CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

omgevingsvisie Baarle-Nassau

Commissie Bestuur en Middelen 24 maart 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Ruimtelijke Ontwikkeling30.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ook wordt gekeken naar manieren om de cultuurhistorische waarde van het gebied zichtbaarder te maken en te benutten voor toerisme, zonder afbreuk te doen aan de natuurlijke omgeving.

59 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

4.2

Omgevingskwaliteit

Een goede omgevingskwaliteit is essentieel om tot een duurzame leefomgeving te komen, die de kwaliteit van leven op meerdere gebieden verhoogt. Hiermee bieden we het hoofd aan actuele, maatschappelijke opgaven. We denken vanuit het ‘voor wat, hoort wat’-principe en bieden ruimte voor maatwerkoplossingen, gecombineerd met het versterken van de fysieke leefomgeving. Nieuwe ontwikkelingen moeten niet alleen een functionele of economische waarde bieden, maar moeten ook bijdragen aan de omgevings- en sociale waarden. Bij elke ontwikkeling kijken we naar de balans tussen people, planet en profit. Onze toetsingscriteria voor de omgevingskwaliteit zijn als volgt: • Verbetering van omgevingskwaliteit: sloop van overtollige bebouwing, ontwikkeling van landschap en natuur, realisatie en versterking van het Natuurnetwerk Nederland en Brabant (NNN/NNB), inlevering van milieurechten, verduurzaming en aanleg van extensieve recreatievoorzieningen . • Geen nieuwvestiging: Alleen ter plaatse van bestaande bouwpercelen en indien ruimtelijk inpasbaar (tegengaan van leegstand en verrommeling, ontstening van het buitengebied en behoud van kenmerken landelijk gebied). Uitzonderingen op grond van provinciaal beleid zoals verplaatsing en ruimte voor ruimte zijn voorstelbaar, mits aan de andere elementen kan worden voldaan.

• Ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling: Een ontwikkeling dient op zichzelf voldoende ruimtelijke kwaliteit te hebben in relatie tot de draagkracht en landelijke kwaliteiten van de omgeving (frontbreedte van percelen, openheid, stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, herstel en behoud van cultuurhistorische waarden/erfgoed en verkeersaantrekkende werking).

Niet-agrarische bedrijven

Naast agrarische bedrijvigheid komt er in het landelijk gebied ook andere niet-agrarische bedrijvigheid voor. Het gaat daarbij om zowel bedrijven die een relatie met het buitengebied hebben als bedrijven die dat niet of nauwelijks hebben. Voor bedrijvigheid zien we in het buitengebied ruimte voor bedrijvigheid die niet past in rustige woonomgevingen, maar vanwege haar karakter ook niet thuishoort op het bedrijventerrein. Het gaat dan met name om kleinschalige bedrijvigheid, waarvan de overlast voor de omgeving beperkt is. Voor niet-agrarische bedrijven in het buitengebied zien we vestiging in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing als optie. Onze voorkeur gaat hierbij uit naar bedrijven met een agrarische binding of een bepaalde mate van ambachtelijkheid. Kleinschalige productie is eventueel onder voorwaarden mogelijk. Met name kantoren, detailhandel en dienstverlening zijn hier niet gewenst. Deze functies willen we namelijk zoveel mogelijk in de kernen houden, omdat dit iets toevoegt aan de leefbaarheid daar. Het risico is dat kleinschalige bedrijven in de loop der tijd kunnen uitgroeien tot een omvang die niet gewenst is in het buitengebied. Er kunnen zich situaties voordoen dat bestaande bedrijven dermate veel overlast voor de omgeving gaan veroorzaken, bijvoorbeeld verkeersoverlast, dat zij zich beter op een bedrijventerrein kunnen vestigen.

we nemen uitbreiding van dergelijke bedrijven in overweging, maar kunnen niet garanderen dat in alle gevallen medewerking kan worden verleend. Er zijn enkele overkoepelende uitgangspunten te benoemen die voor ruimtelijke ontwikkelingen in het algemeen gelden. We hebben ruimtelijke ontwikkelingen verdeeld in vier categorieën, namelijk: wonen, werken, recreëren en voorzieningen. Hieronder zijn per categorie de overkoepelende uitgangspunten benoemd:

60 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Wonen • • • •

Rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en leefbaarheid van het gebied. Omliggende bedrijven mogen geen hinder ondervinden door herbestemming of de ontwikkeling van woningen. Zoveel mogelijk gebruikmaken van bestaande bouwpercelen en voldoen aan het criterium van zuinig ruimtegebruik. Geen aantasting van de (belevingswaarde) van het landschap.

Werken •

• • • •

Werken in het buitengebied beperken we tot bestaande (agrarische) bedrijfslocaties/bouwpercelen. In beginsel dient een bedrijfsactiviteit plaats te vinden in vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing of andere bestaande bebouwing, dan wel vervangende nieuwbouw met sloop van overtollige bebouwing. De oppervlakte aan bebouwing dient te passen bij de aard en schaal van de nieuwe bedrijvigheid. Het uitgangspunt is dat er geen sprake is van toename van verharding. Afname van verharding is het uitgangspunt. Mits goed ontsloten, geen onevenredige hinder, geen verkeer- en parkeeroverlast. Er mag geen sprake zijn van een onredelijke toename van de verkeersaantrekking. Het mag niet leiden tot een onevenredige negatieve invloed op omgeving en leefklimaat en er mag geen sprake zijn van overlast (geluid/licht/geur). Geen aantasting (van de belevingswaarde) van het landschap. De aard en omvang van de functie moet passen bij het buitengebied in zijn algemeen en de directe omgeving in het bijzonder. In het landelijk gebied is grootschalige detailhandel niet wenselijk.

Recreëren •

• •

In eerste instantie heeft vestiging van aan recreatie gebonden detailhandel en horeca in het hart van een kern de voorkeur. Horeca als onderdeel van een breder recreatieconcept en gebonden aan het buitengebied is afweegbaar. Mits goed ontsloten, geen hinder, geen verkeer- en parkeeroverlast. Passend binnen de Visie Vrijetijdseconomie Baarle-Nassau.

Voorzieningen • •

In principe heeft vestiging in het hart van een kern de voorkeur, tenzij de voorziening aantoonbaar een relatie heeft met of gebonden is aan het buitengebied. Mits goed ontsloten en de vestiging mag geen onredelijke hinder, verkeer- en parkeeroverlast veroorzaken.

61 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

4.3 Uitgangspunten en bebouwingsconcentraties Bebouwingsconcentraties zijn essentieel om verschillende redenen. Zo bevorderen ze efficiënt ruimtegebruik door verspreiding van bebouwing te beperken, voorkomen verrommeling van het landschap en behouden waardevolle elementen in het buitengebied. De manier waarop een bebouwingsconcentratie is opgebouwd heeft invloed op de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de economische vitaliteit van het buitengebied. Dit vraagt om een specifieke aanpak, omdat er verschillende belangen, kansen en uitdagingen zijn voor de ontwikkeling van deze gebieden. Er zijn verschillende ontwikkelingsmogelijkheden voor een bebouwingsconcentratie, zoals het toevoegen van nieuwe functies en woningen en het hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties. Ontwikkelingsmogelijkheden dienen te voldoen aan provinciale regelgeving. Dit betekent dat de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies in acht moeten worden genomen. Nieuwe functies of activiteiten in het landelijk gebied dienen te passen binnen de ontwikkelingsrichting van het betreffende gebied. Deze omgevingsvisie beoogt bebouwingsconcentraties aan te wijzen en vast te leggen en de ontwikkelingsrichting daarvan te bepalen.

