CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023” (bijlagenboek)

Gemeenteraad (openbaar) 23 april 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau23.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023 Gemeente Baarle-Nassau Bijlagenboek

Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023 Gemeente Baarle-Nassau Bijlagenboek

Rapportnummer:

P05277

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0744.BPBaarleNassau23-ON01

Datum:

6 februari 2025

Projectteam BRO:

JRi, JvdA

Bron foto kaft:

BRO Abstract

Beknopte inhoud:

--

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Plangrens bestemmingsplan

4

Bijlage 2

Rapportage externe veiligheid dorpen Baarle-Nassau

6

Bijlage 3

Overzicht bestaande beperkt kwetsbare objecten Baarle-Nassau

34

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek gemeentewerf

36

Bijlage 5

Locaties archeologisch onderzoek

159

Bijlage 6

Locaties zonder selectiebesluit

161

Bijlage 7

Nota van zienswijzen en staat van wijzigingen

163

2

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023" (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Plangrens bestemmingsplan

4

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023" (vastgesteld)

hm

hm

hm

hm

hm

hm

hm

hm

Plangebied Plangrens

hm

hm

ABRI

hm

hm

Verklaringen hm

ondergrond

in samen werking met: hm

project:

Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023 Gemeente Baarle-Nassau projectnummer:

onderdeel

verbeelding: plangrens

P05277 identificatienummer:

status

concept

NL.IMRO.0744.BPBaarleNassau23-ON01 bladnummer: van 1

opdrachtgever:

1

BRO :

1 : 20.000

FORMAAT :

SCHAAL

A0

datum

:

22 juli 2023

bestandsnaam : 22BROBO015-PBP-BN-007

Ruimteloket, data in kaart Uitsnede Gemeentewerf 1 : 1.000

| | |

Torenallee 45 | 5617BA Eindhoven | 040 304 10 85 | info@ruimteloket.nl | www.ruimteloket.nl |

Bijlage 2 Rapportage externe veiligheid dorpen Baarle-Nassau

6

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023" (vastgesteld)

Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede

Externe veiligheid / Bestemmingsplan Dorpen in Baarle-Nassau

Project Datum

225037 (BP Dorpen) 28 september 2022

Externe veiligheid / Bestemmingsplan Dorpen in Baarle-Nassau

Project

225037 (BP Dorpen)

Datum

28 september 2022

Auteur Review

M.H. Ottink A.J.H Schulenberg

Versie nr.

Versie 1.0

Opdrachtgever

Gemeente Baarle-Nassau Postbus 105 5110 AC Baarle-Nassau

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 Risicobenadering ____________________________________________ 5 Plaatsgebonden risico ________________________________________ 5 Groepsrisico________________________________________________ 5 3 Inventarisatie risicobronnen _____________________________________ 7 Buisleidingen _______________________________________________ 8 Transport van gevaarlijke stoffen _______________________________ 8 Inrichtingen ________________________________________________ 8 4 EV-risicobeoordeling Mardenkro _________________________________ 11 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 11 Groepsrisico_______________________________________________ 12 Verantwoording groepsrisico Mardenkro _________________________ 13 Opmerking bevoegd gezag ___________________________________ 11 5 Overwegingen voor het collegebesluit ____________________________ 17 Het besluit in het licht van de risico’s____________________________ 17 Conclusie _________________________________________________ 17 6 Samenvatting _________________________________________________ 18 Referenties _____________________________________________________ 19 Bijlage 1. Bevi definities kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ______ 20 Bijlage 2.

Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico _____________ 22 Bijlage 3. Advies Veiligheidsregio __________________________________ 23

3

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

1 Inleiding Door de Provincie Noord-Brabant is een inspectierapport opgesteld over de borging van het aspect externe veiligheid (EV) in gemeentelijke bestemmingsplannen [1]. Hierin wordt geconcludeerd dat binnen bestemmingsplan Dorpen in Baarle-Nassau het aspect EV onvoldoende uitgewerkt is. Er wordt gevraagd een inhoudelijk rapport op te stellen ter onderbouwing van het bestemmingsplan, inclusief de verantwoording van het groepsrisico (indien van toepassing). Verder wil de gemeente regels opstellen over het al dan niet toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten in bestemmingsplan Dorpen. In deze rapportage worden de resultaten van het onderzoek naar de externe veiligheid voor bestemmingsplan Dorpen weergegeven en visueel inzichtelijk gemaakt.

4

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

2 Normstelling externe veiligheid Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De normstelling voor bepaalde bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen is opgenomen in de Regeling externe veiligheid inrichtingen, afgekort tot Revi [2]. Het Revi is een ministeriële regeling die valt onder het Bevi [3]. De regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten [4, 5]. Voor buisleidingen zijn de regels opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) [6]. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [3]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen.

De volledige Bevi-lijst is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een risicobron bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. De normstelling voor het plaatsgebonden risico gaat voor nieuwe situaties uit van een grenswaarde van 1.0 10-6 /jr (kans één op de miljoen) voor kwetsbare objecten, dit betekent dat altijd moet worden voldaan aan deze grenswaarden. Voor beperkt kwetsbare objecten is dit een richtwaarde, dit betekent dat om gewichtige redenen daarvan mag worden afgeweken.

Groepsrisico Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde activiteit, kortom de kans op een ramp. Het

5

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

aantal personen dat in de omgeving van de route verblijft, bepaalt mede de hoogte van het GR. Het GR wordt weergegeven in een zogenaamde fN-curve, op de verticale as staat de cumulatieve kans per jaar f op een ongeval met N of meer slachtoffers en op de horizontale as het aantal slachtoffers. Figuur 1 geeft een voorbeeld.

Oriëntatiewaarde

Figuur 1.

Voorbeeld groepsrisico transportroute

Voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht voorgeschreven. Conform het Revi dient elke verandering binnen het invloedsgebied van een inrichting te worden beschouwd bij het vaststellen van de grootte van het groepsrisico en bij de verantwoording conform het Bevi. Voor transportroutes en buisleiding is de wijze van verantwoording afhankelijk van de invloed die een dergelijke ontwikkeling heeft op het groepsrisico.

