Bijlage 2 Dekkingsplan GGO MWB
Tekst van het document
Dekkingsplan gebiedsgerichte opkomsttijden 2024-2027 Brandweer Midden- en WestBrabant
Voorwoord Voor u ligt het Dekkingsplan 2024-2027 van Brandweer Midden- en West-Brabant (Brandweer MWB). Minimaal eens per vier jaar stelt de brandweer dit plan op. Het plan beschrijft welke operationele prestaties wij de komende jaren gaan leveren, welke taken wij uitvoeren en welke middelen wij inzetten om de (basis-) brandweerzorg te leveren. Dit dekkingsplan is wezenlijk anders dan de voorgaande plannen. Met dit nieuwe dekkingsplan worden de objectgerichte opkomsttijden losgelaten. Deze worden vervangen door gebiedsgerichte opkomsttijden, waarbij we naar de prestatie in een gebied (CBS buurt) kijken en niet naar één specifiek gebouw (object). Dit gebeurt op basis van een landelijke standaard voor het berekenen en opstellen van dekkingsplannen. Hiermee worden de regionale dekkingsplannen van de 25 afzonderlijke Veiligheidsregio’s eenduidig en met elkaar vergelijkbaar. De systematiek gebiedsgerichte opkomsttijden kijkt naar de operationele prestaties bij gebouwbranden. In dit dekkingsplan zijn de verwachte prestaties beschreven op het gebied van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Op basis van deze verwachte prestaties wordt per gebied een waardering ‘goed/voldoende/onvoldoende’ gegeven.
Nieuw is dat voor zogenaamde aandachtobjecten, objecten waar de opkomsttijd meer is dan 3 minuten boven de streeftijd, een advies gevraagd wordt van de gemeente in samenspraak met de brandweer over hoe om te gaan met deze objecten. Verder beschrijven we of er objecten zijn die buiten de maximale opkomsttijd van 18 minuten bereikt worden en welke maatregelen de gemeente en brandweer neemt voor deze objecten.
De nieuwe methodiek van dekkingsplannen werkt niet alleen door in een nieuwe blik op het beoordelen van de brandweerprestaties. Door het toepassen ervan wordt de beoordeling bovendien een cyclisch proces, waarin de brandweer vaker dan de wettelijke vierjaarlijkse termijn kan analyseren of het wenselijk is om conclusies en maatregelen bij te stellen. De integratie tussen risicobeheersing en incidentbestrijding is expliciet onderdeel van de systematiek, waardoor de samenhang tussen het voorkomen en bestrijden van brand wordt versterkt.
Met dit dekkingsplan beogen we een adequate en professionele brandweerzorg te organiseren.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 2
Inhoud Voorwoord .................................................................................................................................. 2 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1.1 Gebiedsgerichte opkomsttijden ........................................................................................... 5 1.2 Dekkingsacht ........................................................................................................................ 7 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................................... 11 Processtap 1: Dekking bijstellen ............................................................................................................ 12 2.1 Interne ontwikkelingen....................................................................................................... 13 2.2 Externe ontwikkelingen ...................................................................................................... 15 Processtap 2: Dekking beschrijven ........................................................................................................
18 3.1 Doel .................................................................................................................................... 19 3.2 Data over uitruktijden ........................................................................................................ 19 3.3 Beschrijving onderdelen ..................................................................................................... 19 3.4 Prognose opkomsttijd ......................................................................................................... 20 3.5 Capaciteit ............................................................................................................................ 23 3.6 Paraatheid .......................................................................................................................... 27 Processtap 3: Dekking beoordelen ........................................................................................................ 33 4.1 Doel .................................................................................................................................... 34 4.2 Indeling gebieden in categorieën ....................................................................................... 34 4.3 Beoordeling snelheid tankautospuit ..................................................................................
36 4.4 Beoogd beoordelingskader slagkracht ............................................................................... 41 4.5 Beoordelingskader Grootschalig Brandweeroptreden ....................................................... 42 4.6 Beoogd beoordelingskader Ondersteuningseenheden ...................................................... 42 4.7 Conclusie ............................................................................................................................ 44 Processtap 4: Dekkingsplan vaststellen ................................................................................................. 45 Processtap 5: Uitvoering bijstellen ........................................................................................................ 47 Processtap 6: Dekking uitvoeren ........................................................................................................... 49 Processtap 7: Uitvoering beoordelen .................................................................................................... 51 Bijlagen .................................................................................................................................................. 54 Bijlage 1: Toelichting op de gebruikte data ..............................................................................
55 Bijlage 2: Reactieve personele beschikbaarheid van posten met vrijwillige bezetting ............ 63 Bijlage 3: Gebieden met een hogere opkomsttijd dan de norm .............................................. 64 Bijlage 4: Aandachtsobjecten ................................................................................................... 65
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 3
Inleiding
1.1 Gebiedsgerichte opkomsttijden Met het nieuwe dekkingsplan 2024-2027 wordt gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) geïntroduceerd in plaats van object gebonden opkomsttijden. Dit vraagt om een toelichting. In het rapport “Ter Plaatse!1” van de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) werd geconstateerd dat de in de wet genoemde opkomsttijden “slechts marginaal” werden behaald. Dit werd vervolgens meegenomen in het landelijke rapport RemBrand “Brandveiligheid is een coproductie”2. De conclusie van dit rapport was dat brandveiligheid uiteindelijk altijd een ketenresultaat is. Het is belangrijk om binnen alle onderdelen van de veiligheidsketen verbeteringen door te voeren, passend bij de huidige en toekomstige risico’s. De opdracht van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) voor de ontwikkeling van een landelijke handreiking was: “voer een systeem in van gebiedsgerichte opkomsttijden, ondersteund door een uniforme methodiek voor dekkingsplannen.” Het doel van deze handreiking is daarmee om te komen tot een landelijk uniforme systematiek waarmee risicogebieden, de bijbehorende opkomsttijden en het maken van een dekkingsplan kunnen worden uitgewerkt.
