Bijlage 2 - Juridische verduidelijkingen eindadvies expertgroep
Tekst van het document
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2021-01-18
MAATSCHAPPELIJKE ZETEL – BEOORDELING RECHTSGELDIGHEID Het land van maatschappelijke zetel bepaalt welk recht van toepassing is voor een limitatieve lijst van aangelegenheden.
Benelux-verdrag, art. 7 Verkrijging van rechtspersoonlijkheid De ondertekende oprichtingsakte van een BGTS wordt neergelegd en bekendgemaakt volgens de voorschriften van het interne recht van de Partij waar de maatschappelijke zetel gelegen is. De BGTS verkrijgt rechtspersoonlijkheid op de datum van deze bekendmaking. Benelux-verdrag, art. 11 (2) Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de maatschappelijke zetel van toepassing op: a. het opstellen, zonder afbreuk te doen aan artikel 6, en de interpretatie van de statuten; b. het beoordelen van de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die door de organen van een BGTS worden gesteld; c. de aansprakelijkheid van een BGTS ten opzichte van haar deelnemers; d. de aansprakelijkheid van de deelnemers voor handelingen van een BGTS ten opzichte van derden; e. de actieve en passieve openbaarheid van bestuur; f. de arbeidsverhoudingen met personeelsleden die daadwerkelijk bij de maatschappelijke zetel werkzaam zijn overeenkomstig de bepalingen van de vigerende Europese regelgeving ter zake; g. de overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS, tenzij de opdracht uitsluitend verbonden is aan een specifieke vestiging; h.
de ontbinding en de vereffening van een BGTS, zonder afbreuk te doen aan de rechten van de personeelsleden en derden die verbonden zijn aan een specifieke vestiging op grond van de op hen toepasselijke regelgeving. Benelux-verdrag, art. 13 4. De boekhouding van een BGTS wordt gevoerd overeenkomstig de regelgeving die in de Partij waar zij haar maatschappelijke zetel heeft, van toepassing is op de boekhouding van ondernemingen en met naleving van eventuele richtlijnen van de gezamenlijke toezichthouder. 5. De controle op de financiële toestand, op de begroting en de jaarrekening en op de rechtmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening, wordt uitgeoefend door een of meer commissarissen die door de algemene vergadering worden benoemd onder de erkende revisoren of accountants van de Partij waar de BGTS haar maatschappelijke zetel heeft. Zij zijn onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die hun ambt en hun bevoegdheid regelen. 6. De door de algemene vergadering goedgekeurde jaarrekening van een BGTS wordt, samen met het verslag van de in het vorige lid genoemde commissaris of commissarissen, bekendgemaakt op de wijze die in de regelgeving van de Partij waar deze BGTS haar maatschappelijke zetel heeft, voorzien is voor de jaarrekeningen van ondernemingen.
Zij wordt binnen de vijf werkdagen na deze bekendmaking eveneens aan de toezichthouder en het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie bezorgd.
Beoordelen van de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die door de organen van een BGTS worden gesteld (Benelux-verdrag, art. 11 (2) b)
1
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
Hierbij dient het onderscheid gemaakt te worden tussen: 1) bevoegdheden eigen aan de rechtspersoon enerzijds, en 2) andere bevoegdheden van de rechtspersoon anderzijds. Ad 1) bevoegdheden eigen aan de rechtspersoon
Door het verwerven van rechtspersoonlijkheid, zal de BGTS zelfstandig kunnen deelnemen aan het rechtsverkeer. Zo zal de BGTS vb. zelf overheidsopdrachten kunnen plaatsen, eigen personeel in dienst nemen, een eigen boekhouding voeren, e.d. In voorkomend geval, specifieert het Benelux-verdrag bovendien welke organen van de BGTS bepaalde rechtshandelingen kunnen of moeten verrichten (vb. de goedkeuring van de jaarrekeningen door de algemene vergadering). Ook zullen ook de statuten nadere regels dienaangaande bevatten. Dit betreft bevoegdheden inherent aan de rechtspersoon. De beoordeling van de rechtsgeldigheid van de desbetreffende rechtshandelingen van de enclaveraad en het enclavecollege van de BGTS Baarle, valt onder het recht dat van toepassing is in het land van de maatschappelijke zetel. Ad 2) andere bevoegdheden van de rechtspersoon
Aan de BGTS kunnen ook andere bevoegdheden worden toegekend door middel van een bevoegdheidsoverdracht door de deelnemers aan de BGTS. Zo is principieel besloten om bij aanvang (of van zodra juridisch mogelijk) bevoegdheden over te dragen inzake mobiliteit en afvalinzameling. De afbakening van de voorgenomen bevoegdheidsoverdracht dient nog nader geconcretiseerd te worden. Daarnaast zullen de statuten tevens de organen van de BGTS beslissingsbevoegdheid toekennen inzake andere samenwerkingsmateries. De beoordeling van de rechtsgeldigheid van deze rechtshandelingen valt niet onder de bepaling van art. 11 (2) van het Benelux-verdrag. De rechtshandelingen in het kader van deze bevoegdheden dienen cumulatief te voldoen aan het interne recht van zowel Vlaanderen c.q. België als Nederland. Besluiten van de enclaveraad en het enclavecollege in het kader van deze bevoegdheden zijn bijgevolg ook onderworpen aan het toezicht van beide landen.
