onderwerp laaggeletterdheid bij lokale partijen onder de aandacht brengen en het experimenteren met nieuw informeel3 aanbod;

Wanneer we hierin slagen, hebben we draagvlak gecreëerd en bewustwording voor een lokale aanpak op laaggeletterdheid. Dit plan van aanpak borduurt voort op het geleerde. We kunnen hieruit concluderen dat we de laaggeletterden nog niet hebben gevonden en dat het aanbod nu niet (voldoende) aansluit bij de behoefte die er is. Deze uitkomsten vormen de speerpunten voor dit plan van aanpak.

3

Formeel aanbod is schools leren en leidt tot erkende diploma´s en certificaten. Non-formele educatie is buitenschools leren en kan leiden tot getuigschriften of certificaten. Informele educatie gaat over leren wat spontaan plaats kan vinden in diverse contexten (bijv. een kookgroep of een praatgroep).

5

Landelijke en regionale ontwikkelingen Landelijk beleid Tot en met 2024 wil het Rijk stappen gaan zetten naar een vaardiger Nederland. Het Rijksprogramma ´Vervolgaanpak Laaggeletterdheid – Tel Mee Met Taal 2020-2024´ is het programma wat het Rijk heeft opgesteld ter uitvoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Dit programma bevat drie doelstellingen: o Doelstelling 1: Meer mensen bereiken met aan aanbod op maat. Het gaat vooral om de groep met Nederlands als moedertaal t.a.v. taal, rekenen en digitale vaardigheden. Dit door dichtbij te zorgen voor passend aanbod, vraaggericht en laagdrempelig. o Doelstelling 2: Weten wat werkt en investeren in kwaliteit. Een betrouwbaar beeld per regio van het bereik, type en de kwaliteit van aanbod en de effectiviteit van verschillende interventies. o Doelstelling 3: Samen aan de slag onder regie van de gemeenten. Gemeenten nemen regie omdat ze de centrale speler zijn in het netwerk van samenwerkende partijen uit de domeinen onderwijs, werk, gezin, gezondheid en verwante terreinen. Gemeenten zorgen voor goede lokale hulp opdat iedereen wordt geholpen die moeite heeft met basisvaardigheden. Regionaal worden in de arbeidsmarktregio ook de werkgevers benaderd. Binnen 4 jaar doen alle gemeenten mee en zorgen die ervoor. Er wordt toegezien op de resultaten van deze aanpak door de rijksoverheid.

Regionaal beleid In de regio Midden Brabant is onder leiding van de centrumgemeente Tilburg in 2020 een ambtelijke werkgroep gevormd, die het regioplan ‘Samen begrijpen We Elkaar 2021 t/m 2024’ heeft gemaakt. Vanuit de ABG-gemeenten hebben we een actieve bijdrage geleverd in deze werkgroep. In het regioplan is de opdrachtformulering voor 2021 opgenomen, waarin centraal staat: de afbouw van coördinatie-uren vanuit regiobudget, inbedden aanpak in het bredere sociale domein, heldere kaders, flexibiliteit, innovatief budget, monitoring, aandacht voor preventie en de vertaling van het regioplan naar lokale uitvoering. De aanpak volgt vier programmalijnen: 1. Begrijpelijke taal: organisaties communiceren begrijpelijk voor iedereen. 2. Laaggeletterdheid (h)erkennen: aandacht geven aan het herkennen van laaggeletterdheid. En met het erkennen ervan willen we de afhankelijkheid en schaamte bij mensen zelf en het onbegrip van anderen voor mensen met lage basisvaardigheden weghalen. 3. Bereik de doelgroep: doel is de moeilijk te vinden doelgroep meer bereiken. 4. Aanbod creëren: vraag gestuurd en laagdrempelig aanbod: aansluitend bij de behoeften van de doelgroep en makkelijk te begrijpen. Beiden ontwikkelingen nemen we mee in de vertaling naar een lokale aanpak voor onze drie gemeenten.

´Ik probeerde via de plaatjes het recept te begrijpen.´

6

Uitspraak laaggeletterde.

