CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Procesvoorstel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen Baarle-Nassau

Commissie Ruimte en Economie 9 februari 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Memo Procesvoorstel Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing1.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Procesvoorstel Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen Wat is de aanleiding? Recent heeft de gemeente Baarle-Nassau principeverzoeken ontvangen om een extra woning te mogen realiseren in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Hiervoor wil de initiatiefnemer gebruik maken van de mogelijkheden die de provincie Noord-Brabant in haar (interim) omgevingsverordening heeft opgenomen. De Provinciale Verordening maakt het mogelijk om woningen te realiseren in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen mits dit is gericht op het behoud en versterken van de karakteristieke cultuurhistorische gebouwen. Het betreft hier onder andere artikel 3.69 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Cluster RO verwacht dat steeds vaker initiatiefnemers gebruik willen maken van mogelijkheden in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant om in oudere gebouwen een woning te realiseren. De gemeente Baarle-Nassau heeft in haar omgevingsvisie aangegeven dat ingezet moet worden op ruimtelijke kwaliteit. Hier valt het behoud en versterken van cultuurhistorie onder, zoals bijvoorbeeld de herontwikkeling van voor de gemeente belangrijke en herkenbare bouwwerken. Tot op heden is dit echter nog niet uitgewerkt in een toetsingskader of een beleidsnota. Met de verwachte groei aan aanvragen is het wenselijk om hiervoor wel een toetsingskader op te stellen.

Om toekomstige initiatiefnemers sneller van dienst te kunnen zijn, is er gekozen voor het opstellen van een procesvoorstel, dat voorlopig als toetsingskader kan dienen. In dit procesvoorstel wordt ingegaan op het bepalen en toekennen van de cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn voorwaarden geformuleerd voor het realiseren van een (extra) woning in een cultuurhistorisch waardevol gebouw. Hoe luidt de werkwijze waarderen en toekennen cultuurhistorische waarde? Onderstaande procedure wordt voorgesteld om de cultuurhistorische waarde van gebouwen te waarderen en toe te kennen. 1. Bepaling ligging gebouw De gemeente beoordeelt of het gebouw legaal tot stand is gekomen en gelegen is op een bestaand bouwvlak. Indien dit alles niet het geval is, zal de gemeente geen waardering maken. 2. Scoren gebouw op basis van Quicksan CHW Het college van burgemeester en wethouders verleent opdracht aan een ter zake deskundige om een gebouw te scoren. De ter zake deskundige scoort -voor rekening van de initiatiefnemer- het gebouw op basis van bijgevoegde cultuurhistorische waarderingsmethodiek (Quickscan CHW). De ter zake deskundige onderbouwt de scores met een korte omschrijving. 3. Bepalen Cultuurhistorische waardering Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt de scoring van de deskundige en bepaalt de uiteindelijke cultuurhistorische waardering.

Het college kan als zij dat noodzakelijk acht, een second opinion voor de scoring laten uitvoeren. Deze waardering kan afwijken van het berekende gemiddelde indien de gemeente op basis van de aangeleverde informatie daartoe aanleiding heeft. Het college zal in dat geval een onderbouwing aanleveren van de gemaakte afwijking. 4. Afweging toekennen Cultuurhistorische Waarde (CHW) Het college maakt op basis van de cultuurhistorische waardering een afweging om de cultuurhistorische waarde aan een gebouw toe te kennen. De gemeenteraad neemt hierover

uiteindelijk het besluit bij de behandeling van het bestemmingsplan waarin de cultuurhistorische waarde aan een bestemmingsvlak wordt toegekend. Een (zeer) hoge waardering biedt argumenten voor het toekennen van de cultuurhistorische waarde en het behoud van het gebouw. Dit biedt de initiatiefnemer mogelijkheden om een verzoek in te dienen voor functiewijzigingen en realiseren van een (extra) woning in een gebouw. Een middelmatige en (zeer) lage waardering biedt de initiatiefnemer die mogelijkheden niet. Een (zeer) lage waardering kan in sommige gevallen als rechtvaardiging worden gebruikt om geen CHW toe te kennen en een gebouw te mogen slopen. 5. Bescherming cultuurhistorisch waardevolle gebouwen Als de gemeente de cultuurhistorische waarde van een gebouw toekent, zal de gemeente dit gebouw middels regelgeving beschermen tegen o.a. sloop of schade berokkende verbouwingen. Het gebouw blijft de huidige bestemming behouden. Er moet wel altijd een planologische procedure doorlopen worden om de toewijzing als CHW gebouw te verkrijgen. Er zijn twee mogelijkheden om dit in een bestemmingsplan of te regelen:  het toekennen van de aanduiding ´karakteristiek´ of  Het opleggen van een dubbelbestemming ´waarde – cultuurhistorie´. Een dubbelbestemming heeft een prioritair karakter en kent een eigen bestemming.

