CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 AAN 2025-05-16 Archeologie Rapportage BO IVO Baarle-Nassau Kerkplein 4-6 eindversie

Gemeenteraad (openbaar) 24 september 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen adviesformulier buitenplanse omgevingsplanactiviteit Kerkplein 4 en 6 te Baarle-Nassau10.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transect-rapport 5404 Baarle-Nassau, Kerkplein 4-6 Gemeente Baarle-Nassau (NB) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur

T. Nales

Versie

Eindversie

Projectcode

24030073

Datum

25-02-2025

Opdrachtgever

Schoenmakers Advies b.v.

Uitvoerder

Transect b.v.

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein Veldonderzoek

T. Nales (Senior KNA Prospector)

Onderzoeksmelding

5619679100

Bevoegde overheid

Gemeente Baarle-Nassau

Adviseur bevoegde overheid

Regio-archeologen West-Brabant (RWB)

Status

Beoordeeld en goedgekeurd (18-09-2024)

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (27-06-2024)

Autorisatie Naam Drs. T. Nales (Senior KNA Prospector)

Datum

Paraaf

28-06-2024

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting In opdracht van Schoenmakers Advies b.v. heeft Transect b.v. in juni 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Kerkplein 4-6 in Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. •

•

Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een dekzandplateau ligt, waarvan de ondergrond uit rivierafzettingen van de Formatie van Stramproy. Mogelijk is er een dunne laag dekzand op aanwezig. Op grond van de ouderdom van de afzettingen in het gebied, kunnen theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode Midden-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. In de top van de rivierafzettingen – op circa 1,0 m -Mv - kunnen resten uit het Midden-Paleolithicum aanwezig zijn, in de top van het dekzand resten uit het LaatPaleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Resten uit het Midden-Paleolithicum zijn echter zeldzaam en de trefkans erop is in het plangebied klein. De verwachting hierop is zodoende laag. Voor resten uit het Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen is de verwachting echter hoog. Deze zullen zich in de top van het dekzand bevinden. De exacte diepteligging hiervan is echter niet bekend. Verder zijn er zeer waarschijnlijk resten uit de Late MiddeleeuwenNieuwe tijd aanwezig. Het terrein heeft immers een hoge archeologische waarde. Het plangebied ligt namelijk in de historische kern van Baarle-Nassau, direct naast de 16e eeuwse kerk van Baarle-Hertog. Gezien de ligging naast de kerk, waarvan er mogelijk zelfs sprake is van voorgangers, is de kans op resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen groot.

Dat resten uit de Nieuwe tijd te verwachten zijn, blijkt uit historische kaarten. In het begin van de 19e eeuw stonden in het plangebied namelijk twee huizen, waarvan er één een pastoorswoning was. De kans dat er dus funderingsresten van bebouwing en eventuele voorgangers daarvan aanwezig zijn is dus groot. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de hoge archeologische waarde voor resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is bevestigd. In de boringen is sprake van een intacte, dikke cultuurlaag met baksteenresten, leembrokken en fosfaat. De variatie in dikte doet zelfs vermoeden dat er afvalkuilen in het plangebied liggen. Er is ook middeleeuws aardewerk aangetroffen, die de ouderdom van de laag in het plangebied bevestigen. De mate van verstoring van de laag is beperkt: alleen de bovenste 50 cm van het bodemprofiel is door subrecente of moderne graafwerkzaamheden aangetast. Voor de overige perioden is de archeologische verwachting naar laag bij te stellen. De reden hiervoor is dat de overgang tussen de cultuurlaag en de top van de pleistocene afzettingen veelal scherp is en door vergraving tot stand is gekomen. De kans is groot dat resten die ouder zijn dan de Late Middeleeuwen hierbij verdwenen zijn.

Advies In het plangebied zijn sloop- en graafwerkzaamheden gepland ten behoeve van de aanleg van een appartementencomplex. Het archeologisch onderzoek heeft echter aangetoond, dat vanaf een diepte van 50 cm -Mv resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn, die onderdeel zijn van de historische kern van Baarle-Nassau. Dit betekent zo gauw er graafwerkzaamheden in het gebied gepland zijn, die binnen 30 cm -Mv blijven, deze niet leiden tot een aantasting van de bodem en daarvoor geen aanvullende maatregelen nodig zijn. Mocht dit echter wel het geval zijn, dan adviseren wij om een vervolgonderzoek uit te laten voeren om de aanwezigheid van

behoudenswaardige resten aan te tonen en deze eventueel op te graven binnen de civieltechnische einddiepte van de plannen. Een dergelijk onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek met een eventuele doorstart naar het opgraven van de bouwputten van Bouwdeel C2 en D. Dit onderzoek zal na de bovengrondse sloop van de loods in het zuiden van het plangebied moeten plaatsvinden. Ook moet er binnen het plangebied rekening worden gehouden met een beperkt ruimtebeslag. Wellicht dat voor Bouwdeel C2 volstaan kan worden met een archeologische begeleiding bij het verwijderen van de bestaande funderingen van de te slopen loods (de diepte van de funderingen van deze loods is niet bekend). Hierna kan het bouwvlak volledig worden aangelegd. Het is daarom verstandig de werkzaamheden voor het onderzoek gelijktijdig met de bouw plaats te laten vinden (vlak voor de aanleg van de bouwput). Voor deze werkzaamheden is een Programma van Eisen (PVE) nodig, waarin de randvoorwaarden voor het onderzoek zijn opgenomen. Dit document moet door de gemeente Baarle-Nassau worden beoordeeld en goedgekeurd alvorens de werkzaamheden kunnen plaatsvinden.