Bebouwingsconcentraties zijn gebieden in het landschap met een relatief hoge bebouwingsdichtheid en wisselende functies zoals wonen, werken, recreëren en andere soorten voorzieningen. Het kan bijvoorbeeld een bebouwingslint, een buurtschap, een uitloper van de kern of een cluster van (agrarische) bedrijven zijn. Bebouwingsconcentraties zijn te begrenzen op basis van de topografische en historische kaarten. We hanteren hierbij de volgende criteria: • Het moet een concentratie van bestaande bebouwing betreffen, dus bebouwing op relatief geringe afstand van elkaar. • Er moet een samenhang tussen de bebouwing te onderscheiden zijn. • De concentratie moet minstens circa 15 bouwblokken bevatten in de huidige situatie. • Het is een pré als de concentratie ook in de historische situatie bovenstaande kenmerken had (met eventueel minder bouwblokken). Binnen onze gemeente maken we onderscheid tussen drie categorieën bebouwingsconcentraties. Dit onderscheid maken we op basis van de volgende kenmerken: • Ligging ten opzichte van de kernen en ontsluitingsstructuur • Landschappelijke en historische context • Bebouwingsdichtheid en het functiemengingspatroon Elke categorie heeft haar eigen uitgangspunten bij ruimtelijke ontwikkelingen. In een later stadium kunnen deze globale uitgangspunten binnen een gebiedsvisie uitgewerkt worden in gedetailleerdere kenmerken.

Daarin kan ook beter ingegaan worden op de omgevingskwaliteit in iedere bebouwingsconcentratie. De basisdoelstelling is dat een ontwikkeling binnen een bebouwingsconcentratie bijdraagt aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Het gaat om het verduurzamen van de samenleving op diverse vlakken en gemeente-breed, waarbij kansen worden gezien en benut. Bij maatschappelijke opgaven gaat het vaak om veel partijen met uiteenlopende en gedeelde belangen. Door deze belangen te combineren is het mogelijk maatschappelijke meerwaarde te creëren en te bouwen aan een veerkrachtig buitengebied. Afhankelijk van het type ontwikkeling en de draagkracht van de bebouwingsconcentratie kan bepaald worden welke vorm van omgevingskwaliteit de meeste toegevoegde waarde heeft.

62 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Bebouwingsconcentraties categorie 1

De bebouwingsconcentraties die aangeduid zijn in de eerste categorie bevinden zich met name in de kernrandzones of aan één van de hoofdwegen. Een goede bereikbaarheid is hierbij het uitgangspunt. Deze gebieden grenzen direct aan een kern of liggen in de nabijheid hiervan en vormen een overgang tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Bovendien zijn deze bebouwingsconcentraties vaak van oudsher al goed te herkennen in het landschap door hun relatief dichte bebouwingstructuur met veel verschillende functies. Binnen deze bebouwingsconcentraties zijn verschillende ontwikkelingen mogelijk. Dit is wel afhankelijk van de functie en aard van de ontwikkeling, maar ook van de draagkracht en kwaliteit van de omgeving.

Bebouwingsconcentraties categorie 2

De tweede categorie bebouwingsconcentraties zijn de bebouwingsconcentraties die verder zijn gelegen van de hoofdkernen, minder goed ontsloten zijn of een minder hoge dichtheid hebben. Er is sprake van een diversiteit aan functies. In deze bebouwingsconcentraties gaan ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit hand in hand. We zien ontwikkeling van woningen en andere functiewijzigingen als een optie binnen deze bebouwingsconcentratie. Voorwaarde voor ontwikkelingen is dat de omgevingskwaliteit van zowel de bebouwde als onbebouwde omgeving wordt versterkt door de ontwikkeling integraal te benaderen.

Bebouwingsconcentraties categorie 3

De bebouwingsconcentraties in de derde categorie zijn de relatief laag dynamische bebouwingsconcentraties, die over het algemeen minder goed ontsloten zijn. Deze bebouwingsconcentraties zijn van oudsher voornamelijk gericht op de agrarische sector, liggen verder van de kernen/hoofdontsluitingswegen en/of hebben een relatief lage bebouwingsdichtheid. Ze zijn hierdoor ook meer verspreid over het landschap. Het bijzondere karakter is vaak hetgeen dat de bebouwingsconcentratie uniek maakt. Voor de bebouwingsconcentraties binnen deze categorie zijn we terughoudend met de ontwikkeling van nieuwe functies zoals woningen, maar zien wel mogelijkheden voor maatwerk en recreatieve kansen. Het uitgangspunt hierbij is dat er sprake moet zijn van verbetering van de omgevingskwaliteit binnen de desbetreffende bebouwingsconcentratie.

Ontwikkeling buiten bebouwingsconcentraties

Ook buiten de bebouwingsconcentraties zien we dat er behoefte is aan het bieden van een ontwikkelperspectief. Ontwikkeling van deze locaties is gebonden aan strikte provinciale regelgeving en vraagt daardoor om een zorgvuldige afweging. We zijn hierbij terughoudend en zoeken vooral naar maatwerkoplossingen. Voor de functies en gebouwen die buiten de bebouwingsconcentraties liggen, zien we met name kansen voor de ontwikkeling van natuur, recreatie en toerisme, omvorming naar wonen en laag-dynamische (agrarische) bedrijvigheid. Het gaat om bedrijvigheid die specifiek is voor het buitengebied en die niet past op bestaande bedrijfslocaties en bedrijventerreinen.

63 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

4.4

Beschrijving van de drie landschapstypen

Ons landschap kent in totaal drie verschillende (hoofd)landschapstypen namelijk: de oude landschappen, het Merkske (beekdallandschap) en de jonge landschappen. Elk landschapstype heeft zijn eigen kwaliteiten en kenmerken. Binnen deze landschappen kunnen we weer onderscheid maken tussen verschillende deelgebieden met uitzondering van het Merkske vanwege haar unieke karakter. Allereerst is hieronder per type landschap een beschrijving gegeven, waarna we vervolgens een ontwikkelingsrichting hebben geformuleerd. Deze ontwikkelingsrichting geeft algemene uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit landschap. Voor de oude landschappen kennen we drie deelgebieden namelijk: omgeving Baarle, omgeving Ulicoten en omgeving Castelré. Voor de jonge landschappen kennen we in totaal vijf deelgebieden namelijk: Bedafsche heide, Retsche heide, Tommelsche heide, Strumptsche Heide en Ulicootsche heide. Per deelgebied hebben we de opgave in kaart gebracht en hierbij een ontwikkelingsrichting geformuleerd. Deze ontwikkelingsrichting en de ontwikkelingsrichting van het landschap geven uitgangspunten voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in een van de deelgebieden.

4.4.1

Oude landschappen

De oude landschappen zijn die delen van Baarle-Nassau die pakweg voor 1840 ontgonnen zijn. Ze bestaan uit de oude bouwlanden, aangevuld met de oude kampontginningen. Ze zijn door hun ruimtelijke opbouw en hun dichtheid aan bebouwing nog steeds herkenbaar ten opzichte van de jonge heideontginningen. Drie delen van het landschap van de gemeente Baarle-Nassau kunnen onder deze oude landschappen worden geschaard: Baarle-Nassau en omgeving, Ulicoten en omgeving en Castelré. Ze verschillen onderling aanmerkelijk, in geschiedenis, ruimtelijke opbouw en huidige dynamiek. Naast deze drie delen zijn ook Groot Bedaf, Oude en Nieuwe Strumpt en de omgeving van Baarle-Nassau Grens kleine stukjes oud landschap. Vanwege de overzichtelijkheid zijn ze meegenomen met de beschrijvingen van de jonge heideontginningen waarin ze liggen, respectievelijk de Bedafsche Heide en de Strumptsche Heide. Historisch-geografisch hoort het dal van het Merkske ook bij de oude landschappen. Het is tegelijkertijd ontgonnen en speelde als hooiland een onmisbare rol in het middeleeuwse agrarische systeem. Omdat het dal van het Merkske zijn eigen kwaliteiten, een heel andere beleidsstatus en een andere dynamiek heeft, is het als apart deelgebied beschreven.