Het idee achter RemBrand was om meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid, waarbij voor het eerst gekeken werd naar de gehele keten van brandveiligheid en niet alleen naar de opkomsttijden en de voertuigbezetting. Hierbij werd gezocht naar het antwoord op de vraag hoe we op het gebied van brandveiligheid nu echt iets kunnen veranderen.
1
Ter plaatse!, 2012, Inspectie JenV
2
RemBrand “Brandveiligheid is een coproductie”, mei 2015, Brandweer Nederland, Vastgesteld door het Veiligheidsberaad op 12 juni 2015
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 5
Figuur 1: de oude en nieuwe normen weergegeven.
Zowel het rapport RemBrand als het rapport Ter plaatse van de Inspectie JenV beschrijven de wens om te komen tot een nieuwe systematiek voor het opstellen van een dekkingsplan. Een methodiek die meer recht doet aan de praktijk. In de oude systematiek bleken de theoretische prognose - en de in de praktijk gerealiseerde opkomsttijden sterk af te wijken. Om te komen tot een echte verandering op het gebied van brandveiligheid is een betrouwbaar beeld van de repressieve prestatie noodzakelijk. Het toepassen van de nieuwe methodiek heeft geleid tot een verbeterd en meer integraal vormgegeven dekkingsplan. Het dekkingsplan is een weergave van de prestatie die door de brandweer wordt geleverd op het gebied van dekking. Deze bestaat uit incidentbestrijding (repressie) en risicobeheersing. De samenhang tussen risicobeheersing en incidentbestrijding wordt binnen de brandweer schematisch weergegeven middels de zogenaamde vlinderdas. In Figuur 2 bevindt de repressieve prestatie zich rechts in deze vlinderdas. Risicobeheersing zijn de maatregelen voordat het incident is begonnen en bevindt zich links voor de brand. Van belang is om zich daarbij te realiseren dat maatregelen aan de kant van risicobeheersing niet één op één kunnen worden uitgeruild tegen de repressieve inzet aan de achterkant.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 6
Figuur 2: Vlinderdas met activiteiten
1.2 Dekkingsacht De systematiek voor GGO maakt gebruik van de zogenaamde dekkings-acht. Deze bestaat uit zeven processtappen die de brandweer afzonderlijk moet doorlopen om een goed afgewogen dekkingsplan op te stellen. De dekkings-acht bestaat uit de volgende stappen: 1) Dekking bijstellen. Inzichtelijk maken of ontstane of voorgenomen wijzigingen in de ruimtelijke ordening, gebruik gebouwen en/of organisatie van invloed zijn op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Deze stap is in deze eerste versie van het dekkingsplan GGO een beschrijving van de huidige situatie. 2) Dekking beschrijven. Beschrijven van de dekking in het verzorgingsgebied en hiermee inzichtelijk maken waar de brandweer repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Niet voor alle genoemde factoren zijn er beoordelingskaders beschikbaar. Ondanks het feit dat er voor een factor geen beoordelingskader bestaat, moet hij wel worden beschreven. Op die manier ontstaat er meer inzicht in de dekking.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 7
3) Dekking beoordelen. Toetsen van de verwachte repressieve dekking op basis van de uitkomsten van stap 2 en deze beoordelen. Dit is nodig om te bepalen of de repressieve mogelijkheden het verzorgingsgebied voldoende afdekken of dat aanpassingen en/of maatregelen nodig zijn. 4) Dekkingsplan vaststellen. Bestuurlijk akkoord verkrijgen op het dekkingsplan. De brandweer legt het plan, al dan niet voorzien van keuzes, ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt om het dekkingsplan vast te stellen en daarmee de brandweer opdracht te verlenen tot uitvoering. Deze processtap stelt het bestuur in staat haar verantwoordelijkheid ten opzichte van wet- en regelgeving te nemen. 5) Uitvoering bijstellen. Implementeren van het dekkingsplan. Het dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie kan activiteiten omvatten als bijvoorbeeld de aanpassing van het meldkamersysteem, (her)positionering van de voertuigen, aanpassing van de bezetting en de roosters, uitbreiding van personeel en materieel, maatregelen in het kader van risicobeheersing en voorlichting. 6) Dekking uitvoeren. Uitvoeren van de dekking zoals die is vastgelegd in het dekkingsplan. De uitvoering van de dekking gaat feitelijk over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulpverlenen aan mens en dier.
Deze stap focust op de realisatie van de prestatieafspraken tussen de brandweer en haar bestuur inclusief de registratie van de realisatie. 7) Uitvoering beoordelen. Beoordeel de dekkingsprestatie op basis van daadwerkelijk bestreden incidenten. Dit geeft inzicht in de repressieve dekking zoals die is uitgevoerd of gerealiseerd. Daarnaast geeft het een antwoord op de vraag of de oorspronkelijke prestatieafspraken in het dekkingsplan daadwerkelijk recht hebben gedaan aan de realiteit. De beoordeling kan worden gebruikt om van te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen. Als het nodig is, stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Door de dekkingsprestatie te monitoren, kan de brandweer bovendien een afwijking van de verwachte prestatie verklaren. Figuur 3: Dekkingsacht
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 8
Werkwijze met gebiedsgerichte opkomsttijden In de inleiding heeft u kunnen lezen waarom er wordt overgegaan op een andere methodiek. Hieronder volgt een toelichting op de werkwijze zelf. In de oude werkwijze gelden tijdnormen die gerelateerd zijn aan afzonderlijke objecten/typen van gebouwen. In de nieuwe methodiek wordt gewerkt met tijdnormen per gebied. Daarbij bepaalt het overheersende karakter van type bebouwing in dat gebied de categorisering. Dit wil simpelweg zeggen dat het type bebouwing wat het meest voorkomt de categorie bepaalt. Als referentie voor een gebied is gekozen voor buurten. Deze zijn gelijk aan de indeling van wijken en buurten zoals we die kennen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit vereenvoudigt de vergelijkbaarheid met andere datasets en informatiebronnen. Een gebied kan worden ingedeeld in één van drie te onderscheiden categorieën. Afhankelijk van de samenstelling van een dergelijk gebied volgt een indeling. Als er sprake is van binnenstedelijk gebied met veel objecten met verminderd zelfredzamen, gebouwen van vóór 1900 of portiekflats is er sprake van een categorie 1-gebied. De reguliere woonwijk wordt ingedeeld in categorie 2-gebied. Wanneer dorpen of wijken een laag aantal adressen per km2 heeft of een gebied is dunbevolkt en er is sprake van veel open ruimte dan is er veelal sprake van een categorie 3-gebied.
