CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6j - Toelichting Bijlage 10 Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad (openbaar) 20 mei 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel -Vaststelling TAM-IMRO Omgevingsplan Oordeelsestraat 66-688.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 25169 Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau Gemeente Baarle-Nassau Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Richard Exaltus Joep Orbons

Januari 2026

ArcheoPro

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 25169 Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau Gemeente Baarle-Nassau Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie

Van Dun advies, Raadhuisstraat 32, 5126 CJ Gilze 25-304 ArcheoPro Rapport Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau 2026 01 28 28-01-2026 Definitief 5864411001 Gemeente Baarle-Nassau Programmabureau Regio West Brabant Provincie Noord-Brabant 1569-7363 Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Niet van toepassing Drs R.P. A. Paulussen, senior KNA archeoloog

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2025 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland

Versie: 28-01-2026

Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl

Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 3

Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 5 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 5 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 5 1.3 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................ 5 1.4 ONDERZOEK (LS01) ........................................................................................................................................................................ 5 1.5 DOEL- EN VRAAGSTELLING ......................................................................................................................................................................... 6

2. BUREAUONDERZOEK ........................................................................................................................ 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE, AARDKUNDE EN BODEM (LS04) ...................................................................................................................13 2.3 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................20 2.4 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................26 2.5 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05) ...........................................................................................37 2.6 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................39

3. VELDONDERZOEK .............................................................................................................................. 40 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................40 3.2 RESULTATEN BOORONDERZOEK (VS03) .........................................................................................................................................40

4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

(VS07) ............................................................................. 44

4.1. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................44 4.2 SELECTIEBESLUIT.......................................................................................................................................................................................45

5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 46 6. BIJLAGES................................................................................................................................................ 48 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................48 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................48 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................49 BIJLAGE 4: OVERZICHT ARCHEOLOGISCHE ONDERZOEKSMELDINGEN .....................................................................................................50 BIJLAGE 5: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................51

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 4

Samenvatting Op 28 november 2025 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Oordeelsestraat 66 te Baarle-Nassau in de gelijknamige gemeente. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied gezien de ligging buiten een gradiëntzone en niet in de nabijheid van (voormalig) open water, eerder een middelhoge dan een hoge verwachting voor archeologische resten van tijdelijke kampementen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Gezien de ligging van het plangebied op een zone van hooggelegen dekzand waarop diverse vindplaatsen uit deze perioden liggen, geldt een hoge verwachting voor nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd en de Romeinse tijd. Ditzelfde geldt voor resten uit de vroege-middeleeuwen. Ondanks de ligging nabij de historische bebouwing van het gehucht Oordeel, geldt op basis van historische gegevens waaruit blijkt dat het plangebied op een akker lag en op relatief grote afstand van historische bebouwing, een lage verwachting voor resten van bebouwing uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, zijn binnen het plangebied veertien boringen gezet in een dichtheid van acht boringen per hectare.

Op basis van de resultaten hiervan kunnen de onderzoeksvragen als volgt worden beantwoord: Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? Oorspronkelijk lijken binnen het plangebied enkeerdgronden te hebben bestaan met een akkerdek van ongeveer een halve meter dik met daaronder een tussenlaag van matig humeus zand. Hieronder lag een C-horizont waarvan de top op ongeveer 26,3 meter +NAP lag. Deze bodemopbouw is op nog één, tussen twee oude kastanjebomen gelegen boorpunten aangetroffen. De op de overige boorpunten aangetroffen Cg-horizont is kenmerkend voor bodems met een sterk wisselende grondwaterstand waar ijzerhoudend grondwater lateraal naar toestroomt om vervolgend in contact te komen met zuurstof en als oranje vlekken neer te slaan. -In welke mate is de bodem verstoord? Vergelijking van de bodemopbouw op het boorpunt met een nog deels intacte enkeerdgrond met die op de overige boorpunten, laat zien dat binnen het overgrote deel van het plangebied de bodem tot minimaal zestig centimeter in de top van de C-horizont verstoord. Plaatselijk loopt deze diepte zelfs op tot meer dan een meter.

-Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Gezien de bodemverstoring van minimaal zestig centimeter in de top van de C-horizont, is de kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische sporen binnen het plangebied, erg klein.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 5

1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie

1.2 Locatiegegevens

Van Dun advies, Raadhuisstraat 32, 5126 CJ Gilze Fonny van de Heijning November 2025 28-11-2025 5864411001 OPA Gemeente Baarle-Nassau Programmabureau Regio West Brabant Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant

(LS02)

Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied (bounding box) Kadastrale ligging Oppervlakte plangebied Eigendom Huidig grondgebruik Hoogteligging Klic nummer Bepaling locaties

Noord-Brabant Baarle-Nassau Baarle-Nassau Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau Ten oosten van Baarle-Nassau 124610 / 384349 124610 / 384607 124728 / 384607 124728 / 384349 Figuur 4 1.91 Hectare Particulier Erf met agrarische bedrijfsgebouwen en woningen Circa 27,04 meter +NAP 25G0851268 GPS Garmin, meetlinten

1.3 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep Wijze fundering Onderkeldering

1.4 Onderzoek

De sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen. Niet van toepassing Niet van toepassing

(LS01)

Op 28 november 2025 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Oordeelsestraat 66 te Baarle-Nassau in de gelijknamige

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 6

gemeente. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen binnen het plangebied. Hiertoe benodigde graafwerkzaamheden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Op de gemeentelijke beleidskaart valt het plangebied grotendeels in categorie 3 en deels ook in categorie 2. Volgens het vigerend bestemmingsplan is in zones van categorie 3, archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen groter dan honderd vierkante meter die dieper reiken dan veertig centimeter). Hier geldt een lage verwachting voor resten van jagers-verzamelaars uit de steentijd en een hoge verwachting voor resten van landbouwers uit het neolithicum en later. De zone van categorie 2 heeft betrekking op een bekende archeologische vindplaats. Om hier een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie.

1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kunnen de volgende vragen beantwoord worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? -In welke mate is de bodem verstoord? -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Welke vorm van vervolgonderzoek is geschikt om eventueel aanwezige resten nader te onderzoeken? ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.2 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-archeoloog) en drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA-archeoloog/senior vakspecialist).

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 7

Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart. 1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.

1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 8

Figuur 2: De binnen het plangebied voorgenomen sloopwerkzaamheden

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 9

Figuur 3: De paraplubeheerdsverordening Baarle-Nassau 2023 ter hoogte van het plangebied 2 .

2 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 10

Figuur 4: Het plangebied op de kadasterkaart 3

3 Bron: www.kadaster.nl

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 11

2. Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.2, protocol 4002 en de Regionale Richtlijnen voor West-Brabant. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren.

Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • Gemeente Baarle-Nassau, Archeologische beleidskaart • Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 • Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de

historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 12

verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.

Figuur 5: Luchtfoto uit 2024 met daarop rood omlijnd het plangebied 4

4 Bron: http://www.pdok.nl

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 13

2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem

(LS04)

Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichseliën), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken en de brede riviervlaktes dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Daarbij werden de oude rivierafzettingen van de Maas afgedekt. Deze rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de Formatie van Sterksel gerekend. In het onderzoeksgebied liggen oude rivierafzettingen aan of dicht onder het maaiveld. Een groot deel van de formatie is door een verwilderd riviersysteem afgezet. De Formatie van Sterksel is afgezet in het laatste deel van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar geleden) tot en met het Midden-Pleistoceen (circa 475.000 jaar geleden). In het Holoceen (11.755 jaar BP tot heden) steeg de temperatuur. Het landijs smolt, waardoor de zeespiegel steeg. Door de zeespiegelstijging steeg ook de grondwaterspiegel, waardoor lager liggende terreindelen natter werden. Hierdoor trad op steeds grotere schaal veenvorming op. Dit veen behoort tot de formatie van Nieuwkoop (laagpakket van Griendtsveen) en is vanaf de middeleeuwen in toenemende mate ontgonnen.

De veenkaart uit Verdwenen Venen (Leenders K.A.H.W, 2013), laat alleen potentiële veenvorming in dalvormige laagten zien die op ongeveer een halve kilometer afstand ten oosten van het plangebied liggen (zie figuur 6). De geomorfologische kaart geeft deze dalvormige laagten aan als langgerekte, ondiepe dalvormige laagten (legenda-eenheid 22R23 op figuur 8). Het plangebied zelf ligt volgens de geomorfologische kaart echter op terrasafzettingswelvingen (figuur 8, legenda-eenheid 3L41d). Ongeveer driehonderd meter ten westen van het plangebied ligt een vrij vlak dekzandplateau met een ontginningsdek (legenda-eenheid 4F51yc op figuur 8). Dit dekzandplateau is op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (figuur 9) goed te herkennen aan de relatief hoge ligging. Tevens is op het AHN te zien dat ook het plangebied hierop lijkt te liggen. Wel wordt het AHN-beeld in en rond het plangebied enigszins vertekend door de aanwezige bebouwing. Tevens is te zien dat direct ten zuidoosten van het plangebied enkele terreindelen ongeveer een halve meter zijn afgegraven en dat het plangebied op een relatieve hoogte ligt die min of meer de oostrand lijkt te vormen van een aanmerkelijk hoger gelegen deel van het dekzandlandschap ten westen van het plangebied. Op voldoende ontwaterde delen van het zandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan.

