Bijlage 4F - Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 23095 Schrans 2, Castelré Gemeente Baarle-Nassau Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Concept versie 11-10-2023 Richard Exaltus Joep Orbons
Oktober 2023
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 23095 Schrans 2, Castelré Gemeente Baarle-Nassau Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren 23-164 ArcheoPro Rapport Schrans 2, Castelré 2023 10 11 11-10-2023 Concept 5460245100 Gemeente Baarle-Nassau Programmabureau Regio West-Brabant Provincie Noord-Brabant 1569-7363 Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Niet van toepassing Drs R.P. A. Paulussen, senior KNA archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2023 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 11-10-2023
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 3
Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 5 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 5 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 5 1.3 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................ 5 1.4 ONDERZOEK (LS01) ........................................................................................................................................................................ 6 1.5 DOEL- EN VRAAGSTELLING .........................................................................................................................................................................
6 1.6 BELEID EN RANDVOORWAARDEN .............................................................................................................................................................. 6
2. BUREAUONDERZOEK ........................................................................................................................ 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE, AARDKUNDE EN BODEM (LS04) ...................................................................................................................13 2.3 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................20 2.4 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN (LS01/LS04) ..................................................................................................................20 2.5 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................24 2.6 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05) ...........................................................................................34 2.7 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................35
3. VELDONDERZOEK .............................................................................................................................. 36 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................36 3.3 RESULTATEN BOORONDERZOEK (VS03) .........................................................................................................................................36
4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
(VS07) ............................................................................. 39
4.1. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................39
5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 41 6. BIJLAGES................................................................................................................................................ 43 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................43 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................43 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................44 BIJLAGE 4: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................45
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 4
Samenvatting Op 30 september 2023 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Schrans 2 te Castelré in de gemeente Baarle-Nassau. Het plangebied als geheel ligt op de rand van een beekdal en op de overgang hiervan naar relatief hooggelegen terreindelen en heeft daardoor een archeologische verwachting die uiteenloopt van laag voor resten uit alle perioden tot laag voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers en hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Het deel van het plangebied waarop de huidige woning zal worden gesloopt en waarop vervolgens nieuwbouw zal plaatsvinden, ligt naar verwachting in een gradiënt zone. Deze zal gedurende de steentijd een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar was niet erg geschikt voor bewoning door landbouwers. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied dan ook een hoge verwachting voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en een lage verwachting voor nederzettingsresten van landbouwers. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zeven boringen gezet met behulp van een zandguts.
Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? De bodem binnen het onderzochte deel van het plangebied wordt gekenmerkt door perioden van veenvorming die werden onderbroken door de afzetting van zand en of klei. Het veen is voor een deel door bodembewerking opgenomen waardoor deze vaak moerig zijn. Vanaf zeventig centimeter beneden het maaiveld is overal binnen het plangebied het geelgrijze zand van de C-horizont aangetroffen. De top hiervan is doorgaans enigszins venig. Plaatselijk resteert nog een intacte veenlaag. Deze is echter nergens dikker dan vijf centimeter. Ook de laagjes beekklei die binnen het plangebied zijn aangetroffen zijn maximaal slechts enkele centimeters dik. -In welke mate is de bodem verstoord? De verstoorde delen van de bodem bestaan uit de bouwvoor en het onderliggende moerige zand. De dikte van deze pakketten bedraagt gezamenlijk veertig tot zeventig centimeter. -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Het plangebied ligt niet in de verwachte gradiëntzone die aantrekkelijk zal zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar in een zeer slecht ontwaterde laagte die bovendien regelmatig overstroomde.
De aangetroffen laagjes veen en klei zijn dermate dun dat daarin de kans op de aanwezigheid van (resten) van vondstcomplexen van organisch materiaal die kenmerkend zijn voor beekdalen, eveneens bijzonder klein is. De archeologische verwachting binnen het deel van het plangebied waarbinnen de sloop – en bouwwerkzaamheden zijn gepland kan dan ook worden bijgesteld tot laag voor zowel resten van bewoning van jagers-verzamelaars als voor resten van bewoning van landbouwers en sluit daarmee aan op de archeologische verwachting van het westelijker gelegen deel van het plangebied.
