Bijlage 7 - Geredigeerd- Beslissing op bezwaar 20 maart 2025
Tekst van het document
ge §
<L>
O
Baarle-Nassau n
en 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
BAARLE-NASSAU
Behandelaar: P.W.M. Geurts Telefoonnummer: Mail:
Uw kenmerk: Zaaknummer:
Verzonden op:
Bijlage: 2 x
Onderwerp:
Geachte 5.1.2.e
2 0 MAART 2025
1104192
Beslissing op bezwaarschrift
5.1.2.e
5.1.2.e
U heeft bezwaar gemaakt tegen de in de brief van 14 oktober 2024 onder punt 3 gegeven reactie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau op het verzoek om het besluit van de gemeenteraad van 10 mei 2017 tot afwijzing van het verzoek om het oorspronkelijke bouwplan aan de Stationsstraat 21, Baarle-Nassau op te nemen in een nieuw bestemmingsplan te herzien (hierna: het bestreden besluit). Wij ontvingen uw bezwaarschrift op 25 november 2024.
In deze brief leest u over de gevolgde procedure en dat wij het advies van de commissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) om u ontvankelijk te verklaren in uw bezwaren en deze bezwaren ongegrond te verklaren, opvolgen. Daarbij vullen wij de motivering aan. Wat is de gevolgde procedure? Het bezwaarschrift is ter advisering voorgelegd aan de commissie. Op 13 januari 2025 is het bezwaarschrift behandeld tijdens een hoorzitting bij deze commissie. Het verslag van de hoorzitting en het advies van de commissie d.d. 10 februari 2025 zijn bij deze briefgevoegd. Hoe luidt het advies van de commissie bezwaarschriften? De commissie adviseert ons: 1. u ontvankelijk te verklaren in uw bezwaren; 2. de bezwaren ongegrond te verklaren.
Wat besluiten wij over het bezwaarschrift? Het advies van de commissie is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en bevat begrijpelijke conclusies. Wij besluiten het advies van de commissie ten grondslag te leggen aan ons besluit u ontvankelijk te verklaren in uw bezwaren en om de bezwaren ongegrond te verklaren. Daarbij vullen wij de motivering aan. Postbus 105 5110 AC Baarle-Nassau Telefoon 14 013 E-mail: info@baarle-nassau.nl
30 enclaves,
2 gemeenten, 2 landen
Voor de motivering van dit besluit verwijzen wij naar het advies van de commissie van 10 februari 2025, waarvan wij de overwegingen tot de onze verklaren. Daarnaast vullen wij de motivering aan met de volgende passage: Wij hebben uw verzoek ontvangen op 23 augustus 2023 en in dat jaar geen reactie gegeven op dit verzoek. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op aanvragen een bestemmingsplan vast te stellen van vóór die datum is (mogelijk) overgangsrecht van toepassing. De wijze van toepassing van dit overgangsrecht volgt uit een uitspraak van de Raad van State van 17 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1529).
In dat kader is niet uitsluitend artikel 2.4 van de Omgevingswet relevant, maar ook artikel 2.8 van de Omgevingswet. Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Op 3 november 20211 heeft de gemeenteraad van Baarle-Nassau besloten de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (delegatiebesluit).