CONCLUSIE Het primeren van het interne recht in de rechtsbetrekkingen tussen de BGTS en derden is de algemene regel, terwijl de toepasbaarheid van het recht van de maatschappelijke zetel op het beoordelen van de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die door de organen van een BGTS worden gesteld, als bedoeld in artikel 11(2)(b), slechts betrekking heeft op de uitoefening van de bevoegdheden inherent aan de rechtspersoon.
2
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
ADMINISTRATIEF TOEZICHT EN MAATSCHAPPELIJKE ZETEL Het administratief toezicht op de besluiten van de deelnemers is geregeld door het intern recht van elke deelnemer. Op de besluiten van de BGTS geldt het cumulatief toezicht van beide landen. De overheden die volgens het intern recht bevoegd zijn voor het toezicht, kunnen gezamenlijk één toezichthouder aanwijzen die instaat voor het algemeen administratief toezicht op de BGTS. Benelux-verdrag, art. 11 (1) Voor zover aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur werden toegekend, worden de rechtsbetrekkingen met de aan de BGTS rechtsonderhorige natuurlijke en rechtspersonen en de daaraan verbonden rechtsgang geregeld door het recht dat van toepassing zou zijn als de deelnemende overheden zelf de toegekende bevoegdheden hadden uitgeoefend. De in het kader van deze bevoegdheden genomen beslissingen van een BGTS vermelden uitdrukkelijk de mogelijkheden tot beroep. Benelux-verdrag, art. 13 (1), (2) en (3) Administratief en financieel toezicht 1. Op alle beslissingen van de deelnemers in verband met een BGTS blijven de administratieve toezichtprocedures van het interne recht van toepassing. 2.
De overheden die volgens het interne recht bevoegd zijn voor het administratief toezicht op de deelnemers, kunnen gezamenlijk één toezichthouder aanwijzen die instaat voor het algemene administratieve toezicht op een BGTS en voorts de toezichtprocedure regelen. Deze toezichthouder zorgt voor de behartiging van de belangen van alle deelnemers uit elk van de betrokken Partijen. Het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie biedt desgevallend secretariële en administratieve ondersteuning aan de toezichthouder. 3. Vooraleer de gezamenlijke toezichthouder dwingende maatregelen neemt ten opzichte van een BGTS, stelt hij de overheden die hem hebben aangewezen hiervan op de hoogte, tenzij deze maatregelen geen uitstel dulden.
