Ontwerp bestemmingsplan Loveren 16B, Baarle-Nassau
Tekst van het document
Pagina | 2 AM20575
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................9
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 10
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer regio Brabant ..................................................................................................... 10
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 11 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 11
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 14
5.3
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 15
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 16
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 17
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s) Bodeminformatie Omgevingsdienst Midden- en West Brabant
Pagina | 3 AM20575
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Loveren tussen nr. 16 en nr. 18 te Baarle-Nassau
Gemeente
: Baarle-Nassau
Kadastrale registratie
: Baarle-Nassau, sectie C, nr. 2559 (gedeeltelijk)
Oppervlakte
: circa 175 m2
Huidig gebruik van de locatie
: privé parkeerplaats
Toekomstig gebruik
: wonen
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is een bestemmingswijziging voor de bouw van een woonhuis.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in november en december 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4 AM20575
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Baarle-Nassau;
•
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant;
•
het dinoloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de straat Loveren tussen nr. 16 en nr. 18 te Baarle-Nassau. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Baarle-Nassau, sectie C, nr. 2559 (gedeeltelijk). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 122.485/ Y = 383.981. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOKviewer )
Pagina | 5 AM20575
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie nooit bebouwd is geweest. De woning Loveren 18 is volgens de BAG Viewer in 1960 gebouwd. De woning Loveren 16 dateert uit 1916. Het bedrijfspand achter Loveren 16 is in de zestiger jaren van de vorige eeuw gebouwd.
1900
1950
1970 ` 1990 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
1960
2019
Dossieronderzoek
Via de website van de omgevingsdienst Midden- en West-Brabant is een omgevingsrapportage gedownload van de locatie en directe omgeving. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 8. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 2 november 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Baarle-Nassau. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX.
Pagina | 6 AM20575
Op 4 november heeft een medewerker van ABG gemeenten de bij hun beschikbare relevante bodeminformatie digitaal aan Aeres Milieu beschikbaar gesteld. In de directe omgeving is het in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoek uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
Verkennend en nader bodemonderzoek
Het te onderzoeken terreingedeelte beslaat een oppervlakte van ca. 440 m2 en is gelegen in
Loveren 18 te Baarle-Nassau
het westen van Baarle-Nassau. Ter plaatse van het te onderzoeken terreingedeelte bevindt zich
(Oranjewoud rapport met kenmerk
een garagebedrijf. In het milieuarchief van de gemeente Baarle-Nassau zijn twee tekeningen
3509-102095 d.d. maart 2001)
van
het
perceel
aanwezig.
Eén
tekening
behoort
bij
een
aanvraag
voor
een
hinderwetvergunning (1990) en één tekening dateert uit 1963 waarop een uitbreiding van de bestaande benzine-installatie staat weergegeven. Uit de tekeningen blijkt dat het perceel volledig is bebouwd. Het garagebedrijf bestaat uit een werkplaats en een showroom. In het pand zijn drie ondergrondse tanks aanwezig. Twee tanks liggen in de showroom en de derde tank ligt in de werkplaats. De tank in de werkplaats betreft een tank voor dieselolie (6.000 I) en deze is buiten gebruik gesteld (afgevuld met zand). De tanks in de showroom betreffen een tank voor superbenzine (10.000 I) en een HBO-tank (2.000 I). Beide tanks zijn niet meer in gebruik, maar zijn nog niet schoongemaakt. De peilpunten van beide tanks zijn nog aanwezig in de showroom.
