Bijlage bij de toelichting
Tekst van het document
Op de locatie aan de Oordeelsestraat 15A/17 in Baarle-Nassau is zorgboerderij ‘De Hardelhoeve’ gevestigd. Vanwege een bestemmingsplanherziening is een landschappelijke inpassing van de locatie gewenst.
Aanleggen: Boomgroepen op bloemrijke rand Bestaande struweelhaag behouden
De omgeving van de locatie wordt gekenmerkt door het besloten zandontginningslandschap. Kenmerken van dit landschapstypologie zijn een grillig verkavellingspatroon, bossingels langs akkers, solitaire bomen in het landschap en bomenrijen langs wegen. Decennia geleden waren akkers besloten door bossingels. Tegenwoordig is het landschap relatief open door het steeds meer wegnemen van deze bossingels.
Aanleggen: Bomenrij op bloemrijke rand
Met dit landschapsplan voor de locatie wordt aangesloten bij het besloten zandontginningslandschap door de aanleg van beplanting op de perceelgrenzen. Hierdoor wordt enige beslotenheid van het landschap teruggebracht. Daarnaast zorgen de beplanting enigszins voor het aan het zicht onttrekken van de bedrijfsgebouwen. Wel is gekozen om het zicht op het landschap te behouden. Gasten van de minicamping en zorgboerderij waarderen dat uitzicht en dient daarom behouden te blijven.
Minicamping
Aanleggen: Haag
Aanleggen: Rij knotwilgen
Aanleggen: Haag
Aan de zuidzijde worden de bedrijfsgebouwen aan het zicht onttrokken door de aanleg van een fruitboomgaard met een dierweide. Deze ligt aan de straatzijde en zorgt daarmee tevens voor een kenmerkende boerderijuitstraling. De siertuin aan de voorzijde en de moestuin aan de achterzijde geven eveneens een groen karakter aan de locatie. Deze onderdelen behoren echter niet tot een landschappelijke inpassing van de locatie. De aan te planten bomen gebiedseigen soorten zijn.
Bestaande strook Aanleggen: Haag
Oordeelsestraat
Tuin
Bestaande Beuk behouden
Aanleggen: Fruitboomgaard met dierweide
Schaal: 1:1.000
SCHETSONTWERP LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ZORGBOERDERIJ ‘DE HARDEL HOEVE’ IN BAARLE-NASSAU
en
struiken
zullen
Economische onderbouwing kwaliteitsverbetering van het landschap:
Zorgboerderij De Hardel Hoeve Oordeelsestraat 15a - 17 te Baarle-Nassau 12-03-2021 Oud versus nieuwe situatie Situatie bestaand Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 15 a Opp. agrarisch bedrijf met bouwvlak Oordeelsestraat 15 a Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 17 Opp. agrarisch bedrijf met bouwvlak Oordeelsestraat 17 Opp. cultuurgrond Opp bestaand:
m² 750 8940 750 7835 6237 + 24512
Situatie nieuw Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 15 a Opp. agrarisch bedrijf met bouwvlak Oordeelsestraat 15 a Opp. agrarisch bedrijf zonder bouwvlak Oordeelsestraat 15 a Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 17 Opp. maatschappelijk met bouwvlak Oordeelsestraat 17 Opp. maatschappelijk minicamping onbebouwd Opp. groen Opp nieuw:
m² 750 1631 1663 750 10963 5195 3560 + 24512
Waardevermeerdering Waarde bestaand Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 15 a Opp. agrarisch bedrijf met bouwvlak Oordeelsestraat 15 a Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 17 Opp. agrarisch bedrijf met bouwvlak Oordeelsestraat 17 Opp. cultuurgrond Totaal waarde bestaand: Waarde nieuw Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 15 a Opp. agrarisch bedrijf met bouwvlak Oordeelsestraat 15 a Opp. agrarisch bedrijf zonder bouwvlak Oordeelsestraat 15 a Opp. bouwvlak bij bedrijfswoning Oordeelsestraat 17 Opp. maatschappelijk met bouwvlak Oordeelsestraat 17 Opp. maatschappelijk minicamping onbebouwd Opp. groen Totaal waarde nieuw:
Aantal eenheden Eenheid Prijs per eenheid 750 m² € 100,00 = 8940 m² € 25,00 = 750 m² € 100,00 = 7835 m² € 25,00 = 6237 m² € 7,50 =
Totaalprijs € 75.000 € 223.500 € 75.000 € 195.875 € 46.778 € 616.153
Aantal eenheden Eenheid Prijs per eenheid 750 m² € 100,00 = 1631 m² € 25,00 = 1663 m² € 7,50 = 750 m² € 100,00 = 10978 m² € 50,00 = 5195 m² € 20,00 = 3545 m² € 1,00 =
Totaalprijs € 75.000 € 40.775 € 12.473 € 75.000 € 548.900 € 103.900 € 3.545 € 859.593
Waardevermeerdering
€ 859.593
Investering Investering op basis van redelijkheid
-
20%
€
616.153 = €
243.440
€
243.440
48.688
€
Kwaliteitsverbetering landschap Sloop (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen Te slopen bedrijfsgebouwen
opp.
