CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bijlagen bij de toelichting - Het Goordonk 6, Baarle-Nassau-gecomprimeerd

Gemeenteraad (openbaar) 19 juni 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’15.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Het Goordonk 6 Baarle-Nassau, BE-0703

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. Nederlandse reptielen komen met name voor op hogere zandgronden, met name bij stuwwallen, kust- en rivierduingordels. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Vinpootsalamander

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd

Alpenwatersalamander De alpenwatersalamander overwintert voornamelijk op het land. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven. Vanaf januari trekken ze naar het water met een piek begin maart. De meeste volwassen dieren worden tot en met juni waargenomen met een piek in april en de eerste heft van mei. Daarna nemen het aantal volwassen dieren in het water snel af. De eerste juveniele dieren kruipen medio juni het land op. De eerste drie jaar, tot ze geslachtsrijp zijn, verblijven ze op het land. De alpenwatersalamander is niet kieskeurig wat betreft zijn voortplantingsbiotoop. In het voorjaar is hij in allerlei typen water te vinden, zolang het niet snelstromend of rijk aan vis is. De overwinteringshabitat bestaat voornamelijk uit loofbossen en de hagen en struwelen in kleinschalige landschappen. De dieren overwinteren dan onder de bladeren. Akkers en intensief benut grasland wordt gemeden. Het gazon rondom de gekapte bomen werd in het verleden al actief onderhouden en dit is niet veranderd in de huidige situatie. Hierdoor is er geen detrituslaag aanwezig waaronder de alpenwatersalamander zou kunnen overwinteren.

Daarmee is het zeer onwaarschijnlijk dat het bouwen van de garage en het kappen van de twee coniferen een negatieve invloed heeft gehad op het leefgebied van de alpenwatersalamander Vinpootsalamander Vinpootsalamanders worden in Nederland in twee landschapstypen aangetroffen, de heidegebieden op de hogere zandgronden en het heuvellandschap van Zuid-Limburg. Als voortplantingswater wordt hier met name gebruik gemaakt van zwakzure, permanente vennen, plassen en bospoelen. In het heuvellandschap planten vinpootsalamanders zich voort in bronpoeltjes, bospoelen, drinkpoelen en kleine, zwakstromende beekjes. Een groot deel van de Nederlandse vinpootsalamanders overwintert in het water. Het overige deel trekt na de voortplantingsperiode, vanaf half mei tot en met eind juli, naar het omliggende landhabitat. Over overwinterering op het land is vrijwel niets bekend. In de directe omgeving van het plangebied is, naast het zwembad dat wordt afgedekt wanneer het niet in gebruik is, geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied maakt daardoor zeer waarschijnlijk geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van de vinpootsalamander. Vanwege het actieve onderhoud van de gecultiveerde tuin is het plangebied zowel in het verleden als de huidige situatie geen essentieel onderdeel van het leefgebied van beschermde amfibieën.

Voor bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander geldt bij ruimtelijke ingrepen in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de algemene zorgplicht waardoor het wel noodzakelijk is om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Ecologische quickscan Het Goordonk 6 Baarle-Nassau, BE-0703

Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van nachtvlindersoorten. Er is 1 libellensoort en 3 dagvlindersoorten waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Soort Bosbeekjuffer Grote vos Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km

Soortgroep en habitat Libellen, bosbeken Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen Dagvlinder, loofbossen, of bosjes in beekdalen, waardplant: boswilg Dagvlinder, vochtige gemengde bossen en loofbossen, waardplant: wild kamperfoelie

Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie Amfibieën, reptielen en vissen zullen niet verstoord worden ten gevolge van de werkzaamheden. Vanwege de nabijgelegen agrarische percelen ontbreekt het aan de geschikte habitattypes voor reptielen. In het invloedsgebied van de ingreep ontbreekt het oppervlaktewateren waar beschermde vissen van afhankelijk zijn. Beschermde amfibieën, zoals de alpenwatersalamander, zouden in de tuinen rond het plangebied voor kunnen komen. Met de ingreep is echter geen essentieel leefgebied van beschermde amfibieën verstoord. In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat.

Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.

5.3 Houtopstanden Volgens artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de gedeputeerde staten. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. Tussen 6 mei 2018 en 21 september 2020 zijn twee bomen en een struik verwijderd in het plangebied dat is gelegen in gronden die onderdeel uitmaken van het NNN-gebied. Deze bomen waren, ondanks het feit dat deze op een perceel in privaat bezit stonden, onderdeel van de omliggende houtopstand. Om te compenseren voor de verloren bomen dienen er twee nieuwe bomen aangeplant te worden. Gezien het feit dat het bos rondom Het Goordonk in een overgangsfase is van een oud productiebos met voornamelijk naaldbomen naar een typischer loofbos, zal het planten van loofbomen een groter positief effect hebben. Loofbomen die rondom Het Goordonk waargenomen zijn betreft met name zomereik en tamme kastanje. Dit zouden dan ook goede soorten zijn om aan te planten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

26

Ecologische quickscan Het Goordonk 6 Baarle-Nassau, BE-0703

6. RESULTATEN EN ADVIES Geschreven rapport betreft de legalisatie van een gerealiseerd bijgebouw met overkapping. In deze quickscan is met terugwerkende kracht naar de reeds uitgevoerde ingrepen (nieuwbouw en bomenkap) gekeken.

6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er naar alle waarschijnlijkheid geen beschermde flora en fauna verstoord zijn met de bouw van de nieuwe garage. Wel dienen er nieuwe bomen aangeplant te worden om de gekapte fijnspar en grove den te compenseren en te voldoen aan de herplantingsplicht wat betreft houtopstanden. De gekapte bomen stonden op het strak onderhouden gazon, waardoor er geen detrituslaag aanwezig was rond de bomen waar grondgebonden zoogdieren, amfibieën en ongewervelden dekking konden vinden. Gezien de beperkte gegevens en beeldopnames is niet met zekerheid uit te sluiten dat de bomen in gebruik waren als schuil- of nestplaats van vleermuizen, eekhoorns en roofvogels. Echter zijn er voldoende alternatieven aanwezig in zowel de directe als de wijdere omgeving. Met het aanplanten van nieuwe bomen zullen de mogelijk verloren schuil- en nestplaatsen gecompenseerd worden. De woning was zowel in het verleden als het heden geschikt als verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen. Deze functie is met de ingreep niet aangetast. De nieuwe garage is gebouwd met spouwmuren en open stootvoegen, waardoor deze geschikt is voor gebouwbewonende vleermuizen. Door het plaatsen van een nieuwe haagbeuk rond de garage zijn er meer mogelijkheden ontstaan voor grondgebonden zoogdieren, amfibieën en ongewervelden om schuilplaatsen te vinden.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied.

Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

27

Ecologische quickscan Het Goordonk 6 Baarle-Nassau, BE-0703

o

Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Het Goordonk 6 raden wij de volgende natuur inclusieve maatregelen aan: o Bij de aanleg van nieuwe groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien.

De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. o Om het terrein voor bijen, vlinders en andere insecten aantrekkelijker te maken kunnen bestaande zonnige overhoekjes en een deel van de huidige grasoppervlakten ingezaaid worden met een inheems zaadmengsel met speciale bijen/vlindermengsels of met planten die van nature in een berm kunnen voorkomen, zoals margriet, rode klaver, kleine pimpernel, wilde peen, duizendblad en gewoon knoopkruid. Bloeiende planten trekken allerlei insecten aan zoals vlinders, bijen en hommels. Het is aan te bevelen om deze bloemenruigte en grasstroken ook als zodanig te beheren bijvoorbeeld door periodiek, gedeeltelijk of sinus te maaien. Bij Sinus maaien maai je de vegetatie in verschillende

