CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen 2. Toelichting ontwerp bestemmingsplan Heihoef 3 te Ulicoten

Commissie Ruimte en Economie 4 juni 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Heihoef 3 te Ulicoten11.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

Bestemmingsplan “Heihoef 3 te Ulicoten” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

ontwerp 2022-12-15 NL.IMRO.0744.BPheihoef3-ON01

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan ‘Heihoef 3 te Ulicoten´

Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:

191330

Rapportnummer

191330.01

Datum:

15 december 2022

Status:

ontwerp

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 2 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 3 van 37

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ..................................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 6 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................................ 6 1.3 Vigerende bestemmingsplannen ........................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ..................................................................................................................... 8 2.1 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................................. 8 2.2 Verkeer en parkeren .............................................................................................................................. 8 2.3 Groen- en waterstructuur......................................................................................................................

8 2.4 Functionele structuur ............................................................................................................................ 8 2.5 Bestaande situatie ................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie................................................................................................................ 11 3.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................... 11 3.2 Verkeer en parkeren ............................................................................................................................ 11 3.3 Functionele structuur .......................................................................................................................... 12 3.4 Landschappelijke inpassing ................................................................................................................. 12 Hoofdstuk 4 Beleidskader ............................................................................................................................ 13 4.1 Algemeen .............................................................................................................................................

13 4.2 Beleid Europees en Rijksniveau ........................................................................................................... 13 4.3 Beleid provinciaal niveau ..................................................................................................................... 14 4.4 Beleid gemeentelijk niveau ................................................................................................................. 21 Hoofdstuk 5 Relevante (milieu)aspecten ..................................................................................................... 24 5.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 24 5.2 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................ 24 5.3 Bodem ................................................................................................................................................. 27 5.4 Water ................................................................................................................................................... 27 5.5 Ecologie ...............................................................................................................................................

30 5.6 Wegverkeerslawaai ............................................................................................................................. 31 5.7 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................................ 31 5.8 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................................... 33 5.9 Externe Veiligheid ................................................................................................................................ 34 5.10 Kabels en leidingen .............................................................................................................................. 35 5.11 Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................................ 35 Hoofdstuk 6 Juridische aspecten .................................................................................................................. 36 6.1 Inleiding ............................................................................................................................................... 36 6.2 Algemene toelichting verbeelding .......................................................................................................

36 6.3 Algemene toelichting regels ................................................................................................................ 36 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid....................................................................................................................... 38 7.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 38 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 38 Afzonderlijke bijlagen: 1. Redengevende omschrijving, Monumentenhuis Brabant b.v. 2. Stikstofberekening 3. Behoud- en herstelplan 4. Quickscan cultuurhistorische waarden 5. Ecologische quickscan 6. Vooroverlegreacties 7. Omgevingsdialoog Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 4 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 5 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie Heihoef 3 te Ulicoten is het boerderijcomplex ‘De Heihoef’ gelegen. De locatie bestaat uit een langgevelboerderij met verschillende bijgebouwen. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ heeft de locatie de bestemming ‘Wonen’, zonder nadere aanduidingen. Hierbij is per bestemmingsvlak één woning toegestaan. Het initiatief is om de langgevelboerderij op de locatie te splitsen in twee aparte woningen. Artikel 18.4.1 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ biedt de mogelijkheid om via een wijzigingsbevoegdheid woningsplitsing toe te staan. Een voorwaarde uit het artikel is dat er sprake is van een cultuurhistorisch waardevol pand. In 2016 is door Monumentenhuis Brabant b.v. een redengevende omschrijving opgesteld voor de locatie. Hieruit blijkt dat het boerderijcomplex ‘De Heihoef’ cultuurhistorisch van belang is en stedenbouwkundige waarde heeft. In relatie tot de redelijke gaafheid is er zelfs sprake van zeldzaamheid op lokaal niveau. Daarnaast is er ook nog een aanvullende quickscan ten behoeve van de cultuurhistorische waarden van de schuur opgesteld door Monumentenhuis Brabant. Hieruit blijkt dat er sprake is van een hoge cultuurhistorische waarde. Het initiatief voldoet niet volledig aan de wijzigingsbevoegdheid, omdat één van een van de cultuurhistorisch waardevolle bijgebouwen gedeeltelijk buiten het bestemmingsvlak ‘Wonen’ is gelegen.

