CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek Baarle-Nassau

Commissie Ruimte en Economie 7 maart 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Resultaten luchtmeetstation6.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Windroosanalyse luchtkwaliteit periode juli – december 2022

Resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek in Baarle-Nassau

Opdrachtgever Provincie Noord-Brabant Zaaknummer 2021-040471/3 Zaakverantwoordelijke ing. M.G.J. Arts Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum 3 februari 2023 Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 10 00 info@omwb.nl www.omwb.nl

Zichtbaar samen werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving

Verantwoording De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform het kwaliteitssysteem van het team Metingen en Onderzoek van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. TMO is voor diverse verrichtingen geaccrediteerd door de RvA onder registratienummer I073 als inspectieinstelling conform NEN-EN-ISO/IEC 17020. Geaccrediteerde verrichtingen zijn expliciet in dit rapport aangegeven.

Medewerkers Marc Arts Elias van der Bij Daan Klaassen

Datum Tilburg, 3 februari 2023 Ondertekening

Goedgekeurd door

M. Arts Auteur

P. Hubers Senior adviseur lucht/geur

Telefoon: 013-20 60 521

E-mail:

m.arts@omwb.nl

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 1 van 29

Samenvatting Op verzoek van het programma Milieu en Energie van de Provincie Noord-Brabant is gedurende een half jaar de luchtkwaliteit ten zuidoosten van de woonkern van BaarleNassau vastgesteld. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het project roulerende meetstations van de provincie. Voor dit project heeft de gemeente BaarleNassau zich aangemeld en de provincie heeft het meetverzoek gehonoreerd. Het onderzoeksgebied is een landelijk agrarisch gebied en ligt tegen de Belgische grens aan. De gemeente wil inzicht in de invloed van de omgeving op de luchtkwaliteit in de woonkern Baarle-Nassau. Het doel van het onderhavig onderzoek is om gedurende een periode van 6 maanden de concentraties stikstofdioxiden (NO2), fijnstof (PM1, PM2,5 en PM10), ammoniak (NH3) en koolwaterstoffen (Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xylenen) in de buitenlucht in kaart te brengen. Voor NO2, PM2.5, PM10 en benzeen zijn Europese grenswaarden vastgesteld waarboven bij langdurige blootstelling mogelijk gezondheidseffecten kunnen optreden. Daarbij is benzeen aangemerkt als zeer zorgwekkende stof (zzsstof) en hiervoor geldt dan ook een minimalisatieplicht. In het onderhavig onderzoek wordt ook ammoniak in lucht gemeten. Ammoniak komt voornamelijk voor in agrarische gebieden en zorgt voor vermesting en verzuring van bodem en grondwater.

Voor ammoniak in de leefomgeving zijn geen gezondheidsgrenswaarden of advieswaarden geformuleerd. Hierbij opgemerkt dat ammoniak in de atmosfeer gedeeltelijk wordt omgezet in fijnstof wat een bijdrage is op de heersende concentratie fijnstof en indirect van nadelige invloed kan zijn op de gezondheidseffecten. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de meetresultaten van het onderzoek, periode juli t/m december 2022. Component

Halfjaargemiddelde concentratie [µg/m3]

Jaargemiddelde EUgrenswaarde [µg/m3]

Advieswaarde WHO [µg/m3], jaargemiddelde

NO NO2 NOx

6,3 14,1 23,4

-40 --

30 10 30

PM1 PM2.5 PM10

6,8 8,4 12,6

-20 40

-5 15

Ammoniak NH3

9,1

-- 1)

-- 1)

Benzeen Tolueen Ethyleenbenzeen MP-Xyleen O-Xyleen

0,4 1,4 0,7 2,2 1,3

5 -----

-400 770 870 870

1)

Voor ammoniak in de leefomgeving zijn geen grens- of advieswaarden vastgesteld. Door het RIVM wordt op ca. 35 meetlocaties verspreid over Nederland de ammoniakconcentratie in de lucht gemeten. De jaargemiddelde concentratie hiervan bedraagt ongeveer 7 µg/m3.

In onderstaande grafiek zijn de resultaten vermeld van de gemeten maandgemiddelde concentraties van de meeste relevante componenten PM2.5, PM10, NO2 en NH3.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 2 van 29

Uit de halfjaargemiddelde meetresultaten blijkt dat er over een periode van 6 maanden geen overschrijdingen van de jaargemiddelde EU-grenswaarden op leefniveau zijn geconstateerd. Wel zijn de concentraties van NO2, en PM2.5 hoger dan de jaargemiddelde advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. De gemiddelde concentraties koolwaterstoffen voldoen aan de WHO-advieswaarden. Voor ammoniak (NH3) geldt dat de gemiddelde concentratie over een periode van 6 maanden hoger is dan de gemiddelde gemeten ammoniakconcentratie in het landelijk meetnet luchtkwaliteit. De relatie tussen de meetresultaten en bijbehorende windhoeken geeft inzicht in de bijdrage van de omgeving op de luchtkwaliteit in de woonwijk. Uit deze windroosanalyses kan geconcludeerd worden dat er geen significante bijdrage van fijnstof, stikstofdioxide en benzeen is waargenomen vanuit de omgeving op de heersende achtergrondconcentratie van deze luchtverontreinigende stoffen in de leefomgeving van Baarle-Nassau. Dit betekent dat de bijdragen van deze stoffen vanuit mogelijke bronnen op de meetlocatie voor deze stoffen verwaarloosbaar klein zijn. Uit de windroosanalyse voor ammoniak volgt wel dat er vanuit de agrarische omgeving een significantie bijdrage aanwezig is van ammoniak in de lucht. Ongeveer 2 µg/m3 ammoniak (van de gemiddelde heersende concentratie van 9 µg/m3) is afkomstig van de agrarische omgeving.