Wat gaan we doen: de lokale aanpak Uitgangspunten Onze gemeenten hechten er waarde aan dat iedereen mee kan doen naar vermogen. Hoewel de doelgroep nog onvoldoende in beeld is, komen we ze wel tegen bij allerlei voorzieningen in het sociaal domein. Het is duidelijk dat er aandacht en concrete acties nodig zijn om het probleem laaggeletterdheid aan te pakken.  We werken integraal en betrekken het sociaal domein en gedeeltelijk maatschappelijk domein bij de aanpak en werken aan bewustwording van de rol en vindbaarheid van lokale partners. Onderwijs als partner wordt vanwege expertise en signalerende functie vanaf het begin van de aanpak betrokken.  De aanpak op laaggeletterdheid is voorliggend en kostenbesparend, omdat we met het versterken van basisvaardigheden mensen onafhankelijker en zelfredzamer maken.  We betrekken de doelgroep bij de ontwikkeling van aanbod.  De gemeente neemt een actieve regierol in ook richting samenwerking met lokale partners, welke in de tijd wordt afgebouwd als de aanpak staat.  We werken aan het voorkomen van (ontstaan) laaggeletterdheid (preventie) en we werken aan het vroegtijdig verbeteren ervan, door te investeren in een goede voorziening en deze duurzaam te borgen.  Alle organisaties in een gemeente kunnen vanuit kennis en ervaring bijdragen aan de aanpak.

We willen ervoor zorgen dat alle instellingen bij hun bezoekers laaggeletterdheid kunnen herkennen en doorverwijzen naar aanbod.  We maken gebruik van kennisstructuren en samenwerkingsverbanden die er lokaal al zijn. De aandacht gaat naar verbinden en versterken van wat er al is. Via expertbijeenkomsten vergroten we de kennis en leren van elkaar.  We maken in de aanpak gebruik van professionals en vrijwilligers. De vrijwilligers bieden we opleiding/training en coaching zodat zij zaken goed kunnen aanpakken.  In de regio Midden-Brabant is er kennis en andere hulp voor gemeenten beschikbaar, via diensten door de partners in het Taalnetwerk Midden-Brabant. Daar maken we gebruik van.

Wat gaan we daarvoor doen  De doelgroep bereiken. Inlooppunten, gemoedelijkheid en ontspannende activiteiten zoals koffieochtenden zijn plekken waar we de doelgroep willen gaan vinden.  Laagdrempelig, vraaggericht aanbod. We onderzoeken hoe we het aanbod zo toegankelijk en vraaggericht mogelijk kunnen maken voor laaggeletterden. Daarbij benutten we alle kennis die aanwezig is in ons netwerk zowel regionaal als lokaal.  Blijvend lokaal netwerk. We gaan ervoor zorgen dat er in de gemeenten blijvend een lokaal netwerk wordt gevormd. We hebben hiervoor werkgroepen basisvaardigheden ontwikkeld die samen met de gemeente aan het plan werken. Een gevolg hiervan zal zijn dat er per gemeente een taalhuis komt. Daar worden de hulpvragen over basisvaardigheden gekoppeld aan passend aanbod dat helpt.

Lokale aanpak Vanuit het regionale plan hebben we onze lokale ambities vertaald in een plan van aanpak. In de uitvoering van deze lokale aanpak worden we ondersteund door het Taalnetwerk MiddenBrabant4, die de opdracht heeft om in regio Midden-Brabant samen met gemeenten een lokale 4

Taalnetwerk Midden-Brabant is een samenwerking tussen 5 organisaties die samen laaggeletterdheid willen aanpakken. Het gaat om Bibliotheek Midden-Brabant, ROC Tilburg, ContourdeTwern en MST. Ze helpen lokale en regionale organisaties in de aanpak van laaggeletterdheid. Daarnaast adviseert het Taalnetwerk gemeenten

7

aanpak uit te rollen. De lokale aanpak steunt dan ook op de vier programmalijnen welke in het regioplan zijn opgesteld. Gemeenten zijn de centrale speler in het netwerk van partijen uit de domeinen onderwijs, werk, gezin, gezondheid. Gemeenten nemen leiding in de aanpak. We volgen daarbij een intern en een extern spoor (binnen en buiten de gemeentelijke organisatie) voor de integrale aanpak en preventie. Interne lijn o Begrijpelijke taal Gemeente communiceert op maximaal B1/2F niveau (eind mbo 2/3) en gebruikt symbolen waar het kan.

o Laaggeletterdheid herkennen Laaggeletterden zijn een moeilijk bereikbare groep, die wel vaak gebruikt maakt van gemeentelijke en sociale voorzieningen maar niet herkend wordt. Daarnaast zijn professionals nog onvoldoende toegerust om laaggeletterdheid als onderliggende oorzaak te herkennen. We gaan inzetten op het vergroten van kennis en vaardigheden binnen onze gemeente maar ook bij organisaties zodat zij signalen bij klantcontact gaan herkennen. Dit doen we onder meer door het organiseren van de training ´Herkennen en doorverwijzen´ vanuit het Taalnetwerk. o De doelgroep bereiken Gemeente heeft een werkgeversrol richting haar medewerkers die wellicht hun basisvaardigheden onvoldoende beheersen.