Daarom wordt naast de boerderijsplitsing het bouwvlak vervormd. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan partieel wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader. 1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

De planlocatie is gelegen aan de Heihoef in het buitengebied van Ulicoten. Ulicoten maakt onderdeel uit van de gemeente Baarle-Nassau. De gemeente Baarle-Nassau is gelegen in de provincie Noord-Brabant. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente BLE01, sectie N, onder het nummer 346. In figuur 1 en 2 is de planlocatie Heihoef 3 te Ulicoten weergegeven.

Figuur 1: Topografische kaart met daarop de planlocatie

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 6 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 2: Luchtfoto planlocatie Heihoef 3

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

De planlocatie Heihoef 3 te Ulicoten ligt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ van de gemeente BaarleNassau. Op 16 juli 2009 is het bestemmingsplan vastgesteld en op 19 oktober 2011 onherroepelijk geworden na uitspraak van de Raad van State. 1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van de planlocatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de toekomstige situatie. In hoofdstuk 4 van de toelichting wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor ontwikkeling van de planlocatie relevant is. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden, die van belang zijn voor de ontwikkeling van de planlocatie. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van water, natuur, luchtkwaliteit, archeologie en bodem beschreven. De juridische aspecten komen in hoofdstuk 6 aan bod. In hoofdstuk 7 is de maatschappelijke, - en economische uitvoerbaarheid beschreven.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 7 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke structuur

De omgeving van de planlocatie bestaat uit een landschap van agrarische percelen en enkele kleine bospercelen. Vrijstaande (burger)woningen en boerderijen wisselen elkaar af. Kenmerkend voor de omgeving is het open landschap. Het beeld wordt bepaald door akkers en graslanden. 2.2

Verkeer en parkeren

De planlocatie ligt in het landelijk gebied aan de Heihoef te Ulicoten. De Heihoef is een weg in het buitengebied met een snelheidsregime van 60 km/h. De Heihoef gaat vanaf de planlocatie over in een onverharde weg. Het parkeren vindt op eigen terrein plaats. 2.3

Groen- en waterstructuur

Rondom de planlocatie bevinden zich voornamelijk agrarische gronden en tuinpercelen. Het groen op de planlocatie bestaat voornamelijk uit tuin- en erfbeplanting. 2.4

Functionele structuur

2.4.1

Wonen

In de directe omgeving van de planlocatie zijn zowel enkele (agrarische)bedrijfswoningen als een enkele burgerwoning te vinden. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd.

Figuur 3: Functiekaart

2.4.2

Maatschappelijke voorzieningen sport en recreatie

In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen maatschappelijke voorzieningen gevestigd. De dichtstbijzijnde maatschappelijke voorzieningen zijn in de kern van Ulicoten gevestigd.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 8 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2.4.3

Bedrijven, kantoren, horeca en detailhandel

De bedrijven die zich rondom de planlocatie bevinden zijn voornamelijk (niet) agrarische bedrijven. In de directe omgeving komt geen detailhandel of horeca voor. In de kern van Ulicoten zijn enkele horecafuncties gevestigd. De dichtstbijzijnde detailhandel bevindt zich in de kern van Baarle-Nassau. In figuur 3 zijn de functies in kaart gebracht. 2.5

Bestaande situatie

Op de locatie Heihoef 3 is een woonbestemming aanwezig. Op de planlocatie bevindt zich een langgevelboerderij. Naast de langgevelboerderij staat een grote graanschuur van circa 300 m2. Daarnaast zijn er een kapschuur van 190 m2 en varkensstal van 150 m2 op de locatie aanwezig. De graanschuur en kapschuur zijn net als de langgevelboerderij van cultuurhistorische waarde. De aanwezigheid van de bijgebouwen betekent een versterking van de waarde van de boerderij. In figuur 4 zijn enkele foto’s van de planlocatie weergegeven. Figuur 5 geeft een overzicht van de planlocatie weer.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 9 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 4: Foto’s Bestaande situatie

Figuur 5: Plattegrond bestaande situatie

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 10 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Toekomstige situatie

Ruimtelijke structuur

Het initiatief is om de langgevelboerderij op de locatie Heihoef 3 te splitsen in twee woningen. De bijgebouwen blijven behouden. De graanschuur van circa 300 m² en kapschuur van circa 190 m² zijn net als de langgevelboerderij van cultuurhistorische waarde. De voormalige varkensstal van circa 150 m² wordt gesloopt. Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ wordt vergroot, echter het nieuwe bouwvlak behoudt dezelfde omvang als het voormalig bestemmingsvlak, maar wordt vervormd, zodat de kapschuur volledig binnen het bouwvlak valt. In figuur 6 is de nieuwe situatie weergegeven.