Mocht de ontwikkeling geen ingrepen met zich meebrengen die dieper reiken dan 30 cm -Mv en er geen archeologisch vervolgonderzoek nodig is, geldt er wel een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Baarle-Nassau). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (gemeente Baarle-Nassau) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

7

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

12

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

18

10. Resultaten veldonderzoek

21

11. Beantwoording onderzoeksvragen

23

12. Conclusie en Advies

24

13. Geraadpleegde bronnen

26

Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland

28

Bijlage 2: Plantekening

29

Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Baarle-Nassau

33

Bijlage 4: Geomorfologie

34

Bijlage 5: Hoogtekaart

35

Bijlage 6: Bodemkaart

36

Bijlage 7: Archeologische informatie

37

Bijlage 8: Boorpuntenkaart

38

Bijlage 9: Foto’s van boringen

39

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

40

1. Aanleiding In opdracht van Schoenmakers Advies b.v. heeft Transect b.v.1 in juni 2024 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Kerkplein 4-6 in Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning (OPA) ten behoeve van de realisatie van de verbouwing, gedeeltelijke sloop en realisatie van een appartementencomplex in het gebied. In het Omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau staan de juridische-planologische vereisten vermeld voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Het gemeentelijk archeologisch beleid is hierin echter nog niet opgenomen. Daarom is het Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023 als tijdelijk omgevingsplan van toepassing. Hierin heeft het plangebied een Waarde – Archeologie 1. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 50 m2 en dieper dan 40 cm -Mv reiken. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen van de toekomstige ontwikkeling (825 m2 met bodemingrepen dieper dan 40 cm -Mv) een archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.2 en het Plan van Aanpak (Nales, 2024).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.2, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbare geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Ook is er navraag gedaan bij de Heemkundekring Amalia van Solms, voor aanvullende informatie (via algemene e-mailadres; d.d. 25-06-2024). Er is echter geen aanvullende informatie verkregen.

Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.2 (KNA 4.2). Tot slot zijn de richtlijnen voor archeologisch onderzoek binnen de regio West-Brabant gebruikt.

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Baarle-Nassau

Plaats

Baarle-Nassau

Toponiem

Kerkplein 4-6

Kaartblad

50G

Centrumcoördinaat

123.235 / 383.826

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan het Kerkplein 4-6 in Baarle-Nassau (gemeente Baarle-Nassau). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied een deel van het perceel BLE01 Sectie C nummer 2196. De begrenzing wordt gevormd door het toekomstig bouwplan binnen het plangebied. In het westen grenst het plangebied aan de Desiree Geeraertstraat, in het zuiden aan de Kerksteeg en in het oosten aan de rijksgrens met België (op het Kerkplein). Het plangebied is circa 825 m2 groot.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Aanvraag omgevingsvergunning

Oppervlakte plangebied

825 m2

Planvorming

Verbouwing en nieuwbouw appartementencomplex

Omvang verstoringen

380 m2 sloop en nieuwbouw

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Zie onder >40 cm -Mv

Het voornemen bestaat om in het plangebied de bebouwing op het adres Kerkplein 4-6 te renoveren en om te vormen tot een appartementencomplex. Er zijn reeds werkzaamheden ten oosten van het plangebied gestart, maar deze behelzen uitsluitend de verbouwing van de bestaande bebouwing. Deze worden binnen het project Bouwdelen A en B genoemd. Het plangebied omvat Bouwdelen C(1 en 2) en D, waarbij er delen van de bestaande bebouwing zullen worden gesloopt en verbouwd. Bouwdeel D in het westen is volledig nieuwbouw, waar ook een kelder voor bergingen wordt gerealiseerd. Voor deze kelder zal tot circa 3,0 m -Mv worden gegraven. Bouwdeel C2 is nieuw, voor C1 worden delen van de huidige bebouwing gebruikt. Hieronder zit overigens al een kelder. Op de binnenplaats worden parkeerplaatsen ingericht en enkele tuinen. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie, een tekening met een benoeming van de verschillende bouwdelen en een constructietekening zijn weergegeven in bijlage 2. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, is een omgevingsvergunning nodig, aangezien de voorgenomen ingrepen groter zijn dan door het bestemmingsplan wordt toegestaan. De bodemingrepen zullen naar verwachting het bodemarchief en daarmee eventueel aanwezige archeologische waarden aantasten. De bebouwing heeft een omvang van 380 m2.

Voor de aanleg van de kelder onder bouwdeel D zal tot een diepte van 3,0 m -Mv worden gegraven. Onder bouwdeel C2 komt geen kelder. Hier zal gefundeerd worden tot een diepte van circa 100 cm Mv. Voor bouwdeel C1 wordt de bestaande fundering en kelder gebruikt. Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag omgevingsvergunning

Beleidskader

Tijdelijk omgevingsplan

Onderzoeksgrens

50 m2 en dieper dan 40 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door Erfgoedwet, die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het deel van het erfgoedbeheer dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Hierin is bepaald dat gemeentes rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed bij het vaststellen van het omgevingsplan. Hieronder vallen dus ook bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit is vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130, lid 1.

In het belang van de archeologische monumentenzorg kan een gemeente vanuit het Omgevingsplan lokale regels stellen door monumenten (concreet) in de bodem te beschermen of ze juist vakkundig op te laten graven (lid 3, 4 en 5). Ook kunnen ze vanuit het Omgevingsplan eisen stellen aan het onderzoek, waaronder het onderzoeksthema en de onderzoeksvorm. Gemeentes hebben tot 2031 om tot een Omgevingsplan op te stellen. Tot die tijd geldt een Tijdelijk Omgevingsplan. Voor dit onderzoek geldt het Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023 als tijdelijk omgevingsplan. Hierin heeft het plangebied een Waarde – Archeologie 1 (bron: omgevingswet.overheid.nl.). Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 50 m 2 én dieper reiken dan 40 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en diepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van de omgevingsvergunning dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Zuid-Nederlands zandgebied