Externe lijn o Begrijpelijke taal Naast de gemeente willen we dat ook organisaties die een voorbeeldfunctie hebben in begrijpelijke taal gaan communiceren. Organisaties hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid, maar het Taalnetwerk en de Stichting Lezen & Schrijven kunnen hierin wel adviseren. o Laaggeletterdheid herkennen Laaggeletterden zijn een moeilijk bereikbare groep, die wel vaak gebruikt maakt van gemeentelijke en sociale voorzieningen maar niet herkend wordt. Daarnaast zijn professionals nog onvoldoende toegerust om laaggeletterdheid als onderliggende oorzaak te herkennen. We gaan inzetten op het vergroten van kennis en vaardigheden binnen onze gemeente maar ook bij organisaties zodat zij signalen bij klantcontact gaan herkennen. Dit doen we onder meer door het organiseren van de training ´Herkennen en doorverwijzen´ vanuit het Taalnetwerk. o De doelgroep bereiken Binnen het sociaal domein geldt dat wij met elkaar – als actieve bewoner, vrijwilliger of professional – de laaggeletterden onvoldoende bereiken. Ze worden vaak niet opgemerkt op de basisschool, het vrijwilligerswerk of de vereniging. De wijkteams, de huisarts, de schuldhulpverlening, het ouderen- of jongerenwerk en het gemeenteloket zien ze over het hoofd. o Aanbod creëren Het ontwikkelen van een vraag gestuurd en laagdrempelig aanbod, wat aansluit bij de behoefte van de doelgroep.

Dit in samenwerking met andere maatschappelijke partners zoals de bibliotheek, het welzijnswerk en het maatschappelijk werk.

bij het opstellen van beleid om laaggeletterdheid aan te pakken en worden er samen met gemeenten taalhuizen opgezet in de regio waar volwassenen terecht kunnen die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en/of werken op de computer.

8

o

Basisvoorziening bibliotheekfaciliteit op orde Er zal een centrale functie komen voor Theek5, van daaruit gaat de taalhuiscoördinator aan de slag. We hebben Theek5 gevraagd om de vrijwilligers-bibliotheek in Chaam op niveau te brengen zodat ook hier een taalhuis en aanbod voor de doelgroep kan komen. o Doorontwikkeling werkgroepen basisvaardigheden Op lokaal niveau zijn er door partners en gemeente, werkgroepen gevormd om de doelgroep te gaan vinden, herkennen en aan te sluiten met informeel aanbod. De werkgroepen hebben een aantal taken: - Het onderwerp laaggeletterdheid breder onder de aandacht brengen bij lokale partijen. - Het proces organiseren rondom vraag en aanbod. - Kijken naar hoe vindplaatsen te benutten zijn om zo de doelgroep te gaan bereiken. - Het trainen van medewerkers in de eigen organisatie en partijen waarmee wordt samengewerkt in het maatschappelijk veld van basisvoorzieningen. - Het realiseren van activiteiten voor de doelgroep en actueel aanbod bieden. o Opzetten taalhuis met coördinator We willen in de ABG per gemeente een taalhuis realiseren. Dit taalhuis wordt gedragen door de deelnemende partijen in de huidige lokale werkgroepen. Hiermee creëren we het centrale punt in alle gemeenten waaruit de concrete dingen worden gedaan die nodig zijn voor de uitvoering van het ophalen van de vraag en het verbinden naar een passend aanbod.

Ontwikkelen en experimenteren met aanbod Lokaal zal er, vooruitlopend op het komende nieuw passend laagdrempelig aanbod van de regionale partijen (ROC en MST), vanuit de lokale werkgroepen worden geëxperimenteerd met wat er al is als aanbod ook slim te benutten met nieuw. Daartoe maken we gebruik van de vraag die er al ligt. Met behulp van de leermaterialen bij ROC en Stichting Lezen &Schrijven gaan we aan de slag hoe we de informele educatie het beste kunnen aanpassen op randvoorwaarden als laagdrempelig, lokaal en maatwerk.

9

Centrale functie voor Theek5 We hebben tijdens de uitvoering van de pilot TaalKracht gezien, dat de bibliotheekorganisatie Theek5 veel ontwikkelingen heeft doorgemaakt rondom het thema laaggeletterdheid. De voorzieningen die Theek5 biedt in de vorm van informatieverstrekking, kennis, kunde, aanbod, cursussen, zijn van groot belang voor het van de grond tillen van het voorgestelde beleid. Het is om die reden ook belangrijk dat die voorzieningen op het benodigde niveau in elke ABG-gemeente aanwezig is. Het laatste is ook meegenomen in het plan en budget.