A, Hoogstam fruitbomen + dierenweide Aanleg fruitboom Boomkorf
st.
waarde/m2 x € 25,00 =
€ 25.500,00
10 10
€/st x € x €
76,77 = 24,37 =
€ €
767,70 243,70
280
€/m x €
4,95 =
€
1.386,00
10
€/st x €
428,90 =
€ €
4.289,00 6.686,40
1020
m Veeraster st. Onderhoud fruitbomen (gekapitaliseerd met factor 10) Totaal B. Bossingel Bosplantsoen
L10a
opp. m²
st/m² 285
st. Aanleg bosplantsoen
128 are
m²
aantal 0,45 =
€/st x € €/are
1,85 =
128
€
237,26
Onderhoud bosplantsoen (gekapitaliseerd met factor 10) Totaal
L3b
C1. Haag Haag
2,85
x €
75
x
450
x
1,85 =
€
832,50
75
€/m x €
9,60 =
€ €
720,00 1.552,50
39
x
234
x
1,85 =
€
432,90
39
€/m x €
9,60 =
€ €
374,40 807,30
8
€/st x €
20,33 =
€
162,64
8
€/st x €
165,00 =
€ €
1.320,00 1.482,64
m.
L7a
C2. Haag Haag
m.
L7a
D. Wilgen Aanleg bomen
st.
st. Onderhoud bomen ((gekapitaliseerd met factor 10) Totaal
L9a
E. Struweelhaag (wordt wel aangelegd maar betreft geen landschappelijke inpassing) Bosplantsoen
opp. m²
st.
m²
F. Bomenrij met bloemrijk grasland Aanleg bomen Boomkorf
=
€
-
2,95 x
€/are €
-
=
€ €
-
4 4
€/st x € x €
76,77 = 24,37 =
€ €
307,08 97,48
7,44
€/are x €
18,35 =
€
136,52
147
€/m x €
4,95 =
€
727,65
151,80 =
€
607,20
120,62 =
€ €
897,41 2.773,35
m
Onderhoud (gekapitaliseerd met factor 10) Bomen
L8a
st.
Bloemrijke rand
G1a
are 7,44
€/st x € €/are x €
9 9
€/st x € x €
76,77 = 24,37 =
€ €
690,93 219,33
7,49
€/are x €
18,35 =
€
137,44
170
€/m x €
4,95 =
€
841,50
428,90 =
€
3.860,10
120,62 =
€ €
903,44 6.652,75
4
Totaal G. Fruitboomgroepen met bloemrijk grasland Aanleg fruitbomen Boomkorf
st.
are Aanleg bloemrijk grasland m Veeraster Onderhoud (gekapitaliseerd met factor 10) fruitbomen
L10a
st. 9
Bloemrijke rand
G1a
are 7,49
€/st x € €/are x €
Totaal H. Haag (wordt wel aangelegd maar betreft geen landschappelijke inpassing) Haag
m.
st/m 30
x
180
x
30
€/m x €
st. Aanleg haagbeuk
6
180
€/st
m. Onderhoud haagbeuk
133
-
are
Veeraster
aantal 0,45 =
€/st x €
st.
