Ontwerp Omgevingsvisie def
Tekst van het document
Ontwikkelingsrichting Boschoven Voor Boschoven streven we naar verbetering van ruimtelijke en landschappelijke samenhang ondanks de doorkruising door de randweg. De cultuurhistorische waarde van Boschoven wordt behouden en versterkt, met aandacht voor samenhang, toegankelijkheid en lokale bedrijvigheid. We zien mogelijkheden voor groene verbindingen en visuele samenhang tussen de bebouwing in de buurtschap en de kern. Het behoud van het deel tussen de kern en de randweg staat centraal met speciale aandacht voor de cultuurhistorische waarde en monumentale statussen. Hierbij beschermen we de historisch waardevolle groene elementen en stedenbouwkundige kenmerken zorgvuldig. Ontwikkelingen zijn enkel voorstelbaar als die zorgen voor een aanzienlijke kwaliteitsverbetering ter plaatse.
Castelré (categorie 3) Castelré duiden we vanwege het unieke karakter aan als een aparte bebouwingsconcentratie. De kenmerken van een zandnederzetting zijn aanwezig: de beken (Het Merkske en de Hollandse Loop) met beemden, de kampontginningen en heidevelden aan de oostkant en de nederzetting zelf. De bebouwing ligt in een kring rond het akkercomplex: we spreken in zo’n geval van een kransakkerdorp. Er staan diverse oude boerderijen (de oudste dateert uit 1634). ’t Groeske. De grootste concentratie van even ligt op de grens van het akkercomplex en het beekdal van Het Merkske. In het zuiden van het akkercomplex, bij Heiakkers, staat een monument. Hier is de eerste postballon uit Parijs geland, die Nederland aandeed op 21 november 1870. Samen met de beekdalen en de Castelreesche Heide vormt het akkercomplex met het kransakkerdorp een bijzonder mooi samenhangend complex, dat een goed beeld vormt van de agrarische ontwikkeling op de zandgronden in Noord-Brabant. Het is in Castelré niet gewenst om nieuwe woningen te ontwikkelen zonder dat er ter plaatse kwaliteitsverbetering door de sloop of duurzame herontwikkeling van overtollige bebouwing plaatsvindt. Eventuele ontwikkeling van woningen dient plaats te vinden op de te saneren erven zelf, op een wijze die passend is in de karakteristiek van de omgeving.
Voor de ontwikkeling van recreatie zien we kansen binnen deze bebouwingsconcentratie. Voor andere, niet agrarische-functies zien we in dit gebied geen mogelijkheid, met uitzondering van reeds algemeen toegestane beroepen en bedrijven aan huis. In dit gebied zijn mogelijkheden aanwezig om kwaliteitsverbetering te realiseren door de cultuurhistorische waarden te versterken.
86 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied
Ontwikkelingsrichting Castelré Het behoud en de ontwikkeling van Castelré vraagt om zorgvuldige afwegingen en specifieke benaderingen. Nieuwe woningbouwontwikkelingen worden enkel overwogen indien deze gepaard gaan met kwaliteitsverbetering door de sloop of duurzame herontwikkeling van overtollige agrarische bebouwing ter plaatse. Door de nadruk te leggen op zorgvuldige integratie van vernieuwing, recreatieve mogelijkheden en behoud van cultuurhistorie, streven we naar een gebied dat niet alleen in het heden, maar ook voor toekomstige generaties zijn unieke charme behoudt.
Groot Bedaf (categorie 3) Groot Bedaf is herkenbaar door aanwezigheid van twee bebouwingsclusters met daartussen en daaromheen akkergronden. In totaal gaat het om zo’n 20 bouwblokken. Ook zijn er veel verschillende natuurlijke waterlopen met bijhorend reliëf. Nieuwe woningen zouden alleen overwogen moeten worden als dit wordt gecombineerd met sanering van veehouderijen in de bebouwingsconcentratie. Dit kan worden aangevuld met het terugbrengen van de natuurlijke waterlopen met bijbehorend reliëf in het kader van verbetering van de omgevingskwaliteit.
Ontwikkelingsrichting Groot Bedaf De ontwikkelingsrichting voor Groot Bedaf richt zich op het behoud en versterken van de kenmerkende elementen van het landschap. Tegelijkertijd zetten we in op duurzame ontwikkeling en verbetering van de leefomgeving. Om de omgevingskwaliteit te verbeteren en het unieke karakter van Groot Bedaf te behouden, worden nieuwe woningen alleen overwogen als dit gepaard gaat met de sanering van veehouderijen in de bebouwingsconcentratie of er aantoonbaar sprake is van verbetering van de omgevingskwaliteit. Dit kan worden aangevuld met het terugbrengen van natuurlijke waterlopen en bijbehorend reliëf. Een goede stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing is hierbij voorwaardelijk. Het behoud en versterking van historische kenmerken en betrokkenheid van de omgevingskwaliteiten zijn hierbij essentiële pijlers.