Uit het delegatiebesluit in samenhang gelezen met het voor de gronden aan de Stationsstraat 21, Baarle-Nassau geldende Omgevingsplan gemeente Baarle-Nassau, voorzover dat bestaat herziening" het bestemmingsplan "Dorpen, 2e correctieve uit (NL.IMR0.0744.BSPDorpenherz2-VS01), volgt dat het college geen bevoegdheid is toegekend het omgevingsplan te wijzigen ten behoeve van het toestaan van nieuwe bouwplannen. De hiervoor aangehaalde passage dient als aanvulling op de motivatie te worden gelezen. Daarnaast vullen we de motivering als volgt aan: Het verzoek als opgenomen in de brief van 23 augustus 2023 dient, gezien de letterlijke strekking daarvan, te worden opgevat als een verzoek om herziening van een eerder genomen besluit. Een dergelijk verzoek om herziening betreft naar zijn aard een verzoek aan een bestuursorgaan om terug te komen van een besluit. Het ligt ook daarom in de rede dat een verzoek om herziening moet worden gericht aan het bestuursorgaan dat het besluit waarvan om herziening wordt verzocht heeft genomen (ECLI:NL:RVS:2022:2323, r.o. 2). Beroep instellen? Wilt u beroep instellen tegen dit besluit? Dan moet u binnen zes weken na de dag waarop wij dit besluit aan u hebben verzonden een beroepschrift indienen bij de rechter. U moet uw beroepschrift sturen naar:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant Team Bestuursrecht Postbus 90006 4800 PA Breda
De volgende informatie moet in uw beroepschrift staan: uw naam en adres; de datum waarop u de brief schrijft; uw handtekening; een omschrijving van het besluit waartegen u beroep indient; de gronden waarom u beroep indient. 1 https/,' iokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR683305
Voorlopige voorziening Is het belangrijk dat de uitvoering van het besluit direct tegengehouden wordt? Dan kunt u een voorlopige voorziening aanvragen. U kunt deze voorziening aanvragen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank, team bestuursrecht. Het adres is postbus 90006, 4800 PA in Breda. Voor het aanvragen van deze voorziening moet u griffierecht betalen. U kunt bij de rechtbank navragen hoeveel dat precies is. U kunt het beroep- en verzoekschrift ook digitaal indienen bij genoemde rechtbank via https://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau,
de secretaris
de I &
rg meester. /
1
5.1.2.e
M
.R. de Hoon- Veelenturf
Bijlagen: 1. verslag hoorzitting commissie bezwaarschriften d.d. 13 januari 2025 2. advies commissie bezwaarschriften, overgedragen d.d. 10 februari 2025
ABG GEMEENTEN
HOORZITTING COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Zaaknummer:
1095370
Verslag van de zitting d.d.: Bestreden Beslissing: Betreft:
13 januari 2025
14 oktober 2024 Bezwaarschrift tegen de in de brief van 14 oktober 2024 onder punt 3 gegeven reactie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau op het verzoek om het besluit van de gemeenteraad van 10 mei 2017 tot afwijzing van het verzoek om het bouwplan op te nemen in een nieuw bestemmingsplan te herzien.
Aanwezig De commissie:
Bezwaarmaker:
De verweerder:
Mevrouw mr. A.J.A. de Bie, voorzitter Mevrouw mr. E.N. Schotborg, lid Mevrouw mr. L.C.M. Wijgerde, lid Mevrouw H. Schutte-Verheijden, secretaris De 5.1.2.e en 5.1.2.e 5.1.2.e mevrouw Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau, vertegenwoordigd door de heer T. de Kousemaeker.
De voorzitter opent de vergadering en stelt de aanwezigen voor. Zij geeft een korte toelichting over de positie en de werkwijze van de commissie. De commissie adviseert over het bezwaarschrift aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college). Het college zal op basis van het advies een beslissing op het bezwaarschrift nemen. De commissie bezit een ten opzichte van het gemeentebestuur onafhankelijke positie. De voorzitter geeft aan dat zij de zaak met de aanwezigen zal doornemen. De voorzitter vraagt of het klopt dat het college wel en de gemeenteraad niet heeft besloten op het verzoek van bezwaarmakers tot herziening, dat zij zowel bij het college als bij de gemeenteraad hebben ingediend. De heer De Kousemaeker geeft aan dat dit klopt. De gemeenteraad heeft een brief gestuurd naar bezwaarmakers met een verzoek om aanvullende gegevens in te dienen en dit wordt afgewacht. De voorzitter vraagt om welke aanvullende gegevens het gaat. De heer De Kousemaeker licht toe dat gevraagd wordt om te duiden om welk bouwplan het gaat en om stukken aan te leveren zodat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bouwplan beoordeeld kan worden. Vastgesteld moet worden of er sprake is van een evenredige toedeling en inrichting van functies en locaties en hiervoor zijn nadere gegevens nodig.
De voorzitter vraagt of het klopt dat de gemeenteraad het niet zozeer ziet als een verzoek om het besluit van 2017 te herzien, maar meer dat bezwaarmakers nog steeds graag willen dat er appartementen worden gebouwd en dat vergt aanpassing van het omgevingsplan. De heer De Kousemaeker geeft aan dat dit klopt. Het besluit van 3 maart 2017 bestaat uit meerdere beslispunten, waaronder de vaststelling van het ruimtelijk kader maar ook het afwijzen van het
I
verzoek aan de gemeenteraad om een bestemmingsplan vast te stellen. Het herzieningsverzoek wordt opgevat als een nieuwe aanvraag om het omgevingsplan te wijzigen. De voorzitter merkt op dat het college in het bestreden besluit inhoudelijk reageert en daarin verder aangeeft dat het college niet bevoegd is. De heer De Kousemaeker bevestigt dat het college niet bevoegd is ten aanzien van het instrument waarover gesproken wordt. De gemeenteraad is het bevoegde orgaan om een bestemmingsplan vast te stellen.
