inspraakreactie Dhr. van de Heijning - Van Dun Advies
Tekst van het document
Inspraakreactie informatieve commissievergadering inzake Geurgebiedsvisie Gilze/Baarle-Nassau, 19-04-2022 Geachte Raadsleden, geachte Commissieleden Ik ben Fonny van de Heijning. Ik ben opgegroeid en woonachtig in het buitengebied Baarle Oost van onze gemeente en directeur en adviseur binnen de Van Dun groep te Gilze, waarvan Van Dun Advies, Van Dun ontwerp en planologie en Verschel&VanDun voor u de bekendste bedrijven zijn. Wij houden ons bezig met vele vergunning- en bestemmingsaanvragen in de gemeentes in zuid Nederland, zowel agrarisch als niet agrarisch. Vanuit deze functie en achtergrond behartig ik de belangen van vele mensen in ons buitengebied, zowel agrariërs als niet agrarische bedrijven en burgers. Voor u liggen de stukken ter beoordeling van de Geurgebiedsvisie. De strekking van de visie is kort gezegd het geurdeken te verlagen en daarmee de ‘leefbaarheid’ van onze gemeente te verbeteren. Vooropgesteld: de geurbeleving van een gebied kan verschillend geïnterpreteerd worden. Ikzelf woon midden tussen een diversiteit aan agrarische veehouderijen. Ik, en met mij de meeste buurtbewoners van Baarle Oost, ervaren dit gebied niet als geurhinderlijk of minder gezond. Het wel of niet vinden ‘stinken’ is dus zeer appellabel en voor discussie vatbaar. Maar de uitwerking van de voorgestelde geurbeleid is niet discutabel. Dat is naar getallen en normen terug te leiden.
Ik noem graag de volgende uitwerkingen van het voorgestelde beleid: 1. Er zijn geen/nauwelijks veehouderijen die nog kunnen uitbreiden zonder stal te bouwen: Als een veehouderij een individuele berekende geurbelasting heeft van 14 ou, dan kan deze nu niet uitbreiden. De voorgestelde norm wordt 10 of 8. Als een dergelijke veehouderij een lagere belasting heeft kan deze wel uit breiden in geur, maar dat kan alleen als er geen stallen extra gebouwd worden. Maar zijn deze bedrijven er binnen de gemeente? Ik ken ze niet en hebben 80% van de veehouderijen in onze gemeente in ons klantenbestand. Voor uitbreiding in geur heb je immers ook stallen nodig. Dit soort bedrijven zullen er dus niet zijn. 2. Veehouderij die wel stal moet bouwen loopt tegen beleid van provincie aan: Als er voor uitbreiding in geur wel gebouwd moet worden, dan dient er getoetst te worden aan de provinciale regels zijnde de achtergrondgeurbelasting (12% geurgehinderden in de kom, 20% in buitengebied). En met de ligging van de veehouderijen binnen de gemeente, vaak bij elkaar, zijn er geen/nauwelijks bedrijven die dan nog ruimte hebben. En deze achtergrondnormen zijn strenger dan het huidige geurbeleid. Aanscherping van de norm voor de voorgrondbelasting heeft hierop geen effect. Waarom dan vaststellen?
1 van 3
3. Overbelaste bedrijven worden niet beperkt: Als een bedrijf een berekende geurbelasting heeft van bijv. 18 ou, en deze treft een geur reducerende maatregel welke geur reduceert tot bijvoorbeeld 12ou, dan mag dit bedrijf in haar aanvraag een geurbelasting aanhouden van 15 (50% van de geurreductie mag gebruikt worden). Dit ongeacht of er nu een geurnorm geld van 14ou, 10ou of 8ou. Deze bedrijven veroorzaken de meeste geurbelasting, maar het aanscherpen van gemeentelijk normen raakt deze bedrijven niet. En met het aanscherpen van de normen ontstaan er juist meer overbelaste bedrijven. 4. Omzetten naar wonen of verblijf wordt nog meer beperkt, dus veehouderij eerder in stand gehouden: Als een agrarisch bedrijf wordt gestaakt en bijvoorbeeld wordt omgezet naar de bestemming wonen, dan dient er een goed woon- en leefklimaat geborgd te worden. Daarvoor geld 20% geurgehinderden als norm voor de achtergrondconcentratie in het buitengebied (provinciale regels). MAAR er moet ook voldaan worden aan de individuele geurnormen. Als je die aanscherpt zoals voorgesteld, dan zet je nog meer locaties op slot, althans kunnen niet meer omgezet worden. Er kunnen minder locaties herbestemd worden. In een gebied, neem de Oordeelsestraat, daar zijn heel veel bedrijven feitelijk zijn gestopt.
