Bijlage 6 - Archeologisch Bureauonderzoek
Tekst van het document
Plangebied Weitje Bruurs, Alphenseweg te Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau Archeologisch bureauonderzoek
Diederik Bente
versie 1 27-2-2025
Arcure 06-24831553 d.bente@arcure.nl
1
Samenvatting Op het zogenaamde "Weitje van Bruurs" in de bebouwde kom van Baarle-Nassau bereidt Van Gisbergen de aanleg voor van ca. 14 woningen. Dit gebied ligt aan de Alphenseweg, tussen de huizen nrs. 19 en 23, achter de bestaande bebouwing aan de Bruhezestraat en Cor van der Bokstraat. Momenteel is het in gebruik als weiland. Om te bepalen of rekening gehouden dient te worden met mogelijk aanwezige archeologische waarden, is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Doel hiervan is om een specifieke archeologische verwachting op te stellen, op basis van bekende landschappelijke en archeologische gegevens. Het omgevingsplan voor het plangebied voorziet niet in woningbouw. Daarom zal dit als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) ruimtelijk geordend worden. Daarbij dient het gemeentelijk archeologisch beleid gehanteerd te worden. Voor het plangebied is hierin bepaald dat wanneer de bodemingrepen dieper zullen reiken dan 40 cm -Mv en omvangrijker worden dan 500 m2, voorafgaand archeologisch onderzoek verplicht is. Te voorzien is dat de aanleg van de woningen met bijbehorende infrastructuur deze grenswaarden zal overschrijden. Landschappelijk ligt het plangebied op het relatief hoog gelegen dekzandplateau van BaarleNassau. Sinds de late middeleeuwen is het plangebied en omgeving in gebruik als akkerland.
Hierbij werd met plaggen vermengde stalmest opgebracht, waardoor er een dik ophogingspakket met humusrijk zand aanwezig is, een esdek. Tot de jaren 30 van de vorige eeuw bleef het als landbouwgrond in gebruik. Toen werd er aan de zuidzijde, direct aan de Alphenseweg, een huis gebouwd. Een groot deel van het plangebied werd nadien huiskavel. Begin 20e eeuw is de bebouwing gesloopt. Sindsdien is het gebied weiland. Uit archeologisch onderzoek en vondsten in de nabijheid, in vergelijkbaar gebied met een esdek, zijn archeologische resten op het dekzandplateau van Baarle-Nassau bekend uit de periode bronstijd-middeleeuwen. Tevens bleek dat de natuurlijke bodemopbouw, direct onder het esdek, doorgaans niet meer intact was. Uit digitale hoogtegegevens komen aanwijzingen dat delen van het terrein in het noorden mogelijk vergraven zijn. Ook de aanleg en sloop van de bebouwing aan de Alphenseweg zal de bodem geroerd hebben. Als specifieke archeologische verwachting geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de aanwezigheid van resten van kampementen uit de (vroege) steentijd en boerderijerven uit de nieuwe steentijd tot de volle middeleeuwen (tot ca. de 13e eeuw). Deze resten zullen zich direct in de top van het dekzand bevinden, in de oorspronkelijke A- en Bhorizonten van het natuurlijke bodem, onder het latere plaggendek.
Van kampementen is niet te verwachten dat er sporen bewaard zijn gebleven, alleen een strooiing van
2
vuursteenmateriaal. Geadviseerd wordt om een verkennend archeologisch booronderzoek uit te laten voeren, om daarmee te toetsen of en in welke mate de natuurlijke bodemopbouw nog intact is. Ook kan hiermee het onderliggende oorspronkelijke, natuurlijke reliëf gedetailleerd in beeld gebracht worden, zodat de archeologische verwachting nader gespecificeerd kan worden.
3
Inhoudsopgave 1 Inleiding........................................................................................................5 1.1 Kader...........................................................................................................5 1.2 Doel en methode............................................................................................6 1.3 Administratieve gegevens................................................................................7 1.4 Begrenzing en huidige inrichting van het gebied.................................................7 1.5 Geplande bodemingrepen................................................................................7 1.6 Beleidskader..................................................................................................8 1.7 Vraagstelling................................................................................................. 9
2 Resultaten................................................................................................... 10 2.1 Landschaps- en bewoningsgeschiedenis..........................................................10 2.2 Archeologie................................................................................................. 14 2.3 Bodemverstoringen.......................................................................................16
3 Gespecificeerde archeologische verwachting.....................................................17 4 Conclusie en advies.......................................................................................18 4.1 Conclusie.................................................................................................... 18 4.2 Advies........................................................................................................ 18
5 Geraadpleegde bronnen................................................................................. 19 Bijlage 1. Bekende archeologische waarnemingen en vindplaatsen in het onderzoeksgebied (=500 m om plangebied)........................................................22
4
1 Inleiding 1.1 Kader Op het zogenaamde "Weitje van Bruurs" aan de Alphenseweg in de bebouwde kom van BaarleNassau bereidt Van Gisbergen de aanleg van ca. 14 woningen voor (afb. 1 &2). Het bestaande omgevingsplan ter plaatse voorziet niet in woningbouw. Daarom zal een zogenaamde “buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (BOPA)-procedure doorlopen worden. Om te bepalen of bij de verdere planvorming rekening gehouden moet worden met mogelijke archeologische waarden is een bureauonderzoek uitgevoerd. Daarbij is in kaart gebracht wat er archeologisch bekend is over het plangebied en de directe omgeving en wat er te verwachten is aan archeologische resten. Aan de hand hiervan is een advies opgesteld hoe bij de verdere uitwerking van de plannen met archeologie omgegaan kan worden.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in de bebouwde kom van Baarle-Nassau.