Figuur 6: Toekomstige situatie

3.2

Verkeer en parkeren

Verkeer Op de locatie Heihoef 3 wordt een extra woning gerealiseerd. De ontsluiting vindt plaats via de Heihoef, die aansluit op de Baarleseweg. De Baarleseweg is de verbindingsweg tussen Ulicoten en Baarle-Nassau. Parkeren De gemeente Baarle-Nassau hanteert de Nota Parkeernormen 2011 voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid. Ten aanzien van het parkeren worden de parkeernormen gehanteerd die gelden voor ‘Overig gemeente Baarle-Nassau’, waarbij de gemeente Baarle-Nassau gebruik maakt van haar eigen parkeernorm die zijn gebaseerd op de algemene kencijfers van het CROW. Onderstaand de parkeernorm uit de nota parkeernormen van de gemeente Baarle-Nassau. Tabel 1: Parkeernormen, Nota Parkeernormen Baarle-Nassau

Parkeerkencijfers woningen Woning > 100 m2

Per woning

Overig gemeente Baarle-Nassau 2,00

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er 2 parkeerplaatsen benodigd zijn voor de nieuwe woning. Op de planlocatie is voldoende ruimte om 2 extra parkeerplaatsen te realiseren. Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 11 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

3.3

Functionele structuur

De huidige bestemming ‘Wonen’ wordt niet gewijzigd. De langgevelboerderij wordt gesplitst en het bouwvlak wordt vervormd. De bestemming ‘Wonen’ komt in de directe omgeving regelmatig voor. In de omliggende omgeving wisselen de agrarische bedrijfslocaties, burgerwoonlocaties en bedrijf locaties elkaar veelvuldig af. De planlocatie is gelegen in een ‘gemengd landelijk gebied’. 3.4

Landschappelijke inpassing

In het afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant valt de ontwikkeling onder categorie 1. Bij ontwikkelingen die onder categorie 1 vallen zijn er geen landschappelijke inpassingen nodig. Er zullen geen landschappelijke inpassingen op de locatie Heihoef 3 plaatsvinden.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 12 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de beleidskaders van het Rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige bestemmingsplan is het relevante ruimtelijke beleid voor de planlocatie Heihoef 3 opgenomen. 4.2

Beleid Europees en Rijksniveau

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Op de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn zes projecten beschreven: ▪ Mainport ontwikkeling Rotterdam ▪ Kustfundament ▪ Grote rivieren ▪ Waddenzee en Waddengebied ▪ Defensie ▪ Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Inmiddels is het aantal projecten uitgebreid met: ▪ Rijksvaarwegen ▪ Hoofdwegen en landelijke spoorwegen ▪ Elektriciteitsvoorziening; Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 13 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Ecologische hoofdstructuur Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Veiligheid rond Rijksvaarwegen Verstedelijking in het IJsselmeer Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.

Op de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 4.3

Beleid provinciaal niveau

4.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2022 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. 4.3.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

De Provinciale Staten hebben op 19 maart 2014 de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014 voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vijf rollen: 1.

2.

Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. Ordenen

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 14 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De provincie wil de duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant ordenen in robuuste ruimtelijke structuren. Dit zijn de groenblauwe-, de agrarische-, de stedelijke- en de infrastructuur. 3.

Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op.

4.

Regionaal samenwerken De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda.

5.

Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant.

Figuur 7: Uitsnede Structuurkaart, Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

In figuur 7 is een uitsnede van de structurenkaart van de SVRO weergegeven. De planlocatie ligt in het landelijk gebied ‘gemengd landelijk gebied’. Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 15 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie wil het volgende bereiken in het landelijke gebied: 1. ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; 2. ruimte voor agrarische ontwikkeling; 3. versterking van het landschap. Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. gemend landelijk gebied; 2. accent agrarisch ontwikkeling. De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een mening van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd landelijk gebied is multifunctioneel gebruik uitgangspunt. Uitzondering hierop zijn de primair agrarische gebieden, die door de gemeente zijn vastgelegd. Binnen die gebieden, worden (stedelijke) functies die de ruimte voor agrarische ontwikkeling beperken of functies die strijdig zijn met de landbouwfunctie geweerd. Buiten de primair agrarische gebieden ontwikkelen functies zich in evenwicht met elkaar en de omgeving. In de kernrandzones is een toenemende menging van wonen, voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid mogelijk.