Heesboom (categorie 2) Het bebouwingslint Heesboom aan de Hoogstratensebaan tussen Baarle-Nassau en Castelré is een bebouwingsconcentratie, omdat het duidelijk als lint herkenbaar is in de oude bouwlanden die vanuit de kern Baarle-Nassau zijn ontstaan. Er is tevens samenhang met de andere daar gelegen bebouwingsconcentraties Hoogeind, Eikelenbosch, Gorpeind en Loveren. Deze bebouwingsconcentraties liggen op korte afstand van elkaar aan de zuidwestzijde van Baarle-Nassau. In Heesboom zijn er ongeveer 21 bouwkavels aanwezig. Het lint is langgerekt, waarbij de concentratie het hoogst is bij de kruisingen met de zijwegen Heesboom en Dektstraat. De openheid in dit lint is van grote landschappelijke- en belevingswaarde. Ook het zicht op de oude boerderijen van Heesboom is van belang. Er dient terughoudend te worden omgegaan met het toevoegen van woningen om deze openheid te behouden. In principe zou dit alleen mogelijk moeten zijn op locaties waar sanering van overtollige bebouwing plaatsvindt.
87 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied
Ontwikkelingsrichting Heesboom De ontwikkelingsrichting voor Heesboom is gericht op het behoud en de versterking van de openheid van het lint en de belevingswaarde van het landschap. Er bevinden zich een aantal (voormalige) agrarische bedrijven waar we mogelijkheden zien voor functieveranderingen. De openheid in dit lint is van grote landschappelijke waarde en die willen we dan ook behouden. Nieuwe woningen of andere ruimtelijke ontwikkelingen worden terughoudend overwogen, bij voorkeur alleen op bestaande bouwkavels waar sanering of herontwikkeling van overtollige bebouwing plaatsvindt. Dit om de karakteristieke uitstraling te bewaren of in combinatie met natuurontwikkeling. Het behoud van het langgerekte karakter en het zicht op oude boerderijen staat centraal in het streven naar een gebalanceerde ontwikkeling die het unieke karakter van Heesboom koestert.
Hoogeind – Eikelenbosch – Gorpeind (Categorie 3) In de bebouwingsconcentratie Hoogeind-Eikelenbosch-Gorpeind liggen enkele grote veehouderijen. De bebouwing ligt op circa 2 kilometer ten zuidwesten van Baarle-Nassau. Het merendeel van de bouwpercelen is in gebruik voor agrarische bedrijfsactiviteiten. Het woon- en leefklimaat staat onder druk vanwege met name geur. De openheid en grootschaligheid van de percelen zijn herkenbaar. Door de concentratie van meerdere bebouwde percelen is de bebouwingsconcentratie duidelijk zichtbaar in het landschap. Ontwikkelingsrichting Hoogeind-Eikelenbosch-Gorpeind Ontwikkelingen vragen om een evenwichtige aanpak, waarbij eventuele woningontwikkeling en ontwikkeling van andere vervolgfuncties hand in hand gaan met sanering van overbelaste situaties vanwege geur en het herstel van historische (landschappelijke) kenmerken. Het doel is om een duurzame en leefbare omgeving te creëren die zowel de behoeften van de lokale gemeenschap als de agrarische activiteiten respecteert. We zijn daarom terughoudend met ontwikkelingen, behalve als dit zorgt voor een aanzienlijke kwaliteitswinst ter plaatse. Nieuwe woningen zouden alleen overwogen moeten worden als dit wordt gecombineerd met sanering van veehouderijen in de bebouwingsconcentratie.
Dit kan worden aangevuld met het terugbrengen van de historisch kenmerkende akkerrandbeplanting in het kader van verbetering van de omgevingskwaliteit.
88
Huisvennen (categorie 1) De Huisvennen is een bebouwingsconcentratie aan de weg tussen Baarle-Nassau en Chaam en maakt deel uit van het voormalige ontginningslandgoed De Gaarshof. Aan de doorgaande weg zijn op planmatige wijze erven uitgegeven bij het omzetten van landgoedbos naar landbouwgrond in de jaren ’20 van de vorige eeuw. De boerderijen hebben relatief lange opritten aan weerszijden van de N639. Aan de westzijde liggen voornamelijk (agrarische) bedrijven en aan de oostzijde liggen voornamelijk particuliere woningen in de natuurlijke en groene omgeving van de oorspronkelijke Huisvennen. Bij het toevoegen van woningen is het van belang deze in te passen in de oorspronkelijke structuur van het landgoed en in het ritme van erven dat is uitgegeven. Herstel van de laanstructuren (avenues) is een passende versterking van de omgevingskwaliteit.