Uit deze windroosanalyse blijkt dat de hoogste ammoniakbijdrage afkomstig is van bronnen die oostelijk en zuidwestelijk van de meetlocatie zijn gelegen. De onderzoeksresultaten in Baarle-Nassau voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn vergeleken met de meetresultaten van de stad- en straatstations in Noord-Brabant van het Landelijk meetnet Luchtkwaliteit (LML). Over het algemeen kan gesteld worden dat de gemeten concentratie van NO2 niet significant hoger of lager zijn dan de gemiddelde gemeten concentraties in de periode van juli t/m december 2022 bij de stad en straatstations in Noord-Brabant. De gemeten concentratie van PM10 is over de meetperiode significant lager dan de gemiddelde gemeten concentraties bij de stad- en straatstations in Noord-Brabant.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 3 van 29

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Algemeen

5

2.1

Roulerende meetstations

5

2.2

Meetlocatie Baarle-Nassau

6

2.3

Kwaliteitsborging

6

3

Uitvoering onderzoek

7

3.1

Methode

7

3.2

Meetonzekerheid

8

3.3

Meteorologische omstandigheden

8

4

Resultaten

4.1

Toelichting op de meet- en rekenresultaten

10

4.2

Stikstofdioxide NO2

10

4.2.1

Meetresultaten NO2

10

4.2.2

Windroosanalyse NO2

11

4.3

Fijnstof PM1, PM2.5 en PM10

14

4.3.1

Meetresultaten fijnstof

14

4.3.2

Windroosanalyse fijnstof

15

4.4

Koolwaterstoffen BTEX

17

4.4.1

Meetresultaten koolwaterstoffen

17

4.4.2

Windroosanalyse benzeen

17

4.5

Ammoniak NH3

20

4.5.1

Meetresultaten ammoniak

20

4.5.2

Windroosanalyse ammoniak

21

4.6

Relatie meetresultaten en landelijke luchtkwaliteit

24

5

Conclusie

26

6

Verklarende woordenlijst

27

7

Referenties

29

Bijlage A.

10

Daggemiddelde meetresultaten

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 4 van 29

1

Inleiding

Op verzoek van het programma Milieu en Energie van de Provincie Noord-Brabant is gedurende een half jaar de luchtkwaliteit ten zuidoosten van de woonkern van BaarleNassau vastgesteld. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het project roulerende meetstations van de provincie. De gemeente Baarle-Nassau heeft zich voor deelname aan dit project aangemeld. Het onderzoeksgebied is landelijk agrarische gebied en ligt tegen de Belgische grens aan. De gemeente wil inzicht in de invloed van de omgeving op de luchtkwaliteit in de woonkern Baarle-Nassau. Doel van het onderzoek is om voor een periode van 6 maanden de concentraties stikstofdioxiden (NO2), fijnstof (PM1, PM2,5 en PM10), ammoniak (NH3) en koolwaterstoffen (Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xylenen) in de omgevingslucht te meten, ten zuidwesten van de kern van Baarle-Nassau. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform het kwaliteitssysteem van Team Metingen en Onderzoek van de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant (OMWB). Dit kwaliteitssysteem voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020 en is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie onder registratienummer I073. De koolwaterstof- en ammoniakmetingen vallen niet onder de geaccrediteerde verrichtingen.

2

Algemeen

2.1 Roulerende meetstations Het aantal vaste meetpunten waarop Nederland de luchtkwaliteit bepaalt, komt overeen met vereisten volgens Europese regelgeving. In opdracht van I&W voert het RIVM deze metingen uit in het Landelijk meetnet Luchtkwaliteit (LML). Aanvullend op het LML heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant opdracht gegeven de luchtkwaliteit te meten bij industriegebied Antwerpen, bij industrieterrein Moerdijk en bij industrieterrein Theodorushaven. Met de meetstations wordt in de woonkernen van Ossendrecht, Moerdijk, Klundert, Zevenbergen en Bergen op Zoom de luchtkwaliteit continu gemeten. De meetstations maken ook deel uit van het LML (www.luchtmeetnet.nl). Provincie Noord-Brabant zet naast de vast opgestelde meetstations in bovengenoemde woonkernen, roulerend twee meetstations in op een aantal locaties in de provincie Noord-Brabant. Daarmee wil de provincie zicht krijgen in de plaatselijke luchtkwaliteit gedurende een periode van telkens 6 maanden. Ter plaatse van deze plekken wordt de invloed van industrieterreinen, veehouderijen, verkeersaders, e.d. op de luchtkwaliteit in de betreffende gebieden op leefniveau in beeld gebracht. Een reden om een mobiel luchtmeetstation op een bepaalde plek te plaatsen, kan ook zijn dat een vast meetpunt op een dergelijk grote afstand staat.

Het mobiele luchtmeetstation meet stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM2,5 en PM10), diverse koolwaterstoffen (BTEX) en (in agrarische omgevingen) ammoniak (NH3). Door het in kaart te brengen van de feitelijke lokale luchtkwaliteit zijn de meetstations ook een ondersteuning voor het SLA (Schone Lucht Akkoord). Het SLA is een samenwerking tussen rijk, provincies en gemeenten om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren met minimaal 50 % in 2030 ten opzichte van de situatie in 2016.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 5 van 29

In de periode juli t/m december 2022 zijn de roulerende meetstations geplaatst in Baarle-Nassau en Zeeland. Dit onderzoeksrapport is van toepassing op meetlocatie Baarle-Nassau.

2.2 Meetlocatie Baarle-Nassau In figuur 1 is de meetlocatie aangegeven. De locatie is mede gelet op het doel van het onderzoek geselecteerd in overleg met de gemeente Baarle-Nassau. De gemeente wil graag weten wat de gemeten luchtkwaliteit is, met name ook de invloed van diverse veehouderijen (relevant voor ammoniakemissie) uit de omgeving, ook op Belgisch grondgebied. Het meetpunt is opgesteld ten noordoosten van de landelijke agrarische omgeving. De meest belangrijke selectiecriteria bij deze locatiekeuze waren het vrije veld rondom het meetstation (weinig obstructies) en de benedenwindse opstelling ten opzichte van het onderzoeksgebied. De plaatsbepaling van de locatie aan de Loveren / Goorweg in Baarle-Nassau (Geografische coördinaten 51.444645 0N , 4.914990 0O) voldoet, voor zover praktisch uitvoerbaar, aan de meest recente Europese richtlijn 2008/50/EG [4] m.b.t. technische voorwaarden en afmetingen. De afmetingen van het meetstation bedragen 3 x 2,5m x 2,5m (L x B x Hoogte). De buitenlucht is bemonsterd op een hoogte van circa 3,75 meter boven maaiveld. Hiermee wordt voldaan aan de specificaties van een geschikt meetpunt volgens Richtlijn 2008/50/EG, bijlage III C (met betrekking tot optimale bemonsteringshoogte). De meteogegevens zijn ontleend aan het dichtstbijzijnde meteo-station Gilze Rijen.

De achtergrondconcentraties zijn afkomstig van het dichtstbijzijnde meetstation uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM, meetstation Biest Houtakker.