De voorzitter vraagt of bezwaarmakers nog steeds de appartementen willen realiseren. geeft aan dat het heel duidelijk is wat zij willen. Hun oorspronkelijke bouwplan is in 2007 op onjuiste gronden gesneuveld. De gemeente heeft aangegeven dat dit rechtgezet zou worden, maar dit is nooit gebeurd. Nu gaat het weer dezelfde kant op. De voorzitter merkt op dat er sinds 2007 veel is veranderd qua regels. Het lijkt erop dat de gemeenteraad het bouwplan van bezwaarmakers best wil bekijken, maar dan zullen bezwaarmakers met nieuwe stukken moeten komen want de destijds verleende bouwvergunning is gesneuveld. Hier zijn rechterlijke uitspraken over. 5.1.2.e merkt op dat dit niet waar is. De gemeente heeft de fout niet hersteld en daar geeft aan wederom de dupe kunnen bezwaarmakers niet op afgerekend worden. 5.1.2.e te worden. De voorzitter licht toe dat de gemeente uitgaat van de huidige juridische werkelijkheid en het feit dat de vergunning die bezwaarmakers destijds hebben gekregen, herroepen is. Die vergunning bestaat dus niet meer. Het gevolg van de juridische procedures is dat als bezwaarmakers de appartementen willen realiseren, dat zij opnieuw een plan daarvoor zullen moeten indienen. 5.1.2.e geeft aan dat de juridische werkelijkheid is dat er nieuwe feiten waren die ten onrechte niet in het plan waren opgenomen.
Hier moet gevolg aan worden gegeven en beaamd moet worden dat dit niet goed is gegaan. De kosten die daaraan verbonden zijn, horen bij de gemeente te liggen. Commissielid Wijgerde merkt op dat de Raad van State heeft gezegd dat er nieuwe feiten en omstandigheden zijn, maar dat de Raad van State daarnaast ook heeft geoordeeld dat het bouwplan niet past in de door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige visie. In rechtsoverweging 7.7. heeft de Raad van State geoordeeld dat de weigering van de vergunning goed is gegaan en dat deze weigering terecht niet is herzien. 5.1.2.e is het hier niet mee eens. Zij blijft volharden dat het een fout van de gemeente is. De voorzitter vraagt het college om hierop te reageren. De heer De Kousemaeker geeft aan dat de Raad van State in 2023 twee uitspraken heeft gedaan, waarin geoordeeld is dat de besluiten van het college en de gemeenteraad terecht zijn genomen. 5.1.2.e merkt op dat de gemeente zijn excuses aanbiedt, de gemeenteraad een motie aanneemt, de gemeente mediation voorstelt en dan uiteindelijk zelf de stekker overal uittrekt. Er wordt niets opgelost. De heer Aalders vindt het onvoorstelbaar dat zij alle onderzoeken van destijds planklaar in de kast hebben liggen en dat er nu weer nieuwe onderzoeken moeten plaatsvinden, waarvoor zij de kosten moeten betalen.
De voorzitter licht toe dat de commissie nu alleen kan kijken naar het genomen besluit, waarbij rekening gehouden wordt met de juridische werkelijkheid. 5.1.2.e
De voorzitter vraagt of bezwaarmakers van plan zijn om de weg van het indienen van een nieuwe geeft aan dit nog niet te weten. aanvraag met bijbehorende gegevens in te slaan. 5.1.2.e Zij benadrukt dat hun verzoek ziet op een herziening van het besluit tot intrekking van de bouwvergunning en niet op een herziening van een bestemmingsplan, dus dat het verzoek verkeerd en te laat is afgehandeld.
2
Niets meer aan de orde zijnde bedankt de voorzitter een ieder voor diens bijdrage en sluit de zitting.