Deze worden ook op het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied op de bodemkaart aangegeven (legenda-eenheid Hn23 op figuur 10), en worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). Binnen het plangebied zelf geeft de bodemkaart de aanwezigheid aan van hoge zwarte enkeerdgronden die zijn gevormd in lemig fijn zand (figuur 10, legenda-eenheid zEZ23). De enkeerdgronden worden gekenmerkt door een tenminste 50 centimeter dikke zwarte humeuze bovengrond. Een dergelijk akkerdek is veelal in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd ( tot ± 1900), ontstaan ten gevolge van eeuwenlange bemesting met potstalmest. De grondwatertrap binnen het plangebied bedraagt waarschijnlijk VII (zie figuur 11). Dit betekent dat het gedurende het gehele jaar goed ontwaterde bodems betreft. Pal ten zuidwesten van het plangebied geeft de bodemkaart de aanwezigheid aan van Vorstvaaggronden die zijn gevormd in lemig fijn zand (figuur 10, legenda-eenheid Zb23). Deze worden gekenmerkt door beginnende bodemvorming.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 14

Figuur 6: Uitsnede uit de geologische kaart. 5 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

5 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 15

Figuur 7: Uitsnede uit de paleogeografische kaart. 6 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 6 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 16

Figuur 8: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. 7 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

7 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 17

Figuur 9: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. 8 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

8 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 18

Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 9

9 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 19

Figuur 11: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 10

10 Bron: Universiteit Wageningen, 2017

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 20

2.3 Archeologie

(LS01/LS04)

Op de gemeentelijke beleidskaart valt het plangebied overwegend binnen een zone met een lage archeologische verwachting voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en een hoge verwachting voor resten van landbouwers. Tevens ligt een klein deel van de noordwesthoek van het plangebied binnen de randzone van een bekende vindplaats. zaaknummer 2788389100. Hier is een vuurstenen spits uit de periode neolithicum tot vroege bronstijd gevonden. Een dergelijke spits kan tijdens jachtactiviteiten e.d. verloren zijn en hoeft niet te duiden op de aanwezigheid van een vestigingslocatie. Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen veelal op relatief hooggelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Later, in het neolithicum wanneer een sedentair bestaan in de plaats komt van een nomadisch levenswijze, verkiest men vooral de hoogste delen van het dekzandlandschap. Deze nederzettingskeuze bleef tot in de vroege middeleeuwen bestaan. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren.

Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied (Tebbens L. A., 2016 in: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016) dat heeft plaatsgevonden in het kader van de Oogst van Malta, heeft door de geringe beschikbaarheid van data uit deze perioden, geen bijstelling van dit model opgeleverd voor resten uit het laat-paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Wel geldt specifiek voor het westelijk deel van het Brabants zandgebied dat rekening moet worden met de afdekking met veen van lage delen van het landschap in het mesolithicum en het neolithicum. Gedurende de late prehistorie verschuift de bewoning naar de allerhoogste delen. Dit is mogelijk het gevolg van geleidelijke vernatting van het landschap, waarbij juist de vernatte, moerassige delen niet meer bewoond worden. De bewoning in de periode ijzertijd – Romeinse tijd vertoont een sterke mate van continuïteit die plaatselijk al in de bronstijd begint. De bewoningslacune die in overige delen van Brabant na de Romeinse tijd wordt gezien, lijkt in West-Brabant door eerder optredende Merovingische kolonisatie, al tussen 450 en 500 AD tot een einde te zijn gekomen en daarmee ongeveer een eeuw vroeger dan in het oosten van Brabant. Plaatselijk lijkt zelfs geen onderbreking te hebben bestaan.

Tot in de volle- en late middeleeuwen loopt de bewoning ononderbroken door met een duidelijke verdichting van de bewoning in de late middeleeuwen. Binnen een halve kilometer rond het plangebied liggen volgens het Archeologisch Informatiesysteem van de Rijksoverheid (Archis), de volgende vijf bekende archeologische vindplaatsen: Driehonderd meter ten zuidoosten van het plangebied is tijdens een door RAAP in het kader van ruilverkavelingswerkzaamheden uitgevoerde oppervlaktekarteringen in 2008 en 2009 een polijststeen uit de vroege ijzertijd gevonden (zaaknummer 2246498100). Bijna een halve kilometer ten zuidwesten van het plangebied liggen twee locaties met zaaknummer 2470949100. Hier is in 2020 in het tracé van de randweg van Baarle-Nassau een nederzettingsterrein uit de midden-bronstijd tot ijzertijd opgegraven. Ruim vierhonderd meter ten noorden van het plangebied zijn resten van handgevormd aardewerk aangetroffen dat niet nader gedateerd is dan neolithicum tot ijzertijd (zaaknummer 3267884100). Op ongeveer vijftig meter ten oosten van het plangebied ligt zaaknummer 2788389100. Hier is een vuurstenen spits uit de periode neolithicum tot