Op de tekening uit 1963 staat de dieselolietank weergegeven als zijnde een bestaande tank voor benzine. Op dezelfde tekening staat één (te plaatsen) tank voor superbenzine weergegeven ter plaatse van de showroom. De vulpunten van de tanks voor benzine en superbenzine hebben aan de straatzijde gelegen aan de rand van het trottoir. Het ontluchtingspunt van de benzinetank bevond zich aan de voorzijde van het pand tegen de gevel en het ontluchtingspunt van de tank voor superbenzine bevond zich in de showroom tegen de gevel van het magazijn. Aan de voorzijde van het pand heeft een dubbele afleverzuil gestaan voor benzine en superbenzine. De ligging van het vulpunt en ontluchtingspunt van de HBOtank is onbekend. In de werkplaats zijn een smeerput, een spuiterij en twee oliebars aanwezig. Aan de noordzijde van het perceel liggen twee olieopslagplaatsen. In de werkplaats ligt een betonvloer en in de showroom liggen tegels ingemetseld in een betonnen vloer. Bovenstaande informatie is ontleend aan de opdrachtgever, de huidige bewoner en de gemeente BaarleNassau.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn op de onderzoekslocatie zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van een olieverontreiniging. Wel is in de bodem weinig tot veel puin waargenomen. Analytisch is in de puinhoudende bovengrond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten.
Bij één locatie, de noordoostelijke olieopslagplaats, is in de
bovengrond een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Verder zijn in de grond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetoond.
De omvang van de sterke olieverontreiniging in de grond bij de noordoostelijke olieopslagplaats is nader in kaart gebracht. In verticale richting is de grondverontreiniging voldoende afgebakend. In noord-, west- en zuidelijke richting is de olieverontreiniging eveneens voldoende afgebakend. Pagina | 7 AM20575
Kenmerk
Bijzonderheden In noordwestelijke richting heeft een gedeelte van de olieverontreiniging zich verspreid tot op het terrein van het perceel Loveren 20. In oostelijke richting is in een boring op de terreingrens nog een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Hierdoor is de olieverontreiniging in deze richting niet geheel afgebakend. Gezien de afname van het sterk verhoogde oliegehalte in oostelijke richting, is wel globaal een inschatting gemaakt van de horizontale omvang van de olieverontreiniging. De olieverontreiniging overschrijdt de terreingrens van het perceel op Loveren 16.
In totaal is globaal 80 m3 grond verontreinigd met minerale olie, waarvan ca. 20 m3 sterk verontreinigd is. In het grondwater bij de noordoostelijke olieopslagplaats zijn een licht verhoogd gehalte aan minerale olie en geen verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten gemeten. In het grondwater op het overige terrein zijn geen verhoogde gehalten van de onderzochte parameters aangetoond. De actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem op het perceel is vastgelegd en er zijn vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen het gebruik van het terrein bij gelijkblijvende (bedrijfsmatige) bestemming.
Gezien de geringe omvang van de sterke olieverontreiniging (< 25 m3) is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een sanering conform de Wet bodembescherming is niet verplicht. Echter, de bodemverontreiniging met minerale olie is aan twee zijden terreingrensoverschrijdend. Op privaatrechtelijke gronden kunnen de twee eigenaren van de twee belendende percelen waarop de sterke olieverontreiniging is aangetoond, eisen dat de bodem op hun terrein wordt schoongemaakt.
Bovenstaande conclusies zijn gebaseerd op de historische informatie, de zintuiglijke waarnemingen en de analyseresultaten van het onderzoek.
Tabel 2.1: Samenvatting uitgevoerd bodemonderzoek Loveren 18
Pagina | 8 AM20575
Voor de locatie Loveren 16 is een KIWA tanksaneringscertificaat beschikbaar in het gemeentelijk archief (de huisbrandolie tank met een volume van 3.000 liter is in 1993 inwendig gereinigd en afgevuld). Het certificaat is (door de coronamaatregelen) niet digitaal beschikbaar gesteld door de gemeente. Op de onderzoekslocatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0 – 4,5
Formatie van Stramproy
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind
4,5 – 8,7
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor bruinkool
8,7 – 12,4
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind
12,4 – 23,0
Formatie van Waalre
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind
23,0 – 37,5
Formatie van Waalre en Peize
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B50G0021)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 25 m+NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 22 m+NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 13 november 2020 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. De onderzoekslocatie is onbebouwd en volledig verhard met beton. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door oprit en loods, aan de oostzijde door woning Loveren 16, aan de zuidzijde door de straat Loveren en aan de westzijde door woning Loveren 18.