Ontwikkelingsrichting Huisvennen Het herstel van de laanstructuren biedt een passende versterking van de omgevingskwaliteit, waardoor de historische en landschappelijke waarden van de Huisvennen worden benadrukt. Hierbij wordt gestreefd naar een integratie van nieuwe ontwikkelingen binnen het bestaande karakter van dit bijzondere gebied. Dat betekent dat aan de oostzijde bedrijvigheid afweegbaar is. De westzijde heeft meer een rustig woonkarakter waar nieuwe bedrijvigheid in principe niet bij past. Bij het toevoegen van woningen en andere ruimtelijke ontwikkelingen is het cruciaal om deze zorgvuldig in te passen in de oorspronkelijke structuur van het landgoed en in het ritme van de eerder uitgegeven erven.
89
Klein Bedaf (Categorie 3) Klein Bedaf is herkenbaar door de clustering van bebouwing, een aantal grote veehouderijen, met daartussen en daaromheen akkergronden. De akkergronden worden doorkruist door lange lijnen in het landschap. De buurtschap ligt ook deels in het oude en het jonge landschap. In totaal gaat het om zo’n 10 bouwblokken met een afwisseling tussen open begrensde percelen met beplanting. De bebouwing is centraal op het perceel gesitueerd met woon- en werkfuncties op het voor- en achterterrein. Nieuwe woningen of andere ruimtelijke ontwikkelingen op bestaande bouwkavels overwegen we als dit wordt gecombineerd met sanering van veehouderijen in de bebouwingsconcentratie. Dit kan worden aangevuld met het terugbrengen van de kavelbeplanting met het de bijbehorende structuur van de lange lijnen. Ontwikkelingsrichting Klein Bedaf Het streven is om het unieke karakter van Klein Bedaf te behouden en versterken, waarbij de relatie tussen bebouwing en omgeving in harmonie blijft met de landelijke omgeving. Het toekomstbeeld voor Klein Bedaf omvat het overwegen van nieuwe woningen of andere ruimtelijke ontwikkelingen, mits deze gepaard gaan met de sanering van veehouderijen in de bebouwingsconcentratie of als er aantoonbaar sprake is van verbetering van de omgevingskwaliteit.
Het behoud en versterking van historische kenmerken en betrokkenheid van de omgeving zijn hierbij essentiële pijlers.
Loveren (categorie 1) Het gehucht Loveren is ontstaan rond een driehoekige plaats die nu deel uitmaakt van de bebouwde kom. De bebouwingsconcentratie Loveren is een uitloper van de bebouwde kom en het deel van de concentratie dat in het buitengebied ligt is klein van omvang. Door de samenhang met het bebouwde kom-deel, wordt het toch als bebouwingsconcentratie aangemerkt. Tussen de Goorweg en Loveren is nieuwbouw van woningen voorzien. Ontwikkelingsrichting Loveren Loveren is een bebouwingsconcentratie in het buitengebied die verbonden is met de bebouwde kom. We richten ons op duurzame nieuwbouw van woningen tussen de Goorweg en Loveren, waarbij aandacht wordt besteed aan de schaal en karakteristieken van het gebied. De harmonieuze samenhang tussen de bebouwde kom en het buitengebied is gewaarborgd door een naadloze overgang te behouden. Verder streven we naar verbetering van ruimtelijke kwaliteit met als doel de unieke kenmerken van Loveren te behouden met ruimte voor verstedelijking.
90
Ulicoten-Noord: Chaamseweg-Hazenberg, Kleine Maaijen en Maaijkant (categorie 2) Deze bebouwingsconcentratie is ontstaan langs de wegen Chaamseweg-Hazenberg en Maaijkant. Het noorden van Ulicoten heeft nog een primair agrarisch karakter. In dit gebied was een landbouwontwikkelingsgebied in het toenmalige Reconstructieplan aangewezen vanwege de aanwezigheid en ontwikkelmogelijkheden van veehouderijen. Van de vele veehouderijen van vroeger zijn er nog maar een aantal (actief) over. Er zijn nog wel veel locaties waar voormalige agrarische bebouwing aanwezig is, al dan niet met een akkerbouwfunctie. Er zijn in dit gebied in potentie veel gebouwen die leeg kunnen komen te staan als de agrarische bedrijfsvoering geheel gestopt wordt. Het gebied is door de aanwezigheid van een groot aantal bouwpercelen binnen enkele clusters en linten als een samenhangende bebouwingsconcentratie te beschouwen. In dit gebied zijn mogelijkheden aanwezig om kwaliteitsverbetering te realiseren door sloop van overtollige bebouwing, maar ook door aanleg van een ecologische verbindingszone langs het Groot Vergoor. Zichtlijnen op (de kerk van) Ulicoten en beeldbepalende boerderijen dienen zoveel mogelijk te worden behouden.
Ontwikkelingsrichting Ulicoten-Noord: Chaamseweg-Hazenberg, Kleine Maaijen en Maaijkant Voor het noorden van Ulicoten streven we naar een gebalanceerde transformatie, waarbij leegstaande agrarische gebouwen een kwalitatieve en duurzame invulling krijgen. We willen de ecologische waarden behouden en versterken, respect tonen voor het cultuurhistorisch erfgoed en de ruimtelijke kwaliteit versterken. Het resultaat beoogt een toekomstbestendige en aantrekkelijke omgeving, die de karakteristieken van het gebied behoudt met als doel het bevorderen van biodiversiteit en een evenwichtige ecologische balans in het gebied. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing en architectonische samenhang van bebouwing is hierbij vanzelfsprekend. De zichtlijnen op de kerk van Ulicoten en andere karakteristieke boerderijen willen we behouden en versterken om de identiteit van het gebied te waarborgen.
