CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota van Zienswijzen bij het kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek

Gemeenteraad (openbaar) 28 september 2022, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek4.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek

Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

Aldus vastgesteld op 28 september 2022

2 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

Inhoud 1. Leeswijzer 2. Gevolgde procedure 3. Samenvatting inhoud zienswijzen en reactie van de gemeente

3 3 5

3 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

1. Leeswijzer Een Nota van Zienswijzen is een document waarin zienswijzen zijn opgenomen en samengevat. De gemeente geeft in dit document een reactie op de zienswijzen zodat voor de indieners duidelijk is wat er met hun zienswijzen wordt gedaan. Deze Nota van Zienswijzen heeft betrekking op het kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek van de gemeente Baarle-Nassau. In de hierna volgende hoofdstukken komen de ingediende zienswijzen aan de orde. Hoofdstuk 2 zet de gevolgde procedure uiteen. In hoofdstuk 3 zijn de zienswijzen samengevat uiteengezet en voorzien van een inhoudelijke reactie. Daarbij wordt aangegeven welke zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen in de definitieve versie van het kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek. Tot slot wordt aangegeven op welke punten het plan (eventueel) aangepast zal worden.

2. Gevolgde procedure Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Baarle-Nassau heeft op 8 maart 2022 besloten de conceptversie van het kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek open te stellen voor inspraak. Dit beleidskader zal, na vaststelling van de definitieve visie door de gemeenteraad, een afwegingskader vormen voor het afwegen van initiatieven voor duurzame opwek in de gemeente Baarle-Nassau. De publicatie in de Staatscourant en Gemeenteblad heeft plaatsgevonden op 16 maart 2022. Daarnaast is de terinzagelegging ook bekend gemaakt op de website van de gemeente Baarle-Nassau en de social mediakanalen van de gemeente Baarle-Nassau. De stukken waren digitaal in te zien via de gemeentelijke website en schriftelijk via de balie van het gemeentehuis in Baarle-Nassau. Het kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek heeft van 16 maart 2022 tot en met 26 april 2022 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn kon iedereen een zienswijze indienen. Er zijn gedurende deze periode twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn beiden ontvankelijk. In hoofdstuk 3 zijn de ingediende zienswijzen samengevat en van een inhoudelijke reactie voorzien. De zienswijzen hebben niet geleid aanpassingen in het beleidskader. Omwille van de privacy hebben we de indieners van de zienswijzen geanonimiseerd.

4 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

3. Samenvatting inhoud zienswijzen en de reactie van de gemeente Hieronder volgt een samenvatting van de ontvangen zienswijzen, de reactie van de gemeente hierop en de conclusie of de zienswijze leidt tot een aanpassing van het kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek van de gemeente Baarle-Nassau (hierna: beleidskader). Indiener 1 (ontvangen op 26-04-2022) Zienswijze A Met de leidende principes uit het voorgenomen

beleidskader maakt de gemeente defacto de realisatie van een windpark mogelijk. Indiener stelt dat een maximum van een aantal kleine windmolens dat in één gebied kan worden gerealiseerd in het voorgenomen beleidskader. Het maximum van een aantal kleine windmolens per bebouwingsensemble, dat wel in het beleidskader wordt genoemd, is volgens indiener niet voldoende om een defacto windpark te voorkomen, waarbij meerdere agrariërs de kleine windmolens bij elkaar plaatsen om zo schaalvoordeel te behalen. Indiener stelt daarmee dat een plan-mer nodig zou zijn voor het beleidskader kan worden vastgesteld.

