Bijlage 2 - Regels bestemmingsplan Hof van Bernardus fase 2 Ulicoten
Tekst van het document
Toetsing besluit milieueffecten rapportage
Bij besluit van 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer 'in lijn brengen' van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behorende C‐ en D‐lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C‐lijst een m.e.r.‐plicht volgt en voor activiteiten op de D‐lijst volgt dan wel een m.e.r.‐ beoordelingsplicht dan wel een motivering dat geen m.e.r.(beoordeling) nodig is. De beoogde ontwikkeling binnen de planlocatie Den Dries ong. naast nummer 22 valt niet binnen de C- of D-lijst, een m.e.r. - beoordeling of m.e.r – plicht is niet benodigd. m.e.rplicht is niet van toepassing. Per 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Deze wijziging geldt voor alle aanvragen na 16 mei 2017, omdat er een directe werking van het Europese recht geldt. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten.
Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is:
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 44 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
▪ ▪
Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; Plannen die kader stellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten.
Ten aanzien van het eerste criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er in de beoogde situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden, hier wordt verder op in gegaan in paragraaf 5.5 van deze toelichting. Een plan is kader stellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Categorie D11.2 is mogelijk van toepassing bij onderhavig in initiatief. Deze categorie betreft een stedelijk ontwikkelingsproject wat 2000 of meer woningen omvat. Daar het hier het toevoegen van vier woningen binnen stedelijk gebied betreft is er geen overschrijding van de grenswaarden uit categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. De beoogde ontwikkeling blijft ruimschoots onder de grenswaarde. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling behoeft daarom voor onderhavige ontwikkeling niet te worden uitgevoerd.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 45 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Inleiding
Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplan ‘Dorpen’ en ‘Dorpen, 1e herziening’, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze zijn gehanteerd in het bestemmingsplan ‘Dorpen’ en ‘Dorpen, 1e herziening’. In paragraaf 6.2 zal een algemene toelichting van de verbeelding worden gegeven. In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader omschreven. 6.2
Algemene toelichting verbeelding
De verbeelding is getekend uitgaande van het rapport ‘Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen’ (DURP) en het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP). Hierdoor wordt het mogelijk met toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving en de bouwregels te vinden. Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied op de verbeelding waarvoor de mogelijkheden om te bebouwen in de bestemmingsregels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden op de verbeelding doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering en/of functie. Aanduidingen De letteraanduiding van de bestemmingen zijn ingetekend in het bestemmingsvlak. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn aangegeven door aanduidingen. Als deze specificaties op het hele bestemmingsvlak van toepassing zijn, staan de aanduidingen achter de bestemmingsaanduiding in het bestemmingsvlak. 6.3
Algemene toelichting regels
De regels zijn gebaseerd op het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP). Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 6.3.1
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 46 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
6.3.2
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, erven en parkeervoorzieningen behorende bij de op de aangrenzende gelegen hoofdgebouwen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ook is binnen de bestemming grond aangewezen voor geluidwerende voorzieningen. Artikel 4 Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, straatmeubilair, kunstwerken, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen van algemeen nut. Ook is binnen de bestemming grond aangewezen voor geluidwerende voorzieningen. Artikel 5 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en met de daarbijbehorende bestemmingen zoals groenvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen. Artikel 6 Waarde – Archeologie De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen andere bestemming(en) tevens mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. 6.3.3
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de regels met betrekking tot een of meer gebiedsaanduidingen opgenomen. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbepalingen geregeld kunnen worden. Artikel 12 Overige regels In dit artikel zijn de regels opgenomen die niet onder een andere regel zijn te vatten 6.3.4
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 14 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 47 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het initiatief voor de realisatie van vier woningen binnen het plangebied is een particulier initiatief. De in dit wijzigingsplan beschreven ontwikkeling zal volledig vanuit particulier initiatief gerealiseerd en gefinancierd worden. Het terrein is grotendeels in particulier eigendom, met uitzondering van het stukje waar de openbare parkeerplaats momenteel is gesitueerd. Het doorleggen van het woonstraatje op gemeentelijke grond is voor rekening van de initiatiefnemers. Investeringen vanuit de gemeente zijn derhalve niet noodzakelijk. 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gepleegd met het waterschap, diensten van het rijk en provincie die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en eventueel andere gemeenten. Het plan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: • Provincie Noord-Brabant • Waterschap Brabantse Delta • Brandweer Midden- en West-Brabant Vanuit al deze partijen is ter kennis gesteld geen opmerkingen op het bestemmingsplan te hebben. 7.2.2
Omgevingsdialoog
Een omgevingsdialoog is een zorgvuldige afstemming tussen de initiatiefnemer van een (bouw)plan en de omgeving. Met de ‘omgeving’ wordt bedoelt iedereen waarop het plan effect kan hebben, zoals bijvoorbeeld omwonenden, scholen en aangrenzende bedrijven. De omgevingsdialoog is er specifiek op gericht om alle wensen, belangen en bezwaren van de omgeving te kunnen betrekken in het verdere ontwerp van het plan. Doel van de omgevingsdialoog is niet om ‘overeenstemming’ over het plan te verkrijgen. Aanleiding voor het starten van een (omgevings)dialoog is het moment dat een initiatiefnemer een ruimtelijk ontwikkelingsproject wil uitvoeren dat niet past in het geldende bestemmingsplan. De omgevingsdialoog heeft in de vorm van een informele informatiebijeenkomst plaatsgevonden. In de bijlage bij deze toelichting is het verslag opgenomen. De informatiebijeenkomst verliep erg gemoedelijk en het plan werd door de omwonenden overwegend positief ontvangen. Met name het aspect verkeersafwikkeling is het hoofd-item geweest wat is besproken op deze avond. De adviezen over de verkeersafwikkeling van Hof van Bernardus fase 1, Hof van Bernardus fase 2 en De Kneut worden ter kennisname overgenomen en richting de gemeente gecommuniceerd. De gevoerde informatiebijeenkomst met de direct omwonenden geven geen aanleiding om het beoogde plan aan te passen. 7.2.3
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan ´Hof van Bernardus, fase 2’, met planidentificatie NL.IMRO.0744.BPHofvanBernardus2-ON01 is voor een ieder ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Daarnaast was het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. Gedurende de ter inzage termijn zijn er geen zienswijzen op het plan binnen gekomen. Daarmee kan het plan ongewijzigd worden vastgesteld. 7.2.4
Vastgesteld bestemmingsplan
Het vastgesteld bestemmingsplan ´Hof van Bernardus, fase 2’, met planidentificatie NL.IMRO.0744.BPHofvanBernardus2-VG01 wordt voor een ieder ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 48 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 49 van 49