Bijlage 2 - Regels bestemmingsplan Hof van Bernardus fase 2 Ulicoten
Tekst van het document
Toelichting
Bestemmingsplan “Hof van Bernardus, fase 2” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
vaststelling 2023-12-04 NL.IMRO.0744.BPHofvanBernardus2-VG01
Ruimtelijke ontwikkeling
Colofon
Titel:
Bestemmingsplan ‘Hof van Bernardus, fase 2’
Ontwerp: Molenzicht 2 4881BW Zundert Tel: 076-5990340 www.schoenmakersarchitectuur.nl Projectnummer:
222230
Rapportnummer
222230.001
Datum:
17 april 2024
Status:
vaststelling
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 2 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Toelichting Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 3 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING EN DOEL .................................................................................................................................... 6 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED. ............................................................................................................. 6 PLANVORM ................................................................................................................................................. 8 LEESWIJZER ................................................................................................................................................. 8
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4
JURIDISCHE ASPECTEN .................................................................................................... 46
INLEIDING ................................................................................................................................................. 46 ALGEMENE TOELICHTING VERBEELDING ........................................................................................................... 46 ALGEMENE TOELICHTING REGELS ................................................................................................................... 46
HOOFDSTUK 7 7.1 7.2
MILIEU- EN OVERIGE ASPECTEN ..................................................................................... 27
INLEIDING ................................................................................................................................................. 27 ALGEMEEN................................................................................................................................................ 27 BODEM .................................................................................................................................................... 27 WATER .................................................................................................................................................... 28 CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE .............................................................................................................. 30 NATUUR ................................................................................................................................................... 34 WEGVERKEERSLAWAAI ................................................................................................................................ 36 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................... 37 GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ......................................................................................................................
39 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 41 KABELS EN LEIDINGEN ................................................................................................................................. 43 LUCHTKWALITEIT ........................................................................................................................................ 43 TOETSING BESLUIT MILIEUEFFECTEN RAPPORTAGE ............................................................................................. 44
HOOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3
RUIMTELIJK BELEIDSKADER ............................................................................................. 15
INLEIDING ................................................................................................................................................. 15 EUROPEES- EN RIJKSBELEID ........................................................................................................................... 15 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................... 17 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................. 24
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
PLANBESCHRIJVING ........................................................................................................ 12
INLEIDING ................................................................................................................................................. 12 RUIMTELIJKE OPZET .................................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13 STEDENBOUWKUNDIGE VERANTWOORDING .................................................................................................... 13
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4
BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................................................. 9
INLEIDING ................................................................................................................................................... 9 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ................................................................................................................................ 10 BESCHRIJVING PLANGEBIED .......................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4
INLEIDING ......................................................................................................................... 6
UITVOERBAARHEID ......................................................................................................... 48
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................. 48 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .......................................................................................................... 48
Afzonderlijke bijlagen 1. Beeldkwaliteitplan 2. Verkennend bodemonderzoek, Terra Milieu, rapportnummer 22-343 VBO, 13-10-2022 3. Berekening stikstofdepositie, Architecten Buro Schoenmakers, rapportnummer 222230, 17 februari 2023 4. Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 4 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
5. 6.
Akoestisch onderzoek i.r.t. De Kneut Omgevingsdialoog
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 5 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Tussen de Dorpsstraat en de Bernardusstraat in Ulicoten zijn twee onbebouwde percelen gelegen, die momenteel als tuin worden gebruikt. Deze percelen zijn gelegen achter Dorpsstraat 83 en 85 en zijn kadastraal bekend onder Sectie A met nummers 4249 en 4251. Het voornemen is om binnen deze percelen vier nieuwe woningen toe te voegen. Het beoogde plan vormt een goede invulling van het stedelijk gebied en een vervolg op het project Hof van Bernardus. Het initiatief draagt bij aan de gestelde doelstellingen omtrent het behoud van de leefbaarheid in de kleinere kernen. Dit is voor Ulicoten een belangrijk item. Voor een goede verkeersontsluiting zal het openbaar parkeerterreintje aan de Bernardusstraat worden doorgetrokken en wordt aangesloten op de straat van Hof van Bernardus. De aanleg van deze nieuwe straat gaat gedeeltelijk over gemeentegrond door bestaand groen. Dit maakt dan ook onderdeel uit van de planontwikkeling. Naar aanleiding van een ingediend principeverzoek en gesprekken heeft de gemeente in 2018 en 2019 aangegeven principe medewerking te verlenen aan het initiatief. Gelet op de afronding van andere bouwplannen in de kern van Ulicoten vindt dit verzoek tot bestemminsplanwijziging nu plaats. Het vigerend bestemmingsplan ‘Dorpen’ met ‘Dorpen, 1e herziening’ van de gemeente Baarle-Nassau staat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet toe.
Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan partieel wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied.
