CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 ontwerpbestemmingsplan CC Baarle

Gemeenteraad (openbaar) 19 juni 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan cultuurcentrum Baarle25.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Baarle-Nassau Bestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

datum projectnummer

30 november 2023 212749

Toelichting

Aveco de Bondt BV

Bestemmingsplan Cultuurcentrum Loswal

Postbus 64, 7450 AB Holten

Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein

T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

projectnummer

Cultureel Centrum, Baarle-Nassau 212749

opdrachtgever

Gemeente Baarle Nassau

status

ontwerp 3.0

project

versie

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Leeswijzer

1 1 3 3

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2

Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beoogd programma Beeldkwaliteitsplan Parkeren & verkeer Parkeren Verkeer

5 5 5 6 7 7 7 8

3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3.2.1 Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling

11 11 11 11 12 13 16 16 17 18

3.3.2.2 Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies

18

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Baarle-Nassau

20 20

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10

21 21 21 22 25 27 28 28 29 30 30 32 32 34 34 34 36

Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Natuurgebieden Stikstof Flora en fauna Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Inrichtingen en externe veiligheid Transport en externe veiligheid Buisleidingen en externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

4.11 4.12

Explosievengevaar Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

37 37

5 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels 39 Hoofdstuk 1 ‘Inleidende regels’ Hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ Hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’

39 39 39

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid

43 43 43 43

7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen

45 45 45

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

datum referentie

Beeldkwaliteitsplan Parkeerdruk onderzoek Bodemonderzoek Archeologisch onderzoek AERIUS-berekening PM Quickscan Wet natuurbescherming Risicoanalyse niet gesprongen explosieven

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

39 39 40 41

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Aanleiding De gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog staan samen in voor de exploitatie van het huidige grensoverschrijdende culturele centrum gelegen aan de Pastoor de Katerstraat 5-7. De gemeenten stelden in het verleden vast dat de huidige locatie echter niet meer voldoet aan de wensen en behoeften. In overleg met de gemeente Baarle-Hertog werd daarom na een onderzoekstraject beslist om een nieuw cultureel centrum te bouwen. Na een locatieafweging van 7 potentiële locaties is de keuze voor de bouw van het nieuwe culturele centrum gevallen op het ‘Park naast de Loswal’. De locatie heeft een uitgesproken grensoverschrijdend karakter. Rekening houdend met de benodigde bruto vloeroppervlakte van 3.321 m² is de locatie groot genoeg voor de realisatie van het nieuwe culturele centrum. De locatie ligt nabij het historische centrum, grenst direct aan de parking Loswal en heeft voldoende ontsluitingsmogelijkheden voor het verkeer. Het betreft een onbebouwd perceel, waardoor een ontwikkeling geen bijzondere ingrepen vereist. Het parkeerplein, Bels lijntje en de mogelijkheid tot open bebouwing geven de kans om een prominent en zichtbaar gebouw te realiseren. Voor de Nederlandse gronden is het bestemmingsplan Dorpen (en 1e herziening) van toepassing. De Nederlandse gronden zijn de enkelbestemming ‘Wonen’ toebedeeld. Culturele doeleinden zijn niet toegestaan.

Uitsnede bestemmingsplan “Dorpen” ter plaatse van het plangebied (blauwe stippellijn). Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.

Doel Om het voorgenomen initiatief, voor zover gelegen op Nederlands grondgebied, mogelijk te maken dient een nieuw juridisch-planologisch kader te worden opgesteld voor het nieuwe culturele centrum van Baarle. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 1/46

Uitsnede satellietfoto met het projectgebied groen omkaderd. Onderhavig bestemmingsplan heeft enkel betrekking op het Nederlandse deel van het perceel. Bron: Sweco, 2022.

Luchtfoto Baarle met daarop de ligging van het plangebied weergegeven. Bron: Google maps, 2022.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 2/46

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in nabij het centrum van Baarle. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente BaarleNassau, sectie C, perceelnummers 5258, 5259 en 5260. Het projectgebied is een rechthoek van 55 bij 85 meter en heeft een oppervlakte van 4.675 m2. De ligging en begrenzing van het projectgebied en plangebied is nader aangeduid op de afbeeldingen op pagina 2. De Loswal, waar het gebied tegen aan ligt, dient als een parkeerplaats voor het centrum van Baarle-Nassau. Het plangebied grenst aan noord- en westzijde aan een Belgische enclave. Het plangebied grenst in het noord- en westzijde aan weiland en tuin, in het oosten aan de parkeerplaats van het centrum van Baarle-Nassau. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn huizen met ruime tuinen gesitueerd. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante milieuaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Hierna komen in hoofdstuk 6 en 7 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke toetsing/overleg aan de orde.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 3/46