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 21

vroege bronstijd gevonden. Een dergelijke spits kan tijdens jachtactiviteiten e.d. verloren zijn en hoeft niet te duiden op de aanwezigheid van een vestigingslocatie.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 22

Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties. 11 Het plangebied is groen omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

11 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 23

Figuur 13: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen. 12 Het plangebied is groen omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 24

Figuur 14: Uitsnede uit de kaart rijksmonumenten. Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 25

Figuur 16a: Uitsnede uit de gemeentelijke verwachtingskaart. 13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

13 Bron: Gemeente Baarle-Nassau

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 26

Figuur 16b: Legenda van de gemeentelijke verwachtingskaart. 14 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer

2.4 Historie (LS03) Op de Ferraris kaart uit 1770 en op de kaart van Vandermaelen uit 1850 (zie figuur 19), is ten zuiden van de Oordeelsestraat nog geen bebouwing afgebeeld in of nabij het plangebied. Wel lag al tot het gehucht Ordeel behorende bebouwing tegenover het plangebied, ten noorden van de straat. Volgens de kaarten van historische relicten en het historisch landschap (zie figuren 20 en 21) valt het meest noordwestelijke deel van het plangebied binnen de zone met historische bebouwing van Oordeel. Op de kadasterkaart uit 1832 is ook nog geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied, evenmin als op de uitsneden uit de topografische kaart uit 1845 en 1899 (zie figuur 22). Op deze kaarten bestaat het plangebied nog uit een door houtwallen omgeven akker. Op de topografische kaart uit 1959 is het noordelijke deel van het plangebied inmiddels bebouwd. Later in de twintigste eeuw zijn ook de overige delen van het plangebied bebouwd en is op het centrale, oostelijke deel een vijver gegraven. Volgens de BAG-viewer van het kadaster dateert de oudste bebouwing binnen het plangebied (de woning met nr. 66 en de ten zuiden daarvan gelegen schuur), uit 1919. De woningen ten westen daarvan dateren uit 1989 en 1956 en de meest recente bebouwing bestaat uit de grote noord-zuid lopende schuur op het zuidelijke deel van het plangebied; deze dateert uit 2009.

De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME), toont in of nabij het plangebied geen bijzonderheden. In of nabij het plangebied liggen geen gebouwde monumenten (zie figuur 14).

14 Bron: Gemeente Baarle-Nassau

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 27

Figuur 17: Uitsnede uit de kaart van Verheesch. 15 De globale ligging van het plangebied is blauw omlijnd.

15 Bron: Verheesch

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 28

Figuur 18: Uitsnede uit de kaart van Ferraris uit 1770. De globale ligging van het plangebied is blauw omlijnd.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 29

Figuur 19: Uitsnede uit de kaart van Vandermaelen uit 1850. Het plangebied is rood omlijnd.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 30

Figuur 20a: Uitsnede uit de kaart met historische relicten (naar Renes, 1985) 16 Het plangebied is rood omlijnd.

16 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 31

Figuur 20b: Legenda van de kaart met historische relicten (naar Renes, 1985) 17

17 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 32

Figuur 21a: Uitsnede uit de kaart met historisch landschap (naar Renes, 1985) 18 Het plangebied is rood omlijnd.

18 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 33

Figuur 21b: Legenda van de kaart met historische landschapselementen (naar Renes, 1985)

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 34

Figuur 22: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832 19 19 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 35

Figuur 23: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1899, 1959 en 2023. 20 Het plangebied is telkens rood omlijnd.

20 Bron: Kadaster Topografische Dienst

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 36

Figuur 24: De ligging van het plangebied op de Indicatieve Kaart Militaire Elementen

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 37

2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

(LS05)

Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt aan de oostrand van de zone met historische bebouwing van Oordeel en heeft tot in het begin van de twintigste eeuw uit een door houtwallen omgeven akker bestaan. De eerste bebouwing binnen het plangebied dateert uit 1919. Verwachte perioden (datering) Gezien de ligging buiten een gradiëntzone en niet in de nabijheid van (voormalig) open water, geldt voor het plangebied een lage verwachting voor archeologische resten van tijdelijke kampementen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. De nabij het plangebied aangetroffen vuurstenen spits uit de periode neolithicum tot vroege bronstijd gevonden. Een dergelijke spits kan tijdens jachtactiviteiten e.d. verloren zijn en hoeft niet te duiden op de aanwezigheid van een vestigingslocatie. Gezien de ligging van het plangebied op een zone van hooggelegen dekzand waarop diverse vindplaatsen uit deze perioden liggen, geldt minimaal een middelhoge verwachting voor nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd en de Romeinse tijd. Ditzelfde geldt voor resten uit de vroege-middeleeuwen.