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 5
1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens
Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren Marjolijn Raymakers September 2023 29-09-2023 5460245100 Aanvraag bouwvergunning Gemeente Baarle-Nassau Programmabureau Regio West-Brabant Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant
(LS02)
Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
Noord-Brabant Baarle-Nassau Castelré Schrans 2, Castelré Tegen de Belgische grens ten westen van Castelré 112082 / 381135 112082 / 381275 112278 / 381275 112278 / 381135 1.71 Hectare Particulier Grasland, tuin en bebouwing 13 meter +NAP GPS Garmin, meetlinten
1.3 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep Wijze fundering Onderkeldering Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging grondwaterstand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
Versie: 11-10-2023
De bouw van een woning Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
1.4 Onderzoek
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 6
(LS01)
Op 30 september 2023 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Schrans 2 te Castelré in de gemeente Baarle-Nassau. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen sloop van de huidige woning binnen het plangebied en vervanging hiervan door iets noordelijker gelegen nieuwbouw. Hiertoe benodigde graafwerkzaamheden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Op de gemeentelijke beleidskaart ligt het westelijke deel van het plangebied, waarbinnen de geplande bouw- en sloopactiviteiten zullen plaatsvinden, binnen een zone van categorie 2. Hier is de verwachting hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Binnen deze zone geldt in het bestemmingsplan een dubbelbestemming voor archeologie en dient onderzoek plaats te vinden voorafgaande aan bodemingrepen die meer dan honderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter. Om hier een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden.
Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie.
1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? -In welke mate is de bodem verstoord? -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Welke vorm van vervolgonderzoek is geschikt om eventueel aanwezige resten nader te onderzoeken? ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-archeoloog), en drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA-archeoloog/senior vakspecialist).
1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid ligt het westelijke deel van het plangebied, waarbinnen de geplande bouw- en sloopactiviteiten zullen plaatsvinden, binnen een zone van categorie 2. Hier is de verwachting hoog voor nederzettingsresten van jagersverzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers en dient onderzoek plaats te vinden voorafgaande aan bodemingrepen die meer dan honderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter. Het centrale deel van het plangebied ligt binnen een zone van categorie 2. Hier is de verwachting laag voor resten van bewoning uit alle perioden en is geen onderzoek vereist. Het zuidwestelijke deel van het plangebied ligt in een zone van categorie 4. Hier is de verwachting laag voor nederzettingsresten van jagersVersie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 7
verzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers. Hier is onderzoek vereist bij bodemingrepen die meer dan duizend vierkante meter beslaan. Tegen de uiterste westrand van het plangebied ligt één klein terreindeel in een zone van categorie 3. Hier geldt gezien de natte context een verwachting voor specifiek aan natte laagten gebonden archeologische resten en dient onderzoek plaats te vinden voorafgaande aan bodemingrepen die meer dan vijfhonderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter.
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart. 1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 8
Figuur 2: De binnen het plangebied gepland sloop van de huidige woning en vervanging hiervan door nieuwbouw.
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 9
Figuur 3: Het plangebied op de bestemmingsplankaart 2 2 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 10
Figuur 4: Het plangebied op de kadasterkaart 3
3 Bron: www.kadaster.nl
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 11
2. Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • Gemeente Baarle-Nassau, Archeologische beleidskaart • Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 • Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 12
De kaart Archeologie in Nederland is een combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De huidige AMK kan dan ook beschouwd worden als een statisch bestand.
Figuur 5: Luchtfoto uit 2021 met daarop rood omlijnd het plangebied 4
4 Bron: http://www.pdok.nl
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 13
(LS04)
Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichseliën), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken en de brede riviervlaktes dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Daarbij werden de oude rivierafzettingen van de Maas afgedekt. Deze rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de Formatie van Sterksel gerekend. In het onderzoeksgebied liggen oude rivierafzettingen aan of dicht onder het maaiveld. Een groot deel van de formatie is door een verwilderd riviersysteem afgezet. De Formatie van Sterksel is afgezet in het laatste deel van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar geleden) tot en met het Midden-Pleistoceen (circa 475.000 jaar geleden). In het Holoceen (11.755 jaar BP tot heden) steeg de temperatuur. Het landijs smolt, waardoor de zeespiegel steeg. Door de zeespiegelstijging steeg ook de grondwaterspiegel, waardoor lager liggende terreindelen natter werden. Hierdoor trad op steeds grotere schaal veenvorming op. Dit veen behoort tot de formatie van Nieuwkoop (laagpakket van Griendtsveen) en is vanaf de middeleeuwen in toenemende mate ontgonnen.