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

28

Ecologische quickscan Het Goordonk 6 Baarle-Nassau, BE-0703 perioden en in verschillende patronen. Zo blijven er altijd kruiden en planten gespaard waar insecten en andere kleine dieren van kunnen profiteren. Deze groenstructuren zijn ook goed te combineren met de wat groter uitgevoerde insectenhotels zoals weergegeven in bijgaande afbeelding. Insectenhotels bieden o.a. nestgelegenheid voor solitaire bijen. Solitaire bijen zijn familieleden van de bekende honingbij. In ons land komen zeker 300 soorten solitaire bijen voor. De vrouwtjes van solitaire bijen hebben wel angels maar steken mensen niet. Ze leven, in tegenstelling tot de honingbij en hommels, niet in een kolonie. Een solitair vrouwtje maakt een nestje in de grond, in een leemwand of in bestaande gangen in hout. Solitaire bijen zijn, net als de honingbij, van buitengewoon groot belang voor de natuur, onder andere omdat ze bloemen bestuiven. Daarnaast dienen ze als voedsel voor andere dieren zoals zangvogels. Houtblokken, waarin gangen geboord zijn van verschillende diameters, vormen ideale nestplaatsen voor vele soorten bijen, zoals metsel- en klokjesbijen. Andere soorten kunnen terecht in bundels riet, bamboe of blokken leem. Door nestgelegenheden aan te bieden op een zonnige plaats (zuidzijde) in een houten frame met overkapping wordt een optimaal insecten- of bijenhotel gecreëerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

29

Ecologische quickscan Het Goordonk 6 Baarle-Nassau, BE-0703

Voorbeeld insectenhotel

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

30

Ecologische quickscan Het Goordonk 6 Baarle-Nassau, BE-0703

7. BRONNEN

Websites www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl

Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Andrzej Węgiel et al. 2019 Netwerk groene bureaus

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

31

bestemmingsplan Het Goordonk 6, Baarle-Nassau

Bijlage 4 Natuurcompensatieplan

bestemmingsplan "Het Goordonk 6, Baarle-Nassau" (vastgesteld) 41

Notitie:

Natuurcompensatieplan Het Goordonk 6 te Baarle-Nassau

Gilze,

11-09-2023

Kenmerk:

BK/20158.003

Vanwege het areaalverlies van 227 m2 Natuur Netwerk Brabant (NNB) als gevolg van de realisatie van een bijgebouw, dient het Natuurnetwerk gecompenseerd te worden. Hierbij wordt gekozen voor een financiële compensatie. De ontwikkeling leidt enkel tot een areaalverlies van het NNB en niet tot verstoring van het NNB, zoals blijkt uit de ecologische QuickScan, opgenomen als Bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Voor het te compenseren deel van het Natuurnetwerk door areaalverlies geldt 1 op 1 compensatie met een toeslag van 2/3 in oppervlak. In tabel 1 is de berekening van de financiële compensatieopgave weergegeven.

Tabel 1. Berekening financiële compensatieopgave Natuurnetwerk Te compenseren oppervlak Natuurnetwerk door areaalverlies in m2 Te compenseren oppervlak Natuurnetwerk door areaalverlies in ha Toeslag te compenseren oppervlak Natuurnetwerk door areaalverlies in ha Te compenseren oppervlak Natuurnetwerk door areaalverlies inclusief toeslag in ha Financiële compensatieopgave per ha in Noord-Brabant Totale financiële compensatieopgave Natuurnetwerk

227 227 ÷ 10000 = 0,0227 0,0227 x 2/3 = 0,0151333 0,0227 + 0,0151333 = 0,0378333 € 100.000,00 0,0378333 x 100.000,00 = € 3.783,33

De totale financiële compensatieopgave bedraagt € 3.783,33. Dit bedrag dient uiterlijk zes weken na de vaststelling van het bestemmingsplan gestort te worden in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling.