91
05. UITVOERING VAN DE OMGEVINGSVISIE In dit hoofdstuk geven we aan hoe we de omgevingsvisie willen uitvoeren. De uitnodigende visie van de gemeente vraagt om een nieuwe benadering van rollen en taken (paragraaf 5.1). Rollen en taken leiden tot spelregels die we hanteren om te bepalen wanneer een initiatief een goed initiatief is dat past binnen de omgevingsvisie (paragraaf 5.2). De monitoring van ons beleid en het dynamische projectenprogramma is weergegeven in paragraaf 5.3.
92
5.1
Samen
De gemeente Baarle-Nassau is letterlijk verweven met haar Belgische zustergemeente. We zijn nog meer dan andere gemeenten afhankelijk van samenwerking met andere overheden, ook over de landsgrenzen heen. Het is daarom belangrijk om te omschrijven hoe we om willen gaan met al onze partners. Samenwerking biedt een unieke kans om integraal grensoverschrijdend beleid te omarmen. De uitdaging schuilt in het helder afstemmen van afspraken met diverse partners op verschillende schaalniveaus, waarbij we als enclavegemeente extra aandacht moeten besteden aan een soepele samenwerking op het kruispunt van verschillende bestuursstructuren en beleidsterreinen. Hierbij verliezen we onze unieke identiteit niet uit het oog.
Samenwerking met initiatiefnemers
Het gemeentebestuur van Baarle-Nassau maakt werk van co-creatie. De toekomstvisie en omgevingsvisie zijn samen opgesteld met iedereen die mee wil praten over de toekomstige leefomgeving van Baarle-Nassau. Maar daar blijft het niet bij. De visie moet ook uitgevoerd worden. En daar hebben we de hulp van de samenleving bij nodig. De kracht zit namelijk in de gezamenlijkheid. Omdat de gemeente de omgevingsvisie graag samen met de bewoners en initiatiefnemers wil uitvoeren, zijn nieuwe samenwerkingsvormen belangrijk. We hebben elkaar nodig om de toekomst van onze gemeente vorm te geven en dit vraagt om een open houding voor plannen die directe verbetering van de omgevingskwaliteit opleveren. Hier hoort een nieuwe rol- en taakverdeling bij. Er wordt meer van initiatiefnemers verwacht; niet alleen plannen ontwikkelen, maar ook op zoek gaan naar draagvlak in de maatschappij, het gesprek aangaan om plannen (nog) beter te maken en op zoek gaan naar oplossingen die bijdragen aan de doelen die we met elkaar in de omgevingsvisie hebben gesteld. De gemeente zal minder toetsend zijn, zal aan de voorkant van het plan met initiatiefnemers in gesprek gaan om samen te bezien hoe initiatieven optimaal kunnen bijdragen aan de gezamenlijke doelen. Maar ook om oplossingen te zoeken als wettelijke kaders in eerste instantie een belemmering lijken. Om dit goed te organiseren zijn spelregels nodig.
Deze zijn in paragraaf 5.2 beschreven. De omgevingsvisie is daarmee het hulpmiddel om gezamenlijk te bepalen of een idee een goed idee is.
Samenwerking en afstemming met onze buren
De gemeente Baarle-Nassau werkt met veel verschillende stakeholders samen binnen de regio. We werken onder andere samen binnen een aantal samenwerkingsverbanden. De belangrijkste ruimtelijk-economische samenwerkingsverbanden, waar deze voor staan en hoe de gemeente Baarle-Nassau hieraan bijdraagt staan hieronder per samenwerkingsverband uitgewerkt.
Baarle-Hertog Onze gemeente heeft een bijzondere relatie met zustergemeente Baarle-Hertog. We horen dan wel bij twee verschillende landen, maar we zijn één gemeenschap die enorm vervlochten is. Samenwerking met BaarleHertog is een vanzelfsprekendheid. Invulling geven aan deze samenwerking heeft een hoge prioriteit. Dit betekent dat er sinds jaar en dag zowel op bestuurlijk niveau als ambtelijk niveau bijna dagelijks intensief met elkaar overlegd wordt over grens-overstijgende beleidsthema’s, zoals infrastructuur en veiligheid. De gezamenlijke inrichting van een grensoverschrijdende rechtspersoon, een Bijzondere Groepering Territoriale Samenwerking (BGTS) zal de samenwerking met Baarle-Hertog stimuleren en faciliteren.