6

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

3 Inventarisatie risicobronnen Het plangebied van bestemmingsplan Dorpen beslaat nagenoeg de gehele bebouwde kom van Baarle-Nassau en Ulicoten. De exacte grenzen van het plangebied zijn in het bestemmingsplan weergegeven [8]. In dit hoofdstuk worden de aanwezige risicobronnen geïnventariseerd en nader beschouwd. Figuur 2 toont de (relevante) risicobronnen in de omgeving van Baarle-Nassau en figuur 3 in de omgeving van Ulicoten zoals vermeld op de Signaleringskaart EV [7].

Figuur 2.

Risicobronnen in de omgeving van Baarle-Nassau [7]

7

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Figuur 3.

Risicobronnen in de omgeving van Ulicoten [7]

Buisleidingen Uit figuur 2 en 3 blijkt dat in de omgeving van het plangebied volgens de Signaleringskaart EV geen buisleidingen aanwezig zijn. Dit zorgt dan ook niet voor belemmeringen voor het plangebied.

Transport van gevaarlijke stoffen Er bevinden zich volgens de Signaleringskaart EV geen transportroutes van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied (zie figuur 2 en 3). Het aspect transport gevaarlijke stoffen over spoor, weg of water zorgt dan ook niet voor belemmeringen voor het plangebied.

Inrichtingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere inrichtingen die gevaarlijke stoffen transporteren of opslaan. Het gaat om: • Maatschap Adams aan Dorpsstraat 7; • Haagen Fire Training Products aan Industrieweg 5; • Van Zuidam aan Smederijstraat 5; • Mardenkro b.v. aan Geerstraat 8; • Keustermans aan Kapelstraat 30. De terreingrenzen en PR10-6-contouren/veiligheidszones weergegeven in figuur 4.

van

deze

bedrijven

zijn

8

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Haagen

Van Zuidam

Mardrenkro

Keustermans

Figuur 4.

Inrichtingen met hun terreingrens en PR10-6-en veiligheidszones [7]

Maatschap Adams Bij Maatschap Adams is een bovengrondse propaantank van 8 m 3 aanwezig. De veiligheidsafstand op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer is 15 m (bevoorrading tot en met 5 keer per jaar) [7, 9]. De afstand van 15 m wordt in acht genomen ten opzichte van buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. In dit geval ligt een klein deel van de veiligheidszone buiten de terreingrens. In dat deel mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Haagen Fire Training Products Bij Haagen Fire Training Products is een bovengrondse propaantank van 13 m 3 aanwezig. De veiligheidsafstand op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer is 25 m (bevoorrading vaker dan 5 keer per jaar) [7, 9]. De afstand van 25 m wordt in acht genomen ten opzichte van buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. In dit geval ligt een deel van de veiligheidszone buiten de terreingrens. In dat deel mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd worden.

9

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Van Zuidam Bij Van Zuidam is een ethanoltank van 35 m³ aanwezig. De Signaleringskaart EV toont hiervoor een PR 10-6-contour van 15 meter die geheel binnen de terreingrens ligt [7]. Daarmee vormt deze inrichting geen belemmering voor het plangebied. Keustermans Bij Keustermans is een bovengrondse propaantank van 5 m³ aanwezig. De veiligheidsafstand op basis van het Barim is 10 meter (bevoorrading niet vaker dan 5 keer per jaar) [7, 9]. Deze afstand wordt in acht genomen ten opzichte van buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. In dit geval ligt een klein deel van de veiligheidszone buiten de terreingrens. In dat deel mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Mardenkro Mardenkro is een productie- en formuleringsbedrijf van reinigings- en beschermingsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de (glas)tuinbedrijven. In het bedrijf vindt opslag en fabricage van reinigings- en beschermingsmiddelen plaats alsmede de opslag van grondstoffen die daarvoor nodig zijn. In hoofdstuk 4 wordt het extern veiligheidsrisico van deze categoriale Bevi-inrichting nader beschouwd.

10

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

4 EV-risicobeoordeling Mardenkro In 2015 is een memo opgesteld waarin het extern veiligheidsrisico van Mardenkro wordt beschreven [10]. Deze memo vormt de basis van de hier beschreven beschouwing van het EV-risico van Mardenkro. De memo is als bijlage opgenomen in het bestemmingsplan ‘Visweg - Kapelstraat’ [12].

Plaatsgebonden risico Op basis van het Revi geldt een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 75 m omdat het stikstofgehalte van de aanwezige gevaarlijke stoffen lager is dan 5% [10]. De plaatsgebonden risico (PR) contour is weergegeven in figuur 4 en 5. De PR10-6-contour overlapt bouwvlakken met bestemming ‘Bedrijventerrein’. Dit betekent dat bestaande en nieuwe beperkt kwetsbare objecten gelegen kunnen zijn binnen de PR10-6contour. Op basis van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is voor nieuwe situaties een gewichtige motivering benodigd voor het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen de PR10-6-contour. Deze uitgebreide motivering is opgenomen in de Memo externe veiligheid Visweg [10]. In het bestemmingsplan Visweg is de volgende motivering opgenomen [12]: Met het plan wordt een bedrijventerrein gerealiseerd. Het bedrijventerrein is gedeeltelijk gelegen binnen de PR 10-6-contour en geheel binnen het invloedsgebied van de inrichting Mardenkro. Een gewichtige motivering is gegeven.