Rondom natuurgebieden vinden ontwikkelingen plaats op vrijkomende locaties die passen in een groene omgeving. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden van in het gebied voorkomende functies worden gerespecteerd. Ontwikkelingen houden rekening met hun omgeving en dragen bij aan een versterking van de gebiedskwaliteiten. De bestemming ‘Wonen’ wordt niet gewijzigd en past in het ‘gemengd landelijk gebied’ van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant. 4.3.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: - Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; - Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; - Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; - Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; - Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.

Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 16 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het ontwerp van de Interim omgevingsverordening is in april 2019 vastgesteld. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. In figuur 8 zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie Heihoef. Uit figuur 8 blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied. Over de planlocatie ligt de aanduiding ‘Stalderingsgebied’.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 17 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 8: Uitsneden kaarten behorende bij Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Landelijk gebied – Gemengd Landelijk gebied Binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de subzones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de subzones. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’ zijn regels opgenomen voor wonen in het landelijk gebied (paragraaf 3.6.7 ontwikkeling van niet agrarische functies). Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b.

zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt.

In de langgevelboerderij is één bestaande woning aanwezig. In artikel 3.69 zijn afwijkende regels voor wonen opgenomen. Artikel 3.69 afwijkende regels wonen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 18 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het Monumentenhuis Brabant heeft voor de locatie Heihoef 3 een redengevende omschrijving en een aanvullende quickscan opgesteld (zie bijlage 1). Hieruit blijkt dat de langgevelboerderij aangeduid wordt als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Daarnaast is er een aanvullende quickscan ten behoeve van de cultuurhistorische waarden van de schuur opgesteld door Monumentenhuis Brabant (zie bijlage 4). Hieruit blijkt dat er sprake is van een hoge cultuurhistorische waarde. De cultuurhistorisch waardevolle schuur zal behouden blijven, er is in bijlage 3 een behoud- en herstelplan opgenomen. Op basis van artikel 3.69 onder b is het mogelijk om de langgevelboerderij te splitsen in meerdere woonfuncties. De overtollige bebouwing zal worden gesloopt, de bestaande varkensstal wordt gesloopt. Aanduiding: Stalderingsgebied Binnen de aanduiding "Stalderingsgebied" gelden extra randvoorwaarden aan ontwikkeling van veehouderijen. Deze voorwaarden geven sturing aan het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en richten zich daarnaast op het tegengaan van (verdere) leegstand. Vanwege deze extra randvoorwaarden is een toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. Dit beleid heeft verder geen gevolgen voor het voorliggend plan.

Algemene regels, Bevordering ruimtelijke kwaliteit Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ in geval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Het initiatief is om de langgevelboerderij te splitsen in twee wooneenheden. Er wordt geen nieuw ruimtebeslag voorzien, de beoogde ruimtelijke ontwikkeling vindt plaats op een bestaand bouwperceel en binnen de bestaande bebouwing. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerk laag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

In hoofdstuk 5 ‘Relevante (milieu)aspecten’ worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden op de planlocatie en het gebied niet worden aangetast.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 19 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling worden cultuurhistorisch waardevolle bebouwing behouden op de planlocatie. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een motivering: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b. dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio West-Brabant vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’. Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant toepassing geeft aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. De notitie biedt: ▪ een eenduidig beleidskader voor de West-Brabantse gemeenten met instemming van de provincie NoordBrabant; ▪ de mogelijkheid tot maatwerk voor gemeenten blijft mogelijk om de ‘couleur locale’ te behouden, niet alles wordt dicht getimmerd; ▪ een eenduidige regionale methodiek; ▪ duidelijkheid over hoe de rood-met-groen koppeling kan worden opgenomen in te ontwikkelen bestemmingsplannen in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening.