Per categorie is er een bandbreedte voor de opkomsttijd. Bij categorie 1 dient de brandweer tussen de 4 tot 10 minuten ter plaatse te zijn. Voor categorie 2 is dat tussen de 7 tot 13 minuten en voor categorie 3 tussen de 12 tot 18 minuten. Deze bandbreedte is in 2015 vastgesteld in het rapport RemBrand. Om te kunnen monitoren wordt per categorie gewerkt met een referentiewaarde. Dat is de mediaan van de bandbreedte. Dat gaat dus respectievelijk om 7, 10 en 15 minuten.
Figuur 4: Overzicht opkomsttijden per categorie/gebied
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 9
Beoordeling van gebiedsgerichte opkomsttijden De beoordeling van opkomsttijden wordt gedaan aan de hand van een beoordelingskader met daarin de waarden ‘goed’, ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’. Aan de beoordeling van een gebied wordt een kleur gegeven. Groen staat voor goed, blauw voor voldoende en rood voor een gebied wat om aanvullende aandacht vraagt. In dit laatste (rode) gebied is de snelheid van onze repressieve prestatie onvoldoende voor de categorie (1, 2 of 3) van het gebied. Hierbij dient te worden vermeld dat de snelheid waarmee we aanwezig zijn en de kwaliteit van de prestatie zelf geen één op één verband met elkaar houden. Meerdere factoren bepalen de kwaliteit van het optreden. De factor snelheid, waarmee de eerste tankautospuit (TS) ter plaatse is, wordt aangevuld met andere factoren die eveneens van invloed zijn. Is het een brandweerauto met 4 of met 6 personen? Hoe snel zijn de volgende brandweerauto’s aanwezig? Wat gebeurt er met de beoordeling in een gebied als er sprake is van grootschalige inzet? Dergelijke vragen worden beschreven in dit dekkingsplan. Om inzichtelijk te maken waar de opkomsttijd hoger is dan het beoordelingskader, is de ‘aandachtspuntenlijst’ opgesteld. De aandachtspuntenlijst bevat buurten (‘aandachtsgebieden’) en objecten (‘aandachtsobjecten’) waar de repressieve brandweerzorg zijn grens heeft bereikt.
Aandachtsobjecten zijn Categorie 1-objecten met een opkomsttijd buiten de bandbreedte, dus een opkomsttijd hoger dan tien minuten. Dit ongeacht welke categorie het gebied heeft waar het object in ligt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een ziekenhuis of een portiekflat. Het dekkingsplan hangt nadrukkelijk samen met een ketenbrede brandweerzorg en wordt daarmee een breder begrip dan enkel de repressieve brandweerzorg die we veelal kennen vanuit brandweerkazernes en brandweerauto’s. Vanwege de vele factoren en actoren kan een fixatie op de opkomsttijd van de brandweer belemmerend werken bij het maken van brandveiligheidsbeleid, als zou ‘het’ met goede opkomsttijden geregeld zijn. Tegelijkertijd, als het eenmaal brandt, wordt er wel een snelle respons van de brandweer verwacht. Hiervoor blijft een goed inzicht van de snelheid waarmee de brandweer daadwerkelijke aanwezig is cruciaal. De opkomsttijd is één van de essentiële punten, naast vakmanschap, informatie, materieel, blusmiddelen en beschikbaarheid in termen van paraatheid en capaciteit. De opkomsttijd is voorwaardelijk: zonder (tijdige) opkomst hebben de andere aspecten van de incidentbestrijding immers minder betekenis. Daarmee wordt brandveiligheid een coproductie.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 10
1.3 Leeswijzer Het dekkingsplan 2024-2027 voor Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) is ingedeeld volgens de processtappen in de handreiking voor landelijke uniforme systematiek voor dekkingsplannen, zoals deze in paragraaf 1.2 zijn toegelicht: Hoofdstuk 2 gaat over Dekking bijstellen (Processtap 1) Hoofdstuk 3 gaat over Dekking beschrijven (Processtap 2) Hoofdstuk 4 gaat over Dekking beoordelen (Processtap 3) Hoofdstuk 5 gaat over Dekkingsplan vaststellen (processtap 4) Hoofdstuk 6 gaat over Uitvoering bijstellen (processtap 5) Hoofdstuk 7 gaat over Dekking uitvoeren (processtap 6) Hoofdstuk 8 gaat over Uitvoering beoordelen (Processtap 7)
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 11
Processtap 1: Dekking bijstellen
2. Dekking bijstellen (Processtap 1) Dit hoofdstuk beschrijft de bestaande regionale context, die dient als vertrekpunt in het opstellingsproces, en de verschillende interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de dekking. Voorbeelden hiervan zijn grote infrastructurele wijzigingen en grootschalige woningbouwprojecten, maar ook maatschappelijke keuzes waarbij verkeersveiligheid zwaarder kan wegen dan de factor snelheid bij de repressieve prestatie. In deze eerste versie van het dekkingsplan is het geen dekking bijstellen, maar wordt de huidige situatie beschreven.
