Bijlage 9 - Toelichting invoergegevens AERIUS bouw en gebruik
Tekst van het document
Notitie:
Toelichting invoergegevens AERIUS bouwwerkzaamheden en gebruik Locatie: perceel BLE01-C-2296 en 4466, tussen Alphenseweg 19 en 23, Baarle-Nassau
Gilze,
24-7-2025
Kenmerk:
DdB/24348.AA005
Deze notitie behoort bij de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, met het onderdeel bouw, op het perceel tussen de Alphenseweg 19 en 23 voor het bouwen van 14 woningen. In deze notitie worden de gebruikte gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie van de bouwen gebruiksfase met het rekenprogramma AERIUS Calculator toegelicht. Berekening gebruiksfase Binnen de projectlocatie zullen 14 woningen gerealiseerd worden. Dit betreffen vier 2-onder-1-kap woningen, zes rijwoningen (tussen/hoek) en 4 bungalows voor senioren, geclassificeerd als aanleunwoning. Zoals opgenomen in de bovenliggende BOPA zal deze beoogde gebruiksfase, in navolging van het CROW bestaan uit 90 lichte vervoersbewegingen, zie ook onderstaande tabel. 33 extra bewegingen over de Alphenseweg en 57 extra bewegingen over de De La Sallestraat.
Tabel 1: Bepaling verkeersgeneratie Type woning
Koophuis 2-onder-1-kap Koophuis tussen/hoek Aanleunwoning
Norm verkeersgeneratie 8,1 7,7 2,8
Aantal woningen 4 6 4 Totaal:
Totaal aantal verkeersbewegingen 32,4 46,2 11,2 89,8
De projectlocatie is gelegen in de nabijheid van een doorgaande weg. Deze weg wordt veelvuldig gebruikt door vrachtwagens en personenauto’s omdat deze weg een van de hoofdontsluitingen is van BaarleNassau. Dit betekent dat de verkeersintensiteit al hoog is. Het verkeer van en naar de woonwijk is dan ook opgenomen wanneer het verkeer dezelfde rijsnelheid heeft als het overige verkeer. De lijnbron voor verkeersbewegingen van de woningen aan de Alphenseweg is derhalve in noordoostelijke richting opgenomen tot de rotonde met de Generaal Maczeklaan en Industrieweg, in zuidwestelijke richting is deze opgenomen tot het kruispunt met het Sint Annaplein en de Oosteinde. De Alphenseweg heeft een verkeersintensiteit van 6309 lichte voertuigen per dag, de extra 33 bewegingen vormen een toevoeging van 1% aan deze verkeersintensiteit. Voor de woningen die in het hofje worden gerealiseerd worden lijnbronnen opgenomen waarbij de verkeersbewegingen enerzijds via de Bruhezestraat en de Cor van der Bokstraat naar de Generaal Maczeklaan worden opgenomen en anderzijds over de De La Sallestraat naar het Sint Annaplein.
De intensiteit van een deel van deze wegen is onbekend in navolging van de CIMLK, op basis van de ‘Staat van Mobiliteit Brabant - Intensiteiten van het Netwerk’ kan wel ingeschat worden dat deze wegen een dusdanige intensiteit hebben dat verkeer vanaf dit moment is opgenomen in het heersende verkeer. Op deze afstand kan het verkeer afremmen/optrekken waarna de normale snelheid wordt bereikt. De verdeling van de lichte verkeersbewegingen zal gelijkmatig verdeeld zijn over de richtingen. Gezien de drukte van de weg wordt er voor alle wegen uitgegaan van ‘Binnen de bebouwde kom (stagnerend)’.
Gasloos bouwen
Voor nieuwbouw geldt sinds 1 juli 2018 een aardgasverbod. Dat betekent dat nieuwbouwhuizen die na die datum een vergunning hebben gekregen niet op het aardgas mogen worden aangesloten. Derhalve is er geen gasverbuik voor de woningen meegenomen in de AERIUS berekeningen. Hieruit volgt dan ook dat de emissiefactor van een nieuwbouwwoning nul is. Pagina 1 van 4
Koude start van koud vertrekkende motoren
Er komt relatief veel stikstof vrij als voertuigen met een koude motor starten (koude start). Omdat auto’s steeds schoner worden, wordt het aandeel van de koude start in de totale uitstoot van stikstof door verkeer steeds groter. Koude start en rijdend verkeer moeten daarom los worden ingevoerd, zodat de uitstoot van verkeer nauwkeuriger kan worden berekend. Op de locatie is er sprake van een koude start van de lichte motorvoertuigen (auto) als deze vertrekken vanaf de nieuwe woningen. Er wordt aangenomen dat de helft van de verkeersbewegingen een koude start heeft. In totaal zullen er dagelijks derhalve 46 koude starts plaatsvinden. De koude start vindt enerzijds plaats in het hofje en anderzijds aan de Alphenseweg.