*

Figuur 1: Aanduiding meetlocatie Baarle Nassau (

*

)

2.3 Kwaliteitsborging De monsternemingen en meetmethoden zijn uitgevoerd volgens een kwaliteitssysteem in overeenstemming met de criteria ingevolge NEN-EN-ISO/IEC 17020. Team metingen en Onderzoek van de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant is volgens deze criteria onder meer geaccrediteerd voor de inspectie van omgevingslucht m.b.t.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 6 van 29

 

fijnstof PM10 en PM2,5 referentiemethode en beta verzwakking/strooilichtanalyse stikstof(di)oxiden

De inspectie van koolwaterstoffen en ammoniak vallen niet onder geaccrediteerde verrichtingen. De inspectie hiervan wordt evenwel onder dezelfde methodiek van het kwaliteitssysteem uitgevoerd. Discutabele meetdata, die mogelijk onjuist is verkregen (door bijvoorbeeld een storing en/of technisch defect, monitor-drift, nauwkeurigheid checks buiten acceptatiecriteria van termijncontroles, etc) worden verworpen bij de berekening van uurs- en daggemiddelde concentraties.

3

Uitvoering onderzoek

3.1 Methode Voor het vaststellen van de luchtkwaliteit op leefniveau wordt gebruik gemaakt van meetapparatuur die geschikt is voor het meten van concentraties in een laag meetbereik (immissie-niveau). De stikstofoxiden NO, NO2 en NOx worden continu gemeten met een chemoluminescentie-monitor van het merk Thermo Fisher, type 42i. Iedere minuut worden de stikstofoxiden gelogd en op basis daarvan de uurs- en daggemiddelde concentraties berekend. Fijnstof wordt continu gemeten met de Palas Fidas_200. Deze monitor is een optische aërosolspectrometer, die de deeltjesgrootte bepaalt door middel van strooilichtanalyse volgens Lorenz-Mie en is, na datakalibratie, equivalent aan de referentiemeetmethode voor fijnstof. Voor onderhavig onderzoek worden op de meetlocatie de uursgemiddelde concentraties van PM1, PM2,5 en PM10 vastgesteld. Ammoniak in lucht (NH3) wordt continu gemeten met de NH3-1700 monitor van LSE. Deze monitor werkt volgens de laser foto-akoestische spectroscopie (LPAS). Iedere 30 seconden wordt het ammoniakniveau gelogd en op basis daarvan de uurs- en daggemiddelde concentraties berekend. De componenten Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen en Xylenen worden op de meetlocatie semi-continu gemeten met behulp van een gaschromatograaf van het merk Synspec, type GC955.

In een periode van 60 minuten wordt in deze gaschromatograaf met PID-detector een buitenluchtmonster verzameld/getrapt op tenax en vervolgens geïnjecteerd op de GC-kolom. De reactie op de GC-kolom wordt tot slot geanalyseerd op de uursgemiddelde concentraties van de afzonderlijk BTEXcomponenten.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 7 van 29

3.2 Meetonzekerheid Bij toetsing wordt de interpretatie van meetresultaten in relatie tot de immissie-eisen mede bepaald door de onzekerheid (onnauwkeurigheid) van de meetmethodiek. De meetmethoden, die worden toegepast voor de bepaling van fijnstof, stikstofdioxide, ammoniak en koolwaterstoffen hebben intrinsiek een bepaalde meetonzekerheid of hebben een meetonzekerheid, die afgeleid is van een referentiemethode. De meetmethode voor NO2 (NEN-EN 14211) is geen afgeleide methode, maar is binnen Europa de referentiemethode voor NOx metingen in de buitenlucht. De meetonzekerheid voor stikstofdioxide (NO2) wordt bewaakt door, onder praktijkomstandigheden, iedere 120 uur gecertificeerde gassen aan te bieden aan het gehele meetsysteem. Vervolgens wordt, indien noodzakelijk, het meetsignaal gecorrigeerd voor eventueel geconstateerde afwijkingen als gevolg van drift op nul-en span instellingen en kan steeds worden voldaan aan de meetonzekerheid van maximaal 15% (conform EG-richtlijn). Voor de component fijnstof is voor de berekening van de totale meetonzekerheid de methodiek gevolgd zoals beschreven in NEN-EN 12341, ‘Luchtkwaliteit- Algemene gravimetrische referentiemethode voor de bepaling van de PM10 en PM2,5-massafractie van zwevende stof in de buitenlucht’. In geval van PM10 en PM2.5 is de meetmethode met de optische aërosolspectrometer, gekalibreerd middels de referentiemethode.

Conform de Europese richtlijn wordt de methode geaccepteerd indien kan worden aangetoond dat vergelijkbare resultaten worden behaald binnen 25% van de referentiewaarde. Voor de door Team Metingen en Onderzoek (TMO) gebruikte apparatuur is dat het geval. De ammoniak analyser wordt in het laboratorium van LSE monitors halfjaarlijks gekalibreerd. Deze ijklijn wordt dan maandelijks in het veld gecontroleerd door het aanbieden van gecertificeerd kalibratiegas en nulgas. Indien sprake is van een afwijking van meer dan 10% worden de meetresultaten verworpen. De meetonzekerheid van het meetcircuit bedraagt volgens specificatie maximaal 20%. De gaschromatograaf voor de bepaling van koolwaterstoffen wordt elke 120 uur gekalibreerd met gecertificeerd kalibratiegassen. Gesteld kan worden dat door deze frequente kalibratie, de meetonzekerheid voor de analyse beperkt blijft tot 10% (95% betrouwbaarheidsinterval). Naast de meetonzekerheid van de meetmethode speelt ook de representativiteit van de meetlocatie, windrichting, windsnelheid en jaargetijden een rol. Het is gewenst, dan wel noodzakelijk om gedurende een relatief lange periode de concentraties vast te stellen, dusdanig dat sprake is van een voldoende grote dataset om uiteindelijk een zinvolle windroosanalyse op te kunnen stellen. In onderhavig onderzoek wordt een periode van 6 maanden gehanteerd.

De EU-grenswaarden luchtkwaliteit zijn van toepassing op jaargemiddelden. De resultaten in onderhavig onderzoek worden vergeleken met de EU-grenswaarden en op basis daarvan geprognotiseerd op mogelijke overschrijding van deze waarden. Ook wordt in het onderzoek een vergelijking gemaakt met de WHO-advieswaarden.

3.3 Meteorologische omstandigheden De samenstelling van de omgevingslucht en daarmee de kwaliteit is sterk afhankelijk van de meteorologische omstandigheden. Het is dan ook gewenst dat het gemiddelde

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 8 van 29

klimaat gedurende de meetperiode niet sterk afwijkt van de normalen van het huidige Nederlandse klimaat. In onderstaande tabel zijn een aantal parameters gepresenteerd van de opgetreden meteorologie, gemiddeld over de hele meetperiode, in vergelijking met het langjarig gemiddelde. Door het KNMI vinden berekeningen plaats over een periode van 30 jaar. De meest recent berekende waarden (1991-2020) gelden als de normalen van het huidige klimaat.

