CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Verslag met vragen en antwoorden radenbijeenkomst RES West Brabant

Commissie Ruimte en Economie 9 februari 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Memo Raadsinformatiebrief RES WestBrabant2.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag raadsledenbijeenkomst RES West Brabant 28 september 2020

Op 28 september jl. heeft de vierde regionale bijeenkomst voor raadsleden, leden van provinciale staten en leden van het algemeen bestuur van de waterschappen voor RES West-Brabant plaatsgevonden. Tijdens deze hybride (digitaal en fysieke) bijeenkomst, waar ruim 50 raadsleden aan deelnamen, is er van gedachte gewisseld over de resultaten van verschillende onderzoeken. De verschillende presentaties en achterliggende rapporten zijn bijgevoegd: • • •

De ontwikkelingen na vaststelling van de concept RES, door Victor van den Berg De Maatschappelijke Kosten en Batenanalyse van de warmte oplossingen, door Bert Tieben Een toelichting op de landschappelijke verdieping is terug te kijken via youtube

Hieronder vindt u een samenvatting van de gestelde vragen met bijbehorende antwoorden. Regionale samenwerking en elektriciteitsopwekking 1. Wat is de rol van de gemeentelijke samenwerking? De gemeentelijke samenwerking is binnen is deze (boven)regionale opgave cruciaal. Het gaat om een gezamenlijke visie op landschap en om afstemming van schaarste in zowel netcapaciteit voor duurzame opwekking van elektriciteit als bronnen voor de warmtetransitie. 2. Wat is de opgave per gemeente? De opgave in de RES over opwekking van duurzame elektriciteit, besparing en innovatie betreft een taakstellende inspanningsverplichting. In bijlage 1 van de concept RES is de opgave per gemeente gemeld. Plannen kunnen wijzigen of alsnog niet haalbaar blijken. Daar wordt dan overleg over gevoerd. Een gemeente kan door de overige regionale overheden aangesproken worden wanneer de taakstellende opgaven niet bereikt wordt. 3. Wordt er ook naar andere regio’s gekeken? Ja, we leren van elkaar, we kijken naar de ambities van andere regio’s en naar de innovaties mogelijkheden. Tevens is er afstemming zoals op energie-infrastructuur met de andere regio’s. 4. Is het mogelijk om een windpark in Zeeland te bouwen ten behoeve van onze opgave? Nee. Elke regio brengt zelf in beeld wat er haalbaar geacht wordt. Overigens is er één zoekgebied wat gedeeld wordt met Zeeland.

Het uiteindelijke aantal windmolens wat daarvan in Brabant wordt gerealiseerd telt mee voor onze RES West-Brabant. 5. Windpark Oosterhout; keuze van het lokale bestuur om van drie geplande turbines er één te schrappen. Eneco (ontwikkelaar) geeft nu aan dat hierdoor en het wegvallen van subsidie ‘kwaliteit’ moet worden geschrapt. Door het schrappen van één turbine is het goed voor te stellen dat de businesscase onder druk komt te staan. Dit is echter een kwestie van onderhandelen; er is geen maatwerk voor. 6. Wordt klimaatadaptatie toegevoegd als onderwerp aan de RES? Hiervoor zijn op dit moment geen concrete plannen. Ook vanuit de landelijke overheid wordt hier ook niet op aangestuurd. In West Brabant wordt in drie aparte werkeenheden gewerkt aan de klimaatadaptatie. Wel is er aandacht nodig voor de integratie van diverse plannen. Dat kan op lokaal of sub regionaal niveau. 7. Hoe wordt het risico van de ‘lappendeken’ voor duurzame elektriciteitsopwekking voorkomen in de regio? Gemeenteraadsleden geven aan het een risico te vinden als gemeenten toch zelf kunnen beslissen op aan de grens van de gemeenten te kiezen voor de bouw van zonnevelden en windmolens. Zijn er regionale principes voor inpassing om deze lappendeken te voorkomen?

Verslag Raadsledenbijeenkomst 28/9/2020 RES West Brabant pagina 1 van 4

De locaties van windenergie zijn concreet vastgelegd in de RES. Voor zonnevelden wordt dit later ingevuld door de individuele gemeenten, met de landschappelijke principes als richtlijn. Het totale areaal aan zonnevelden is overigens bewust beperkt gehouden. Het gesprek van afstemming, wijziging en/ of aanvulling op de RES 1.0 vindt plaats in de programmeringsoverleg zowel ambtelijk als bestuurlijk. Het continue afstemmen van de ambities, programmering en uitvoering is van groot belang in het realiseren van de plannen binnen de RES-en en het beperken van de maatschappelijke kosten. 8. Hoe is de regionale afstemming voor zon op bedrijfsdaken geregeld? Voor bestaande bedrijven wordt gewerkt met een regionaal versnellingsteam. Voor nieuwe bedrijfsdaken is in afspraken met de provincie al vastgelegd dat alle gemeenten zon op dak verplichten op nieuwe bedrijventerreinen. Wanneer alle gemeenten dit als voorwaarde stellen aan nieuwe ontwikkelingen, verstoort dit het level playing field niet. 9. Kan een gemeente extra stimuleren dat zon op dak gerealiseerd wordt? Ja, dat kan met een adviesteam voor bestaande terreinen en bij nieuwe bedrijventerreinen door het stellen van nadere regels op basis van het Bouwbesluit. 10. Wordt de RES opgenomen in het omgevingsbeleid? Ja, de afspraken in de RES dienen te worden verwerkt in het omgevingsbeleid van gemeenten en provincie. MKBA algemeen 11.