Ontwikkelingsrichting oude landschappen In de oude landschappen speelt de historie van de gebieden een belangrijke rol. Dit gebruiken we door een gebalanceerde benadering toe te passen die het verleden respecteert en tegelijkertijd inspeelt op de behoeften en uitdagingen van de toekomst. We zien in tegenstelling tot het jonge landschap meer ruimte voor verandering van functies en toekomstige ontwikkelingen. Voorwaardelijk hierbij is zorgvuldig ruimtegebruik waarbij de kenmerken van het landschap, cultuurhistorie, het bodem- en watersysteem en duurzaamheidsprincipes leidend zijn. Verbetering van omgevingskwaliteit is hierbij het uitgangspunt. Het bewaren van de oude landschapsstructuren en cultuurhistorische waarden heeft prioriteit en waar mogelijk willen we deze structuren en waarden behouden en herstellen.

64 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Omgeving Baarle-Nassau Het dorp Baarle-Nassau met daaromheen de ring van oude bouwlanden (akkers) en de voormalige kampontginningen die zijn uitgegroeid tot de buurtschappen en linten. Ondanks de toename van bebouwing als gevolg van de groei van het dorp zijn de akkercomplexen nog steeds herkenbaar in het landschap. Vooral de openheid van de akkers rond de Molenbaan/Akkerstraat en die tussen de Oordeelsestraat en Nijhoven is bijzonder. Baarle-Nassau ligt op het hoogste punt in het landschap en vanaf dit punt watert het gebied via kleine stroompjes af naar de omgeving. Die kleine stroompjes hebben reliëf in het landschap achtergelaten. Samen met het eeuwenlang ophogen van de akkers heeft dat een licht golvend landschap opgeleverd. De wegen vanuit het dorp naar de omgeving volgen een ietwat slingerend verloop. De hoge punten van het landschap zijn duidelijk herkenbaar. Als ze het ‘oude landschap’ verlaten, dan wordt hun verloop plots kaarsrecht en staat er doorgaans geen bebouwing meer langs. De opzet van de beplanting langs de weg verandert dan ook. De scherpe overgang naar de jonge ontginningen in de vorm van het bos dat in de jonge ontginningen tegen het oude landschap ligt, is kenmerkend. Richting Bedafsche Heide, de Tommelsche Heide en de Manke Goren is die overgang niet bebost, maar wordt die gevormd door de randen/grenzen van de buurtschappen.

De buurtschappen kennen een veelvormige bebouwing. Samen met het volgroeide groen van erfbeplanting en tuinen laten ze zien dat de buurtschappen al oud zijn. Soms ontbreekt het groen echter ook helemaal. De bebouwing staat vaak dicht op elkaar en heeft per erf opvallend veel schuren van heel verschillende ouderdom. De agrarische ontwikkeling is aan de erven af te lezen. Door de groei van het dorp raken de akkers steeds verder bebouwd, waardoor ze hun grote maat en weidsheid verliezen. De planmatige uitbreiding van de dorpsrand heeft hier invloed op, waardoor de van oudsher aanwezige innige relatie tussen dorp en omgeving verandert in een harde scheiding. Door verstening van het gebied zal het karakter van de buurtschappen veranderen. Bovendien zorgen nieuwe functies in vrijkomende agrarische bebouwing voor verandering van de buurtschappen. Wij zien de volgende opgaven: • Hou de omvang van de buurtschappen compact. Dat kan bijvoorbeeld door in geval van nieuwbouw overtollige en niet-cultuurhistorisch waardevolle gebouwen te slopen, of bestaande bebouwing te herontwikkelen, zodat de toename van bebouwing beperkt blijft. • Voorkom dat de buurtschappen groeien tot voorbij de grenzen met de jonge ontginningen. Dit voorkomt dat die grenzen vervagen. Ook willen we niet uitbreiden tot voorbij de grenzen van de bestaande bouwpercelen.

• We zetten in op een zachte en vloeiende overgang tussen het buitengebied en de kern. Voorkom dat de rondweg de grens tussen kern en landschap verder verscherpt. • Behoud de plekken waar het landschap tot dicht aan de kern komt en behoud de verbinding van deze plekken met het landschap ‘buiten’ de rondweg. • Gebruik waar mogelijk de zone tussen de Visweg en de randweg om de overgang van landschap naar dorp te verzachten. • Houd de bouwlanden rond de kern en de buurtschappen open door de erven langs de wegen niet te ver naar achter te vergroten. Zorg tegelijkertijd voor het behoud van af en toe een doorzicht tussen de erven door op de achterliggende akkers. Zo wordt aaneengesloten lintbebouwing voorkomen en blijft het gevoel van in het landschap zijn behouden. • Behoud doorzichten op beeldbepalende en historisch waardevolle boerderijen om de karakteristiek van een buurtschap te behouden. • Behoud de verschillen en de grenzen tussen het oude landschap en de jonge ontginningen. Ze zijn karakteristiek voor Baarle-Nassau. • Handhaaf het kenmerkende reliëf, gebonden aan waterlopen en de akkers.

65 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Ontwikkelingsrichting omgeving Baarle-Nassau Voor de omgeving van Baarle-Nassau staat de zorgvuldige balans tussen stedelijke groei en het behoud van cultuurhistorische waarden en landschappelijke kenmerken centraal. In de ontwikkeling van BaarleNassau streven we naar het behoud en de versterking van de unieke karakteristieken van ons landschap, de buurtschappen en de relatie tussen ons dorp en de omgeving. Ondanks de verandering van functies, blijven de akkercomplexen herkenbaar in het landschap en de buurtschappen compact. Om de compactheid van de buurtschappen te waarborgen streven we ernaar om bij functieverandering overtollige en niet-cultuurhistorisch waardevolle gebouwen te slopen of bestaande bebouwing te herontwikkelen. Er moet sprake zijn van het verbeteren van de omgevingskwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. We willen voorkomen dat bebouwing groeit tot voorbij de grenzen van het oude landschap en zetten in op een zachte overgang tussen dorp en buitengebied. We willen hierbij voorkomen dat er een verdere verscherping van de grens van de kern en het omliggende landschap ontstaat door de rondweg. Er is geen sprake van groei van de bebouwingsconcentraties buiten hun huidige grenzen, tenzij er sprake is van een bebouwd perceel dat wordt benut.

We streven ernaar om open plekken waar het landschap de kern nadert, te behouden en dat nieuwe ontwikkelingen passen in het landschap. We zetten ons in voor het behoud van het kenmerkende reliëf, gebonden aan waterlopen en de akkers. Om uitbreiding van lintbebouwing te voorkomen en het karakter van de buurtschappen te behouden, beperken we de vergroting van erven langs wegen en behouden we doorzichten tussen erven naar de achterliggende akkers. Historisch waardevolle boerderijen blijven zichtbaar en we faciliteren de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing naar een passende nieuwe invulling. Samen bouwen we aan een duurzame toekomst die recht doet aan de locatie en de geschiedenis van BaarleNassau.