In de notitie zijn een drietal categorieën opgesteld: ▪ Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. ▪ Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. ▪ Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Bepaling categorie Het initiatief op de planlocatie Heihoef 3 bestaat uit het splitsen van de cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij en het vervormen van het bestemmingsvlak.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 20 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

In het afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is een onderverdeling gemaakt in drie categorieën. Binnen de categorie 1 en 2 zijn specifieke ruimtelijke ontwikkelingen benoemd, die onder die categorie vallen. Alle overige ruimtelijke ontwikkelingen die niet specifiek benoemd zijn, vallen onder categorie 3. In Categorie 1 wordt specifiek de vestiging van een woonfunctie in cultuurhistorische bebouwing en vervorming van het bestemmingsvlak benoemd: Categorie 1: - Vestiging van of splitsing in meerdere woonfuncties in monumentale/karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. - Vormverandering van een (agrarisch) bouwvlak of van een bestemmingsvlak (zonder afwijking van de geldende bouwregels), indien de vormverandering niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van het landschap. De beoogde ruimtelijke ontwikkelingen op de locatie Heihoef 3 vallen onder categorie 1, hierbij wordt geen kwaliteitsverbetering van het landschap geëist. De beoogde ruimtelijke planontwikkeling voldoet aan de regels zoals opgesteld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4

Beleid gemeentelijk niveau

4.4.1

Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau

De gemeente Baarle-Nassau heeft op 14 december 2018 een omgevingsvisie vastgesteld. In deze omgevingsvisie van de gemeente Baarle-Nassau komen de hoofdlijnen van al hun plannen samen waardoor een integraal totaalbeeld ontstaat van de ruimtelijke keuzes. Volgens de Visiekaart Omgevingsvisie ligt de planlocatie in een gebied dat is aangeduid als jonge landschappen.

Figuur 9: Uitsnede Visiekaart Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 21 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Karakteristiek voor de jonge landschappen is de grotere schaal, het rechtlijnige karakter van de ontginningen en het beperkter voorkomen van bebouwing. Naast de algemene principes die gelden voor het buitengebied, gelden de volgende doelen specifiek voor jonge landschappen: • De karakteristiek van de jonge ontginningslandschappen in stand houden en versterken, met name door de open jonge heideontginningen open te houden. • De meer besloten jonge ontginningen bieden in principe opnamecapaciteit voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande bossen decor bieden en afscherming naar de omgeving. • Ondanks dat er in de jonge landschappen minder agrarische bedrijven voorkomen dan in de oude landschappen, biedt dit deelgebied meer perspectief voor de landbouw. De agrarische bedrijven worden hier veel minder beperkt door omliggende burgerwoningen, zodat gemakkelijker aan eisen van gezondheid en milieu voldaan kan worden. Wel zullen agrarisch ontwikkelingen landschappelijk inpasbaar moeten zijn en bij moeten dragen aan een duurzaam Baarle-Nassau. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie Heihoef 3 tast het jonge ontginningslandschap niet aan en past hierdoor binnen de doelen van de Omgevingsvisie Baarle-Nassau. 4.4.2

Bestemmingsplan Buitengebied 2008

Op de planlocatie Heihoef 3 te Ulicoten vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’. Dit bestemmingplan is vastgesteld op 16 juli 2009 en onherroepelijk geworden op 19 oktober 2011 na een uitspraak door de Raad van State. De locatie Heihoef 3 is in het voorgestane bestemmingsplan bestemd met de bestemming ‘Wonen’. In het bestemmingsplan is in artikel 18.4.1 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een woning te kunnen splitsen.

Figuur 10: Uitsnede plankaart, Bestemmingsplan Buitengebied Baarle-Nassau Artikel: 18.4.1 Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen teneinde het aantal woningen per voor burgerwoning aangewezen bestemmingsvlak te vermeerderen (woningsplitsing). Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan: a. woningsplitsing is uitsluitend toegestaan in voormalige langgevelboerderijen en in op verbeelding 1 aangeduide panden die beschikken over de dubbelbestemming ‘Waarde - cultuurhistorie’; b. er mag geen uitbreiding plaatsvinden van de bebouwde oppervlakte of van de inhoud van het te splitsen gebouw; c. indien een voormalige boerderij wordt gesplitst, dan mogen de inpandige stalgedeelten onderdeel uitmaken van de woning(en); d. het aantal woningen mag na de splitsing niet meer bedragen dan twee; e. de beide woningen dienen na splitsing een inhoud te hebben van minimaal 400 m³ (inclusief aanbouwen); f. per woning mag een vrijstaand bijgebouw van max. 80 m² worden opgericht; g. de voormalige bedrijfsgebouwen dienen, voor zover de toegestane oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen wordt overschreden, te worden geamoveerd, tenzij ze beschikken over cultuurhistorische waarde. In gevallen waar mogelijk sprake is van aanwezige cultuurhistorische waarde raadplegen burgemeester en wethouders een

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 22 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

h.