Ondanks de ligging nabij een historische kern, geldt op basis van historische gegevens waaruit blijkt dat het plangebied op een akker lag en op relatief grote afstand van historische bebouwing, een lage verwachting voor resten van bebouwing uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Complextypen Nederzettingsresten uit het paleolithicum en het mesolithicum kunnen zowel bestaan uit basisnederzettingen met een oppervlakte tussen 200 en 1.000 m² als uit kleine tijdelijke kampementjes met zeer geringe afmetingen die nauwelijks meer zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp van enkele tientallen vierkante meters. Uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen resten van nederzettingen en grafvelden aanwezig zijn. Deze beslaan doorgaans meerdere hectares. Tevens kunnen resten van perceelsgrenzen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd aanwezig zijn. Uiterlijke kenmerken Sporen uit het paleolithicum en het mesolithicum zijn veelal schaars en ondiep en bestaan doorgaans slechts uit haardkuilen. In samenhang hiermee komen strooiingen van houtskool en vuursteen voor. Nederzettingsresten uit perioden vanaf de late prehistorie tot en met de nieuwe tijd kunnen voorkomen als concentraties van vondstmateriaal (aardewerk, bouwsteen, natuursteen) of als vullingen van afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, e.d.

Deze resten zullen indien aanwezig, direct onder de bouwvoor voorkomen. Indien nederzettingsresten worden aangetroffen, kan ook de aanwezigheid van bijbehorende sporen van begravingen, in de vorm van crematie- en inhumatiegraven, niet worden uitgesloten. Gaafheid en diepteligging Door het gebruik voor de akkerbouw zal op zijn minst de bovenste dertig tot veertig centimeter van de bodem zijn verstoord. Het bouwen van woningen en agrarische bedrijfsgebouwen, alsmede het graven van een vijver, zal tenminste plaatselijk tot diepere bodemverstoring geleid hebben. Archeologische sporen kunnen veracht worden vanaf ongeveer dertig centimeter beneden het maaiveld of onder een eventueel dikker, akkerdek.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 38

Figuur 25: De ligging van het plangebied in relatie tot kabels en leidingen (bron:KLIC)

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 39

2.6 Onderzoeksstrategie (LS05) Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een guts. Binnen het plangebied zijn veertien boorpunten verdeeld over een zo gelijkmatig mogelijk netwerk. Hierdoor is binnen het 1,91 hectare grote plangebied een gemiddelde boordichtheid bereikt van ongeveer acht boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet als verkennend booronderzoek om na te gaan hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin nog behoudenswaardige archeologische resten bewaard gebleven kunnen zijn. Bij gebruik van een megaboor en het zeven van het daarmee opgeboorde zand, volstaat deze aanpak volgens de Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2012), tevens als brede zoekoptie in zand (zoekoptie E1). Zelfs met de door ArcheoPro gehanteerde hoge boordichtheid is op basis van booronderzoek nooit te garanderen dat alle typen archeologische resten kunnen worden opgespoord. De kans op het aantreffen van grondsporen is bijvoorbeeld aanmerkelijk groter indien een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Een dergelijke aanpak zou echter in dit stadium van het onderzoek een te zwaar middel vormen.

Figuur 26: Het plangebied nabij boorpunt 14, gezien in noordelijke richting.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 40

3. Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:

Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 31). Zandguts met diameter van twee centimeter Veertien Acht boringen per hectare 0,8 – 1,7m –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)

Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.

3.2 Resultaten booronderzoek (VS03) De boringen zijn overwegend gezet in twee noord - zuid gerichte boorraaien van vijf en zes boringen met nog twee boringen op het noordwestelijke deel van het plangebied. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd Bovenin de boringen 1 tot en met 4 en 7 tot en met 14 is een ongeveer een halve meter dikke teellaag aangetroffen van humusrijk zand. Behalve op boorpunt 4, is onder deze teellaag op al deze boorpunten een menglaag aangetroffen van geel zand met daarin brokken humeus zand of van brokken zand van uiteenlopend humusgehalte (zie figuur 28). Op de boorpunten 5 en 6 en is een dergelijke menglaag al direct vanaf het maaiveld aangetroffen. De (gezamenlijke) dikte van de toplaag en deze menglagen loopt uiteen van ongeveer negentig centimeter op de boorpunt 12 tot en met 14 tot bijna anderhalve meter op boorpunt 9.