Het plangebied is gelegen in het midden van de kern van Ulicoten. Ulicoten maakt deel uit van de gemeente Baarle-Nassau, gelegen in de provincie Noord-Brabant. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente Baarle-Nassau, sectie A met het nummers 4249 en 4251. In figuur 1 en 2 wordt het plangebied en de locatie aangegeven.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 6 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 1: Luchtfoto met daarop het plangebied
Figuur 2: Topografisch kaart met daarop de locatie aangemerkt
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 7 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
1.3
Planvorm
Het bestemmingsplan ‘Hof van Bernardus, fase 2’ is vervat in een verbeelding, regels en gaat vergezeld met een toelichting. Verbeelding Op de verbeelding, met het nummer NL.IMRO.0879.BPHofvanBernardus2-VG01, zijn onder meer de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven met bijbehorende verklaringen, het zogenaamde renvooi. De verbeelding legt de verbinding tussen de bestemmingen die op de kaart aanwezig zijn aangegeven en de regels. De kaart is getekend op schaal 1:250. Regels De regels bevatten juridische regeling betreffende het gebruik en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden die in het plan zijn inbegrepen. De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgang- en slotregels. De regels worden conform landelijke richtlijnen SVBP2012 en IMRO2012 toegepast en het gemeentelijk handboek. Toelichting In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van de in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichtte onderzoeken opgenomen. Daarnaast dient een rapportering van de inspraak en de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 van het Bro bedoelde overleg, deel uit maken van de toelichting. 1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarbij o.a. de ruimtelijke en functionele structuur aan bod komen. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden, die van belang zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt het relevante vigerende beleid op Europees-, rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau beschreven. De relevante milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van water, natuur, luchtkwaliteit, archeologie en bodem beschreven. In hoofdstuk 6 wordt een toelichting op de bestemmingsplanregels gegeven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 8 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op de bestaande situatie. De bestaande situatie wordt zowel ruimtelijk als functioneel geanalyseerd. Daarna wordt kort ingegaan op de verkeerstructuur en het parkeren. 2.2
Huidige situatie
2.2.1
Ruimtelijke analyse
Bebouwingsstructuur Het plangebied ligt centraal in de kern van Ulicoten en wordt momenteel als tuin gebruikt. Het plangebied grenst daarmee aan enkele woningen van de Dorpsstraat, de Bernardusstraat en het Hof van Bernardus. Het bebouwingsbeeld rondom het plangebied is divers. Zo staan er vrijstaande woningen, twee-onder-een kappers en rijwoningen. De noklijn is voornamelijk parallel aan de straat gericht. Groenstructuur Het plangebied is momenteel in gebruik als tuin, waarbij op een gedeelte anti-worteldoek aanwezig is. De tuin is overwegend verwilderd waarbij er enkele fruitbomen, solitaire bomen en struiken aanwezig zijn. Het plangebied wordt begrenst door knip- en scheerhagen. Een beeld van de groenstructuur ter hoogte van het plangebied is weergegeven in figuur 3.
Figuur 3: Groenstructuur ter hoogte van het plangebied
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 9 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
2.2.2
Functionele analyse
Wonen In de directe omgeving van de planlocatie komt overwegend de functie wonen voor. Grotendeels bestaat de omgeving van de planlocatie uit eengezinswoningen. Op de functiekaart (figuur 4) is met geel aangegeven, waar de functie wonen aanwezig is. Gemengd In de ‘oude kern’ van Ulicoten komt overwegend de bestemming ‘gemengd’ voor. Op deze locaties is kleinschalige dienstverlening en detailhandel in combinatie met de woonfunctie toegestaan. De panden worden hedendaags met name gebruikt voor enkel de woonfunctie. Bedrijven Er zijn in de directe omgeving van het plangebied nauwelijks bedrijven gevestigd. Agrarisch bedrijf In de kern van Ulicoten komen geen agrarische bedrijven voor. Deze agrarische bedrijven zijn in het buitengebied gevestigd. Steeds meer van deze locaties zijn niet langer meer in agrarisch gebruik en zijn daarmee als voormalige agrarische bedrijfslocatie te typeren.
Figuur 4: Functiekaart
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1 Verkeersstructuur Het plangebied ligt op twee onbebouwde percelen tussen de Dorpsstraat en de Bernardusstraat. Ten oosten van het plangebied ligt het Hof van Bernardus. De Dorpsstraat betreft de centrale weg van het dorp Ulicoten. De Bernardusstraat is de hoofdweg van het zuidelijk gedeelte van de kern van Ulicoten. Het Hof van Bernardus wordt met name gebruikt door bestemmingsverkeer van de aldaar gesitueerde huizen en bezoekers van het aangrenzende horeca-pand. In de huidige situatie geldt voor de wegen in het dorp van Ulicoten een maximum toegelaten snelheid van 30 km/u. Ten zuiden van het plangebied is een openbaar parkeerterreintje met 12 parkeerplaatsen aanwezig.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 10 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
2.3.2 Parkeren In de huidige situatie is er geen parkeerbehoefte aanwezig binnen het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied vindt parkeren plaats op eigen terrein, parallel aan de Bernardusstraat, aan het Hof van Bernardus of op openbaar parkeerterreinen. 2.4
Beschrijving plangebied
Het plangebied is gelegen tussen Dorpsstraat 83 en 95 en de Bernardusstraat. De percelen, bekend onder de nummers 4249 en 4251, behoren momenteel nog als tuin bij de woningen DS83 en 853F. Deze percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 1.257 m2. Daarnaast maakt een gedeelte van het openbaar parkeerterreintje aan de Bernardusstraat onderdeel uit van de planontwikkeling en daarmee het plangebied. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. In figuur 5 wordt het plangebied in de bestaande situatie in beeld gebracht.