Het toelaten van beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6-contour wordt toelaatbaar geacht omdat: • er behoefte is vanuit de markt naar nieuw bedrijfsareaal; • er geen geschikte ruimte is om deze behoefte elders in te vullen binnen stedelijk gebied in de gemeente Baarle-Nassau; • met de ontwikkeling sprake is van een opvulling van bestaand stedelijk gebied; • bouwkundige en planologische maatregelen genomen zijn om een zo goed mogelijke externe veiligheidssituatie te kunnen borgen. Op basis van artikel 6 en 7 van het Bevi zijn binnen de PR10 -6-contour geen kwetsbare objecten toegestaan: de grenswaarde voor al dan niet geprojecteerde kwetsbare objecten is 10-6 per jaar [3]. Opmerking bevoegd gezag De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) heeft aangegeven dat bij de vergunningverlening van Mardenkro een onjuistheid betreffende het stikstofgehalte niet is geconstateerd waardoor nu een PR10-6 contour van 150 meter is vergund in plaats van de 75 m die in het bestemmingsplan is opgenomen. De OMWB schrijft daarover het volgende: “(…) is er bij een vergunningaanvraag in 2022 ten onrechte aangegeven dat er sprake was van een milieuneutrale verandering ten opzichte van de in 2011 en 2015 vergunde situatie. In de melding was namelijk aangegeven dat het vergunde stikstofgehalte tussen de 5% en

11

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

10% was. Dit is (…) echter niet correct (vergund was nl minder dan 5%). Bij dit stikstofgehalte (5-10%) hoort een PR10-6 contour van 150 meter en een invloedsgebied van 275 meter. Bij het verlenen van de vergunning is deze onjuistheid niet geconstateerd, waardoor nu een PR10-6 contour van 150 meter is vergund. Aangezien binnen deze contour woningen aanwezig zijn (kwetsbare objecten) is dit helemaal niet toegestaan. Dit zal met een ambtshalve wijziging door het bevoegd gezag moeten worden gecorrigeerd. Het uitgangspunt is dat de PR10-6 contour van Mardenkro wordt teruggebracht naar 75 meter.” [14]. Op de signaleringskaart EV is de correcte PR10-6 contour van 75 m weergegeven. De Provincie Noord-Brabant heeft opgemerkt dat in het bestemmingsplan niet wordt voldaan aan artikel 5 en 8 van het Bevi. Het nieuwe bestemmingsplan neemt deze omissie weg.

Groepsrisico De opslagruimte van Mardenkro heeft beschermingsniveau 3 conform PGS 15 en een capaciteit tot 300 m 2. Conform het Revi bedraagt het invloedsgebied dan 275 meter [2]. Om inzicht te krijgen in de hoogte van het groepsrisico, wordt de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico geraadpleegd [13]. In tabel 17.1 van deze handreiking staan de maximaal toelaatbare personendichtheid per hectare vermeld voor het gebied tussen de PR10-6-contour en de grens van het invloedsgebied. Wanneer deze personendichtheid niet wordt overschreden, wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. De tabel is opgenomen in bijlage 2 van dit rapport. Het maximale PGS 15-opslagoppervlak van Mardenkro bedraagt 300 m2. Het stikstofgehalte van de producten bedraagt max. 5%. De opslag betreft beschermingsniveau 3. Uit de tabel volgt dan dat bij een personendichtheid tot 300 per hectare de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Voor het bepalen van het aantal aanwezigen tussen de PR10 -6-contour en de grens van het invloedsgebied wordt de BAG-populatieservice geraadpleegd [11]. Figuur 5 toont de verkregen bevolkingsvlakken. Tabel 1 geeft de verkregen aantallen weer.

Gebied

Dag

Nacht

Invloedsgebied (ca. 25 ha)

836

249

PR10-6-contour, incl Mardenkro (ca. 2 ha)

117

19

Mardenkro

62

15

Tusen IG en PR10-6

781

245

Tabel 1. Aantal personen conform BAG [11]

12

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Figuur 5.

BAG-pandselectie

Het oppervlak tussen het invloedsgebied en de PR10-6-contour bedraagt ca. 23 ha. Het aantal personen is 781. Dat levert een dichtheid van 34 pers/ha wat ruimschoots minder is dan 300 pers/ha. Dat betekent dat het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde blijft. Conform artikel 13 uit het bevi moet het groepsrisico verantwoord worden.

Verantwoording groepsrisico Mardenkro Conform het Bevi moet het groepsrisico van Mardenkro verantwoord worden. De verplichte onderdelen die behandeld moeten worden zijn opgenomen in onderstaand tekstkader [3]. De behandeling van deze punten vormt de basis voor de verantwoording van het groepsrisico dat het nemen van dit besluit met zich mee brengt.

13

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Gegevens die verplicht onderdeel vormen van de verantwoording groepsrisico a.

de aanwezige en de op grond van dat besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied

b.

het groepsrisico op het tijdstip waarop dat besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten veranderingen aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde

c.

indien mogelijk, de maatregelen en vergunningsvoorschriften ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast

d.

indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die in het ruimtelijk besluit zijn opgenomen;

e.

de voorschriften ter beperking van het groepsrisico die het bevoegd gezag voornemens is te verbinden aan de omgevingsvergunning van de inrichting

f.

de voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico;

g.

de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; en: met in overweging nemende het advies van de Veiligheidsregio:

h.

de mogelijkheden van de voorbereiding op de bestrijding van en de beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval

i.

de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de inrichting om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet

Hieronder worden puntsgewijs de onderdelen van de groepsrisicoverantwoording behandeld. a. Personen in het invloedsgebied Voor het bepalen van het aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van Mardenkro is de BAG-populatieservice geraadpleegd [11]. Figuur 5 toont de verkregen bevolkingsvlakken. Binnen het invloedsgebied bevinden zich in totaal 836 personen overdag en 249 personen ’s nachts. Binnen de inrichting bevinden zich 62 personen en 15 personen ’s nachts. In hoofdstuk 4.2 is afgeleid dat de personendichtheid ca. 34 per hectare is. Bestemmingsplan ‘Dorpen’ is een zogenaamd beheerbestemmingsplan waarin geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt [8]. Dit betekent dat het aantal aanwezige personen niet significant zal wijzigen en daarmee ook de personendichtheid niet. b. Groepsrisico en de bijdrage door het besluit aan de hoogte van het groepsrisico In hoofdstuk 4.2 is afgeleid dat het groepsrisico in de huidige situatie onder de oriëntatiewaarde ligt. Zoals eerder al aangegeven, is bestemmingsplan ‘Dorpen’ een zogenaamd beheerbestemmingsplan waarin geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Dit betekent dat de ruimtelijke situatie niet veranderd. Ook verandert de situatie van