Tabel 1. Vergelijking met langjarige meteorologie en nabijgelegen meetstation Gilzerijen Parameter

Meetperiode

Langjarig gemiddelde

juli t/m december 2022

1991-2020 h=10m

Meetstation

KNMI Gilze

h=3,5m

h=10m

Temperatuur in °C

13

13,5

Windsnelheid in m/s

4

3,2

3,9

ZZW

ZZW (200°)

ZW (210°)

79%

--

--

1012 mbar

--

--

Overheersende wind richting Relatieve vochtigheid Luchtdruk

Figuur 2. Frequentiewindroos KNMI Meetperiode

10,5

Figuur 3. Windroos KNMI langjarig gemiddelde

Gesteld mag worden dat gedurende de meetperiode sprake is geweest van meteocondities welke vergelijkbaar zijn met de door het KNMI vastgestelde langjarig jaargemiddelde meteocondities. Daarmee hebben de immissiemetingen op leefniveau onder representatieve meteo omstandigheden plaatsgevonden.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 9 van 29

4

Resultaten

4.1 Toelichting op de meet- en rekenresultaten Dit rapport beschrijft de resultaten van de metingen uitgevoerd van juli t/m december 2022. De resultaten van de metingen en analyses geven inzicht in: a. de gemiddelde concentraties van stikstofdioxide, fijnstof, ammoniak en koolwaterstoffen BTEX in de omgevingslucht en in hoeverre wordt voldaan aan de wettelijke (jaargemiddelde) EU-grenswaarden; b. de bijdrage van de agrarische omgeving op de achtergrondconcentraties van de beschouwde componenten in de omgevingslucht op leefniveau; c. het mogelijke verschil in de luchtkwaliteit in onderhavige situatie ten opzichte van overeenkomstige woongebieden.

4.2

Stikstofdioxide NO2

4.2.1

Meetresultaten NO2

In onderstaande tabel zijn de resultaten vermeld van de stikstofdioxide (NO2)concentraties en zijn de grenswaarden weergegeven uit de Wet Milieubeheer, Titel 2, Luchtkwaliteitseisen. Deze grenswaarden zijn overeenkomstig de EU-grenswaarden. Tabel 2.

Meetgegevens stikstofdioxide (NO2) in µg/m3 Periode: juli t/m december 2022

Toetsingskader Uurgemiddelde EU-grenswaarde

200 µg/m3 (1)

Jaargemiddelde EU-grenswaarde

40 µg/m3

Jaargemiddelde advieswaarde Wereldgezondheidsorganisatie

10 µg/m3

Alom heersende achtergrondconcentratie GCN-model RIVM (2)

10,6 µg/m3

Meetresultaten Aantal meeturen

3797 3

Hoogste uur concentratie µg/m

60

Gemiddelde concentratie µg/m3 Overschrijdingen uurgemiddelde

14 (1)

Gemiddelde achtergrondconcentratie NO2 juli-december 2022 RIVM station Bies-Houtakker µg/m3

0 14

(1) Uurgemiddelde van 200 µg/m3 dat maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden. (2) Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) levert jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties voor Nederland (GCN-kaarten genoemd) van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor Europese luchtkwaliteitsnormen bestaan. Deze kaarten geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit in Nederland (resolutie van 1x1 km2). De GCN-kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van metingen en modelberekeningen en worden gekalibreerd op meetresultaten afkomstig van de meetstations uit het landelijk meetnet luchtkwaliteit (LML).

Variaties in de concentraties van luchtverontreinigende stoffen ontstaan door wisselende voor- en achtergrondbronnen en wisselende meteo-omstandigheden. In bijlage A is dit inzichtelijk gemaakt en zijn de concentraties als daggemiddelden

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 10 van 29

opgenomen. Stikstofoxiden in de lucht komen voornamelijk van het verkeer en industrie. Uit de resultaten (zie bovenstaande tabel 2) volgt dat de gemeten gemiddelde NO2 concentratie ten hoogste 14 µg/m3 bedraagt en daarmee lager is dan de jaargemiddelde EU-grenswaarde, te weten 40 µg/m3. De vastgestelde gemiddelde concentratie is overeenkomstig de achtergrondconcentratie NO2 ter plaatse van het meest nabijgelegen LML-achtergrondstation en niet hoger dan de berekende (GCN-) achtergrondconcentratie. In de meetperiode van een half jaar zijn geen overschrijdingen van de uurgemiddelde NO2 concentratie van 200 µg/m3 op de meetlocatie. Daarmee kan met een bepaalde zekerheid gesteld worden dat voldaan wordt aan de doelstelling dat gedurende een periode van 1 jaar de uurgemiddelde concentratie voor NO2 maximaal 18 uren hoger mag zijn dan 200 µg/m3. De hoogst gemeten uurgemiddelde concentratie NO2 bedraagt 60 µg/m3.

4.2.2

Windroosanalyse NO2

Om inzicht te krijgen in de invloed van de windrichting gedurende de meetperiode op de uurgemiddelde concentraties stikstofdioxide is een windroosanalyse gemaakt. De in tabel 2 gepresenteerde en getoetste concentraties van stikstofdioxide geven namelijk geen inzicht in de invloed van de omgeving op de luchtkwaliteit in de richting van het meetstation. Door nu de resultaten van de metingen in de windhoeken met elkaar te vergelijken, kan de bijdrage van deze omgeving op de luchtkwaliteit worden vastgesteld. Dit wordt stapsgewijs als volgt bepaald: 1. Er wordt een windroos van de gemeten concentraties gemaakt (de concentratie windroos). Hoe meer waarnemingen er in een windsector voorkomen, hoe betrouwbaarder het verschil in concentratie tussen de windsectoren is. 2. De windroos van de gemeten concentraties wordt genormeerd aan het percentage wind per windsector gedurende de meetperiode. Vervolgens wordt deze gewogen concentratie per sector verminderd met het alom aanwezige achtergrondniveau (de berekende GCN-concentratie). Het resultaat (de bijdrage windroos) toont daarmee de invloed aan van luchtverontreinigende bronnen per windsector op de alom heersende luchtkwaliteit over de gehele meetperiode. 3. De bijdrage windroos heeft echter alleen betekenis bij de windsectoren waarbij het meetstation belast wordt door de onderzoeksbronnen.