Figuur 5: Bestaande situatie
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 11 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Inleiding
In onderstaand hoofdstuk wordt ingegaan op de beoogde planontwikkeling. Initiatiefnemer is voornemens om binnen het plangebied vier woningen op te richten. Dit project kan gezien worden als een afsluitend vervolg van het woningbouwproject Hof van Bernardus. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke opzet van het plan, verkeer en parkeren, groenstructuur en de beeldkwaliteit van de architectuur. 3.2
Ruimtelijke opzet
Het plangebied ligt in het centrum van de kern van Ulicoten en zorgt voor de invulling binnen bestaand stedelijk gebied. Momenteel hebben de gronden weinig functie en liggen er al enkele jaren verlaten bij, door nu deze gronden te benutten voor woningbouw ontstaat er een waardevolle invulling voor deze open ruimte binnen bestaand stedelijke gebied. Omstreeks 2017 zijn ten oosten van het plangebied 12 nieuwe woningen gebouwd. Voorliggend project maakt een afronding van dit project mogelijk, waarbij het Hof van Bernardus fase 2 met een eigen straatje wordt verbonden met de Bernardusstraat. Het nieuwbouwproject maakt vier woningen mogelijk, waarbij het bestaat uit twee keer twee-onder-een-kap woningen. Door de nieuw te bouwen woningen haaks op de bestaande woningen te plaatsen, wordt tot een passende en gevarieerde ruimtelijke invulling gekomen. De beoogde ontwikkeling bestaat uit het oprichten van twee-onder-een-kap woningen, in totaliteit vier wooneenheden. Het perceel heeft de bestemming ‘Wonen’. Binnen deze bestemming wordt één bouwvlak toegevoegd voor de bouw van twee keer twee-aaneen gebouwde woningen. Dit bouwvlak is gelegen op een afstand van 3 meter van de noordelijke en zuidelijke perceelsgrenzen en heeft een diepte van circa 12 meter. Alle woningen zullen beschikken over een bijgebouw. De voortuin is 3 meter diep en krijgt de bestemming ‘Tuin’.
De kavels zijn nagenoeg gelijk verdeeld. In figuur 6 is de nieuwe situatie weergegeven.
Figuur 6: Nieuwe situatie
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 12 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
3.3
Verkeer en Parkeren
De beoogde ontwikkeling dient te voldoen aan de nota Parkeernormen 2011 gemeente Baarle-Nassau, deze normen zijn gebaseerd op de normen van de CROW. Ulicoten is aangemerkt als ‘weinig stedelijk gebied’. De planlocatie is gelegen in ‘overig gemeente Baarle-Nassau’. Het is op dit moment nog niet volledig bekend wat de oppervlakte van de woningen zal zijn, waardoor er wordt uitgegaan van de categorie woning met de grootste parkeerbehoefte (groter dan 100 m2). In de onderstaande tabel is het benodigde aantal parkeerplaatsen berekend. Tabel 1: Nota Parkeernormen 2011 Baarle-Nassau Functie Overig gemeente BN Woning, oppervlakte > 100 m² 2
Aantal
Totaal
4
8
Op basis van de Nota Parkeernormen 2011 dienen er voor de 4 woningen 8 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Voor de woningen, aangrenzend aan het nieuwe straatje, kunnen vier parkeerplaatsen worden ingetekend. Daarnaast is er per kavel één parkeerplaats op de oprit met garage aanwezig, waarbij de oprit minimaal 6 meter lang is. Hiervoor geldt dat dit gerekend kan worden als 1,5 parkeerplaats. In totaliteit is er dan sprake van 10 parkeerplaatsen. In figuur 6 zijn de parkeerplaatsen weergegeven. De gemeente BaarleNassau heeft in haar principebesluit aangegeven dat hiermee voldaan wordt aan de parkeernota. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning zal nogmaals worden getoetst of de aanvraag voldoet aan de parkeerbehoefte. In overleg met de omgeving en de verkeerskundige van de gemeente is de opzet voor de verkeersafwikkeling bepaald. Momenteel bestaat er geen noodzaak om de bestaande Hof van Bernardus eenrichtingsverkeer van te maken. Deze bestaande rijbaan is breed genoeg voor tweerichting. Voor de nieuwe vier woningen wordt een apart straatje aangelegd, waarbij het verkeer via het parkeerplaatsje aan de Bernardusstraat het Hof van Bernardus fase 2 binnen rijdt. De aanleg van het nieuwe stukje straat gaat ook gedeeltelijk over gemeentegrond, namelijk het parkeerterreintje. Om hier op aan te kunnen sluiten zal een stukje openbaar groen verdwijnen.