5
1.2 Doel en methode Doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een specifieke archeologische verwachting aan de hand van bestaande bodemkundige en archeologische informatie. Archeologische resten zijn niet willekeurig verspreid over het landschap, maar sterk gerelateerd aan bepaalde landschapsvormen en bodemkenmerken. Door gegevens over bekende vindplaatsen om het plangebied te combineren met de gereconstrueerde landschapsgeschiedenis, kan bepaald worden of er archeologische waarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn en wat de aard, datering en diepteligging daarvan is. Hierbij wordt ook nagegaan of eerdere bodemingrepen de gaafheid en conservering van mogelijke archeologische resten beïnvloed kunnen hebben. Tot slot wordt de archeologische verwachting geconfronteerd met de geplande bodemingrepen, zodat inzichtelijk wordt of daadwerkelijk archeologische waarden aangetast zullen worden door de nieuwe plannen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.2 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek (Centraal College van Deskundigen Archeologie, 2022).
Afbeelding 2: Het plangebied op een recente luchtfoto.
6
1.3 Administratieve gegevens Projectnaam
Weitje Bruurs
Provincie
Noord-Brabant
Gemeente
Baarle-Nassau
Plaats
Baarle-Nassau
Toponiem
Weitje Bruurs, Alphenseweg
Kaartblad (1:25.000)
50G
Oppervlakte
ca. 3.700 m²
RD-coördinaten (centrum)
x: 123.480; y: 384.176
Maaiveldhoogte
ca. 26,80 tot 27,40 m +NAP
Archis-onderzoeksnummer 5689566100 AMK-terrein
n.v.t.
Waarnemingsnummer(s)
n.v.t.
Type onderzoek
Bureauonderzoek
Opdrachtgever
Gispro
Uitvoerder
Arcure Gasthuisstraat 12 6981 CS Doesburg 06-24831553
Auteur/ Senior archeoloog
drs. D.A. Bente d.bente@arcure.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Eersel
KNA-versie
4.2
1.4 Begrenzing en huidige inrichting van het gebied Het plangebied ligt aan de Alphenseweg, tussen de huizen nrs. 19 en 23, achter de bestaande bebouwing aan de Bruhezestraat en Cor van der Bokstraat (afb. 1 &2). Momenteel is het in gebruik als weiland.
1.5 Geplande bodemingrepen Het voorlopige stedenbouwkundig plan, uit augustus 2024, voorziet in de aanleg van ca. 14 woningen, deels twee-onder-1 kap, deels rijwoningen (afb. 3). Daarmee zijn aan bodemingrepen te verwachten: bouwputten, kabel- en leidingstraten, alsmede ontsluitingswegen en parkeerplaatsen met hun cunetten.
7
Afbeelding 3: Stedenbouwkundig plan d.d. 30 augustus 2024. Bron: Van Gisbergen, Hooge Mierde.
1.6 Beleidskader Het vigerende omgevingsplan laat de voorziene ontwikkeling niet toe. Daarom zal er een zogenaamde “buitenplanse omgevingsplanactiviteit” (BOPA)-procedure doorlopen worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het gemeentelijk archeologisch beleid. Dit laatste is in 2012 vastgelegd in de "Nota Archeologie", met bijbehorende archeologische beleidskaart. Op deze kaart zijn zes categorieën opgenomen, afhankelijk van de archeologische verwachting van een bepaald gebied. Het onderhavige plangebied valt onder de categorie 3, vanwege de ligging in de randzone van de historische kern. Voor deze categorie geldt een onderzoeksplicht, wanneer de voorziene bodemingrepen dieper zullen reiken dan 40 cm -Mv en omvangrijker worden dan 500 m 2. Naar verwachting zal het bouwplan deze ondergrenzen overschrijden.