Figuur 27: Voorbeelden van de binnen het plangebied op vrijwel alle boorpunten onder de teellaag van humusrijk zand aangetroffen menglagen van geel zand met brokken humeus zand en brokken zand van uiteenlopend humusgehalte.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 41

De meest intacte bodemopbouw is aangetroffen op boorpunt 4. Hier is onder een teellaag van 35 centimeter dikte een pakket matig humeus zand aanwezig waarin het humusgehalte naar beneden toe, geleidelijk aan afneemt. Hieronder ligt direct een ongeroerde Cg-horizont. Deze wordt gekenmerkt door oxidatievlekken (zie figuur 28). Een dergelijke bodemhorizont van door oxidatievlekken oranje gevlekt zand, is kenmerkend voor bodems met een sterk wisselende grondwaterstand waar ijzerhoudend grondwater lateraal naar toestroomt om vervolgens in contact te komen met zuurstof en als oranje vlekken neer te slaan. Dit gebeurt vaak op hellingen. Een dergelijke Cg-horizont is ook aangetroffen onderin alle overige boringen. Een overgangslaag van matig humeus zand zoals is aangetroffen op boorpunt 4, is vaak aanwezig onder een akkerdek van een enkeerdgrond. Vergelijking van de bodemopbouw op boorpunt 4 met die op de overige boorpunten, laat zien dat de bodem op alle overige boorpunten tot minimaal zestig centimeter in de C-horizont is verstoord. Net betreft boorpunt 2 die net als boorpunt 4 langs de noordrand van het plangebed ligt en waarin de bodem tot slechts vijftien centimeter in de C-horizont is verstoord. Gemiddeld is de bodem echter tot bijna een meter in de C-horizont verstoord.

De intactheid van de bodem op boorpunt 4 kan verklaard worden door de ligging van dit boorpunt tussen twee oude tamme kastanjebomen. Deze lijken op het oog minimaal honderd jaar oud te zijn en zouden kunnen zijn aangeplant toen hier in 1919 de eerste woning en schuur zijn gebouwd.

Figuur 28: Foto van boring 4 met de hierin aangetroffen laag matig humeus zand met daaronder direct de intacte Cg-horizont.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 42

Figuur 29: Foto van de beide oude tamme kastanjebomen waartussen boring 4 is gezet.

Figuur 30: De resultaten van het booronderzoek in de vorm van boorprofielen

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 43

Figuur 31: Boorpunten met verstoringsdiepten

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 44

4. Conclusies en aanbevelingen

(VS07)

Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied gezien de ligging buiten een gradiëntzone en niet in de nabijheid van (voormalig) open water, eerder een middelhoge dan een hoge verwachting voor archeologische resten van tijdelijke kampementen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Gezien de ligging van het plangebied op een zone van hooggelegen dekzand waarop diverse vindplaatsen uit deze perioden liggen, geldt een hoge verwachting voor nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd en de Romeinse tijd. Ditzelfde geldt voor resten uit de vroege-middeleeuwen. Ondanks de ligging nabij de historische bebouwing van het gehucht Oordeel, geldt op basis van historische gegevens waaruit blijkt dat het plangebied op een akker lag en op relatief grote afstand van historische bebouwing, een lage verwachting voor resten van bebouwing uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, zijn binnen het plangebied veertien boringen gezet in een dichtheid van acht boringen per hectare.

Op basis van de resultaten hiervan kunnen de onderzoeksvragen als volgt worden beantwoord: Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? Oorspronkelijk lijken binnen het plangebied enkeerdgronden te hebben bestaan met een akkerdek van ongeveer een halve meter dik met daaronder een tussenlaag van matig humeus zand. Hieronder lag een C-horizont waarvan de top op ongeveer 26,3 meter +NAP lag. Deze bodemopbouw is op nog één, tussen twee oude kastanjebomen gelegen boorpunten aangetroffen. De op de overige boorpunten aangetroffen Cg-horizont is kenmerkend voor bodems met een sterk wisselende grondwaterstand waar ijzerhoudend grondwater lateraal naar toestroomt om vervolgend in contact te komen met zuurstof en als oranje vlekken neer te slaan. -In welke mate is de bodem verstoord? Vergelijking van de bodemopbouw op het boorpunt met een nog deels intacte enkeerdgrond met die op de overige boorpunten, laat zien dat binnen het overgrote deel van het plangebied de bodem tot minimaal zestig centimeter in de top van de C-horizont verstoord. Plaatselijk loopt deze diepte zelfs op tot meer dan een meter.

-Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Gezien de bodemverstoring van minimaal zestig centimeter in de top van de C-horizont, is de kans op de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische sporen binnen het plangebied, erg klein.

4.1. Selectieadvies Gezien het bovenstaande is er geen aanleiding om binnen het plangebied archeologisch vervolgonderzoek te adviseren Evenmin zijn archeologische waarden aangetroffen waarmee bij de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. Het lijkt gerechtvaardigd om de verwachting voor resten uit alle perioden, binnen het plangebied bij te stellen tot een lage verwachting. Niettemin blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 45

4.2 Selectiebesluit Bovenstaand advies is een selectieadvies. Het rapport zal eerst beoordeeld worden door de bevoegde overheid die hierover een selectiebesluit zal nemen en de benodigde vergunning(en) zal afgeven. Er is momenteel nog geen selectiebesluit genomen over dit rapport.

Figuur 32: Advieskaart

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 46

5. Literatuur en bronnen Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brabant.nl/CHW)

Cultuurhistorische

waardekaart

(http://www.noord-

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 3.0 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 47

Digitale bronnen Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III http://archis.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto, http://www.pdok.nl

Literatuur Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006) Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985 Pel H. 2007. Op de kaart gezet: Hendrik Verhees. Politicus, kaartenmaker en waterstaatkundige (1744-1813) Tebbens L.A., 2016: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. In: Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016. Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. Nederlandse Archeologische Rapporten 51. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 48

6. Bijlages Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd

Versie: 28-01-2026

Datering 250.000

- 9000

9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500

-

4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 49

Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties Zaak nr: Coördinaat Afstand 2246498100 124895/384225 339 m ZuidOost 2470949100 124252/384203 499 m ZuidWest

Periode IJzertijd

Vondsten Gebruiksmateriaal, keramiek, onbekend

Complexen Bewoning

Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd

Bouwmateriaal, gebruiksmateriaal, keramiek, metaal, vuursteen, onbekend

Geen

2470949100 124201/384530 471 m West

Paleoliticum, Bouwmateriaal, Mesoliticum, Neoliticum, keramiek, metaal, Bronstijd, IJzertijd, vuursteen, onbekend Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd, Onbekend

Geen

2788389100 124740/384520 82 m NoordOost

Neoliticum, Bronstijd

Vuursteen

Onbekend

3267884100 124781/384931 467 m Noord

Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd

Keramiek

Onbekend

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 50

Bijlage 4: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen Zaak nr: Coördinaat Afstand Onderzoek 2222797100 124090/385008.5 785 m Proefsleuven Oppervlak: 145.16 Noordha. West

Periode Vondsten Paleoliticum, mesoliticum, Bouwmateriaal, neoliticum, bronstijd, gebruiksmateriaal, ijzertijd, romeinse tijd, keramiek, vuursteen onbekend

Complexen Bewoning

2246498100 123109/384349.2 1565 m Oppervlak: West 7284.81 ha. 2332438100 124212.2/384159 557 m Oppervlak: 4.49 Zuidha. West 2361525100 124219/384158.5 552 m Oppervlak: 4.43 Zuidha. West

Begeleiding

Mesoliticum, ijzertijd, nieuwe tijd

Bewoning, onbekend

Bureauonderzoek Onbekend

Bouwmateriaal, gebruiksmateriaal, keramiek, onbekend Geen

Proefsleuven

IJzertijd, romeinse tijd, middeleeuwen, nieuwe tijd

Keramiek

Bewoning

2470949100 124364.5/383547 980 m Oppervlak: 19.0 Zuid ha.

Opgraving

Paleoliticum, mesoliticum, Bot, bouwmateriaal, neoliticum, bronstijd, gebruiksmateriaal, ijzertijd, romeinse tijd, keramiek, metaal, middeleeuwen, nieuwe vuursteen, onbekend tijd, onbekend

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Geen

Geen

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 51

Bijlage 5: Boorbeschrijving Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever

BAR 25-304 Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau NVT ArcheoPro 5864411001 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm Van Dun Advies

Posities van de boringen (boorlocaties) Boornummer XCO 1 124637.6 2 124633.0 3 124666.0 4 124676.9 5 124675.2 6 124668.0 7 124668.3 8 124664.0 9 124700.9 10 124717.1