Hoe verhoudt het administratief toezicht op de besluiten van de BGTS zich tot de bepalingen inzake toepasbaar recht van het land van maatschappelijke zetel (Benelux-verdrag, art. 11 en 13) De besluiten genomen door de organen van de BGTS dienen cumulatief te voldoen aan het intern recht van de deelnemers. Logischerwijs volgt uit art. 13 (2) dat het administratief toezicht op deze besluiten cumulatief gevoerd wordt door de overheden die volgens het intern recht bevoegd zijn voor het toezicht op de deelnemers van de BGTS. De bepalingen van de art. 11 (1) inzake de rechtsbetrekkingen tussen de BGTS en haar rechtsonderhorigen en de daaraan verbonden rechtsgang, bevestigen dit. Op dit moment is geen intentie van toezichthoudende overheden bekend om één gezamenlijke toezichthouder aan te wijzen. Bij het oprichten van de BGTS kan en hoeft deze mogelijkheid dan ook niet in rekening genomen te worden. Bovendien leggen de deelnemers onderlinge afspraken in de statuten vast. Deze afspraken hebben an sich geen betrekking op de verhoudingen met deze toezichthoudende 3
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
overheden. Indien de toezichthoudende overheden alsnog besluiten om één toezichthouder aan te wijzen, dan heeft dit geen invloed op de statuten. De memorie van toelichting bij het Benelux-verdrag verduidelijkt voorts met betrekking tot art. 11 (1) dat het principe altijd primeert dat de rechtsbetrekkingen tussen BGTS en derden in geval van bevoegdheidsoverdracht altijd geregeld blijven door het interne recht dat van toepassing zou zijn als de deelnemende overheden de toegekende bevoegdheid zelf hadden uitgeoefend. Nochtans stipuleert art.11 (2) de aangelegenheden waarvoor enkel het intern recht van het land van maatschappelijke zetel van toepassing is. Zo bepaalt art. 11 (2) b dat het beoordelen van de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die door de organen van de BGTS worden gesteld, gebeurt volgens het intern recht van het land van de maatschappelijke zetel. Voor de juiste interpretatie hiervan dient te worden teruggegrepen naar het eerder gemaakt onderscheid tussen: 1) bevoegdheden eigen aan de rechtspersoon enerzijds, en 2) andere bevoegdheden anderzijds. De “eigen” bevoegdheden van de BGTS zullen niet zozeer of in elk geval niet rechtstreeks tot rechtsverkeer tussen de BGTS en derden leiden (vb. goedkeuring van de jaarrekeningen); wanneer zij wel aanleiding geven tot wisselwerking tussen de BGTS en welbepaalde personen of ondernemingen (vb.
in het kader van indienstneming van personeel of de plaatsing van overheidsopdrachten), werd ervoor gekozen om het principe los te laten dat deze aangelegenheden cumulatief aan het intern recht van alle deelnemers dienden te voldoen, omdat dit in de praktijk tot moeilijkheden leidde, aldus de memorie van toelichting bij het Beneluxverdrag. Gelet op deze toelichting, kan gesteld worden dat ook het toezicht op deze aangelegenheden, en voor zover er sprake is van verbintenissen jegens derden, de rechtsbetrekkingen met derden en de daaraan verbonden rechtsgang, uitsluitend verbonden is aan het land van de maatschappelijke zetel.
CONCLUSIE Ten aanzien van beslissingen van de deelnemers in verband met de BGTS (inclusief de oprichting van de BGTS) geldt cumulatief het interne toezicht waar elke deelnemer aan onderworpen is. Hetzelfde geldt ten aanzien van besluiten van de bestuursorganen van de BGTS, alsof de deelnemers deze besluiten zelf hadden genomen. Alleen ten aanzien van de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de besluiten betreffende de eigen bevoegdheden van de BGTS, geldt uitsluitend het recht van de maatschappelijke zetel.
4
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
VESTIGING – OVERHEIDSOPDRACHTEN Een BGTS kan op het grondgebied van de landen waartoe de deelnemers behoren, één of meer vestigingen oprichten. In dergelijk geval bepaalt het land van vestiging het toepasselijk recht voor een beperkt aantal aangelegenheden. Benelux-verdrag, art. 11 (3) Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de plaats van een eventuele vestiging van toepassing op: a. de arbeidsverhoudingen met personeelsleden die daadwerkelijk bij deze vestiging werkzaam zijn overeenkomstig de bepalingen van de vigerende Europese regelgeving ter zake; b. de overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS en die uitsluitend verbonden zijn aan deze vestiging.