Ad a.

Ad b. Ad c. Ad d. Ad e. Ad f. Ad g.

Ad h.

ter zake deskundige commissie of instantie, alvorens te besluiten; de splitsing mag geen belemmeringen opleveren voor de omliggende bedrijven.

Over de planlocatie ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – cultuurhistorie’ niet. Er is sprake van een langgevelboerderij, welke gesplitst wordt. Deze langgevelboerderij is een cultuurhistorisch waardevol pand, zie redengevende omschrijving in de bijlage. Er vindt geen uitbreiding plaats van de bebouwde oppervlakte of van de inhoud van de langgevelboerderij. De voormalige boerderij zal geheel als woning worden gebruikt. De langgevelboerderij wordt gesplitst in twee wooneenheden. De twee woningen hebben beide een grotere inhoud dan 400 m³ na splitsing. Zie antwoord onder g. Zowel bij de graanschuur als bij de kapschuur is sprake van cultuurhistorische waarden, zie bijgevoegde redengevende omschrijving. De bestaande varkensstal heeft geen cultuurhistorische waarde en wordt gesloopt. De woningsplitsing levert geen belemmering op voor de omliggende bedrijven. De bedrijven liggen om ruime afstand.

De woningsplitsing past binnen de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’. Voor de vervorming van het bestemmingsvlak ‘Wonen’, zodat de kapschuur binnen het bouwvlak komt te liggen, is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Omdat het bouwvlak vervormt wordt, zodat de kapschuur in het bestemmingsvlak ‘Wonen’ komt te liggen, krijgt een gedeelte van het voormalige bestemmingsvlak ‘Wonen’ de bestemming ‘Agrarisch’. Deze strook zal gebruikt gaan worden als weiland. Er kan geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken wordt het bestemmingsplan partieel herzien.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 23 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 5 5.1

Relevante (milieu)aspecten

Algemeen

De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Ulicoten, aan de Heihoef. Het voornemen is om de cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij te splitsen in twee woningen en om het bestemmingsvlak ‘Wonen’ te vervormen. Het huidige bestemmingsplan dient te worden herzien doormiddel van een bestemmingsplanprocedure. In onderstaande paragrafen zijn de ruimtelijke-milieu hygiënische aspecten welke betrekking hebben op de planlocatie uiteengezet. 5.2

Cultuurhistorie en archeologie

Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.

Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven, zie figuur 11. 5.2.1

Cultuurhistorie

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 24 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 11: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (Provincie Noord-Brabant)

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (figuur 11) is te zien dat de planlocatie is gelegen binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied ‘Baronie’. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het cultuurhistorisch gebied de Baronie wordt gekenmerkt door een oud, plaatselijk goed bewaard gebleven cultuurlandschap met tal van oudere en jongere landgoederen. Binnen dit gebied staat de provincie voor behoud en versterken van de cultuurhistorische waarden. De planlocatie is geen onderdeel van een landgoed. Door de ontwikkeling op de planlocatie worden cultuurhistorische waarden van de Baronie niet aangetast. Op basis van de redengevende omschrijving en cultuurhistorische waardering opgesteld door Monumentenhuis Brabant (bijlage 1) en de quickscan uitgevoerd door Monumentenhuis Brabant (bijlage 4) wordt geadviseerd om aan de langgevelboerderij aan Heihoef 3 te Ulicoten (gemeente Baarle Nassau) een hoge cultuurhistorische waarde toe te kennen. De hoofdvorm van de boerderij (bouwjaar vermoedelijk 1827) is grotendeels gaaf bewaard gebleven. De invulling van de gevelopeningen zijn vernieuwd, met name in het woongedeelte niet in oorspronkelijke stijl. De boerderij aan de Heihoef 3 vertegenwoordigt een relatieve zeldzaamheid op lokaal niveau.