14

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

de inrichting niet. Dit betekent dat het groepsrisico ook in de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde blijft. c. Toegepaste voorgenomen maatregelen aan de risicobron Extra maatregelen getroffen aan de risicobron zijn niet van toepassing. Het betreft een PGS 15 opslagvoorziening met beschermingsniveau 3 en daarmee wordt voldaan aan de beste beschikbare technieken (BBT). d. Maatregelen in het omgevingsbesluit Het omgevingsbesluit betreft een beheerbestemmingsplan waarin geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. ‘Het vormt een actualisatie van het vigerende planologische regime voor de kernen Baarle-Nassau en Ulicoten: het legt de bestaande situatie vast, faciliteert de gewenste ontwikkelingen die binnen de planperiode te verwachten zijn en gaat ongewenste ruimtelijke activiteiten tegen. De ruimtelijke kwaliteit van het plangebied zal worden behouden en daar waar nodig versterkt.’ [8]. Het groepsrisico wijzigt niet en blijft ruim onder de oriëntatiewaarde. Ten aanzien van het aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. e. Voorschriften in het besluit ter beperking van het groepsrisico Zie de opmerkingen onder d voor het borgen van het aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied en daarmee het borgen van de hoogte van het groepsrisico. f.

Andere ruimtelijke invulling Een andere ruimtelijke invulling van het plangebied is niet wenselijk. Een andere ruimtelijke invulling van het plangebied zal bovendien niet leiden niet tot een lager groepsrisico. Het groepsrisico ligt ruim onder de oriëntatie waarde. g. Voorgenomen maatregelen Er zijn geen maatregelen voorzien. h. Voorbereiding bestrijding Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De mate waarin uitvoering aan de bestrijding kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen) Door het planvoornemen veranderen de activiteiten van de inrichting niet. De kansen op incidenten bij de inrichting blijven gelijk. Hierdoor verandert de bestrijding van een incident bij het tankstation niet.

15

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Het advies van de veiligheidsregio Midden- en West- Brabant is opgenomen in bijlage 3. i. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Gerichte risicocommunicatie met aanwezigen binnen het invloedsgebied (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten). Het advies van de veiligheidsregio Midden- en West- Brabant is opgenomen in bijlage 3.

16

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

5 Overwegingen voor het collegebesluit Hieronder staan tekstvoorstellen die gebruikt kunnen worden door het bevoegd gezag bij een mogelijk collegebesluit. De uiteindelijk verantwoording en het daarbij horende besluit blijft de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.

Het besluit in het licht van de risico’s De hoogte van het groepsrisico in de nieuwe situatie blijft ongewijzigd en is aanvaardbaar: het groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde. De Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant heeft advies uitgebracht over de zelfredzaamheid en rampbestrijding om zo de gevolgen van een ongeval te bestrijden en de mogelijkheden voor aanwezigen in het invloedsgebied om zichzelf in veiligheid te brengen te verbeteren.

Conclusie Voor het vaststellen van het beheerbestemmingsplan is het groepsrisico van Mardenkro beschouwd. Het groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde. Door vaststelling van het plan wijzigt het groepsrisico niet. De mogelijkheden voor de brandweer om de gevolgen van een ongeval te bestrijden worden door de planvaststelling niet dusdanig negatief beïnvloed dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. De zelfredzaamheid van personen kan voldoende worden gewaarborgd met aanvullende maatregelen. In overweging nemende dat: • de vaststelling van het plan niet leidt tot een verhoging van het groepsrisico; • de vaststelling van het plan de interventiemogelijkheden van de hulpdiensten niet zodanig negatief beïnvloed dat aanvullende maatregelen nodig zijn • en de zelfredzaamheid van de aanwezigen met aanvullende maatregelen gewaarborgd kunnen worden; • is het college van mening dat deze nieuwe risicobron met het daarbij horende groepsrisico aanvaardbaar is. Het stelt voor in te stemmen met de bestemmingsplanwijziging.

17

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

6 Samenvatting In dit onderzoek zijn de EV-risicobronnen voor bestemmingsplan Dorpen geïnventariseerd en getoetst aan de landelijke wet- en regelgeving in het kader van de borging van het externe veiligheidsrisico. Van inrichting Mardenkro is het groepsrisico kwalitatief afgeleid. Het groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde en wijzigt niet na het besluit. Er is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld. De Provincie Noord-Brabant heeft opgemerkt dat in het bestemmingsplan niet wordt voldaan aan artikel 5 en 8 van het Bevi. Het nieuwe bestemmingsplan neemt deze omissie weg.

18

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Referenties 1.

Provincie NoordBrabant

2016

Inspectierapport EV-RO project interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht – Onderzoek borging EV in gemeentelijke bestemmingsplannen, 6 oktober 2016, kenmerk C2196791/4070735

2.

VROM

2004

Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) Staatscourant 23 september 2004, nr. 183

3.

Ministerie VROM

2004

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250

4.

Ministerie I&M

2014

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465

5.

Ministerie I&M

2015

Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839

6.

Ministerie VROM

2010

Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686.

7.

IPO

2022

EV Signaleringskaart.nl, geraadpleegd september 2022

8.

BRO Boxtel

2012

Bestemmingsplan Dorpen, 26 april 2012, t_NL.IMRO.0744.BSPDorpen-d001_index.pdf.

9.

Ministerie I&M

2008

Activiteitenbesluit (Barim) Staatsblad 2007, nr. 415

10.

Agel adviseurs

2015

Memo externe veiligheid Visweg, projectnummer 20140102, 22 april 2015

11.

IOV

2022

BAG-populatieservice, 202201

12.

BRO

2015

Bestemmingsplan ‘Visweg – Kapelstraat’, oktober 2015 NL.IMRO.0744.BPBTViswegKapel-VS02

13.

VROM

2007

Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico, versie 1.0, november 2007

14.

OMWB

2022

E-mail correspondentie R. Bos, d.d. 19 sept. 2022

19

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Bijlage 1. Bevi definities kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten 1. b. beperkt kwetsbaar object: a. 1. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en 2. dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; c. hotels en restaurants, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; d. winkels, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; e. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; f.

kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder d, vallen;

g. bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder onderdeel l, onder c, vallen; h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en i.

objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval;

1. l. kwetsbaar object: a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens als bedoeld in onderdeel b, onder a; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;

20

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object, of 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

21

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Bijlage 2. Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico Onderstaand is tabel 17.1 uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico opgenomen [13].