De veenkaart uit Verdwenen Venen (Leenders K.A.H.W, 2013), laat alleen veen zien in het beekdal langs de westrand van het plangebied (zie figuur 6). De geomorfologische kaart geeft hier de ligging aan van langgerekte ondiepe (legenda-eenheid 22R46 op figuur 8). Deze is volgens de paleogeografische kaart gevormd tussen 12.400 en 11.700 v.C. (zie figuur 7). Vrijwel het volledige plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op glooiing van beekdalzijde die ten oosten van het beekdal ligt (legenda-eenheid 4H42 op figuur 8). Ongeveer honderd meter ten oosten van het plangebied liggen vrij vlakke., met dekzand bedekte terrasafzettingswelvingen (figuur 8, legenda-eenheid 3L41d), die tweehonderd meter ten oosten van het plangebied overgaan in een dekzandrug (figuur 8, legenda-eenheid 3B53yc). Zowel deze dekzandrug als het beekdal zijn op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (figuur 9) goed te onderscheiden aan respectievelijk hun relatief hoge- en hun relatief lage ligging. Het verschil, in hoogteligging tussen deze twee geomorfologische eenheden loopt uiteen van ongeveer 12 meter boven NAP tot ruim 15 meter boven NAP. Binnen het plangebied ligt de maaiveldhoogte ongeveer op 12 meter boven NAP. Volgens de ondergrondgegevens uit het DINO-loket liggen nabij het plangebied geen voor het onderzoek bruikbare boringen.
Op voldoende ontwaterde delen van het zandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BChorizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). De bodemkaart geeft op het westelijke deel van het plangebied de aanwezigheid aan van beekeerdgronden (figuur 10, legenda-eenheid pZg23). De bodems in de beekdalen zijn doorgaans zeer roestig en hebben veelal een zwarte humeuze bovengrond. De grondwatertrap bedraagt hier III, hetgeen betekent dat het met name in de winter, slecht ontwaterde bodems betreft. Op de oostelijke helft van het plangebied zijn volgens de bodemkaart hoge zwarte enkeerdgronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand met gerijpte oude klei, anders dan keileem of potklei beginnend tussen 40 en 120 cm en ten minste 20 cm dik (figuur 10, legenda-eenheid zEz21t. Dergelijke enkeerdgronden worden gekenmerkt door een tenminste 50 cm dikke zwarte humeuze bovengrond die veelal in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd ( tot ± 1900), is ontstaan ten gevolge van eeuwenlange bemesting met potstalmest. Veelal gaat dit akkerdek geleidelijk aan over in het niet door plaggenbemesting met humus verrijkte zand.
Doordat enkeerdgronden vaak zijn aangelegd in gebieden waar oorspronkelijk podzolgronden zijn ontstaan, kunnen resten hiervan onder
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 14
het esdek aanwezig zijn. De grondwatertrap bedraagt hier V, hetgeen betekent dat het in de winter slecht-, en in de zomer, goed ontwaterde bodems betreft.
Figuur 6: Uitsnede uit de geologische kaart. 5 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
5 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 15
Figuur 7: Uitsnede uit de paleogeografische kaart. 6 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 6 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 16
Figuur 8: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. 7 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
7 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 17
Figuur 9: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. 8 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
8 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 18
Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 9
9 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 19
Figuur 11: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 10
10 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 20
2.3 Archeologie (LS01/LS04) Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied (Tebbens L. A., 2016 in: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016) dat heeft plaatsgevonden in het kader van de Oogst van Malta, heeft door de geringe beschikbaarheid van data uit deze perioden, geen bijstelling van dit model opgeleverd voor resten uit het laat-paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Wel geldt specifiek voor het westelijk deel van het Brabants zandgebied dat rekening moet worden met de afdekking met veen van lage delen van het landschap in het mesolithicum en het neolithicum. Gedurende de late prehistorie verschuift de bewoning naar de allerhoogste delen. Dit is mogelijk het gevolg van geleidelijke vernatting van het landschap, waarbij juist de vernatte, moerassige delen niet meer bewoond worden. De bewoning in de periode ijzertijd – Romeinse tijd vertoont een sterke mate van continuïteit die plaatselijk al in de bronstijd begint. De bewoningslacune die in overige delen van Brabant na de Romeinse tijd wordt gezien, lijkt in West-Brabant door eerder optredende Merovingische kolonisatie, al tussen 450 en 500 AD tot een einde te zijn gekomen en daarmee ongeveer een eeuw vroeger dan in het oosten van Brabant.