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 4/46

2

Planbeschrijving

2.1 Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op stedenbouwkundige uitgangspunten en parkeren. 2.2

Beschrijving huidige situatie

Locatie Loswal (plangebied) Het plangebied bestaat thans uit een langere tijd niet onderhouden park (tuin) met verruigd grasland, verspreid wat bomen en bosstruweel. De locatie is niet bebouwd, er bevindt zich alleen een schuurtje voor de huisvesting van hobbydieren. De gronden zijn in gebruik als tuin bij een woning op Belgisch grondgebied. Het plangebied is vrijwel geheel omsloten door bebouwing van de bebouwde kom van Baarle-Nassau. Onderstaande collage visualiseert de bestaande situatie.

Foto’s bestaande situatie plangebied. Bron: Veldbiologische werken, 2022.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 5/46

Locatie Pastoor de Katerstraat 5-7 Het gebouw voor cultuurcentrum Baarle bevindt zich momenteel in het voormalige klooster van de broeders La Salle. Je kan het vinden aan de Pastoor de Katerstraat 5- 7, Baarle. Het cultuurcentrum ontplooit daar sinds midden jaren ’70 haar werking, samen met de bibliotheek Theek5, de Academie de Noorderkempen en tientallen clubs en verenigingen. Het is een groot gebouw met verschillende lokalen en zalen op verschillende verdiepingen. Het huidige gebouw voldoet niet meer aan de huidige technische, culturele en duurzame eisen die gepaard gaan met de huidige en toekomstige werking.

Foto bestaande Cultuurcentrum Baarle. Bron: Google maps, 2021.

2.3 Beoogd programma Op basis van uitgebreid onderzoek door Sweco en gesprekken met betrokkenen en toekomstige gebruikers werden ruimtebehoeften binnen verschillende clusters nauwgezet in beeld gebracht. Uit het behoefteonderzoek is gebleken dat voor de nieuwbouw uitgegaan dient te worden van een netto ruimtebehoefte van 2.460 m² wat overeenkomt met een bruto ruimtebehoeften van 3.321m². Onderstaande functies worden inpandig gerealiseerd: 1. publiekszone: onthaal, foyer, biljartruimte, tentoonstelling, garderobe, sanitair en dergelijke; 2. bibliotheek; 3. multifunctionele lokalen: grote zaal, kleine zaal, kleedruimte, (les)keuken, bar, danszaal, auditorium, geluidstudio, creatief atelier, multifunctionele lokalen en dergelijke; 4. academie voor Muziek en Woord Noorderkempen: instrumentenlokalen, atelierlokalen; 5. werkplekken: personeelsruimte, backoffice, kantoortuin, overlegzone, huiskamer SJB, printerruimte, opslag; 6. Lokale Omroep Baarle: studio, computerruimte; 7. opslag: (gedeelde) opslagruimten, schoonmaakberging;

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 6/46

De volgende functies worden buiten gerealiseerd: 1. terras; 2. laad- en losplaats; 3. buitenruimte voor personeel. Het is een vereiste dat het nieuwe cultureel centrum voorzien wordt van een groene inrichting. Een concreet bouwplan is nog niet voorhanden. Hierdoor is het niet mogelijk om reeds een groenplan op te stellen voor het initiatief. Om een groene inpassing te waarborgen is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee vastgelegd wordt dat de omgevingsvergunning bouwen pas afgegeven kan worden nadat een door Burgemeester en wethouders goedgekeurd groenplan is opgesteld. 2.4

Beeldkwaliteitsplan

Ten behoeve van onderhavige ruimtelijke ontwikkeling aan de Loswal is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het betreffende plan is als bijlage 1 aan deze toelichting gevoegd. Het beeldkwaliteitplan geeft inzicht in de gewenste uitstraling van de architectuur van de ontwikkeling en de inrichting van de buitenruimte. Dit is verwoord en verbeeld middels een set spelregels. Deze spelregels gaan onder andere over de architectonische uitstraling, positionering en oriëntatie van de bebouwing, rooilijn, bouwhoogte, kleurstelling en materiaalgebruik en de inrichting van de openbare ruimte. Naast dat het beeldkwaliteitplan dient ter inspiratie, dient het tevens als toetsingskader voor iedereen die bij het verdere ontwerp- en ontwikkelingsproces betrokken is om een bijzondere uitbreiding met maximaal toekomstperspectief te bieden. Ten tweede fungeert dit beeldkwaliteitplan als formeel toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 2.5

Parkeren & verkeer

2.5.1 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. Beoordeling Bij de ontwikkeling van het nieuwe cultuurcentrum in Baarle-Nassau ontstaat een aanvullende parkeerdruk op de parkeercapaciteit in de huidige openbare ruimte. Het uitgangspunt volgens de Nota Parkeernormen 2011 van de gemeente Baarle-Nassau is dat bij ontwikkelingen de parkeervraag in principe op eigen terrein wordt opgevangen, tenzij dat niet realistisch is. Om meer inzicht te krijgen in de parkeerdruk is een onderzoek uitgevoerd. In bijlage 2 behorende bij deze toelichting is het betreffende onderzoek opgenomen. Tussen de Chaamseweg (N639) en de Pastoor de Katerstraat is een parkeervoorziening op maaiveld aanwezig.

Dit betreft de ‘Parkeerplaats de Loswal’. Het beoogde nieuwe cultuurcentrum zal gelokaliseerd zijn ten westen van en grenzend aan deze parkeervoorziening. Het betreft een logische redenering dat het parkeren ten behoeve van

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 7/46

het nieuwe cultuurcentrum plaats zal vinden op deze parkeervoorziening. Het is niet realistisch dat erop of bij de bestaande parkeervoorziening extra parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Wel komen er parkeerplaatsen vrij op het nabijgelegen parkeerterrein met de ingang aan de Molenbaan. In de huidige situatie maken bezoekers van het huidige Cultureel centrum daar (gedeeltelijk) gebruik van. Echter zullen deze parkeerplaatsen bij een herbestemming van het huidige cultureel centrum weer bezet worden ten behoeve van die nieuwe functie. Deze parkeerplaatsen worden voor het nieuwe cultuurcentrum daarom niet meegerekend. Ten behoeve van het bestemmingsplan is het noodzakelijk om te bepalen of de huidige parkeervoorzieningen in de directe omgeving van de locatie voor de beoogde ontwikkeling voldoende capaciteit hebben om de toename in parkeerdruk op te kunnen vangen. Daarvoor zijn er in september tot oktober 2022 en aanvullend in juli tot september 2023 verspreid over weekdagen en weekenddagen diverse metingen van de parkeerdruk op deze parkeervoorzieningen uitgevoerd. In de praktijk is het onwaarschijnlijk dat een parkeervoorziening voor de volledige capaciteit (100%) gebruikt kan worden. Enkele voorbeelden van redenen waarom een volledige capaciteit niet behaald kan worden zijn slecht of foutgeparkeerde auto’s.

Vandaar dat een maximaal aanvaardbare parkeerdruk van 85% als richtlijn wordt gehanteerd. Uit de metingen blijkt dat parkeervoorzieningen binnen een volgens de Nota Parkeernormen 2011 acceptabele loopafstand van 150 meter, een totale maximaal aanvaardbare capaciteit (85% van parkeerplaatsen bezet) hebben voor het parkeren van in totaal 259 voertuigen. Volgens de Nota Parkeernormen Baarle-Nassau uit 2011 dient voor de beoogde te realiseren oppervlaktes van de bibliotheek en het cultureel centrum een totaal van 89 parkeervakken beschikbaar te zijn. Deze parkeerdruk is niet op ieder moment in de week te verwachten. Hierom is gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages voor het parkeren ten behoeve van een bibliotheek en sociaal cultureel centrum uit de publicatie 182 van het Kenniscentrum CROW.

Uit de berekende parkeerbalans is gebleken dat er met de huidige parkeerdruk, de aan de hand van de Nota Parkeernormen 2011 en de aanwezigheidspercentages uit publicatie 182 van het CROW uitgerekende parkeerbehoefte van het beoogde nieuwe cultuurcentrum, alsmede de parkeerbehoefte van het initiatief BuitenGewoon Wonen, er op alle maatgevende momenten voldoende restcapaciteit in het projectgebied aanwezig is PM Conclusie PM 2.5.2 Verkeer Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de omzetting naar een woonfunctie, dienen de kengetallen uit de ASVV 2012 van het CROW (publicatie 381) te worden geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in het centrum in een weinig stedelijke gemeente. Het CROW geeft voor de beoogde functies de volgende gemiddelde normen voor verkeersgeneratie in het centrum van Baarle-Nassau in een weinig stedelijke gemeente; • Bibliotheek: 4,6 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo; • Theater/schouwburg: 9,3 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo; • Biljart-/snookercentrum: 5,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo; • Dansstudio: 5,9 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo;

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 8/46

• • •

Commerciële dienstverlening (kantoor + baliefunctie): 11,7 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo; Kantoren (zonder baliefunctie): 6,2 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo; Opslag: 3,5 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo.

In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie bepaald. Daaruit volgt dat het Cultuurcentrum Baarle een verkeersaantrekkende werking van 258 motorvoertuigbewegingen per etmaal oplevert. Tabel verkeersgeneratie Functie

Gemeentelijke parkeernorm

Gewenste situatie

Parkeerbehoefte

Bibliotheek

4,6 mvt / 100 m2

449 m2

21 mvt/etmaal

Theater/schouwburg incl. foyer geluidsruimte en kleedruimte etc.

9,3 mvt / 100 m2

1.131 m2

105 mvt/etmaal

Biljart-/snookercentrum

5,9 mvt / 100 m2

95 m2

6 mvt/etmaal

Dansstudio en kleedruimten

5,9 mvt / 100 m2

180 m2

11 mvt/etmaal

Overige commerciële voorzieningen, leslokalen e.d. (kantoor + baliefunctie)

11,7 mvt / 100 m2

668 m2

78 mvt/etmaal

Overige kantoren, cluster 5 en 6

6,2 mvt / 100 m2

325 m2

20 mvt/etmaal

3,5 mvt / 100 m2

473 m2

17 mvt/etmaal

(zonder baliefunctie) Opslag, cluster 7 Totaal

258 mvt/etmaal

Bovenstaande verkeersaantrekkende werking betreft geen absolute toename van de verkeersbewegingen. Omdat het oude culturele centrum hemelsbreed met 100 meter wordt verplaatst, zal de verkeersaantrekkende werking, en daarmee de verkeersbewegingen richting het centrum en de parkeerplaats Loswal, ongeveer gelijk blijven. De verkeerssituatie rondom het plangebied beschikt daarmee over voldoende capaciteit voor de afwikkeling van de verkeersbewegingen van de culturele voorzieningen. Vanwege onderhavig planvoornemen ontstaan derhalve geen probleem ten aanzien van afwikkeling van verkeersstromen.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 9/46

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 10/46

3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat en wordt het initiatief hieraan getoetst. 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan.

Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen het Rijksbeleid.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 11/46

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft voor een beperkt aantal onderwerpen vastgesteld dat de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Deze kaderstellende uitspraken zijn zodanig geformuleerd dat deze beperkingen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Ligging van het plangebied (aangeduid met rode aanwijzer) binnen het radarverstoringsgebied van Woensdrecht en Herwijnen. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations op de locaties Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 12/46

radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen nu de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Barro en het Rarro een relevante ruimtereservering geldt. Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden.

Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast.

Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Artikel 1.1.1 Bro verstaat onder stedelijke ontwikkelingen: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 13/46

Blijkens de Nota van Toelichting (2017) worden onder “andere stedelijke voorzieningen” als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, Bro, verstaan: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure (ECLI:NL:RVS:2015:1400). Een cultureel centrum kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Uit de overzichtsuitspraak van de Raad van State ten aanzien van de Ladder van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 6 t/m 6.5) blijkt dat ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een ‘stedelijke ontwikkeling’ dient te worden aangemerkt. Het huidig ruimtegebruik van de locatie Pastoor de Katerstraat 5-7 bedraagt totaal 3.080 m2 bruto vloer oppervlak (bvo). Uit het behoefteonderzoek is gebleken dat voor de nieuwbouw uitgegaan dient te worden van een netto ruimtebehoefte van 2.460 m² wat overeenkomt met een bruto ruimtebehoeften van 3.321m². Er is daarmee een beperkte uitbreidingsbehoefte van 241 m2 bvo. Het projectgebied is een rechthoek van 55 bij 85 meter en heeft een oppervlakte van 4.675 m2. Onderhavige ontwikkeling kan in als een ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het Cultuurcentrum Baarle wordt op een nieuwe locatie gerealiseerd. Er is sprake van nieuw ruimtebeslag en aldus van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat voor de (verplaatsing van de) culturele functies de behoefte moet worden aangetoond. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Het gebouw voor cultuurcentrum Baarle bevindt zich momenteel in het voormalige klooster van de broeders La Salle. Je kan het vinden in de Pastoor de Katerstraat 5- 7, Baarle. Het cultuurcentrum ontplooit daar sinds midden jaren ’70 haar werking, samen met de bibliotheek Theek5, de Academie de Noorderkempen en tientallen clubs en verenigingen. Het is een groot gebouw met verschillende lokalen en zalen op verschillende verdiepingen. Het huidige gebouw voldoet niet meer aan de huidige technische, culturele en duurzame eisen die gepaard gaan met de huidige en toekomstige werking. Daarom drong zich een essentiële keuze op. Een nieuw gebouw zorgt voor diverse opportuniteiten: meer samenwerking, meer krachtenbundeling met de professionele partners bibliotheek Theek5, Toerisme Baarle, Academie de Noorderkempen en het cultuurcentrum zelf, meer wisselwerking met alle clubs en verenigingen in Baarle. In Baarle wordt al heel lang nagedacht over een nieuw gebouw voor het cultuurcentrum.

Vanaf 2013 hebben beide gemeenten extra initiatieven genomen maar het vergde toch wel enkele jaren voor er definitieve stappen gezet zijn. In juni 2013 heeft Zet/Complan een eindrapportage opgeleverd met daarin een advies over het gebouw en de toekomst van het cultuurcentrum. In 2015 hebben de gemeenteraden van Baarle-Hertog en Baarle-Nassau er voor gekozen om “Scenario 2: Inpassen, uitbreiden en afstoten” uit het rapport van Zet/Complan te gaan onderzoeken. Medio 2016 is het bureau Laride gestart met het vooronderzoek. Vaste gebruikers en het cultuurcentrum hebben actief meegewerkt aan dit onderzoek. In maart 2017 heeft Laride de resultaten van dit vooronderzoek opgeleverd. De beide gemeentes hebben geconcludeerd dat Laride de opdracht zorgvuldig en volledig heeft uitgevoerd. Gelet op de besluitvorming in de beide gemeenteraden bleek er toch de behoefte om de variant nieuwbouw te onderzoeken. De werkgroep heeft deze variant voortvarend onderzocht en de resultaten hiervan aangeboden aan de twee gemeentes. In december 2017 is tijdens een GOB-plenair vergadering besloten om, in principe, te gaan voor de variant nieuwbouw. Een jaar later, december 2018 besliste het GOB-plenair om het onderzoeksbureau SWECO een opdracht als procesbegeleider te geven. Sindsdien is de werkgroep voortvarend te werk gegaan.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 14/46

Eerst werd vastgesteld welke opties nader dienden te worden bekeken: • Kritisch bekijken van de uitgewerkte optie vernieuwbouw (inpassen, uitbreiden en afstoten) • Totaalrenovatie (gebouw volledig strippen, behoud casco en opnieuw opbouwen) • Nieuwbouw elders (inclusief benoemen mogelijke locaties) of nieuwbouw op dezelfde locatie (=huidige parkeerplaats Cultuurcentrum Baarle) Er kon geconcludeerd worden dat de optie vernieuwbouw als goedkoopste uit de oefening kwam, maar qua duurzaamheid en kwaliteit van huisvesting niet kan vergeleken worden met de opties totaalrenovatie of nieuwbouw. De gestelde eisen qua duurzaamheid en kwaliteit zouden in praktijk feitelijk leiden tot een totaalrenovatie. Er zijn zeven locaties gescreend en afgewogen voor het Cultuurcentrum Baarle: het Park naast de Loswal, het parkeerterrein Cultuurcentrum Baarle (nieuwbouw op de huidige locatie), de kleine parkeerplaats naast Wok Wonderland aan de Loswal, de Hondenvereniging, Belse Bruurs, Boerenbond en Janshove. Onderstaand zijn de voordelen en nadelen per locatie opgesomd.

Sterkte- en zwakteanalyse, bron: ruimtelijk uitvoeringsplan Baarle-Hertog, IOK Plangroep, 2022.

Het Park aan de Loswal beantwoordt veruit aan de meeste eisen die gesteld zijn in het alternatievenonderzoek: het is centraal gelegen, grensoverschrijdend en groot genoeg om een volume op te realiseren dat tevens in harmonie is met de omgeving. De site kan goed ontsloten worden via twee invalswegen (Pastoor De Katerstraat en Chaamseweg) en de grootste parking van de gehele gemeente ligt voor de deur. Bovendien sluit het aan op het Bels Lijntje waardoor een toeristisch onthaal op deze plek zijn rol optimaal kan opnemen. Het enige minpunt vormt de huidige bestemming van de gronden, die in het woonuitbreidingsgebied Loswal – Burgemeester van Gilsestraat gelegen zijn. De locatie naast de Loswal biedt bestaande, ruime parkeermogelijkheden en een goede ontsluiting. Er is geen bestaande bebouwing aanwezig die voor eventuele problemen zou kunnen zorgen (onteigeningen e.a.) hoewel deze locatie vrij centraal in het centrum gelegen is.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 15/46

Bovenal betreft het initiatief een verplaatsing van bestaande culturele voorzieningen. Het bestaande culturele centrum aan de Pastoor de Katerstraat 5-7 krijgt een andere functie. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? De definitie van het bestaand stedelijk gebied (BSG) ingevolge het Bro (artikel 1.1.1) is als volgt: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Aveco de Bondt stelt vast de locatie als bestaand stedelijk gebied beschouwd kan worden op basis van het feit: • dat de planlocatie volledig fysiek omsloten is door infrastructuur, stedelijke bebouwing en overig bestaand stedelijk weefsel; • en de locatie reeds in gebruik is voor woondoeleinden (tuin). Conclusie Met het initiatief is sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro. De behoefte naar de ontwikkeling blijkt uit de behoefte van de bestaande culturele instellingen binnen BaarleNassau en Baarle-Hertog aan een toenemende samenwerking en een modernisering van de faciliteiten. Na een locatieafweging is vernoemde locatie als beste gescreend. Het initiatief wordt binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd.

Het initiatief voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende initiatief onder de gestelde ondergrens uit de jurisprudentie is gelegen en dat derhalve niet behoeft te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie.

Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 16/46

Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van een cultureel centrum. Het voorzieningenaanbod in Baarle blijft daarmee op peil en wordt gemoderniseerd. Daarmee is het initiatief passend binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant.

Uitsnede kaart 3 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant: Instructieregels gemeenten: basiskaart stedelijke ontwikkeling en erfgoed. Het plangebied is aangeduid met een gele ster. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 17/46

ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Voorliggend plangebied is op de kaart ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ van de Interim omgevingsverordening gelegen binnen het ‘Stedelijk gebied’ (landelijke kern). Zorgvuldig ruimtegebruik is als basisprincipe opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit. Dat betekent onder andere dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut (artikel 3.42 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant). Voor het overige is getoetst aan de basisprincipe voor een evenwichtige toedeling van functies (3.5 t/m 3.8).

3.3.2.1 Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio's te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom streven wij naar duurzame verstedelijking. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert duurzaam ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie voor de bouw van een nieuw cultureel centrum. Daarnaast bevordert een nieuw cultureel centrum, ter vervanging van een verouderd centrum, het vestigingsklimaat voor de inwoners van Baarle. Conclusie Er wordt een duurzame ontwikkeling gerealiseerd. 3.3.2.2 Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b.

de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1) nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk;

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 18/46

2) er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Ad b) – Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3.

Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) – Meerwaarderecreatie (artikel 3.8) 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit is op basis van sterkte- en zwaktenanalyse economisch onhaalbaar gebleken. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. De behoefte aan het cultuurcentrum is maatschappelijk breed onderzocht en er heeft een locatie-afweging plaatsgevonden. c. De nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd binnen een bouwperceel. Voorwaarden ad b: a.

Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur in de openbare ruimte te worden aangelegd. Parkeren kan op bestaande openbare parkeervoorzieningen, omdat het nieuwe culturele centrum hemelsbreed slechts 100 meter bij het

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 19/46

c.

oude culturele centrum vandaan ligt. Voor het overige heeft het planvoornemen geen negatief effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4.

Voorwaarden ad c: Met het plan wordt voorzien in de behoefte van diverse cultuurorganisaties op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Met een modern cultureel centrum wordt meerwaarde gecreëerd en een nieuwe kwaliteitsimpuls voor de leefomgeving bewerkstelligd. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Baarle-Nassau Toetsingskader De omgevingsvisie is 26 juni 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en geeft aan wat Baarle-Nassau de komende 20 jaar wil bereiken binnen de gemeentegrenzen. Hiervoor heeft de gemeente doelen geformuleerd. Die zijn niet voor ieder gebied hetzelfde. De gemeente onderscheidt 11 deelgebieden waarvoor doelen zijn geformuleerd. Als er zich een nieuw initiatief aandient, dienen de volgende vier vragen worden gesteld: 1. In hoeverre draagt het initiatief bij aan de gestelde doelen? 2. Wat vindt de samenleving van het initiatief (is er draagvlak)? 3. Wat draagt het initiatief bij aan ruimtelijke kwaliteit? 4. Hoe kan het initiatief voldoen aan andere wet- en regelgeving? De omgevingsvisie geeft vorm aan de fysieke leefomgeving. Een visie waarin onderscheid wordt gemaakt in deelgebieden, met ieder haar eigen kwaliteiten, kansen en ambities, die weer leiden tot verschillende ontwikkelingsmogelijkheden.

Beoordeling Het centrum van Baarle-Nassau maakt ontegenzeggelijk onderdeel uit van de kwaliteiten die het dorp rijk is; de enclavesituatie, het rijke winkelaanbod, het voorzieningenniveau (sociaal-cultureel en op het gebied van zorg), de levendigheid, de rijkdom aan cultuurhistorie, ze maken er allemaal onderdeel van uit. Het centrum moet weer de uitstraling en aantrekkingskracht krijgen van weleer, zodat het aantrekkelijk blijft voor bewoners en toeristen (pagina 21 van de Omgevingsvisie). De bouw van een nieuw cultureel centrum houdt het voorzieningenniveau in het centrum op peil en draagt bij aan een bruisend centrum. Conclusie Het initiatief is passend binnen de Omgevingsvisie van de gemeente Baarle-Nassau.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 20/46

4

Planologisch relevante (milieu)aspecten

4.1 Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: • bodem; • waterhuishouding; • cultuurhistorie; • archeologie; • ecologie; • akoestiek wegverkeerslawaai; • bedrijven en milieuzonering; • spuitzones; • geurhinder; • externe veiligheid; • luchtkwaliteit; • kabels en leidingen; • milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling. 4.2 Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd.

Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling In de zomer van 2022 is door MILON bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied om inzicht te krijgen in de bodemopbouw en de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Rapportage hiervan is als bijlage 1 gevoegd bij deze toelichting. Navolgend worden de resultaten kort toegelicht.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 21/46

Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten op de locatie en in de directe omgeving is de locatie onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Hierom wordt, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie. Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. In de bodem zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen en er zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In tabel 7 zijn de analyseresultaten samengevat en zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Er zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten in de bovengrond aangetroffen. De boven- en ondergrond is bij indicatieve toetsing aan het Bbk beoordeeld als altijd toepasbaar. De hier aangetroffen gehaltes zijn zeer gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit bestaat er geen belemmering voor het huidige gebruik van de locatie en de voorgenomen herinrichting van de locatie en de bouw van een cultureel centrum.

Conclusie Op basis van de bevindingen uit het verkennend bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. De bodem is geschikt voor het beoogde gebruik. 4.3 Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant Het Regionaal Water en Bodem programma (RWP) 2022-2027 is de opvolger voor alle watergerelateerde aspecten van het Provinciaal Milieu en Waterplan.

Hierin komen de provinciale doelstellingen, ambities en aanpak rond water en bodem samen voor de periode 2022 - 2027. Het RWP stelt doelen voor 2027, op weg naar de ambitie van 2050. Het RWP bevat de ambitie, opgaven, doelen en de aanpak, inclusief de zeven leidende principes bij het tot stand komen van een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem. Het RWP is gebaseerd op zeven handelingsprincipes. De eerste zes hebben betrekking op het komen tot een klimaatbestendig en robuust watersysteem. Deze principes zijn ontleend aan de Visie Klimaatadaptatie. De principes zijn als volgt geformuleerd: • Watervoorraad in balans; • Elke druppel telt; • Niet alles kan overal; • Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen;

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 22/46

• • •

Bescherming van water- en bodemkwaliteit; Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk; Circulair denken en doen.

Beleid waterschap Brabantse Delta Het plangebied is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap Brabantse Delta met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk dient in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te zijn. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Bouw of uitbreiding van woningen, bedrijven of wegen veroorzaken vaak een groei in het verharden van dak en erf.

Regenwater dat op stenen of wegen valt, stroomt meestal snel via een riool of een sloot weg. Hoe meer (tuinen van) steen, hoe meer regenwater weg stroomt. Bij hevige buien kan hierdoor wateroverlast ontstaan. Bijvoorbeeld water vanuit het riool op straat, omdat deze het regenwater niet aan kan. Of overstroming van een sloot of beek. Dat geeft dan weer risico’s voor de gezondheid en kan zorgen voor bijvoorbeeld schade in- en rondom huizen. Maar ook in droge perioden zorgt al dat afvoeren voor problemen. Het regenwater krijgt niet meer de tijd om weg te zakken in de bodem en het grondwater aan te vullen. In droge zomers hebben landbouw en natuur dan water te weinig. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Voorkomen moet worden dat regenwater snel verdwijnt in het riool of in de sloot. Het waterschap gebruikt daarvoor de voorkeursvolgorde voor (schoon) regenwater: 1. Opnieuw gebruiken; 2. Vasthouden / in laten trekken in de grond; 3. Water bergen; 4. Afvoeren naar sloten of rivieren; 5. Afvoeren naar een riool. Keur De keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen.

Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel ‘Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’.

datum referentie

30 november 2023 212749_AdB_RAP_0001_v3.0

P 23/46

Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij: • Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; • de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; • de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. • De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel. Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: • De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; • Afvoer mag niet meer bedragen dan 2/l/s/ha; • De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; • Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Beleid gemeente Op 29 september 2020 heeft het college ingestemd met een nieuw verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) 2021-2025. Ter besluitvorming zal dit plan voorgelegd worden aan de gemeenteraad.

In het vGRP staat hoe de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog de watertaken uitvoeren. De gemeenten Baarle-Nassau en BaarleHertog willen zich nadrukkelijk profileren als groene gemeenten met een veerkrachtig watersysteem, een goede waterkwaliteit, waarvan duurzaam gebruik wordt gemaakt en waarbij natuurwaarden worden hersteld. In de vGRP is bepaald dat alle nieuwbouwwoningen (zowel in- als uitbreidingen) binnen de gemeente BaarleNassau en de gemeente Baarle-Hertog dienen te worden aangesloten op de riolering. Dit wordt afgedwongen, doordat de lozing van verontreinigd water op oppervlaktewater en in de bodem niet is toegestaan. Dit is wettelijk geregeld door middel van het lozingenbesluit Wet Bodembescherming en het Zoneringsplan. Bij de verlening van een bouwvergunning wordt melding gemaakt van de verplichte aansluiting op de riolering. Verder wordt bij elke ruimtelijke ontwikkeling door middel van de watertoets van het waterschap aandacht besteed aan de ruimte voor water. Hierbij wordt gestreefd naar doelmatigheid, waarbij hydrologisch neutraal ontwikkelen een belangrijk aandachtspunt is. Bij nieuwbouw dient een retentie van 60 mm/m2 over het totale oppervlak gerealiseerd te worden. Beoordeling De verhardingstoename ten gevolge van het planvoornemen is meer dan 500 m2. Op basis van het beleid van het waterschap is daarmee sprake van een retentievereiste.

Binnen het planvoornemen wordt het huishoudelijke afvalwater (DWA) gescheiden van het regenwater (RWA). Dit gescheiden rioleringsstelsel wordt aangesloten op het bestaande gemengde rioleringsstelsel in de omgeving. In de toekomst kan aangesloten worden op een eventueel gescheiden rioleringsstelsel, mocht deze in de omgeving worden aangelegd. Het (afval)water dat voor de woning afgevoerd moet worden bevat geen chemische stoffen die schadelijk zijn voor het water in het openbaar riool. Ook geeft het af te voeren water geen stankoverlast en bevat het water geen snel bezinkende- en/of grove afvalstoffen. Van een verontreiniging van het rioolwater door toedoen van het afvalwater is dan ook geen sprake. Ook voor het hemelwater kan worden gesteld dat de afvoer op een dusdanige manier plaatsvindt dat er geen sprake is van verontreiniging en er geen bezwaren zijn om deze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14233188/1