Op basis van de ligging van het meetstation (zie figuur 1) ligt de windsector van de onderzoeksbronnen, oftewel de agrarische omgeving, tussen 140 en 360 graden en waarbij de windsector 140 – 170 graden (globaal bezien) Belgisch grondgebied betreft. In figuren 4 en 5 zijn respectievelijk de concentratie windroos en bijdrage windroos weergegeven voor NO2. De concentratie windroos geeft per windsector van 10 graden inzicht in de gemiddelde concentratie over een meetperiode van 6 maanden. De bijdrage windroos toont de bijdrage vanuit een bepaalde windrichting op het heersende gemiddelde achtergrondniveau.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 11 van 29

Figuur 4. Concentratie windroos NO2 De concentratie windroos toont aan dat in de periode juli t/m december 2022 de hoogste NO2 concentratie wordt waargenomen uit de bebouwde kom, tot ongeveer 20 µg/m3. De gemiddelde NO2 concentratie vanuit de agrarische omgeving bedraagt ongeveer 13 µg/m3. Stikstofdioxiden in de lucht is het gevolg van (weg)verkeer, industrie en energieproductie. Dergelijke bronnen zijn meer aanwezig in bebouwd gebied dan in landelijk gebied.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 12 van 29

Figuur 5. Bijdrage windroos NO2

Uit de bijdrage windroos volgt dat in de meetperiode de NO2 bijdrage vanuit de agrarische omgeving en bebouwde kom minder is dan 2 µg/m3 op de heersende achtergrondconcentratie en daarmee verwaarloosbaar is.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 13 van 29

4.3

Fijnstof PM1, PM2.5 en PM10

4.3.1

Meetresultaten fijnstof

In onderstaande tabel zijn de resultaten vermeld van de fijnstof-concentraties en vergeleken met de grenswaarden uit de Wet Milieubeheer, Titel 2, Luchtkwaliteitseisen. Deze grenswaarden zijn overeenkomstig de EU-grenswaarden. Tabel 3.

Meetgegevens fijnstof in µg/m3 Periode: juli t/m december 2022

Toetsingskader Daggemiddelde EU-grenswaarde PM10

50 µg/m3 (1)

Jaargemiddelde EU-grenswaarde PM10

40 µg/m3

Jaargemiddelde advieswaarde PM10 Wereldgezondheidsorganisatie

15 µg/m3

Alom heersende achtergrondconcentratie PM10 GCN-model RIVM

14 µg/m3

Jaargemiddelde EU-grenswaarde PM2.5

20 µg/m3

Jaargemiddelde advieswaarde PM2.5 Wereldgezondheidsorganisatie

5 µg/m3

Alom heersende achtergrondconcentratie PM2.5 GCN-model RIVM

8 µg/m3

Jaargemiddelde advieswaarde PM1 Wereldgezondheidsorganisatie 2)

5 µg/m3

Meetresultaten Aantal meeturen

4294 3

Hoogste dagconcentratie PM10 µg/m

48

Gemiddelde concentratie PM10 µg/m3

13

Overschrijdingen PM10 daggemiddelde (1)

0

Gemiddelde concentratie PM2.5 µg/m3

8

3

Gemiddelde concentratie PM1 µg/m

Gemiddelde achtergrondconcentratie PM10 juli-december 2022 RIVM station Bies-Houtakker µg/m3

7 17

(1) Daggemiddelde PM10 van 50 µg/m3 dat maximaal 35 keer per jaar mag worden overschreden. Voor de overige fracties fijnstof zijn geen daggemiddelde grenswaarden vastgesteld. (2) Voor PM1 zijn geen grenswaarden vastgesteld.

Variaties in de concentraties van luchtverontreinigde stoffen ontstaan door wisselende voor- en achtergrondbronnen en wisselende meteo-omstandigheden. In bijlage A is dit inzichtelijk gemaakt en zijn de concentraties als daggemiddelden opgenomen. Ruim de helft van het fijnstof in Nederland is van natuurlijke oorsprong. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld zeezout en bodemstof. Het overige deel wordt voornamelijk bepaald door verkeer, industrie en landbouw. Uit de resultaten volgt dat de gemeten gemiddelde PM10 en PM2.5 concentraties respectievelijk 13 µg/m3 en 8 µg/m3 bedragen en daarmee lager zijn dan de (weliswaar) jaargemiddelde EU-grenswaarden en overeenkomstig de alom heersende GCN-achtergrondconcentratie en advieswaarde PM10 van de WHO. In de meetperiode van een half jaar is geen enkele dag de daggemiddelde concentratie voor PM10 hoger geweest dan 50 µg/m3 en kan met een bepaalde zekerheid gesteld worden dat voldaan wordt aan de doelstelling dat gedurende een periode van 1 jaar de daggemiddelde concentratie voor PM10 maximaal 35 dagen hoger mag zijn dan 50 µg/m3.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 14 van 29

4.3.2

Windroosanalyse fijnstof

De in tabel 3 gepresenteerde en getoetste concentraties van fijnstof geven geen inzicht in de invloed van de agrarische omgeving op de luchtkwaliteit in de richting van het meetstation. Door nu de resultaten van de metingen in de windhoeken met elkaar te vergelijken kan de bijdrage van deze omgeving op de luchtkwaliteit worden vastgesteld. In figuren 6 en 7 zijn respectievelijk de concentratie windroos en bijdrage windroos weergegeven voor fijnstof.

Figuur 6. Concentratie windroos fijnstof De concentratie windroos toont aan dat in de periode juli t/m december 2022 de hoogste fijnstof concentratie wordt waargenomen uit oostelijke richting. Geconcludeerd mag worden dat de agrarische omgeving niet direct verantwoordelijk is voor de vastgestelde gemiddelde fijnstofconcentratie in Baarle-Nassau. De gemiddelde PM10 concentratie vanuit oostelijke richting bedraagt ongeveer 19 µg/m3 en een gemiddelde PM1 en PM2.5 concentratie van ongeveer 11 tot 13 µg/m3.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 15 van 29

Figuur 7. Bijdrage windroos fijnstof

Uit de bijdrage windroos volgt dat gedurende de meetperiode de fijnstof (PM10) bijdrage op de heersende achtergrondconcentratie wordt bepaald door bronnen ten oosten van het meetpunt. Gezien het feit dat geen bijdrage van fijnstof is vastgesteld uit de agrarische omgeving, mag gesteld worden dat de agrarische sector niet direct als bijdragebron is aan te wijzen. De bijdrage fijnstof vanuit oostelijke richting is minder dan 1,2 µg/m3 en daarmee verwaarloosbaar.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 16 van 29

4.4

Koolwaterstoffen BTEX

4.4.1

Meetresultaten koolwaterstoffen

Tabel 4.