8
1.7 Vraagstelling In het navolgende onderzoek zal ingegaan worden op de volgende vragen:
Wat is de landschapsgeschiedenis van het plangebied en wat betekent dit voor de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw?
Welke archeologische gegevens zijn reeds bekend over het plangebied en de directe omgeving?
Hoe is het plangebied in het verleden gebruikt, wat is het gebruik nu en wat is de invloed daarvan op de te verwachten archeologische resten en de gaafheid daarvan?
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op mogelijk aanwezige archeologische resten?
Wat
is
de
gespecificeerde
archeologische
verwachting
(inclusief
de
verwachte
conservering en gaafheid) voor het plangebied?
Op welke wijze kan bij de verdere planvorming en -realisatie met eventueel aanwezige archeologische waarden worden omgegaan?
9
2 Resultaten 2.1 Landschaps- en bewoningsgeschiedenis Tot ca. 1,40 -Mv bestaat de ondergrond van het plangebied en directe omgeving uit gelaagde zand- en leemafzettingen, met een enkele veenlaag1. Dit pakket behoort tot de formatie van Stramproy en is grotendeels door rivieren afgezet in het vroege tot midden Pleistoceen (Tebbens, 2016). Hierop is na in het late Pleistoceen door wind dekzand afgezet. Dit dekzandlandschap is reliëfrijk, met ruggen, flanken, welvingen en uitgestoven laagten. Op de geomorfologische kaart is het gebied niet gekarteerd, want liggend in de bebouwde kom (afb. 4). Uit extrapolatie van het wel gekarteerde, omliggende gebied en blijkens gedetailleerde hoogtegegevens, kan geconcludeerd worden dat de oude kern van Baarle-Nassau, inclusief het plangebied, op een dekzandplateau ligt.
Afbeelding 4: Het plangebied op de Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000.
Ook op de bodemkundige kaart is de bebouwde kom van Baarle-Nassau niet gekarteerd, maar ook hier biedt extrapolatie uitkomst, mede vanwege de bodemkundig-archeologische waarnemingen in de nabijheid (zie par. 2.2). Hieruit valt af te leiden dat in het plangebied oorspronkelijk hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig waren (afb. 5). Dit is de bodemkundige neerslag van het gebruik van het gebied vanaf de late middeleeuwen als es of groot akkerareaal: Vanaf de late prehistorie tot de late middeleeuwen (tot ca. 13e eeuw) werden grote dekzandhoogtes uitgekozen om er boerderijen te vestigen, geïsoleerd of als kleine 1 www.dinoloket.nl; geologische boring B50G0254. 10
gehuchten, met meerdere erven tegelijk in gebruik. Daarna verplaatst bewoning zich naar de rand van de dekzandruggen en werden deze laatste volledig als akkercomplex in gebruik genomen. Dan, d.w.z. vanaf de late middeleeuwen, komt ook het gebruik van plaggenbemesting op: de mest wordt vermengd met heideplaggen, waardoor zich een dik humuspakket op de akker vormt. Dit heeft een conserverende werking voor zich daaronder bevindende archeologische sporen en vondsten. De ploeg kan er niet meer bij.
Afbeelding 5: Het plangebied op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000.
11
Afbeelding 6: Het plangebied op de AHN-hoogtekaart. In het zuiden van het plangebied zijn storthopen te zien.
12
Historische ontwikkeling Op de oudste kadastrale minuut, van omstreeks 1832, is het gebied gekarteerd als akkerland ("bouwland")(afb. 7).
Afbeelding 7: Het plangebied op de kadastrale minuut van ca. 1832. Bron: Beeldbank RCE.
Ook op latere topografische kaarten is dit nog steeds het geval, totdat op de kaart van 1940 bebouwing is te zien aan de Alphenseweg (afb. 8). Gezien de afgegeven bouwvergunningen van de panden ten noorden en zuiden uit 1928 resp. 1939 zal de bouwdatum iets voor deze kartering dateren (BAG, 2025). De rest van het plangebied blijft open agrarisch. Later is het plangebied min of meer tot huiskavel van het genoemde pand geworden. Ergens tussen 2006 en 2010 is de bebouwing aan de Alphenseweg verdwenen. Sindsdien is het een open, onbebouwd terrein. Op de laatste versie van de AHN zijn storthopen aan de zuidzijde aanwezig en is er in het noordelijk deel reliëf te zien (afb. 6). Dit laatste kan een aanwijzing zijn dat delen van het oorspronkelijke maaiveld vergraven zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat er in het plangebied of directe omgeving resten van militaire strijd uit de Tweede Wereldoorlog voorhanden kunnen zijn 2.
2 Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME): www.ikme.nl 13
Afbeelding 8: Het plangebied op de topografische kaart 1:25.000 van 1940.