22

Externe veiligheid / Bestemmingslan Dorpen in Baarle-Nassau

Bijlage 3. Advies Veiligheidsregio

23

Gemeente Baarle-Nassau t.a.v. College van Burgemeester en Wethouders Postbus 105 5140 AC BAARLE-NASSAU

Sector Crisis en Risicobeheersing Industriële Veiligheid Taakveld RO&I Tramsingel 71, Breda Postbus 3208 5003 DE Tilburg Telefoon (088) 2250200 www.brandweermwb.nl

22 september 2022 VRMWB2022-07789 Uw referentie Tom de Kousemaeker Uw mail van 15 september 2022

Harry Killaars 06-53625089 E-mail harry.killaars@brandweermwb.nl Onderwerp Borging externe veiligheid Bestemmingsplannen Baarle-Nassau

Datum

Behandeld door

Onze referentie

Doorkiesnummer

Geacht College, Naar aanleiding van de aanvraag op 15 september 2022 treft u hierbij aan het advies overeenkomstig art 13 van het Besluit externe veiligheid Inrichtingen.

Inleiding Het advies heeft betrekking op de borging van externe veiligheid in de Bestemmingsplannen van BaarleNassau.

Plangebied

Door u zijn bestanden ter beschikking gesteld met benodigde informatie waarop dit advies is opgesteld. Advies 1 Bij het adviseren voor ruimtelijk besluiten hanteren de Veiligheidsregio’s kernwaarden vanuit een duidelijke visie op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Die visie bestaat uit een aantal richtinggevende principes voor een veilige leefomgeving en is vertaald in algemene kernwaarden en ontwerpprincipes.

Kernwaarde 1: De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid; waarin het belang van veiligheid als ontwerpelement wordt benadrukt. Kernwaarde 2: Een veilige fysieke leefomgeving vorm je samen; waarbij het belang van goede vroegtijdige betrokkenheid van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant bij de schetsontwerpen van gebouwen en inrichtingstekeningen wordt benadrukt. Kernwaarde 3: De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid; waarin de volgende principes voor de inrichting van een veilige leefomgeving worden benoemd:

a. b. c. d. e. f.

Voorkomen of beperking van risico’s vergroot de veiligheid; Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; Bouwwerken en omgeving bieden bescherming; Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg (zorgcontinuïteit).

Kernwaarde 4: Mensen zijn bekend met risico's en weten hoe te handelen als het misgaat; waarin het belang van een goede risicocommunicatie en handelingsperspectieven worden benadrukt. We kunnen voor wat betrekking tot externe veiligheid het volgende stellen: Kernwaarde 1 en 2 Wij zijn in het voortraject niet betrokken en zijn pas op 16 juni j.l. op de hoogte van de opmerkingen van de Provincie Noord Brabant inzake de borging van externe veiligheid in uw gemeente. Kernwaarde 3 a)

b)

c)

d)

Bij het adviseren op ruimtelijke plannen wordt aangedrongen om zeer kwetsbare objecten buiten de 200 m van risico-objecten te bestemmen en (beperkt) kwetsbare objecten in principe niet binnen 10-06 contouren te bestemmen. Afstand nemen van de risico’s vergroot de veiligheid; dit is bepalend voor stralingswarmte van brand of overdruk bij explosies. Maar ook buiten de letaliteitsafstanden van toxische scenario’s zoals brand in een PGS 15 loods. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming; door bouwkundige maatregelen aan het gebouw zoals een ballastlaag van grind of betontegels op het dak en een steenachtige gevel zijn effectieve bescherming voor stralingswarmte. Maar ook het voldoende luchtdicht bouwen en het kunnen afzetten van de mechanische ventilatie is effectief bij het vrijkomen van toxische gassen. De genoemde bouwkundige maatregelen verbeteren de zelfredzaamheid van bewoners en werknemers van buurbedrijven binnen de genoemde effecten van de scenario’s. Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; Dit is in de bestaande situatie niet of nauwelijks te verbeteren.

pagina 2 van 4

e)

De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; Hier wordt aan voldaan door de wegen te laten voldoen aan de CROW 165 hulpdiensten snel op weg.

f)

Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg (zorgcontinuïteit); In de regio en met ondersteuning op landelijk niveau is in aanvang voldoende geneeskundige capaciteit in Nederland aanwezig bij grote ongevallen met een buisleiding. Langdurige verzorging van een groot aantal slachtoffers met brandwonden is beperkt.

Kernwaarde 4 Mensen zijn bekend met risico's en weten hoe te handelen als het misgaat; Risicocommunicatie is afgestemd op de gemiddelde populatie. Het altijd raadzaam extra te communiceren met de bedrijven in de directe omgeving van de risicovolle bedrijven. Goed overleg met BHV organisaties kan zorgdragen voor een adequate interne hulpverlening ook bij incidenten bij de buren.

Risicoschets ( gebaseerd op de afstanden uit het RRGS) Vrijkomen van toxische stoffen Het bouwplan is gelegen in invloedsgebieden van verschillende Bevi bedrijven op het Industrieterrein van Baarle Nassau. Bij brand kunnen giftige verbrandingsgassen vrijkomen.

pagina 3 van 4

Beschouwing toestaan van (bestaande en nieuwe) beperkt kwetsbare objecten binnen 10-06 contour: Hierbij moet worden opgemerkt de twee Bevi bedrijven Zuidam en Mardenko/Luniforte zijn vergund. Indien 10-06 over beperkt kwetsbare objecten zijn gelegen dient bij de afgifte van een milieuvergunning of ruimtelijk besluit dit afgewogen te worden. In het onderhavige geval is dit onvoldoende beschouwd vandaar de kritische opmerkingen van de Provincie Noord Brabant. Bij deze overwegingen kan worden meegenomen dat de opslag bij Mardenko BV ADR vloeistoffen met Gevi code 8 met een vlampunt van > 100oC. Daarnaast zijn preventieve maatregelen genomen bij de losplaats van tankwagens. Bij de opslag bij Zuidam kan wordengesteld dat wordt voldaan aan de PGS richtlijnen. Op basis van de aanwezige opgeslagen stoffen en genomen preventieve maatregelen is het voor beide bedrijven een acceptabel veiligheidsniveau. We adviseren planregels op te stellen waarbij wordt voorkomen dat knelpunten met het gangbare EV beleid ontstaan. Indien u nog vragen op opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met de behandeld ambtenaar. In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, tekenen wij met vriendelijke groeten Hoogachtend, Namens het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Afdelingshoofd Risicobeheersing,

pagina 4 van 4

Bijlage 3 Overzicht bestaande beperkt kwetsbare objecten Baarle-Nassau

34

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023" (vastgesteld)