De commissie bezwaarschriften,
NR >Z J.C.M. Schutte-verheijden LLB
mr. A.J.A. de Bie
secretaris
voorzitter
3
ABG GEMEENTEN Advies commissie bezwaarschriften Aalders/ Zaaknummer 1095370
-
Datum hoorzitting: Datum overdracht advies: Aan: Betreft:
13 januari 2025 10 februari 2025
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau Bezwaarschrift tegen de in de brief van 14 oktober 2024 onder punt 3 gegeven reactie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau op het verzoek om het besluit van de gemeenteraad van 10 mei 2017 tot afwijzing van het verzoek om het bouwplan op te nemen in een nieuw bestemmingsplan te herzien.
Ontvankelijkheid Tegen voornoemd besluit hebben de 5.1.2.e en mevrouw G.A.W.M. 5.1.2.e (hierna: bezwaarmakers) een bezwaarschrift ingediend d.d. 22 november 2024, ingekomen op 25 november 2024. Het bezwaarschrift is ingediend binnen de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gestelde termijn van zes weken. Tevens is door bezwaarmakers voldaan aan de in artikel 6:5 van de Awb genoemde vereisten. Bezwaarmakers zijn ontvankelijk in hun bezwaren. Gevolgde procedure Op 13 januari 2025 is aan bezwaarmakers en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau (hierna: het college) de mogelijkheid geboden het bezwaarschrift, respectievelijk het bestreden besluit, toe te lichten. Van hetgeen besproken op de zitting is verslag opgemaakt.
ov„re} )
Inhoud van het bezwaarschrift Samengevat richt het bezwaar van bezwaarmakers zich op de volgende punten: Bezwaarmakers zijn het er niet mee eens dat het college geen aanleiding ziet om aan de raad voor te stellen om het besluit van 10 mei 2017 te herzien omdat er volgens het college geen sprake is van gewijzigde planologische inzichten die daartoe nopen. Dit zou wel zo moeten zijn omdat de uitbreiding/bestemmingsplanwijziging van het perceel van de supermarkt niet volgens de wettelijke regels tot stand is gekomen en niet passend is in de omgeving. De in 2007 verleende onherroepelijke vrijstellingen zijn ten onrechte aan bezwaarmakers ontnomen en de in 2007 verleende reguliere bouwvergunning is op onjuiste gronden ingetrokken en alsnog geweigerd. Overwegingen De commissie stelt allereerst vast dat bezwaarmakers zowel een verzoek aan de gemeenteraad als aan het college hebben gedaan. De gemeenteraad heeft nog geen besluit genomen op hun verzoek in de brief van 6 september 2023. Nu er geen besluit van de gemeenteraad ligt, kan dit bezwaarschrift daar niet op zien en kan het daar in deze procedure niet over gaan. De commissie beperkt zich dus enkel tot een oordeel over het besluit van het college.
1
F
Bezwaarmakers hebben in hun brieven van 23 augustus 2023 en 14 april 2024 aan het college verzocht om: 1. hun oorspronkelijke bouwplan voor gronden aan de Stationsstraat 21 in Baarle-Nassau, en de uitkomst van de daarvoor doorlopen procedures, voor te leggen aan de gemeenteraad; 2. de gemeenteraad te verzoeken het ruimtelijk kader voor herontwikkeling van de gronden aan de Stationsstraat 21 in Baarle-Nassau te herzien; 3. het besluit van 10 mei 2017 tot 'afwijzing van een verzoek om het bouwplan op te nemen in een nieuw bestemmingsplan' te herzien. Het college gaat in de brief van 14 oktober 2024 in op de genoemde drie punten. Ten aanzien van de punten 1 en 2 deelt het college aan bezwaarmakers mee te veronderstellen dat de gemeenteraad bekend is met het bouwplan en de daarvoor doorlopen procedures, omdat bezwaarmakers op 6 september 2023 zelf (rechtstreeks) een brief hebben gestuurd naar de gemeenteraad met dezelfde strekking. Verder deelt het college aan bezwaarmakers mee dat er geen aanleiding gezien wordt om de gemeenteraad te verzoeken om het ruimtelijk kader te herzien omdat er geen sprake is van gewijzigde planologische inzichten die daartoe nopen. Ten aanzien van punt 3 geeft het college aan niet bevoegd te zijn te besluiten over de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsplan.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), waaronder de uitspraken van 17 februari 2010 (ECLI;NL;RVS:2010:BL4154) en 28 augustus 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3499), moet een mededeling van een bestuursorgaan dat het in een bepaald geval niet bevoegd is het door verzoeker gewenste rechtsgevolg te bewerkstelligen, in beginsel worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, aangezien een dergelijke mededeling in ieder geval een beoordeling inhoudt over de aanwezigheid en de reikwijdte van de door de aanvrager om een besluit veronderstelde bevoegdheid. Indien aan het bestuursorgaan waaraan het verzoek is gericht, geen enkele bevoegdheid is toegekend ter uitvoering van de wettelijke regeling waarop het verzoek betrekking heeft en het ook geen bemoeienis heeft met de aan andere bestuursorganen opgedragen uitvoering of handhaving van deze wettelijke regeling, is echter geen sprake van een besluit. Op grond hiervan is de commissie met het college van mening dat alleen de onder punt 3 gegeven reactie aangemerkt kan worden als een besluit. Over de verzoeken onder punt 1 en 2 kan deze procedure dus niet gaan. De commissie dient te beoordelen of het college zich met betrekking tot punt 3 terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen bevoegdheid is.
De bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan was vóór 1 januari 2024 geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Artikel 3.1, eerste lid, van de Wro bepaalde dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels over het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Deze regels kunnen ook strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Per 1 januari 2024 is de Wro vervallen en geldt de nieuwe Omgevingswet. Artikel 2.4 van de Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Gelet hierop is de commissie van oordeel dat het college zich in de brief terecht op het standpunt heeft gesteld niet bevoegd te zijn om te besluiten omtrent de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsplan.
2
De bezwaargronden die bezwaarmakers aanvoeren, zoals hierboven vermeld onder het kopje 'inhoud van het bezwaarschrift', hebben betrekking op de mededeling van het college ten aanzien van punt 2 in de brief van 14 oktober 2024. Hoewel dat onderdeel niet voor bezwaar vatbaar is, wenst de commissie ten overvloede daarover toch het volgende op te merken. Bij besluit van 20 februari 2013 heeft het college het vrijstellingsbesluit van 31 juli 2007, het hogere geluidwaarde besluit van 31 juli 2007, de besluiten van 31 augustus 2007, 9 december 2008, 15 januari 2008 en 18 juni 2009 herroepen en alsnog de gevraagde vrijstelling, bouwvergunning, hogere geluidgrenswaarde en inritvergunning geweigerd. Met de uitspraak van de Afdeling van 10 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4449) is het besluit van 20 februari 2013 onherroepelijk geworden.
Na dit afwijzende besluit van 20 februari 2013 zijn de avondleveringen - na 19:00 uur - aan de naastgelegen supermarkt gestopt. De Afdeling oordeelde in de uitspraak van 25 januari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:290) dat deze beëindiging aangemerkt kon worden als een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid, maar oordeelt in rechtsoverweging 7.6 tevens dat dit niet leidt tot een gegrond hoger beroep. In rechtsoverweging 7.7 oordeelt de Afdeling vervolgens dat de beëindiging van de avondleveringen niet betekent dat het bouwplan zoals aangevraagd kan worden uitgevoerd, aangezien er aanvullende geluidwerende maatregelen benodigd zijn om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat er geen aanleiding is om het besluit van 20 februari 2013 te herzien, ook al zijn de avondleveringen beëindigd. De commissie wil bezwaarmakers meegeven dat dit betekent dat de Afdeling heeft uitgesproken dat het college op goede gronden de in 2007 verleende bouwvergunning heeft ingetrokken en deze alsnog rechtmatig heeft geweigerd. Conclusie De commissie adviseert uw college: * bezwaarmakers ontvankelijk te verklaren in hun bezwaren; * de bezwaren ongegrond te verklaren.
De commissie bezwaarschriften,
HRa -/ J.C.M. Schutte-verheijden LLB
mr. A.J.A. de Bie
Secretaris
voorzitter
3
huutgs- msail.tekemet.be h paripttmessageid-47818 Tötz=Europe Brus.
5.1.2.e
erslag hoorzitting 13 januari 2025
Van : 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
< 5.1.2.e
Onderwerp : verslag hoorzitting 13 januari 2025 Aan : 5.1.2.e
5.1.2.e
> vr 28 mrt. 2025 16:34 >
Geachte 5.1.2.e
Op 20 maart 2025 ontvingen wij de beslissing op bezwaar met advies van de commissie bezwaarschriften. Het verslag van de hoorzitting ontbreekt echter. Graag ontvangen wij dat per ommegaande van u. Bij voorbaat dank.
