Bijlage Quickscan CHW
Tekst van het document
Bijlage Cultuurhistorische waarderingsmethodiek (Quickscan CHW) Behorend bij Procesvoorstel Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing
Cultuurhistorische waarderingsmethodiek (Quickscan CHW) Het betreft hier een aanvullende waarderingsmethodiek. In aanvulling op de redengevende omschrijving van het pand. Er is geen vaste voorgeschreven waarderingsmethodiek binnen het (cultuur)historisch-geografisch vakgebied. Veelal wordt door gemeenten beoordeeld op een 6-tal criteria (Renes, 1999 en Willemse & Keunen, 2009). Het betreft de criteria gaafheid, zeldzaamheid, kenmerkendheid, ouderdom, ensemblewaarde en kwetsbaarheid. De gemeente heeft deze methodiek vertaald naar een voor haar werkbaar model. Elk criterium wordt afzonderlijk gescoord met waardering zeer laag tot zeer hoog. Naast het scoren van de criteria wordt een toelichting op de scores gegeven. CRITERIA Gaafheid Zeldzaamheid kenmerkendheid Ouderdom Ensemblewaarde Kwetsbaarheid GEMIDDELDE SCORE
WAARDERING
UITKOMST KLASSE a. Zeer laag b. Laag c. Middelmatig d. Hoog e. Zeer hoog
Het gemiddelde van deze 6 scores levert een cultuurhistorische waardering op. De range van deze cultuurhistorische waardering wordt vertaald naar de classes: a. zeer laag b. laag c. middelmatig d. hoog e. zeer hoog. Een (zeer) hoge waardering biedt argumenten voor behoud van het gebouw. Een middelmatige waardering biedt geen argumenten voor behoud of sloop van een gebouw. Een (zeer) lage waardering kan in sommige gevallen als rechtvaardiging worden gebruikt om een gebouw te mogen slopen. Onderstaande criteria zijn gebaseerd op de bovenstaande criteria en vertaald / uitgewerkt voor toepassing op gebouwen in de gemeente Baarle-Nassau. Toelichting op de criteria De verschillende criteria worden in dit kader als volgt geïnterpreteerd en toegepast: 1. Gaafheid a. In welke mate benadert de situatie nog het beeld zoals dat was ten tijde van het ontwerp of een specifiek ijkmoment in de geschiedenis? b. In welke mate is de architectonische kwaliteit van exterieur en interieur van het gebouw nog in (min of meer) oorspronkelijke staat? Uitgedrukt als: zeer laag, laag, middelmatig, hoog en zeer hoog 2. Zeldzaamheid a. Bestaat er in deze gemeente een groot aantal van vergelijkbare gebouwen uit een specifiek ijkmoment in de geschiedenis? b. In hoeverre is het gebouw binnen de gemeente bijzonder qua voorkomen, historische functie, architectuur, beelddrager van een historische ontwikkeling.
Pagina 1 van 3
Bijlage Cultuurhistorische waarderingsmethodiek (Quickscan CHW) Behorend bij Procesvoorstel Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing
c. In hoeverre is het gebouw momenteel zeldzaam voor de gemeente, is het aantal voorbeelden in de gemeente gering? Uitgedrukt als: zeer laag, laag, middelmatig, hoog en zeer hoog
3. Kenmerkendheid a. In hoeverre is de situatie kenmerkend voor de gemeente voor het specifieke ijkmoment in de geschiedenis? b. Hoe kenmerkend is de betreffende situatie nu voor de gemeente Baarle-Nassau Op sociaaleconomisch, cultureel, architectonisch, stedenbouwkundig, ruimtelijk vlak enz.? c. Als we dit gebouw en zijn omgeving beschouwen, is dan in één oogopslag een goed beeld te vormen van wat de belangrijkste waarden van dit gebouw voor de omgeving zijn? Uitgedrukt als: zeer laag, laag, middelmatig, hoog en zeer hoog 4. Ensemblewaarde a. Is het gebouw een essentieel onderdeel van een cultuurhistorisch, architectonisch en/of stedenbouwkundig ensemble of landschapsinrichting? b. In welke mate draagt dit gebouw bij aan de totale cultuurhistorische waarde van het ensemble? c. Is het geheel minder waard als dit gebouw niet meer aanwezig zou zijn? d. Draagt het gebouw bij aan de ruimtelijke context en de afleesbaarheid van de (ontstaans-) geschiedenis van het ensemble? Uitgedrukt als: zeer laag, laag, middelmatig, hoog en zeer hoog 5. Kwetsbaarheid a. Hoe kwetsbaar zijn de bestaande cultuurhistorische kwaliteiten wanneer daar geen specifieke aandacht voor bestaat? Is het gebouw solide genoeg om te blijven bestaan zoals deze nu bestaat? b.
Zijn de cultuurhistorische waarden al aangetast en wat is de reproductietijd om de waarden te herstellen? Uitgedrukt als: zeer laag, laag, middelmatig, hoog en zeer hoog 6. Ouderdom a. Uit welke periode stamt de oorspronkelijke oprichting van het gebouw? b. Uit welke periode dateert de huidige aanwezige (stedenbouwkundige, architectonische) situatie in grote lijnen? c. Wanneer heeft de laatste grote ingrijpende (Stedenbouwkundige / architectonische) ‘verbouwing’ plaatsgevonden? Uitgedrukt als: uit de 21e eeuw, uit de periode 1951 – 2000, uit de periode 1901-1950, uit de 19e eeuw, voor de 19e eeuw De score wordt toegekend door een ter zake deskundige. Deze levert tevens een toelichting aan op de scores. De toelichting geeft inzicht in de –door de ter zake deskundige- gegeven score. De ter zake deskundige geeft ook een advies over de totaalscore. De kosten voor het scoren en waarderen van een gebouw zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Opgemerkt wordt dat de score per criterium niet absoluut is en nooit objectief kan zijn. De gemeente kan als zij dat noodzakelijk acht, een second opinion voor de scoring laten uitvoeren. De gemeente Baarle-Nassau (al dan niet op basis van een advies van haar adviescommissie) beoordeelt de scoring van de deskundige en bepaalt de uiteindelijke cultuurhistorische waardering.
Deze waardering kan afwijken van het berekende gemiddelde indien de gemeente op basis van de Pagina 2 van 3
Bijlage Cultuurhistorische waarderingsmethodiek (Quickscan CHW) Behorend bij Procesvoorstel Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing
aangeleverde informatie daartoe aanleiding heeft. De gemeente zal in dat geval een korte onderbouwing aanleveren van de gemaakte afwijking.
Pagina 3 van 3