66 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

67

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Gebied met Rijksbelangen Groen/bebossing Waterlichamen Cultuurhistorisch waardevol landschap Historische stedenbouw

Legenda Historische hoge geografische waarde Historische zichtlocatie Infrastructuur Het Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking omgeving Baarle

Omgeving Ulicoten Ulicoten en omgeving is een fors gebied met kleinschalige kampontginningen: verspreide bebouwing met kleinere bouw- en graslanden, vaak omzoomd door beplantingen langs de perceelsgrenzen. Ondanks de toename van bebouwing, het vergroten van percelen en verdwijnen van beplantingen op perceelsgrenzen in de loop van de tijd, is de kleinschalige opbouw van het gebied en het besloten karakter ervan nog steeds goed herkenbaar. Het reliëf is ontstaan door de oost – west lopende stroompjes en het eeuwenlang ophogen van de akkers. De overgang naar de jonge ontginningen is zichtbaar door het verschil in schaalniveau tussen beide landschappen. De kampontginningen zijn veel kleinschaliger, terwijl de jonge heideontginningen veel grootschaliger zijn. De historie is aan het gebied af te lezen door het voorkomen van de veelvormige bebouwing uit verschillende tijdvakken en het vele volgroeide groen. De schaalvergroting in de landbouw heeft gezorgd voor grotere kavels en meer en grotere stallen. Hierdoor neemt de schaal en maat van het gebied toe en gaat het, met name aan de randen, steeds meer lijken op de jonge ontginningen. We zien de volgende opgaven: • • • •

• •

Behoud de verschillen en de grenzen tussen het oude landschap en de jonge ontginningen. Beperk de grootschaligheid van nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld door de (netto) groei van bebouwing te beperken. Houd de ontwikkelingen in dit kampenlandschap binnen het deelgebied en ga er niet mee over de landschappelijke grens. Houd de bouwlanden rond de kern en de buurtschappen open door de erven langs de wegen niet te ver naar achter te vergroten. Zorg tegelijkertijd voor het behoud van af en toe een doorzicht tussen de erven door op de achterliggende akkers. Zo wordt aaneengesloten lintbebouwing voorkomen en blijft het gevoel van in het landschap zijn behouden. Behoud doorzichten op beeldbepalende en historisch waardevolle boerderijen om de karakteristiek van een buurtschap te behouden Handhaaf het kenmerkende reliëf, gebonden aan waterlopen en de akkertjes.

Ontwikkelingsrichting omgeving Ulicoten Bij de ontwikkeling van de omgeving Ulicoten staat het behoud en versterking van de karakteristieken centraal. We koesteren de landschappelijke verschillen en de grenzen tussen het oude landschap en het jonge landschap. Grootschalige nieuwe ontwikkelingen moeten worden beperkt, waarbij de nadruk ligt op duurzaamheid en het behoud van kleinschaligheid om het historische karakter te bewaren. Het behoud van openheid rond de kern en buurtschappen is essentieel, door erven langs wegen niet te ver naar achter te vergroten. Doorzichten tussen erven op achterliggende akkers moeten behouden blijven, waardoor lintbebouwing wordt voorkomen. Het behoud van cultuurhistorie en reliëf is tevens van belang. Doorzichten op beeldbepalende en historisch waardevolle boerderijen moeten worden gehandhaafd en het kenmerkende reliëf is een essentieel onderdeel van het landschap dat we beschermen.

68 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

69

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Gebied met Rijksbelangen Groen/bebossing Waterlichamen Cultuurhistorisch waardevol landschap Historische stedenbouw

Legenda Historische hoge geografische waarde Historische zichtlocatie Infrastructuur Het Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking omgeving Ulicoten

Castelré en omgeving In Castelré en omgeving is het ‘oorspronkelijke’ Brabantse landschap met zijn samenstellende delen (dorp met plaatse, akkers, beekdal, kampontginning en jonge heideontginning) op korte afstand van elkaar te beleven. Castelré is een kransakkerdorp waar de boerderijen in een kring rond het akkercomplex liggen. Dit zorgt voor meerdere concentraties van bouwpercelen (Castelré zelf, Groeske, Heiakkers, Schootschen Hoek, ’t Schrans). De structuur van het akkercomplex is goed bewaard gebleven. Het buurtschap oogt erg oorspronkelijk, de dynamiek is er laag en het kent een hoge cultuurhistorische waarde. Al in 1130 wordt Castelré vermeld als buurtschap. Het is een bijna-exclave, omdat het slechts met een smalle strook van ongeveer 300 meter is verbonden met Nederland. De Hoogstratensebaan is de enige weg die Castelré met Baarle-Nassau verbindt. Het gebied wordt gebruikt als bouwland en grasland. Op de overgangen naar de beekdalen liggen hier en daar steilranden. Het wegen- en padenpatroon, het bebouwingspatroon en de bouwlanden zijn een fraai voorbeeld van een goed bewaard gebleven middeleeuws akkercomplex.

Ontwikkelingsrichting Castelré en omgeving Ontwikkelingen in Castelré richten zich op het behoud en de versterking van de unieke kenmerken. Het uiteindelijke doel is om een evenwichtige toekomstbestendige omgeving te creëren, waarin het ‘oorspronkelijke’ Brabantse landschap blijft floreren en de unieke identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Castelré behouden blijft. Het koesteren van de historische kenmerken staat hierbij centraal, waarbij de oorspronkelijke structuur behouden blijft. Een essentieel aspect is het versterken van de landschappelijke beleving, waarbij recreatieve initiatieven worden aangemoedigd die de samenhang tussen de diverse landschappelijke en cultuurhistorische elementen versterken.

70 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

71

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Gebied met Rijksbelangen Groen/bebossing Waterlichamen Cultuurhistorisch waardevol landschap Historische stedenbouw

Legenda Historische hoge geografische waarde Historische zichtlocatie Infrastructuur Het Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking Castelré

4.4.2

Het Merkske

Het Merkske ligt (samen met de Schouwloop) in een langgerekt beekdal dat de grens vormt tussen BaarleNassau en België. Het is één van de zeldzame beken die in het verleden nooit is ’genormaliseerd’ (en dus ook nooit ‘hersteld’ is hoeven worden). Het Merkske is een bufferzone van werelderfgoed Wortel-Kolonie in België. Dat betekent niet dat het allemaal puur natuur is in het beekdal. Om verschillende redenen is er in de loop van de geschiedenis aan de watergang ‘gesleuteld’, onder andere om kwelwater op te vangen en daarmee de graslanden aan weerszijden van de beek te bevloeien (als vorm van bemesting om zo voor hoge grasopbrengsten te zorgen). Maar het meanderen van het stroompje, de percelering van de graslanden en de dichte beplanting langs de kavels zorgen voor hoge natuurwaarden en een goeddeels historisch en erg aantrekkelijk beeld. Het beleid is gericht op behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteiten. Met alle ontwikkeling van natuur mag het cultuurhistorische aspect van Het Merkske niet uit het oog worden verloren. Het is een door de mens gemaakt landschap. Water, percelering en beplanting zijn daar het resultaat van. Het beekdal is een kleinschalige lappendeken van (haaks op de beek gesitueerde) graslandperceeltjes, onderling gescheiden door slootjes en/of kavelgrensbeplanting. Die lappendeken wordt hier en daar afgewisseld met kleine of iets grotere bospercelen.

De voormalige heideontginning bestaat uit een groot boscomplex met ten oosten daarvan een gebied waar grasland en ‘nieuwe vennen’ elkaar afwisselen. De vier plekken waar wegen het beekdal kruisen, bij Castelré, de Schoorbrug bij Hal, de brug in de Hoogstratensebaan en de Zondereigense Brug, vallen op. Het zijn korte momenten waar het landschap verandert en even de beek gezien kan worden. Het beekdal van het Merkske (inclusief Manke Goren) is als landschapstype heel goed herkenbaar. De grenzen zijn duidelijk en gezien de aparte beleidsstatus zal dit in de toekomst zo blijven. Er zijn veel zandwegen in het gebied, waardoor het goed te bewandelen en aantrekkelijk is voor bezoekers. We zien hierbij de volgende opgaven ons op afkomen: • Het behouden en versterken van het typische beekdallandschap met de daarbij horende landschappelijke kenmerken (watersysteem, percelering en beplanting) en natuurwaarden. • Het herkenbaar houden van de grens tussen dit landschap en de naastliggende deelgebieden door de verschillen in maat en schaal en in openheid te blijven bewaken. • Een koppeling leggen tussen deze zone en de toeristisch-recreatieve reuring rond het dorp. De natuur en het ‘laarzenwandelen’ zouden het profiel van Baarle-Nassau eigentijdser kunnen maken en daarmee kunnen versterken. Daarbij is het belangrijk dat de rust behouden blijft.