Overzicht bestaande beperkt kwetsbare objecten binnen plaatsgebonden risicocontouren Bevi-inrichtingen Mardrenko, Geerstraat 8 Adres Functie Visweg 8 Drukkerij Winkelhaak 4 Transportbedrijf Winkelhaak 8 Aannemersbedrijf Smederijstraat 13 Bouwmarkt Smederijstraat 15 Autobedrijf Smederijstraat 45 Elektrotechnisch bedrijf Geerstraat 2 t/m 2d Opslagbedrijf Geerstraat 2 t/m 2d

Cesartherapiepraktijk

Haagen Fire Training Products, Industrieweg 5 Adres Functie Industrieweg 3 Kringloopwinkel Industrieweg 7 Groothandel

Kwalicificatie Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object

Kwalicificatie Beperkt kwetsbaar object Beperkt kwetsbaar object

Bijlage 4 Akoestisch onderzoek gemeentewerf

36

Bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023" (vastgesteld)

AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI GEMEENTEWERF SMEDERIJSTRAAT 4 BAARLE-NASSAU

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau 20221192.v01.1 5 december 2022 ABG Gemeenten

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 5

1.1. Algemeen ..................................................................................................................................... 5 1.2. Ligging van de gemeentewerf ..................................................................................................... 5 1.3. Toetsing richtafstanden ............................................................................................................... 6 1.3.1. Stof....................................................................................................................................... 7 1.3.2. Gevaar ................................................................................................................................. 7 1.3.3. Geur ..................................................................................................................................... 8 1.3.4. Geluid .................................................................................................................................. 9 1.4.

Akoestisch onderzoek industrielawaai ........................................................................................ 9

2.

TOETSINGSKADER ..................................................................................................................... 10

2.1. 2.2. 2.3.

Beoordelingskader Activiteitenbesluit ........................................................................................ 10 Beoordelingskader ruimtelijke ordening .................................................................................... 11 Definitie periodes ....................................................................................................................... 12

3.

REKENONDERZOEK ................................................................................................................... 13

3.1. Representatieve bedrijfssituatie ................................................................................................ 13 3.1.1. Algemeen ........................................................................................................................... 13 3.1.2. Voertuigbewegingen .......................................................................................................... 13 3.1.3. Mobiele machines .............................................................................................................. 14 3.1.4. Wisselen containers........................................................................................................... 14 3.1.5. Vullen silo (zout) ................................................................................................................ 14 3.1.6. Wasplaats .......................................................................................................................... 15 3.1.7. Installaties .......................................................................................................................... 15 3.1.8. Overige .............................................................................................................................. 15 3.1.9.

Indirecte hinder .................................................................................................................. 15 3.2. 3.3.

Geluidbronnen RBS ................................................................................................................... 16 Berekeningswijze ....................................................................................................................... 17

4.

REKENRESULTATEN .................................................................................................................. 19

4.1. Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ........................................................... 19 4.1.1. Activiteitenbesluit ............................................................................................................... 19 4.1.2. Handreiking Bedrijven en milieuzonering .......................................................................... 20 4.2. Maximale geluidniveaus ............................................................................................................ 21 4.2.1. Activiteitenbesluit ............................................................................................................... 21 4.2.2. Handreiking Bedrijven en milieuzonering .......................................................................... 22 4.3. Indirecte hinder .......................................................................................................................... 25 4.3.1. Activiteitenbesluit ............................................................................................................... 25 4.3.2. Handreiking Bedrijven en milieuzonering .......................................................................... 25

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

3

4.4.

Bijzondere geluiden ................................................................................................................... 25

5.

MAATREGELENBESCHOUWING ............................................................................................... 26

5.1. Bronmaatregelen ....................................................................................................................... 26 5.2. Overdrachtsmaatregelen ........................................................................................................... 26 5.3. Maatregelen bij de ontvanger .................................................................................................... 31 5.3.1. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ............................................................................. 31 5.3.2. Maximale geluidniveaus .................................................................................................... 31 6. CONCLUSIES ............................................................................................................................... 33 BIJLAGE I. GEGEVENS ............................................................................................................... 34 BIJLAGE II. AFBEELDINGEN REKENMODEL ............................................................................ 35 BIJLAGE III. INVOERGEGEVENS REKENMODEL ...................................................................... 36 BIJLAGE IV. REKENRESULTATEN LA_EQ ................................................................................. 37 BIJLAGE V.

REKENRESULTATEN LA_MAX .............................................................................. 38 BIJLAGE VI. REKENRESULTATEN INDIRECTE HINDER .......................................................... 39 BIJLAGE VII. REKENRESULTATEN NA MAATREGELEN (ACTIVITEITENBESLUIT) .............. 40 BIJLAGE VIII. REKENRESULTATEN NA MAATREGELEN (RO) ................................................ 41

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

4

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen

Aan de Smederijstraat 4, Baarle-Nassau is de gemeentewerf gelegen. In het geldende bestemmingsplan “Dorpen” (2012) is uitsluitend het zuidelijke deel daarvan correct bestemd als ‘milieustraat’. In het noordelijke deel zijn alleen bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Een gemeentewerf is ingedeeld in milieucategorie 3.1. Daarmee is het noordelijke deel van de gemeentewerf in strijd met het bestemmingsplan gevestigd. Op 15 februari 2007 is een bouwvergunning verleend voor de ter plaatse aanwezige garage en open loods. Het is gewenst om dit noordelijke deel alsnog als ‘gemeentewerf’ te bestemmen in het paraplu-bestemmingsplan. In het kader van deze ontwikkeling moet de milieuzonering opnieuw worden beschouwd/beoordeeld. Daarnaast moet een akoestisch onderzoek industrielawaai worden uitgevoerd.

1.2.

