Bijlage Implementatie Omgevingswet
Tekst van het document
Implementatie Omgevingswet 2022
1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING Bijna 10 jaar geleden heeft de Rijksoverheid besloten om de Omgevingswet in te voeren. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bundelt de diverse wetgeving (26 stuks) en regels (240 stuks) voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water en regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. Los van de juridische wijzigingen vindt er ook een digitale wijziging plaats namelijk het ontstaan van één digitaal loket (Digitaal Stelsel Omgevingswet(DSO)) voor het aanvragen van vergunningen, raadplegen van de geldende regels per locatie, en op termijn informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet vele malen is uitgesteld heeft tot op heden steeds te maken gehad met het nog niet optimaal werken van het DSO. Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wil dat de Omgevingswet op een verantwoorde manier wordt ingevoerd en zal daarom niet vasthouden aan de inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2022. De meest recente nieuwe datum van inwerkingtreding wordt 1 januari 2023.
1.2 UITGANGSPUNTEN ABG -GEMEENTEN Het ambitieniveau voor de invoering van de Omgevingswet is eind 2017/begin 2018 aan verschillende bestuurs- en radenbijeenkomsten van de ABG-gemeenten voorgelegd en vastgesteld. Hieruit kwam naar voren dat we als basis de calculerende - onderscheidende strategie aanhouden. Dit houdt in het kort in dat we alleen in beweging komen waar de Omgevingswet aanwijsbaar voordeel oplevert en waar verandering wordt nagestreefd. De ABG-gemeenten hebben ervoor gekozen voor een beleidsneutrale omzetting richting Omgevingswet. Op 4 april 2019 heeft de ABG-directie het implementatieplan Aan de slag met de Omgevingswet in de ABGgemeenten vastgesteld. In 2021 heeft iedere raad kennisgenomen van het implementatieplan Omgevingsvisie en heeft iedere raad de delegatiebesluiten implementatie Omgevingswet vastgesteld wat inhoudt dat wanneer de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt de gemeenten qua besluitvorming nagenoeg alles geregeld hebben.
2. STAND VAN ZAKEN De softwarepakketten die nodig zijn om straks te kunnen werken met het DSO zijn allemaal aangeschaft, geïnstalleerd maar nog niet of nog niet optimaal werkend. Trainingen voor het personeel om te werken met deze pakketten zijn ook verzorgd en nu moeten de werkprocessen worden heringericht en zal er veel geoefend moeten worden om vertrouwd te raken met de nieuwe werkomgeving. De besluiten die genomen moeten worden om een overgang naar de Omgevingswet soepel te laten verlopen zijn nagenoeg allemaal door de raden genomen. In het 2 kwartaal van 2022 is het de bedoeling dat voor alle gemeenten nog enkele verordeningen worden vastgesteld overeenkomstig de uitgangspunten van de Omgevingswet. Hierbij moet gedacht worden aan o.a.; -
De Erfgoedverordening;
-
De nota Uitvoering en Handhaving;
2
-
De verordening Nadeelcompensatie (voormalige planschadeverordening);
-
De APV;
-
De Legesverordening (deze komt pas als de definitieve datum inwerkingtreding bekend is)
De Omgevingswet gaat voor de gemeente een viertal kerninstrumenten kennen, namelijk: de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning. Daarnaast worden er nog een aantal ondersteunde instrumenten geïntroduceerd. Het instrumentarium van de Omgevingswet is opgebouwd aan de hand van de structuur van de zogenoemde beleidscyclus. Daarin staat centraal welke instrumenten bestuursorganen tot hun beschikking hebben in de verschillende fases van de beleidscyclus. De fases van de cyclus zijn achtereenvolgens: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. Omgevingsvisie Eén van de kerninstrumenten van de Omgevingswet is als gezegd de Omgevingsvisie. Dit instrument wordt helemaal aan het begin van de beleidscyclus geplaatst, namelijk in de fase van de beleidsontwikkeling. De Omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Het is een politiek-bestuurlijk document waarin het beleid voor de fysieke leefomgeving op integrale wijze beschreven wordt. Integraal betekent volgens de wetgever dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en dat de Omgevingsvisie samenhang vertoont.
De gemeenteraad stelt op grond van artikel 3.1 van de Omgevingswet (verplicht) één Omgevingsvisie voor het gemeentelijke grondgebied vast. Ook voor de raden van de ABG-gemeenten geldt deze verplichting. De overgangstermijn loopt naar huidige inzichten tot 31 december 2024.