Ontwikkelingsrichting Het Merkske In het Merkske staat het behoud van het unieke karakter centraal. We willen de natuurlijke kenmerken versterken. Tegelijkertijd streven we naar het bewaken van duidelijke grenzen met aangrenzende gebieden, waarbij verschillen in schaal, maat en openheid worden benadrukt om de unieke identiteit te behouden. Ook zien we kansen voor de integratie van het beekdal in toeristisch-recreatieve activiteiten. We streven naar een verrijking van het gebied, niet alleen ecologisch, maar ook voor bezoekers. Het cultuurhistorische aspect mag niet worden vergeten bij ontwikkelingen. We zetten in op duurzame ontwikkelingen waarin ecologische en recreatieve aspecten in harmonie samengaan, terwijl de unieke karakteristieken van het Merkske beekdal behouden blijven. Voor andere ontwikkelingen zien we hier weinig ruimte.

72 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

73

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Gebied met Rijksbelangen Groen/bebossing Waterlichamen Cultuurhistorisch waardevol landschap Historische stedenbouw

Legenda Historische hoge geografische waarde Historische zichtlocatie Infrastructuur Het Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking ‘T Merkske

4.4.3

Jonge landschappen

Na 1840 verloren de heidevelden steeds meer hun belang als ruimte voor het hoeden van schapen en het winnen van plaggen ten behoeve van het vruchtbaar houden van de akkers. Grote delen werden aangeplant met bos en later weer omgevormd tot landbouwgrond. Grote delen van het landschap van Baarle-Nassau bestaan uit zulke nieuwe landbouwgronden: het jonge landschap. Ze kenmerken zich door een rationele opzet. In vergelijking met de oude landschappen is het jonge landschap zeer open, met weinig bebouwing of andere functies dan alleen de agrarische. Op een aantal plaatsen is bos behouden, bijvoorbeeld tegen de overgang naar de oude landschappen (Rustoord, Landgoed de Kievit, Schaluinen, op de Tommelsche heide, de Hollandsche Bosschen en Het Goordonk). In de zonering voor de omgevingsvisie is al het jonge landschap samen als één deelgebied aangemerkt. Dat is vanuit de relatieve eenvormigheid en de vergelijkbaarheid in dynamiek te verdedigen. Ter wille van het overzicht is voor de beschrijving ervan echter een onderverdeling aangebracht: De Bedafsche Heide, De Retsche Heide, De Tommelsche Heide, De Strumptsche Heide en de Ulicootsche Heide. Deze onderverdeling stelt ons in staat om de unieke kenmerken en dynamiek van elk gebied in het jonge landschap beter te begrijpen en te behouden in het kader van de toekomstige ontwikkelingen en het behoud van het landschappelijke erfgoed.

Ontwikkelingsrichting Jonge landschappen Het jonge landschap in Baarle-Nassau wordt gekenmerkt door een opvallende openheid, waarbij bebouwing spaarzaam is en de overheersende functie agrarisch van aard is. Hier willen we in de toekomst (weliswaar in andere vorm) ruimte voor houden. Ontwikkelingen dienen daarom de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden niet te beperken. In vergelijking met de oudere landschappen biedt het jonge landschap een meer gestructureerd en planmatig landschap en kent het een weids karakter. Het weerspiegelt hoe de agrarische behoeften die zich in de loop der tijd hebben ontwikkeld en dit biedt ruimte voor innovatie of andere typen bodemexploitatie. Hoewel het jonge landschap voornamelijk agrarisch van aard is, draagt het duidelijke sporen van de historie en biedt het een interessant visueel contrast met de omliggende oudere landschappen. Dit willen we behouden en waar mogelijk versterken. De diversiteit van het gebied wordt verder versterkt door de strategische handhaving van bosgebieden, die niet alleen ecologisch waardevol zijn, maar ook bijdragen aan de visuele aantrekkelijkheid van het landschap en recreatie.

74 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Bedafsche heide De Bedafsche heide is een heideveld waar vele grafheuvels uit de prehistorie zijn gevonden. Het gebied is vooral grootschalig en open en loopt naar het noorden door tot voorbij de gemeentegrens, naar het zuiden tot in België. Naar de twee andere zijden is het gebied duidelijk begrensd. Aan de westzijde door de laatste erven van de buurtschappen Klein Bedaf, Voske, Heikant en Veldbraak. Aan de oostzijde door de buurtschap Groot Bedaf. In tegenstelling tot het oude landschap is er nauwelijks bebouwing, waardoor de leegte kenmerkend is. Het gebied kent een heldere compartimentering door wegen met laanbeplanting. Er zijn veel zandwegen. Door de schaalvergroting en het verdwijnen van kavelgrensbeplanting zijn aan de west- en zuidkant van de buurtschap Groot Bedaf de grenzen met de jonge ontginningen niet meer goed herkenbaar. Omdat de grens tussen het oude landschap en de Bedafsche Heide niet ‘hard’ is zoals dat op andere plaatsen wel het geval is, betekent dat, dat hij makkelijk kan verwateren, bijvoorbeeld wanneer de bebouwing vanuit de buurtschappen zich uit zou breiden over de zonegrens heen. Door de tijd heen is veel beplanting langs de wegen verdwenen waardoor er gaten in het groene raamwerk van het gebied zijn ontstaan.

We zien hierbij de volgende opgaven: • Versterk de grens van de enclave Groot Bedaf, bijvoorbeeld door het aanbrengen van kavelgrensbeplanting. • Beperk, om de ‘tweepoligheid’ van Groot Bedaf te respecteren, eventuele ontwikkelingen tot de twee huidige clusters van bebouwing. • Behoud de grens tussen de Bedafsche Heide en het oude landschap rond Klein Bedaf, Voske, Heikant en Veldbraak door met bebouwing niet over de zonegrens heen te gaan. • Handhaaf en versterk de laanbeplanting langs de wegen, bijvoorbeeld als landschapsversterkende maatregel in geval van nieuwe ontwikkelingen in het gebied. • Handhaaf het kenmerkende reliëf rond waterlopen en de akkers bij Bedaf.

Ontwikkelingsrichting Bedafsche heide De Bedafsche Heide presenteert zich als een grootschalig en open heideveld. Deze indrukwekkende uitgestrektheid wordt gekenmerkt door een opvallende leegte, met minimale bebouwing en een heldere compartimentering door beplante wegen, die vaak bestaan uit zandwegen. Dit willen we behouden we zijn daarom terughoudend zijn met de ontwikkeling van nieuwe bebouwing. Een uitdaging ligt in het feit dat de grens tussen de Bedafsche Heide en de aangrenzende gebieden niet “hard” is, wat het risico op vervaging met zich meebrengt. Dit willen we dan ook voorkomen door het versterken van de grens met de enclave Groot Bedaf door maatregelen, zoals het aanbrengen van kavelgrensbeplanting en het beperken van ontwikkelingen tot de twee huidige clusters van bebouwing. Daarnaast is het behoud van de grens tussen de Bedafsche Heide en het oude landschap rond Klein Bedaf, Voske, Heikant en Veldbraak van essentieel belang. Bij nieuwe ontwikkelingen zetten we in op landschapsversterkende maatregelen. Tot slot is het behoud van het kenmerkende reliëf rond waterlopen en akkers bij Bedaf van cruciaal belang om de unieke uitstraling van het gebied te handhaven. Door deze opgaven aan te pakken alleen de historische en natuurlijke waarde behouden, maar ook een duurzame ontwikkeling ondersteunen die recht doet aan het unieke karakter van dit landschap.