Plaatselijk lijkt zelfs geen onderbreking te hebben bestaan. Tot in de volle- en late middeleeuwen loopt de bewoning ononderbroken door met een duidelijke verdichting van de bewoning in de late middeleeuwen. Binnen het onderzoeksgebied liggen slechts drie bekende archeologische vindplaatsen: Zaaknummer 3269406100 ligt ruim zevenhonderd meter ten noordoosten van het plangebied. Hier is een schansachtige structuur aanwezig van dertig bij dertig meter dij waarschijnlijk de resten van een boerenschans vormt. Tevens zijn hier enkele aardewerkscherven uit de periode neolithicum – ijzertijd aangetroffen. Zaaknummer 4774095100 vormt een gelijksoortige schans-achtige structuur die op het AHN is waargenomen. Deze ligt ruim honderd meter ten noordwesten van het plangebied. Zaaknummer 3269414100 ligt ruim vierhonderd meter ten noordoosten van het plangebied. Hier is in het kader van het archeologisch onderzoek ten behoeve van Ruilverkavelingsgebied Baarle-Nassau onderzoek gedaan waarbij twee scherven grijsbakkend aardewerk uit de late middeleeuwen zijn aangetroffen. 2.4 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04) ArcheoPro heeft contact opgenomen met Heemkundevereniging Amalia van Solms. Dit heeft met betrekking tot het plangebied geen informatie opgeleverd.
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 21
Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties. 11 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 11 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 22
Figuur 13: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen. 12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 23
Figuur 13: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart. 13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
13 Bron: Gemeente Baarle-Nassau
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 24
2.5 Historie (LS03) Op de kaarten van Ferraris uit 1770 en Verheesch uit omstreeks 1780 (zie figuur 15 en 16), is slechts te zien dat het plangebied direct aan de beek grenst. Volgens de kaart van de historische landschappen en historische relicten (zie figuur 17 en 18) ligt het zuidoostelijke deel van plangebied van oudsher binnen een open akkercomplex en liggen de overige delen van oudsher op grasland. In beide gevallen gaat het om gebieden met een inrichting die al (deels) van voor 1500 dateert. Op de kadastrale kaart uit de periode 1811-1832 ligt het plangebied nog vrijwel volledig op agrarische percelen en is alleen bebouwing aanwezig op de locatie waarop ook nu nog een woning staat. Deze woning dateert volgens de BAG-viewer uit 1970. Dit geldt ook voor de bijbehorende schuur. Figuur 21 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1899, 1958 en 2016. Op deze kaarten is te zien dat gedurende de afgelopen tweehonderd jaar nauwelijks iets is veranderd binnen het plangebied. De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME), toont in en nabij het plangebied geen militaire elementen. Ook de site traces of war geeft in of nabij het plangebied geen bijzonderheden. Niettemin ligt het plangebied tegen de grens met België waarlangs gedurende de eerste wereldoorlog de zogenaamde dodendraad liep.
De door de Duitsers gebouwde geëlektrificeerde grensversperring moest vermijden dat vluchtelingen en oorlogsvrijwilligers vanuit België naar Nederland konden komen. Het plangebied ligt langs de dodendraadroute en pal naast de huidige woning staat een informatiebord over deze route (zie figuur 14).
Figuur 14: Het informatie bord over de dodendraadroute dat pal naast de huidige woning staat (bron: Google Streetview) Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 25
Figuur 15: Uitsnede uit de kaart van Ferraris uit 1770. 14 Het plangebied is rood omlijnd.