Maar slechts een enkele locatie kan herontwikkelen omdat de overige locaties elkaar op slot houden met elkaars geurcirkels. Aanscherpen van normen maakt die cirkels groter, met als gevolg dat meer bedrijven dan maar wat vee blijven houden om agrarisch te blijven. Maar wat betekend dit voor het onderhoud van gebouwen? We zien nu al her en der bouwvallen staan welke niet onderhouden worden omdat een herbestemming niet mogelijk is. Hetzelfde geldt voor de inperking van mogelijkheden voor de plattelandswoningen. Ook die worden niet meer mogelijk gemaakt met name in agrarische gebieden, terwijl juist de wet op de plattelandswoningen daarvoor is bedoeld. Dit had tot doel de verpaupering van een gebied tegen te gaan. Het voorgesteld beleid werkt dat juist weer in de hand. 5. Consequent doorvoeren normen: Als je beleid doorvoert, dan moet je dat ook consequent doen. Dan is het op zijn minst raar om aan het gebied Loveren fase 2 een norm van 5 toe te kennen. Een dergelijke wijk is toch ook gebouwde kom met een norm van 3 zoals het nu ook is? Het lijkt erop dat hiermee getracht wordt op deze manier daar toch woningen te kunnen ontwikkelen. Op zich is het prijzenswaardig dat er woningen gebouwd kunnen worden. Maar waarom die nieuwe woningen dan minder beschermen als overige woningen in de bebouwde kom?
Kortom, het voorgestelde geurbeleid werkt in de praktijk vaak juist tegenovergesteld als wat er mee beoogd wordt. Waarom dit beleid dan vaststellen? Een enkele veehouderij iets verder beperkt worden. De grotere veehouderijen, welk over het algemeen ook de blijvers zullen zijn, die worden niet geraakt door het aangescherpte beleid, omdat de landelijke en provinciale wetgeving altijd nog prevaleert boven gemeentelijke regelgeving. En met aanscherping van de normen ontstaan juist meer (rekenkundige) overbelaste situaties. Maar de herontwikkelingen worden wel sterk beperkt.
2 van 3
Kortom, het verminderen van het geurdeken wordt door het voorgestelde beleid niet bereikt, en tegelijk worden de mogelijkheden om van agrarische bedrijven afwaartse beweging naar wonen of niet agrarische bedrijven zoals zorgboerderijen, B&B en andere recreatieve of verblijfsbestemmingen juist meer beperkt. Dat zal er toe leiden dat veehouderij juist ‘op hun vergunningen blijven zitten’ en deze in stand houden door feitelijk vee te blijven houden in de hoop dat dit toekomstig als ‘wisselgeld’ kan worden ingezet. Het voorgestelde geurbeleid bewerkstelligt juist het tegenovergesteld als wat er mee beoogd wordt. Het geeft alleen maar verliezers, de enkele veehouderij die verder beperkt wordt (als die er al zijn), stoppende agrariërs die willen herbestemmen, de transitie van ons buitengebied en de gemeente die woningen wil bouwen. Mijn verzoek is daarom het voorgestelde geurbeleid niet vast te stellen, dan wel een geurverordening vast te stellen met behoud van de huidige geurnormen. Voor vragen zijn wij gaarne bereid een nadere toelichting te geven. Ik dank u voor uw aandacht.
Met vriendelijke groet, Fonny van de Heijning Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T: 013 - 519 94 58 F: 013 - 519 97 27 M: 06 – 2295 8038 E: fonnyvandeheijning@vandunadvies.nl I : www.vandunadvies.nl / www.ontwerp-planologie.nl KvK 18061619
3 van 3