De straat zal in het geheel opgenomen worden tot een verkeersbestemming. 3.4
Stedenbouwkundige verantwoording
Het doel van het stedenbouwkundig ontwerp is het inpassen op bestaande gebouwde omgeving. Om dit te bewerkstelligen dient een aantal ruimtelijke uitgangspunten gehanteerd te worden: ▪ er dient te worden aangesloten bij de bouwregels van de bestemming ‘Wonen’ binnen het bestemmingsplan ‘Dorpen’ van Baarle-Nassau; ▪ de twee-onder-een-kap woningen bestaan uit (minimaal en maximaal) twee bouwlagen met een kap, aangrenzend een garage of aanbouw en eventueel een carport; ▪ het hoofdgebouw dient te worden gebouwd binnen het bouwvlak; ▪ het bouwvlak moet op minimaal 3 meter van de zijdelingse perceelsgrenzen liggen; ▪ de nieuwe woningen sluiten stedenbouwkundig aan op de omgeving; ▪ bij de nieuwe woningen wordt er rekening gehouden met duurzaamheid; ▪ de voortuinen van de nieuwe woningen zijn minimaal 3 meter diep. De planlocatie is gelegen in een gebied waar getoetst dient te worden aan de welstandsnota. Het gebied maakt uit van het reguliere welstandsniveau (2). Toetsing aan de welstandsnota zal tijdens de omgevingsvergunningsfase plaatsvinden. Aangezien initiatiefnemer de wens heeft om de woningen te voorzien van alternatieve materialen (zoals vezelcementpanelen evt. in combinatie met hout en/of baksteen), is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld welke deel uitmaakt van de bijlage bij deze toelichting.
Hierin staat kort beschreven welke materialen en kleurgebruik wordt gewenst om toe te passen. In overleg met de gemeente zal bepaald worden in hoeverre dit in een voorstadium door welstand moet worden getoetst.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 13 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 14 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Inleiding
De gemeente Baarle-Nassau heeft te maken met de vigerende beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te voegen binnen de marges van het gemeentelijke beleid. Het ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde structuurvisies. Voor de realisatie van het beleid zetten de verschillende overheden een mix van instrumenten in; één van die instrumenten betreft het vertalen van het beleid uit de structuurvisie naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of de onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid. 4.2
Europees- en rijksbeleid
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Wettelijk toetsingskader Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. Beoordeling In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavig plangebied niet gelegen is in een gebied, wat is aangewezen in de SVIR. 4.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Wettelijk toetsingskader Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn zes projecten beschreven:
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 15 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Mainport ontwikkeling Rotterdam. Kustfundament. Grote rivieren. Waddenzee en Waddengebied. Defensie. Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde.
Inmiddels is het aantal projecten uitgebreid met: ▪ Rijksvaarwegen. ▪ Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. ▪ Elektriciteitsvoorziening. ▪ Ecologische hoofdstructuur. ▪ Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. ▪ IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). ▪ Veiligheid rond Rijksvaarwegen. ▪ Verstedelijking in het IJsselmeer. ▪ Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Conclusie In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor het plangebied. 4.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. lid 2 Bro)
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Binnen de planlocatie worden vier nieuwe woningen toegevoegd. De Ladder is van toepassing op winkels/kantoren en woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Is er sprake van stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Voorziet kantoren/winkels in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m². De beoogde ruimtelijke ontwikkeling in fase 2 van Hof van Bernardus betreft de ontwikkeling van vier extra wooneenheid binnen het bestaand stedelijk gebied. De onderhavige woningbouw ontwikkeling is kleinschalig van aard en kan daarom, conform vaste jurisprudentie, niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden aangemerkt.
Gelet hierop is het plan niet in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, uit het Bro en is de ontwikkeling niet ladderplichtig. 4.2.4
Archeologie
Wettelijk toetsingskader De belangrijkste archeologische vindplaatsen zijn beschermd als rijksmonument. Dit zijn er bijna 1.500. Deze rijksmonumenten bevinden zich zowel in de bodem als onder water. Bijvoorbeeld grafheuvels, scheepswrakken en resten van Romeinse nederzettingen. Beoordeling De planlocatie is niet aangewezen als archeologisch rijksmonument.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 16 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de planlocatie niet is aangewezen als archeologisch rijksmonument. Wel heeft de gemeente Baarle-Nassau een eigen gemeentelijke archeologiebeleid opgesteld, waaraan het plan getoetst moet worden. In paragraaf 5.5 wordt verder ingegaan op het aspect archeologie. 4.2.5
Water
Wettelijk toetsingskader Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Deze watertoets vormt een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening. Sinds 2001 wordt de watertoets toegepast op plannen die gevolgen voor de waterhuishouding kunnen hebben. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingsherziening. Beoordeling Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerders, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf is afgestemd met de waterbeheerder en vervolgens verwerkt in de plantoelichting. Conclusie In paragraaf 5.4 wordt het aspect water behandeld. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant 2014
Wettelijk toetsingskader Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vier rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 3.
Regionaal samenwerken De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. 4. Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 17 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant. Uit figuur 7 blijkt dat het plangebied gelegen is in de ‘stedelijke structuur ‘kernen in het landelijk gebied’.
Figuur 7: Uitsnede Structurenkaart
Noord-Brabant is naast een provincie met grote steden, een provincie met veel (verschillende) kernen waar het aantrekkelijk is om te wonen en te werken. De kernen in Noord-Brabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap. De provincie wil het volgende bereiken: 1. Concentratie van verstedelijking 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen 3. Zorgvuldig ruimtegebruik 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur 6. Versterking van de economische clusters In de kernen in het landelijk gebied met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen (wonen, werken en voorzieningen). De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen, werken en voorzieningen. De provincie vindt het belangrijk dat gemeenten in hun structuurvisies aandacht geven aan de wijze waarop stedelijke ontwikkelingen het eigen karakter van de kernen en de relatie met het landschap kunnen versterken. De stedelijke ontwikkelingen passen qua maat en schaal bij de kern. Het beoogde plan past in de beleidslijnen van de SVRO. Het beoogde plan omvat het realiseren van vier nieuwe woningen, geïntegreerd in de bestaande stedelijk structuur.
Het woningbouwproject Hof van Bernardus krijgt hiermee een logische afronding. Hierbij is sprake van zorgvuldige ruimte gebruik. Daarnaast wordt het plan opgericht voor de eigen woningbehoefte van de gemeente Baarle-Nassau.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 18 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
4.3.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018
Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2022 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. 4.3.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Naar verwachting treedt in 2023 de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: ▪ Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; ▪ Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; ▪ Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; ▪ Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; ▪ Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; ▪ Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.
Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleid neutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: ▪ een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; ▪ aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; ▪ aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 19 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim omgevingsverordening geldt tot dat de Omgevingswet in werking treedt. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Dit ontwerp heeft vanaf 9 april 2021 tot en met 20 mei ter inzage gelegen voor het indienen van reacties. De ingekomen reacties worden nu beoordeeld en kunnen leiden tot wijzigingen van het vastgestelde ontwerp. Naar verwachting stellen Provinciale Staten de Omgevingsverordening eind 2021 vast. De omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet naar verwachting op 1 januari 2024 in werking. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt nu uitgegaan van de Interim omgevingsverordening. In figuur 8 is de uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie. Uit de figuur blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Stedelijk gebied – Landelijke kern’, daarnaast ligt de aanduiding ‘Stalderingsgebied’ over de planlocatie.
Figuur 8: Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In het plangebied worden vier nieuwe woningen gerealiseerd. De woningen worden opgericht binnen het bestaand stedelijk gebied, en wordt opgericht op twee percelen welke momenteel nog in gebruik zijn als tuin. In de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen waaraan gehouden moet worden bij de ontwikkeling van bovenstaand initiatief. De ontwikkeling binnen het plangebied kan binnen de Interim omgevingsverordening onderverdeeld worden in twee onderdelen. Dit zijn de onderdelen ‘oprichten nieuwe woning’ en ‘algemene regels’. Hieronder wordt elk onderdeel getoetst aan de regels van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Oprichten woning Het initiatief is om in het plangebied vier nieuwe woningen toe te voegen. Hiervoor wordt het wijkje Hof van Bernardus uitgebreid. Het betreft een inbreidingslocatie in het dorp van Ulicoten. In artikel 3.42 van de Interim
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 20 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor nieuwbouw van woningen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied – Landelijke kern’. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling
Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. Draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling moeten zijn gelegen in bestaand stedelijk gebied. Het is gelegen tussen de Dorpsstraat en de Bernardusstraat en daarmee gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. De percelen grenzen aan het woningbouwproject Hof van Bernardus (2017 opgeleverd) en worden ingevuld met passende woningbouw. Hiermee ontstaat een logisch woonstraatje.
De stedelijke ontwikkeling dient een verantwoording te bevatten over de wijze waarop de afspraken die daaromtrent in het regionaal ruimtelijk overleg zijn gemaakt, worden nagekomen. De beoogde nieuwbouw dient zich te verhouden tot de afspraken en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Regionale afspraken Het onderzoek naar de behoefte van woningen wordt door de provincie Noord-Brabant strak geregisseerd. Dit is verankerd in Afdeling 5.4 ‘Regionaal samenwerken’ van de Interim omgevingsverordening. In Afdeling 5.4 is bepaald dat er ten minste tweemaal per jaar een regionaal omgevingsoverleg plaats vindt tussen Gedeputeerde Staten, gemeenten, regio’s en waterschappen. De gemeente Baarle-Nassau is ingedeeld bij de regio West-Brabant. Volgens de Afdeling 5.4 ‘Regionaal samenwerken’ plegen de deelnemers aan het RRO regionale afstemming en maken afspraken over de programmering en planologische voorbereiding van de bouw van woningen, informeren elkaar over de voortgang van hiervoor bedoelde voornemens en afspraken, en hebben een monitoringssysteem waarin de voortgang van de woningbouw wordt bijgehouden. Baarle-Nassau maakt deel uit van het RRO-gebied West-Brabant (18 gemeenten) en de subregio Breda e.o. (landelijk gebied). RRO-gebied West-Brabant valt samen met het COROP-gebied West-Noord-Brabant.