75 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Retsche heide De Retsche heide kenmerkt zich door een afwisseling tussen bos en open landbouwpercelen. De bospercelen vormen een heldere begrenzing naar het oude landschap rond Baarle-Nassau. Daardoor en door de nabijheid van de kern is het gebied nog sterker dan andere gebieden rond de kern een uitloopgebied (wandelen) voor bewoners en recreanten. Langs de N260 staat veel woonbebouwing, die voor een groot deel uit het zicht genomen wordt door de coulissen van houtwallen aan de westkant van de weg. Rond de grens (Baarle-Nassau Grens) staat veel bebouwing die deels voortkomt uit de voormalige douanevoorzieningen en het treinstation. Een deel van de bebouwing is beschermd als monument. Het sluit aan op Weelde-Station in België en samen vormen ze een grensoverschrijdend ‘dorpje’. Er zijn veel zandwegen, waarvan een aantal is voorzien van een verharde fietsstrook. Het gebied sluit aan op een gebied met gelijksoortige kenmerken in België. Klooster ‘Aan de Grens’ en Kievitshof zijn twee plekken van cultuurhistorische waarde. We zien hierbij de volgende opgaven: • Behoud de afwisseling tussen open en besloten. • Handhaven van het kenmerkende reliëf met name rond de grens. • Behoud van de houtwallen rond Baarle-Nassau Grens. • Behoud van het samenhangend geheel van bossen en gebouwen behorend bij het oorspronkelijke historische waardevolle landgoed De Kievit. • Behoud van de zandpaden

Ontwikkelingsrichting Retsche heide De Retsche Heide vormt een boeiend landschap met afwisseling tussen dichte bospercelen en open landbouwgronden. Met de bebouwingsdichtheid rond de grens in overweging, is gedoseerde ontwikkeling een overweging, mits deze groei beheerst blijft en op een doordachte wijze wordt geïntegreerd in het landschap. Belangrijke aandachtspunten voor behoud en ontwikkeling zijn het handhaven en bevorderen van een evenwicht tussen open landbouwpercelen en dichtere bosgebieden om de karakteristieke variatie in het landschap te behouden. Daarnaast is het behouden van het unieke reliëf van belang om de landschappelijke identiteit te behouden. Bescherming en instandhouding van de waardevolle houtwallen rond de Baarle-Nassau Grens en het koesteren van het historisch waardevolle landgoed De Kievit dragen bij aan het behoud van cultuurhistorie en natuurlijke rijkdom.

76 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Tommelsche heide De Tommelsche heide is vooral grootschalig en open en kent een duidelijke begrenzing. Deze begrenzing is zichtbaar door bospercelen op de rand naar het ‘oude’ landschap rond Baarle-Nassau, door beplanting langs Bels Lijntje, door de kleinschalige beslotenheid rondom Zondereigen en de Manke Goren en door bebouwing van de buurtschap Gooreind. Er is nauwelijks bebouwing, waardoor er een leegte is met hier en daar een bosperceel. Alleen langs de N260 staat veel (woon)bebouwing. Deze wordt uit het zicht genomen door de beplanting langs het Bels Lijntje. Het gebied kent een heldere compartimentering door wegen met laanbeplanting en houtwallen. Ook de Schoorlopen (bovenstroom van beekdal Het Merkske) vervult hierin een rol. Deze is in het landschap zichtbaar door beplanting. Er zijn veel zandwegen. Door de tijd heen is veel beplanting langs de wegen verdwenen, waardoor er gaten in het groene raamwerk van het gebied zijn. Het herstellen van dit groene raamwerk zien we als kans bij nieuwe ontwikkelingen. We zien hierbij de volgende opgaven: • Het openhouden van het gebied. • Handhaven en versterken van houtwallen en beplanting langs wegen. • Handhaven en versterken van de beplanting langs het Bels Lijntje. • Handhaven van het kenmerkende reliëf gebonden aan waterlopen.

• Behoud van de zandpaden Binnen de Tommelsche Heide ligt geen bebouwingsconcentratie van voldoende omvang. De bebouwing is voornamelijk agrarische bedrijfsbebouwing die verspreid over het landschap staat. Er is geen samenhang te ontdekken in de opbouw van de bebouwing en ook van oudsher kent het gebied een overwegend agrarisch karakter.

Ontwikkelingsrichting Tommelsche heide Het karakter van het gebied wordt gekenmerkt door een zekere leegte, met sporadische bospercelen en beperkte bebouwing, behalve langs de N260 waar zich veel (woon)bebouwing bevindt. De structuur van het gebied wordt verduidelijkt door beplante wegen, houtwallen en de aanwezigheid van de Schoorlopen, de bovenstroom van het beekdal Merkske, die zichtbaar is door beplanting. Talrijke zandwegen doorkruisen het gebied. In de loop der tijd is veel beplanting langs de wegen verdwenen, wat heeft geleid tot gaten in het groene raamwerk van het gebied. Het herstellen en versterken van dit groene raamwerk wordt gezien als een kans bij nieuwe ontwikkelingen. Belangrijke aandachtspunten voor behoud en ontwikkeling zijn het openhouden van het gebied door nieuwe bebouwing te beperken tot de bestaande agrarische erven. Het handhaven en versterken van houtwallen en beplanting langs wegen, evenals het behoud van de beplanting langs het Bels Lijntje, dragen bij aan het behoud van de karakteristieke groenstructuur. Het handhaven van het kenmerkende reliëf gebonden aan waterlopen, zoals de Schoorlopen, is van essentieel belang om de landschappelijke identiteit van het gebied te behouden.

77 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

78

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Gebied met Rijksbelangen Groen/bebossing Waterlichamen Cultuurhistorisch waardevol landschap Historische stedenbouw

Legenda Historische hoge geografische waarde Historische zichtlocatie Infrastructuur Het Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking Bedafsche, Retsche en Trommelsche heide

Strumptsche Heide De Strumptsche heide kenmerkt zich door grootschalige openheid met één groot boscomplex behorende bij het landgoed Hollandse Bossen, een complex van naaldbos, grasland en akkers, doorsneden door enkele lanen. De heldere compartimentering door kaarsrechte wegen met laanbeplanting die zijn aangelegd in een aantal opvallende geometrische patronen, zijn in het veld duidelijk herkenbaar. De grootte in combinatie met de compartimentering zorgt ervoor dat de Strumptsche Heide, veel meer dan bijvoorbeeld de Bedafsche Heide, een gebied is waar de ruimtes zich ‘aan elkaar rijgen’. Interessanter zijn de randgebieden waar het landschap kleinschaliger en gevarieerder is, bijvoorbeeld in het zuiden, op de overgang naar de Manke Goren en het Merkske, en in het westen rond de buurtschappen Oudeen Nieuwe Strumpt. In het gebied De Withagen ligt een bijzonder en kleinschalig stukje kampenlandschap tegen de kampontginningen rond Ulicoten. Het gebied is ook bijzonder vanwege de leegte, de vele zandwegen en de talrijke ondiepe dalvormige laagtes waarin waterlopen ontspringen zoals de Poolse Heining en de Reutsche Loop. Door de tijd heen is veel beplanting langs de wegen verdwenen waardoor er gaten in het groene raamwerk van het gebied zijn ontstaan. Het herstellen van dit raamwerk vormt een uitgangspunt.

We zien hierbij de volgende opgaven: • Het openhouden van het gebied door eventuele nieuwe bebouwing te beperken tot de bestaande agrarische erven. Daarbij dient omzichtig te worden omgegaan met de Oude en Nieuwe Strumpt. • Het handhaven en versterken van beplanting langs wegen. • Het handhaven van het kenmerkende reliëf gebonden aan de waterlopen. • Behoud van het samenhangend geheel van bossen, lanen en open ruimtes bij behorend bij het landgoed Hollandse Bossen. • Behouden van het samenhangende geheel van loofbosjes, grasland en akkers. • Behoud van de zandpaden. Binnen de Strumptsche Heide ligt geen bebouwingsconcentratie van voldoende omvang. De aanwezige bebouwing is voornamelijk agrarische bedrijfsbebouwing die verspreid in het landschap ligt. Er is geen samenhang te ontdekken in de opbouw van de bebouwing en ook van oudsher kent het gebied een agrarisch karakter.