Geomorfologie

Bebouwd gebied

Maaiveld

27,5 m NAP

Bodem

Bebouwd gebied

Grondwater

Niet bekend

Landschapsgenese Het plangebied ligt landschappelijk gezien in het Zuid-Nederlandse zandgebied en maakt deel uit van de Kempenhorst. De Kempenhorst is een tektonisch doch relatief stabiel stijgingsgebied ten westen van de Centrale Slenk (Schokker, 2003). Hiermee heeft het een relatief hoge ligging en kent het een eigen geologische ontwikkeling (Berendsen, 2005). De genese ervan gaat terug tot in het vroegPleistoceen, circa 1,1 miljoen jaar geleden. Toen is onder invloed van voorlopers van de Rijn, Maas en lokale beken in het gebied een pakket zandige klei en zand afgezet (Bisschops, 1973). Dit pakket behoort geologisch gezien tot de Formatie van Stramproy (de Mulder e.a., 2003). In de omgeving van het plangebied bevindt dit zandige pakket zich relatief dicht aan het oppervlak, op sommige plekken zelfs binnen 1,2 m –Mv (Teunissen van Manen, 1985; Tebbens, 2016). Vanaf het midden van het Pleistoceen hield de fluviatiele invloed in het gebied op (circa 850.000 jaar geleden). Als gevolg van een zeer koud klimaat traden toen grootschalige verstuivingen van zand op, met name gedurende de koudste perioden van de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 120.000 tot 10.000 jaar geleden). Het zand verstoof door sterke winden vanuit de drooggevallen beddingen van beken en rivieren en vanuit het drooggelegen Noordzee-bekken.

Er was vanwege het barre klimaat geen vegetatie aanwezig die dergelijke verstuivingen kon voorkomen. Het zand werd als dekzand in een dunne deken op de oude rivierafzettingen afgezet in welvingen en (tegen het einde van het Weichselien) in hoge ruggen. De vorming van dekzand vond plaats in verschillende fasen (Van Zijverden en de Moor, 2014; Schokker, 2003). Er is hierin onderscheid te maken in jong dekzand en oud dekzand. Het jonge dekzand omvat daarbij zand dat volledig onder invloed van de wind is afgezet in de laatste koude periode van het Weichselien (vanaf circa 20.000 jaar geleden). Het oude dekzand is een verzamelnaam voor het lemige tot sterk lemig zand dat in de perioden daarvóór is afgezet. Hoewel het oude dekzand hoofdzakelijk onder invloed van de wind tot stand is gekomen, omvat het onder meer ook fluvio-periglaciale afzettingen, (dek)zand dat onder invloed van afstromend water is verplaatst en afgezet. Deze laatste karakteriseren zich veelal als zand- en leemlagen waarbinnen sprake is van verspoeld plantenmateriaal en een slechte sortering van het zand. Teunissen van Manen (1985) verwachten dat in het plangebied uitsluitend oud dekzand aan het oppervlakte ligt. Vanaf het begin van het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) trad een drastische klimaatsverbetering op. De gemiddelde jaartemperaturen stegen en het werd vochtiger waardoor vegetatiegroei kon toenemen.

Hierdoor werd de zandverstuiving aan banden gelegd en trad in de top van het dekzand bodemvorming op (podzolering). In de lagere gebiedsdelen rondom de koppen en ruggen stroomden beken en kon als gevolg van de vernatting veenvorming optreden. Geologie Volgens boring B50G0003 uit het Dinoloket van TNO liggen 50 m ten noordoosten van het plangebied afzettingen van de Formatie van Stramproy op afzettingen van de Formatie van Waalre. Daaronder liggen oudere afzettingen, maar die vallen buiten de scope van dit onderzoek. Beide formaties vormen 7

afzettingen van vroeg- tot middenpleistocene vlechtende rivieren, waarbij de afzettingen van Stramproy hoofdzakelijk uit zand bestaan, terwijl die van Waalre naast zand uit klei. De top van de Formatie van Stramproy ligt aan het maaiveld, die van Waalre op een diepte van 8,25 m -Mv. Gezien de nabije ligging van het plangebied bij deze boring is deze geologische opbouw ook van toepassing voor het plangebied. Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied. De gebieden, die direct aan de kern van het dorp grenzen liggen op een dekzandplateau (code 4F51, bijlage 4, www.pdok.nl). Het is waarschijnlijk dat het plangebied ook op dit plateau ligt. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt af te leiden dat het maaiveld in het plangebied op 27,5 m NAP ligt (bron: www.ahn.nl; versie 4; bijlage 5). Het maaiveld binnen het plangebied is vlak. In de directe omgeving valt op dat het maaiveldhoogte in het plangebied binnen Baarle-Nassau (en het aangrenzende BaarleHertog) het meest hoog is en op gelijk niveau met de kerk, die ten zuidoosten van het plangebied staat. Waarschijnlijk is dit het gevolg van de ligging in het meest oude deel van de woonkern. Bodem en grondwatertrap Volgens de bodemkaart is het plangebied gekarteerd als bebouwd gebied.

In de omgeving van de bebouwde kom zijn hoge zwarte enkeerdgronden aangeduid (bodemkaartcode zEZ23, bijlage 6). Hoge zwarte enkeerdgronden zijn antropogene gronden, die over het algemeen op de middelhoge zandgronden werden aangelegd op de plek waar de bouwlanden lagen (Berendsen, 2005). Door het bemesten van de bouwlanden met potstalmest, vermengd met (heide)plaggen of plaggen uit de beekdalen, konden enkeerdgronden ontstaan, gronden die zich kenmerken door een meer dan 50 cm dikke, donkere humeuze bovenlaag (Berendsen, 2005). De relatief oudere enkeerdgronden zijn aan te treffen op de relatief hogere en siltige zandruggen (oud dekzand, zoals in het plangebied). Archeologisch gezien zijn enkeerdgronden bijzonder, doordat het aangebrachte humeuze dek het oude, begraven oppervlak van vóór de Late Middeleeuwen – en daarmee het archeologisch relevante niveau – heeft behoed voor tal van verstoringen (van Doesburg e.a., 2007). Omdat het plangebied als bebouwd gebied is gekarteerd, is op de kaart geen grondwatertrap aangegeven. Voor de enkeerdgronden rondom de kern geldt een grondwatertrap VII. Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief hoge en droge gronden, waar de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) respectievelijk beneden 80 cm -Mv en dieper dan 120 cm –Mv worden aangetroffen.