Pagina 1 van 1

bestemmingsplan Het Goordonk 6, Baarle-Nassau

Bijlage 5 Notitie invoergegevens AERIUS-berekening bouwfase

bestemmingsplan "Het Goordonk 6, Baarle-Nassau" (vastgesteld) 43

Notitie:

Invoergegevens AERIUS-berekening bouwfase Locatie: Het Goordonk 6, 5111 GG Baarle-Nassau

Gilze,

14-02-2024

Kenmerk:

BK/20158.003

Om te bepalen of de ontwikkeling aan Het Goordonk 6, 5111 GG te Baarle-Nassau (negatieve) gevolgen heeft op Natura 2000-gebieden, dient er bepaald te worden of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op deze gebieden. Als de uitkomst is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar, dan is er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Het bijgebouw, waarvoor de AERIUS-berekening bouwfase is uitgevoerd, is reeds gerealiseerd en in gebruik genomen, voor de AERIUS-berekening is om deze reden het rekenjaar 2024 gehanteerd. De gebruiksfase van de locatie is niet meegenomen in de berekening, omdat er qua gebruik geen verandering ontstaat ten aanzien van de beoogde situatie. Het gebruik is en blijft in de beoogde situatie ongewijzigd. Toelichting invoergegevens verkeersbewegingen De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel per woonkavel gemodelleerd door middel van een lijnbron over de ontsluitingsroutes (buitenwegen). De ontsluitingsroutes zijn ingevoerd tot het moment dat deze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. De wegen in de directe omgeving van de locatie worden voornamelijk gebruikt door bestemmingsverkeer. Voor het realiseren van een bijgebouw bij de woning aan Het Goordonk 6 is het aantal voertuigen berekend.

De verdeling van rijrichting bedraagt naar verwachting 100% in zuidoostelijke richting. In de berekening van de vervoersbewegingen zijn alle tractoren en vrachtwagens als zware motorvoertuigen geclassificeerd. Het is immers op voorhand niet bekend of een ‘kleine’ of ‘grote’ vrachtwagen de locatie bezoekt. Ook is niet expliciet benoemd of tractoren middelzware of zware motorvoertuigen zijn. Om een worst-case-situatie te hanteren zijn al deze vervoersbewegingen als zware motorvoertuigen in de berekening opgenomen. Bouwfase Om te bepalen of het reeds gerealiseerde bijgebouw mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. De realisatie van het bijgebouw genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De in te zetten mobiele werktuigen zijn in het rekenprogramma ingevoerd als een vlakbron die de bouwlocatie omvat. Het bouwverkeer benadert en verlaat de locatie naar verwachting voor 100% in zuidoostelijke richting. De totale emissie van de bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. Bron 1: Emissiepunt: Materiaal: Aantal bewegingen:

Wegverkeer zuidoostelijke richting Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 1.095 lichte voertuigbewegingen per jaar 365 zware voertuigbewegingen per jaar

Pagina 1 van 3

Bij de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: − Lichtverkeer: 3 voertuigen per etmaal − Middelzwaar verkeer: N.v.t. − Zwaar verkeer: 1 voertuigen per etmaal In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet dagelijks zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de bouw van het bijgebouw). De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft buitenwegen. De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om deze depositie te berekenen. Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase.

Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage Bron 2: Emissiepunt:

Mobiele bronnen Mobiele bronnen binnen de inrichting

Bij de bouw van het bijgebouw is gebruik gemaakt van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van het nieuw te realiseren bijgebouw en het omliggend terrein. De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘bouw en industrie’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen met het bouwjaar vanaf 2014. De werkelijke mobiele werktuigen die zullen worden ingezet zullen naar waarschijnlijkheid van een recenter bouwjaar zijn. Voor de bouwfase zullen een graafmachine, een betonpomp en een trilplaat worden ingevoerd. Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Tijdens de bouwfase is het mogelijk dat er mobiele bronnen gebruikt worden ter ondersteuning. Er is vanuit gegaan dat de mobiele bronnen maximaal 30 draaiuren in gebruik zijn. Stageklasse: Bouwjaar: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:

STAGE IV, vermogen 75-560 kW 2014 30 uur (zie toelichting hierboven) 60 % (conform bijlage 1, rapport TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML) 993 ltr/jaar (33,09 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 60 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)

Conclusie bouwfase

Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,0 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor dit initiatief geen belemmeringen in de bouwfase en is er geen vergunning noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming. Buitenlandse gebieden Vanwege de ligging van de locatie kan de emissie van stikstof ook effect hebben op de buitenlandse Natura 2000-gebieden. In deze paragraaf is de stikstofdepositie getoetst aan het buitenlandse beleid. Binnen een straal van 25 km van het bedrijf zijn de volgende buitenlandse gebieden meegenomen in de berekening. Omdat het rekenmodel niet automatisch de depositie berekend op de buitenlandse gebieden zijn handmatig enkele rekenpunten geplaatst in het rekenmodel: - Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (4 km); - Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (5 km);

2 van 3

-

Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop (6 km); Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats (14 km); Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (17 km); De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (20 km); Klein en Groot Schietveld (21 km); Ronde Put (21 km); en Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden (22 km).