Pagina | 9 AM20575
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer regio Brabant
Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Brabant blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘AW2000’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van minerale olie. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht).
Pagina | 10 AM20575
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 175
3
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 1 1
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 3
1
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De grondmengmonsters worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 11 AM20575
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 13 november 2020 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer Herman van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.
De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3.
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4).
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Traject (m -mv) 0,5 – 1,5
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
01
Diepte boring (m -mv) 4,4
Zand
Sporen baksteen
02
2,0
0,4 – 0,7
Zand
Sporen baksteen
03
1,0
0,2 – 0,5
Zand
Sporen baksteen Pagina | 12
AM20575
Boring
Diepte boring (m -mv) 1,2
05
Traject (m -mv) 0,3 – 0,7
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
Sporen baksteen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is een week na plaatsing op 20 november 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer Herman van den Tillaar. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1
Filterdiepte (m-mv.) 3,4 – 4,4
Grondwaterstand (m-mv.) 3,1
pH (-) 6,4
Ec (µS/cm) 332
Troebelheid (NTU) high
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
In het grondwater uit de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 13 AM20575
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monster(s)
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.
Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
Traject (m -mv) 0,3 – 0,7
2-1, 5-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,2 – 1,0
1-1, 3-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
1,1 – 2,0
1-3, 2-3, 2-4
Standaardpakket incl. lu/os
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport.
Pagina | 14 AM20575
(Meng)monster MM1
MM2
Traject (m -mv) 0,3 – 0,7
0,2 – 1,0
MM3
1,1 – 2,0
Zintuiglijke waarnemingen Sporen baksteen
Sporen baksteen
Geen bijzonderheden / waarnemingen
Verhoogde component Kwik
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,214
*
Lood
218
*
Koper
42,7
*
Kwik
0,215
*
Lood
119
*
Zink
234
*
Som PCB
32 (µg/kg d.s.)
*
---
---
---
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0,3 – 0,7 m-mv.) licht verhoogd is met kwik en lood en MM2 (dieptetraject 0,2 – 1,0 m-mv.) licht verhoogd is met koper, kwik, lood, zink en som PCB. In grondmengmonster MM3 (dieptetraject 1,1 – 2,0 m-mv.) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde.
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980. PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.
5.3
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport.
Pagina | 15 AM20575
Peilbuis
Filtertraject [m-mv] 3,3 – 4,4
1
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
3,1
Xylenen
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,41 *
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verhoogd is met xylenen.
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de aangetoonde licht verhoogde gehalten in de bovengrond en het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen echter ruim beneden de tussenwaarde. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.
Pagina | 16 AM20575
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk sporen baksteen waargenomen Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met koper, kwik, lood, zink en som PCB. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
De
milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouwplan.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 17 AM20575
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM20575
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM20575-NP
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Baarle-Nassau C 2559
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 2 november 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM20575
AM20575
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties
AM20575
383975
Legenda
Boorpuntenkaart (A4)
Plangebied
AM20575 Baarle-Nassau Loveren tussen nr. 16 en 18
Foto's
Schaal
Boringen
N
boring tot 0,50 m - mv. boring tot 2,00 m - mv.