Aanleg bloemrijk grasland
234
133 are
Onderhoud bosplantsoen (gekapitaliseerd met factor 10) Totaal
6
st/m² 295
Aanleg bosplantsoen
450
€/st
m. Onderhoud haagbeuk Totaal
6
st/m
st. Aanleg haagbeuk
364,69 601,95
€/st
m. Onderhoud haagbeuk (gekapitaliseerd met factor 10) Totaal
€ €
st/m
st. Aanleg haagbeuk
127,96 =
-
0=
€
-
=
€
-
Totaal PLANKOSTEN (20% UITVOERINGSKOSTEN)
Totaal Totale investeringskosten ten behoeve van kwaliteitsverbetering Benodigde investering op basis van redelijkheid Totale extra kwaliteitswinst
20%
€
17.601,73
€
-
€
3.520,35
€ € €
49.577 48.688 889
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
LOCATIE: OORDEELSESTRAAT 15A BAARLE-NASSAU RAPPORTNUMMER: 2020BE-0777 In opdracht van: zorgboerderij de Hardel Hoeve Oordeelsestraat 15a / 17 5111 PB Baarle-Nassau
E Brabant Eco Ecologische dienstverlening
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2020BE-0777
Opdrachtgever Zorgboerderij de Hardel Hoeve Oordeelsestraat 15a / 17 5111 PB Baarle-Nassau
Contactpersoon De heer F. Hendriks
Locatie Oordeelsestraat 15a
Opleverdatum 14 augustus 2020
Uitvoerder
Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
P a g i n a |1
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Inhoudsopgave
1.
Inleiding en onderzoek………………………………………………………....4
2.
Beleidskader
………………………………………………………………...6
Wet natuurbescherming 3.
Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..… .9 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
4.
Praktijk ecologische quickscan
………………………………..…..………12
Bureaustudie Veldonderzoek Praktijktoetsing 5.
Beschermde natuurwaarden………………………………………..….……..18 Flora Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten
6.
Resultaten en advies
……………………………………………………….24
7.
Lijst van bronnen
…………………………………………………….…25
8.
Bijlagen
…………………………………………………………………..…..26
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |2
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Samenvatting Opdrachtgever is voornemens om de planlocatie aan de Oordeelsestraat 15a te Baarle Nassau te laten herbestemmen. Het bestemmingsplan van het westelijke deel nabij 15a blijft agrarisch en het oostelijke deel zal worden her bestemt naar een maatschappelijke bestemming. Daardoor zullen de aanwezige varkensstallen worden gesloopt of verbouwd. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit zal plaatsvinden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. De ernaast gelegen zorgboerderij Hardel Hoeve wil in en rond de te verbouwen of slopen varkensstallen zijn activiteiten uitbreiden met o.a. belevingstuin, boerderijterras en winkeltje. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Voor de sloopvergunning heeft opdrachtgever de vraag gekregen tot het laten uitvoeren van een onderzoek naar beschermde natuurwaarden. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
Inhoudsopgave
Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora e fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco Augustus 2020
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |3
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever de heer F. Hendriks zal het varkensbedrijf aan de Oordeelsestraat 15a te Baarle Nassau volledig worden gesaneerd. De bestaande bedrijfsgebouwen, bestaande uit drie varkensstallen met bijbehorende tussenbouw en een bijgebouw, worden gesloopt of verbouwd. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De beoogde ontwikkeling betreft de omzetting van het geldende bestemmingsplan met intensieve agrarische bestemming naar een maatschappelijke bestemming. Het gedeelte nabij nummer 15 a zal een agrarische bestemming behouden (akkerbouw). De ruimte van het varkensbedrijf zal onderdeel worden van de ernaast gelegen zorgboerderij. Initiatiefnemers exploiteren bij hun agrarisch bedrijf aan de Oordeelsestraat 15a/17 te Baarle-Nassau ook zorgboerderij ‘De Hardel Hoeve’. Op de zorgboerderij wordt dagbesteding en logeeropvang (kortdurend verblijf) geboden aan kinderen en jong volwassenen. Dagactiviteiten zijn o.a. houtbewerking, creatieve activiteiten, dierenverzorging, onderhoud aan het terrein en bakactiviteiten. Als nevenactiviteit wordt hierbij ook een minicamping geëxploiteerd. De camping maakt een integraal onderdeel uit van de zorgboerderij.