2.1 Interne ontwikkelingen Bij interne ontwikkelingen kijken we of er interne wijzigingen van invloed zijn op de regionale dekkingen zo ja, in welke mate.
Repressieve inrichting Organisatievorm In Midden- en West-Brabant zijn er drie organisatievormen: volledig vrijwillig, volledig beroeps (24-uursdienst) of een combinatievorm. Kazernes met beroepspersoneel: Deze kazernes hebben een 24/7 bezetting. Dit wil echter niet zeggen dat ze daarmee ook altijd beschikbaar zijn. Beroepskazernes zijn georganiseerd in de grotere steden binnen de regio. De reden voor een beroepsbrandweer is een hogere uitrukfrequentie die niet of nauwelijks door vrijwilligers kan worden vervuld. Daarnaast zijn een aantal specialisme geplaatst bij kazernes met beroepspersoneel, dat ook een hogere uitrukfrequentie geeft. Het gevolg van een hoge uitrukfrequentie is de kans op gelijktijdigheid, dat wil zeggen dat terwijl het ene incident plaatsvindt er gelijktijdig een tweede incident in hetzelfde uitrukgebied gebeurt. Hoe meer inzetten een kazerne heeft, hoe groter deze kans is. Dit onderwerp wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 2 bij de thema’s werkdruk en capaciteit. Vrijwilligersposten: In de vrijwillige kazernes wordt gewerkt met het vrije instroomprofiel. Mensen zijn niet verplicht om op te komen bij een incident en hebben naast de brandweerfunctie vaak ook een andere baan. Dit kan, met name overdag, leiden tot een tekort aan personeel. Combinatie: Deze kazernes hebben gedurende kantooruren een beroepsbezetting om de eerste uitruk te verzorgen.
Voor de ondersteuning en buiten kantooruren wordt vanuit deze brandweerpost uitgerukt met vrijwillige medewerkers.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 13
TS-flex / Uitruk op Maat (UoM) Het bestuur van de Veiligheidsregio is bevoegd om af te wijken van het Besluit Veiligheidsregio’s, dat uitgaat van een bezetting van de tankautospuit (TS) van 6 personen, onder de voorwaarde dat de veiligheid van burgers en brandweerpersoneel gelijk blijft. De problematiek van de beschikbaarheid van vrijwilligers is in de afgelopen jaren groter geworden. De beschikbaarheid is zowel overdag als in het weekend en vakantieperiode verminderd. Met Uitruk op Maat (UoM) is het mogelijk om veilig uit te rukken met een TSflex (minimale bezetting van 4 personen), zodat we bij een tekort van twee manschappen toch burgers snel kunnen helpen bij een incident. Sinds begin 2019 worden alle vrijwillige posten geoefend om veilig met een TS-flex een inzet te doen. Ze worden bij een gebouwbrand altijd ondersteund met een tweede voertuig, zodat de slagkracht weer gelijk is aan de TS6. De overige incidenten kan men zelfstandig afhandelen met een TS-flex. Uitgangspunt blijft voldoende vrijwilligers tijdens alle uren van de week voor een bezetting van een TS6. Bij een uitruk van een TS-flex wordt de opkomsttijd bepaald door de aankomst van de tweede TS. Op dat moment is namelijk een volledig team beschikbaar van minimaal 6 personen. In oktober 2022 is door het Veiligheidsberaad het nieuwe “Landelijk kader uitruk op maat bij brand” vastgesteld.
VRMWB werkt conform dit landelijk kader.
Interregionale samenwerking Brandweer MWB werkt met interregionale operationele grenzen, waarbij meldkamers elkaars eenheden direct kunnen alarmeren. Hierdoor ontstaat geen vertraging in opkomsttijden. Afspraken rondom het operationeel optreden met de Veiligheidsregio’s Brabant-Zuidoost, Brabant-Noord, Rotterdam-Rijnmond, Zuid-Holland Zuid, Gelderland-Zuid en Zeeland zijn vastgelegd in convenanten. Door de interregionale inzet van eenheden krijgt de burger de meest snelle hulp die geboden kan worden. De internationale samenwerking is onderdeel van de besprekingen met België. Er zijn op dit moment al enkele plaatselijke afspraken gemaakt. Namelijk: industrieterrein Hazeldonk, Baarle-Hertog en omgeving, redvoertuig Berendrecht voor Ossendrecht/Putte en de A4 bij Woensdrecht. Belgische eenheden kunnen we niet direct alarmeren. Hierbij is het altijd nodig om de meldkamer in Antwerpen te bellen. Op dit moment betekent het helaas wel tijdverlies. De gezamenlijk ambitie is om dit voornamelijk technische probleem op te lossen.
Dynamisch alarmeren Brandweer MWB is medio 2022 overgegaan van statisch naar dynamisch alarmeren. Hierbij wordt op basis van de locatie van een incident een op dat moment dichtstbijzijnde eenheid gealarmeerd. Met dynamisch alarmeren wordt voor ieder object in de regio de snelste TS berekend.
Alarmering vrijwilligers Voor de alarmering van vrijwilligers maakt Brandweer MWB gebruik van een zogenaamd twee-weg pagersysteem. Hierbij geven vrijwilligers bij een alarmering aan of zij opkomen Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 14
naar de kazerne. Indien er onvoldoende opkomst wordt bevestigd om de eenheid te kunnen bemensen, dan krijgt de meldkamer een signaal. Deze kan dan een opvolgende dichtstbijzijnde eenheid alarmeren. Hiermee is gerealiseerd dat een maximale vertraging van 1.00 minuut optreedt in de opkomst. In uitzonderlijke gevallen dat ook een tweede TS niet kan uitrukken, wordt altijd een beroeps TS gealarmeerd als derde TS.