14 Bron: Verheesch
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 26
Figuur 16: Uitsnede uit de kaart van Verheesch uit ca. 1780. 15 Het plangebied is rood omlijnd.
15 Bron: Verheesch
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 27
Figuur 17a: Uitsnede uit de kaart met historisch landschap (naar Renes, 1985) 16 Het plangebied is rood omlijnd.
16 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 28
Figuur 17b: Legenda van de kaart met historische landschapselementen (naar Renes, 1985)
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 29
Figuur 18a: Uitsnede uit de kaart met historische relicten (naar Renes, 1985) 17 Het plangebied is rood omlijnd.
17 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 30
Figuur 18b: Legenda van de kaart met historische relicten (naar Renes, 1985) 18 Het plangebied is rood omlijnd 18 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 31
Figuur 19: Uitsnede uit de kaart cultuurhistorische monumenten. 19 Het plangebied is rood omlijnd.
19 Bron: Monumentenregister Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Amersfoort 2018
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 32
Figuur 20: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832 20
20 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 33
Figuur 21: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1899, 1958 en 2016. 21 Het plangebied is telkens rood omlijnd.
21 Bron: Kadaster Topografische Dienst
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 34
(LS05)
Specifieke ligging (locatie) en verwachte perioden (datering) Het plangebied ligt op de rand van een beekdal en op de overgang hiervan naar relatief hooggelegen terreindelen. Het plangebied heeft daardoor een archeologische verwachting die uiteenloopt van laag voor resten uit alle perioden tot laag voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers en hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Het deel van het plangebied waarop de huidige woning zal worden gesloopt en waarop vervolgens nieuwbouw zal plaatsvinden, ligt in een zone met deze laatste verwachting. Complextypen en uiterlijke kenmerken Vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum of mesolithicum binnen het plangebied kunnen uit vuursteenconcentraties bestaan die nauwelijks meer hoeven te zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp. Resten hiervan zullen uit concentraties van vuursteen bestaan die door grondbewerking deels tot aan het maaiveld kunnen voorkomen. De omvang hiervan kan beperkt zijn tot enkele (tientallen) vierkante meters. Resten uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd of de vroege middeleeuwen betreffen doorgaans nederzettingsresten van minimaal honderden vierkante meters grootte.
Deze worden gekenmerkt door grondsporen en door losse vondsten die veelal al aan het maaiveld zichtbaar kunnen zijn. Tevens kunnen resten van begravingen, zowel in de vorm van crematiegraven als van inhumatiegraven, aanwezig zijn. Zowel nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen als sporen van begraving uit deze perioden kunnen worden verwacht op de (destijds) relatief hooggelegen delen van het (dekzand)landschap. De omvang hiervan kan uiteenlopen van enkele honderden tot enkele duizenden vierkante meters. Uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd kunnen tevens resten van perceelstructuren binnen de westelijke delen van het geplande tracé bewaard gebleven zijn. Voor terreindelen met een nog deels intacte veenbedekking geldt dat hier rekening moet worden gehouden met vondstcomplexen die kenmerkend zijn voor veengebieden en/of beekdalen. In verband hiermee is in de KNA Leidraad archeologisch onderzoek van beekdalen in Pleistoceen Nederland de volgende lijst van punt- en lijnelementen opgenomen waarmee rekening moet worden gehouden: Puntelementen: 1. houten en stenen constructies die verband houden met infrastructuur, bijvoorbeeld Restanten van voorden, bruggen, sluizen en stuwen; 2. voorzieningen voor de visvangst en jachtattributen: fuiken, visweren, eendenkooien, Strikken en netten, pijlen en harpoenen; 3.