Om leer en ontwikkelingsmogelijkheden meer ruimte te bieden willen initiatiefnemers de bestemming ter plaatse gedeeltelijk omzetten naar ‘Maatschappelijk’, zodat een leerzame en zinvolle werk/stage plek geboden kan worden en de zorgactiviteiten verder ontwikkeld kunnen worden. Het is de bedoeling om de dagactiviteiten uit te breiden door kleinschalige functies aan te bieden zoals een belevingstuin, boerderijterras, ijsmakerij, winkeltje etc., welke nadrukkelijk onderdeel uitmaken van de dagbesteding van de cliënten van de zorgboerderij. Hier kunnen de cliënten volwaardig leren functioneren en in contact komen met de samenleving. Verder wordt vanuit de ouders van de zorgbehoevende kinderen steeds vaker de vraag neer gelegd om tot kleinschalig beschermd wonen te kunnen komen. Het is de wens van initiatiefnemers om hier op termijn ook invulling aan te kunnen geven. Om dit beoogd gebruik planologisch te borgen is een ruimtelijke procedure noodzakelijk. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |4
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Afbeelding 1: De Hardel Hoeve
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco. o Brabant Eco werkt volgens de door brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus opgestelde gedragscode.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |5
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
2. BELEIDSKADER 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.
2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |6
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |7
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |8
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Oordeelsestraat 15 a in het buurtschap Driehuizen in de gemeente BaarleNassau, een Nederlandse gemeente in de provincie Noord-Brabant, ongeveer 15 kilometer ten zuiden van Tilburg. De gemeente telt 6.847 inwoners (1 januari 2019, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 76,36 km². Baarle-Nassau vormt samen met de Belgische gemeente Baarle-Hertog het Kempense dorp Baarle. Het grondgebied van beide gemeenten loopt met name in de kern van Baarle flink door elkaar. Er zijn 22 exclaves van Baarle-Hertog in Baarle-Nassau en acht exclaves van Baarle-Nassau in Baarle-Hertog. Een aantal van deze Nederlandse exclaves vormt weer enclaves binnen de Belgische enclaves in Nederland (contra-enclaves of tegenenclaves, oftewel enclaves van de tweede orde. Verder bestaat de gemeente Baarle-Nassau uit de dorpen Ulicoten en Castelré. De Oordeelsestraat begint bij het Baarles ei en loopt in noordoostelijke richting waar de straat overgaat in Pineind bij de splitsing met Klein Bedaf. Het is een binnendoor weg tussen Baarle-Nassau en Alphen. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische percelen, intensieve veehouderijen met bouw- en weilanden, burgerwoningen en een transportbedrijf. Ten zuidwesten liggen de kernen van Baarle-Nassau en Baarle-Hertog op 1,3 kilometer afstand, ten noorden ligt Alphen.
Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 4.25 hectare, is gedeeltelijk bebouwd met dertien gebouwen waaronder een te slopen varkensstal, twee te verbouwen varkensstallen en een te verbouwen bijgebouw. Verder is er een mini camping, zijn er parkeerplaatsen en verdere verhardingen op het perceel en is er intensief te gebruiken weiland. In totaal is zal er 1.020 m2 aan varkensstal worden gesloopt. Het perceel wordt begrenst door sloten. Van het type dat niet het gehele jaar water bevat. Het onderzoekgebied komt overeen met de grenzen van de te slopen of te verbouwen varkensstallen met bijgebouw en de directe omgeving hiervan.
