Bijlage 6g -Toelichting Bijlage 7 Ecologische quickscan
Tekst van het document
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle- Nassau Rapportnummer: 2025-BE-1553 In opdracht van: Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2025-BE-1553 Opdrachtgever Van Dun Advies BV Contactpersoon De heer F. van de Heijning Locatie Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle- Nassau Auteur Bas Aarts Collegiale controle Daan van der List Opleverdatum 17 september 2025
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Criteria................................................................................................................................... 4 1.4 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 4
2.
PROJECTGEGEVENS ....................................................................................................... 5 2.1 Ligging van het plangebied .................................................................................................. 5 2.2 Omschrijving van het invloedsgebied ................................................................................. 5 2.3 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 7
3.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 10 3.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 10 3.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 11 3.3 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek..................................................... 11
4.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 14 4.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 14 4.2 Houtopstanden ................................................................................................................... 16 4.3 Soortenbescherming .......................................................................................................... 16
5.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 27 5.1 Resultaten en advies beschermde gebieden en houtopstanden ..................................... 27 5.2 Resultaten en advies beschermde soorten ....................................................................... 27 5.3 Aanbevelingen .................................................................................................................... 30
6.
BRONNEN ................................................................................................................... 31
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
SAMENVATTING Opdrachtgever is voornemens om het pluimveebedrijf aan de Oordeelsestraat 66a en 68 te BaarleNassau bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aan te melden voor de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting. Daardoor zullen de aanwezige pluimveestallen worden gesloopt en wordt er door de wijziging van het omgevingsplan voor gezorgd dat het pluimveebedrijf niet voortgezet kan worden op de locatie. De bestemming ‘agrarisch’ zal worden gewijzigd in ‘wonen’. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan in het plangebied in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied. De kippenstal/loods is gesloten, er zijn geen potentiële openingen waar beschermde diersoorten mogelijk nest-, schuil- of verblijfplaatsen zouden kunnen vinden. De te slopen overkappingen zijn te open wat deze ongeschikt maken als verblijfplaatsen voor beschermde fauna. Daarnaast zijn er ook geen sporen gevonden dat deze hier voorkomen. De aanwezige vegetatie blijft geheel behouden. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Een Aerius- berekening kan dit staven. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Bas Aarts Brabant Eco September 2025
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
1. INLEIDING EN ONDERZOEK In dit hoofdstuk staan de aanleiding en doelstelling van deze ecologische quickscan beschreven. Ook staan de criteria en de geldigheid van dit onderzoek vermeld. Op enkele uitzonderingen na, zijn de provincies het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningverlening en handhaving. Zie bijlage 2.
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies B.V. is het voornemen om vanuit deelname aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijen (Lbv) de intensieve pluimveehouderij in het plangebied Oordeelsestraat 66a en 68 te Baarle-Nassau te beëindigen. De bestemming ‘agrarisch’ zal worden omgezet in de bestemming ‘wonen’, waarbij de bedrijfswoningen worden omgezet in burgerwoningen. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied van de voorgenomen ingreep mogelijk planten- en diersoorten aanwezig zijn, die volgens de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De centrale vraag luidt: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden? Als blijkt dat de ingreep leidt tot een mogelijke overtreding van de Omgevingswet, wordt bepaald naar welke soorten en functies eventueel aanvullend onderzoek nodig is en of nadere toetsing in het kader van beschermde gebieden noodzakelijk is.
1.3 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door ecologisch deskundigen. Een ecologisch deskundige heeft aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring en geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten. o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco verklaart hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
1.4 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waarvoor dit niet geldt, moeten de gegevens recenter zijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
2. PROJECTGEGEVENS
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. Allereerst wordt ingegaan op de geografische ligging van het plangebied en de kenmerken van het invloedsgebied. Vervolgens worden de voorgenomen ontwikkelingen en het toekomstige gebruik beschreven.