Visie vrijwilligers De samenleving verandert en dat heeft invloed op het vrijwilligerslandschap. De veranderende arbeidsmarkt, bevolkingssamenstelling en werkgeverschap maken dat vrijwilligheid een actueel thema blijft voor de brandweer. Maar ook op het gebied van regelgeving is duidelijk geworden dat er een fundamenteel onderscheid moet zijn tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers (EU-deeltijdrichtlijn). Het Veiligheidsberaad en minister JenV hebben een stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ ingericht. Deze stuurgroep richt zich op de implementatie van de bouwsteen verplichtend karakter om zo te voldoen aan de EU-deeltijdrichtlijn. Dit heeft direct gevolgen op hoe wij als VRMWB onze vrijwilligers nu en in de toekomst kunnen inzetten. Het implementatieplan wordt verder uitgewerkt als aan de randvoorwaarden is voldaan. De twee belangrijkste randvoorwaarden zijn ten eerste het wegnemen van de juridische belemmeringen ten aanzien van de arbeidstijdenwetgeving en ten tweede het beschikbaar komen van de financiële middelen. Vervolgstappen voor VRMWB zijn afhankelijk van besluitvorming en implementatieperiode.
2.2 Externe ontwikkelingen Brandweer MWB streeft naar een nauwe verbondenheid met de maatschappij die zij dient. De maatschappij verandert en daarmee ook de eventuele hulpvraag van inwoners. In het Regionaal Risicoprofiel van VRMWB wordt elke vier jaar een overzicht gegeven van de regionale geografie en risico’s in de regio. De volgende paragrafen geven een kort overzicht.
Geografie De regio beslaat een oppervlakte van ongeveer 2140 km2 en bestaat uit 24 gemeenten. VRMWB grenst aan de veiligheidsregio's: Gelderland-Zuid, Brabant-Noord, Brabant-Zuidoost, Zeeland, Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid. Daarnaast grenst de Veiligheidsregio aan België met drie Hulpverleningszones in de Provincie Antwerpen (Rand, Taxandria, Antwerpen).
Demografie Het verzorgingsgebied van de Veiligheidsregio telt meer dan een miljoen inwoners (1.151.098) in 2023. De helft van deze inwoners woont in de gemeenten Tilburg, Breda, Roosendaal en Bergen op Zoom. Nog eens 18% woont in de gemeente Altena, Oosterhout, Waalwijk en Etten-Leur. De overige 33% woont in de overige 16 gemeenten. Als je de as van de gemeente Tilburg, Breda, Roosendaal en Bergen op Zoom uitbreidt met de tussenliggende gemeente dan woont 70% van de inwoners op deze as.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 15
Volgens de prognose van het CBS zal het aantal inwoners tot 2050 met 5% tot 10 % toenemen. Van het aantal inwoners is nu bijna 22% 65 jaar of ouder. Dit percentage stijgt in 2040 tot 26%.
Infrastructurele en nieuwbouw ontwikkelingen Voor grote woningbouwplannen en nieuwe stedelijke ontwikkelingen is vanuit het Ministerie van ruimtelijke Ordening en gebiedsontwikkeling de “ladder voor duurzame verstedelijking” van toepassing. Doel van de ladder is het optimaal gebruiken van de ruimte in stedelijke gebieden. Toegepast op onze regio betekent dit dat de bouw van nieuwe woningen vooral binnenstedelijk zal zijn in de vorm van inbreidingsplannen. In de steden van Midden- en West-Brabant kan de schaarse ruimte beter benut worden door hoogbouw. Om nieuwe woongebieden te bouwen die ook bereikbaar zijn, bij een toenemende mobiliteit is, wordt vooral langs bestaande infrastructuur (stationsgebieden, rondwegen, ontsluitingswegen) gebouwd. Het beleid voor verstedelijking gaat niet zo zeer uit van nabijheid maar van multimodale bereikbaarheid (knooppunten en vervoersassen). Een vergelijking van de woningbouwplannen voor de komende beleidsperiode met het huidige dekkingsplan zal duidelijk moeten maken in hoeverre toekomstige aanpassingen in de brandweerzorg nodig zijn.
De risico’s in de regio Volgens de Wvr (artikel 15, lid 2) wordt voorgeschreven dat het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio verplicht is om een regionaal risicoprofiel vast te stellen, waarin de maatgevende risico’s voor de Veiligheidsregio worden beschreven. In dit dekkingsplan beperken we ons tot het maatgevende brandrisico, wat de kern van gebiedsgerichte opkomsttijden is. Hiervoor hanteren we een gebouwbrand als uitgangspunt. Het regionale risicoprofiel is gelijktijdig met het beleidsplan in juli 2023 aan het bestuur aangeboden. Doordat GGO uitgaat van een gebouwbrand worden andere risico’s zoals natuurbranden, industrie en infrastructuur niet meegenomen in dit rapport. Deze onderwerpen krijgen natuurlijk wel de aandacht in bijvoorbeeld de gebiedscommissies Natuurbrandbeheersing voor natuurbranden en de afdeling Industriële Veiligheid voor de risicovolle bedrijven.