De verwachting bestaat dat organische resten nagenoeg volledig gedegradeerd zijn. De grondwaterstanden hebben naar verwachting weinig invloed gehad op anorganische resten, zodat deze naar verwachting juist goed geconserveerd zullen zijn gebleven, mits ze niet door latere bodemingrepen vergraven zijn geraakt. Ten noorden van het plangebied is tevens een grondwatermeetpunt beschikbaar (meetpunt B50G0009; bron: dinoloket.nl). Dit meetpunt is actief geweest tussen 1951 en 1975. De minimale waarde is in die periode gemeten op 20,7 m NAP (1973), het maximum op 22,53 m NAP (1966).

8

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Ja (AMK-terrein 16863)

Verwachting gemeentelijke kaart

Archeologisch monument

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied maakt deel uit van een terrein van hoge waarde op de Archeologische MonumentenKaart (AMK-terrein 16863). Dit terrein omvat de historische resten van de dorpskern Baarle-Nassau, met bewoningsresten voor 1250 na Chr.. Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart staat het plangebied aangeduid als archeologisch monument. Dit is gebaseerd op de ligging van het plangebied in de historische kern van Baarle-Nassau. Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 7). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Informatie uit overige bronnen Er is geen aanvullende informatie uit overige bronnen verkregen. Archeologisch gezien valt op dat in de historische kern, in de directe omgeving van het plangebied, geen onderzoek is uitgevoerd. Wel verder van de kern is informatie beschikbaar.

Hierbij zijn met name ten westen van het plangebied aanwijzingen voor nederzettingen uit de IJzertijd en Vroege Middeleeuwen, waarvan grondsporen duiden op de aanwezigheid van verschillende erven. Er is ook sprake van vondstmateriaal (scherven), maar deze zijn in hoeveelheden beperkt. Toch is aan de Stationstraat ook een cultuurlaag gevonden, waarin verschillende resten aardewerk uit de IJzertijd lagen. Mogelijk is dit een oude akkerlaag. Resten uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd zijn niet geregistreerd, met uitzondering van moderne verstoringen. De ligging naast de kerk van Baarle-Hertog (direct ten oosten van het plangebied) doet echter vermoeden dat er juist uit deze laatste periode resten aanwezig gaan zijn. Over vindplaatsen uit andere archeologische perioden worden in de onderzoeken geen uitspraken gedaan.

9

Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstand-windrichting

Type onderzoek

Bevindingen

Bron

3295050100, 2485115100, 2440257100,

Parallelweg

250 m ten zuidwesten

Bureau- en booronderzoek, Proefsleuvenonderzoek, Opgraving

Uit onderzoek blijkt dat op deze plaats resten aanwezig zijn geweest, die in het kader van nieuwbouwplannen zijn opgegraven. Er zijn sporen gedocumenteerd die duiden op de ligging aan de rand van een nederzetting uit de IJzertijd, waarbij huisplattegronden, bijgebouwen en een akkercomplex zijn gedocumenteerd. Tevens is een Merovingische huisplattegrond in beeld gebracht en geregistreerd. Tot slot zijn perceelsgrenzen gevonden en afscheidingen die onderdeel zijn van de rijksgrens aan de rand van Baarle-Nassau.

Pepers, 2014; Van As en Van der Linde, 2018

5036453100

Kapelstraat 16

340 m ten oosten

Bureau- en booronderzoek

Booronderzoek heeft aangetoond dat de bodemopbouw op deze plek archeologisch gezien verstoord is geraakt.

Nales, 2021

2441131100, 2457308100

Roosakkerstraat

150 m ten westen

Bureauonderzoek, Proefsleuvenonderzoek

Rapport is niet via Archis3 en Dans Easy te raadplegen

Boots, 2014

5147529100, 5391185100

Roosakkerstraat

150 m ten westen

Bureauonderzoek, proefsleuvenonderzoek

Uit het proefsleuvenonderzoek is vastgesteld dat er geen archeologische sporen in het gebied aanwezig, ondanks uit het vooronderzoek dit vermoeden is uitgesproken. Er is een modern spoor gedocumenteerd.

Verheij en Wullink, 2022; Van Riel, 2023

5471456100

Stationsstraat

300 m ten westen

Bureau- en booronderzoek, proefsleuvenonderzoek

Uit het vooronderzoek bleek aanleiding om archeologische resten in het plangebied te verwachten. Uit de proefsleuven bleek de top van het dekzand te zijn verrommeld door

Haanemaaijer, 2022, niet gepubliceerd

10

boomwortels. Er zijn geen grondsporen, maar in een cultuurlaag zijn wel resten aardewerk uit de Bronstijd en/of IJzertijd gevonden. 2056211100, 4704686100, 4861559100, 4729934100

Rector van den Broekstraat

300 m ten noorden

Bureau- en booronderzoeken, proefsleuven en een archeologische begeleiding

In de omgeving van de Rector van den Broekstraat zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd in de periode 2004-2019. In het gebied zijn deels intacte bodems aangetroffen, maar ook is aangetoond dat er plaatse van de toen bebouwde terreindelen de ondergrond was aangetast. De onderzoeken hebben daarom niet geleid tot nieuwe vindplaatsen.