2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is zuidelijk gelegen aan de Oordeelsestraat, in het buitengebied ten noordoosten van de kern van Baarle-Nassau. Baarle-Nassau is een dorp behorende tot de gelijknamige gemeente in de provincie Noord-Brabant. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Baarle-Nassau
Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode pin) in de wijdere omgeving. Bron: Google Earth.
2.2 Omschrijving van het invloedsgebied In het plangebied is een pluimveebedrijf gevestigd. Bestaande uit bebouwing, verharding, gras, bomen en struiken. Het invloedsgebied bestaat uit meerdere agrarische bedrijven, gecombineerd met enkele burgerwoningen en agrarische percelen vooral bestaande uit weilanden. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Afbeelding 2: Globaal omlijnd plangebied in blauw. Bron: Google Earth.
Afbeelding 3: Globaal omlijnd plangebied in blauw. Bron: Google Earth.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
2.3 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit het slopen van de bestaande pluimveestallen in het plangebied aan de Oordeelsestraat 66a en 68 te Baarle-Nassau. Het voornemen is om de pluimveestallen en de bijbehorende agrarische benodigdheden te slopen. De intensieve pluimveehouderij zal volledig verdwijnen. Met het ontmantelen van de intensieve pluimveehouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Ook zal er een verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot fijn stof. Bij de huisnummers 66a en 68 worden de pluimveestallen gesloopt en de bestemming gewijzigd in ‘wonen’. De bedrijfswoningen worden omgezet in burgerwoningen. Bij huisnummer 66 zal het aanwezige kleinschalige akkerbouwbedrijf blijven bestaan. Wel zal het bouwvlak in vorm worden aangepast, waarbij een voormalige loods van het pluimveebedrijf van de Oordeelsestraat 68a bij het kleinschalige akkerbouwbedrijf wordt betrokken.
Afbeelding 4: Bestaande situatie. Bron: Van Dun Advies.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Afbeelding 5: Beoogde situaties. Beoogd bouwvlak Oordeelsestraat 66 weergegeven in het groen, Oordeelsestraat 66a weergegeven in geel, Oordeelsestraat 68 weergegeven in blauw. Bron: Van Dun Advies.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Afbeelding 6: Bestaande en beoogde situatie. Bron: Van Dun Advies.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
3. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied en of er met de voorgenomen ingreep negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van beschermde natuurgebieden in de omgeving. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, is de eerste stap van ecologisch onderzoek en geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten, dieren en natuurgebieden. De ecologische waarden worden in kaart gebracht middels bureau- en veldonderzoek. De volgende vragen worden beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig binnen het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? Een ecologische quickscan is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek.
Er zijn in dit verkennend onderzoek geen nadere inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een nadere inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode(n) van het jaar.
3.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van het plangebied gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
3.2 Veldonderzoek Op donderdag 11 september 2025 in de middag hebben ecologen Bas Aarts en Lisa van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een zuidwestenwind met windkracht 3 en wisselvallig. De gemiddelde temperatuur lag rond de 21 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
3.3 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek Aan de Oordeelsestraat 66a en 68 te Baarle-Nassau staat een pluimveebedrijf. De kippenstal/loods bestaat uit een bakstenen muur met garagedeur aan de voorzijde. Aan zowel de linker- als de rechterkant loopt een goot. Het dak en bovenste deel van de muur bestaan uit golfplaten dak met dakpannen en damwand platen met aan de dakrand een ijzeren afwerking. Het dak bevat een dakbeschot en enkele ontluchtingen. Aan de rechterzijde is een stuk terrein waar kippen los kunnen lopen, afgezet met een stalen hek. Op dit stuk terrein kunnen kippen vrij naar binnen lopen de stal in en buiten staan meerdere struiken en wilgen waar ze beschut onder kunnen staan. Aan de linkerzijde staat nog een uitloopren voor de kippen, echter is deze overkapt met een golfplaten dak en beschermd met dicht gaas. Achterin ligt de mestopslag welke periodiek wordt geleegd en een droge sloot. De onderzijde van de dakranden hebben op meerdere plaatsen dichte roosters. Ook ligt er een poel met water welke bestaat uit het uitloopwater van de stallen (dit loopt ondergronds diep door). Direct naast de stal aan de linkerzijde staat een bebouwing dat dienst als hoogspanningshuisje. Deze bestaat uit baksteen met ijzeren deuren en ijzeren randen met een betumen dak. Ook is er een open opslagruimte aanwezig met een overkapping welke bestaat uit hout en golfplaten.