Interpretatie van de bepaling dat het recht van het land van vestiging van toepassing is voor overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS en die uitsluitend verbonden zijn aan de vestiging (Benelux-verdrag art. 11 (3) b) De mogelijkheid van de oprichting van vestigingen, werd verkeerdelijk in overweging genomen als eventuele oplossing ten behoeve van soepelheid inzake toepasselijk recht voor wat het plaatsen van overheidsopdrachten betreft. Het Benelux-verdrag bepaalt immers in beperkende zin dat het om overheidsopdrachten dient te gaan die uitsluitend aan de betreffende vestiging zijn verbonden, wat gezien de specifieke situatie in Baarle onwerkbaar lijkt. De eventuele wens om een vestiging op te richten, volgde uit de vermeende meerwaarde van, naargelang van het geval, keuzevrijheid bij het plaatsen van overheidsopdrachten, te weten tussen het toepasselijk recht voor de maatschappelijke zetel en dat van de vestiging. Een restrictieve interpretatie van art. 11 (3) b sluit evenwel deze keuzevrijheid uit. Ook art. 11 (2) g lijkt dit uit te sluiten. Noch de bepaling van art. 11 (3) b, noch de memorie van toelichting ter zake, verschaffen overigens duidelijkheid of deze beperking geografisch dan wel bevoegdheidsgebonden dient gelezen te worden.
Overheidsopdrachten en BGTS De oprichting van een BGTS Baarle met bevoegdheidsoverdracht hoeft echter geen inperking van de gewenste flexibiliteit op vlak van overheidsopdrachten te betekenen. Een bevoegdheidsoverdracht op vlak van mobiliteitsbeleid houdt bv. niet automatisch in dat enkel de BGTS een studiebureau kan aanduiden voor de opmaak van een mobiliteitsstudie op basis waarvan de BGTS een gezamenlijk mobiliteitsbeleid formuleert. Om de gewenste flexibiliteit te realiseren, zowel voor overgedragen bevoegdheden als voor de andere samenwerkingsmateries, kan er in de statuten steeds de keuze geboden worden tussen 3 rechtspersonen: — ofwel plaatst de BGTS een overheidsopdracht (na mandatering door de bevoegde organen van de BGTS)
5
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
— ofwel plaatst de gemeente Baarle-Nassau een overheidsopdracht (na overleg met en instemming van de gemeente Baarle-Hertog) — ofwel plaatst de gemeente Baarle-Hertog een overheidsopdracht (na overleg met en instemming van de gemeente Baarle-Nassau) Afhankelijk van de taakomschrijving van de BGTS kan er voor gekozen worden om de mogelijkheid te behouden dat naast de BGTS, ook beide afzonderlijke gemeenten bijvoorbeeld een opdracht kunnen verstrekken aan een studiebureau. Afhankelijk van de keuze zal het recht van het land van de maatschappelijke zetel van de BGTS Baarle, resp. het recht van het land van de gemeente Baarle-Nassau resp. Baarle-Hertog van toepassing zijn. Uiteraard is een secure taakomschrijving van de BGTS op dit vlak aangewezen. Wanneer het plaatsen van de overheidsopdracht inherent deel zou uitmaken van het uitoefenen van een overgedragen bevoegdheid zelf (bv. de opdracht van afvalinzameling), zal enkel de BGTS deze kunnen plaatsen en zal altijd het recht van het land van de maatschappelijke zetel van toepassing zijn.
CONCLUSIE De bepalingen inzake het toepasselijk recht van het land van vestiging op overheidsopdrachten die uitgaan van de BGTS lijken niet werkbaar in de specifieke context van Baarle. Er bestaan evenwel andere oplossingen om ten aanzien van overheidsopdrachten de nodige flexibiliteit te behouden, met name door de BGTS slechts te belasten met het plaatsen van overheidsopdrachten na mandatering door de bevoegde organen, conform de statuten.
6
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
BEVOEGDHEIDSOVERDRACHT Aan de BGTS kunnen bevoegdheden van regeling en bestuur worden overgedragen. Benelux-verdrag, art. 5 Toekenning van bevoegdheden van regeling en bestuur De deelnemers genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, en hun samenwerkingsverbanden kunnen aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur toekennen als het interne recht van de Partijen dit toelaat.