Uit de verschilberekening blijkt dat er geen sprake is van een toename van depositie op bovengenoemde gebieden. Er kan dus worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op de buitenlandse Natura 2000-gebieden. Conclusie Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn ten behoeve van het initiatief voor de bouwfase geen vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

3 van 3

bestemmingsplan Het Goordonk 6, Baarle-Nassau

Bijlage 6 AERIUS-berekening bouwfase

bestemmingsplan "Het Goordonk 6, Baarle-Nassau" (vastgesteld) 47

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Van Dun Advies Raadhuisstraat 32, 5126 CJ Gilze Het Goordonk 6 20158.003

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RmarXZF4fbQE 14 februari 2024, 09:14 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bouwfase bijgebouw - Het Goordonk 6 - Beoogd Bouwfase bijgebouw - Het Goordonk 6 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RmarXZF4fbQE (14 februari 2024)

2024 -

0,3 kg/j

6,7 kg/j

2/7

Projectberekening

Bouwfase bijgebouw - Het Goordonk 6 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 2 

Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele bronnen Verkeersnetwerk

RmarXZF4fbQE (14 februari 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 54,8 g/j

5,3 kg/j 1,4 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RmarXZF4fbQE (14 februari 2024)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase bijgebouw - Het Goordonk 6" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RmarXZF4fbQE (14 februari 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

Naam

Coördinaat

8

Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden (22 km) Ronde Put (21 km)

6

De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (20 km)

7

Klein en Groot Schietveld (21 km)

5

Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (17 km)

1

Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (4 km) Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (5 km)

X:135954 Y:367610 X:136581 Y:369501 X:101922 Y:382235 X:103140 Y:376318 X:121209 Y:367585 X:125492 Y:381533 X:121481 Y:379388 X:117349 Y:380545 X:114981 Y:372751

9

2 3 4

RmarXZF4fbQE (14 februari 2024)

Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop (6 km) Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats (14 km)

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-

6/7

Projectberekening

Bouwfase bijgebouw - Het Goordonk 6, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Wegverkeer zuidoostelijke richting X:122211,96 Y:384649,83 Type scherm 1.021,81 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Mobiele werktuigen | Landbouw

Naam Locatie Oppervlakte

Mobiele bronnen X:121839,71 Y:384870,85 0,06 ha

Naam

Stageklasse

Brandstof­verbruik

Mobiele bronnen

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 993 l/j SCR: ja

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

1,4 kg/j 0,4 kg/j 54,8 g/j

In file

1.095,0 /jaar 0,0 /jaar 365,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

5,3 kg/j 0,2 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

30 u/j

60 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

5,3 kg/j 0,2 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1_20240207_c93f01d6e8 Database versie 2023.1_c93f01d6e8_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RmarXZF4fbQE (14 februari 2024)

7/7

bestemmingsplan Het Goordonk 6, Baarle-Nassau

Bijlage 7 Nota van zienswijzen

bestemmingsplan "Het Goordonk 6, Baarle-Nassau" (vastgesteld) 55

Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6 BaarleNassau’

6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

1

Inhoud 1. Leeswijzer 2. Gevolgde procedure 3. Lijst van reclamanten 4. Samenvatting inhoud zienswijzen en reactie van de gemeente 5. Lijst van (ambtshalve) wijzigingen

6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

2

1. Leeswijzer In de volgende hoofdstukken worden de door reclamanten en overlegpartners gegeven zienswijzen behandeld. Hoofdstuk 2 zet de gevolgde procedure uiteen. In hoofdstuk 3 is de geanonimiseerde lijst van reclamanten opgenomen. In dit hoofdstuk wordt tevens bezien of de ingediende reacties aan alle formele eisen voldoen en dus ontvankelijk zijn. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 de reacties kort samengevat en wordt inhoudelijk op de reacties ingegaan. Tot slot is aangegeven op welke punten het plan aangepast zal worden.