Dit is conform het advies uit de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van infrastructuur en Milieu. Via de RRO's geven de Brabantse gemeenten jaarlijks inzicht in hun woningbouwplannen. Hiertoe actualiseren de gemeenten jaarlijks hun 'overzicht woningbouwcapaciteiten per gemeente', kortweg de matrix genoemd. Sinds 1 december 2016 is de Regionale Agenda Wonen 2017 van toepassing, waarin de meest actuele regionale woningbouwafspraken zijn opgenomen. De provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2016 t/m 2025 laat een behoorlijke regionale woningbouwopgave zien van circa 33.000 woningen (39.000 inclusief sloop) tot 2030. De groei van de woningvoorraad is de afgelopen jaren echter achter blijven lopen ten opzichte van de geprognosticeerde woningbehoefte. De regio West-Brabant heeft op basis van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, de bevolkings- en woningbehoefteprognose en de gemeentelijke woningbouwontwikkelingen de regionale woningvoorraad en woningbouwopgave per gemeente voor de periode 2016 t/m 2025 bepaalt. In de Regionale Agenda Wonen is de woningbouwcapaciteit en - opgaven per gemeente opgenomen.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 21 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 9: Woningbouwopgaven en plancapaciteiten gemeenten 2016 t/m 2025
Voor de gemeente Baarle-Nassau wordt de benodigde capaciteit aan nieuwe woningen bepaald op 100 woningen t/m 2025. De totale plancapaciteit is op het moment van opstellen van de Regionale Agenda Wonen echter al hoger ingestoken. Dit wil niet zeggen dat er geen ruimte is voor de beoogde woningbouw binnen het plangebied. De laatste provinciale woningbouwprognoses dateren van 2020. In 2020 telde Noord-Brabant ruim 1.104.635 woningen. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognose (2050) groeien, al is de groei in landelijke gebieden minder sterk. Uitgangspunt van de Brabantse Agenda Wonen (2017) is ruim baan te geven aan ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen. De meeste recente verslaglegging van regionale afspraken is gedaan in de ‘Voortgangsrapportage 2019/2020” van de Brabantse Agenda Wonen (3 maart 2020). In deze verslaglegging wordt nogmaals onderstreept dat de provincie ontwikkeling van nieuwe woningen in binnenstedelijke locaties verkiest boven landelijke uitbreiding. In de voortgangsrapportage staat dat enkel woningbouwplannen op uitbreidingslocaties om regionale afstemming vragen. Het gemeentelijke woningbouwprogramma gaat uit van een reële woningbehoefte en zetten in op flexibiliteit om in te kunnen spelen op veranderingen en nieuwe kansen.
Lokaal onderzoek en afspraken tussen gemeente, marktpartijen en/of corporaties vormen de inhoudelijke basis voor te realiseren programma’s. Er is nog steeds sprake van een overprogrammering, maar door een hogere bevolkingsgroei dan in 2017 verwacht, is het verschil kleiner geworden. Een groot deel van die capaciteit zit nog niet in harde plancapaciteit. De gemeente verwacht in de praktijk in de buurt van de prognose te blijven. Wanneer het gaat om een inbreidingslocatie hoeven deze niet regionaal afgestemd te worden. Het onderhavige plan betreft een inbreidingslocatie waardoor regionale afstemming niet nodig. De kleinschalige ontwikkeling van vier nieuwe woningen (2x twee-onder-een-kappers) binnen de planlocatie is te typeren als een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’. Er ontstaat hiermee een logische afronding van het project Hof van Bernardus en biedt gelijktertijd een logisch woonstraatje in te richten, waarbij ook verkeerskundig een meerwaarde voor de omgeving wordt gecreëerd. De ontwikkeling is mogelijk vanuit ruimtegebruik door gebruikmaking van een locatie in het bestaand stedelijk gebied. Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving.
Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik;
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 22 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Een plan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling bevat een verantwoording dat het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid en dat toepassing is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik houdt in ieder geval in dat ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6 tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening, hier na te noemen Bro (ladder voor duurzame ontwikkeling). Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Artikel 3.1.6 lid 2 Bro (Ladder) geeft aan dat de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Op 1 juli 2017 is de nieuwe ladder vastgesteld. Zoals eerder in deze toelichting is beschreven betreft de ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling. Voor wonen geldt namelijk dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De onderhavige woningbouw ontwikkeling is voor vier woningen, derhalve dusdanig kleinschalig van aard en kan daarom, conform vaste jurisprudentie, niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden aangemerkt. Gelet hierop is het plan niet in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, uit het Bro en is de ontwikkeling niet ladder plichtig. Daarnaast gaat het om locatie binnen bestaand stedelijk gebied.
De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties en de opstelling van gemeentelijke ruimtelijke plannen daarvoor rekening houden met de afspraken zoals die zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg. De beoogde ruimtelijke planontwikkeling voldoet aan de regels zoals opgesteld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Omgevingsverordening Noord-Brabant. De Omgevingsverordening bevat alle regels op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving, zoals over milieu, natuur, ruimtelijke ordening, wegen, water en bodem. De omgevingsverordening is een voor de provincie verplicht instrument uit de Omgevingswet, die in 2024 in werking gaat treden gelijktijdig met de Omgevingswet. Gedeputeerde Staten van Noord Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Met ingang van 9 april tot en met 20 mei heeft het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegen. Op 11 maart 2022 is de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In de tussentijd zijn er enkele wijzigingen aangebracht en vastgesteld, wat vooral technische en juridische aanpassingen zijn. Uit de uitsneden van de kaarten behorende bij de vastgestelde Omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’.