Wat zijn bevoegdheden van regeling en bestuur (Benelux-verdrag, art. 5) De door het Benelux-verdrag gehanteerde terminologie met betrekking tot de mogelijkheid van bevoegdheidsoverdracht1, is onbestaand in zowel het Belgisch als het Vlaams recht. Ze stamt uit het Nederlands recht (o.m. wet gemeenschappelijke regelingen). Met deze begrippen wordt in het Benelux-verdrag aangeduid dat taken en bijhorende bevoegdheden, binnen de grenzen van het intern recht van elk der deelnemers, aan de BGTS kunnen gedelegeerd worden. De mogelijkheid van overdracht wordt bij voorkeur restrictief geïnterpreteerd, met name in het licht van de (grond)wettelijke vereisten die in beide landen gelden. — bevoegdheden van bestuur: bevoegdheden om beleid op hoofdlijnen tot stand te brengen. — bevoegdheden van regeling: bevoegdheden in de uitvoerende sfeer, cfr. ook de beheersoverdracht in de zin van het Vlaams decreet lokaal bestuur (DLB): de uitvoering van door deelnemers genomen beslissingen in het kader van de doelstellingen van het samenwerkingsverband.
Een bevoegdheidsoverdracht dient dus steeds getoetst te worden aan wat volgens het intern recht van beide deelnemers kan. De deelnemers mogen niet meer bevoegdheden aan de BGTS toekennen dan ze zelf bezitten en de toekenning van bevoegdheden is uitgesloten als het intern recht dit verbiedt. Gaat het bv. om expliciet bij wet aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, dan is een overdracht ervan aan de BGTS uitgesloten. Te denken valt aan de bevoegdheid om belastingen in te voeren en te heffen. Een bevoegdheidsoverdracht is tevens uitgesloten als dit op gespannen voet komt te staan met de interne bevoegdheidsverdeling voor een bepaalde materie. Zo kan het zijn dat een bevoegdheid voor een bepaalde materie bij wet- en regelgeving in de ene gemeente bij een ander orgaan is belegd dan in de andere gemeente. Overdracht van die bevoegdheid naar de BGTS is dan ook niet mogelijk of wenselijk. Terughoudendheid zou voorts ook de regel moeten zijn voor zaken die direct verband houden met de rechtsbetrekkingen tussen bestuur en burger. Zo lijkt het stellen en afdwingen van verkeersregels bezwaarlijk onderdeel te kunnen uitmaken
1 Wanneer in dit document gesproken wordt over bevoegdheidsoverdracht, wordt het
delegeren van bevoegdheden bedoeld. 7
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
van een bevoegdheidsoverdracht inzake mobiliteit aan de BGTS, daar deze deel uitmaken van de politionele taken van de overheid. CONCLUSIE De notie “bevoegdheden van regeling en bestuur” dient restrictief te worden geïnterpreteerd. Het betreft in wezen slechts die aspecten die ook in een binnenlandse context naar een samenwerkingsverband kunnen worden overgeheveld.
8
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
RECHTSGEVOLGEN VAN BESLUITEN VOOR DEELNEMERS EN DERDEN De concrete verplichtingen van de deelnemers van de BGTS dienen statutair te worden vastgelegd. Benelux-verdrag, art. 4 (4) Een BGTS geniet in elke Partij de ruimste handelingsbekwaamheid die in de wetgeving van deze Partij aan rechtspersonen wordt toegekend, waaronder ten minste de bevoegdheid om: a. roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden; b. personeel in dienst te nemen; c. over een eigen begroting en bankrekening te beschikken en deze te beheren; d. in rechte op te treden. Benelux-verdrag, art. 6 (2) De statuten van een BGTS regelen ten minste de volgende onderwerpen: a. de naam en de eventuele afkorting; b. de locatie en de exacte adressen van de maatschappelijke zetel en de eventuele vestigingen; c. het maatschappelijk doel; d. de duur van de samenwerking, die onbepaald kan zijn, alsmede de wijze van verlenging van de looptijd en van beëindiging; e. de taken, de bevoegdheden en de werkwijze; f. de lijst van de deelnemers, hun financiële deelname, alsmede de wijze van toetreding en uittreding van de deelnemers; g. de wijze van aanstelling van de leden van de bestuurs- en controleorganen; h. de wijze waarop de vertegenwoordiging in rechte is geregeld; i. de verplichtingen van de deelnemers; j. de wijze waarop een BGTS en haar activiteiten worden gefinancierd. Benelux-verdrag, art.