2. Gevolgde procedure De bekendmaking van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’ is op 10 november 2023 gepubliceerd in het gemeenteblad. Onderhavig beleidsvoornemen lag van 10 november 2023 tot en met 21 december 2023 ter inzage. Tijdens deze termijn kon iedereen zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze indienen.

3. (Geanonimiseerde) Lijst van reclamanten Van het recht om zienswijzen in te dienen is gebruik gemaakt door de volgende reclamanten: 1. Reclamant 1: provincie Noord-Brabant, ingekomen op datum 18 december 2023.

Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn van 6 weken ingediend. Hiermee zijn alle zienswijzen ontvankelijk. Alle zienswijzen zijn daarom meegenomen in de beantwoording.

6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

3

4. Samenvatting zienswijzen en de reactie van de gemeente 4.1 Zienswijzen Hieronder volgt een samenvatting van de ontvangen zienswijzen, de reactie van de gemeente hierop en de conclusie of de reactie leidt tot aanpassing van het plan: Reclamant 1 provincie Noord-Brabant (18 december 2023) Zienswijze Reactie 1A Het bijgebouw is in 2018 in het NNB De overtreding is geconstateerd, daarop is de eigenaar aangeschreven. neergezet. In plaats van handhaven wordt er De eigenaar heeft vervolgens een aanvraag gedaan voor vaststelling nu voor gekozen om de situatie te legaliseren van een bestemmingsplan, waarin de overtreding gelegaliseerd wordt. en de uitbreiding in de NNB financieel te In deze gevallen onderzoeken wij als gemeente altijd of overtredingen compenseren. Graag vernemen wij uw ook gelegaliseerd kunnen worden. Het bestemmingsplan staat de motivatie waarom er in deze casus niet overtreding niet toe, echter is er vanuit gemeentelijk beleid geen handhavend wordt opgetreden. Te meer zwaarwegende reden om geen medewerking te verlenen aan de omdat er in het verleden ook al bomen aanvraag. Het perceel heeft namelijk al een woonbestemming en de binnen de NNB gekapt zijn. hoeveelheid bebouwing (circa 80 m2) past binnen de regels van het bestemmingsplan.

Ook het provinciaal beleid staat deze overtreding in beginsel niet toe, maar biedt door middel van artikel 3.21 IOV (kleinschalige herbegrenzing) wel de mogelijkheid om de situatie te legaliseren. Aan alle voorwaarden van artikel 3.21 IOV wordt voldaan, zoals is uitgewerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.

Conclusie Deze reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De gekapte bomen worden gecompenseerd, evenals het areaal verlies van het NNB. Uit historisch onderzoek blijkt dat het perceel altijd als tuin in gebruik is geweest. Door het kappen van de bomen en de realisatie van het bijgebouw zijn er geen ecologische waarden verloren gegaan. De huidige situatie leidt ook niet tot verstoring. Met de 6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

4

1B

1C

Het plan bevat ook geen regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken.

Wij vinden het jammer dat er geen vooroverleg gevoerd wordt over een dergelijk plan waarbij herbegrenzing speelt. Gedeputeerde Staten nemen dit jaar geen herbegrenzingsbesluiten meer. Vanaf 1 januari 2024 worden herbegrenzingen twee keer per jaar meegenomen in de algemene kaart aanpassingsronde.