Verlaging maximumsnelheid bebouwde kom De Tweede Kamer heeft op 27 oktober 2020 ingestemd met een motie van GroenLinks en de SGP om de norm voor de maximumsnelheid in de bebouwde kom te verlagen van 50 naar 30 km/u. Een limiet van 50 kilometer per uur is nog toegestaan op doorgaande wegen als de verkeersveiligheid niet in gevaar is. Zo hopen de partijen het aantal verkeersdoden te doen dalen. Uitzonderingen zijn nog wel mogelijk, bijvoorbeeld op doorgaande wegen of plekken waar dit veilig kan. Naar aanleiding hiervan zijn diverse gemeenten gestart hier invulling aan te geven. Een structurele snelheidsverlaging van 50 naar 30 km/u kan een negatief effect hebben op de opkomsttijd van de hulpdiensten, zeker als deze gepaard gaat met snelheidsbeperkende maatregelen zoals versmalling van de rijbaan en/of het aanleggen van
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 16
verkeersdrempels. Een hogere opkomsttijd van de hulpdiensten kan een negatief effect hebben op het (levensreddend) optreden van die hulpdiensten. De werkelijke impact van de verlaging van de snelheid is niet of lastig te geven. Een lagere snelheid op wegen zal betekenen dat hulpdiensten later op de plek van het incident kunnen komen. Voor vrijwillige kazernes geldt hiernaast dat de verlaging dubbel werkt. De vrijwilligers zullen er namelijk ook langer over doen om op de kazerne te komen, waarna de brandweerauto er langer over doet om bij het incident te komen. Dit dekkingsplan is gebaseerd op de huidige infrastructuur.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 17
Processtap 2: Dekking beschrijven
Dekking beschrijven (Processtap 2) 3.1 Doel In processtap 2 beschrijft de Brandweer MWB de verwachte (berekende) dekking in onze regio. Dit doen we door de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk voor de basisbrandweereenheid, de TS, te beschrijven. Conform de handreiking wordt het maatgevend scenario gebouwbrand als uitgangspunt genomen. De handreiking schrijft daarbij een aantal verplichte grafische weergaven voor. Bij de beschrijving wordt onderscheid gemaakt tussen dag (8.00-17.00) en avond/nacht/weekend (ANW) situaties. We presenteren in dit hoofdstuk de avond/nacht/weekend situaties. De plaatjes voor dag situatie zijn voor dit hoofdstuk nagenoeg gelijk aan de ANW. In het volgende hoofdstuk wordt bij de waardering wel de dag situatie gegeven.
3.2 Data over uitruktijden Voor het bepalen van de snelste TS bij incidenten (kazernevolgordetabel) maakt de Brandweer MWB standaard gebruik van 4,5 minuut voor vrijwillige posten en 1,5 minuut voor beroepsposten. De tijdsregistratie zoals die gebruikt is in het dekkingsplan, is verkregen door de handelingen die handmatig worden uitgevoerd (statussen). Deze wijze van registreren door menselijk handelen is foutgevoelig. We zijn sinds 2022 begonnen met automatisch statussen waarbij de data verzameld wordt op basis van GPS van de navigatie. Uit onderzoek3 blijkt dat automatisch statussen met deze GPS data ook geen volledig betrouwbare cijfers geven. Een technische aanpassing is noodzakelijk om de data nauwkeurig te maken. In dit dekkingsplan werken we nu nog met de handmatig statustijden. De resultaten kunnen veranderen als de verbeterde data van automatisch statussen in de loop van 2025 verwerkt worden.
3.3 Beschrijving onderdelen De beschrijving bevat de twee verplichte factoren snelheid en capaciteit. Voor de factor snelheid geldt een wettelijk normeringskader (zie box 18 uit project RemBrand) en voor de factor capaciteit een beoogde norm. Daarnaast beschrijven we de factoren paraatheid en werkdruk die (nog) geen norm hebben. Die laatste twee zijn niet verplicht, maar geven wel meer inzicht.
3
Onderzoek uitruktijden, 2023, VRMWB
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 19
Figuur 5: beschrijving onderdelen dekkingsplan.
3.4 Prognose opkomsttijd Voor de factoren snelheid en capaciteit is de prognose van de opkomsttijd van belang. Onder de prognose verstaan we in dit verband de verwachte opkomsttijd voor een specifieke locatie. Voor de berekeningen van de prognose opkomsttijd is het computerprogramma Care van SafetyCT gebruikt. Dit is toegespitst op dekkingsplanberekeningen en is ingericht om conform de handreiking de vereiste resultaten en benodigde data op te leveren. De opkomsttijd bij een incident is de tijdsduur tussen de melding van een hulpvraag bij de meldkamer tot het moment waarop een volledige bemande TS op de incidentlocatie arriveert. De opkomsttijd bestaat uit drie tijdselementen: meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd. Deze drie tijdselementen bepalen samen de opkomsttijd. Onderstaand figuur illustreert hoe de drie tijdselementen elkaar opvolgen.
Figuur 6: Uitleg alarmeringsproces met meldkamertijd, uitruktijd en rijtijd.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 20
Bijlage 1 geeft de wijze van berekenen van de opkomsttijd en de resultaten van de meldkamertijd en uitruktijd per kazerne.
Snelheid Het berekenen van de snelheid van een basisbrandweereenheid (TS6) is een verplicht onderdeel van het dekkingsplan. Snelheid beschrijft de best geschatte tijd waarmee de 1e TS ter plaatse kan zijn. Het gebied waar een basisbrandweereenheid het snelst kan zijn ten opzichte van andere basisbrandweereenheden wordt het verzorgingsgebied van die eenheid genoemd. Omdat het maatgevend scenario brand als uitgangspunt is genomen, spreken we in dit verband van basisbrandweereenheden. De wet schrijft een TS6 (TS met 6 persoons bezetting) als basisbrandweereenheid voor. Zoals bij de inleiding al aangegeven wordt in het nieuwe dekkingsplan een meer realistisch beeld weergegeven. Dit geldt niet alleen voor de algemene prognose, maar ook voor het gevolg van de invoering van TS-flex. In geval van een uitruk met een TS-flex is de opkomsttijd van de tweede TS bepalend voor de dekking, omdat er dan pas minimaal 6 mensen ter plaatse zijn. Bij de vrijwilligers hebben we, met name tijdens werkdagen en weekenden overdag, problemen om via het principe van vrije instroom een complete TS met 6 mensen te kunnen leveren. Om toch zo snel mogelijk, op een verantwoorde manier, brandweerzorg te bieden kunnen de vrijwilligers met een TS-flex (met een minimale bezetting van 4 mensen) uitrukken. In Figuur 7 worden de prestaties voor de factor snelheid weergegeven in een S-curve.