11 (1) Voor zover aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur werden toegekend, worden de rechtsbetrekkingen met de aan de BGTS rechtsonderhorige natuurlijke en rechtspersonen en de daaraan verbonden rechtsgang geregeld door het recht dat van toepassing zou zijn als de deelnemende overheden zelf de toegekende bevoegdheden hadden uitgeoefend. De in het kader van deze bevoegdheden genomen beslissingen van een BGTS vermelden uitdrukkelijk de mogelijkheden tot beroep.
Zijn de deelnemers en derden gebonden door besluiten van de BGTS (Benelux-verdrag, art. 6) In het Benelux-verdrag wordt nergens expliciet vermeld of en in welke mate handelingen en besluiten van een BGTS de deelnemers ervan binden of automatisch rechtsverkeer tussen BGTS en derden tot stand brengen. Een onderscheid kan gemaakt worden tussen: 1) besluiten en rechtshandelingen in het kader van bevoegdheden eigen aan de BGTS 2) besluiten in het kader van overgedragen bevoegdheden 3) besluiten m.b.t. niet-overgedragen bevoegdheden
9
BGTS BAARLE - JURIDISCHE VERDUIDELIJKINGEN
2019-10-10
Ad 1) besluiten en rechtshandelingen in het kader van bevoegdheden eigen aan de BGTS
Op grond van art. 4 (4) van het Benelux-verdrag, geniet een BGTS de ruimste handelingsbekwaamheid die op grond van het intern recht van de deelnemers aan rechtspersonen wordt toegekend. Het lijkt logisch te stellen dat de deelnemers en derden gebonden zijn door besluiten van de BGTS in het kader van deze eigen bevoegdheden van de BGTS. De verdragsbepalingen inzake de aansprakelijkheid van de BGTS en van de deelnemers (art. 12) en met betrekking tot de maatschappelijke zetel van de BGTS (art. 11 (2)) bevestigen deze aanname. Ad 2) besluiten in het kader van overgedragen bevoegdheden
Het Benelux-verdrag bepaalt niet zelf wat de rechtsgevolgen voor de deelnemers zijn van besluiten van de BGTS in het kader van aan de BGTS overgedragen bevoegdheden. Het bepaalde in art. 6 (2) e en i (de statuten bepalen de taken, bevoegdheden en werkwijze alsook de verplichtingen van de deelnemers) duidt er in elk geval op dat deze besluiten van de BGTS rechtsgevolgen voor de deelnemers kunnen hebben. Wat betreft eventuele rechtsgevolgen voor derden, blijft het Benelux-verdrag stilzwijgend, met uitzondering van art. 11 (1) dat impliceert dat het in geval van bevoegdheidsoverdracht geenszins uitgesloten is dat de BGTS besluiten neemt die rechtsgevolgen hebben voor derden, alsof de betrokken deelnemers deze besluiten zelf hadden genomen. Aangaande de vraag of het volstaat om de rechtsgevolgen voor derden statutair vast te leggen (cfr. art. 6 (2)), geeft het verdrag evenwel geen uitsluitsel. Ad 3) besluiten m.b.t. niet-overgedragen bevoegdheden
Ten aanzien van besluiten van de BGTS die betrekking hebben op samenwerkingsmateries die geen voorwerp van een bevoegdheidsoverdracht uitmaken, biedt het Benelux-verdrag evenmin duidelijkheid. In elk geval lijkt het uitgesloten dat deze besluiten rechtstreeks rechtsgevolgen voor derden (waaronder burgers) kunnen hebben. Art. 11 (1) handelt immers enkel over de rechtsbetrekkingen met rechtsonderhorigen en de daaraan verbonden rechtsgang voor zover aan de BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur werden toegekend. Omwille van de noodzakelijke continuïteit van beleid en rechtszekerheid voor derden is dan ook voorzichtigheid geboden en dient elke mogelijke juridische speculatie in deze uitgesloten te worden. Dit kan enkel gewaarborgd worden door statutair in te bouwen dat elke beslissing van de BGTS door de bevoegde organen van de deelnemers achteraf bekrachtigd (“overgenomen”) dient te worden. Als dusdanig zullen enerzijds de deelnemers gebonden zijn door besluiten van de BGTS en kunnen burgers en derden anderzijds steunen op juridische zekerheid.
CONCLUSIE De bestaande dubbele bekrachtiging achteraf van de gezamenlijk genomen besluiten wordt best behouden, teneinde elke onzekerheid of discussie uit te sluiten. 10