79 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Ontwikkelingsrichting Strumptsche heide De Strumptsche heide kenmerkt zich door grootschalige openheid, voornamelijk bestaande uit één groot boscomplex behorende bij het landgoed. De omvang en compartimentering geven de Strumptsche Heide een karakter waar de ruimtes zich als het ware ‘aan elkaar rijgen’. De leegte, de vele zandwegen, en de ondiepe dalvormige laagtes waarin waterlopen ontspringen zijn elementen die we willen behouden. In de loop der tijd is veel beplanting langs de wegen verdwenen, wat heeft geleid tot gaten in het groene raamwerk van het gebied. Het herstellen van dit groene raamwerk beschouwen we als belangrijk uitgangspunt voor toekomstige ontwikkelingen. Belangrijke opgaven voor behoud en ontwikkeling in de Strumptsche Heide zijn onder andere het openhouden van het gebied door nieuwe bebouwing te beperken tot bestaande agrarische erven, waarbij zorgvuldig moet worden omgegaan met de buurtschappen Oude en Nieuwe Strumpt. Het samenhangende geheel van bossen, lanen en open ruimtes behorend bij het landgoed Hollandse Bossen en willen we behouden. Evenals het karakteristieke landschap van loofbosjes, grasland en akkers bij Blik op Nieuw Strumpt. Hierbij is de historische boerderij De Buuck met het waterloopje de Pools Heining en houtwallen behorend bij het gebied De Withagen van waarde.

Ulicootsche heide De Ulicootsche heide heeft een rationele opzet met een ganzenvoetachtige structuur van drie lange rechte wegen die georiënteerd zijn op de kerktoren van Baarle-Nassau (de N639, de Oude Bredasebaan en de Baarleseweg). De wegen volgen de hoge delen van het landschap. De oorsprong van het noordelijk deel ligt in de structuur van dreven van het (voormalig) landgoed Gaarshof/Het Hooghuis. Deze bosontginning is tussen 1920 en 1930 omgevormd tot het huidige als landbouwgebied, met daarin verspreid liggende hoeven, waaronder Martina’s Hoeve. De structuur van het landgoed is echter nog aanwezig in de vorm van beplante lanen en houtwallen. Min of meer in dezelfde richting ligt een aantal waterlopen van natuurlijke oorsprong. Deze waterlopen hebben het landschap een opvallend reliëf gegeven. De lange rechte wegen zijn verdicht met bos, laanbeplanting en erven en zorgen zo voor een heldere ruimtelijke structuur. De grens tussen de Ulicootsche heide en het oude landschap rond Baarle-Nassau wordt gevormd door bos en is daarmee hard en duidelijk. De grens met de kampontginningen rond Ulicoten is minder hard, maar wel herkenbaar. Grootschaligheid en openheid gaat hierover in kleinschaligheid en beslotenheid. Er zijn veel zandwegen. Het gebied lijkt moeilijk toegankelijk.

Gezien het voorkomen van relatief veel bebouwing langs de N639 (bebouwingsconcentratie Huisvennen) is het denkbaar dat hierlangs gepaste ontwikkelingen kunnen worden toegestaan. De schaal en ruimtelijke opbouw van het landschap kunnen dat verdragen, mits e.e.a. op robuuste manier wordt ingepast in het landschap.

80 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

We zien hierbij de volgende opgaven: • Het behouden van de kenmerkende richting van het gebied door het verdicht houden van de lange lijnen en het openhouden van de ruimtes daartussen en daarlangs. • Behouden van het samenhangende geheel van beplante lanen en houtwallen behorend bij de structuur van de ontginning van het voormalig landgoed Gaarshof. • Het herkenbaar houden van de grens tussen de jonge heideontginning en het oude landschap van de kampontginningen rond Ulicoten. • Het handhaven en versterken van beplanting langs wegen. • Het handhaven en versterken van de kenmerkende zandpaden. • Het handhaven van het kenmerkende reliëf gebonden aan de waterlopen.

Ontwikkelingsrichting Ulicootsche heide De Ulicootsche Heide onderscheidt zich door een rationele opzet. De lange rechte wegen zijn verdicht met bos, laanbeplanting en erven, waardoor een heldere ruimtelijke structuur ontstaat. Deze structuur willen we behouden. Ook de grenzen tussen het oude landschap en het nieuwe landschap willen we herkenbaar houden. We willen voorkomen dat grootschaligheid en openheid geleidelijk verandert in kleinschaligheid en beslotenheid. Belangrijke opgaven voor behoud en ontwikkeling in de Ulicootsche heide zijn onder andere het behouden van de kenmerkende richting van het gebied door het verdicht houden van de lange lijnen en het openhouden van de ruimtes daartussen en daarlangs. Daarnaast is het behouden van het samenhangende geheel van beplante lanen en houtwallen behorend bij de structuur van de ontginning van het voormalig landgoed De Gaarshof van belang. Ook het herkenbaar houden van de grens tussen de jonge heideontginning en het oude landschap van de kampontginningen rond Ulicoten. Evenals het handhaven en versterken van beplanting langs wegen en het kenmerkende reliëf gebonden aan de waterlopen, vormen aandachtspunten. De bijbehorende zandpaden willen we behouden.

81 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

82

Gemeentegrens Kernen Bebouwingsconcentraties Begrenzing landschap Natuur Gebied met Rijksbelangen Groen/bebossing Waterlichamen Cultuurhistorisch waardevol landschap Historische stedenbouw

Legenda Historische hoge geografische waarde Historische zichtlocatie Infrastructuur Het Belslijntje

Gebiedsgerichte uitwerking Strumptsche en Ulicootse Heide

4.5

Bebouwingsconcentraties

In paragraaf 4.3 hebben we het belang van de bebouwingsconcentraties benadrukt en aangegeven welke criteria we hierbij hanteren. Binnen de gemeente identificeren we drie categorieën bebouwingsconcentraties, elk met specifieke kenmerken en ontwikkelingsmogelijkheden. Categorie 1 omvat concentraties nabij kernen of langs hoofdwegen, met een hoge bebouwingsdichtheid en diverse functies. Categorie 2 omvat concentraties die verder van kernen liggen, minder goed ontsloten zijn en/of een lagere dichtheid hebben, maar nog steeds ruimte bieden voor ontwikkeling van woningen en andere functies. Categorie 3 omvat de meer laag dynamische concentraties, vaak gericht op de agrarische sector, met een lagere dichtheid en minder ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe functies zoals woningen, maar wel ruimte voor verbetering van de omgevingskwaliteit. Hieronder hebben we per aangewezen bebouwingsconcentratie een beschrijving gegeven met een daarbij horende ontwikkelingsrichting. We streven naar een gebiedsgerichte aanpak, waarbij de ontwikkelingsrichtingen van het landschap altijd worden meegewogen bij potentiële ontwikkelingen.

Baarle – Grens (categorie 1) Baarle- Grens is een bebouwingsconcentratie die op de grens van Nederland en België ligt en wordt doorkruist door één van de Belgische enclaves. Aan de andere kant van de grens ligt het kleine Belgische dorp WeeldeStatie. Het lint heeft een rijke geschiedenis gerelateerd aan het spoorwegverleden, gecombineerd met het grensoverschrijdende karakter. Dit karakter is in het gebied nog goed te herleiden doordat een aantal aan het spoor gerelateerde bouwwerken behouden zijn gebleven. Een deel van de gebouwen is bovendien aangewezen als monument. Gezien de dichtheid aan bebouwing rond de grens is het denkbaar dat hier gepaste ontwikkelingen kunnen worden toegestaan, mits deze bebouwingsconcentratie niet groter wordt en e.e.a. met respect voor de aanwezige cultuurhistorische waarden op een robuuste manier wordt ingepast in het landschap. Ontwikkelingsrichting Baarle- Grens De ontwikkelingsrichting voor Baarle-Grens, gezien zijn unieke ligging op de grens van Nederland en België, is gericht op het behoud en de versterking van zijn historische karakter, met specifieke aandacht voor de spoorweggeschiedenis en het grensoverschrijdende element.