Deze naam refereert naar de vorm van de curve. Voor de factor snelheid zijn twee modellen weergegeven. Eén waar als eerste een TS6 ter plaatse komt (de linker blauwe S-curve) en de andere S-curve met een TS-flex en dus de opkomsttijd van de 2e TS bepalend is (de rechter rode S-curve). Het is een theoretisch model waarin de daadwerkelijke opkomsttijd meer richting de blauwe lijn ligt. De blauwe lijn (opkomsttijd TS6) laat zien dat bij 85% van de gebouwbranden de TS binnen 10 minuten ter plaatse is. En bij 99% van de gebouwbranden de TS binnen 13 minuten ter plaatse is. De rode curve laat zien dat bij een TS-flex de 2de TS (en daarmee 6 brandweermensen) bij 37% van de gebouwbranden binnen 10 minuten ter plaats is en binnen 80% binnen 13 minuten ter plaatse is. In verband met afronding staat dat binnen 18 minuten 100% van de incidenten wordt bereikt. Dit klopt niet voor de Biesbosch en het zuidelijk gedeelte van Zundert waar we de norm van 18 minuten niet halen. Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 21
Figuur 7: S-curve opkomst TS6 ANW-situatie (links) en TSflex ANW-situatie (rechts)
Hierna worden de resultaten gegeven van de dekking van de eerste TS in een afbeelding.
Figuur 8: Opkomsttijd eerst tankautospuit ANW-situatie.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 22
In de witte gebieden is de opkomsttijd het kortste, naarmate de gebieden donkerder rood worden, zijn de opkomsttijden langer, bijvoorbeeld in de Biesbosch,.
3.5 Capaciteit Capaciteit (mensen en materieel) bestaat uit slagkracht en grootschalige en langdurige inzetten. Het komt uiteindelijk neer op de vraag hoeveel mensen en materieel je kunt leveren en hoe lang je dit kunt volhouden. De dekking wordt immers niet alleen bepaald door de snelheid waarmee eenheden bij een incident ter plaatse kunnen zijn, maar ook door de beschikbaarheid van voldoende eenheden bij opschaling.
Slagkracht De basisbrandweerzorg voorziet in een slagkracht tot maximaal drie TS’en en één bijzonder voertuig onder leiding van een officier van dienst. Het uitgangspunt is dat een inzet met meer dan drie TS-en onder de noemer van grootschalig brandweeroptreden (GBO) valt. Slagkracht is het vermogen om bij opschaling snel meerdere eenheden tot een maximum van drie TS-en ter plaatse te krijgen. Dit is onderdeel van de basisbrandweerzorg. Dit wordt weergegeven in de tijd die nodig is om drie basisbrandweereenheden ter plaatse te krijgen. Hieronder volgt een afbeelding met daarin de opkomsttijd van de eerste, tweede en derde TS. In Midden- en West-Brabant is een aantal posten (6) waar 2 TS-en paraat staan.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 23
Figuur 9: aantal TS-en dat binnen 15 minuten aanwezig kan zijn ANW-situatie.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 24
Figuur 10:: opkomsttijd van 3 tankautospuiten ANW-situatie
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 25
Figuur 11 geeft drie S-curves weer waarin de berekende prestatie van de 1e , 2e en 3e TS wordt weergegeven. De meest linkse lijn geeft de 1e TS weer, de middelste de 2e en degene aan de rechterkant de prestatie van de 3e TS. De zwarte lijn (opkomsttijd 1e TS6) laat zien dat bij 86% van de gebouwbranden de TS binnen 10 minuten ter plaatse is. De gouden lijn laat zien dat bij 87% van de gebouwbranden de 2de TS6 binnen 13 minuten ter plaatse is. De blauwe lijn laat zien dat bij 93% van de gebouwbranden de 3de TS6 binnen 15 minuten ter plaatse is.
Figuur 11: S-curve slagkracht ANW-situatie
Grootschalige en langdurige inzetten In de voorgaande paragrafen is de snelheid en slagkracht die betrekking heeft op de basisbrandweerzorg beschreven. De basisbrandweerzorg organiseert een slagkracht tot een maximum van drie TS-en en één bijzonder voertuig onder leiding van een Officier van Dienst. Indien een incident om meer dan drie TS-en vraagt dan spreken we over Grootschalig Brandweeroptreden (GBO). Dat kan zijn doordat meer dan vier ‘eigen’ eenheden worden ingezet bij een incident in de ‘eigen’ regio. Maar hieronder wordt ook verstaan het bijstand leveren met vier basisbrandweereenheden (peloton) aan een andere regio. In de visie op GBO4 verwacht de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) onder
4
Visie Grootschalig Brandweeroptreden 2.0, september 2018 (vastgesteld in Raad van Brandweer Commandanten op 21 september 2018)
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 26
andere dat iedere Veiligheidsregio in staat is om een peloton basisbrandweerzorg te kunnen leveren. Brandweer Midden- en West-Brabant kan 2 pelotons basisbrandweerzorg leveren. Voor Midden- en West-Brabant geldt dat bij Grootschalig Brandweeroptreden de eenheden voor het samenstellen van pelotons bemenst zullen worden door personeel vanuit het vrijwillige organisatiemodel met uitzondering van een aantal specialistische voertuigen. Inherent hieraan is dat voldoende opkomst voor een volledige bezetting van een basiseenheid niet per definitie is gegarandeerd. Voor het formeren van een peloton worden volgorde tabellen gebruikt zodat automatisch de benodigde posten worden gealarmeerd. Een functionaris logistiek met de taak Commandant Uitgangsstelling (CUGS) controleert namens de Officier van Dienst of de opgekomen eenheden voldoen aan de prestatie-eis volgens het GBO. Dit maakt dat de verplichting om voor interregionale bijstand binnen 60 minuten op de regiogrens aanwezig goed haalbaar is. In geval van grootschalig optreden zal de sectie Brandweerzorg (Brandweer Actiecentrum) onder leiding van de Algemeen Commandant Brandweerzorg bemenst worden. De sectie Brandweerzorg zal onder andere de restdekking, inzetplanning en aflossing voor haar rekening nemen. Aflossing is altijd afhankelijk van factoren, zoals weersinvloeden, incidenttype en omvang.