De boerderij met bijgebouwen is in hoge mate een essentieel onderdeel van het stedenbouwkundig ensemble aan de Heihoef. Bij een doorontwikkeling moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande gevelopeningen en Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 25 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

terughoudend worden omgegaan met toevoegen van nieuwe openingen in gevels. De indeling met herkenbaarheid van de scheiding tussen woon -werk naast elkaar in de langgevelboerderij met brandmuur als scheiding moet worden gerespecteerd en de vele historische interieurelementen dienen te worden behouden. In het behoud- en herstelplan (bijlage 3) is omschreven hoe de boerderij behouden en beschermd wordt. Door het realiseren van twee woningen binnen de cultuur historische boerderij blijft deze behouden. Aardkundig waardevolle gebieden Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de oorsprong van het gebied. Het landschap in Noord-Brabant is honderden tot honderdduizenden of zelfs miljoenen jaren terug ontstaan. Deze dekzandruggen, stuifduinen en meanderende beeklopen zijn gezichtsbepalend voor het Brabants landschap. De provincie wil deze onvervangbare gebieden behouden vanwege de ecologische en cultuurhistorische betekenis. Daarom nam de provincie gebieden van provinciale of nationale betekenis op in haar structuurvisie ruimtelijke ordening. In de Interim omgevingsverordening is extra ruimtelijke bescherming voor het beheer en behoud van die gebieden geregeld. De Provincie heeft de 'Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ ontwikkeld, welke is opgenomen in de verbeelding van de Kaartbank van de provincie Noord-Brabant.

De kaart geeft aan op welke gebieden de bestaande beleidsregels betrekking hebben. Het plangebied is niet gelegen in een aardkundig waardevol gebied. 5.2.2

Archeologie

Wettelijk toetsingskader Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Nota archeologie Baarle-Nassau Het beleid van de gemeente Baarle-Nassau ten aanzien van archeologie is vervat in de ‘Nota Archeologie’, aldus vastgesteld in december 2011. In combinatie met de archeologische beleidskaart vormt deze het beleidsinstrumentarium voor de gemeente om haar wettelijke taak als bevoegde overheid voor archeologie uit te kunnen voeren. In figuur 12 is een uitsnede van deze archeologische beleidskaart te zien ter plaatse van de planlocatie. Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Baarle-Nassau is op te maken dat de planlocatie is gelegen ter plaatse van de archeologische kaarteenheid ‘historische kern’ (categorie 2). In dit gebied dient bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op het behoud van de bestaande situatie. Hieruit volgt dat op gronden met een archeologische verwachtingswaarde die behoort tot categorie 2 (Waarde – Archeologie hoog 1) maximaal 100 m2 tot een diepte van 40 cm beneden maaiveld geroerd mag worden.

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 26 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 12: Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Baarle-Nassau

Het voorliggende plan heeft betrekking op het splitsen van de woonbestemming en de vormverandering van het bestemmingsvlak. Op de planlocatie wordt enkel de varkensstal gesloopt, hierbij wordt de grond niet dieper dan 40 cm onder het maaiveld geroerd. De sloop van de varkensstal veroorzaakt geen nieuwe verstoringen omdat deze juist altijd het archeologisch niveau hebben vernietigd door de mestkelders en 2 meter eromheen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling op de planlocatie Heihoef 3 te Ulicoten. De dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ worden overgenomen op de verbeelding. Wanneer er in de toekomst grondroerende werkzaamheden worden verricht, kan er op dat moment getoetst worden of een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. 5.3

Bodem

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Op de planlocatie is een woonbestemming aanwezig, de bestemming wordt niet gewijzigd. Daarnaast wordt er geen bebouwing, waar personen meer dan 2 uur per dag verblijven, toegevoegd. In dit kader is geen bodemonderzoek nodig. 5.4

Water

5.4.1

Beleid waterschap Brabantse Delta

Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer In de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen en ambities van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027, wat voort komt uit de omgevingswet. De inbreng van belanghebbenden is hierbij belangrijk. Water is een belangrijke factor bij ruimtelijke ontwikkelingen. Goed waterbeheer draagt bij aan duurzame ontwikkeling van het werkgebied (en daarbuiten). Daarnaast heeft het waterschap waar nodig Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 27 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten waterbeheerprogramma en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger.

uit

het

De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'.

Figuur13: Uitsnede Leggerkaart Waterschap Brabantse Delta

Bestemmingsplan toelichting 191330

Pagina 28 van 37

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 14: Uitsnede Keurkaart Waterschap Brabantse Delta

5.4.2

Grondwaterbeschermingsgebied en waterlopen

De planlocatie is gelegen buiten een grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied en is gelegen buiten het Natura 2000 invloedsgebied. Even ten noorden van de planlocatie bevindt zich een categorie A waterloop. Deze waterloop en oevers zijn volledig beschermd gebied. 5.4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14170802/1