Meetgegevens koolwaterstoffen in µg/m3 Periode: juli t/m december 2022

Toetsingskader Jaargemiddelde EU-grenswaarde benzeen

5 µg/m3

Alom heersende achtergrondconcentratie benzeen GCN-model RIVM

0,5 µg/m3

Jaargemiddelde advieswaarde tolueen Wereldgezondheidsorganisatie

400 µg/m3

Jaargemiddelde advieswaarde ethylbenzeen Wereldgezondheidsorganisatie

770 µg/m3

Jaargemiddelde advieswaarde xylenen Wereldgezondheidsorganisatie

870 µg/m3

Meetresultaten Aantal meeturen

3812

Hoogste dagconcentratie benzeen µg/m3

2,6

3

0,4

Gemiddelde concentratie benzeen µg/m Gemiddelde concentratie tolueen µg/m3

1,4 3

Gemiddelde concentratie Ethylbenzeen µg/m

0,7

Gemiddelde concentratie m-p-Xyleen µg/m3

2,2

Gemiddelde concentratie o-Xyleen

1,3

Uit de resultaten blijkt dat gedurende de meetperiode juli t/m augustus 2022 de gemiddelde jaarconcentratie benzeen 0,4 µg/m3 bedraagt en daarmee beduidend lager is dan de jaargemiddelde EU-grenswaarde voor benzeen van 5 µg/m3 en overeenkomstig de alom heersende achtergrondconcentratie (GCN). Voor de overige gemeten koolwaterstoffen in de buitenlucht zijn in de EU-wetgeving geen normen opgenomen. De advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie worden geenszins overschreden.

4.4.2

Windroosanalyse benzeen

De in tabel 4 gepresenteerde en getoetste concentraties van de zeer zorgwekkende stof (zzs) benzeen geven geen inzicht in de invloed van de omgevingsbronnen op de luchtkwaliteit in de richting van het meetstation. Door nu de resultaten van de metingen in de windhoeken met elkaar te vergelijken, kan de bijdrage van deze bronnen op de luchtkwaliteit worden vastgesteld. In figuren 8 en 9 zijn respectievelijk de concentratie windroos en bijdrage windroos weergegeven voor benzeen.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 17 van 29

Figuur 8. Concentratie windroos benzeen De concentratie windroos toont aan dat in de periode juli t/m december 2022 de gemeten concentratie per windsector varieert tussen 0,3 en 0,7 µg/m3.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 18 van 29

Figuur 9. Bijdrage windroos benzeen

Uit de bijdrage windroos volgt dat in de meetperiode geen benzeen bijdrage vanuit omgevingsbronnen zijn waargenomen.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 19 van 29

4.5

Ammoniak NH3

4.5.1

Meetresultaten ammoniak

In tabel 5 zijn de resultaten vermeld van de ammoniakconcentraties. Voor ammoniak in de omgevingslucht is geen EU-grenswaarden of WHO-advieswaarde geformuleerd. Ammoniak is een gasvormige component. Het is voor het grootste deel afkomstig uit de agrarische sector. Ammoniak zorgt voor vermesting en verzuring van bodem en grondwater en in de atmosfeer kan ammoniak worden omgezet in fijnstof dat tot gezondheidsklachten kan leiden. De concentratie van ammoniak wordt in onderhavig onderzoek in eerste instantie vergeleken met het gemeten landelijk gemiddelde over een periode van 15 jaar (2005 – 2020). Op zo’n 35 locaties in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) en het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) wordt continu de ammoniakconcentratie in de lucht vastgelegd. De laagste concentraties doen zich voor aan de kust, de hoogste concentraties lopen op tot enkele tientallen µg/m3 vooral in gebieden met intensieve veehouderij.

Figuur 10. Meetresultaten ammoniak periode 2005 – 2020; bron RIVM In tweede instantie worden de gemeten ammoniak concentraties in Baarle-Nassau vergeleken met resultaten (voor de periode juli t/m december 2022) bij luchtmeetstations die zijn opgesteld in agrarische omgevingen in Nederland. Dit betreffen de luchtmeetstations in Vredepeel, Wekerom en Zegveld.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 20 van 29

Tabel 5.

Meetgegevens ammoniak in µg/m3 Periode: juli t/m december 2022

Toetsingskader Landelijk gemiddelde NH3 periode 2005 - 2020

7 µg/m3

Station Vredepeel NH3-gemiddeld periode juli -december 2022

17 µg/m3

Station Wekerom NH3-gemiddeld periode juli -december 2022

14 µg/m3

Station Zegveld NH3-gemiddeld periode juli -december 2022

10 µg/m3

Alom heersende achtergrondconcentratie NH3 GCN-model RIVM

7 µg/m3

Meetresultaten Aantal meeturen

2828 3

Hoogste dagconcentratie NH3 µg/m

29

Gemiddelde concentratie NH3 µg/m3

9

Variaties in de concentraties van luchtverontreinigde stoffen ontstaan door wisselende voor- en achtergrondbronnen en wisselende meteo-omstandigheden. In bijlage A is dit inzichtelijk gemaakt en zijn de concentraties als daggemiddelden opgenomen. Uit de resultaten volgt dat de gemeten gemiddelde ammoniakconcentratie 9 µg/m3 bedraagt en daarmee enigszins hoger is dan het landelijk gemiddelde en de alom heersende CGN-achtergrondconcentratie. Doch is de ammoniakconcentratie in BaarleNassau lager dan de gemeten concentraties van ammoniak in agrarische gebieden in Nederland.

4.5.2

Windroosanalyse ammoniak

De in tabel 5 gepresenteerde en getoetste concentraties van ammoniak geven geen inzicht in de invloed van de agrarische omgeving op de luchtkwaliteit in de richting van het meetstation. Door nu de resultaten van de metingen in de windhoeken met elkaar te vergelijken kan de bijdrage van deze omgeving op de luchtkwaliteit worden vastgesteld. In figuren 11 en 12 zijn respectievelijk de concentratie windroos en bijdrage windroos weergegeven voor ammoniak.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 21 van 29

Figuur 11. Concentratie windroos ammoniak De concentratie windroos toont aan dat in de periode juli t/m december 2022 de hoogste ammoniakconcentratie wordt waargenomen uit oostelijke en zuidwestelijk richting. De gemiddelde ammoniakconcentratie vanuit oostelijke richting bedraagt ongeveer 9 µg/m3 en gemiddelde ammoniakconcentratie vanuit zuidwestelijke richting bedraagt ongeveer 12 µg/m3.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 22 van 29

Figuur 12. Bijdrage windroos ammoniak

Uit de bijdrage windroos volgt dat gedurende de meetperiode de ammoniak bijdrage op de heersende achtergrondconcentratie wordt bepaald door bronnen ten zuidwesten en in mindere mate ten zuidoosten van het meetpunt. De bijdrage ammoniak vanuit zuidwestelijke richting bedraagt 1,5 µg/m3 en vanuit zuidoostelijke richting 0,5 µg/m3.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 23 van 29