De Boer, 2004; Lepage en Rap, 2019; Teekens, 2020, Sophie, 2019.

11

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype2 Cultuurhistorische elementen

Zandgebied (Brabant van het Zand) 3

Nee

Aard historisch landgebruik

Water, bouwland

Historische bebouwing aanwezig

Nee

Bebouwing van cultuurhistorische waarde

Nee

Het grondgebruik, dat over de jaren heen in het plangebied heeft plaatsgevonden, kan zijn sporen in de ondergrond hebben achtergelaten. Enerzijds herbergen oude kaarten informatie omtrent voormalig landgebruik die inzicht kan geven in de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (bijvoorbeeld historische boerenplaatsen en wegen), maar anderzijds ook in de negatieve effecten, die landgebruik op de oorspronkelijke bodem heeft gehad (en daarmee op eventueel aanwezige archeologische resten). Met dit laatste wordt niet alleen gedoeld op omwerking van de bodem door omwoeling, egalisatie, ontgraving en sanering, maar ook ophoging en ontwatering die kunnen hebben geleid tot verkleuring, verdroging en verstikking van de bodem. Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie Het plangebied ligt aan het Kerkplein, in het hart van de oude kern van Baarle-Nassau. De kerk (van Baarle-Hertog (B)) bevindt zich ten zuidoosten van het plangebied. De huidige kerk, de Remigius-kerk, dateert uit circa 1500-1550 en is vergroot in 1640. De eerste vermelding van een kapel in Baarle dateert uit 992, die werd toegewijd aan de Frankische bisschop Remigius. Onzeker is of die kerk ook op deze plek gestaan heeft. Het dorp Baarle zelf dateert waarschijnlijk ook uit deze periode.

Het bestaan van de enclaves Baarle-Nassau en Baarle-Hertog kent een oorsprong in het einde van de 12e eeuw, toen zowel de Graaf van Holland en de Hertog van Brabant (vanuit Leuven) het gebied rondom Baarle willen opeisen. De graaf wilde de Baronie van Breda zich toe-eigenen, maar de Hertog had aan de Heer van Breda gronden in leen gegeven. Deze gebieden heetten Baarle onder Breda. Er waren echter ook gronden aan anderen te leen gegeven. Deze bleven onder de Hertog. Nadat in 1404 door huwelijk de graaf Engelbrecht I van Nassau heer van Breda geworden was, werd Baarle onder Breda, BaarleNassau. Deze situatie is uiteindelijk vastgelegd tijdens de Vrede van Munster (1648) toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de (Spaansgezinde) Zuidelijke Nederlanden van elkaar gescheiden werden. Een van de landsgrenzen ligt direct ten oosten van het plangebied. Op de kadastrale Minuut uit 1811-1832 is te zien dat in het plangebied twee woningen staan. Deze staan direct ten westen van de kerk. In het zuiden ligt de Kerksteeg, die nu ook nog aanwezig is. Het onbebouwde gebied is volgens de bijlagen van de kadastrale Minuut in gebruik als tuin. In de woningen woonden toen Pastoor Pieter van Gils en koopman Hendrik Hegermans. Deze situatie verandert eigenlijk over de jaren niet. Wel breidt de bebouwing zich uit langs de Kerksteeg en het Kerkplein.

De echte omvang van gebouwen zijn echter niet betrouwbaar op basis van de historische kaarten af te leiden. De bebouwing in het plangebied langs de Kerksteeg is in 1910 gebouwd. De huidige bebouwing aan het Kerkplein dateert uit 1926 (bron: bagviewer.kadaster.nl).

2 Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016) 3 Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016)

12

Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.ikme.nl; www.vergeltungswaffen.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl, www.bhic.nl). Wel maakt TracesofWar melding dat het plangebied direct aan de Liberation Route ligt, waarlangs in 1944-45 Nederland door de geallieerden werd bevrijd. Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is in gebruik als tuin en is gedeeltelijk bebouwd. Er zijn geen ontgrondingen in het gebied beken of andersoortige bodemverstoringen. Wel is onder de bebouwing ten oosten van het plangebied (Kerkplein 4 – bouwdeel B) een kelder aanwezig (tot 265 cm -Mv). Dit blijkt uit een oude bouwtekeningen. Als deze kelder uit dezelfde periode dateert als de woning (uit 1926) dan zijn naar verwachting eventuele oude archeologische resten vergraven. Ook onder Kerkplein 6 (Bouwdeel C1) ligt een kelder volgens de bouwtekening (niet afgebeeld; bron: Schoenmakers Advies b.v.). Onder de bebouwing langs de Kerksteeg is niet bekend of hier kelders aanwezig zijn. Er heeft in het verleden in het plangebied geen milieukundig onderzoek plaatsgevonden.

Wel zijn er verdenkingen op verontreiniging, aangezien op Kerkplein 6 houtbewerkende industriële activiteiten zijn uitgevoerd (bron: noord-brabant.omgevingsrapportage.nl). Het plangebied staat verder niet op de provinciale ontgrondingenkaart aangeduid (Noord-Brabant, 2005).

13

Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

14

Figuur 2: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

15

Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

16

Figuur 6: Uitsnede van een luchtfoto uit 2022. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).

17

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een dekzandplateau ligt, waarvan de ondergrond uit rivierafzettingen van de Formatie van Stramproy. Mogelijk is er een dunne laag dekzand op aanwezig. Op grond van de ouderdom van de afzettingen in het gebied, kunnen theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode Midden-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. In de top van de rivierafzettingen – op circa 1,0 m -Mv - kunnen resten uit het MiddenPaleolithicum aanwezig zijn, in de top van het dekzand resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Resten uit het Midden-Paleolithicum zijn echter zeldzaam en de trefkans erop is in het plangebied klein. De verwachting hierop is zodoende laag. Voor resten uit het LaatPaleolithicum-Vroege Middeleeuwen is de verwachting echter hoog. Deze zullen zich in de top van het dekzand bevinden. De exacte diepteligging hiervan is echter niet bekend. Verder zijn er zeer waarschijnlijk resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd aanwezig. Het terrein heeft immers een hoge archeologische waarde. Het plangebied ligt namelijk in de historische kern van Baarle-Nassau, direct naast de 16e eeuwse kerk van Baarle-Hertog. Gezien de ligging naast de kerk, waarvan er mogelijk zelfs sprake is van voorgangers, is de kans op resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen groot.