Afbeelding 2: satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is oranje omcirkeld, bron google maps
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |9
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Afbeelding3 : met globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw, te slopen bedrijfsgebouwen in oranje, te verbouwen gebouwen in groen en blijvende bedrijfswoning met bijbouw en loods in geel. Bron: google earth.
Natura 2000 en NatuurNetwerkNederland
Afbeelding 4: atlasleefomgeving Natura 2.000 gebieden, plangebied met pijl aangegeven Afbeelding 5: kaartbank Brabant Natuur Netwerk Nederland gebieden
In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000 gebieden. Op 5 kilometer afstand ten noordoosten bevind zich het Natura-2000 gebied Regte Heide en Riels Laag en op 3 kilometer naar het oosten bevind zich op Belgisch grondgebied het Turnhouts vennengebied. Direct langs het plangebied bevindt zich geen NNB gebied. Het dichtstbijzijnde is op 600 meter ten oosten een ecologische verbindingszone langs de Ley. Op 700 meter ten noorden bevind zich droog bos met productie. De directe omgeving valt onder agrarisch beheertype.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 10
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om de intensieve varkenshouderij die op deze locatie gevestigd is, volledig te saneren. Dit houdt in dat de varkensstallen gesloopt zullen worden. De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen en plaatsmaken voor een maatschappelijke bestemming. Met het ontmantelen van de intensieve veehouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Vooral zal er een verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot fijn stof.
Afbeelding 6: bovenaanzicht met genummerde gebouwen.
Woonhuis 1 met bijgebouwen 2 en 3 en achterstaande loods 4 zullen blijven staan. Ook de tuin en verdere erfbeplanting zal blijven. Stal 6 zal worden gesloopt, terwijl stallen 5 en 7 en gebouw 8 zullen worden verbouwd. Woonhuis 9 en gebouwen 10 , 11 , 12 en 13 zijn gelegen binnen het bouwblok van Oordeelsestraat 17 en zullen blijven zoals deze nu zijn. Ten noorden van gebouw 13 bevinden zich 25 standplaatsen van de minicamping. Deze zijn zowel buiten als binnen het bouwvlak gelegen. Ten (noord)oosten van rundveestal nr. 11 zijn parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van de minicamping. Op de zorgboerderij wordt dagbesteding en logeeropvang (kortdurend verblijf) geboden aan kinderen en jongeren met uiteenlopende zorgvragen.
Afbeelding 7: situatieschets beoogde situatie. Bron: van Dun ontwerp en planologie
Initiatiefnemer wil het huidige varkensbedrijf beëindigen en de bestemming omzetten naar maatschappelijk. De te behouden ondergrond en bebouwing zal toegevoegd worden aan zorgboerderij de Hardel Hoeve. Ter ontwikkeling van de zorgboerderij is het de bedoeling om de dagactiviteiten uit te breiden door kleinschalige functies aan te bieden zoals bijv. een belevingstuin, plantenkas, een streekwinkeltje, maken en verkopen van boerderij-ijs, houtbewerking en een boerderijterras. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 11
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee vaak de overtreding van de Wet natuurbeheer voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).
Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 12
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Flora Naast de bedrijfswoning met tuin, bijgebouwen en loods bestaat het plangebied uit drie varkensstallen en een bijgebouw. Het erf naar en rond de stallen is geheel verhard en omringd door bouwland. De directe omgeving bestaat uit sterk bemeste agrarische percelen. Volgens gegevens uit het NDFF (Project: Oordeelsestraat, Referentie: BE777, d.d. 7 augustus 2020) komt binnen een straal van één kilometer geen beschermde soorten flora voor. (zie bijlage 1) Van 1 tot 5 kilometer afstand van het plangebied zou volgens de NDFF Dreps voor kunnen komen. Deze plant staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als bedreigd en zeer sterk achteruitgegaan en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Dreps houdt van zonnige, open plaatsen op matig droge, vrij kalkarme, matig voedselrijke, lichte grond (löss, leem en zavel) en groeit op akkers (wintergraanakkers en speltakkers), soms langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en stortterreinen. Dit soort biotoop komt niet voor binnen het plangebied. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht.
Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied.
Fauna Volgens de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er binnen een straal van één kilometer in de omgeving waarnemingen van boomvalk, buizerd en sperwer. De genoemde roofvogelsoorten zouden leefgebied kunnen vinden in de omgeving en bossen op een 700 meter ten noorden van het plangebied. Volgens bronnenonderzoek komt naast de huismus ook de roek voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. (bijlage 1). Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen deze afstand van 1000 meter omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten. Soortgroep Flora Vogels zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen
Mogelijke aanwezigheid Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee
Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek
4.2 Veldonderzoek Op vrijdag 7 augustus 2020 in de voormiddag heeft ecoloog Frenk van de Wal het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 13
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Totale plangebied Het totale plangebied is ongeveer 1.25 hectare groot en bestaat grotendeels uit weiland. Op het moment van veldinventarisatie was het gemaaid en lag te drogen. Daarnaast is er de bedrijfswoning met tuin, bijgebouwen en zijn er de drie varkensstallen met daarvoor het bijgebouw behorend in het bouwblok van Oordeelsestraat 17. Ten noorden van (achter) de stallen ligt intensief gebruikt weiland. Voor de stallen een paardenweide met ezels. In de directe omgeving liggen vooral intensief te gebruiken weilanden, agrarische bedrijven, burgerbebouwing en een transportbedrijf.
Bedrijfswoning met tuin Het bedrijfswoning met bijgebouwen (garage en volière/houtopslag) en tuin aan de Oordeelsestraat 15a blijft behouden zoals deze nu is. Ook de loods achter de woning ten westen van de varkensstallen zal ook blijven staan. Rondom de woning ligt de tuin met gazon, leilindes, beukenhagen en diverse struiken en bomen zoals hazelaar, els, esdoorn, hulst en vlierbes. Voor aan de westzijde tegen het perceel van de buurman staat veel beplanting. Het woonhuis bestaat uit een rode baksteen met spouwmuur en een pannendak. De loods is met damwandpanelen opgebouwd op een muurtje van ongeveer 0,5 meter hoog. Het dak is van golfplaten met daarop zonnepanelen. De muren en het dak zijn enkelwandig en niet geïsoleerd. Dit gedeelte van de planlocatie met achtergelegen weiland zal de agrarische bestemming behouden.
Afbeelding 8: vanaf de Oordeelsestraat westelijk
Afbeelding 9: vanaf de Oordeelsestraat oostelijk (Hardel Hoeve)
Afbeelding 10: loods
Afbeelding 11: loods
Bedrijfsgebouwen De varkensstallen zijn uitbreidend gebouwd tussen 1970 en 1997 en bestaan vooral uit een asbesthoudend of asbestvrij golfplaten dak welke aan de onderzijde van de gordingen geïsoleerd zijn met dupanel. Sommige delen van de daken, de afhang, zijn van sandwichpanelen. De muren zijn van rode baksteen van Belgische makelij met een spouwmuur, afgedekt met een muurplaat en aan de binnenzijde kalkzandsteen. De voor- en achtergevels zijn deels gemetseld de rode bakstenen en deels van geïsoleerde damwand. Alle muren zijn volledig dicht en zonder stootvoegen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 14
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau De bedrijfsgebouwen hebben tot in 2019 dienst gedaan in het professioneel en intensief huisvesten van varkens. Zodoende zijn er altijd afdoende maatregelen genomen om andere dieren buiten te sluiten van deze varkensstallen. Bijgebouw 8 is van een rode baksteen met een golfplaten dak, gebouwd in 1970 en is niet geïsoleerd.