Het plangebied ligt dus binnen hetzelfde werkingsgebied zoals die gelden binnen de Interim omgevingsverordening. Voor een nadere toetsing aan het beleid wordt verwezen naar de voorgaande paragraaf, de voorwaarden zijn namelijk gelijk. Het initiatief is dan ook passend binnen de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 23 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Bestemmingsplan ‘Dorpen’ en ‘Dorpen, 1e herziening’
Zoals in de inleiding van deze toelichting is vermeld maakt het plangebied onderdeel uit van de bestemmingsplannen ‘Dorpen’ en ‘Dorpen, 1e herziening’. Het plangebied heeft binnen het bestemmingsplan ‘Dorpen’ de bestemming ‘Wonen’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’, zie de volgende figuur. Tevens geldt vanuit de herziening de aanduiding ‘overige zone – herziening planregels’. Ter plaatse van het openbaar parkeerterreintje aan de Bernardusstraat, wat onderdeel uitmaakt van dit plan om een verbinding tot het nieuw woonstraatje te creëren, geldt de bestemming ‘Groen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Tevens is hier een omgevingsvergunning genaamd ‘Bernardusstraat ong.’ van kracht waarbij is bepaald dat in afwijking van het bestemmingsplan de aanleg en instandhouding van de parkeerplaatsen aldaar is toegestaan. Het beoogde initiatief omvat de bouw van twee twee-onder-een-kap woningen, in totaal dus vier wooneenheden. Woningen zijn enkel binnen het bouwvlak toegestaan. Binnen de planlocatie is geen bouwvlak aanwezig, waardoor er geen nieuwe woningen kunnen worden opgericht. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken zal er een nieuw bouwvlak moeten worden ingericht binnen het plangebied. Binnen de vigerende bestemmingen is het niet rechtstreeks mogelijk om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken op de planlocatie.
Tevens zal er een verkeerskundige ontsluiting binnen de huidige woonbestemming en binnen het openbaar parkeerterreintje worden opgericht, waarbij de bestemming voor verkeer moet worden toegevoegd. Het vigerende bestemmingsplan moet partieel worden herzien middels een bestemmingsplanprocedure ex. artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan wordt herzien.
Figuur 10: Uitsnede bestemmingsplankaart 'Dorpen', plangebied met rood aangeduid
4.4.2
Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 24 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
In 2020 is de Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau vastgesteld. De planlocatie is gelegen binnen de aanduiding ‘Kernen’, zie onderstaande figuur. Met de kernen worden de woongebieden van Baarle-Nassau en Ulicoten bedoeld.
Figuur 11: Uitsnede kaart omgevingsvisie
Ulicoten is met de kernen Baarle-Nassau en Castelré een aantrekkelijke woongemeente met voldoende voorzieningen, maar deze kwaliteiten - en daarmee de leefbaarheid - staan onder druk. Ulicoten heeft een beperkt voorzieningenniveau en de bereikbaarheid per openbaar vervoer is minimaal. De bevolking zal de komende jaren nauwelijks toenemen, de woonomgeving veroudert en de zorgvraag verandert. Mensen willen en moeten - zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Alleen als het echt niet meer kan, kom je in aanmerking voor een verzorgingstehuis. Binnen de dorpskern van Ulicoten zijn hiervoor nauwelijks voorzieningen. De gemeente kent op dit moment al grotere woningbouwlocaties die op korte termijn gerealiseerd worden (en zijn) en die al grotendeels vast liggen in plannen. Gelet op de bevolkingsontwikkeling lijken nieuwe grote woningbouwplannen niet meer nodig. Dit betekent niet dat er geen nieuwbouw meer nodig is, maar de focus wordt meer gelegd op de bestaande woningvoorraad en de mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied. Eerst wordt er gekeken naar mogelijkheden binnen het bestaand stedelijk gebied: waar liggen mogelijkheden voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het aanpassen van de woningvoorraad op de toekomstige woonbehoefte? Uitbreidingslocaties worden pas daarna overwogen.