Ligging van de gemeentewerf

De gemeentewerf is gelegen aan de Smederijstraat 4 te Baarle-Nassau. De locatie van de gemeentewerf is weergegeven op afbeelding 1 (luchtfoto). De (aanwezige) geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving zijn weergegeven met de gele kaders.

Afbeelding 1. Ligging van de inrichting (rood kader) en geluidgevoelige bestemmingen (gele kaders)

Aan de Oordeelsestraat 18 is in de huidige situatie geen woning aanwezig. Uit het bestemmingsplan volgt dat hier (mogelijk) wel een bedrijfswoning kan worden gerealiseerd (functieaanduiding). Deze functieaanduiding is gearceerd weergegeven op afbeelding 2.

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

5

1.3.

Toetsing richtafstanden

In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende functies gelegen. Het gaat met name om bedrijven(terreinen), kantoorfuncties, dienstverlening en woonfuncties (bedrijfswoningen en burgerwoningen). Vanwege deze matige- tot sterke functiemenging in de omgeving wordt uitgegaan van een omgevingstype ‘gemengd gebied’. Ter plaatse van de gemeentewerf (noordelijk deel) vinden diverse werkzaamheden plaats waaronder ook een storingsdienst (24/7) en strooidienst. De (mogelijke) richtafstanden bij een gemeentewerf zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1. Richtafstanden milieubelastende functie(s)

Categorie

3.1

3.1

SBI Omschrijving 381 A - ‘Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.’ 381 A ‘Gemeentewerven (afval-inzameldepots)’

Richtafstand (m) Rustige woonwijk/rustig buitengebied

Richtafstand (m) Gemengd gebied

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

50

30

50

30

30

10

30

10

30

30

50

30

10

10

30

10

De gemeentewerf wordt, gezien de aangegeven activiteiten, worst-case geschaard onder SBI-code 381 A ‘Vuilophaal-, straatreinigings-bedrijven e.d.’. De richtafstanden voor stof en gevaar bedragen 10 meter in een gemengd gebied. De richtafstanden voor geur en geluid bedragen 30 meter in een gemengd gebied. Op afbeelding 2 is de gemeentewerf, inclusief de richtafstanden weergegeven.

Afbeelding 2. Plangebied en richtafstanden van 10 meter (groen) en 30 meter (blauw)

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

6

Uit afbeelding 2 blijkt dat de ter plaatse van een 6-tal (mogelijke) gevoelige objecten niet voldaan wordt aan de richtafstand van 30 meter voor de aspecten geur en geluid. Het gaat om 3 woningen op het bedrijventerrein (Weverstraat 4, Oordeelsestraat 22 en Oordeelsestraat 24), 2 woonbestemmingen buiten het bedrijventerrein (Oordeelsestraat 12 en 14) en de planologische mogelijkheid tot een bedrijfswoning aan de Oordeelsestraat 18. Omdat niet aan de richtafstanden voor geur en geluid worden deze aspecten nader onderbouwd/onderzocht in paragraaf 1.3.1 (geur) en 1.3.2 (geluid). Verder blijkt uit afbeelding 2 dat de richtafstand van 10 meter voor de aspecten stof en gevaar niet is gelegen over (bestaande) gevoelige gebouwen in de omgeving. De 10 meter contour voor stof en gevaar is wel gelegen over een deel van de achtertuin behorende bij de woning aan de Oordeelsestraat 14 (woonbestemming) en de locatie waar planologisch gezien een bedrijfswoning mag worden gerealiseerd (Oordeelsestraat 18). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden daarom de aspecten stof en gevaar (kort) beschouwd.

1.3.1.

Stof

De richtafstand van 10 meter voor het aspect stof wordt enkel overschreden voor een deel van de achtertuin behorende bij de woning aan de Oordeelsestraat 14 en de planologisch mogelijke bedrijfswoning aan de Oordeelsestraat 18. Op basis van de (standaard) voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer moet hinder vanwege (grof) stof buiten de inrichtingsgrens worden voorkomen. Voor fijn stof en zeer fijn stof kan, op basis van de invulling van de terreinen, op voorhand worden gesteld dat op korte afstand van de inrichting aan de grenswaarden uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer (‘Wet luchtkwaliteit’) wordt voldaan, mede gezien de lage achtergrondconcentraties. Het aspect stof vormt geen belemmering voor het plan.

1.3.2.

Gevaar

De richtafstand van 10 meter voor het aspect gevaar wordt enkel overschreden voor een deel van de achtertuin behorende bij de woning aan de Oordeelsestraat 14 en de planologisch mogelijke bedrijfswoning aan de Oordeelsestraat 18. Wanneer binnen de inrichting gevaarlijke stoffen worden opgeslagen moet worden voldaan aan de voorschriften uit paragraaf 4.1.1 van het Activiteitenbesluit. Die voorschriften wijzen naar de PGS 15. Op grond van de PGS 15 moeten opslagen van gevaarlijke stoffen op een bepaalde afstand van de perceelsgrens worden gerealiseerd of moeten brandwerende voorzieningen worden getroffen. Dit om uit te sluiten dat sprake is van gevaaraspecten buiten de inrichtingsgrenzen. Daarom kan worden gesteld dat ter plaatse van woningen in de omgeving sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect gevaar vormt geen belemmering voor het plan.

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

7

1.3.3.

Geur

Op basis van de aangegeven activiteiten op het terrein zijn een tweetal (potentiële) geurbronnen aangegeven. Het gaat om een opvangbak met groenafval en een opvangbak met veegvuil. Op afbeelding 3 is de locatie van het groenafval (groen kader) en de opvanglocatie van het veegvuil (paars) weergegeven.