Versie: 28-01-2026

YCO 384540.0 384491.2 384568.0 384525.5 384475.0 384437.4 384396.2 384358.9 384591.4 384545.3

Meters t.o.v. NAP 25.77 26.98 26.49 27.04 27.04 26.89 26.84 26.27 26.13 26.83

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 52

11 12 13 14

124719.4 124720.1 124722.0 124708.9

384490.5 384438.1 384391.6 384353.0

26.90 26.43 26.31 26.00

Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr. 1

2

3

4

5

6

7

8

LDO 50 94 118 150 44 87 106 150 52 85 120 32 40 50 100 94 113 150 97 115 150 37 118 150 62 100

Versie: 28-01-2026

Lithologie GD BK Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z

BS

1 1

1 1

BZ

BG

BH 3 2 1 3 2 1 3 2

1

1 1 1 1 1 1

3 3 2-1 2 1 2 1 3 2

1 3 2

Kleur HK BR GR GE GE BR GR GE GE BR GR GE BR GR GR GE GR GE GE GR GE GE BR GR GE BR GR

TK GR BR GR GR BR GR GR BR GR GR BR BR GR BR

IK DO

DO

Overige kenmerken CO PLH VS

AIS SST

BHN

DO DO LI

DO

DO

GE OR GR

OR GE BR OR GE BR OR GR GE OR GR GE

www.ArcheoPro.nl

BI BOV VRG VRG

BHCg

GI

DEZ BOV VRG VRG

BHCg

DO

GR BR GR GR BR GR GR BR

VLK GR GE BR OR GR GE BR OR

DEZ BOV VRG

BHCg

DEZ BOV AKK AKK

BHCg

DEZ VRG VRG

BHCg

DEZ VRG VRG

BHCg

DEZ BOV VRG

BHCg

DEZ BOV VRG

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 53

9

10

11

12

13

14

135 52 94 144 180 58 117 132 175 60 115 128 175 58 84 120 53 87 120 56 94 120

Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z

1

1 1

1 1

1 1

3 2 1 3 2 1 3 2 1 3 2

1 3 2 1 3 2 1

GE BR GR GE GE BR GR GE GE BR GR GE GE BR GR GE BR GR GE BR GR GE

GR GR BR

DO

GR GR BR

DO

GR GR BR

DO

GR GR BR GR GR BR GR GR BR GR

DO

DO

DO

OR GR GE BR OR GR GE BR OR GR GE BR OR GR GE OR GR GE OR GR GE OR

BHCg

DEZ BOV VRG VRG

BHCg

DEZ BOV VRG VRG

BHCg

DEZ BOV VRG VRG

BHCg

DEZ BOV VRG

BHCg

DEZ BOV VRG

BHCg

DEZ BOV VRG

BHCg

DEZ

Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject in cm -mv Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen, Z = zand, P = puin Korrelgrootte: uf = uiterst fijn, zf = zeer fijn, mf = matig fijn, mg = matig grof, zg = zeer grof, ug = uiterst grof Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst.

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Oordeelsestraat 66, Baarle-Nassau, Gemeente Baarle-Nassau. ArcheoPro Rapport, 25169, Pagina 54

Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: SO = Sortering: 1 = slecht, 2 = matig, 3 = goed, 4 = zeer goed CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL): PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) NVS = nieuwvormingen: MNC = mangaanconcreties, ROV = roestvlekken, FEC = ijzerconcreties, FFV = fosfaatvlekken TL = trends in de laag; FUA = naar boven toe fijner, TOH = aan de top humeus, TOK = top kleiig SST = Sedimentaire structuren; STKL = kleilagen, STLL = leemlagen, FLA = fijn gelaagd LG = laaggrens; BSE = basis scherp, BGE = basis geleidelijk, BDI = basis diffuus BHN = Bodemhorizont; BHA = A-horizont, BHAa = esdek, BHB = B-horizont, BHBs = B-horizont met sesquioxiden, BHBt = B-horizont met lutuminspoeling, BHC = C-horizont, BHCg = C-horizont met gleykenmerken, BHCr = gereduceerde C-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , VRG = recent verstoord, AKK = Akkerdek, VEG = veengrond, OPG = opgebracht, SLO = slootvulling, PD = plaggendek, AD = antropogeen dek,

MPG = moderpodzol, BO = begraven oud oppervlak, CL = cultuurlaag GI = Geologische interpretaties; LSS = löss, COL = colluvium, ALL = alluvium, DEZ = dekzand, RIV = rivierafzettingen, FPG = fluvioperiglaciaal AIS = Archeologische indicatoren; BST = baksteen, SKO = steenkool, HKF = houtskool fijn verdeeld, AWF = aardewerkfragmenten, PUI = puin, SIN = sintels, ASF = asfaltbeton, MXX = metaal, SVU = vuursteenfragmenten, GLS = glas, SLA = slakken/sintels, VKL = verbrande klei/leem, SXX = Natuursteen, PLC = plastic, OXBO = onverbrand bot

Versie: 28-01-2026

www.ArcheoPro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16889196/1