4.6

Relatie meetresultaten en landelijke luchtkwaliteit

Om te bezien in hoeverre de gemeten luchtkwaliteit in Baarle-Nassau afwijkt van de heersende luchtkwaliteit in Noord-Brabant, zijn de meetresultaten vergeleken met de uursgemiddelde resultaten van de meetstations van het landelijk luchtmeetnet luchtkwaliteit in Noord-Brabant. Onderstaande grafieken presenteren de gemeten concentraties voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) in Baarle-Nassau ten opzichte van de stad- en straatstations in Noord-Brabant. Fijnstof en stikstof(di)oxiden zijn componenten in de atmosfeer die worden veroorzaakt door een veelvoud van bronnen (industrie, wegverkeer, natuur) en waarvan de concentratie sterk afhankelijk is van de meteo omstandigheden. Indien het concentratieverloop van de metingen in Baarle-Nassau sterk afwijkt van het concentratieverloop van de stad- en straatstations kan dit wijzen op een aanwezigheid van lokale bronnen die sterk van invloed zijn op de luchtkwaliteit bij het meetstation. Ammoniak in lucht wordt in tegenstelling tot fijnstof en stikstofdioxide hoofdzakelijk bepaald door omgevingsbronnen. De ervaring leert dat de aard en omvang van veehouderijen in de omgeving van een meetpunt in sterke mate van invloed zijn op de heersende ammoniakconcentraties. Ook de bedrijfsvoering bij veehouderijen (momenten van groeifase dieren, stalwisselingen, voederen e.d.) bepalen in sterke mate de concentraties van ammoniak in lucht.

Voor ammoniak is het aantonen van een relatie per uur tussen andere stations niet zinvol en kan slechts aangetoond worden of de gemiddelde concentratie over langere tijd al dan niet significant afwijkt van ammoniakconcentraties in gelijksoortige agrarische omgevingen.

Concentratieverloop NO2 Baarle Nassau versus gemiddelde van stad en straatstations in Noord-Brabant

35

30

25

20

15

10

5

01/07/2022 03/07/2022 05/07/2022 07/07/2022 09/07/2022 12/07/2022 14/07/2022 16/07/2022 18/07/2022 20/07/2022 23/07/2022 25/07/2022 27/07/2022 29/07/2022 31/07/2022 03/08/2022 05/08/2022 07/08/2022 09/08/2022 11/08/2022 14/08/2022 16/08/2022 18/08/2022 20/08/2022 23/08/2022 25/08/2022 27/08/2022 29/08/2022 31/08/2022 03/09/2022 05/09/2022 07/09/2022 09/09/2022 11/09/2022 14/09/2022 16/09/2022 18/09/2022 20/09/2022 22/09/2022 25/09/2022 27/09/2022 29/09/2022 01/10/2022 03/10/2022 06/10/2022 08/10/2022 10/10/2022 12/10/2022 15/10/2022 17/10/2022 19/10/2022 21/10/2022 23/10/2022 26/10/2022 28/10/2022 30/10/2022 01/11/2022 03/11/2022 06/11/2022 08/11/2022 10/11/2022 12/11/2022 14/11/2022 17/11/2022 19/11/2022 21/11/2022 23/11/2022 25/11/2022 28/11/2022 30/11/2022

0

Baarle Nassau

Gemiddelde stad- en straatstaions

Gemiddelde over meetperiode: Station Baarle Nassau Stad- en straatstations

14,1 ug/m3 15,4 ug/m3

De gemeten NO2 concentratie op het meetpunt in Baarle-Nassau bedraagt gemiddeld 14 µg/m3 en is trendvolgend. De gemiddelde afwijking over de hele periode is circa 1 µg/m3 lager (circa 10 %) in Baarle-Nassau ten opzichte van het gemiddelde van

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 24 van 29

Noord-Brabant. Met inachtneming van de meetnauwkeurigheid wijkt dit niet significant af van de gemiddelde NO2 concentratie van stad- en straatstations in Noord-Brabant.

Concentratieverloop PM10 Baarle Nassau versus gemiddelde van stad en straatstations in Noord-Brabant

35

30

25

20

15

10

5

01/07/2022 03/07/2022 05/07/2022 07/07/2022 09/07/2022 12/07/2022 14/07/2022 16/07/2022 18/07/2022 20/07/2022 23/07/2022 25/07/2022 27/07/2022 29/07/2022 31/07/2022 03/08/2022 05/08/2022 07/08/2022 09/08/2022 11/08/2022 14/08/2022 16/08/2022 18/08/2022 20/08/2022 23/08/2022 25/08/2022 27/08/2022 29/08/2022 31/08/2022 03/09/2022 05/09/2022 07/09/2022 09/09/2022 11/09/2022 14/09/2022 16/09/2022 18/09/2022 20/09/2022 22/09/2022 25/09/2022 27/09/2022 29/09/2022 01/10/2022 03/10/2022 06/10/2022 08/10/2022 10/10/2022 12/10/2022 15/10/2022 17/10/2022 19/10/2022 21/10/2022 23/10/2022 26/10/2022 28/10/2022 30/10/2022 01/11/2022 03/11/2022 06/11/2022 08/11/2022 10/11/2022 12/11/2022 14/11/2022 17/11/2022 19/11/2022 21/11/2022 23/11/2022 25/11/2022 28/11/2022 30/11/2022

0

Baarle Nassau

Gemiddelde stad- en straatstaions

Gemiddelde over meetperiode: Station Baarle Nassau Stad- en straatstations

12,6 ug/m3 16,9 ug/m3

De resultaten wijzen uit dat de gemeten PM10 concentratie op het meetpunt in Baarle-Nassau gemiddeld 13 µg/m3 bedraagt en trendvolgend is. De gemiddelde afwijking over de hele periode is circa 4 µg/m3 lager (circa 25 %) in Baarle-Nassau ten opzichte van het gemiddelde van Noord-Brabant.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 25 van 29

5

Conclusie

In de periode juli t/m december 2022 zijn de gemiddelde concentraties van luchtverontreinigende stoffen, welke zijn opgenomen in de Wet milieubeheer, in de woonomgeving van Baarle-Nassau niet hoger dan de geldende EU-grenswaarden. Deze stoffen betreffen fijnstof (PM10 en PM2.5), stikstofdioxide en benzeen waarvoor een jaargemiddelde grenswaarde geldt van respectievelijk 40 µg/m3 PM10 en 20 µg/m3 PM2.5, 40 µg/m3 en 5 µg/m3. De gemiddelde concentratie van fijnstof bedraagt 13 µg/m3 voor PM10 en 8 µg/m3 voor PM2.5. De gemiddelde concentratie van stikstofdioxide NO2 bedraagt 14 µg/m3 en de gemiddelde concentratie voor benzeen 0,4 µg/m3. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft advieswaarden gesteld voor luchtverontreinigende stoffen op leefniveau. Deze advieswaarden zijn over het algemeen lager dan de EU-grenswaarden. De vastgestelde concentraties in BaarleNassau voor PM2.5 en NO2 zijn hoger dan deze advieswaarden. Voor PM2.5 geldt een advieswaarde van 5 µg/m3 en voor NO2 een advieswaarde van 10 µg/m3. Uit onderhavig onderzoek volgt ook dat de gemeten concentratie van NO2 niet significant hoger of lager zijn dan de gemiddelde gemeten concentraties bij de stad en straatstations in Noord-Brabant. De gemeten concentratie van PM10 is over de meetperiode significant lager dan de gemiddelde gemeten concentraties bij de stad en straatstations in Noord-Brabant.