93 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie
Hoogstraten, Merksplas, Turnhout en Ravels Onze andere Belgische buren zijn niet zo nabij als Baarle Hertog, maar daarom niet minder belangrijk. Grensoverschrijdende samenwerking richt zich hier met name op natuur (het Merkske, vogel- en habitatrichtlijngebieden), mobiliteit en recreatie en toerisme.
Alphen-Chaam & Gilze en Rijen 1 januari 2016 is Baarle-Nassau ambtelijk gefuseerd met Alphen-Chaam en Gilze en Rijen. Schaalvergroting, samenwerking en professionalisering zijn de sleutelwoorden om te komen tot een toekomstbestendige en efficiënte dienstverlening. Schaalvergroting mag echter niet leiden tot afstand met onze inwoners en met gemeente Baarle-Hertog. we willen juist dichtbij blijven en samen zaken oppakken.
Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) Het gebied rondom Breda – Tilburg kan worden gezien als een zogenoemd ‘daily urban system’. Het is één netwerk van steden en dorpen dat met elkaar verweven is. Deze stedelijke regio is door het Rijk ook aangewezen als NOVEX-gebied. In de NOVEX-gebieden gaat het Rijk een langjarige samenwerking aan met de regio om te komen tot een gezamenlijke aanpak van de complexe opgaven. Hierin vindt het belangrijkste deel van de dagelijkse woon-werkverplaatsingen plaats, zijn de voorzieningen nabij en zijn de lijntjes relatief kort. In dit samenwerkingsverband hebben verschillende gemeenten, waterschappen en de provincie afspraken gemaakt over de ruimtelijke ontwikkeling in de regio Breda-Tilburg voor de komende tien jaar. Hierin werken we samen met andere gemeenten, welke onderverdeeld zijn in subregio’s. Baarle-Nassau werkt voor het ruimtelijk domein samen met andere gemeenten binnen de subregio De Baronie. Zo werken we binnen de regio aan meer en beter openbaar vervoer. Ook zijn we aangesloten bij de woondeal in de SRBT-regio. Verder zetten we binnen de dorpenstrategie in op het behoud en versterking van de vitaliteit en leefbaarheid van onze kernen. Dat wil zeggen dat we samenwerken om de leefkwaliteit en het voorzieningsniveau in dorpen in onze gemeente en in de regio op niveau te houden.
Ook versnellen we ontwikkelingen op kansrijke locaties, zoals Loveren fase II. We dragen bij aan de opgave om flexibel wonen mogelijk te maken door flexwoningen te realiseren in de periode tot 2030. Kortom, de gemeente Baarle-Nassau bindt zich aan de samenwerking en de gestelde doelen binnen de SRBT-regio.
Regio West-Brabant Binnen regio West-Brabant werken 16 gemeenten samen aan het versterken van de economie en het vestigingsklimaat, zodat de regio voor iedereen een fijne plek is om te wonen, werken en recreëren. Hoe de gemeenten het beste bij kunnen dragen aan de economie? Dat wordt triple-helix bepaald in het Economic Board West-Brabant. Zij stelden de Koers 2030 op, voor West-Brabant ziet zij een onderscheidende positie op het gebied van de transitie naar plant-based en circulaire economie. In de regio wordt daarom samengewerkt aan het verstevigen van de nieuwe economie, en het bieden van ruimte voor innovatie. Elke gemeente die in dit samenwerkingsverband werkt, waaronder Baarle-Nassau, doet mee in circulaire projecten. Binnen dit verband willen we onze gemeenten neerzetten als motor van de foodsector in de plantaardige regio. Dat wil zeggen dat we onze sterke positie als voedselproducent willen inzetten in voedselproductie, gezondheid, de eiwittransitie en het produceren van biobased bouwmaterialen. We werken net als andere partners in de regio aanpasbaar. Dat wil zeggen dat we datgene doen wat op dat moment relevant is. We sturen bij op basis van onze ervaringen en inzichten. Ook verbreden, verdiepen en schalen we succesvolle projecten op. Wat niet werkt stoppen we.
De gemeente Baarle-Nassau wil bijdragen aan dit samenwerkingsverband door actieve samenwerking: het delen van kennis en het implementeren van circulaire initiatieven binnen de regio.
94 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie
Regionale Energiestrategie West-Brabant Binnen de Regionale Energiestrategie (RES) West-Brabant werken we samen aan een duurzame toekomst met schone en betaalbare energie voor iedereen. In de RES 1.0 staat hoe we gezamenlijk meer duurzame energie gaan opwekken en hoe huizen en gebouwen duurzaam verwarmd worden. Zo moeten we de CO2uitstoot bijna halveren ten opzichte van 1990. Hoewel dit doel landelijk bepaald is, kunnen we hier regionaal invulling aan geven. De vier belangrijkste punten uit de RES 1.0 zijn als volgt. We gaan vooral extra duurzame energie opwekken via zonnepanelen op daken. Ook willen we de mogelijkheden voor warmtenetten verder onderzoeken. We willen 0.2 TWh extra opwekken met innovatieve technieken. En we willen dat alle grote nieuwe wind- en zonprojecten voor minimaal 50% in bezit zijn van lokale partijen. Naast duurzame energie en warmte, zetten we in op besparen – vooral door te isoleren. De gemeente Baarle-Nassau streeft deze doelen binnen de gemeente na. De komende periode gaan we met de RES-regio aan de slag met de RES 2.0.