v1.0_13-11-2020_LK
383975
384000
122501
384000
122476
peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
122476
122501
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen
AM20575
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
0
Boring: 0
beton
16
Betonboor
02 0
0
beton Betonboor
Loze ruimte 40 50
50
100
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1 100 2 150
50 Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1 70
2 100
110
3
3 200
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
4 200
200
250
300 320
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
350
400
440
Boring:
03
Boring: 0
0
20
1 50
50 2
100
100
Boring:
beton
04 0
0
Betonboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
beton Betonboor
30
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1
2 100
100
05 0
0
beton Betonboor
30
50
1 70
100
2 115 120
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbeige, Edelmanboor
Projectnaam: Loveren tussen 16 en 18, Baarle-Nassau Projectcode: AM20575
Opdrachtgever: Ordito
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM20575
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM20575
Onderzoekslocatie
Loveren tussen nr. 16 en nr. 18 te Baarle-Nassau
Opdrachtgever
Ordito
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
13 november 2020 en 20 november 2020
protocol
2001 en 2002
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
aeres milieu
Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM20575
Projectnaam Projectcode
Loveren tussen 16 en 18, Baarle-Nassau AM20575
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 82.3 <1 Geen
-----
Ja 87.2 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
2.4
--
2.5
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.2
--
1.6
--
58 <0.2 1.8 16 0.15 140 <0.5 4.2 42
219 0.236 6.19 32.4 0.214 218 0.35 12 97.7
* *
79 0.32 2.7 21 0.15 76 <0.5 6.3 100
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen 0.01 -0.04 antraceen <0.01 -0.02 fluoranteen 0.03 -0.07 benzo(a)antraceen 0.04 -0.05 chryseen 0.03 -0.05 benzo(k)fluoranteen 0.04 -0.04 benzo(a)pyreen 0.05 -0.05 benzo(ghi)peryleen 0.06 -0.06 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.06 -0.06 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.334 0.334 0.447 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
-------20.4
a
----58.3
<1 <1 <1 <1 2.1 1.5 1.6 8
<5 <5 7 5 <20
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
306 0.538 9.49 42.7 0.215 119 0.35 18.4 234
* * *
*
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.447
32
-------*
----56
Monstercode en monstertraject 1 13352437-001 MM1 02,05 2 13352437-002 MM2 01,03 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 2.4% 2.2% 2 2.5% 1.6%
Projectnaam Projectcode
Loveren tussen 16 en 18, Baarle-Nassau AM20575
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
MM3 3 or
AW 1/2(AW+I)
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) <0.5
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.1
--
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -fenantreen <0.01 -antraceen <0.01 -fluoranteen <0.01 -benzo(a)antraceen <0.01 -chryseen <0.01 -benzo(k)fluoranteen <0.01 -benzo(a)pyreen <0.01 -benzo(ghi)peryleen <0.01 -indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.07 0.07
1.5
21
40
0.35
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 24 <0.5 <3 <20
RBK eis
br
Ja 90.5 <1 Geen
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
<5 <5 <5 <5 <20
53.6 0.241 3.65 7.22 0.0502 37.7 0.35 6.07 33.1
-------24.5
a
----70
Monstercode en monstertraject 1 13352437-003 MM3 01,02 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie.
° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 3 0.5% 2.1%
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Gé Reuver Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 7
: Loveren tussen 16 en 18, Baarle-Nassau : AM20575 : 13352437, versienummer: 1. : EM6U21Q8
Rotterdam, 20-11-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM20575. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support.
Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Gé Reuver Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 7
Analyserapport Loveren tussen 16 en 18, Baarle-Nassau
Orderdatum 13-11-2020 Startdatum 13-11-2020 Rapportagedatum 20-11-2020
AM20575 - 1
13352437
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 02,05 MM2 01,03 MM3 01,02
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 82.3 <1 geen
Ja 87.2 <1 geen
Ja 90.5 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
2.4
2.5
<0.5
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
2.2
1.6
2.1
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
58 <0.2 1.8 16 0.15 140 <0.5 4.2 42
79 0.32 2.7 21 0.15 76 <0.5 6.3 100
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 24 <0.5 <3 <20
<0.01 0.04 0.02 0.07 0.05 0.05 0.04 0.05 0.06 0.06 1) 0.447
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 2.1 1.5 1.6 1) 8
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.01 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.03 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.04 chryseen mg/kgds S 0.03 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.04 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.05 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.06 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.06 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.334 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286