Is er ook gekeken naar bovenregionale, grensoverschrijdende bronnen? Zoals bijvoorbeeld in het geval van Woensdrecht; de haven van Antwerpen en het bedrijf BASF ligt net over de grens. Er is niet internationaal gekeken, vooral vanwege de afstand en dus het warmteverlies. In het geval van Woensdrecht zou dat anders zijn. Energiemarkten zijn vooral nationaal geordend. Het gaat om grote investeringsbesluiten waarbij vooral de nationale warmtekaders sterk uiteen lopen. Kortom, er zijn nogal wat hobbels te nemen. 12. Hoe is de MKBA berekening tot stand gekomen. Is er bijvoorbeeld ook gekeken naar circulariteit, bevolkingsgroei etc. De bevolkingsgroei ontwikkelingen (steeds meer huishoudens) zijn meegenomen. Alle investeringen (inclusief onderhoud) in warmtenetten zijn ook meegenomen. Bij biomassa is gekeken naar circulariteit; niet bij de andere vormen. In die zin is de data dus beperkt. 13. Wat is de rol van de industrie? Hoe staan die hier tegenover? Bij de warmtevraag/verduurzaming is de industrie niet meegenomen. Dat gebeurt op een andere (klimaat)tafel. Wel is gekeken naar de industrie als warmtebron: restwarmte. 14. Zijn andere risico’s, andere emissies dan CO2 meegenomen? Naast CO2, is NOx en fijn stof meegenomen. Dat zijn waarschijnlijk niet alle emissies, maar wel de belangrijkste. 15.

De hoeveelheid bronnen zijn beperkt; wat moeten we dan inzetten voor nieuwbouw? We moeten kritisch kijken welke bron waar wordt ingezet in verband met schaarste voorwaarden. Nieuwbouw heeft de meeste flexibiliteit, dus daar niet de meest schaarste bronnen inzetten. 16. Hoe matchen we de regionale oplossingen met de lokale Transitie Visie Warmte (TVW). De regionale MKBA vormt een basis waarmee gemeenten lokale afwegingen kunnen maken. Wanneer de warmtetransitievisies gereed zijn, zal de regionale warmtestructuur weer een update krijgen. Het is een iteratief proces. 17. Is er gekeken naar de ecologische voetafdruk? Nee, deze is beperkt meegenomen met het verrekenen van de milieu emissies (zie punt 4).

Verslag Raadsledenbijeenkomst 28/9/2020 RES West Brabant pagina 2 van 4

18. Hoe nemen we inwoners mee in deze ontwikkelen? Eerst door in te zetten op besparingen. De gemeenten en woningbouwcorporaties staan hiervoor aan de lat. Verder ideeën waren om de kennis te delen door bv. tips voor doe het zelf projecten. 19. Hoe gaan we dit betalen en wat gaan de eindgebruikers betalen? In de doorberekening is uitgegaan van 2050. Het streven is dat de eindgebruiker in 2050 niet meer gaat betalen dan nu. Het Rijk zal hiervoor de nodige subsidies moeten verstrekken, zeker in de eerste periode van de transitie. 20. Zit de toekomstige koelvraag en correctie voor opwarming verwerkt in de MKBA? Nee, deze gegevens zijn niet meegenomen berekeningen. 21. Hoe kan dat saldo nog negatief is? Dit betekent dat de investeringskosten in de beschouwde periode niet opwegen tegen de emissiereducties in deze periode. De kosten gaan voor de baten uit. Als het saldo bepaald wordt over de tijd, dan wordt het in 2050 uiteindelijk wel neutraal tot licht positief. 22. We missen de nul optie met een basis besparing De nuloptie bevat de autonome ontwikkeling van besparing. De projectvarianten hebben een hogere besparing. Warmtenetten 23. Uit de presentatie bleek dat een regionaal warmtenet voor de gemeente Woensdrecht, vanwege de ligging, geen optie is.