Regio Hart van Brabant Als gemeenten in Midden-Brabant werken we nauw samen, namelijk Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk. Deze samenwerking is formeel vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant en wordt gestuurd door een kernagenda. Om de programma’s en projecten van deze agenda succesvol uit te voeren, vindt er regelmatig intensieve afstemming plaats en dragen we allen waar nodig bij met middelen en personeel. Zo werken we als gemeente intensief samen met andere gemeenten op onder andere het sociaal domein en daaraan gerelateerde veiligheidszaken en arbeidsmarkt. De regionale woonzorgvisie is hier een goed voorbeeld van.
Grens Nederland België
95 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie
5.2
Spelregels/checklist voor initiatieven
Ideeën met betrekking tot de fysieke leefomgeving die invulling geven aan de visie, kunnen in principe rekenen op medewerking van de gemeente. Een goede omgevingskwaliteit is het uitgangspunt van de visie. Dit moet per individueel geval worden afgewogen en beoordeeld. Er is altijd afwegingsruimte, waarbij de kwaliteit afhankelijk is van de functie en van de locatie gecombineerd met verschillende belangen van gebruikers en (toekomstige) bewoners. Het is aan de initiatiefnemer om de maatschappelijke meerwaarde aan te tonen en aan te tonen dat er voldoende sprake is van omgevingskwaliteit.
spelregels 1
3
Bijdrage aan de doelen
De omgevingsvisie signaleert onderzoek bij ruimtelijke procedures; randvoorwaarden volgen beleid en wetgeving. Geen PlanMER vereist vanwege niet-plichtige projecten.
De gemeente beoordeelt of het initiatief bijdraagt aan de doelen uit de visie (zie hoofdstukken 2-4).
2
Maatschappelijk draagvlak
Voldoen aan omgevingsaspecten
WIE
Draagvlak voor een initiatief wordt bepaald door de initiatiefnemer, met gemeentelijke steun. WAT Belangrijke voorwaarden zijn wie betrokken is en wat er wordt bereikt. HOE
Betrek omwonenden en belanghebbenden bij het creëren van draagvlak. Lever een verslag aan over het draagvlak en het proces daarvan. De gemeente helpt bij het betrekken van belanghebbenden en faciliteren van gesprekken.
5
4
Bijdrage aan de omgevingskwaliteit
Rechtstreekse Fysieke verevening
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verwachten we investeringen in ruimtelijke kwaliteit. Raadsbesluit vereist voor fondsvorming en besteding van bijdragen. Dit kan via fysieke verevening (integraal, aansluitend, of op afstand) of een vereveningsfonds,
• Geïntegreerd in het project; • Aansluitend aan het project; • Op afstand van het project.
Compensatie via een (verevenings)fonds Initiatiefnemer stort geld in fonds; beheerder realiseert verevening met gebundelde bijdragen.
Financiering, prioriteitstelling en fasering Bij gemeentelijke (mede)financiering wordt het project in de begroting opgenomen, met prioritering en fasering indien nodig.
6
Besluitvorming De gemeente bewaakt de samenhang, faciliteert gesprekken, en neemt de uiteindelijke beslissing als het draagvlak onduidelijk is. Als een initiatief voldoet aan stappen 1-4 (of 5), zal het college en de raad het in principe ondersteunen.
Spelregels
Stap 1. Bijdrage doelen De gemeente beoordeelt of het initiatief bijdraagt aan de doelen die we in de visie hebben geformuleerd (zie hoofdstuk 2, 3 en 4).
Stap 2. Maatschappelijk draagvlak Wat onder ‘voldoende’ bijdrage aan de visie moet worden verstaan, wordt mede bepaald door het maatschappelijk draagvlak. Dit wordt door de initiatiefnemer georganiseerd. De gemeente kan hierbij behulpzaam zijn. De opgave is het creëren van draagvlak van binnenuit door het vinden van ‘balans, acceptatie en tolerantie’. Een gebiedsdialoog kan daar een belangrijke rol in spelen. Wel gelden enkele voorwaarden waar draagvlak in ieder geval aan moet voldoen. De voorwaarden hebben vooral betrekking op ‘wie’ en ‘wat’. Het ‘hoe’ wordt aan de initiatiefnemer overgelaten. we gaan kort op deze voorwaarden in.