De omgeving van de meetlocatie Baarle-Nassau is een agrarische omgeving. Gedurende de meetperiode is ook de ammoniakconcentratie in de lucht vastgesteld. De gemiddelde ammoniakconcentratie (NH3) bedraagt 9 µg/m3 en is daarmee 2 µg/m3 hoger dan de alom heersende achtergrondconcentratie volgens het GCN rekenmodel, doch lager dan de gemiddelde ammoniakconcentratie bij agrarische meetlocaties in het landelijk meetnet luchtkwaliteit.

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 26 van 29

6

Verklarende woordenlijst

Luchtverontreiniging

Componenten

Fijn stof

Stikstofdioxide

Ammoniak

Benzeen

Zaaknummer: 2021-040471/3

Luchtverontreiniging is de vervuiling van de atmosfeer met schadelijke stoffen. Luchtvervuiling schaadt de gezondheid van de mens, de natuur en heeft een invloed op het klimaat en de economie. Geschat wordt dat de gemiddelde Nederlander negen maanden korter leeft vanwege de blootstelling aan fijnstof. De gezondheidseffecten zijn vaak een gevolg van het inademen van een mengsel van verschillende schadelijke stoffen die in de lucht zitten. Hierbij kan meestal geen onderscheid worden gemaakt tussen de effecten van de afzonderlijke stoffen. De concentratie van een luchtverontreinigende stof wordt uitgedrukt in gewicht per volume lucht. Dat wordt genoteerd als μg/m3 en uitgesproken als ‘microgram per kubieke meter’. De normen (per stof) zijn ook in deze eenheid weergegeven en worden uitgerekend als gemiddelde concentratie over een jaar Vanwege de wetenschappelijk vastgestelde gezondheidseffecten, wordt het meeste gemeten aan fijnstof, stikstofdioxide en ozon. Dit zijn stoffen waaraan het grootste deel van de bevolking over het jaar in verschillende concentraties wordt blootgesteld. Ook andere stoffen hebben gezondheidseffecten (bijvoorbeeld koolwaterstoffen en zwaveldioxide), maar worden in veel mindere mate uitgestoten dan fijn stof en stikstofdioxide en zijn (meestal) in hele lage concentraties in de lucht aanwezig, waarbij geen effecten optreden.

De concentratie fijnstof (PM10) is afhankelijk van het weer. In de steden zijn de concentraties overdag gemiddeld iets hoger dan ’s nachts, vooral door de verkeersbijdrage. PM10 is een verzamelnaam voor zwevende, inhaleerbare deeltjes met een maximale doorsnede van 0,01 millimeter. PM2.5 zijn deeltjes met een maximale doorsnede van 0,0025 millimeter. PM1 zijn deeltjes met een maximale doorsnede van 0,001 millimeter. De hoogste concentraties stikstofdioxide (NO2) komen voor tijdens de ochtend- en avondspits. Deze stof komt vrij door het (weg)verkeer, energieproductie en industrie. Daarnaast ontstaat NO2 uit een reactie tussen stikstofmonoxide en ozon. Het weer en de verkeersdrukte hebben grote invloed op de concentratie. Anorganische verbinding van stikstof en waterstof (NH3). Het overgrote deel van de uitstoot van ammoniak in Nederland is afkomstig van de landbouw. De geur is in hoge concentraties sterk prikkelend. Het wordt onder andere gebruikt voor het maken van kunstmest, schoonmaakmiddelen en koelmiddel voor grote koelinstallaties. Het is ook aanwezig in mest. Het ontstaat wanneer een dier eiwitten heeft gegeten. Benzeen komt vrij bij tabaksrook, benzinestations, uitlaatgassen van auto’s en industriële emissies. Benzeen is een kleurloze vloeistof met een zoete geur. Benzeen verdampt snel, is zeer brandbaar en lost niet goed op in water.

Je kan benzeen ruiken bij luchtconcentraties tussen 5 mg/m³ en 15 mg/m³

pagina 27 van 29

Tolueen

Ethylbenzeen

Xyleen

Wereld gezondheidsorganisatie

Zaaknummer: 2021-040471/3

Tolueen of methylbenzeen is een vluchtige organische stof. Het wordt voornamelijk gemaakt uit aardolie. Tolueen verdampt zeer snel en is slecht oplosbaar in water. De industrie gebruikt tolueen het meest in brandstoffen. Het wordt ook gebruikt als oplosmiddel en als basisproduct voor de vervaardiging van andere stoffen. Ethylbenzeen is een aromatisch koolwaterstof die voorkomt in aardolie en steenkoolteer. Het voornaamste gebruik van de stof is als grondstof voor styreen, een belangrijke bouwsteen van polymeren, en in brandstoffen Xyleen of dimethylbenzeen, vroeger (in het Duits nog steeds) ook wel xylol genoemd, is een heldere, kleurloze vloeistof met kenmerkende geur. Xyleen wordt voornamelijk toegepast als oplosmiddel van organische stoffen (harsen en vetten). De 'World Health Organization' (WHO) is een gespecialiseerd agentschap van de Verenigde Naties en heeft tot doel om de gezondheid van de wereldbevolking te verbeteren, door wereldwijde standaarden voor gezondheidszorg te bevorderen

pagina 28 van 29

7

Referenties

[1]

Activiteitenbesluit, vigerende versie.

[2]

Richtlijn 2008/50/EG, richtlijn van het Europese Parlement en de Raad, 20 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa, document L 152/1.

[3]

RIVM, Grootschalige Concentratiekaarten Nederland GCN 2022

[4]

KNMI, uur historie meetstation Gilze Rijen.

[5]

KNMI, internet dataservice langjarig gemiddelden 1991 tot 2020.

[6]

www.brabantluchtmeet.net

[7]

www.luchtmeetnet.nl

Zaaknummer: 2021-040471/3

pagina 29 van 29

Bijlage A.

Daggemiddelde meetresultaten

Deze bijlage bestaat uit 5 pagina’s, inclusief voorliggende.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12431864/1