Reactie

Het opstellen van een plan-mer is per definitie niet nodig voor het vaststellen van dit beleidskader. Dit beleidskader maakt op zichzelf geen ontwikkelingen mogelijk, maar vormt na vaststelling een toetskader voor eventuele toekomstige kleinschalige energieprojecten. Elk van die projecten heeft een eigen ruimtelijke procedure te volgen. Een merbeoordeling zal ook in deze ruimtelijke procedure niet aan de orde zijn, aangezien er een drempelwaarde van 15 MW wordt gehanteerd. Geen enkele kleine erfmolen zal deze drempelwaarde kunnen overstijgen, gezien dat vermogen vaak rond de 15 kW ligt. Daarnaast zijn wij niet van mening dat we met het voorgenomen beleidskader de deur openzetten voor een windpark. Hoewel de indiener geen omschrijving meegeeft wat deze onder een windpark verstaat, is de juridische definitie van een windpark drie of meer windturbines. Daarmee worden over het algemeen reguliere windmolens bedoeld (waarbij op dit moment een ashoogte van 180 – 240 meter gebruikelijk is) en geen kleine windmolens van maximaal 15 meter.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

5 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

B

Het voorgenomen beleidskader mist milieutechnische beoordelingsaspecten waar een beoordelingskader voor windturbines volgens indiener aan hoort te voldoen. Indiener noemt daarbij o.a. geluidsnormen, veiligheidsnormen en normen tegen lichtschittering of icing. Daarnaast stelt indiender dat er naast de beschermde natuurgebieden nog andere locaties zijn waar windturbines ongewenst zijn, zoals stiltegebieden. Indiener benoemt daarnaast dat volgens de RES 1.0 ook andere aspecten in de beoordeling voor locaties van windturbines moeten worden meegenomen, zoals regionale meerwaarde, leefbaarheid, ruimtegebruik, landschap en milieu.

In onze gemeenten worden kleine windmolens op dit moment niet in de bestemmingsplannen benoemd. Maar ervaringen in andere gemeenten, waaronder buurgemeente Alphen-Chaam waar kleinschalige windmolens vaak zonder enkel maximum mogelijk zijn in het bestemmingsplan, leren ons dat defacto windparken van kleine windmolens niet ontstaan uit dit soort beleidsvoornemens. In het kleinschalig initiatievenkader stellen we aanvullend als eis dat er maximaal twee kleine windmolens worden geplaatst. De realisatie van een park van kleinschalige windmolens van maximaal 15 meter hoog is daarmee niet aan de orde en is daarnaast financieel ook niet aantrekkelijk voor een toekomstige initiatiefnemer. De normen, locaties en afwegingsfactoren die De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in indiener benoemt, hebben allen betrekking op het beleidskader. reguliere windturbines (waarbij op dit moment een gemiddelde ashoogte van 180 – 240 meter gebruikelijk is). Dit beleidskader vormt na vaststelling door de gemeenteraad een afwegingskader voor initiatieven voor kleine windmolens met een maximale hoogte van 15 meter. De invloed op de leefomgeving van beide ontwikkelingen is niet vergelijkbaar. Daarnaast maakt dit beleidskader geen initiatieven mogelijk, maar vormt het na vaststelling door de gemeenteraad slechts een afwegingskader.

Initiatieven die mogelijkerwijs ontstaan na vaststelling van het voorgenomen beleidskader kennen elk een eigen ruimtelijke procedure. In die 6

Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

C

Het mogelijk maken van de ontwikkeling van kleine windmolens is niet noodzakelijk voor het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen. Indiener stelt dat kleine windmolens niet noodzakelijk zijn voor het behalen van de doelstellingen uit de RES 1.0 en daarmee de noodzaak om windmolens überhaupt mee te nemen in het beleidskader ontbreekt.