plaatsen van ‘rituele depositie’ van stenen of metalen voorwerpen, potten aardewerk en Van menselijk en dierlijk botmateriaal3; 4. tijdelijke verblijfplaatsen of kampementen van laat-paleolithische, mesolithische en (Vroeg-) neolithische jagers en verzamelaars; 5. vaartuigen, waaronder uitgeholde boomstammen (kano’s) en boten; 6. fenomenen uit historische tijd: watermolens, kastelen, moated sites; 7. archeobotanische resten met sporen van menselijke bewerking, bijvoorbeeld Boomstammen met kapsporen. Lijnelementen en vlaklocaties: 1. perceleringssystemen, hooiwinnings- en beweidingarealen; 2. knuppelpaden, wegen en dammen; 3. gegraven waterwerken uit historische tijd: grachten, kanalen, molentakken;
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 35
4. winningszones van grondstoffen, zoals vuursteen, leem, veen en ijzeroer; 5. stortzones of dumps van (nederzettings-)afval Gaafheid en diepteligging Door agrarisch gebruik in het verleden zal in elk geval een dertig tot veertig centimeter dikke bouwvoor ontstaan zijn waarbinnen de bodem verstoord is. Eventuele diepere graafactiviteiten (bijvoorbeeld om veevoer in te kuilen) kunnen tot diepere bodemverstoring hebben geleid. Ook ter plaatse van de bestaande woning zal de bodem naar verwachting relatief diep zijn verstoord.
2.7 Onderzoeksstrategie (LS05) Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een zandguts. Indien blijkt dat de huidige grondbewerking tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, is een oppervlaktekartering een geschikte methode voor het opsporen van archeologische indicatoren. Gezien de geplande bodemingrepen lijkt het alleen zinnig om archeologisch onderzoek te verrichten in het deel van het plangebied waarin de huidige woning zal worden gesloopt en waarin nieuwbouw zal plaatsvinden. Dit betekent wel dat voor de overige deel van het plangebied de archeologische dubbelbestemming van kracht dient te blijven. Binnen het deel van het plangebied waarin de huidige woning zal worden gesloopt en waarin nieuwbouw zal plaatsvinden wordt aanbevolen om in eerste instantie een booronderzoek met een dichtheid van twintig boringen per hectare uit te voeren. Aan de hand van de resultaten hiervan kan vervolgens worden bepaald hoe de bodem is opgebouwd binnen het plangebied, in welke mate deze nog intact is en of hierin nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn die eventueel nader onderzoeken vereisen.
Figuur 22: Het plangebied nabij boorpunt 4, gezien in zuidelijke richting
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 36
3. Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 25). Zandguts met een diameter van twee centimeter. Zeven 20 x 15m Ruim dertig boringen per hectare 1 – 1,5m –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de bebouwing en begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.
3.3 Resultaten booronderzoek (VS03) De boringen zijn gezet in drie noordoost-zuidwest gerichte boorraaien van achtereenvolgens drie, twee en twee boringen. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Tijdens het veldonderzoek is bovenin alle boringen een bouwvoor aangetroffen van humusrijk zand. De dikte hiervan loopt uiteen van dertig centimeter op boorpunt 5 tot bijna zestig centimeter op de boorpunten 3 en 7. Hieronder is op de boorpunten 1, 2, 5, 6 en 7, moerig zand aangetroffen. De moerigheid van dit zand wordt veroorzaakt door de aanwezigheid hierin van sterk veraarde veenresten. Op boorpunt 5 is onder het pakket moerig zand een vijf centimeter dik pakket intact veen aangetroffen. Een overeenkomstig veenpakket ligt op boorpunt 4 ingebed in venig zand (zie figuur 23).
Figuur 23: Foto van boring 4 met geheel links venig zand en links van het midden een dun laagje beekklei ingebed in geelgrijs zand met rechts daarvan een laagje veen dat via een laag venig zand overgaat in het schone geelgrijze zand van de C-horizont. In boring 4 ligt in het boven het veenpakket gelegen venige zand, een dun laagje beekklei. Op boorpunt 3 is direct onder de bouwvoor een dergelijk laagje beekklei aangetroffen. De top van het hieronder gelegen geelgrijze zand van de C-horizont is venig. Ook op de boorpunten 4 en 5 is de top van het geelgrijze zand van de C-horizont venig. Op de boorpunten 1, 2, 6 en 7 is direct onder het moerige zand het schone geelgrijze zand van de C-horizont
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 37
aangetroffen. Al met al worden zijn de afzettingen binnen het plangebied kenmerkend voor een zeer slecht ontwaterd milieu met zeer hoge grondwaterstanden waardoor veengroei kon plaatsvinden en regelmatige overstromingen plaatsvonden waarbij beekklei werd afgezet.