96 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie
Wie: • De directe omgeving/omwonenden moet worden betrokken bij het inventariseren en genereren van draagvlak. De directe omgeving wordt bepaald door iedereen waarop het initiatief effect heeft. • Belangenorganisaties. Partijen die een belang hebben of wiens belang geschaad kan worden door het initiatief. Wat: • Er moet draagvlak zijn voor het initiatief. Om te kunnen beoordelen of dit in voldoende mate is gebeurd, verlangt de gemeente een verslag over inhoud en proces. Hierin is aangegeven in hoeverre er draagvlak is voor het initiatief (inhoudelijk) en hoe dit draagvlak is verworven (procesmatig). Hoe: • Ondanks dat het hoe aan de initiatiefnemer wordt overgelaten, valt daar toch iets over te zeggen. Zo kan de gemeente behulpzaam zijn bij het bepalen van de betrokkenen in een gesprek dat nodig is om draagvlak te krijgen. Ook kunnen we faciliteren bij het op gang brengen van het gesprek. In feite wordt hiermee antwoord gegeven op de wie vraag.
Stap 3. Voldoet het project aan omgevingsaspecten De omgevingsvisie heeft een signaalfunctie voor nader onderzoek bij ruimtelijke procedures. Rekening moet worden gehouden met diverse randvoorwaarden die zijn vastgelegd in beleidstukken en wettelijke kaders. Er is voor deze Omgevingsvisie geen PlanMER opgesteld omdat de nu bekende projecten niet PlanMER-plichtig zijn en deze omgevingsvisie geen grondslag biedt voor MER-plichtige activiteiten.
Stap 4. Bijdrage omgevingskwaliteit Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling verwachten we van de initiatiefnemer dat er ook wordt geïnvesteerd in verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Algemeen uitgangspunt is dat nieuwe economische ontwikkelingen een bijdrage leveren aan versterking van de kwaliteiten van de kernen en het buitengebied: ‘voor wat hoort wat’. Deze bijdrage (verevening) kan op twee manieren plaatsvinden: rechtstreekse fysieke verevening of compensatie via een (verevenings)fonds. Bij rechtstreekse fysieke verevening realiseert de initiatiefnemer van een project zelf de verevening. Deze vorm van verevening kan op drie wijzen plaatsvinden: • Geïntegreerd in het project; • Aansluitend aan het project; • Op afstand van het project. De gebiedsgerichte uitwerking geeft inspiratie als voorbeeld van wat we met omgevingskwaliteit bedoelen. Bij toepassing van een vereveningsfonds stort een initiatiefnemer een geldbedrag in een fonds, op basis van een kapitalisatie van de noodzakelijke verevening. De beheerder van het vereveningsfonds gebruikt het fonds vervolgens om de benodigde verevening te realiseren. Daarbij kunnen de vereveningsbijdragen van verschillende initiatieven gebundeld worden ingezet.
97 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie
De ontwikkeling van een vereveningsfonds moet nog verder worden uitgewerkt, waarbij over de ‘bijdrage ruimtelijke ontwikkeling’ en de financiële vertaling ervan nadere afspraken worden gemaakt. Gedacht kan worden aan een sloop/herstructurerings-fonds, groenfonds en landschapsfonds. De gemeente kent voor de kern Baarle-Nassau al een parkeerfonds. Mogelijk wordt de werking daarvan in de toekomst verbreed naar een mobiliteitsfonds. Voor de instelling van zo’n fonds is een raadsbesluit vereist. Daarbij wordt uitgewerkt hoe de bijdragen besteed worden. Zo kan een kwaliteitskader voor het buitengebied een programma bevatten van kwaliteitverbeterende maatregelen, die betaald worden uit bijdragen die in het groenfonds zijn gestort.
Stap 5 Financiering, prioriteitstelling en fasering Als (mede)financiering van de gemeente noodzakelijk en gewenst is, dan wordt het project zo mogelijk in de begroting opgenomen. Omdat niet alles tegelijkertijd kan, zal de gemeente prioriteiten stellen en projecten zo nodig faseren.
Stap 6 Besluitvorming De gemeente is gesprekspartner, faciliteert (ambtelijk) en is op een hoger abstractieniveau de bewaker van de onderlinge samenhang (college en raad). Ook als het maatschappelijk draagvlak geen duidelijk beeld geeft van de wenselijkheid van het initiatief, zal het gemeentebestuur uiteindelijk de knoop doorhakken. Omgekeerd betekent dit, dat als een initiatief voldoet aan stap 1 t/m 4 (of 5), het college en raad het initiatief in principe zullen omarmen.