2.2 Archeologie Bekende archeologische waarden In het plangebied en het onderzoeksgebied daarom heen, met een straal van 500 m, liggen geen wettelijk beschermde archeologische monumentterreinen. Wel heeft de oude dorpskern van Baarle-Nassau, ten zuidwesten van het onderzoeksgebied, in het verleden op de zogenoemde AMK-kaart de status van "Terrein van hoge archeologische waarde" gekregen (afb. 9). De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) was een beleidsinstrument dat tot 2014 door de provincies werd gebruikt voor hun ruimtelijke ordeningsbeleid. Relevant zijn de archeologische onderzoeken die om het plangebied zijn uitgevoerd (afb. 9 en bijlage 1). Dit betreft met name onderzoek waar in het veld waarnemingen zijn gedaan, dus borend of gravend onderzoek. Bureauonderzoeken laten we hier buiten beschouwing, omdat die geen nieuwe archeologische informatie opleveren, maar, net als het onderhavige onderzoek, alleen de bestaande informatie ordenen en interpreteren. De onderstaande gegevens zijn ontleend aan onderzoeks- en vondstmeldingen, zoals die in de landelijke archeologische database ARCHIS zijn opgenomen (ARCHIS, 2025). Deze wordt beheerd door 14
de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Afbeelding 9: Bekende archeologische waarden om het plangebied.
In bijlage 1 zijn de resultaten van onderzoek en vondstmeldingen om het plangebied kort beschreven. Als hoofdlijn hieruit kan geconcludeerd worden, dat deze vrijwel allemaal ook op het dekzandplateau van Baarle-Nassau lagen en er ook een esdek of hoge zwarte enkeerdbodem aanwezig bleek te zijn. Van de oude bodem onder het esdek, dus van voor de late middeleeuwen, zijn de A-, B- en E-horizonten doorgaans verdwenen. Daarmee zijn er geen onverstoorde kampement-sites uit het paleolithicum of mesoliticum te verwachten. De aangetroffen archeologische resten dateren uit de periode bronstijd tot en met middeleeuwen, dus uit de tijd van sedentaire agrarische nederzettingen.
15
Gemeentelijke verwachtingskaart Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart is aan het plangebied de archeologische verwachting "historische kern-randzone" toegekend (Ellenkamp e.a.,2011). Dit vanwege de ligging in de nabijheid van de oude kern van Baarle-Nassau, waarbij aan de uitvalswegen, zoals hier de Alphenseweg, vanaf de late middeleeuwen bebouwing kan voorkomen.
2.3 Bodemverstoringen Binnen het plangebied zijn, blijkens gegevens van de provincie, geen ontgrondingen geregistreerd. Ook zijn er geen bodemonderzoeken bekend, die er op zouden wijzen dat er saneringen hebben plaatsgevonden3. Wel zijn er enkele aanwijzingen dat de bodem mogelijk in delen geroerd en daarmee, archeologische gezien, verstoord zou kunnen zijn, zoals al in par. 2.1 naar voren gebracht. De bebouwing die vanaf ca. de jaren 30 van de vorige eeuw tot begin deze eeuw direct aan de Alphenseweg aanwezig was, zal in enige vorm tot bodemberoering hebben geleid, zowel bij de aanleg als bij de sloop. De aard en omvang hiervan is echter onduidelijk. Daarnaast wijzen de digitale hoogtegegevens er op dat het maaiveld in het noorden mogelijk gedeeltelijk vergraven is (afb. 6). Tot welke diepte is echter niet bekend. Van de storthopen die in het zuiden te herkennen zijn, is onbekend of dit materiaal uit het plangebied zelf afkomstig is en daarmee of dit wijst op vergraving.
3 https://noord-brabant.nazca4u.nl/rapportage/ 16
3 Gespecificeerde archeologische verwachting Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van resten van kampementen uit de (vroege) steentijd en boerderijerven uit de nieuwe steentijd tot de volle middeleeuwen (tot ca. de 13e eeuw). Deze resten zullen zich direct in de top van het dekzand bevinden, in de oorspronkelijke A- en B-horizonten van het natuurlijke bodem, onder het latere plaggendek. Hoe dik dit laatste is in het plangebied, en daarmee hoe diep de mogelijke archeologische resten zullen liggen, is niet bekend. Van kampementen is niet te verwachten dat er sporen bewaard zijn gebleven, alleen een strooiing van vuursteenmateriaal (gereedschap en bewerkingsafval). Laatprehistorische, romeinse en middeleeuwse boerderijerven in het Kempische dekzandlandschap kenmerken zich door de aanwezigheid van resten van paalkuilen, water- en afvalkuilen, waterputten, perceels- en erfgreppels en stakenrijen. Botanisch en archeozoologisch materiaal is doorgaans slecht bewaard en dan alleen in dieper gelegen sporen onder het grondwaterniveau. Vondstmateriaal zal bestaan uit aardewerk en voorwerpen van ijzer, brons of koper. Ook slakresten en verbrand bot kunnen aanwezig zijn, net als (bewerkt) vuursteen en ander natuursteen, alsmede voor de periode vanaf de late ijzertijd ook glasobjecten.