aanplant van nieuwe bomen wordt voorzien in de realisatie van nog niet gerealiseerd NNB. Daarnaast draagt de borging hiervan in het bestemmingsplan bij aan het behoud en herstel van het NNB. Omdat het betreffende deel van het perceel al jaren in gebruik is als tuin bij de woning en dermate kleinschalig is, heeft deze ontwikkeling geen effect op waarden en kenmerken zoals rust, stilte en cultuurhistorie. In de toelichting op het bestemmingsplan gaan wij nadrukkelijker in op de effecten op de aanwezige waarden en kenmerken. In de regels van het bestemmingsplan zullen regels gericht op de bescherming van ecologische waarden en kernmerken worden opgenomen. Gelezen artikel 6.2 IOV (procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek) moet het college van B&W na de terinzagelegging van het ontwerp een verzoek voor herbegrenzing doen. Omdat de IOV per 1 januari 2024 is vervallen, moet een verzoek voor grenswijziging van een werkingsgebied van de IOV gedaan worden voordat deze vervangen wordt voor de Omgevingsverordening. Vanwege de korte periode tussen indienen van de aanvraag tot vaststelling van het bestemmingsplan en de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben wij niet meer tijdig vooroverleg kunnen voeren.

Om aan de voorschreven procedure te kunnen voldoen hebben wij het ontwerpbestemmingsplan tijdig ter inzage gelegd en hebben wij u van tevoren van de te volgen procedure op de hoogte gesteld.

Deze reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De noodzakelijke herbegrenzing van het NNB is op het moment van schrijven meegenomen in de ontwerp kaart aanpassingsronde van mei 2024. 6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

5

1D Er is een berekening gemaakt, waaruit volgt dat er € 4.494,60 moet worden geïnvesteerd. Het is ons onduidelijk wat de kwaliteitsverbetering is in dit plan. Er worden vijf bomen bij geplant in de natuurbestemming. Binnen de woonbestemming worden er verder geen maatregelen getroffen en wordt er niet verder ingepast.

1E

1F

Wij vinden de prijs voor het beheer van bomen wat ruim opgenomen. Voor het beheer en onderhoud mag ook bestaand groen worden opgevoerd. We vinden het discutabel dit aan te voeren terwijl de instandhouding hiervan sowieso in het kader van de NNB noodzakelijk is. Sinds 2015 zijn er verschillende bomen aan de westzijde van het perceel in het NNB gekapt. Dit zijn meer bomen dan er nu terugkomen. Mede om die reden is er geen sprake van kwaliteitsverbetering.

De kwaliteitsverbetering zit in de aanplant van nieuwe bomen binnen het NNB. Hiermee wordt nog niet gerealiseerd NNB aangelegd. De aanleg en instandhouding is tevens geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. De voorgestelde kwaliteitsverbetering in het ontwerpbestemmingsplan is inderdaad minimaal en de beheerskosten zijn hoog. Daarom worden de beheerskosten conform het Stila naar beneden bijgesteld in het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan. Ook wordt voorgesteld om meer bomen (36 stuks) te planten om zo te voorzien in een stevige kwaliteitsverbetering van voldoende omvang. Daarnaast doen initiatiefnemers nog een extra investering in het NNB door 4 bomen en struweel aan te planten. De beheerskosten zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan zijn inderdaad hoog. Het bedrag is conform het Stila naar beneden bijgesteld. Ook worden de beheerskosten alleen voor de nieuwe bomen in het kader van de kwaliteitsverbetering opgenomen, niet voor de extra compensatie en de herplant.

Deze reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De gekapte bomen worden gecompenseerd door middel van herplant. Het gaat hierbij om 2 stuks. Daarnaast worden er in het kader van de landschappelijk inpassing en de kwaliteitsverbetering, meerdere bomen (36 stuks) aangeplant binnen het NNB. Ook doet de initiatiefnemer een extra investering in het NNB door de aanplant van struweel en 4 extra bomen. Uit historisch onderzoek blijkt dat het perceel altijd als tuin in gebruik is geweest. Door de kap van de bomen en de realisatie van het bijgebouw zijn er geen ecologische waarden verloren gegaan. Met de aanplant van nieuwe bomen wordt voorzien in de realisatie van nog niet aangelegd NNB. Daarnaast draagt de borging hiervan in het

Deze reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

Deze reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

6

bestemmingsplan bij aan het behoud en herstel van het NNB. Door middel van de aanplant van bomen binnen de Natuur bestemming en wordt voorzien in een forse kwaliteitsverbetering van voldoende omvang. Daarmee worden de gekapte bomen en het vergroten van de woonbestemming ruimschoots gecompenseerd op een wijze die passend is in de omgeving.