Met vriendelijke groeten, 5.1.2.e
1 van 1
28-3-2025, 16:.
https://mail.telenet.be/h/printmessage?id=478338&tz=Europe/Brus...
5.1.2.e
verslag hoorzitting 13 januari 2025
Van : Ruimtelijke Ontwikkeling
5.1.2.e
<RuimtelijkeOntwikkeling@abg.nl>
31 mrt. 2025 10:01 2 bijlagen
Onderwerp : FW: verslag hoorzitting 13 januari 2025
Aan : 'pour.vous.madame@telenet.be' > < 5.1.2.e Geachte,
Hierbij de gevraagde stukken.
Met vriendelijke groet,
Secretariaat Ruimtelijke Ontwikkeling
ABG GEMEENTEN Werkt voor de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen
E: RuimteliikeOntwikkelinq@abq.nl
5.1.2.e Van: 5.1.2.e VQUS 5.1.2.e Verzonden: vrijdag 28 maart 2025 16:34
Aan:
5.1.2.e
5.1.2.e
<
nl>
Onderwerp: verslag hoorzitting 13 januari 2025 Geachte 5.1.2.e
Op 20 maart 2025 ontvingen wij de beslissing op bezwaar met advies van de commissie bezwaarschriften. Het verslag van de hoorzitting ontbreekt echter. Graag ontvangen wij dat per ommegaande van u. Bij voorbaat dank.
Met vriendelijke groeten, 5.1.2.e
1 van 2
4-4-2025,12::
ABG GEMEENTEN
• -
HOORZITTING COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN
Zaaknummer:
1095370
Verslag van de zitting d.d.:
13 januari 2025
Bestreden Beslissing:
14 oktober 2024
Betreft:
Bezwaarschrift tegen de in de brief van 14 oktober 2024 onder punt 3 gegeven reactie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau op het verzoek om het besluit van de gemeenteraad van 10 mei 2017 tot afwijzing van het verzoek om het
bouwplan op te nemen in een nieuw bestemmingsplan te herzien. Aanwezig De commissie:
Mevrouw mr. A.J.A. de Bie, voorzitter Mevrouw mr. E.N. Schotborg, lid Mevrouw mr. L.C.M. Wijgerde, lid Mevrouw H. Schutte-Verheijden, secretaris
Bezwaarmaker:
De verweerder:
De 5.1.2.e mevrouw 5.1.2.e
en 5.1.2.e
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau, vertegenwoordigd door de heer T. de Kousemaeker.
De voorzitter opent de vergadering en stelt de aanwezigen voor. Zij geeft een korte toelichting over de positie en de werkwijze van de commissie. De commissie adviseert over het bezwaarschrift aan
het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college). Het college zal op basis van het
advies een beslissing op het bezwaarschrift nemen. De commissie bezit een ten opzichte van het
gemeentebestuur onafhankelijke positie. De voorzitter geeft aan dat zij de zaak met de aanwezigen zal doornemen. De voorzitter vraagt of het klopt dat het college wel en de gemeenteraad niet heeft besloten op het
verzoek van bezwaarmakers tot herziening, dat zij zowel bij het college als bij de gemeenteraad hebben ingediend. De heer De Kousemaeker geeft aan dat dit klopt. De gemeenteraad heeft een brief gestuurd naar bezwaarmakers met een verzoek om aanvullende gegevens in te dienen en dit wordt afgewacht. De voorzitter vraagt om welke aanvullende gegevens het gaat. De heer De Kousemaeker licht toe dat gevraagd wordt om te duiden om welk bouwplan het gaat en om stukken aan te leveren zodat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bouwplan beoordeeld kan
worden. Vastgesteld moet worden of er sprake is van een evenredige toedeling en inrichting van functies en locaties en hiervoor zijn nadere gegevens nodig.
De voorzitter vraagt of het klopt dat de gemeenteraad het niet zozeer ziet als een verzoek om het besluit van 2017 te herzien, maar meer dat bezwaarmakers nog steeds graag willen dat er appartementen worden gebouwd en dat vergt aanpassing van het omgevingsplan. De heer De Kousemaeker geeft aan dat dit klopt. Het besluit van 3 maart 2017 bestaat uit meerdere beslispunten, waaronder de vaststelling van het ruimtelijk kader maar ook het afwijzen van het
ik aan de gemeenteraad om een bestemmingsplan vast te stellen. Het herzieningsverzoek opgevat als een nieuwe aanvraag om het omgevingsplan te wijzigen. orzitter merkt op dat het college in het bestreden besluit inhoudelijk reageert en daarin verder eft dat het college niet bevoegd is. De heer De Kousemaeker bevestigt dat het college niet gd is ten aanzien van het instrument waarover gesproken wordt. De gemeenteraad is het gde orgaan om een bestemmingsplan vast te stellen.