Er zijn aanwijzingen dat delen van het plangebied vergraven zouden kunnen zijn, en daarmee, dat eventuele archeologische resten hier verstoord of niet meer aanwezig zijn.
17
4 Conclusie en advies 4.1 Conclusie Het plangebied ligt op een dekzandplateau uit het late Pleistoceen. Vanaf de late middeleeuwen was dit als akkerland in gebruik, waarbij door aanvoer van met plaggen vermengde mest een dit ophogingspakket van humusrijk zand werd afgezet. Tot ongeveer de jaren 30 van de vorige eeuw bleef het akkerland. Dan wordt er direct aan de Alphenseweg een huis gebouwd. Nadien behoort een deel van het plangebied tot dit huiskavel. Begin 20e eeuw wordt de bebouwing gesloopt, waarna het gebied als weiland gebruikt wordt. Blijkens de digitale hoogtekaart zijn delen van het terrein, in het noorden, mogelijk vergraven, zonder dat de aard en diepte hiervan bekend is. Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van resten van kampementen uit de (vroege) steentijd en boerderijerven uit de nieuwe steentijd tot de volle middeleeuwen (tot ca. de 13e eeuw). Deze resten zullen zich direct in de top van het dekzand bevinden, in de oorspronkelijke A- en B-horizonten van het natuurlijke bodem, onder het latere plaggendek. Hoe dik dit laatste is in het plangebied, en daarmee hoe diep de mogelijke archeologische resten zullen liggen, is nog niet bekend. Van kampementen is niet te verwachten dat er sporen bewaard zijn gebleven, alleen een strooiing van vuursteenmateriaal.
4.2 Advies Om de verwachting te toetsen zijn proefsleuven de aangewezen methode. Omdat er echter aanwijzingen zijn dat in delen van het plangebied de bodem geroerd is, wordt echter geadviseerd om als eerste stap een verkennend booronderzoek uit te voeren. Hiermee kan in kaart gebracht worden of en in welke mate de natuurlijke bodemopbouw nog intact is. Ook kan hiermee het onderliggende oorspronkelijke, natuurlijke reliëf gedetailleerd in beeld gebracht worden, zodat de archeologische verwachting verder gespecificeerd kan worden.
18
5 Geraadpleegde bronnen ARCHIS, 2025. Archeologisch informatiesysteem ARCHIS, beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Geraadpleegd 12 februari 2025. http://archis.cultureelerfgoed.nl. BAG, 2025. Basisregistratie Adressen en Gebouwen, beheerd door het Kadaster. Geraadpleegd 12 februari 2025. https://bagviewer.kadaster.nl Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016. Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. Nederlandse Archeologische Rapporten 51. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. Berkhout, M. & S. Moerman. 2010. Archeologisch bureauonderzoek en IVO verkennende fase: Kapelstraat 1a, Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau. Becker & Van de Graafrapport 868. Becker & van der Graaf, Noordwijk. Boer, E. de, 2006. Baarle-Nassau-'Dorpsgebieden'. Archeologisch vooronderzoek. BILANRapport 2006/161. BILAN, Tilburg. Boots, G.J., 2014. Proefsleuvenonderzoek Stationstraat-Roosakkerstraat te Baarle-Nassau in de gemeente Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 14081795. Econsultancy, Swalmen. Centraal College van Deskundigen Archeologie, 2022. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA): Versie 4.2. SIKB, Gouda. Ellenkamp, G.R., D.M.G. Keijers & J.A.M. Roymans, 2011: Grenzen en gradiënten.
Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeente Baarle-Nassau. RAAPRapport 2233. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Labiau,G., 2007. Baarle-Nassau, Nassaulaan. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC-rapport 990. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Lepage, H.A.S. & J.Rap, 2019. Transect-rapport 2214: Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Baarle-Nassau, Rector van den Broekstraat 4. Gemeente Baarle-Nassau (NB). Transect Rapport 2214. Transect, Nieuwegein. Looveren, V. Van & G. Sophie, 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen Oordeelsestraat 32 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2020/247. Antea Group, Oosterhout. Magdelijns, N. & A.M.I. van Waveren, 2021. Baarle-Nassau, Alphenseweg 39. Gemeente Baarle-Nassau (NB). Een inventariserend veldonderzoek d.mv. proefsleuven, karterende en waarderende fase. Transect-rapport 3196. Transect, Nieuwegein. Mol, E., 2015. Transect-rapport 645: Baarle-Nassau Kapelstraat/Smederijstraat Gemeente Baarle-Nassau (NB). Transect Rapport 645. Transect, Utrecht.