Afbeelding 12: bovenaanzicht stallen met nummering
Initiatiefnemer is voornemens om de naastgelegen zorgboerderij uit te breiden en daarbij zoveel mogelijk gebruik te maken van de bestaande bebouwing. Varkensstal nummer 5 wordt gedeeltelijk in gebruik genomen als opslag/berging voor het agrarisch bedrijf en gedeeltelijk als activiteitenruimte bij de zorgboerderij. Varkensstal nummer 6 wordt volledig gesaneerd en varkensstal nummer 7 wordt in eerste instantie volledig gerenoveerd t.b.v. het boerderijterras en de streekwinkel met bijbehorende opslagruimten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 15
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
Afbeelding 13: vooraanzicht stallen
Afbeelding 14: stallen achterkant
Afbeelding15 : tussen stallen in
Afbeelding: 16: voorkant stal 5
Afbeelding17 : oostelijke zijkant stal 5
Afbeelding18: luchtwasser
Afbeelding 19: gebouw 8 gezien vanaf de Oordeelsestraat
Afbeelding 20: voorzijde (zuiden) stal 5 met rechts gebouw 8
De bedrijfsgebouwen zijn zowel aan de buitenzijde als ook aan de binnenzijde onderzocht op het voorkomen van beschermde diersoorten. De gebouwen zijn uitvoerig bekeken op het voorkomen van nestlocaties van vogels. Hiervan werden mede door het hermetisch afgesloten zijn van het bedrijf geen aanwijzingen gevonden. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 16
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen. Soorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. Hierbij is vooral gekeken naar de aanwezigheid van nesten, meststrepen op muren, eventuele kieren onder dakplaten of zijwanden. Verborgen tussenruimtes ontbreken. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Sporen van aanwezigheid zoals invliegopeningen, uitwerpselen, dode dieren of afgebeten vleugels etc. die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van gebouw bewonende vleermuizen ontbreken volledig.
Afbeelding: binnenkant varkensstallen
4.3 Praktijktoetsing Op basis van de gegevens van de literatuurstudie en het veldonderzoek wordt een inschatting gemaakt wat de effecten van de voorgenomen ingrepen op potentieel aanwezige beschermde soorten zal zijn. Dit in relatie tot de geplande ontwikkelingen. Er is bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat nog een aanvullend onderzoek nodig is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 17
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Algemeen Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Flora Het volledige plangebied is bebouwd, bestraat of wordt gebruikt als agrarisch weiland, op het moment van veldinventarisatie werd er gehooid. Ook de directe omgeving bestaat uit sterk bemeste agrarische percelen. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten waargenomen. Enkel algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem tussen de betonklinkers en gaten in de erfverharding werden aangetroffen zoals paarse dovenetel, herderstasje, vogelmuur en paardenbloem. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
5.2 Zoogdieren Algemeen beschermde soorten Naar verwachting zullen geen algemeen beschermde zoogdiersoorten in het plangebied verblijven. In de bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied (zie bijlage I) worden een aantal soorten genoemd die mogelijk kunnen voorkomen in en om het plangebied. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de bouwlocatie in het planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Eekhoorn, steenmarter, bunzing, boommarter en wezel Op een afstand van 1 tot 5 kilometer komen volgens bronnenonderzoek de eekhoorn, steenmarter, bunzing, boommarter en wezel mogelijk voor in het plangebied. De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn.
In het plangebied valt weinig te foerageren voor de eekhoorn door het ontbreken van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De aanwezigheid van de steenmarter Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 18
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de steenmarter. De varkensstallen zijn ontoegankelijk en in de overige gebouwen zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van de steenmarter. De boommarter is vrijwel overal zeldzamer dan de steenmarter en leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in de boomtoppen benutten. De boommarter komt hier in allerlei typen en leeftijden bos voor. Kleine marterachtigen zoals de bunzing zijn in de provincie Noord-Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd. Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin.
Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland). Meestal in droger gebied dan de hermelijn. Echter overal waar woelmuizen ontbreken, ontbreekt ook de wezel. Ze zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden èn de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. De aanwezigheid van de bunzing verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de bunzing, wezel en andere kleine marterachtigen. Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen ontbreken niet geheel omdat veel groen en rommelhoekjes in en rond het plangebied aanwezig zijn zouden er kleine marters kunnen voorkomen. Tijdens de werkzaamheden zijn er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en veel groen bestaan. Er zijn daarom geen effecten op kleine marters.
Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes). Volgens de waarnemingen van de NDFF kunnen binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, bosvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land daarnaast ook o.a. de watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en grijze grootoorvleermuis voorkomen. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen zeker wel voorkomen.
Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Er zijn in of direct bij het plangebied geen lijnvormige elementen welke als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen zou kunnen functioneren. De dichtstbijzijnde is op 200 meter ten oosten van de Hardel Hoeve. Met de beoogde herontwikkeling blijven alle groenstructuren behouden en worden nadien versterkt door de landschappelijke inpassing. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen zullen daarmee verbeteren.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 19
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Alle bomen blijven sowieso behouden. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In de te slopen afgesloten varkensstallen zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met golfplaten dak met afgedichte ruimtes voorzien van isolatiepanelen. De stenen aan de buitenzijde van de varkensstallen zijn van Belgische makelij. Dat wil zeggen dat de stenen niet korrelig maar erg glad zijn. Voor vleermuizen zijn deze stenen niet prettig om zich aan vast te houden zoals ook de kopgevels van damwand profielen. Verder hebben de stallen door het niet meer in gebruik zijn voor het houden van varkens een open karakter. Hierdoor ontstaat voor vleermuizen te veel tocht. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.
Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Er is vastgesteld dat er geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep.
Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.
5.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels gezien: vink, koolmees, boerzwaluw, houtduif, kwikstaart, merel en kauw. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht.
Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens de huismus als vogel met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen. Binnen vijf kilometer ook de gierzwaluw. Binnen een straal van vijf kilometer komen er enkele uilensoorten voor. Huismus Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Geschikt leefgebied van de huismus bevat een Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 20
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau combinatie met voldoende voedsel- en schuilplaatsen. Voor het voedselaanbod is het van belang dat er voldoende ruigte en overhoekjes aanwezig zijn, waar zowel zaadplanten als voldoende insectentrekkers aanwezig zijn. Beschutting is zeer belangrijk voor de huismus ter bescherming, maar ook om vanuit te foerageren. Daarom moeten er schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van heggen en hagen, waarbij de voorkeur uitgaat naar streekeigen soorten (bijv. Haagbeuk, meidoorn en Gelderse roos). De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de stallen. Het woonhuis met tuin en hagen en de gebouwen en beplanting van Hardel Hoeve zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning, en komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan.
Uilen Er is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of ruiveren onder mogelijke roestplekken vooral in de loods. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen.
Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie buizerd, sperwer, boomvalk en roek voor. Iets verderop zijn meerdere roofvogelsoorten waargenomen volgens NDFF. Alle genoemde roofvogelsoorten kunnen leefgebied vinden in de bossen ten oosten van het plangebied. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Roek, ooievaar en grot gele kwikstaart Volgens de verspreidingsgegevens van NDFF zouden genoemde drie vogelsoorten binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied voor kunnen komen. Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt.
Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, boomrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lager gelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 21
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 15a Baarle-Nassau veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Er zijn 6 boerenzwaluwen waargenomen. Boerenzwaluw Tijdens het veldonderzoek zijn er continue een zestal boerenzwaluwen gezien. Foeragerend vooral boven de weilanden en vliegend over en rond het plangebied. Dit zijn zeer waarschijnlijk een ouderlijk paar met juveniels die hun nestgelegenheid hebben in de loods van de Hardel Hoeve ( gebouw 12). Gezien de tijd van het jaar zich opmakend voor de trek richting het zuiden. De boerenzwaluw is sterk achteruit gegaan op de lange termijn, terwijl recent verbeteringen in aantallen optreden. De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn.