CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bijlagen bij regel TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68

Commissie Ruimte en Economie 29 april 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel -Vaststelling TAM-IMRO Omgevingsplan Oordeelsestraat 66-683.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68 Hoofdstuk 22H

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68

Inhoudsopgave

Bijlagen bij regels

3

Bijlage 1

Begripsbepalingen

4

Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan

9

Bijlage 3

Te slopen gebouwen

17

2 raat 66, 66a en 68" (vastgesteld)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Oordeelsest

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68

Bijlagen bij regels

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68

Bijlage 1 Begripsbepalingen

4 raat 66, 66a en 68" (vastgesteld)

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Oordeelsest

Bij artikel 1 (Begripsbepalingen) In dit TAM-IMRO omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68’ wordt verstaan onder:  achtererfgebied: gebouwerf zoals bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Bbl, uitgaande van de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 3 m achter de voorkant;  afhankelijke woonruimte: een bijgebouw/bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest;  agrarisch bedrijf: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in:  akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw;  boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan;  bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie;  grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij;  intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-,

pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen;  glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen;  sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen;  fruitteelt: de teelt van fruit;  bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen;  intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht;  paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege.

 archeologisch deskundige: een door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het advies of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);  archeologisch onderzoek: onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek);  archeologisch rapport: rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);  archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten;  bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;  bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel/bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;  bed and breakfast: recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt, gericht op het bieden van de mogelijkheid

tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf, binnen de bestaande (bedrijfs)woning of bijgebouw dat door de beperkte omvang in een woning, met behoud van de woonfunctie, door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend;  bedrijfsactiviteiten aan huis: het door een bewoner van een woning: 1. het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten; 2. bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk; waarbij de woning in een overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht

worden aan een internethandel. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel en sexinrichtingen;  begane grond: bouwlaag waarvan bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw;  bestaand: a. het gebruik op een locatie dat op het tijdstip van vaststelling van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met de voorheen geldende gebruiks- en/of bouwregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder mede begrepen de overgangsbepalingen, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit;  behoudsmaatregelen: document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien;  bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;  bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen

en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;  bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;  bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;  bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;  bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;  dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst;  detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de

uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen;  dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé;  eerste bouwlaag: de eerste volledige bouwlaag boven het peil;  eenmanszaak: onderneming die door één persoon wordt geëxploiteerd, maar wel personeel in dienst kan hebben  eigen terrein: ruimte in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort;  druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst;  erker: een aan nader bepaalde maatvoeringeisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje;  extensief recreatief verblijven: een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de functie toegestane gebruiksactiviteiten, en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende;

     

  

 

        

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; gevellijn: de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; bewoner: iemand die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten; gecertificeerde instantie: instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet; hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.

Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; internethandel: verkoop via internet aan particulieren, zonder showroom en waarvan de bestelling en betaling voornamelijk via internet verloopt en bezorging per post, alsmede opslag zonder dat producten ter plaatse worden afgehaald, bekeken of betaald; kap: een constructie van één of meer dakvlakken; kamerverhuur: gebouw en/of gedeelte van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan personen die geen huishouden vormen; kampeermiddelen: niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, campers, tenten, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief dag- en/of nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussenpersonen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; ondergeschikt bouwdeel: een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van

een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak en/of; ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die zichtbaar zijn boven peil; ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; ondergrondse werken: werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; Open constructie erf- en terreinafscheiding: constructie met een doorkijk, voor minimaal 80 % voorzien van open delen, zoals een constructie als een hekwerk. overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; peil: voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; plan van aanpak (PvA): document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van booronderzoek (verkennende of karterende boringen) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

Voor aanvang van het onderzoek dient het PvA door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd; programma van eisen (PvE): document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd;

pré-mantelzorg: mantelzorg waarbij de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur nog niet kan worden aangetoond maar deze gezien de gevorderde leeftijd, een progressieve ziekte en/of een psychische beperking mogelijk wel op termijn te verwachten is;  stedenbouwkundige samenhang: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n);  stedenbouwkundige waarde/kwaliteit: de waarde die een gebied heeft in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals de stedenbouwkundige situatie en infrastructuur, alsmede de ligging en hoogte van bouwwerken in dat gebied;  straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glasen andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten;  Teeltondersteunende voorziening: (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een

(grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. 1. Permanentate teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorzieningen die voor een periode langer dan 6 maanden worden gebruikt. 2. Tijdelijke teeltondersteunende voorziening; teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een minimum van 1 maand en een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen met eventueel regenkappen; 3. overige (teelt)ondersteunende voorzieningen: permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen in de vorm van een afscheiding, eventueel in de vorm van een hek , met een hoogte van niet meer dan 2,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden.

 voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw;  voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de grenzen van het bouwperceel;  voorwaardelijke verplichting: een regel in een ruimtelijk plan die een plicht omvat tot uitvoering van in het ruimtelijk plan bepaalde voorwaarden, ingaande zodra grondgebruiker op eigen initiatief een gebruiksvorm wijzigt dan wel op een ander in het ruimtelijk plan vastgesteld tijdstip, op initiatief van die grondgebruiker;  openbare nutsvoorzieningen: op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;  water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.

Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.;  werken en werkzaamheden: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies, geen bouwwerken zijnde, en inrichtingen en de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om deze te realiseren; woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen. 

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68

Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68" (vastgesteld) 9

Landschappelijk inpassingsplan Oordeelsestraat 66-66a Baarle-Nassau

Opgesteld door: Datum: Projectnummer: Landschappelijk inpassingsplan - Oordeelsestraat 66-66a

T.V. 11-11-2025 93023.019

Water en bodem Enkeerdgronden hebben van nature hoge organischestofgehalten, wat zorgt voor een uitstekende beworteling en een goed vochtleverend vermogen, evenals een verhoogd fosfaatgehalte. Dit organische materiaal bevordert niet alleen de bodemstructuur, maar speelt ook een rol in het verbeteren van de waterhuishouding. Het grondwaterniveau in enkeerdgronden ligt relatief laag, met een GHG (grondwaterhoogte) van ongeveer 120 cm onder het maaiveld, wat typisch is voor dit type bodem. De lage GHG is het resultaat van het hoge organische stofgehalte, wat zorgt voor een goede infiltratie en opslag van water. De bodemstructuur van enkeerdgronden, dankzij het organische materiaal, draagt bij aan een goede waterdoorlatendheid en maakt het mogelijk dat het water snel kan infiltreren, maar ook goed wordt vastgehouden. Dit bevordert niet alleen een goede beworteling van planten, maar heeft ook een positieve invloed op de bewerkbaarheid en de draagkracht van de bodem. Dit maakt de bodem bijzonder geschikt voor het maken van een goed zaaibed, wat belangrijk is voor zowel de landbouw als andere vormen van landgebruik.

Hoge zwarte enkeerdgrond; Lemig fijn zand Vorstvaaggronden; lemig fijn zand

Uitsnede kaart bodem

Vroeger werden de akkers waarop enkeerdgronden zijn gevormd omgeven door een steilrand met een houtwal, die diende om vee en wild uit het akkerland te houden.

Uitsnede kaart GHG

Landschappelijk inpassingsplan - Oordeelsestraat 66-66a

Historie Op de kaart van 1900 is goed te zien dat de akkers waarop de enkeerdgronden zijn gevormd, omgeven waren door houtwallen. Deze houtwallen dienden oorspronkelijk als groene afscheiding en bescherming tegen vee en wild, en vormden een kenmerkend element van het cultuurlandschap van die tijd. De enkeerdgronden, met hun hoge organische stofgehalten, waren uitermate geschikt voor landbouw, wat duidelijk blijkt uit de grote hoeveelheid landbouwgrond in het gebied. In 1940 was het beeld van het gebied nog steeds vergelijkbaar, hoewel de gronden verder ontgonnen waren, wat leidde tot een toename van het aantal landbouwgronden. Rond 1980 werd de ruilverkaveling zichtbaar op kaarten van het gebied. Dit was een herstructurering van het land, waarbij de percelen opnieuw werden herverdeeld. Dit resulteerde in grotere percelen, wat de landbouwproductie efficiënter maakte. De ruilverkaveling leidde ook tot de verdichting van de lintbebouwing, met de eerste bebouwing achterop de planlocatie zichtbaar op de kaarten.

1900

1940

1980

2020

In de jaren na 1980 werd de ruilverkaveling voortgezet, en het gebied kreeg steeds meer de vorm die we vandaag de dag herkennen, met bebouwing langs de linten en achterliggend akkerland.

Landschappelijk inpassingsplan - Oordeelsestraat 66-66a

Bestaande situatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Baarle-Nassau en wordt gekenmerkt door agrarische gronden. Aan de noordoostzijde van het plangebied is al een landschappelijke inrichting aanwezig met een diversiteit aan verschillende boomsoorten. Dit zorgt ervoor dat de woningen aan de voorzijde een natuurlijke afscheiding hebben met het omliggende landschap, iets wat historisch gezien terug te herleiden is naar de groene afscheidingen die rond 1900 de akkers begrensden. De kenmerkende groene afscheidingen van de enkeerdgronden is ook aan de achterzijde van het perceel nog zichtbaar. Op het perceel zijn nog een poel en een boomgaard aanwezig, die beide bijdragen aan de ecologische waarde van het gebied. De poel speelt een belangrijke rol in de biodiversiteit en vormt een natuurlijke buffer voor de waterhuishouding op het perceel. Dit versterkt zowel de landschappelijke kwaliteit als de ecologische functies van het plangebied. De boomgaard draagt bij aan het natuurbeheer door een diversiteit aan flora en fauna te ondersteunen, wat de ecologische verbindingen versterkt en de algehele landschapsbeleving verbetert.

Straatbeeld A. Bron: Google street view

A B

Straatbeeld B. Bron: Google street view

Satellietfoto van de bestaande situatie Landschappelijk inpassingsplan - Oordeelsestraat 66-66a

Omgevingsvisie Het buitengebied van Baarle-Nassau is een gebied doordrenkt van diversiteit, historie en rijkdom. Het landschap kent drie hoofdtypen: de oude landschappen, het Merkske (beekdallandschap) en de jonge landschappen, elk met eigen kwaliteiten en kenmerken. Volgens de omgevingsvisie ligt het plangebied in het deelgebied omgeving Baarle-Nassau, dat wordt gekenmerkt door oude landschappen. Deze bestaan uit oude bouwlanden, aangevuld met voormalige kampontginningen, die door hun ruimtelijke opbouw en bebouwingsdichtheid nog steeds duidelijk herkenbaar zijn ten opzichte van de jongere heideontginningen. Baarle-Nassau ligt in een karakteristiek agrarisch landschap, gevormd door deze oude bouwlanden en kampontginningen, die zijn uitgegroeid tot buurtschappen en lintbebouwing. Bij ontwikkelingen staat het behoud en herstel van oude landschapsstructuren en cultuurhistorische waarden centraal, waarbij het verbeteren van de omgevingskwaliteit als uitgangspunt geldt. Ondanks de groei van het dorp blijven de akkercomplexen herkenbaar. Het dorp ligt op het hoogste punt in het landschap, waar kleine stroompjes reliëf hebben gevormd en samen met eeuwenlang ophogen van akkers een licht golvend landschap hebben opgeleverd. De wegen rondom het dorp volgen dit reliëf slingerend, terwijl buiten het oude landschap een kaarsrecht patroon en beperkte bebouwing zichtbaar zijn.

Voor de ontwikkelingsrichting van Baarle-Nassau staat het behoud en de versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden centraal. Nieuwe ontwikkelingen richten zich op het handhaven van de compactheid van buurtschappen, het behouden van doorzichten naar achterliggende akkers, en het respecteren van het karakteristieke reliëf en watergebonden structuren. Zo wordt bijgedragen aan een duurzame ontwikkeling die recht doet aan zowel de geschiedenis als de unieke landschappelijke kwaliteit van Baarle-Nassau.

Uitsnede omgevingsvisie: gebiedsgerichte uitwerking omgeving Baarle

Landschappelijk inpassingsplan - Oordeelsestraat 66-66a

Landschappelijke inpassing Plantsortiment Bestaande beplanting Te planten beplanting

Aan te planten knip- of scheerheg Plantafstand 20 cm (bij beuk) m¹ st / m¹ Hoogte ca. 80-100 cm 242 5 Meidoorn, beuk, veldesdoorn, hulst, liguster en/of vergelijkbaar inheems

aantal 1210

Aan te planten bomenrij Stamomtrek 10-12 cm Berk, wilg, zomereik, zwarte els en/of vergelijkbaar inheems

aantal Circa 43

Te behouden bomenrij Bouwvlak nr. 66

Te behouden ‘siervoortuin’ Te slopen gebouw (geen onderdeel LBV) Te behouden poel Nieuw te bouwen bedrijfsgebouw

Te planten bomenrij

Te slopen gebouw (geen onderdeel LBV)

Te slopen loods (geen onderdeel LBV)

Te behouden boomgaard

Te slopen stal (wel onderdeel LBV)

Te planten bomenrij

te revitaliseren bomenrij

Schaal: 1:1000 (A3)

Deze tekening bevat tevens informatie die geen betrekking heeft op de verplichte landschappelijke inpassing als gevolg van bijbehorende procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

Landschappelijk inpassingsplan - Oordeelsestraat 66-66a

Landschappelijke inpassing Bij de ontwikkeling van het plangebied is zorgvuldig rekening gehouden met de bestaande landschappelijke elementen van het plangebied. Het uitgangspunt is het behouden en versterken van de ruimtelijke samenhang van het gebied, zodat het nieuwe ontwerp zich naadloos voegt in het omliggende landschap en de bestaande elementen aanvult. Dit draagt bij aan de continuïteit van het landschap en de herkenbaarheid van het gebied. De bestaande bomenrijen langs de perceelsgrenzen aan de oost- en zuidzijde van het plangebied worden behouden en in de beoogde situatie versterkt. Deze bomenrijen worden met elkaar verbonden door het realiseren van een aanvullende bomenrij aan de oostzijde en het revitaliseren van de bomenrij aan de zuidzijde, waarbij verzwakte of dode bomen worden verwijderd, gaten worden opgevuld en de bestaande bomen worden verzorgd en gesnoeid voor een optimale groei. Ook aan de westzijde wordt een bomenrij aangeplant, zodat het plangebied als geheel wordt voorzien van een groene afscheiding. Dit zorgt ervoor dat het gebied visueel en ecologisch samenhangend in het landschap wordt ingepast en versterkt, zoals dat in de historische situatie van 1900 het geval was, toen ook groene afscheidingen het landschap bepaalden. Binnen het plangebied worden de verschillende percelen afgebakend door een knip- of scheerhaag.

Zoals gezegd worden de buitengrenzen van het plangebied voorzien van bomenrijen, dit laat het plangebied als één geheel functioneren in het landschap. Dit maakt het plangebied ruimtelijk en visueel groter, wat helpt de versnippering van het landschap tegen te gaan en zorgt voor een harmonieuze overgang tussen de bebouwde omgeving en het omliggende agrarische landschap. De landschappelijke inpassing is hiermee niet alleen gericht op visuele integratie van de ontwikkeling, maar ook op het behoud van ecologische waarde en het versterken van de groene structuren in de regio. Het ontwerp draagt bij aan het versterken van de historische en ecologische continuïteit van het landschap, terwijl tegelijkertijd het ruimtegebruik efficiënt en passend is binnen de ruimtelijke context.

Landschappelijk inpassingsplan - Oordeelsestraat 66-66a

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68

Bijlage 3 T e slopen gebouwen

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Oordeelsestraat 66, 66a en 68" (vastgesteld) 17

Woning 68

at

a str

België

lse ee rd o O 255 30m 2

68 66a 40m 2

Woning 66a

28m 2

188

66 953

Bijgebouw: 200m2 Toegestaan: 200m2

50m 2

Toegestaan: 200m2 Bijgebouw: 400m2

172m 2

Minimaal te slopen welk geen onderdeel is van de LBV-regeling: 400m2

741 64

1010

280m 2

178m 2

te slopen bergingen geen onderdeel LBV-regeling

187

403m 2

727

185

Werkelijk te slopen welke geen onderdeel is van de LBV-regeling: 597m2

189

16m 2

te slopen loods geen onderdeel LBV-regeling

190

1009

767

SITUATIE

N

NW

Kadastrale gemeente: Baarle-Nassau R - 187 & 741 Sectie/nummer(s): Schaal: 1:2000

w

NO

O

ZW

z

ZO

© VAN DUN ADVIES BV

Vestiging Gilze T. 013 5199458 Vestiging Someren T. 0493 745015 Vestiging Reek T. 0486 450160 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl

PROJECTNUMMER

TEKENAAR

93023.CA014

RoHe/ HD

TEKENING

SCHAAL

DATUM

07-11-2025 WIJZIGINGEN

situatietekening

1:2000

1e

ONDERWERP

BLAD

2e

te slopen bebouwing

1-01 FORMAAT

LOCATIE

aan de Oordeelsestraat 68 te Baarle-Nassau

A4

3e 4e 5e

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16811727/1