19
Nales, T., 2021. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Baarle-Nassau, Kapelstraat 16. Gemeente Baarle-Nassau. Transect Rapport 3362. Transect, Nieuwegein. Nater, C.I., 2023. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Stationsstraat 7-7b en 11 te Baarle Nassau (gemeente Baarle-Nassau). Antea Group Archeologie-rapport 2023/3. Antea Group, Oosterhout. Riel, M. van, 2023. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Roosakkerstraat 9 en 11 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2023/107. Antea Group, Oosterhout. Sophie, G., 2019. IVO-P Variant archeologische begeleiding Sint Annaplein 5-7-9 te BaarleNassau. Antea Group Archeologie-rapport 2019/32. Antea Group, Oosterhout. Stiekema, M., 2014. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Industrieweg (ong.) te Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 14091888. Econsultancy, Swalmen. Stiphout, M.J. van, 2024. Baarle-Nassau, Weverstraat 13. ADC-rapport 6348. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Tebbens, L.A., 2016. Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze, in: Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016. Westelijk NoordBrabant in het Malta-tijdperk. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. Nederlandse Archeologische Rapporten 51.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. Teekens, P.C., 2020. Inventarisrerend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Rector van den Broekstraat 4 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2020/104. Antea Group, Oosterhout. Uffink, V., M. Kruijthof & G. Sophie, 2022. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Oordeelsestraat 32 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2021/153. Antea Group, Oosterhout. Valentijn, P., 2024. Weverstraat 13 te Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau. ADC-rapport 6280. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Vansweevelt, J., 2013. 10KV tracé, Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau; een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. RAAP-notitie 4379. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Veken, B. Van der, 2012. Baarle-Hertog (B) en Baarle-Nassau (NL), Kapelstraat. Een grensoverschrijdend onderzoek. ADC-rapport 3242. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Wullink, A.J., 2020. Archeologisch onderzoek Industrieweg 3-5 in Baarle, gemeente BaarleNassau. Econsultancy-rapport 11172.003. Econsultancy, Rotterdam.
20
Zee, R.M. van der, 2020. Alphenseweg 39, Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 5191. ArcheoProjecten, Amersfoort.
21
Bijlage 1. Bekende archeologische waarnemingen en vindplaatsen in het onderzoeksgebied (=500 m om plangebied). Voor ligging zie afb. 9.
Archeologische terreinen 16863: Historische dorpskern van Baarle-Nassau Op de Archeologische Monumentenkaart uit 2014 gekarteerd als Terrein van Hoge Archeologische Waarde. Het betreft de begrenzing van het dorp, zoals die op de TopografischMilitaire Kaart van ca. 1850 gekarteerd is. Onderzoeksmeldingen 2056211100: Dorpsgebieden, Boshovenseweg, Cor van der Bokstraat, booronderzoek Dit betreft een booronderzoek in meerdere percelen ten westen van het huidige plangebied. Net als hier lagen de onderzochte gebieden geomorfologisch op het dekzandplateau met een oud bouwdek, bestaande uit hoge zwarte enkeerdgronden. Uit het booronderzoek bleken deze 60 tot 150 cm dik. In de meeste boringen was de oorspronkelijke bodem onder het esdek verdwenen cq. verstoord. De aangetroffen vondsten in de boringen betroffen modern materiaal. Gezien deze beide bevingen (verstoorde bodem en geen oude vondsten) is er geen vervolgonderzoek ingesteld. Literatuur: Boer, E. de, 2006. Baarle-Nassau-'Dorpsgebieden'. Archeologisch vooronderzoek. BILAN-Rapport 2006/161. BILAN, Tilburg. 2154805100: Nassaulaan, proefsleuvenonderzoek Het betreft hier een proefsleuvenonderzoek aan de Nassaulaan. Geomorfologisch betrof het hier niet een dekzandplateau, maar terrasafzettingswelvingen, bedekt met dekzand. Dit was echter eveneens afgedekt met hoge zwarte enkeerdgronden.
In de sleuven werden alleen ploegsporen, spitsporen, greppels en een enkele ondiepe paalkuil aangetroffen, alles uit de nieuwe tijd. Deze sporen passen goed in het gebruik als akkerland. Literatuur: Labiau,G., 2007. Baarle-Nassau, Nassaulaan. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC-rapport 990. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. 2339923100: 10KV tracé, Baarle-Nassau, verkennend booronderzoek Ten behoeve van de aanleg van een zware stroomkabel is het tracé middels een verkennend booronderzoek onderzocht. In de nabijheid van het onderhavige plangebied bleek de bodem in deelstukken verstoord, terwijl er ook enkele tracédelen waren, waar de oude bodem, inclusief esdek, nog voorhanden waren. Literatuur: Vansweevelt, J., 2013. 10KV tracé, Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau; een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. RAAP-notitie 4379. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. 2271429100 en 2372290100: Kapelstraat, verkennend booronderzoek, proefsleuvenonderzoek en opgraving. Na een verkennend booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek is in een onverstoord deel van ca. 2000 m2 een nederzetting uit de ijzertijd opgegraven. In de sporen waren geen huisplattegronden te herkennen, enkel vijf spiekers. Het gebied ligt, net als het onderhavig plangebied, op het zuidwest-noordoost verlopende dekzandplateau.
Ook hier bevond zich op dit dekzand een esdek bestaande uit hoge zwarte enkeerdgronden.
22
Literatuur: Berkhout, M. & S. Moerman. 2010. Archeologisch bureauonderzoek en IVO verkennende fase: Kapelstraat 1a, Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau. Becker & Van de Graaf-rapport 868. Becker & van der Graaf, Noordwijk; Veken, B. Van der, 2012. Baarle-Hertog (B) en Baarle-Nassau (NL), Kapelstraat. Een grensoverschrijdend onderzoek. ADC-rapport 3242. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. 2457308100: Stationstraat-Roosakkerstraat, proefsleuvenonderzoek De ondergrond van deze onderzoekslocatie is identiek aan die in het plangebied: dekzandplateau met esdek. In de proefsleuven werden hier geen vindplaatsen aangetroffen. Literatuur: Boots, G.J., 2014. Proefsleuvenonderzoek Stationstraat-Roosakkerstraat te BaarleNassau in de gemeente Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 14081795. Econsultancy, Swalmen. 2460378100: Industrieweg, verkennend booronderzoek Het plangebied ligt op de rand van een dekzandvlakte. Het dekzand is afgedekt door een esdek. Uit de boringen bleek echter dat de oorspronkelijke bodemopbouw in dit gebied grotendeels verstoord was en er geen archeologische resten meer te verwachten zijn. Literatuur: Stiekema, M., 2014. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Industrieweg (ong.) te Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 14091888. Econsultancy, Swalmen.
2481113100: Kapelstraat/ Smederijstraat, proefsleuvenonderzoek Dit gebied licht op het dekzandplateau en is afgedekt met een dun esdek. Bij het proefsleuvenonderzoek werden enkele paalkuilen uit de ijzertijd aangetroffen. In de top van de door het esdek afgedekte oorspronkelijke bodem werden aardewerkscherven uit de periode late bronstijd t/m middeleeuwen ontdekt. Deze werden echter niet gerelateerd aan een nederzetting, maar aan met de plaggenmest aangevoerd materiaal. Literatuur: Mol, E., 2015. Transect-rapport 645: Baarle-Nassau Kapelstraat/Smederijstraat Gemeente Baarle-Nassau (NB). Transect Rapport 645. Transect, Utrecht. 4704686100 en 4861559100: Rector van den Broekstraat 4, verkennend booronderzoek en proefsleuvenonderzoek Ook dit gebied ligt op het dekzandplateau en is vanaf de late middeleeuwen als akkerland in gebruik geweest, waardoor zich een esdek gevormd heeft. Uit het proefsleuvenonderzoek kwam echter naar voren dat de bodemopbouw in moderne tijden verstoord is en dat er daarmee geen archeologische resten meer te verwachten zijn. Literatuur: Lepage, H.A.S. & J.Rap, 2019. Transect-rapport 2214: Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. BaarleNassau, Rector van den Broekstraat 4. Gemeente Baarle-Nassau (NB). Transect Rapport 2214. Transect, Nieuwegein; Teekens, P.C., 2020.
Inventarisrerend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Rector van den Broekstraat 4 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2020/104. Antea Group, Oosterhout. 4729934100: Sint Annaplein, archeologische begeleiding Uit het onderzoek bleek dat de bodem, en daarmee mogelijke archeologische resten, verstoord waren. Literatuur: Sophie, G., 2019. IVO-P Variant archeologische begeleiding Sint Annaplein 5-7-9 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2019/32. Antea Group, Oosterhout. 4751285100: Industrieweg 3-5, booronderzoek Landschappelijk lag dit gebied op het dekzandplateau, met een afdekkend esdek. Uit het booronderzoek bleek dat van de oorspronkelijke natuurlijke bodem onder het esdek alleen nog restanten van de B-horizont aanwezig waren. Daarmee kunnen er nog vindplaatsen uit de late prehistorie tot en met de volle middeleeuwen aanwezig zijn.