Dat resten uit de Nieuwe tijd te verwachten zijn, blijkt uit historische kaarten. In het begin van de 19e eeuw stonden in het plangebied namelijk twee huizen, waarvan er één een pastoorswoning was. De kans dat er dus funderingsresten van bebouwing en eventuele voorgangers daarvan aanwezig zijn is dus groot. Wel is even de vraag in hoeverre deze resten nog intact zullen zijn. Onder de bebouwing ten oosten van het plangebied is een kelder aanwezig. Deze is waarschijnlijk gelijktijdig met de bebouwing van Kerkplein 4 gebouwd. In het plangebied zelf is het echter niet de verwachting dat er verstoringen aanwezig zullen zijn. De bebouwing aan het Kerkplein 6, parallel aan de Kerksteeg, is niet onderkelderd. De rest van het plangebied is altijd in gebruik geweest als tuin. Stratigrafische positie In het plangebied kunnen nederzettingssporen worden aangetroffen, hetzij in de vorm van (seizoensgebonden) jachtkampementen, hetzij in de vorm van huisplaatsen (boerderijen). Jachtkampementen kenmerken zich door een dichte vondstenstrooiing van onder andere fragmenten bewerkt vuursteen, hetgeen met name afhankelijk is van de langdurigheid en/of intensiteit van eventuele bewoning op die plek. De omvang ervan kan variëren tussen circa 100 en 1000 m2. De aanwezigheid hiervan is in eerste instantie afhankelijk van de intactheid van de top van het dekzand in het gebied.

Wat betreft resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd kenmerken deze zich naar verwachting door de aanwezigheid van een dikke cultuurlaag. Hierin zijn afvalresten aanwezig in de vorm van aardewerk, al dan niet verbrand bot en baksteenresten. Ook zullen in deze lagen grondsporen aanwezig zijn als onderdeel van palen van structuren (huizen, bijgebouwen) en afval- en beerkuilen en waterputten. Ook kunnen fundamenten van gebouwen aanwezig zijn, vanwege de ligging van het plangebied in de historische kern van Baarle-Nassau. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 2. Complextypen In het plangebied kunnen nederzettingssporen worden aangetroffen, hetzij in de vorm van (seizoensgebonden) jachtkampementen, hetzij in de vorm van verhoogde huisplaatsen (boerderijen). Jachtkampementen kenmerken zich door een dichte vondstenstrooiing van onder andere fragmenten bewerkt vuursteen, hetgeen met name afhankelijk is van de langdurigheid en/of intensiteit van 18

eventuele bewoning op die plek. De omvang ervan kan variëren tussen circa 100 en 1000 m2. De aanwezigheid hiervan is in eerste instantie afhankelijk van de intactheid van de top van het dekzand in het gebied. Wat betreft verhoogde huisplaatsen kenmerken deze zich naar verwachting door de aanwezigheid van een cultuurlaag in de top van het veen. Hierin zijn afvalresten aanwezig in de vorm van aardewerk, al dan niet verbrand bot en baksteenresten. Ook zullen in deze lagen grondsporen aanwezig zijn als onderdeel van palen van structuren (huizen, bijgebouwen) en afval- en beerkuilen en waterputten. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 2. Prospectiekenmerken, zoekstrategie en advies Het plangebied bevindt zich in de historische kern van Baarle-Nassau. In principe geldt hier een hoge waarde en zijn niet altijd met behulp van boringen verstoringen in beeld te brengen in het plangebied. In dit geval betreft het plan echter een inbreidingslocatie, waarbij ten eerste een kans bestaat dat delen van de bodem zijn aangetast door de aanleg van de huidige gebouwen in het plangebied in het begin van de 20e eeuw. Ten tweede betreft een deel van de voorgenomen plannen in het gebied een uitbouw, waarmee naar verwachting ingrepen in de bodem beperkt zijn.

Zodoende kunnen boringen gezet worden om te pogen in ieder geval de dikte van de moderne verstoringslaag in het plangebied te bepalen, zodat deze als maat kan worden gebruikt voor het bepalen of en in hoeverre de voorgenomen plannen de archeologische resten in het plangebied schaden. De methodiek van dit booronderzoek is uitgelegd in Hoofdstuk 10.

19

Tabel 2: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel

1

Archeologische verwachting Datering

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering

6 7

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen

8

Reden Laag Midden-Paleolithicum Resten bevinden zich in de top van oude rivierafzettingen uit het Vroeg-Pleistoceen. Deze resten zijn echter zeldzaam en de kans erop deze te vinden is klein. De aandacht ligt op de aanwezigheid van een onder het dekzand begraven bodem in deze afzettingen. Hoog Laat-Paleolithicum-Vroege Het plangebied ligt vermoedelijk op een hoog Middeleeuwen dekzandplateau. Vanwege de hogere ligging is het plangebied in principe in deze periode bewoonbaar geweest. Hoge waarde Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd Het plangebied is onderdeel van de historische kern van Baarle-Nassau (volgens de Archeologische Monumentenkaart). Het dorp zelf dateert vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen. Het plangebied staat direct naast een 16e eeuwse kerk, die mogelijk ouder is. In het begin van de 19e eeuw stonden er in het plangebied twee huizen. Nederzettingen (jachtkamp), huisplaatsen, sporen van landgebruik 100-1000 m2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Indien aanwezig; top van het dekzand en/of cultuurlagen erboven. +/De kans bestaat dat delen van de ondergrond zijn aangetast. Hiervan is sprake ter plaatse van de huidige bebouwing in het plangebied. De rest van het plangebied was op basis van oude kaarten in gebruik als tuin. Daar zijn geen aanwijzingen voor verstoring. Onbekend, op dit moment het hele plangebied.

Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten en grondsporen. Ook zal naar verwachting een cultuurlaag aanwezig zijn. Zie .5 20

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Nales, 2024). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied vier boringen gezet (boring 1-5). De boringen hebben een diepte tot maximaal 200 cm –Mv en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 10. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet, op de onverharde terreindelen binnen het gebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 7. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald (bron: www.ahn.nl). Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek was de tuin verhard met gebroken puin. De bebouwing in het uiterste westen is gesloopt. In de woning ten oosten van het plangebied, Kerkplein 4, vond een verbouwing plaats.

Onder deze woning is een kelder aanwezig. Kerkplein 6 was niet toegankelijk. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 9.

Figuur 7: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldbezoek (27-06-2024).

Bodemopbouw en lithologie Onder in de boringen is siltig zand tot zandig leem aanwezig. De top van dit sediment ligt op een diepte van 120-200 cm -Mv (25,5-26,3 m NAP). In het zand is tevens sprake van kleine grindjes. Vanwege deze slechte sortering en de aanwezigheid van leem is het sediment geïnterpreteerd als rivierafzetting van de Formatie van Stramproy. Op het leem ligt een rommelig, humeus sterk siltig 21

zandpakket met baksteenresten en brokken leem. Deze laag is geïnterpreteerd als een cultuurlaag. De laag varieert in dikte binnen het plangebied. Met name in boringen 1 en 4 is de laag circa 150 cm, waarmee vermoed wordt dat hier waarschijnlijk in een oude kuil of spoor geboord is. In deze boringen is de laag humeuzer en siltiger dan in de andere boringen en is fosfaat aanwezig. In de overige boringen is de cultuurlaag 10-50 cm dik. De top van de cultuurlaag bevindt zich op een diepte van 5070 cm -Mv (27-26,8 m NAP). De top van het bodemprofiel bestaat uit een matig humeus zand met baksteenbrokken. De baksteenbrokken zijn modern en vormen een indicatie voor een recente datering van de laag. Deze laag is waarschijnlijk de bouwvoor en ontstaan door de subrecente en recente graafwerkzaamheden in het plangebied. De laag heeft een dikte van 50 cm. Archeologische indicatoren In boring 1, 2 en 4 zijn fosfaatvlekken aangetroffen, hetgeen indirecte aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van menselijke activiteit hier (mest). In boring 1 is tevens op 110 cm -Mv een fragment middeleeuws aardewerk aangetroffen. Mogelijk betreft het hier een fragment kogelpot, maar vanwege de geringe omvang van de scherf (<0,5 cm) is dit niet zeker.

Archeologische interpretatie Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de hoge archeologische waarde voor resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is bevestigd. In de boringen is sprake van een intacte, dikke cultuurlaag met baksteenresten, leembrokken en fosfaat. De variatie in dikte doet zelfs vermoeden dat er afvalkuilen in het plangebied liggen. Er is ook middeleeuws aardewerk aangetroffen, die de ouderdom van de laag in het plangebied bevestigen. De mate van verstoring van de laag is beperkt: alleen de bovenste 50 cm van het bodemprofiel is door subrecente of moderne graafwerkzaamheden aangetast. Voor de overige perioden is de archeologische verwachting naar laag bij te stellen. De reden hiervoor is dat de overgang tussen de cultuurlaag en de top van de pleistocene afzettingen veelal scherp is en door vergraving tot stand is gekomen. De kans is groot dat resten die ouder zijn dan de Late Middeleeuwen hierbij verdwenen zijn.

22

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt in de historische kern van Baarle-Nassau, op een dekzandplateau.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Tijdens het veldwerk is een cultuurlaag aangetroffen, die onderdeel is van de historische kern van Baarle-Nassau. De laag varieert sterk in dikte en is in zijn geheel het archeologisch relevante niveau. In de laag is middeleeuws aardewerk aangetroffen. Alleen de bovenste 50 cm van het bodemprofiel is in de boringen verstoord geraakt.

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord vraag 2.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Midden-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen. Er geldt echter een hoge waarde op resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd.

23

12. Conclusie en Advies Conclusie • Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een dekzandplateau ligt, waarvan de ondergrond uit rivierafzettingen van de Formatie van Stramproy. Mogelijk is er een dunne laag dekzand op aanwezig. Op grond van de ouderdom van de afzettingen in het gebied, kunnen theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode Midden-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen aanwezig zijn. In de top van de rivierafzettingen – op circa 1,0 m -Mv - kunnen resten uit het Midden-Paleolithicum aanwezig zijn, in de top van het dekzand resten uit het LaatPaleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Resten uit het Midden-Paleolithicum zijn echter zeldzaam en de trefkans erop is in het plangebied klein. De verwachting hierop is zodoende laag. Voor resten uit het Laat-Paleolithicum-Vroege Middeleeuwen is de verwachting echter hoog. Deze zullen zich in de top van het dekzand bevinden. De exacte diepteligging hiervan is echter niet bekend. Verder zijn er zeer waarschijnlijk resten uit de Late MiddeleeuwenNieuwe tijd aanwezig. Het terrein heeft immers een hoge archeologische waarde. Het plangebied ligt namelijk in de historische kern van Baarle-Nassau, direct naast de 16e eeuwse kerk van Baarle-Hertog. Gezien de ligging naast de kerk, waarvan er mogelijk zelfs sprake is van voorgangers, is de kans op resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen groot.