Wat zijn de alternatieven? Er zijn diverse alternatieven, die gebruik maken van lokale warmtenetten, het gasnet en/of het elektriciteitsnet in combinatie met warmte uit de bodem, lucht of water. In het rapport wordt dit per gemeente aangegeven. Bovendien zijn er met het rekenmodel variaties door te rekenen om tot keuzes te komen. 24. Op dit moment kijken we als gemeente vanuit de Transitie Visie Warmte vooral lokaal, dus op wijkniveau. Moeten we juist niet wachten op regionale warmtenetten? Nee, zeker niet. Een analyse per wijk helpt om concreter beeld te krijgen van de besparingsmogelijkheden en de diverse lokale warmte opties. Natuurlijk is het goed om ook de potentiele regionale bronnen mee in beschouwing te nemen. Voor benutting van schaarse regionale bronnen zal afstemming nodig zijn. Groengas 25. Hoe reëel is het ‘leunen’ op groengas? Voor een beperkt aandeel van de woningen zal wel gebruik gemaakt kunnen worden van groen gas. Door in te zetten op besparing en combinaties met hybride ketels en/of zonthermie kan dit aandeel van woningen verder vergroot worden. Dat blijkt kosteneffectief. De huidige hoeveelheid groen gas is echter nog veel te beperkt. In Nederland wordt wel sterk ingezet op vergroting van de productie van groen gas naar 2 biljoen kubieke meter in 2030.

Er wordt nog gewerkt aan een notitie die meer zicht geeft op de potentie voor het aantal woningen vanuit de biomassa uit de eigen regio. 26. Kan groengas ook geleverd worden door de landbouw? Ja, dat is mogelijk, door bijvoorbeeld mestvergisting. Suikerunie is momenteel één van de grootste groen gas producenten met de vergisting van bietenpulp. De discussie bij groengas gaat ook over: ‘ van wie is het’? Momenteel is er nog te weinig beschikbaar voor de particuliere markt. De beperkte hoeveelheden worden opgekocht door bedrijven uit de sectoren industrie en mobiliteit.

Verslag Raadsledenbijeenkomst 28/9/2020 RES West Brabant pagina 3 van 4

Waterstof 27. Is de inzet van waterstof meegenomen. Nee, die is niet meegenomen. Waterstof is overigens ook geen bron, maar een energiedrager. Er is veel duurzame energie, zoals extra windmolens, nodig om waterstof te kunnen maken. De hoeveelheid waterstof is beperkt en zal met name een rol gaan spelen in de industrie en niet in de gebouwde omgeving. De restwarmte die vrijkomt bij de productie van waterstof is wel in te zetten in een warmtenet. Daar is wel mee gerekend. Biomassa & Amercentrale 28. Wat voor gevolgen heeft uitbreiding van het Amerwarmtenet voor de CO2 voetdruk, gelet op de toepassing van biomassa (CO2 emissie, transport)? Uitbreiding van het Amernet kan ook wat dat betreft verantwoord zijn. Ook hier moet er nl. altijd worden uitgegaan van een bronnenmix. Naast biomassa worden ook andere bronnen zoals restwarmte en geothermie toegevoegd aan het Amernet. De CO2 emissies van verbranding van biomassa zijn apart in beeld gebracht in het rapport. Het heeft een zeer beperkt effect op het saldo. 29. Is uitbreiding van het Amerwarmtenet wel mogelijk in verband met mogelijk warmteverlies? Dat is zeker mogelijk. Transportleidingen zijn goed aan te leggen met een beperkt warmteverlies. In de MKBA is echter niet met warmteverliezen naar de bodem gerekend. De MKBA is namelijk geen businesscase. 30.

Is er regelgeving nodig om regionale biomassa in te zetten? Daar is in de MKBA niet naar gekeken. De conclusie is wel dat binnen de energietransitie en de circulaire economie de rol en inzet van biomassa belangrijk is. Besparen en isoleren 31. Wat is het (financiële) omslagpunt voor het verder isoleren van de woning. Dat is niet direct uit de MKBA af te leiden. Bovendien is het afhankelijk van de warmtebron. Bij de variant met nadruk op het regionale net is gerekend met 50% en 60% besparing. Bij het verder dan 50% terug brengen van de warmtevraag wegen de extra besparingskosten in die variant niet op tegen de extra opbrengsten in emissiereductie. 32. We hebben het over besparen, maar de energievraag neemt in de toekomst toch juist toe? Nee, de statistieken laten juist een afname in energievraag zien. Dat heeft vooral te maken met de isolatie van nieuwe woningen en apparatuur die steeds energiezuiniger wordt. Deze trend is meegenomen in de MKBA. Aandachtspunten voor de uitwerking van de RES -

Hoe krijgen we inwoners ook betrokken bij de warmtetransitie? Wat zijn financieringsmodellen voor inwoners m.b.t. de warmtetransitie? Hoe zorgen we ervoor dat inwoners genoeg keuzevrijheid behouden in de warmtetransitie? Stop niet met de wijkaanpak: de uitvoering van de transitievisie warmte begint in de wijk. Je hebt iedereen nodig. Er is niet 1 oplossing. Ieder alternatief is een combinatie van oplossing. Internationale samenwerking / benutten bronnen over grenzen. Het belang van gemeentelijke samenwerking wordt benadrukt.

Verslag Raadsledenbijeenkomst 28/9/2020 RES West Brabant pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9653143/1