Conclusie
Uit de uitgevoerde AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor onderhavige ontwikkeling geen belemmeringen in de gebruiksfase. Hierdoor hoeft er voor wat betreft deze fase dan ook geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit te worden aangevraagd Stikstofberekening bouwfase Om te bepalen of de beoogde ontwikkeling mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Door het uitvoeren van een AERIUS berekening kan met zekerheid gesteld worden dat er geen (toename van) stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebieden. De bouwfase is van toepassing op het bouwen van de beoogde woningen, het aanleggen van de wegen en infrastructurele voorzieningen zoals riolering en het aanleggen van de groenvoorzieningen. De bouwfase behorende bij de beoogde ontwikkeling genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door vervoersbewegingen van bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. Gezien er een beperkt aantal woningen wordt gerealiseerd is aangenomen dat de bouwfase van de woningen één jaar in beslag zal nemen, er is de mogelijkheid dat het meer dan een jaar gaat duren.
Voorliggende berekening gaat uit van een worst-case scenario waarin alle activiteiten in één jaar plaatsvinden. De totale emissie van de bouwfase is opgebouwd uit drie te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Stationair draaiende bronnen voor het leveren van materialen 3. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. 4. Koude start van koud vertrekkende motoren
Verkeersbewegingen
De wegen in de directe omgeving van de locatie, waar het bouwverkeer gebruik van zal maken, worden veelvuldig gebruikt door bewoners van Baarle-Nassau en omliggende dorpen, de Alphenseweg is namelijk een van de hoofdontsluitingen. Dit resulteert in enkele duizenden lichte voertuigen en enkele honderden (middel)zware voertuigen die per etmaal gebruik maken van de weg. Bij de verkeersbewegingen voor de bouwfase zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Lichtverkeer: 5 voertuigen per etmaal (10 vervoersbewegingen per etmaal) Zwaar verkeer: 5 voertuigen per week (10 vervoersbewegingen per week, 520 per jaar) In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet 5 keer per week zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de bouw). De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Zoals aangenomen in de berekening voor de gebruiksfase vinden er reeds vele verkeersbewegingen plaats over de Alphenseweg. De bouwlocatie zal ook ontsloten worden via deze weg. De (tijdelijke) toename van verkeersbewegingen zal beperkt zijn ten opzichte van het huidige, veelvuldige gebruik van de weg.
De lijnbron voor verkeersbewegingen van de bouwactiviteiten is derhalve in overeenstemming met die van de woningen aan de Alphenseweg uit de gebruiksfase. In noordoostelijke richting zijn de bewegingen opgenomen tot de rotonde met de Generaal Maczeklaan en de Industrieweg, in zuidwestelijke richting zijn deze opgenomen tot het kruispunt met het Sint Annaplein en de Oosteinde. Pagina 2 van 4
Het betreft in deze ‘Binnen de bebouwde kom (stagnerend)’. Daarbij kan het verkeer bij de aangehouden lengte van de lijnbron afremmen/optrekken waarna de normale snelheid wordt bereikt.
Stationair draaien vrachtwagens tijdens laden/lossen
Bij het transport van en naar het bedrijf zijn er vrachtwagens die stilstaand binnen de inrichting draaien, zoals bij het laden en lossen van de bouwmaterialen. Zoals eerder beschreven zijn er naar verwachting 260 bezoeken van vrachtwagens (520 verkeersbewegingen). Het laden/lossen duurt circa 0,5 uur per bezoek. De totale bedrijfstijd van aanwezige vrachtwagens bedraagt 130 uur per jaar. Conform bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator’, staat beschreven dat een stationair draaiende zware vrachtwagen 0,8976 gram NH3 per uur en 92,4864 gram NOx per uur produceert. Dat komt neer op (130 uur x 0,0008976 kg/jaar)=0,1167 kg NH3 per jaar en (130 uur x 0,0924864 kg/jaar)= 12,023 kg NOx per jaar.
Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage
De beoogde werkzaamheden omvatten het bouwen van 14 woningen, het aanleggen van de bijbehorende infrastructurele bouwwerken zoals riolering en wegen, alsmede het aanleggen van openbaar groen. Voor deze werkzaamheden is de inzet van verschillende mobiele werktuigen benodigd. Deze uren zijn gebaseerd op vergelijkbare projecten en berekeningen voor vele verschillende ondernemers in Brabant, alsmede op een rapport van de OMWB voor de bouwfase van woningbouwprojecten. Er is vanuit gegaan dat alle mobiele werktuigen een bouwjaar hebben van 2019. Voor de inzet van mobiele werktuigen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat verschillende graafmachines in totaal circa 104 draaiuren bezig zijn voor het grondwerk van de nieuw te realiseren bebouwing. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kabels en leidingen. Voor het grondwerk voor de riolering, infrastructuur en de aan te planten groenvoorzieningen wordt geschat dat graafmachines circa 40 uur in gebruik zijn. In totaal zal er derhalve 144 uur een graafmachine actief zijn. Voor deze graafmachines wordt uitgegaan van machines 120 kW. Graafmachine: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE V, vermogen 120 kW 144 uur (zie bovenstaande) 60 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 2752 ltr/jaar (19,11 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 165 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
2. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 32 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht. Er wordt uitgegaan van een betonpomp van 140 kW. Betonpomp: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE V, vermogen 140 kW 32 uur (zie bovenstaande) 35 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 428 ltr/jaar (13,37 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 26 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
3. Mobiele bouwkraan De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals ramen, deuren, dakelementen en materialen voor de verdiepingen. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 80 draaiuren in gebruik zal zijn. Mobiele bouwkraan Pagina 3 van 4
Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE V, vermogen 160 kW 80 uur (zie bovenstaande) 60 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 2025 ltr/jaar (25,31 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 121 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
4. Trilplaat De trilplaat is ondersteunend bij het verdichten van de bouwput en het aanleggen van de bestratingen. De trilplaat zorgt voor een stabiele ondergrond voor de beoogde bouwwerken. Er is vanuit gegaan dat deze trilplaat circa 40 draaiuren in gebruik zal zijn. Stageklasse: Draaiuren: Brandstofverbruik:
Alle werktuigen op benzine, 2takt 40 uur 200 ltr/jaar (5 ltr/u)
5. Overige mobiele werktuigen Op de projectlocatie zullen ook overige mobiele werktuigen draaien. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een laadschop, verreiker, heftruck of bestratingsmachine. In totaal wordt geschat dat deze werktuigen circa 60 draaiuren in gebruik zijn. Worstcasescenario wordt voor deze werktuigen uitgegaan van werktuigen met een vermogen van 160 kW. Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE V, vermogen 160 kW 60 uur (zie bovenstaande) 60 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 1518 ltr/jaar (25,31 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 91 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
Koude start van koud vertrekkende motoren
Er komt relatief veel stikstof vrij als voertuigen met een koude motor starten (koude start). Omdat auto’s steeds schoner worden, wordt het aandeel van de koude start in de totale uitstoot van stikstof door verkeer steeds groter. Koude start en rijdend verkeer moeten daarom los worden ingevoerd, zodat de uitstoot van verkeer nauwkeuriger kan worden berekend. Op de locatie is er sprake van een koude start van lichte en zware motorvoertuigen als deze met een koude motor (langer dan 2 uur stilstaan) vertrekken vanaf de inrichting. Voor het licht verkeer wordt er vanuit gegaan dat alle lichte voertuigen vertrekt met een koude motor (5 per dag). De zware vervoersbewegingen komen enkel materialen leveren en zijn binnen 2 uur weer weg waardoor er geen sprake is van een koude start. Dit zijn dan ook de stationair draaiende bronnen. In totaal is er derhalve sprake van 5 koude starts van licht verkeer per dag.
Conclusie
Uit de uitgevoerde AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor dit initiatief geen belemmeringen in de bouwfase. Hierdoor hoeft er voor wat betreft deze fase dan ook geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000activiteit te worden aangevraagd.
Pagina 4 van 4