98 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie
5.3 Beleidscyclus en monitoring omgevingsvisie
Onze omgevingsvisie maakt onderdeel uit van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze cyclus is gebaseerd op een dynamisch proces van continue verbetering en aanpassing, gericht op het creëren van een duurzame en leefbare fysieke leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties. Deze visie schetst de kaders en ambities die van belang zijn voor de thema’s en nader uitgewerkt kunnen worden in programma’s. Bovendien vormt deze visie en de daaropvolgende programma’s een basis voor het te vormgeven omgevingsprogramma. Gedurende de uitvoering van ons beleid monitoren we voortdurend de resultaten en effecten op de leefomgeving. We evalueren ons beleid op basis van concrete indicatoren en feedback van belanghebbenden. We zijn bereid om indien nodig aanpassingen door te voeren op onze omgevingsvisie om onze doelstellingen beter te bereiken. Dit zorgt voor een adaptief en veerkrachtig beleidskader dat flexibel kan inspelen op veranderende omstandigheden en behoeften in onze leefomgeving. Het monitoren van beleid is belangrijk om de doorwerking en het behalen van de beoogde ambities te bepalen. Op basis van de monitoring kan worden bezien of beleid, proces of middelen effectief worden ingezet. Daarnaast kunnen er gedurende de looptijd van de visie nieuwe inzichten en ontwikkelingen zijn, waarin de Omgevingsvisie niet voorziet. Dit kan leiden tot actualisering van de visie.
Ook het projectenprogramma zal periodiek worden geëvalueerd en geactualiseerd op basis van nieuwe inzichten en nieuwe projecten. Dit organiseren we rondom de begrotingsbehandeling omdat daarmee ook gemeentelijke kosten gemoeid kunnen zijn. Projecten die bijdragen aan de ruimtelijke visie kunnen in het projectenprogramma worden opgenomen.
TERUGKOPPELING
BELEIDSONTWIKKELING
Handhaving
Omgevingsvisie: Visie en opgaven
Monitoring en evaluatie
Programma: Uitwerking beleid maatregelen ontwikkelingen. Ja, mits....
UITVOERING
BELEIDSDOORWERKING
Activiteiten: Algemene regels
Omgevingsplan: Regels fysieke leefomgeving
Omgevingsvergunning: Toetsing Toezicht
Beleidscyclus
99 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie
5.4 Omgevingsprogramma’s en omgevingsplan We zijn ons ervan bewust dat sommige onderwerpen een nadere uitwerking dienen te maken. Dit is nodig om de ambities concreter te maken, maar ook om op een meer samenhangende en efficiënte manier te werken aan doelen voor de leefomgeving. De programma’s kunnen beter worden afgestemd op de specifieke behoeften en omstandigheden van bepaalde gebieden of thema’s. Een programma kan bijvoorbeeld gericht zijn op het realiseren van bepaalde doelstellingen binnen een thema, zoals het bevorderen van duurzaamheid, wonen, of het verbeteren van de leefbaarheid in een bepaald gebied. In het omgevingsplan leggen we de bestaande mogelijkheden van onze fysieke leefomgeving vast. De omgevingsvisie en de bijbehorende programma’s vormen de basis voor de inhoud van het omgevingsprogramma. Per 1 januari 2024 hebben we ons eerste omgevingsplan, dit is een Omgevingsplan van rechtswege. We werken er stap voor stap naar toe om te komen tot een Omgevingsplan dat voldoet aan alle eisen van de omgevingswet. In dit proces zorgen we ervoor dat het omgevingsplan zodanig is vormgegeven dat dit voldoende mogelijkheden biedt om te kunnen inspelen op de gewenste ontwikkelingen die voortvloeien uit deze omgevingsvisie.
5.5
Kostenverhaal en financiële bijdrage
Voor het voeren van een grondbeleid beschikt de gemeente over verschillende instrumenten. Planologische instrumenten zijn gericht op de toedeling van functies aan locaties (via het omgevingsplan en de omgevingsvergunning). Gericht op het grondbeleid kunnen we gebruik maken van meer specifieke instrumenten, zoals het voorkeursrecht. Financiële instrumenten helpen om gemeentelijke kosten te verhalen bij degene die baat hebben bij de ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden zijn kostenverhaal en financiële bijdragen (plankosten en bovenwijkse voorzieningen), baatbelasting en leges. Het kostenverhaal regelen we bij voorkeur door middel van een anterieure overeenkomst. Is het niet mogelijk om een overeenkomst af te sluiten, dan kunnen we de regeling van het publiekrechtelijke kostenverhaal toe passen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om in het omgevingsplan te bepalen welke ontwikkelingen een financiële bijdrage wordt verhaald op initiatiefnemers. Deze bijdrage kan enkel worden verhaald als tussen de bouwactiviteit van een initiatiefnemer en de ontwikkeling waarvoor een financiële bijdrage verhaald wordt, een functionele samenhang bestaat. Naast de publiekrechtelijke instrumenten kunnen we ervoor kiezen om privaatrechtelijke instrumenten in te zetten. Dit privaatrechtelijke instrumentarium stelt ons in staat om regie te voeren op de betreffende locatie.
Als eigenaar kan de gemeente meer invulling geven aan ontwikkellocaties dan vanuit het publiekrechtelijk instrumentarium mogelijk is. In een of meerdere programma’s wordt door de gemeente Baarle-Nassau een onderbouwing van functionele samenhang vastgelegd. De financiële bijdrage wordt eveneens tezamen met andere afspraken gebundeld opgenomen in de anterieure overeenkomst.
100 - Gemeente Baarle-Nassau | Uitvoering van de omgevingsvisie