De twee te slopen overkappingen die naast de stal liggen bestaan ook uit niet meer dan hout, damwand en golfplaten. Aan de rand van de rechter overkapping is een beukhaag aanwezig. Beide overkappingen dienden tijdens het veldbezoek als opslag voor auto’s. In de tuindelen zijn enkele houtopstanden en een tuinvijver aanwezig.
Foto 1: Overzicht rechterzijde kippenren.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Foto 2: Overzicht linkerzijde kippenren.
11
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Foto 3: Overzicht binnenzijde loods.
Foto 4: Overzicht hoogspanningshuisje.
Foto 5: Overzicht dak van de loods.
Foto 6: Overzicht omgeving loods.
Foto 7: Overzicht opslag overkapping.
Foto 8: Overzicht mestopslag.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Foto 9: Overzicht rooster onderzijde loods.
Foto 10: Overzicht linker te slopen overkapping.
Foto 11: Overzicht rechter te slopen overkapping.
Foto 12: Overzicht wilgen op het terrein.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN In dit hoofdstuk worden de beschermde gebieden en soorten beschreven die zich (mogelijk) in de nabijheid van het plangebied bevinden. Er wordt aangegeven of de voorgenomen ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op deze beschermde gebieden en soorten en of er met de werkzaamheden beschermde houtopstanden verdwijnen.
4.1 Gebiedsbescherming Door middel van bureaustudie is onderzocht of het plangebied binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden gelegen is. Daarbij is gebruikgemaakt van de gegevens van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de provincie NoordBrabant.
4.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 3 kilometer afstand van zuidoostelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000-gebied ‘Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout’. Op ongeveer 5 kilometer afstand naar het noordoosten ligt Natura 2000-gebied ‘Regte Heide & Riels Laag’ en zuidwestelijk op 6 kilometer Natura 2000-gebied ‘Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode pin aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in paars aangegeven.
Minimaal 3 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Afbeelding 7: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 Doordat het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000-gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius-berekening kan dit staven.
4.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 1 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode pin aangegeven. De NNN-gebieden in diverse kleuren.
Minimaal 1 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Afbeelding 8: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
4.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben naar verwachting geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening kan dit staven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
4.2 Houtopstanden Volgens artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde Staten. Het betreft hier houtopstanden van tenminste 10 are of rijbeplanting van minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. Indien de totale oppervlakte of het aantal bomen kleiner is dan deze 10 are of 20 bomen, dan gelden de rijksregels over het vellen en herplanten niet. Er zijn binnen het plangebied geen houtopstanden die middels het planvoornemen zullen verdwijnen. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Omgevingswet. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
4.3 Soortenbescherming Bijlage 1, project Oordeelsestraat met nummer BE-1553 d.d. 30 augustus 2025 geeft een overzicht van de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Bijlage 3 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 4 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. Per soortgroep wordt in onderstaande paragrafen beschreven welke soorten worden verwacht in het plangebied, welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
4.3.1 Flora Volgens de NDFF zijn de laatste vijf jaar geen beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Veldbezoek flora Het veldbezoek vond plaats in de zomer, wanneer de meeste van de aanwezige planten zichtbaar zijn. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiële groeiplaatsen voor beschermde flora in het projectgebied aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ze zijn er ook niet te verwachten door het voedselrijke karakter dat de aanwezige soorten indiceren zoals bijvoorbeeld de brandnetels. Beschermde soorten komen vooral voor op voedselarme, kalkhoudende en vochtdoorlaatbare grond. De grond in en om het plangebied bestaat uit bemeste agrarische gronden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Foto 13 & 14: Impressie aanwezige kruidenlaag.
Deelconclusie flora Geen van de beschermde soorten is aangetroffen in het projectgebied, noch geschikt biotoop dat bewijs zou leveren dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de zorgplicht.
4.3.2 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuissoort Bosvleermuis Gewone dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis
Verblijfplaatsen in Vooral bomen Vooral bebouwing Vooral bebouwing, soms bomen Vaak bebouwing Vooral bomen Vooral bomen
Tabel 1: Waargenomen vleermuizen binnen een straal van twee kilometer.
Veldbezoek vleermuizen Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De in het plangebied staande bomen met geschikte stamdiameter zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan. Alle bomen in en rond het plangebied blijven behouden tijdens de voorgenomen werkzaamheden. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. Gebouwbewonende vleermuizen kunnen verblijven in nauwe ruimtes zoals de spouwmuur, tussen de dakpannen en het dakbeschot, achter de gevelplaten, achter dakranden en onder loodslabben. Echter is de
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 loods is dicht, er zijn geen spleten of kieren waar vleermuizen naar binnen kunnen. Ook is er vogelschroot aanwezig wat voorkomt dat er dieren onder de dakpannen kunnen kruipen. Ook het hoogspanningshuisje is dicht en bevat geen openingen voor vleermuizen. Alles is strak tegen de muur aangebouwd. De te slopen overkappingen bevatten geen muren of daken met tussenruimtes waardoor vleermuizen hier ook geen verblijfplaats kunnen hebben. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken.
Foto 15: Dakrand met vogelschroot.
Foto 16: dichte rand loods.
Foto 17: Dak loods vanbinnen.
Foto 18: Dakrand hoogspanningshuisje.
Foto 19: Muurrand linker te slopen overkapping.
Foto 20: Muurrand rechter te slopen overkapping.
Vleermuizen foerageren op plaatsen met veel insecten, zoals graslanden, water en bossen. Het is mogelijk dat vleermuizen het plangebied passeren of hier foerageren. De nabije omgeving van het plangebied is ook geschikt als foerageergebied, waardoor het plangebied geen onderdeel uitmaakt van een essentieel foerageergebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes die uit lijnvorminge landschapselementen bestaan om zich naar foerageergebieden te oriënteren. In het plangebied is een lijnvormig Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 landschapselement aanwezig in de vorm van de wilgenrij, deze wilgen zijn echter geen onderdeel van de ingreep en zullen gehandhaafd blijven, waarmee dit landschapselement behouden blijft. Vleermuizen worden snel verstoord door verlichting. Soms kunnen vleermuizen door verlichting een verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied niet meer gebruiken. De mate waarin het licht vleermuizen verstoord is afhankelijk van de hoeveelheid licht, de lichtkleur en de gevoeligheid van de soort voor licht. Omdat naburige vliegroute potentie biedt voor vleermuizen kan licht verstorend werken. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Deelconclusie vleermuizen Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. Men dient wel rekening te houden met mogelijke negatieve externe effecten, zoals kunstlicht, geluid en trillingen, die invloed kunnen hebben op potentiële structuren voor vleermuizen.
Met de beoogde werkzaamheden dient extra aandacht te worden besteed aan het gebruik van licht. Er dient zoveel mogelijk bij daglicht te worden gewerkt en indien kunstlicht nodig is, dit zodanig te richten dat de omliggende bebouwing, bomen en andere groenelementen niet worden verlicht, om zoveel mogelijk verstoring door licht te voorkomen.
4.3.3 Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Martersoort Steenmarter
Bescherming Beschermd
Tabel 2: Waargenomen marterachtigen binnen een straal van twee kilometer.
Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Veldbezoek marterachtigen De ruigte nabij de slootkant en andere tuin– en plantstruwelen zouden schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor verschillende marterachtigen. Doordat de bestaande vegetatie in en rond het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten. Er zijn ook geen ingangen voor marterachtigen om de loods en kippenstallen te betreden, waardoor er geen schuilplaatsen voor marterachtigen aanwezig kunnen zijn in de stallen. Deelconclusie marterachtigen In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de marterachtigen niet verslechteren. Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten. De zorgplicht volstaat, er is geen naderonderzoek nodig.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
4.3.4 Overige grondgebonden zoogdieren De overige grondgebonden zoogdieren omvatten alle verder in het wild levende zoogdieren, waaronder vooral knaagdieren, evenhoevigen en insecteneters. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige grondgebonden zoogdieren te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige zoogdiersoort Eekhoorn
Bescherming Beschermd
Tabel 3: Waargenomen beschermde grondgebonden zoogdieren binnen een straal van twee kilometer.
Eekhoorn Eekhoorns zijn te vinden in verschillende bosomgevingen, waaronder loof-, naald- en gemengd bos. Ze komen ook voor in tuinen, parken en houtwallen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is, kunnen ze ook in bebouwde gebieden worden aangetroffen. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden, zoals eikels, noten en zaden uit kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels. Specifieke voedselbomen kunnen zijn: eiken-, beuken-, walnoot-, hazelnoten- en pijnbomen. Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Naast één hoofdnest zijn ook vaak vijf tot zes bijnesten aanwezig. Veldbezoek overige grondgebonden zoogdieren Binnen en rondom het plangebied zijn enkele bomen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten van eekhoorns in deze bomen waargenomen. Bovendien zijn er geen sporen in de vorm van bijvoorbeeld afgeknaagde takjes waargenomen. Tijdens het veldbezoek is gebleken dat het zeer aannemelijk is dat er vrijgestelde soorten in het plangebied kunnen worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deelconclusie overige grondgebonden zoogdieren Het is uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van overige grondgebonden zoogdieren. Alle bomen in en rond het plangebied blijven behouden.
4.3.5 Vogels In de Omgevingswet worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde nesten’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels in Noord-Brabant kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten uit deze categorieën die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 Vogelsoort
Beschermingscategorie*
Nestplaats
Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Wespendief
4 2 3 4 2 3 3 4 2 4 1 4
In bomen In gebouwen en nestkasten Op de grond, in gebouwen en nestkasten In bomen In gebouwen en nestkasten In gebouwen en nestkasten In bomen, op gebouwen en nestpalen In bomen en op de grond In bomen In bomen In gebouwen, boomholtes en nestkasten In bomen
Tabel 4: Waargenomen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen een straal van twee kilometer. *Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil). *Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing. *Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie). *Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar een specifiek nest.
Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Hun nesten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). De vogelsoorten uit deze categorie die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vogelsoort Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Gekraagde roodstaart Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Pimpelmees Spreeuw Tapuit Torenvalk Zwarte kraai Zwarte roodstaart
Nestplaats In bomen In gebouwen In boomholtes en nestkasten In boomholtes In boomholtes en nestkasten In boomholtes, nestkasten en gebouwen In bomen In boomholtes, nestkasten en holen In boomholtes en tegen gebouwen In boomholtes In boomholtes Tegen gebouwen In boomholtes In boomholtes en nestkasten In steile wanden In boomholtes en nestkasten In boomholtes, gebouwen en nestkasten In konijnenholen In gebouwen, bomen en nestkasten In bomen In gebouwen
Tabel 5: Waargenomen vogelsoorten waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Soms maken ze gebruik van nestkasten die speciaal voor hen zijn opgehangen. De ransuil is een uilensoort die in verschillende habitats voorkomt, waaronder bosgebieden, parken, open landschappen met verspreide bomen en agrarisch gebied met houtwallen en bosjes. Ze nestelen zich vaak in bomen, meestal in verlaten nesten van andere vogels zoals kraaien of eksters. Ze geven ook de voorkeur aan bomen met dichte takken of holen in oude bomen. De oehoe is een grote uilensoort die een breed scala aan habitats bewoont, variërend van rotsachtige berggebieden tot bosrijke gebieden en zelfs open landschappen.
Oehoes maken vaak gebruik van bestaande nesten van andere grote vogels, zoals arenden of roofvogels, maar ze kunnen ook hun eigen nesten bouwen op rotsrichels, in bomen of zelfs op de grond. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Deze uitgesproken standvogels nestelen bij voorkeur onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. Ooievaar Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Roek Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig.
Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. Grote gele kwikstaart In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 Boerenzwaluw/Huiszwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boerenzwaluwen zijn in Nederland van maart tot in oktober, incidentele waarnemingen daargelaten. De meerderheid der broedvogels arriveert in april of begin mei, soms echter later vanwege ongunstige trekomstandigheden. De Boerenzwaluw nestelt in het hele land in boerenland, met een voorkeur voor gemengde bedrijven. Het gros van de paren huist in koeien-, varkens- of paardenstallen. De huiszwaluw is een kleine zangvogel die bekend staat om zijn gevorkte staart en zijn voorkeur om te nestelen onder de overhangende daken van gebouwen. Ze worden vaak aangetroffen in open landschappen, zoals agrarische gebieden en weilanden, in de buurt van waterlichamen zoals meren en rivieren. Huiszwaluwen zijn sterk geassocieerd met menselijke nederzettingen en nestelen graag onder dak overstekken van gebouwen. Hun nestplaatsen moeten beschut zijn tegen regen en roofdieren en zich boven open ruimtes bevinden waar ze gemakkelijk kunnen jagen op insecten, hun belangrijkste voedselbron.
Het behoud van geschikte nestlocaties en het minimaliseren van verstoringen zijn cruciaal voor het behoud van huiszwaluwpopulaties. Overige Vogelrichtlijnsoorten Overige Vogelrichtlijnsoorten zijn vogels wiens nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn. De Omgevingswet hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Veldbezoek vogels Op de onderzoekslocatie zijn geen geschikte holtes voor gierzwaluwen aanwezig. In de loods ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. De twee te slopen overkappingen zouden in theorie geschikt kunnen zijn. Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Het dak van de loods bevat ook vogelschroot waardoor huismussen hier niet onder het golfplaten dak met dakpannen dak kunnen komen.
De te slopen overkappingen bevatten geen geschikte nestplaatsen voor huismussen. Tijdens het veldbezoek is er gezocht naar nesten van de boerenzwaluw. Er zijn geen nesten van boeren- en huiszwaluwen waargenomen in een van de stallen. Met het slopen van de loods en overkappingen zal geen leefgebied van de boerenzwaluw of huiszwaluw verloren gaan. Geen van de biotopen van overige genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze uitgesloten kan worden.
Foto 21: Vogelschroot onder dakrand.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Foto 22: Muurrand te slopen overkapping.
23
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige Vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene Vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten zoals o.a. houtduif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Deelconclusie vogels Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten in bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. Het plangebied was visueel goed te onderzoeken. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.
4.3.6 Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. Nederlandse reptielen komen met name voor op hogere zandgronden, met name bij stuwwallen, kust- en rivierduingordels. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander
Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd
Tabel 6: Waargenomen amfibieën, vissen en reptielen binnen een straal van twee kilometer.
Alpenwatersalamander De Alpenwatersalamander overwintert voornamelijk op het land. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. Vanaf januari trekken ze naar het water met een piek begin maart. De meeste volwassen dieren worden tot en met juni waargenomen met een piek in april en de eerste heft van mei. Daarna nemen het aantal volwassen dieren in het water snel af. De eerste juveniele dieren kruipen medio juni het land op. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. De Alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat betreft zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snelstromend of rijk aan vis is. Agrarische gronden worden gemeden als landhabitat. Veldbezoek amfibieën, vissen en reptielen De te huidig aanwezige sloot, tuinvijver (welke geen onderdeel is van de ingreep) en afwateringskuil waar water uit de stallen inloopt zouden in theorie geschikt kunnen zijn voor genoemde amfibieën als voortplantingshabitat maar aangezien de sloot en afwateringskuil direct grenzen aan intensief bewerkt en bemeste grasland is het voorkomen van beschermde amfibieën, reptielen en vissen niet aannemelijk als voortplantingshabitat. Wel is het plangebied geschikt als land- en overwinteringshabitat voor algemene niet-kritische soorten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
24
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
Foto 23: Afwateringskuil naast kippenstal/loods.
Foto 24: Drooggevallen sloot achterzijde loods.
Foto 25 & 26; tuinvijver met goudvissen en graskarpers
Deelconclusie amfibieën, vissen en reptielen Bepaalde amfibieën zoals de gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker zouden mogelijk voor kunnen komen, ook in landfase. Deze kunnen zich in de erfbeplanting en in de tuinen van het plangebied kunnen schuilhouden tussen de beplanting, tussen opgeslagen materialen en ingegraven in de grond. Het voorkomen van Alpenwatersalamander in het plangebied is uitgesloten vanwege het intensief bewerkte en bemeste directe omgeving. Hoewel gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Nader onderzoek is niet aan de orde en er kan worden volstaan met de zorgplicht. Om de zorgplicht aan te houden is het beste om de afwateringskuil pas te verwijderen als deze droog is gevallen of buiten het voortplantingsseizoen van amfibieën (circa februari tot september, afhankelijk van de soorten).
4.3.7 Ongewervelden Libellen komen voor in diverse biotopen, variërend van zoetwatermilieus zoals vijvers, meren, en beken tot moerassen en zelfs brak water. Ze geven de voorkeur aan waterrijke gebieden omdat hun larven (nymfen) aquatisch leven. Als volwassen insecten zijn ze echter vaak te vinden in verschillende omgevingen, waaronder open graslanden, bossen, en tuinen. Vlinders hebben ook diverse biotopen, afhankelijk van de soort. Sommige soorten vlinders geven de voorkeur aan open graslanden en bloemrijke weiden, terwijl andere zich thuis voelen in bosrijke gebieden. Vlinders kunnen ook worden aangetroffen in tuinen, langs bosranden, en zelfs in stedelijke gebieden. De beschermde soorten ongewervelden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn waargenomen zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
25
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 Soort Bosbeekjuffer Grote vos Grote weerschijnvlinder
Soortgroep en habitat Libellen, bosbeken Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: iep, kers en wilgen Dagvlinder, loofbossen, of bosjes in beekdalen, waardplant: boswilg
Tabel 7: Waargenomen beschermde ongewervelden binnen een straal van twee kilometer.
Bosbeekjuffer Bosbeekjuffers zijn te vinden langs langzaam stromende beken en rivieren met veel vegetatie. Ze geven de voorkeur aan helder, schoon water en zijn vaak te vinden bij bosrijke gebieden in de buurt van waterlichamen. Grote vos De grote vos komt voor in verschillende leefgebieden, waaronder bossen, parken, tuinen en andere gebieden met veel vegetatie. Volwassen grote vossen voeden zich voornamelijk met nectar uit bloemen. De rupsen voeden zich met verschillende soorten loofbomen, waaronder wilg, populier en fruitbomen. Volwassen grote vossen overwinteren vaak in holle bomen of schuilplaatsen om de koude maanden te overleven. Grote weerschijnvlinder Het habitat van de grote weerschijnvlinder bestaat uit oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De grote weerschijnvlinder vliegt in het genoemde habitat vooral op open plaatsen, bij bospaden, bosranden of daar waar beekjes het bos doorsnijden. Op de vliegplaatsen groeien wilgen op beschutte plaatsen in de halfschaduw en staan enkele grotere, markante bomen. Veldbezoek ongewervelden De genoemde biotopen van beschermde libellen en grote weerschijnvlinder komen niet voor in het plangebied en de nabije omgeving, zodoende is het voorkomen op voorhand uit te sluiten. De aanwezige schietwilgen zouden geschikt kunnen zijn voor de grote vos, echter blijven deze behouden.
Overige ongewervelden zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Deelconclusie ongewervelden In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Beschermde dagvlinders zouden voor kunnen komen in het gebied echter zullen deze niet worden verstoord door de ingreep. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
26
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
5. RESULTATEN EN ADVIES In dit hoofdstuk wordt beschreven welke verbodsbepalingen uit de Omgevingswet mogelijk worden overtreden met de voorgenomen ingreep. Ook worden daarbij eventueel te nemen vervolgstappen aangegeven.
5.1 Resultaten en advies beschermde gebieden en houtopstanden 5.1.1 Natura 2000 – niet aan de orde Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000-gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius-berekening kan dit staven.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland – niet aan de orde Het plangebied is niet gelegen in Natuurnetwerk Nederland. Negatieve gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden zijn redelijkerwijs uitgesloten. Vervolgonderzoek in het kader van NNN is niet noodzakelijk.
5.1.3 Houtopstanden – niet aan de orde Deze ecologische quickscan heeft alleen betrekking op de kippenstal en een tweetal overdekkingen binnen het plangebied. Dit onderdeel bevat geen houtopstanden die middels het planvoornemen zullen verdwijnen. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Omgevingswet. Gebied Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Houtopstanden
Afstand plangebied 3 km 1 km
Ingreep verstorend Nee Nee
Nader onderzoek Nee Nee
Vergunningaanvraag Nee Nee
Opmerkingen
N.v.t.
Nee
Nee
Nee
-
-
Tabel 8: Overzicht gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen.
5.2 Resultaten en advies beschermde soorten 5.2.1 Vleermuizen – zorgplicht en voorkom het schijnen van kunstlicht Met de voorgenomen ontwikkeling gaan geen verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuizen verloren. Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van deze soorten is niet noodzakelijk. Om het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen, wanneer het schijnen van kunstlicht op de en groenelementen wordt voorkomen tijdens de werkzaamheden en de nieuwe situatie.
5.2.2 Grondgebonden zoogdieren en marterachtigen – zorgplicht Het is mogelijk dat er individuen van vrijgestelde soorten grondgebonden zoogdieren of marterachtigen binnen het plangebied kunnen voorkomen. De zorgplicht is altijd van kracht.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
27
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553
5.2.3 Broedvogels – werken buiten broedseizoen De sloop van de loods en overkappingen zal niet leiden tot verlies van jaarrond beschermde nesten. Nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Ook zijn er mogelijk nesten aanwezig van vogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Een negatief effect op deze soorten kan worden voorkomen door buiten het broedseizoen te werken.
5.2.4 Amfibieën – zorgplicht en verwijderen afwateringskuil bij droogval/buiten voortplantingsseizoen Het is mogelijk dat er enkele individuen van algemene amfibiesoorten, zoals bruine kikker en gewone pad, in landfase voorkomen binnen het plangebied. Deze soorten zijn vrijgesteld in de provincie Noord-Brabant, maar hiervoor geldt wel de zorgplicht. Het beste is om de afwateringskuil pas te verwijderen als deze droog is gevallen of buiten het voortplantingsseizoen van amfibieën.
5.2.5 Overige soortgroepen Voor de volgende soortgroepen geldt dat met de voorgenomen ingreep geen negatieve effecten worden verwacht: flora, reptielen, vissen en ongewervelden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
28
Ecologische quickscan Oordeelsestraat 66a en 68 Baarle-Nassau, BE-1553 Soortgroep
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Nader onder zoek Nee Nee Nee
Vergunning aanvraag
Opmerkingen
Verblijfplaatsen Foerageergebied
Nee Nee Ja
Nee Nee Niet significant
Nee Nee Nee
Mogelijk
Nee
Nee
Ja
Niet significant
Nee
Nee
Overige grondgebonden zoogdieren
Ja
Mogelijk
Nee
Nee
Broedvogels
Nee
Nee
Nee
Nee
Voorkom het schijnen van kunstlicht op omliggende groenelementen Voorkom het schijnen van kunstlicht op naastgelegen laanbeplanting Aandacht voor zorgplicht marterachtigen Aandacht voor zorgplicht algemene grondgebonden zoogdieren -
Vliegroutes
Ja
Marterachtigen
Ja
Mogelijk
Nee
Nee
Amfibieën
Ja
Mogelijk
Nee
Nee
Reptielen Vissen Ongewervelden