Dat resten uit de Nieuwe tijd te verwachten zijn, blijkt uit historische kaarten. In het begin van de 19e eeuw stonden in het plangebied namelijk twee huizen, waarvan er één een pastoorswoning was. De kans dat er dus funderingsresten van bebouwing en eventuele voorgangers daarvan aanwezig zijn is dus groot. • Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de hoge archeologische waarde voor resten uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is bevestigd. In de boringen is sprake van een intacte, dikke cultuurlaag met baksteenresten, leembrokken en fosfaat. De variatie in dikte doet zelfs vermoeden dat er afvalkuilen in het plangebied liggen. Er is ook middeleeuws aardewerk aangetroffen, die de ouderdom van de laag in het plangebied bevestigen. De mate van verstoring van de laag is beperkt: alleen de bovenste 50 cm van het bodemprofiel is door subrecente of moderne graafwerkzaamheden aangetast. Voor de overige perioden is de archeologische verwachting naar laag bij te stellen. De reden hiervoor is dat de overgang tussen de cultuurlaag en de top van de pleistocene afzettingen veelal scherp is en door vergraving tot stand is gekomen. De kans is groot dat resten die ouder zijn dan de Late Middeleeuwen hierbij verdwenen zijn. Advies In het plangebied zijn sloop- en graafwerkzaamheden gepland ten behoeve van de aanleg van een appartementencomplex.

Het archeologisch onderzoek heeft echter aangetoond, dat vanaf een diepte van 50 cm -Mv resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn, die onderdeel zijn van de historische kern van Baarle-Nassau. Dit betekent zo gauw er graafwerkzaamheden in het gebied gepland zijn, die binnen 30 cm -Mv blijven, deze niet leiden tot een aantasting van de bodem en daarvoor geen aanvullende maatregelen nodig zijn. Mocht dit echter wel het geval zijn, dan adviseren wij om een vervolgonderzoek uit te laten voeren om de aanwezigheid van behoudenswaardige resten aan te tonen en deze eventueel op te graven binnen de civieltechnische einddiepte van de plannen. Een dergelijk onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek met een eventuele doorstart naar het opgraven van de bouwputten van Bouwdeel C2 en D. Dit onderzoek zal na de bovengrondse sloop van de loods in het zuiden van het plangebied moeten plaatsvinden. Ook moet er binnen het plangebied rekening worden gehouden met een beperkt ruimtebeslag. Wellicht dat voor Bouwdeel C2 volstaan kan worden met een archeologische begeleiding bij het verwijderen van de bestaande funderingen van de te slopen loods 24

(de diepte van de funderingen van deze loods is niet bekend). Hierna kan het bouwvlak volledig worden aangelegd. Het is daarom verstandig de werkzaamheden voor het onderzoek gelijktijdig met de bouw plaats te laten vinden (vlak voor de aanleg van de bouwput). Voor deze werkzaamheden is een Programma van Eisen (PVE) nodig, waarin de randvoorwaarden voor het onderzoek zijn opgenomen. Dit document moet door de gemeente Baarle-Nassau worden beoordeeld en goedgekeurd alvorens de werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Mocht de ontwikkeling geen ingrepen met zich meebrengen die dieper reiken dan 30 cm -Mv en er geen archeologisch vervolgonderzoek nodig is, geldt er wel een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Baarle-Nassau). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (gemeente Baarle-Nassau) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

25

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • www.brabant.nl/onderwerpen/cultuur-en-erfgoed/erfgoed/cultuurhistorische-waarden-inbrabant • www.bhic.nl • geoloket.provincieantwerpen.be/geoloketten/?viewer=extern&LayerTheme=12&extent=371183.1 034793,6619826.820527,643298.9241744,6793491.748791,102100 • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf • noordbrabant.omgevingsrapportage.nl • www.ikme.nl • www.tracesofwar.com • www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/ • https://omgevingswet.overheid.nl Lijst met afbeeldingen Figuur 1 Ligging van het plangebied (bron: www.pdok.nl) Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl).

Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. Figuur 8: Uitsnede van een luchtfoto uit 2022. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: 26

www.pdok.nl). Figuur 9: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldbezoek (27-06-2024). Literatuur Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Boer, E. de, 2004. Baarle-Nassau – ‘Dorpsgebieden’. Archeologisch vooronderzoek. Tilburg: BILANrapport 2006/161. Ellenkamp, R., D.M.G. Keijers, J.A.M. Roymans, 2011: Grenzen en gradiënten. Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeente Baarle-Nassau. Deel I: toelichting op de archeologische verwachtingskaart, RAAP-RAPPORT 2233. Spek, Th., 2004. Het Drentse Esdorpenlandschap. Een historisch-geografische studie. Dissertatie Wageningen Universiteit (twee delen), Utrecht. Van den Blink, F., 2021. Plan van Aanpak. Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Standdaarbuiten, Baarle-Nassau, Kapelstraat 16. Nieuwegein: Transect. Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Schokker, J., 2003.

Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment (Roer Graben, south-eastern Netherlands), Utrecht (Thesis, Nederlandse Geografische Studies 314). Sophie, G., 2019. IVO-P variant archeologische begeleiding. Sint Annaplein 5-7-9 te Baarle-Nassau, gemeente bAarle-Nassau. Oosterhout: Antea Group archeologie 2019/32. L.A. Tebbens e.a., 2016: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. In: Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016. Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied. Nederlandse Archeologische Rapporten 51. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort Teekens, P.C., 2020. Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven. Rector van den Broekstraat 4 te Baarle-nassau. Oosterhout: Antea Group Archeologie 2020/104. Van Doesburg, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoud en T. de Groot (red.), 2007. Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. NAR 34, RACM, Amersfoort. Van Zijverden, W.K. & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voorarcheologen. Leiden. 27

Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode

Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15986051/1