5. Lijst van (ambtshalve) wijzigingen De volgende wijzigingen worden bij vaststelling doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: •

Naar aanleiding van overleg en zienswijzen:

Toelichting: - Wijziging 1: De ecologische quickscan is aangescherpt op punten. De aangepaste versie is in de bijlagen opgenomen. De aanpassingen hebben geen gevolgen voor het plan. - Wijziging 2: Het landschappelijke inpassingsplan is aangepast. De kwaliteitsverbetering voorziet nu in de aanplant van een fors aantal bomen (36), daarnaast worden gekapte bomen herplant (volgt uit de quickscan) en doen initiatiefnemers een extra compensatie binnen NNB. - Wijziging 3: De berekening kwaliteitsverbetering landschap is aangepast. De bedragen voor beheer en onderhoud zijn conform het Stila verlaagd. Deze zijn ook verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan. Regels: - Wijziging 1: onder artikel 3.1 lid f toegevoegd: Ter plaatse van de voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn de gronden tevens bestemd voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden zoals vastgelegd op de Beheertypenkaart en de Ambitiekaart van het Natuurbeheerplan. - Wijziging 2: Het aangepaste landschappelijk inpassingsplan wordt als bijlage bij de regels gevoegd.

6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

7

•

Ambtshalve wijzigingen:

Toelichting: - Wijziging 1: hoofdstuk is geactualiseerd met een volledig beschrijving van de huidige situatie - Wijziging 2: 2.2 beoogde situatie is aangepast naar het nieuwe landschappelijk inpassingsplan. - Wijziging 3: aan 3.1.2 interim omgevingsverordening is artikel 2.63 IOV herplanting toegevoegd. - Wijziging 4: aan hoofdstuk 3 is een toelichting op de herbegrenzing van het NNB onder het nieuwe recht (OV) is toegevoegd. - Wijziging 5: hoofdstuk 3 in zijn volledigheid geactualiseerd naar aanleiding van het nieuwe landschappelijk inpassingsplan. - Wijziging 6: 4.2 water is geactualiseerd naar het meest recente beleid. - Wijziging 7: 4.3 natuur is aangepast naar aanleiding van de herziene quickscan. - Wijziging 8: 4.3 natuur is uitgebreid met het resultaat van de stikstofberekening. De berekening zelf is aan de bijlagen toegevoegd. - Wijziging 9: hoofdstuk 5 juridische planbeschrijving en hoofdstuk 6 uitvoerbaarheid zijn geactualiseerd met de juiste bestemmingsregels en naar de actuele planstatus. Verbeelding: - Wijziging 1: de vorm van het bouwvlak is aangepast en aan de noordzijde strakker om de te legaliseren bebouwing gelegd. Het bouwvlak is daarmee iets kleiner geworden. De omvang van de bestemming wonen blijft ongewijzigd en is dus iets ruimer om de te legaliseren bebouwing en het bouwvlak opgenomen, ten behoeve van het gebruik.

- Wijziging 2: de aanduiding ‘te verwijderen NNB’ is verwijderd. De noodzakelijke herbegrenzing van het NNB ligt inmiddels ter inzage. - Wijziging 3: de archeologische dubbelbestemming is conform het paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023 is toegevoegd aan de verbeelding. Regels: - Wijziging 1: artikel 1 (begrippen) zijn aangepast en artikel 5 (waarde archeologie) wordt toegevoegd conform het paraplubestemmingsplan BaarleNassau 2023. - Wijziging 2: artikel 4.2.2 lid c onder 4 is aangepast naar 25 m2 conform moederplan. - Wijziging 3: artikel 4.8 voorwaardelijke verplichting waterberging is toegevoegd. De toevoegingen aan de toelichting zijn formeel-juridisch geen wijzigingen bij vaststelling, aangezien het geen aanpassing van de regels of verbeelding betreft. 6 mei 2024 Nota van zienswijzen en (ambtelijke) wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Het Goordonk 6, Baarle-Nassau’

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14153253/1