Indiener 2 (ontvangen op 26-04-2022) Zienswijze A Het beleidskader is in proces onvoldoende parallel opgesteld met het vergelijkbare beleidskader voor kleinschalige initiatieven van de gemeente AlphenChaam.

procedure worden ze daarnaast getoetst aan alle geldende (milieu)regels. Veel landelijke milieuregels zullen echter niet van toepassing zijn, omdat de omvang van de kleine windmolens ervoor zorgt dat de impact op de omgeving minimaal is. Het kleinschalig initiatievenkader heeft niet als doel De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in om in de doelstellingen van de RES 1.0 te voorzien. het beleidskader. Voor onze gemeente is er tot 2030 ook slechts de doelstelling om vol in te zetten op zon op dak. Kleine windmolens leveren daarnaast ook geen serieuze bijdrage aan landelijke, regionale of gemeentelijke doelstellingen gezien de beperkte opwekcapaciteit, maar kunnen wel een grote rol spelen in de verduurzaming van de bedrijfsvoering van individuele ondernemers. Als gemeente willen we dit soort duurzame initiatieven faciliteren door helders kader te formuleren en geen onnodige drempels op te werpen. Dat vullen we een doelstelling in die niet voortkomt uit de RES 1.0 van de energieregio WestBrabant, maar uit ons eigen duurzaamheidsbeleid. Dat is voor ons de grondslag om kleine windmolens mee te nemen in dit beleidskader.

Reactie De gemeente Alphen-Chaam volgt een eigen planning in het opstellen van beleid. Uitgangspunt is altijd geweest dat de beleidsprincipes tussen beide gemeenten, meer dan

Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

7 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

-

-

-

Indiener stelt dat het kleinschalig initiatievenkader geen zorgvuldig proces heeft gekend waarbij inwoners uitgebreid zijn betrokken. Daarbij noemt indiener bijvoorbeeld dat het beleidskader een jaar na de eerste informatiebijeenkomst is gepubliceerd. Indiener mist daarnaast een bredere gemeentelijke visie op de toekomst en doelstellingen voor duurzaamheid. Omdat een vergelijkbaar beleidskader in de gemeente Alphen-Chaam is vastgesteld door de gemeenteraad, stelt indiener dat de status van dit voorgenomen beleidskader onduidelijk is voor inwoners. Indiener vraagt zich daarnaast af of beide kaders voldoende zijn afgestemd op elkaar en noemt het risico dat de grensgebieden tussen de gemeenten vol kunnen lopen met grotere initiatieven.

met andere buurgemeenten, vergelijkbaar zijn, maar het blijven twee afzonderlijke gemeenten. De conceptversie van het beleidskader is tot stand gekomen na overleg met stakeholders eind 2020 en een informatieavond in februari 2021. Daarnaast heeft de gemeenteraad kaders meegegeven voor het beleidskader in oktober 2021. Daarnaast heeft de gemeente het beleidskader via de gebruikelijke weg ter inzage gelegen, zodat iedereen inhoudelijk op het beleidsvoornemen kon reageren. Met het beleidskader maken we ontwikkeling van kleinschalige vormen van energieopwek niet meteen mogelijk, de gemeenteraad stelt alleen de kaders vast waarbinnen initiatiefnemers een aanvraag kunnen doen. Eventuele toekomstige projecten kennen allemaal nog een eigen ruimtelijke procedure, waarbij inwoners en andere belanghebbenden ook hun zienswijzen en ideeën kenbaar kunnen maken. Naast de gebruikelijke participatiemogelijkheden in een eventueel toekomstig project, worden direct omwonenden ook via een omgevingsdialoog betrokken bij het inrichtingsplan van het toekomstige project. Met dit beleidskader geven we uitvoering aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Baarle-Nassau, te weten de Duurzaamheidsvisie. In deze duurzaamheidsvisie staan doelen en ambities benoemd voor 2030 en 2050. Daarnaast gaan we met de vaststelling van het beleidskader niet over tot de uitvoering. Indien er aan de

8 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

hand van dit beleidskader projecten ontstaan, kennen deze zoals gezegd elk een eigen ruimtelijke procedure. In de conceptversie van het voorgenomen beleidskader en in teksten bij de publicatie ervan staat beschreven dat deze conceptversie pas definitief zal worden na vaststelling van de gemeenteraad van Baarle-Nassau. Tegen het vollopen van een bepaald gebied hebben we maatregelen genomen in de vorm van harde eisen, waaronder de eis van een bepaalde afstand tussen de velden. Deze afstanden en het beleidskader zijn tot stand gekomen met in achtneming van de draagkracht van het landschap. B

Zonnevelden horen niet bij kleinschalige opwek Indiener stelt dat zonnevelden per definitie horen tot grootschalige vormen van opwek. Indiener stelt dat beleid over zonnevelden een zorgvuldigere benadering dienen te hebben dan in het beleidskader aangegeven. Indiener stelt daarnaast dat onduidelijk in het beleidskader wordt vermeld dat duurzame projecten die mogelijk ontstaan uit dit beleidskader, niet meetellen in de te realiseren doelstellingen voor 2030 en 2050.

We zijn ons ervan bewust dat kleinschalig een subjectieve term is, die voor ieder een andere lading kan hebben. Wij zijn van mening dat kleine zonnevelden een vorm van kleinschalige opwek zijn en dat het voorgenomen beleidskader incl. toetsingscriteria voldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

Alle mogelijke toekomstige duurzame energieprojecten tellen bij voorbaat mee in onze eigen doelstellingen uit de Duurzaamheidsvisie voor 2030 en 2050. Eén van de ambities uit de Duurzaamheidsvisie is bijvoorbeeld dat we een evenredige bijdrage willen leveren aan de landelijke doelstelling om 49% CO2 te reduceren in 2030 tov 1990. Deze bijdrage komt zowel lokaal als regionaal tot stand. Mogelijke toekomstige kleinschalige initiatieven dragen bij aan deze doelstelling. Ook landelijk en regionaal tellen mogelijke toekomstige kleinschalige initiatieven mee. Maar de inzet op kleinschalige initiatieven betekent niet dat er in de aanpak tegen klimaatverandering niet ook nog grootschalige vormen van energieopwek nodig zijn. Over

9 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

grootschalige vormen van energieopwek organiseert de gemeente een ander beleidstraject. C

De omgevingsdialoog geeft onvoldoende participatiemogelijkheden. Indiener geeft aan dat het in onbewoonde gebieden voor kan komen dat er geen omwonenden zijn binnen 500 meter van een projectgebied. In dat geval is er geen sprake van participatie. Indiener stelt voor een tussenliggend inspraakplatform op te richten voor deze gevallen.

De omgevingsdialoog is bedoeld om direct omwonenden en de gemeente te betrekken bij het inrichtingsplan van een voorgenomen initiatief. Indien er geen direct omwonenden zijn, dan zijn er ook geen directe belanghebbenden om over de inrichting mee te denken. De gemeente blijft altijd een partij bij het opstellen van het inrichtingsplan. Daarnaast zorgen de harde eisen uit het beleidskader ervoor dat de landschappelijke inrichting een erg belangrijk onderdeel is dat zorgvuldig dient te worden voorbereid. Een extra inspraakplatform achten we voor de initiatieven waar dit beleidskader voor is bedoeld, niet in evenwicht.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

D

Werk het evaluatieproces op voorhand uit. Indiener stelt dat het evaluatieproces (dat na elke vijf projecten dat uit het kader ontstaat wordt opgestart) op voorhand moet worden uitgewerkt om te borgen dat de gemeente het beleid bijstelt indien daar uit de evaluatie aanleiding voor is. De indiener vraagt zich af wie bepaalt op welk moment de evaluatie plaatsvindt en welke partijen daarbij betrokken worden. De genoemde doelstelling in Hoofdstuk 2.1 is incorrect. Indiener stelt dat de genoemde doelstelling op bladzijde 11 van het beleidskader afwijkt van de genoemde doelstelling op bladzijde 11 van de Duurzaamheidsvisie.

Het moment van evaluatie blijkt uit het beleidskader, evaluatie vindt plaats na elke vijf projecten die mogelijkerwijs ontstaan. We zijn niet van mening dat het evaluatieproces op voorhand moet worden uitgewerkt om te borgen dat het ook leidt tot het bijstellen van het beleid indien voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding biedt.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

De teksten wijken niet af. Zowel in de Duurzaamheidsvisie als in het kleinschalig initiatievenkader staat dat onze doelstelling is dat we in 2050 een CO²-neutrale gemeente is, dat alle energie die we gebruiken op dat moment duurzaam is opgewekt en dat die opwek bij voorkeur plaats vindt op ons grondgebied of in de regio.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

E

10 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

F

Kleinschalige opwek telt niet mee voor in de opgave vanuit de RES voor na 2030. Indiener stelt dat in de huidige versie van de RES staat dat kleinschalige initiatieven niet meewegen in de opgave voor grootschalige opwek na 2030.

Met het voorgenomen beleidskader is het niet onze intentie om aan de opgave voor grootschalige opwek voor na 2030 te werken. Het doel van het beleidskader is om de initiatieven die vanuit onze lokale initiatiefnemers komen, te kunnen toetsen. We willen verdere drempels voor verduurzaming bij deze initiatiefnemers wegnemen.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

Of dat uiteindelijk gevolgen heeft voor de opgave voor grootschalige opwek, is op dit moment onbekend. De RES is een cyclisch proces waarbij we continu met onze partners om tafel zitten. Elke twee jaar herzien we de keuzes die in de RES zijn gemaakt en passen die waar nodig aan, bijvoorbeeld op basis van ontwikkelingen in het landelijke beleid of de uitkomsten van het aankomende participatieproces. De landelijke opgave voor na 2030 en hoe deze wordt ingevuld is op dit moment nog onbekend. Dat wil niet zeggen dat initiatieven, hoe klein ook, niet sowieso invloed hebben op de aanpak tegen klimaatverandering, maar dat deze niet de noodzaak voor grootschalige vormen van energieopwek vervangen. G

De gemeente moet actie ondernemen om de netcapaciteitsproblemen op te lossen. Indiener stelt dat de problemen op het elektriciteitsnet een strop zijn voor kleinschalige initiatieven. Indiener stelt dat de gemeenten het voortouw moeten nemen en zich zouden moeten inzetten voor het realiseren van opslagcapaciteit of extra netcapaciteit. Indiener vraagt daarnaast ook van de gemeenteraad een standpunt over de netproblematiek.

De beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet is een landelijk probleem en vraagt om landelijke acties. Ook in onze regio zijn er in de afgelopen jaren veel initiatieven in een hoog tempo bij gekomen. Deze groei ging sneller dan dat het hoogspanningsnet uitgebreid kon worden. Netbeheerders Enexis en Tennet zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de realisatie van de netinfrastructuur in onze regio en zij zijn bezig met

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

11 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

uitbreidingen en investeringen die de problemen op het net op zullen lossen. Dit zijn projecten die nog enkele jaren zullen duren. Daarnaast staat de netproblematiek hoog op de agenda van regionale en provinciale samenwerkingsverbanden zoals de Regionale Energiestrategie West-Brabant. Ook op landelijk niveau heeft het ministerie van EZK veel aandacht voor (het oplossen van) de knelpunten die de beperkte netcapaciteit met zich meebrengt. Als gemeente kunnen we geen verdere inspanningen doen om de problemen op het elektriciteitsnet sneller of beter te verhelpen dan alle inzet die de bovengenoemde partijen nu al plegen. Uiteraard volgen we de ontwikkelingen via de bovengenoemde overleggen op de voet. Overigens zijn er ook alternatieve manieren om kleinschalige vormen van duurzame opwek te realiseren die minder afhankelijk zijn van netcapaciteit of een netaansluiting. H

Recreatieterreinen en uitvalswegen van recreanten moeten in kaart worden gebracht en uitgesloten worden van duurzame opwek. Indiener stelt dat recreatieterreinen en uitvalswegen van recreanten (met name de natuur) ontzien moeten worden van duurzame energie. Indiener stelt dat voorkomen moet worden dat we recreanten confronteren met minder goed in het landschap passende zonneweides. Deze gebieden zullen daarvoor eerst in kaart worden gebracht.

De belangrijke natuurgebieden in onze gemeenten (de gebieden in het Natuurnetwerk Brabant en de verbrede beekdalen) zijn bij voorbaat uitgesloten voor energieopwek. Op bladzijde 68 van het beleidskader is een kaart opgenomen met alle uitsluitingsgebieden waarvan we bij voorbaat zeggen dat deze niet geschikt zijn voor energieopwek.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

Ook op andere locaties gaan we zorgvuldig met het landschap om. Een landschapsarchitectenbureau heeft voor ons in kaart gebracht welke maatregelen we kunnen

12 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

nemen om de impact van duurzame energie op het landschap zoveel mogelijk te minimaliseren. Daaruit is een set van harde eisen gekomen (in Hoofdstuk 8) waar een plan sowieso aan moet voldoen. Zo moet een initiatiefnemer een vast bedrag per m² aan de landschappelijke inpassing besteden om te voorkomen dat daarop beknibbeld wordt. Een plan voor de inrichting van een zonneveld wordt altijd in samenspraak met de omwonenden en de gemeente gemaakt. I

J

K

De gemeente moet een actievere rol pakken bij energieopwek bij VABs. Indiener stelt dat de gemeente in het geval van de VABlocaties te veel aan individuele ondernemers laat. Juist de locaties die vrijkomen vanwege stoppende agrariërs zouden geschikt kunnen zijn voor zonneparken. De gemeente zou een rol kunnen spelen in het investeren in opslagcapaciteit of netcapaciteit om dit soort initiatieven beter van de grond te krijgen. De uitsluitingsgebieden zijn te ongenuanceerd aangegeven. Indiener stelt dat het uit de kaart op bladzijde 68 niet duidelijk wordt welke gebieden zijn uitgesloten voor duurzame opwek. Voornamelijk de EVZ’s en de beekdalen zijn niet exact begrensd. Indiener geeft daarnaast aan dat het gewenst is het Bels Lijntje (vanuit de toeristische waarde en de positie als EVZ) ook uit te sluiten.

De gemeente heeft geen mogelijkheid om te investeren in netcapaciteit. Op dit moment heeft de gemeente geen voornemen om te investeren in opslagcapaciteit bij VABlocaties.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

De kaart op bladzijde 68 is een exact begrensde kaart waar de verbrede beekdalen breed op zijn gezet (met een brede zone eromheen). Wij zijn van mening dat de kaart voldoende houvast biedt. Het Bels Lijntje valt binnen de EVZ (ook op de kaart) en erkennen we uiteraard ook als zodanig. Dit betekent dat het Bels Lijntje extra bescherming geniet, ook als het gaat om initiatieven voor duurzame energie.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

De rondweg biedt kansen voor energieopwek die niet zijn benoemd in het beleidskader.

De A58 loopt niet door de gemeente Baarle-Nassau en is al zodanig ook niet als kans benoemd. De beide provinciale wegen die door de gemeente lopen (N260 & N639) zijn in

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

13 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

Indiener geeft aan dat voornamelijk de A58 als snelweg en bedrijventerreinen worden genoemd als kansrijke locaties, maar dat de rondweg ook kansen biedt die niet zijn benoemd. Landschappelijke inpassing moet geen pleister zijn Indiener uit zorgen dat zonnevelden alleen rendabel zijn, met de gevraagde investeringen in landschappelijke inpassing, als de termijn van 25 jaar niet wordt gehandhaafd. Indiener uit zorgen dat initiatiefnemers onder het mom van extra investeringen in de landschappelijke inpassing eigenlijk willen bewerkstelligen dat een zonneveld langer dan de genoemde 25 jaar blijft bestaan.

het kader in deze paragraaf (categorie ja, mits) wel benoemd.

De eisen die we stellen aan landschappelijke inpassing laten zien dat we dit belangrijk vinden. Zo dient een initiatiefnemer een vast bedrag per m² te besteden aan de landschappelijke inpassing, zodat we zeker weten dat daar niet op beknibbeld wordt. De tijdelijksheidseis komt voort uit provinciale regelgeving. Daarvan kunnen wij niet afwijken. Een initiatiefnemer die zijn zonneveld langer dan 25 jaar zou willen exploiteren, zal hiervoor een nieuwe vergunningsaanvraag moeten doen. Die zal dan aan het op dat moment vigerende beleid moeten voldoen.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

M

De trede nee, tenzij van de zonneladder zou ook moeten gelden voor kleine windmolens. Indiener stelt dat de andere tredes van de zonneladder wel voor kleine windmolens gelden, maar de trede nee, nooit, zoals beschreven in hoofdstuk 7 van het beleidskader, niet. Deze trede met uitsluitingen zou ook moeten gelden voor kleine windmolens. In de paragraaf nee, nooit, staan volgens indiener niet alle beekdalen die uitgesloten dienen te worden van initiatieven.

We hanteren alleen een zonneladder en geen windladder. De kaart met uitsluitingsgebieden (bladzijde 68) geldt echter voor beide vormen van opwek. De gebieden uit trede nee, nooit, staan in deze uitsluitingskaart en gelden dus ook voor kleine windmolens. De opsomming van beekdalen in deze paragraaf (nee, nooit) is niet alomvattend. Op de uitsluitingskaart (bladzijde 68) staan alle gebieden die gevrijwaard worden van initiatieven.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

N

Kleine windmolens zijn niet rendabel en minder goed landschappelijk in te passen. Indiener geeft aan dat kleine windmolens bij voorbaat niet rendabel zijn en daarom geen plaats zouden moeten hebben in de gemeente. Indiener geeft daarnaast aan dat kleine windmolens landschappelijk minder inpasbaar zijn dn zonnevelden. Indiener geeft

Op dit moment zijn er meerdere modellen van kleine windmolens op de markt die op overige locaties in het land een goede oplossing blijken te zijn voor de ondernemer die zijn of haar bedrijfsvoering wil verduurzamen. In onze organisatie zijn meerdere signalen bekend van ondernemers die deze stap overwegen. Met het

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

L

14 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

O

daarnaast aan dat het bestemmingsplan van het buitengebied kleine windmolens nu niet toestaat en vraagt zich af waarom het college voorstelt dit nu te veranderen.

voorgenomen beleidskader maken we beter dan in de verscheidene bestemmingsplannen duidelijk wat voor ons betreft daar de voorwaarden bij zijn. Op dit moment worden in de huidige bestemmingsplannen van de gemeente Baarle-Nassau kleine windmolens niet genoemd. Vanuit duurzaamheidsperspectief willen we (voornamelijk) ondernemers handelingsperspectief bieden in de verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Het onder duidelijke voorwaarden toestaan van kleine windmolens op specifieke locaties past volgens ons hierbij.

Het is niet de bedoeling dat kleinschalige opwek wordt vervangen op dezelfde locatie door grootschalige initiatieven. Indiener stelt dat in het beleidskader staat dat kleinschalige initiatieven na 2030 worden vervangen door grootschalige initiatieven. Indiener stelt dat we in het beleidskader moeten aangeven dat dit niet de bedoeling is.

Naar onze mening staat in het voorgenomen beleidskader niet dat op locaties waar na vaststelling van het beleidskader kleinschalige opwek ontstaat, deze opwek later wordt vervangen door grootschalige opwek. We willen graag eerst in gesprek met onze inwoners voordat we invullen waar grootschalige vormen van energieopwek wel of niet passen.

De zienswijze leidt niet tot een aanpassing in het beleidskader.

15 Nota van Zienswijzen Kleinschalig initiatievenkader voor duurzame opwek gemeente Baarle-Nassau

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11729004/1