Een externe partij heeft via een aanbesteding de opdracht gekregen om in januari 2024 voor iedere gemeente een Omgevingsvisie opgesteld te hebben. Voor Baarle-Nassau ligt er al een Omgevingsvisie uit 2019 maar deze wordt geactualiseerd. In dit 2 jaar durende traject zullen de raden intensief worden betrokken en uiteraard zullen ook de inwoners participeren in dit traject. Het is zaak om het bestaande strategische beleid in de visies op te nemen evenals de lopende trajecten rond o.a. gebiedsvisies. Omgevingsprogramma Een omgevingsprogramma is niet verplicht om te hebben maar kan worden gebruikt voor een verdere uitwerking van beleid. Daar waar de ABG-gemeenten hebben gekozen voor een beleidsneutrale omzetting richting Omgevingswet zou het strategische beleid in de visie verwerkt kunnen worden en het uitvoeringsbeleid meegenomen kunnen worden in het Omgevingsplan. Met deze insteek in het achterhoofd wordt nu niet ingestoken op een Omgevingsprogramma. Omgevingsplan Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt iedere gemeente een Omgevingsplan van rechtswege. Dit betekent dat de huidige bestemmingsplannen en Rijksregels (bruidsschat) samenkomen in 1 Omgevingsplan. De gemeente kan de lokale regels in het bestemmingsplan voor het moment van inwerkingtreden van de Omgevingswet wijzigen. Daarmee komen deze regels (als onderdeel van het 3
bestemmingsplan) in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit betekent dat deze regels (al dan niet inhoudelijk gewijzigd) op termijn (2030) volgens de nieuwe systematiek en regels van de Omgevingswet naar het nieuwe deel van het Omgevingsplan moeten worden omgezet. Er wordt op dit moment met 2 externe partijen gewerkt aan uniforme voorschriften voor zowel het buitengebied als de stedelijke omgeving in de gemeente Baarle-Nassau. Deze uniforme voorschriften kunnen dan eveneens worden toegepast bij de andere gemeenten en voor 2030 moeten de Omgevingsplannen dan zijn aangepast in lijn met de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Omgevingsvergunning Er wordt op dit moment met een externe partij gewerkt om de Legesverordening Omgevingswetproof te krijgen en hierbij gelijk de Wet Kwaliteitsborging op een juiste manier te implementeren aangezien deze gelijk met de Omgevingswet in werking zal treden. Daarnaast worden alle relevante beleidsstukken, nota’s en verordeningen aangepast door in plaats van te verwijzen naar artikelen in de Wabo, of andere wetgeving, te verwijzen naar artikelen in de Omgevingswet. Hierbij wordt vanzelfsprekend gekeken naar nut en noodzaak aangezien ook een aantal zaken in het Omgevingsplan terecht zal komen. Verder wordt er eveneens gewerkt aan een verandering van de werkprocessen waarbij rekening wordt gehouden met de “intaketafel” en de “omgevingstafel”.
3. ANDERS DENKEN Als lokale overheid zijn wij gewend om alles zo vast te leggen dat wanneer iemand ergens om verzocht, wij d.m.v. toetsen in eerste instantie konden zeggen dat het niet mogelijk was tenzij er een afwijkende procedure gevolgd kon worden. De Omgevingswet wil dit anders zien en vraagt om een andere “mindset”. Initiatieven zullen benaderd moeten worden met ja mits in plaats van nee tenzij uiteraard wel in lijn met de Omgevingsvisie. Met andere woorden: niet alles dichttimmeren, laten we vooral proberen ontwikkelingen mogelijk te maken en niet vast te houden aan regels die het onmogelijk maken. Dit vraagt een hele andere insteek van de ambtenaren maar ook van het bestuur. De inwoners van de gemeenten weten heel goed in wat voor gemeente ze willen wonen en welke ontwikkelingen zij graag zien. Als lokale overheid zal je meer een faciliterende/ondersteunende rol krijgen richting je inwoners om te kijken hoe we gezamenlijk ontwikkelingen mogelijk kunnen maken. Dit proces zal met vallen en opstaan tot stand komen want je kunt niet verwachten dat we ineens een “knop” omzetten en iedereen tevreden kunnen maken.
4. FINANCIEEL Voor het vaststellen van de omgevingsvisie is een budget gereserveerd. Dit budget is per ABG-gemeente verschillend en is in de begroting opgenomen. De hoogte van het budget is mede gerelateerd aan de mate van up-to-date zijn van o.a. het huidige strategische beleid; zo heeft de gemeente Baarle-Nassau op dit moment namelijk al een Omgevingsvisie. Dat geldt niet voor de andere twee ABG-gemeenten. Het restant van het budget is steeds jaarlijks overgeheveld met het uitstellen van de wet en voor dit jaar komen we wellicht nog wel uit maar voor de komende jaren zullen er nog financiële middelen beschikbaar gesteld moeten worden. Denk hierbij in ieder geval naast de visie aan het ontwikkelen van een Omgevingsplan per gemeente. Dit zal in de perspectiefnota nader onderbouwd worden.
4