Vanwege de goede bereikbaarheid zien we woningbouw en andere functies hier als mogelijkheid, maar alleen als dit gepaard gaat met respect voor de aanwezige cultuurhistorische waarden, verbetering van de omgevingskwaliteit en als er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.

Baarle oostflank: Oordeel, Driehuizen, Heikant, Voske, Keizershoek, Nijhoven, Reth (categorie 2) Aan de oostzijde van Baarle-Nassau liggen enkele linten die uitwaaieren vanaf de bebouwde kom. De bebouwingsconcentraties hebben soms deel uitgemaakt van het Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank in het reconstructieplan De Baronie. Dit gebied strekte zich uit over de oostflank van Baarle-Nassau en Alphen. In dit gebied heeft (grootschalige) ontwikkeling van de veehouderij plaatsgevonden. Daarom kunnen enkele grote bouwkavels op de kaart worden onderscheiden. De aanwezige veehouderijen hebben een grote invloed op het woon- en leefklimaat in de linten. De trend is dat het aantal veehouderijen afneemt, maar dat een aantal grote bedrijven blijft bestaan. Deze hebben een voorlopig blijvende invloed op het woon- en leefklimaat en de omgevingskwaliteit. Nieuwe woningen zouden alleen overwogen moeten worden als dit wordt gecombineerd met sanering van veehouderijen in de bebouwingsconcentratie. In de linten aan de oostflank is wel ruimte voor niet-agrarische vervolgfuncties op vrijkomende agrarische bedrijfslocaties, mits passend binnen de algemene uitgangspunten.

Dit kan worden aangevuld met het terugbrengen van de historisch kenmerkende akkerrandbeplanting en kleinschalige verkaveling in het kader van verbetering van de omgevingskwaliteit, maar ook door beekdalherstel rondom de Retsche Loop en Oude Ley.

83 - Gemeente Baarle-Nassau | Gebiedsgerichte uitwerking buitengebied

Ontwikkelingsrichting Baarle oostflank: Oordeel, Driehuizen, Heikant, Voske, Keizershoek, Nijhoven, Reth We streven naar een gebalanceerde ontwikkeling en de verbetering van de omgevingskwaliteit, waarbij de ontwikkeling en/of sanering van veehouderijen, nieuwbouw/herontwikkeling van voormalige agrarische bedrijven en ecologisch herstel hand in hand gaan. We zien kansen voor sloop van overtollige bebouwing en afname van verharding. Het behoud en herstel van historische kenmerken en betrokkenheid van de omgeving zijn hierbij essentiële pijlers. Hierbij stimuleren we duurzame nieuwbouw, rekening houdend met de schaal en karakteristieken van het gebied. Het herstel van historisch kenmerkende akkerrandbeplanting, alsmede beekdalherstel rondom de Retsche Loop en Oude Ley, wordt geïntegreerd om de omgevingskwaliteit te verbeteren.

Baarle Oostflank: Voske (categorie 2) Het Voske maakt onderdeel uit van de Oostflank van Baarle en is een uitloper van de Oostflank die vanuit het oude landschap overgaat richting het nieuwe landschap. In totaal bevat dit gedeelte van de bebouwingsconcentratie circa 8 bouwblokken. Het Voske wordt doorkruist door een van de kenmerkende zandpaden die wordt begeleid door een lommerrijke bomenstructuur. Wonen en (agrarische) bedrijvigheid wisselen elkaar af, waarbij met name op het voorste gedeelte van de kavel sprake is van een woonfunctie. De typische boerenerven zijn hierdoor goed in het landschap te herkennen. Nieuwe woningen zouden alleen overwogen moeten worden als dit wordt gecombineerd met sanering van veehouderijen en bestaande bebouwing in de bebouwingsconcentratie. Dit kan worden aangevuld met het terugbrengen van de herkenbare bomenstructuur langs de wegen met openheid tussen de bouwblokken. Hierbij wordt rekening gehouden met de overgang tussen het oude en het jonge landschap. Ontwikkelingsrichting Baarle Oostflank: Voske In de ontwikkelingsrichting voor het Voske zetten we in op een evenwichtige verdeling die zowel behoud van het landschappelijke karakter als de moderne behoeften van bewoners en bedrijven weerspiegelt. Deze mix van functies draagt bij aan de diversiteit en levendigheid van de omgeving.

Nieuwe ontwikkelingen, met name nieuwe woningen, worden zorgvuldig overwogen en alleen toegestaan in combinatie met sanering van veehouderijen en bestaande bebouwing. Hierbij wordt gestreefd naar een harmonieuze integratie van nieuwe woningen met respect voor de bestaande omgeving en bedrijvigheid. Om de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit te versterken, wordt ingezet op het terugbrengen van herkenbare bomenstructuren langs de wegen, met behoud van openheid tussen de bouwblokken. Ook het behoud van de zandwegen is een belangrijk uitgangspunt.

84

Baarle Oostflank: Veldbraak (categorie 2) Veldbraak is een bebouwingsconcentratie die de grenzen van het oude en jonge landschap overschrijdt. In totaal liggen er zeven bouwblokken in het jonge landschap. De bebouwingsconcentratie maakte onderdeel uit van het voormalige landbouwontwikkelingsgebied, waarbij de agrarische functie sterk is afgenomen en het aantal agrarische bedrijven flink is verminderd. We vinden het belangrijk dat de grenzen van het oude en jonge landschap niet verder vervagen. Nieuwe ontwikkelingen en woningen zijn daarom alleen mogelijk ter plaatse van de bestaande bebouwing, waarbij sprake moet zijn van verbetering van de omgevingskwaliteit. Dit kan worden aangevuld met het terugbrengen van de natuurlijke waterlopen met bijbehorend reliëf in het kader van verbetering van de omgevingskwaliteit.

Ontwikkelingsrichting Baarle Oostflank: Veldbraak Het ontwikkelingsperspectief is om de unieke kenmerken van zowel het oude als het jonge landschap te behouden en te versterken, terwijl we tegelijkertijd de omgevingskwaliteit willen verbeteren. Binnen de bebouwingsconcentratie is er veel voormalige agrarische bebouwing waar een nieuwe functie voor gevonden moet worden. Om de grenzen te behouden, worden nieuwe ontwikkelingen en woningen uitsluitend toegestaan op de locaties van bestaande bebouwing. Er liggen kansen voor het behoud en herstel van de natuurlijke waterlopen en bijbehorend reliëf. Ook herstel van oude verkaveling en beplanting vinden we belangrijk.

85

Boschoven (categorie 3) Boschoven is een historische bebouwingsconcentratie en ligt op de grens van het oude en het jonge landschap. Op een iets hoger schaalniveau kan het samen worden gezien met het Alphense Boshoven en de bebouwing aan de Venweg. Het Baarlese Boschoven wordt tegenwoordig doorkruist door de randweg Baarle-Nassau. Hierdoor is de samenhang (ruimtelijke en landschappelijk) in het gebied verminderd. Het deel Boschoven tussen de kern en de randweg heeft zeer hoge cultuurhistorische waarde. Het kent 2 rijksmonumenten, meerdere gemeentelijke monumenten en enkele beeldbepalende panden. Veel van de bebouwing gaat terug tot de zeventiende eeuw. Daarnaast kent de buurtschap historisch waardevol groen. Het plaatselijke verkeer kan oversteken via het viaduct dat voor het Bels Lijntje is aangelegd. Aan de Boschoven ten noorden van de randweg liggen enkele (agrarische) bedrijven, waaronder wijngaard Hof van Baarle.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16728648/1