Figuur 24: Boorprofielen
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 38
Figuur 25: Boorpunten met verstoringsdiepten
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
4. Conclusies en aanbevelingen
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 39
(VS07)
Het plangebied als geheel ligt op de rand van een beekdal en op de overgang hiervan naar relatief hooggelegen terreindelen en heeft daardoor een archeologische verwachting die uiteenloopt van laag voor resten uit alle perioden tot laag voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers en hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Het deel van het plangebied waarop de huidige woning zal worden gesloopt en waarop vervolgens nieuwbouw zal plaatsvinden, ligt naar verwachting in een gradiënt zone. Deze zal gedurende de steentijd een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar was niet erg geschikt voor bewoning door landbouwers. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied dan ook een hoge verwachting voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en een lage verwachting voor nederzettingsresten van landbouwers. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zeven boringen gezet met behulp van een zandguts.
Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? De bodem binnen het onderzochte deel van het plangebied wordt gekenmerkt door perioden van veenvorming die werden onderbroken door de afzetting van zand en of klei. Het veen is voor een deel door bodembewerking opgenomen waardoor deze vaak moerig zijn. Vanaf zeventig centimeter beneden het maaiveld is overal binnen het plangebied het geelgrijze zand van de C-horizont aangetroffen. De top hiervan is doorgaans enigszins venig. Plaatselijk resteert nog een intacte veenlaag. Deze is echter nergens dikker dan vijf centimeter. Ook de laagjes beekklei die binnen het plangebied zijn aangetroffen zijn maximaal slechts enkele centimeters dik. -In welke mate is de bodem verstoord? De verstoorde delen van de bodem bestaan uit de bouwvoor en het onderliggende moerige zand. De dikte van deze pakketten bedraagt gezamenlijk veertig tot zeventig centimeter. -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Het plangebied ligt niet in de verwachte gradiëntzone die aantrekkelijk zal zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar in een zeer slecht ontwaterde laagte die bovendien regelmatig overstroomde.
De aangetroffen laagjes veen en klei zijn dermate dun dat daarin de kans op de aanwezigheid van (resten) van vondstcomplexen van organisch materiaal die kenmerkend zijn voor beekdalen, eveneens bijzonder klein is. De archeologische verwachting binnen het deel van het plangebied waarbinnen de sloop – en bouwwerkzaamheden zijn gepland kan dan ook worden bijgesteld tot laag voor zowel resten van bewoning van jagers-verzamelaars als voor resten van bewoning van landbouwers en sluit daarmee aan op de archeologische verwachting van het westelijker gelegen deel van het plangebied.
4.1. Selectieadvies In verband met het bovenstaande geven de resultaten van het booronderzoek geen aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek in het deel van het plangebied waarin de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Voor de overige terreindelen geldt dat hier de archeologische dubbelbestemming gehandhaafd dient te blijven. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 40
grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren om dit te doen bij de gemeente Baarle-Nassau.