Afbeelding 3. Opvanglocaties groenafval (groen) en veegvuil (paars)

Opvanglocatie groenafval Het groenafval betreft voornamelijk snoeiafval en hout, geen gft afval. Groenafval is doorgaans pas relevant wanneer dit wordt verkleind of gecomposteerd. Zowel het verkleinen als het composteren van het groenafval vindt niet op het terrein plaats. De aan- en afvoer + opslag van het groenafval wordt niet als geurrelevant beschouwd. Deze aanname is gebaseerd op het “Geuronderzoek Van Vliet Contrans” van Project Research Amsterdam van juni 1997. Opvanglocatie veegvuil De opvanglocatie voor veegvuil is (mogelijk) geurrelevant. De opvanglocatie is echter op een werkelijke afstand van circa 65 tot 80 meter vanaf woningen gelegen. Daarmee wordt voor de daadwerkelijke geurbron ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Geuroverlast door de opvanglocatie van veegvuil wordt niet verwacht. Op basis van voorgaande beschouwing wordt een nader geuronderzoek niet noodzakelijk geacht, geuroverlast in de omgeving wordt niet verwacht. Geadviseerd wordt om de huidige locaties ten behoeve van het opvangen van groenafval en veegvuil te borgen in het bestemmingsplan.

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

8

1.3.4.

Geluid

Op basis van de aangegeven activiteiten en het overschrijden van de richtafstand (30 meter) voor geluid wordt een akoestisch onderzoek industrielawaai noodzakelijk geacht. Het akoestisch onderzoek industrielawaai wordt weergegeven in het vervolg van deze rapportage.

1.4.

Akoestisch onderzoek industrielawaai

Om de geluidbelasting vanwege de gemeentewerf ter plaatse van geluidgevoelige objecten in de omgeving vast te stellen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999. Het onderzoek geeft inzicht in de volgende aspecten: - de akoestisch relevante representatieve bedrijfssituatie van de gemeentewerf - het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - de maximale geluidniveaus; - de indirecte hinder. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: - milieudossier behorende bij de gemeentewerf van Baarle-Nassau, aangeleverd door de ABG gemeenten; - toelichting van de activiteiten op het terrein door de beheerde van de gemeentewerf; - vigerend bestemmingsplan; - via internet toegankelijke informatie en digitale ondergronden (PDOK); - gegevens en bureauexpertise De Roever Omgevingsadvies.

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

9

2.

TOETSINGSKADER

2.1.

Beoordelingskader Activiteitenbesluit

Om te beoordelen of de inrichting inpasbaar is in de omgeving wordt aangesloten bij de grenswaarden voor geluid uit het Activiteitenbesluit. De normstelling voor de gemeentewerf volgt uit het Artikel 2.17, lid 1 en lid 3 van het Activiteitenbesluit. Artikel 2.17, lid 1 en 3 Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a en 2.17c genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gebouwen

07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

75 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

Tabel 2.17c

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein LAr,LT in in- en aanpandige gebouwen op het bedrijventerrein LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen op het bedrijventerrein LAmax in in- en aanpandige gebouwen op het bedrijventerrein

b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a en 2.17c opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten. Enkele uitzonderingen zijn opgenomen in artikel 2.22, lid 1 van het Activiteitenbesluit: Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau LAmax, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van het uitrukken van motorvoertuigen ten behoeve van ongevallenbestrijding, spoedeisende medische hulpverlening, brandbestrijding en gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval.

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

10

2.2.

Beoordelingskader ruimtelijke ordening

Bij de toetsing of de gewenste bestemming inpasbaar is in de omgeving wordt aangesloten bij de Handreiking Bedrijven en milieuzonering1. Het beoordelingskader bij een bestemmingsplanwijziging is opgenomen in bijlage B5.3 van die publicatie. Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt in de gebiedstypen rustige woonwijk/buitengebied en gebiedstype gemengd gebied. Een omschrijving van deze gebieden wordt gegeven in hoofdstuk 2.3 van de publicatie. Voor de omgeving van het plangebied wordt uitgegaan van een gemengd gebied vanwege de matige- tot sterke functiemenging in de omgeving, zie ook paragraaf 1.3 van deze rapportage. Stap 1 Als de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk.

Stap 2 Als stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op geluidgevoelige objecten in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, ofwel; ▪ 50 dB(A) in de dagperiode ▪ 45 dB(A) in de avondperiode ▪ 40 dB(A) in de nachtperiode - 70 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden), ofwel; ▪ 70 dB(A) in de dagperiode ▪ 65 dB(A) in de avondperiode ▪ 60 dB(A) in de nachtperiode - 50 dB(A) etmaalwaarde indirecte hinder, ofwel; ▪ 50 dB(A) in de dagperiode ▪ 45 dB(A) in de avondperiode ▪ 40 dB(A) in de nachtperiode Stap 3 Als stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op geluidgevoelige objecten in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 55 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, ofwel; ▪ 55 dB(A) in de dagperiode ▪ 50 dB(A) in de avondperiode ▪ 45 dB(A) in de nachtperiode - 70 dB(A) maximaal geluidniveau (piekgeluiden), exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer, ofwel; ▪ 70 dB(A) in de dagperiode ▪ 65 dB(A) in de avondperiode ▪ 60 dB(A) in de nachtperiode 1

Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 2009

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

11

-

65 dB(A) etmaalwaarde indirecte hinder, ofwel; ▪ 65 dB(A) in de dagperiode ▪ 60 dB(A) in de avondperiode ▪ 55 dB(A) in de nachtperiode

Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.

2.3.

Definitie periodes

De periodes worden als volgt gedefinieerd: - dagperiode: 07.00 tot 19.00 uur - avondperiode: 19.00 tot 23.00 uur - nachtperiode: 23.00 tot 07.00 uur

Akoestisch onderzoek industrielawaai, Smederijstraat 4 Baarle-Nassau Datum: 5 december 2022 ; Referentie: 20221192.v01.1

12

3.

REKENONDERZOEK

3.1.

Representatieve bedrijfssituatie

In dit hoofdstuk wordt de representatieve bedrijfssituatie inclusief alle voor geluid relevante activiteiten nader toegelicht. De representatieve bedrijfssituatie is afgeleid uit het beschikbare milieudossier aangevuld met een toelichting door de beheerder van de locatie.

3.1.1.

Algemeen

De openingstijden zijn van maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 16.30. Naast de normale openingstijden wordt de locatie gebruikt buiten de openingstijden ten behoeve van storingsdienst (24/7/365) en de strooidienst (wintermaanden). Voor de bronvermogens is gebruik gemaakt van bureau-ervaringscijfers, die goed overeenkomen met de huidige akoestische adviespraktijk. De geluidbronnen worden toegelicht in de komende paragrafen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15375848/1