De woonwensen veranderen onder andere door de vergrijzing en omdat duurzaamheid en energiezuinigheid steeds belangrijker worden. De huizen zullen of mee moeten veranderen of uiteindelijk moeten worden vervangen. De nadruk komt te liggen op duurzame en levensloopbestendige woningen. Conclusie De beoogde ontwikkeling op de planlocatie sluit aan bij Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau. Het plan is gericht op aantrekkelijk wonen in de kern. Het plangebied ligt binnen stedelijk gebied op twee percelen welke momenteel nog worden gebruikt als tuin. Het plan voorziet in de afronding van het woningbouwproject Hof van Bernardus, waarbij een logisch woonstraatje wordt ingericht. De woningen sluiten aan bij de behoefte van de kern van Ulicoten en worden opgezet met duurzame materialen. De woningen zullen geschikt zijn voor kleinere gezinnen of senioren. Er wordt dan ook ingespeeld op de Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 25 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
4.4.3
Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023
Op 19 september 2018 is door de gemeenteraad van Baarle-Nassau de Woonvisie ‘Baarle BRUIST, in Baarle kom je thuis’ 2018-2023 vastgesteld. In deze Woonvisie wordt de balans gezocht tussen demografische ontwikkelingen in combinatie met de ontwikkelingen in de woningvoorraad. Een woonvisie die de aantrekkelijkheid van gemeente Baarle-Nassau weergeeft en recht doet aan trends en ontwikkelingen in de samenleving. Een toekomstperspectief dat nadrukkelijk vraagt om samenwerking. Samen met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, markt, zorg- en welzijnsinstellingen en andere partners, zorgt de gemeente ervoor dat het goed wonen is in de gemeente. Pijler 1: Identiteit van het wonen in Baarle-Nassau Voor het behoud van de woonaantrekkelijkheid zet de gemeente in op een woningaanbod dat past bij de identiteit van de gemeente en de kernen. Dit wordt bereikt door bij woningbouwinitiatieven, ook op inbreidingslocaties, aan te sluiten op het unieke woonkarakter van de kernen. Dat wil zeggen dat in de kernen ingezet wordt op een evenwichtig bouwprogramma voor verschillende doelgroepen, mede om bij te dragen aan het in stand houden van de voorzieningen. Pijler 2: Demografie en woningbehoefte Woningen die gebouwd worden, zijn passend bij het karakter van de dorpen en hebben toegevoegde (ruimtelijke) waarde.
De nadruk van het bouwprogramma ligt op de kernen Baarle-Nassau en Ulicoten. De gemeente zet in op een divers woningaanbod dat aansluit op de woonwensen van verschillende doelgroepen in Baarle-Nassau. Pijler 3. Betaalbaar wonen Kleinschalige initiatieven en experimentele betaalbare woonvormen wil de gemeente de komende jaren onder voorwaarden faciliteren, vooral wanneer het gaat om het hergebruiken van leegstaand of leegkomend vastgoed. Er blijft ruimte voor zelfbouwkavels. Deze kleinschalige initiatieven worden waar mogelijk gefaciliteerd, op voorwaarde dat het initiatief ligt bij de bewoners zelf. Pijler 4. Kwaliteit van de woningvoorraad Alle nieuwbouwwoningen dienen gasloos te worden gebouwd. De gemeente daagt ontwikkelaars uit deze stap te zetten door kopers keuzemogelijkheden te bieden in het verder verduurzamen van hun nieuwbouwwoning. Pijler 5. Wonen met zorg en welzijn Nieuwbouwlocaties die aantrekkelijk zijn voor ouderen, vooral in en rond het centrum van Baarle-Nassau wil de gemeente waar mogelijk benutten voor de realisatie van levensloopgeschikte woningen in verschillende prijsklassen en voor meerdere doelgroepen. Conclusie Het plan is gericht op aantrekkelijk wonen in de kern, waarbij het initiatief komt vanuit lokale bewoners.
Het plan voorziet in een kwalitatieve afronding van het project Hof van Bernardus, waarbij de op te richten woningen aansluit bij de woonwensen van de kern van Ulicoten. De woningen worden duurzaam uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied sluit aan bij de Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023.
Toelichting bestemmingsplan 222230 I 17-04-2024
Pagina 26 van 49
Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 5 5.1
Milieu- en overige aspecten
Inleiding
Ruimtelijke ordening en milieu zijn twee beleidsvelden die met elkaar te maken hebben, rekening met elkaar moeten houden en elkaar kunnen versterken. Het gemeenschappelijke doel dat aan beide beleidsvelden ten grondslag ligt, is het creëren van een goede kwaliteit van het leefmilieu (de omgevingskwaliteit). Om dit te bereiken geldt voor bestemmingsplannen dat toetsing plaats dient te vinden aan specifieke ruimtelijke milieunormen zoals afstandsnormen en normen ten aanzien van geluid, bodem en luchtkwaliteit. 5.2
Algemeen
In de onderstaande paragrafen zijn de ruimtelijke-milieuhygiënische aspecten verder uiteengezet. De aspecten die worden behandeld zijn: ▪ Bodem ▪ Water ▪ Cultuurhistorie en Archeologie ▪ Natuur ▪ Wegverkeerslawaai ▪ Bedrijven en milieuzonering ▪ Externe veiligheid ▪ Kabels en leidingen ▪ Luchtkwaliteit ▪ Toetsing besluit milieueffecten rapportage 5.3
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Op 13 oktober 2022 is door Terra Milieu een rapport uitgebracht met betrekking tot het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. Het doel van dit verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit (in relatie tot mogelijke verontreinigingen in de bodem). Hiertoe is de kwaliteit van zowel de grond als het grondwater beoordeeld op basis van een steekproef, waarbij een beperkt aantal boringen is verricht en een aantal grond(meng)monsters en grondwatermonsters chemisch-analytisch zijn onderzocht. Onderstaand is de conclusie uit het rapport weergegeven met in het kort de belangrijkste onderzoeksresultaten beschreven. Voor het volledige onderzoek wordt kortheidshalve verwezen naar de afzonderlijke bijlage.