Taalhuis en taalhuiscoördinator Deze begrippen suggereren dat er iets nieuws wordt opgetuigd, maar met dit plan laten we nadrukkelijk zien dat we gebruik maken van de bestaande structuren en voorzieningen. Aangezien we aangesloten zijn bij de regio, waar deze begrippen worden gehanteerd, volgen we daarin dezelfde lijn. De ontwikkeling in de lokale werkgroepen en het vormgeven aan inhoud en uitvoering van het taalhuis, maken dat er een iemand nodig is die de partijen kan voorzien van informatie, advies en ondersteuning: een taalhuiscoördinator. Per 1 augustus 2021 willen we voor 16 uur per week tot eind 2021 een taalhuiscoördinator aanstellen. Met daarin een afbouw in uren naar 9 uur in 2022 en 6 uur in 2023, om in 2024 uit te komen op 0, zodat de aanpak voldoende geborgd is bij de maatschappelijke organisaties. Hiervoor zijn deels regionale middelen beschikbaar welke in 2021 worden ingezet en stukje aangevuld worden met lokale middelen. Vanaf 2022 zijn de regionale middelen er hoogstwaarschijnlijk niet meer, dus wordt er ruimte gereserveerd in de lokale begroting.

10

Monitoring Regionaal werken we samen op het onderwerp laaggeletterdheid. Het is van belang om inzichtelijk te maken wat deze aanpak oplevert, wat er goed gaat en waarop we kunnen verbeteren en sturen om meer resultaat te behalen. Aangezien de regio diverse gemeenten met een verschillende lokale praktijk kent, is lokale afstemming van het HOE we het gaan doen, van groot belang. De regio heeft hiervoor meetbare indicatoren opgenomen om te kunnen zien wat de impact is van wat we doen, en om te meten dat wat we doen ook bijdraagt aan de regionale maatschappelijke opgave. Regionaal gaan we monitoren t.a.v. bereik en resultaten op onderstaande onderdelen: - Toegenomen basisvaardigheden in aantal deelnemers. - Bereik van de doelgroep via landelijke benchmark. - Kwantiteit en kwaliteit van het aanbod met lokale aansluiting en samenwerking. - Toename van het aantal organisaties aangesloten bij het regionaal Taalakkoord t.o.v. voorgaande jaar. - Toename van de zelfredzaamheid. Regionaal worden bovenstaande zaken gemonitord waarvoor gemeenten input van de lokale situatie leveren. Dit wordt jaarlijks zichtbaar gemaakt in één dashboard. Hierbij wordt het beeld uitgesplitst naar iedere afzonderlijke gemeente en maken we met onze lokale partners afspraken over registratie en het aanleveren van gegevens en informatie voor dit regionale dashboard.

Deze onderdelen sluiten ook aan op onze lokale kpi´s gericht op de vijf leefgebieden: prettig wonen in je wijk, financieel zelfredzaam zijn, een veilige en kansrijke thuissituatie hebben, een zinnige dag invulling hebben en fit en veerkrachtig zijn.

11

Bijlage – Gedicht Aad Braggaar (voormalig ambtenaar laaggeletterdheid ABG) Hoi jullie drie daar, Ja ik ben het Duurt niet lang hoor Ik ben bijna echt klaar Geen lange teksten meer Zonder gedoe over bedoeling Reactie op inhoud,niet nodig Het is nu de laatste keer Tja de taal was, is, blijft m’n vrind Die woont in mijn ziel Ik koester het steeds Als ware het een kwetsbaar kind Want is er veel van iets Als woorden laten denken Om dingen op te lossen Nee, zonder taal is er veel niets De ontlezing doet daarom pijn Al die mooie kennis, die moeite Staat te wachten voor niets Gek, want niet weten is echt niet fijn Hoe kun je communiceren Over gedachten uit de geest Gevoelens uit het hart Zonder via het woord te informeren

En weet je, er zijn mensen zonder 12

Die lezen en schrijven Beschouwen als iets vreemds Een soort van groot wonder Ze staan zonder aan de kant Doen niet mee aan de wereld Kunnen niet echt meedoen Begrijpen zelfs geen krant Wie de luxe hebben van taal Kennen het bijzondere niet Willen liefst vooral kort In plaats van een lang verhaal Maar weet, de taal is een wonder Het kan scherp zijn als een speer Of zachter zijn dan een tedere kus Of glad als een groen beslagen vlonder Toch is het de moeite waard Passende woorden te zoeken Om elkaar telkens weer te vinden Het is een schat die moet bewaard Ik zei het eerder al Het verhaal duurt niet lang Ditmaal echt, echt niet Nee joh ben je mal

29-04-2021

13

Aad Braggaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10381695/1