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 41
5. Literatuur en bronnen Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN-kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brabant.nl/CHW)
Cultuurhistorische
waardekaart
(http://www.noord-
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 3.0 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 42
Digitale bronnen Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III http://archis.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto, http://www.pdok.nl
Literatuur Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006) Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985 Pel H. 2007. Op de kaart gezet: Hendrik Verhees. Politicus, kaartenmaker en waterstaatkundige (1744-1813)
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 43
6. Bijlages Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (middensteentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Versie: 11-10-2023
Datering 250.000
- 9000
9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
-
4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 Heden
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 44
Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties Zaak nr: Coördinaat 3269406100 112868/381564 3269414100 112534/381467 4774095100 112052/381333
Versie: 11-10-2023
Periode Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Middeleeuwen Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Middeleeuwen
Vondsten Keramiek
Complexen Onbekend
Keramiek
Onbekend
Middeleeuwen, Nieuwe Tijd
Geen
Bewoning
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 45
Bijlage 4: Boorbeschrijving Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever
BAR 23-164 Schrans 2, Castelré NVT ArcheoPro 5460245100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm Van Dun Advies
Posities van de boringen (boorlocaties) Boornummer XCO 1 112251.2 2 112243.6 3 112235.5 4 112261.4 5 112254.4 6 112270.4 7 112257.3
Versie: 11-10-2023
YCO 381210.0 381192.4 381174.4 381197.4 381180.2 381184.6 381163.7
Meters t.o.v. NAP 12.41 12.27 12.30 12.35 12.26 12.61 12.75
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 46
Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr. 1
2
3
4
5
6
7
LDO 40 45 80 37 42 80 57 62 70 100 35 48 52 55 58 62 70 100 32 48 54 63 95 38 57 100 56 72 100
Versie: 11-10-2023
Lithologie GD BK Z Z Z Z Z Z Z K Z Z Z Z Z K Z V Z Z Z Z V Z Z Z Z Z Z Z Z
BS
BZ
BV
BH 3 3
1 3 3 1 3 1
2 1 1
1 3
1 1
1 2
1
1 1 1
1 3 3
1 1
1 3 3
1 3 3 1
Kleur HK BR BR GR BR BR GR BR GR GR GR BR GR GR GR GR BR GR GR BR BR BR GR GR BR BR GR BR BR GR
TK GR GE GR GE GR BR GE GE GR GE GE BR GE RO GE GE GR RO GE GE GR GE GR GE
IK DO DO LI DO DO LI DO LI
VLK
Overige kenmerken CO PLH VS
ZW
2
ZW
BI BOV VRG
GI
DEZ BOV VRG
2 BHC
DEZ BOV
BR
2
BHC BHC
BR
2
BHC BHC
FLUV DEZ DEZ BOV
LI LI LI DO
LI DO DO LI DO DO LI
BHN
BHC
LI DO
LI DO DO DO
AIS SST
FLUV FLUV FLUV FLUV HOL DEZ DEZ
BHC BR
2
ZW
2
BR
2
ZW
2
BHC BHC BOV VRG
HOL DEZ DEZ
BHC BHC BOV VRG BHC
ZW
2 BHC
www.ArcheoPro.nl
DEZ BOV VRG DEZ
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 47
Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject in cm -mv Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen, Z = zand, P = puin Korrelgrootte: uf = uiterst fijn, zf = zeer fijn, mf = matig fijn, mg = matig grof, zg = zeer grof, ug = uiterst grof Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven).
IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig, 3= veel Overige kenmerken: SO = Sortering: 1 = slecht, 2 = matig, 3 = goed, 4 = zeer goed CO = Consistentie (C): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL): PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) NVS = nieuwvormingen: MNC = mangaanconcreties, ROV = roestvlekken, FEC = ijzerconcreties, FFV = fosfaatvlekken TL = trends in de laag; FUA = naar boven toe fijner, TOH = aan de top humeus, TOK = top kleiig SST = Sedimentaire structuren; STKL = kleilagen, STLL = leemlagen, FLA = fijn gelaagd LG = laaggrens; BSE = basis scherp, BGE = basis geleidelijk, BDI = basis diffuus BHN = Bodemhorizont; BHA = A-horizont, BHAa = esdek, BHB = B-horizont, BHBs = B-horizont met sesquioxiden, BHBt = B-horizont met lutuminspoeling, BHC = C-horizont, BHCg = C-horizont met gleykenmerken, BHCr = gereduceerde C-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor, VRG = vergraven, XM = verveend, VEG = veengrond, OPG = opgebracht, SLO = slootvulling, PD = plaggendek, AD = antropogeen dek, MPG = moderpodzol, BO = begraven oud oppervlak, CL = cultuurlaag GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand, HOL = Hollandveen, FLUV = fluviatiel, FPG = fluvioperiglaciaal AIS = Archeologische indicatoren; BST =
baksteen, SKO = steenkool, HKF = houtskool fijn verdeeld, AWF = aardewerkfragmenten, PUI = puin, SIN = sintels, ASF = asfaltbeton, MXX = metaal, SVU = vuursteenfragmenten, GLS = glas, SLA = slakken/sintels, VKL = verbrande klei/leem, SXX = Natuursteen, PLC = plastic, OXBO = onverbrand bot
Versie: 11-10-2023
www.ArcheoPro.nl