23
Literatuur: Wullink, A.J., 2020. Archeologisch onderzoek Industrieweg 3-5 in Baarle, gemeente Baarle-Nassau. Econsultancy-rapport 11172.003. Econsultancy, Rotterdam. 4864183100, 4938452100, 5448469100 en 5346327100: Alphenseweg 39, verkennend booronderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving en archeologische begeleiding Dit onderzoeksgebied, ten oosten van het plangebied, ligt eveneens op het dekzandplateau en is afgedekt met een esdek. Bij het proefsleuvenonderzoek werd een erf uit de late middeleeuwen-vroege nieuwe tijd ontdekt. Van de archeologische begeleiding is nog geen rapport voorhanden. Uit de eerste bevindingen blijkt dat er hierbij nederzettingsresten uit de periode late bronstijd-midden ijzertijd zijn aangetroffen. In het esdek werden scherven uit de late middeleeuwen verzameld. Literatuur: Zee, R.M. van der, 2020. Alphenseweg 39, Baarle-Nassau (gemeente BaarleNassau). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-rapport 5191. ArcheoProjecten, Amersfoort; Magdelijns, N. & A.M.I. van Waveren, 2021. Baarle-Nassau, Alphenseweg 39. Gemeente Baarle-Nassau (NB). Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase. Transect-rapport 3196. Transect, Nieuwegein. Van de opgraving is nog geen rapport voorhanden.
4926789100 en 5069761100: Oordeelsestraat, verkennend booronderzoek en proefsleuvenonderzoek Ligging op dekzandplateau met een afdekkend esdek. Bij het proefsleuvenonderzoek werden sporen uit (waarschijnlijk) late middeleeuwen ontdekt, zonder dat er daarin structuren of samenhang kon worden vastgesteld. Literatuur: Looveren, V. Van & G. Sophie, 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen Oordeelsestraat 32 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2020/247. Antea Group, Oosterhout; Uffink, V., M. Kruijthof & G. Sophie, 2022. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Oordeelsestraat 32 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2021/153. Antea Group, Oosterhout. 5036453100: Kapelstraat 16, verkennend booronderzoek Ligt op het dekzandplateau. De bodem bleek hier echter verstoord. Literatuur: Nales, T., 2021. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Baarle-Nassau, Kapelstraat 16. Gemeente Baarle-Nassau. Transect Rapport 3362. Transect, Nieuwegein. 5304896100: Stationsstraat 7-7B en 11, proefsleuvenonderzoek De oorspronkelijke bodem in de top van het dekzand bleek tot in de C-horizont verdwenen te zijn. Archeologische resten zijn er daamee niet te verwachten en werden bij het onderzoek dan ook niet aangetroffen. Literatuur: Nater, C.I., 2023. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v.
proefsleuven Stationsstraat 7-7b en 11 te Baarle Nassau (gemeente Baarle-Nassau). Antea Group Archeologie-rapport 2023/3. Antea Group, Oosterhout. 5325867100: Leliestraat 10, booronderzoek Uit de eerste bevindingen blijkt dat de bodemopbouw verstoord is, waarmee er geen archeologische resten meer te verwachten zijn. Literatuur: nog geen rapport beschikbaar. 5391185100: Roosakkerstraat 9 en 11, proefsleuvenonderzoek Dit gebied ligt op het dekzandplateau. De bodemopbouw bleek verstoord, doordat deze tot in de C-horizont is afgetopt. Archeologica werden dan ook niet aangetroffen. Literatuur: Riel, M. van, 2023. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Roosakkerstraat 9 en 11 te Baarle-Nassau. Antea Group Archeologie-rapport 2023/107. Antea Group, Oosterhout. 5480099100 en 5500964100: Weverstraat 13, booronderzoek en 24
proefsleuvenonderzoek Ligging op het dekzandplateau, met afdekkend esdek. Bij het proefsleuvenonderzoek zijn sporen aangetroffen, die echter geen (dateerbare) vondsten opleverden, noch samenhang vertoonden. Literatuur: Valentijn, P., 2024. Weverstraat 13 te Baarle-Nassau, gemeente Baarle-Nassau. ADC-rapport 6280. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort; Stiphout, M.J. van, 2024. Baarle-Nassau, Weverstraat 13. ADC-rapport 6348. ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. 5619679100: Kerkplein 4-6, booronderzoek Uit de eerste bevindingen blijkt dat het booronderzoek aanwijzingen heeft opgeleverd voor archeologische nederzettingsresten uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd. Literatuur: nog geen rapport beschikbaar. Losse vondstmeldingen 1070044: Alphenseweg: losse vondst Bij herinrichting van de weg en aanbrengen van riolering werd hier in 2000 een gedempte sloot aangetroffen, met daarin aardewerkscherven van geglazuurd roodbakken aardwerk uit de nieuwe tijd.
25