Een aanduiding geeft geen zelfstandige bestemming, maar houdt bouw- of gebruiksbeperkingen in voor de onderliggende bestemmingen. Bij zowel de dubbelbestemming als de aanduiding legt de gemeente regels op voor behoud van het gebouw, de cultuurhistorische waarden en zijn directe omgeving. Welke voorwaarden stelt de gemeente aan het realiseren van een (extra) woning in een cultuurhistorisch waardevol gebouw? Zoals al reeds aangegeven in de aanleiding biedt de omgevingsvisie mogelijkheden om cultuurhistorie te versterken en te behouden. Het doel hiervan moet gericht zijn op het behoud en herstel van de gebouwen en zijn omgeving. Ook de interim omgevingsverordening Noord-Brabant geeft mogelijkheden hiertoe. Voor alle verzoeken tot wonen in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen geldt dat dit alleen na een specifieke afweging door de gemeente mogelijk is. Hierbij weegt de gemeente alle belangen goed af. Het betreft hier niet alleen de cultuurhistorische belangen maar ook andere aspecten zoals stedenbouwkundige kwaliteiten, milieutechnische aspecten en landschappelijke waarden. Daarom toetst de gemeente, aanvullend op de gebruikelijke RO-toets, elk verzoek in ieder geval aan onderstaande voorwaarden. 1. De huidige bestemming blijft in principe gehandhaafd. Uitzondering hierop is een gelijktijdige procedure om de functie/ geldende bestemming van de betreffende gronden te wijzigen. 2.

De gemeente heeft - op basis van de toetsingscriteria Cultuurhistorische waardering – de cultuurhistorische waarde toegekend of wordt gelijktijdig met deze procedure toegekend. 3. In beginsel kan maximaal 1 (extra) woning worden toegevoegd voor het herstel, behoud en beschermen van het cultuurhistorisch waardevol gebouw. 4. Het realiseren van een (extra) woning is noodzakelijk voor het herstel, behoud en beschermen van het cultuurhistorisch waardevol gebouw. Hiertoe levert de initiatiefnemer een motivatie aan. In het behoud- en herstelplan is in ieder geval opgenomen:  De actuele status van de cultuurhistorische waarde van het gebouw;  Eventuele ´verdwenen´ cultuurhistorische waarde van het gebouw;  Een lijst (en kaart) met de wijze waarop de cultuurhistorische waarden van het gebouw worden hersteld of versterkt;  Een lijst van maatregelingen (activiteiten, regelgeving) die getroffen worden voor het behouden en beschermen van de cultuurhistorische waarden van het gebouw.

5. Het cultuurhistorisch waardevolle gebouw -waarvoor toekennen van een (extra) woning wordt aangevraagd- is legaal tot stand gekomen en ligt binnen het bouwvlak van het bestemmingsvlak en blijft van rechtswege onderdeel van het bestemmingsvlak. 6. Bij het toevoegen van een (extra) woning in een cultuurhistorisch waardevol gebouw:  Ontstaat een (extra) volwaardige woning;  Wordt het bestaande architectonische karakter van het gebouw alsmede de cultuurhistorische waarden niet aangetast, maar versterkt (zie onder 4). 7. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande inritten en aansluitingen tenzij de noodzaak bestaat om het cultuurhistorisch waardevolle gebouw apart te ontsluiten, waarbij een afweging plaats vindt van belangen op het gebied van o.a. verkeersveiligheid. 8. Met de aanvrager wordt een overeenkomst gesloten, waarin o.a. de eventuele vergoeding van planschade voor rekening van de aanvrager wordt genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9653197/1