De voorzitter vraagt of bezwaarmakers nog steeds de appartementen willen realiseren. 5.1.2.e . geeft aan dat het heel duidelijk is wat zij willen. Hun oorspronkelijke bouwplan is in 2007 op onjuiste gronden gesneuveld. De gemeente heeft aangegeven dat dit rechtgezet zou worden, maar dit is nooit gebeurd. Nu gaat het weer dezelfde kant op. De voorzitter merkt op dat er sinds 2007 veel is veranderd qua regels. Het lijkt erop dat de gemeenteraad het bouwplan van bezwaarmakers best wil bekijken, maar dan zullen bezwaarmakers met nieuwe stukken moeten komen want de destijds verleende bouwvergunning is gesneuveld. Hier zijn rechterlijke uitspraken over. 5.1.2.e merkt op dat dit niet waar is. De gemeente heeft de fout niet hersteld en daar kunnen bezwaarmakers niet op afgerekend worden. 5.1.2.e geeft aan wederom de dupe te worden. De voorzitter licht toe dat de gemeente uitgaat van de huidige juridische werkelijkheid en het feit dat de vergunning die bezwaarmakers destijds hebben gekregen, herroepen is. Die vergunning bestaat dus niet meer. Het gevolg van de juridische procedures is dat als bezwaarmakers de appartementen willen realiseren, dat zij opnieuw een plan daarvoor zullen moeten indienen. 5.1.2.e geeft aan dat de juridische werkelijkheid is dat er nieuwe feiten waren die ten onrechte niet in het plan waren opgenomen.
Hier moet gevolg aan worden gegeven en beaamd moet worden dat dit niet goed is gegaan. De kosten die daaraan verbonden zijn, horen bij de gemeente te liggen. Commissielid Wijgerde merkt op dat de Raad van State heeft gezegd dat er nieuwe feiten en omstandigheden zijn, maar dat de Raad van State daarnaast ook heeft geoordeeld dat het bouwplan niet past in de door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige visie. In rechtsoverweging 7.7. heeft de Raad van State geoordeeld dat de weigering van de vergunning goed is gegaan en dat deze weigering terecht niet is herzien. 5.1.2.e is het hier niet mee eens. Zij blijft volharden dat het een fout van de gemeente is. De voorzitter vraagt het college om hierop te reageren. De heer De Kousemaeker geeft aan dat de Raad van State in 2023 twee uitspraken heeft gedaan, waarin geoordeeld is dat de besluiten van het college en de gemeenteraad terecht zijn genomen. 5.1.2.e merkt op dat de gemeente zijn excuses aanbiedt, de gemeenteraad een motie aanneemt, de gemeente mediation voorstelt en dan uiteindelijk zelf de stekker overal uittrekt. Er wordt niets opgelost. De heer Aalders vindt het onvoorstelbaar dat zij alle onderzoeken van destijds planklaar in de kast hebben liggen en dat er nu weer nieuwe onderzoeken moeten plaatsvinden, waarvoor zij de kosten moeten betalen.
De voorzitter licht toe dat de commissie nu alleen kan kijken naar het genomen besluit, waarbij rekening gehouden wordt met de juridische werkelijkheid.
De voorzitter vraagt of bezwaarmakers van plan zijn om de weg van het indienen van een nieuwe aanvraag met bijbehorende gegevens in te slaan. 5.1.2.e geeft aan dit nog niet te weten. Zij benadrukt dat hun verzoek ziet op een herziening van het besluit tot intrekking van de bouwvergunning en niet op een herziening van een bestemmingsplan, dus dat het verzoek verkeerd en te laat is afgehandeld.
y
2
cS meer aan de orde zijnde bedankt de voorzitter een ieder voor diens bijdrage en sluit de zitting.
De commissie bezwaarschriften,
VAa 44 J.C.M. Schutte-verheijden LLB
mr. AJ.A. de Bie
secretaris
voorzitter