Het incidentverloop kent in het begin een sterk dynamisch verloop. Daarna is er in de inzetfase sprake van een stabiel verloop wanneer het incident in principe onder controle is. Bij aflossing speelt het een rol of een incident (en dus de aflossing) zich in de dynamische fase voordoet of in de stabiele fase. In de dynamische fase zal aflossing eerder plaatsvinden. In de stabiele fase geldt in principe dat er na acht uur inzet afgelost wordt. Er is in Midden- en West-Brabant geen verschil in deze werkwijze rondom het leveren van interregionale bijstand en de wijze waarop aflossing/herbezetting binnen de eigen regio wordt georganiseerd. In geval van het leveren van interregionale bijstand kan de Algemeen Commandant Brandweerzorg ervoor kiezen om, rekening houdend met de restdekking, strategisch specifieke posten aan te wijzen. Maar zoals eerder aangegeven is vanuit het vrijwillige organisatiemodel de opkomst niet gegarandeerd. Daarom zal bij grootschalig optreden altijd situationeel kazernes voor restdekking aangewezen worden.
3.6 Paraatheid In deze paragraaf wordt de paraatheid beschreven. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de dag situatie en de avond/nacht/weekend situatie. Paraatheid bestaat uit beschikbaarheid, gelijktijdigheid van incidenten en restdekking.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 27
Beschikbaarheid Beschikbaarheid is de mate waarin de brandweer voldoende (gekwalificeerd) personeel en werkend materieel beschikbaar heeft om daadwerkelijk naar een incident uit te rukken en deze te bestrijden. Om als brandweer te kunnen voldoen aan de opkomst- en capaciteitscriteria, moet zij beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel en beschikbaar materieel. Van de 70 posten in Midden- en West-Brabant zijn 6 posten permanent bezet met beroepspersoneel en daardoor 24/7 beschikbaar voor een inzet. Daarnaast zijn 2 posten met overdag beroepspersoneel en in de avond vrijwilligers. De overige 62 posten zijn bemenst door uitsluitend vrijwilligers. De vrijwillige posten werken doorgaans met uitsluitend vrije instroom, dus zonder consignatie. Een aantal posten heeft moeite om voldoende vrijwilligers te werven en te behouden om een TS volledig te bezetten. De beschikbaarheid is vooral gedurende de kantoortijden, in het weekend en vakantieperiode verminderd. Het kan zijn dat er, onder voorwaarden, nog met een kleinere bezetting kan worden uitgerukt, of dat door onderbezetting een post ‘buiten dienst’ raakt. Binnen Midden- en West-Brabant heeft de meldkamer 1 minuut na alarmering inzicht in wat de daadwerkelijke opkomst zal zijn van een vrijwillige kazerne en zal dan direct, indien nodig, een extra TS alarmeren.
In Figuur 12 is te zien hoe vaak de vrijwilligers bij alle incidenten zijn uitgerukt met een TS6, een TS-flex of dat er minder dan 4 mensen zijn opgekomen bij een alarmering en dus niet uitgerukt zijn. Dit gedurende de jaren 2020 tot en met 2022, zie ook bijlage 2.
TS6 uitgerukt TS-flex Niet uitgerukt Figuur 12: Reactieve personele beschikbaarheid van posten met vrijwillige bezetting
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 28
Gelijktijdigheid Hierbij beschrijven we hoe er wordt omgegaan met de alarmering van brandweereenheden wanneer de eenheid in het betreffende verzorgingsgebied reeds is ingezet bij een ander incident. De gebruikelijke opkomsttijden zijn dan vertraagd van toepassing omdat er vervangende eenheden van andere, verder afgelegen plaatsen moeten komen. Onderstaande tabel geeft weer hoe zich dit tot elkaar verhoudt. Er is een periode van meerdere jaren genomen waarbij de incidenten per kazerne zijn opgeteld. Via een rekenmodule is bepaald hoe groot de kans is dat gelijktijdigheid plaatsvind. Voor kazerne X is kans op gelijktijdigheid 0,80. Dat wil zeggen dat de kans dat dit voorkomt dus minder dan 1 keer per jaar is. Bij kazerne Y is kans op gelijktijdigheid 32,13. Dat is bijna één keer per week. Dit betreft overigens alle incidenten en niet alleen het maatgevende incident (gebouwbrand). Daarbij dient tevens te worden vermeld dat het hier gaat om een kans. Dit betreft een theoretische mogelijkheid en geen gebeurtenis die wekelijks plaatsvind. Naast de wijze van vervanging, zoals geregeld in het systeem van alarmering, vraagt gelijktijdigheid aanvullende aandacht in gebieden waar meer incidenten plaatsvinden. Een hoge kans op gelijktijdigheid vraagt om een hoge kazernedichtheid om de paraatheid te kunnen borgen.
In onderstaande tabel is de gelijktijdigheid weergegeven voor alle kazernes van Midden- en West-Brabant met een mediaan van de uitrukken in de periode 2018 tot en met 2022. Kazerne Almkerk Alphen Baarle-Nassau Bergen op Zoom Berkel-Enschot Breda Chaam Den Hout Diessen Dinteloord Dongen Dorst Dussen Etten-Leur Fijnaart Geertruidenberg Genderen Giessen Gilze
Mate van gelijktijdigheid 0,80 0,73 1,79 7,51 1,47 32,13 0,87 0,73 0,73 1,09 1,41 1,18 0,45 3,45 0,88 0,77 0,59 1,02 1,09
Kazerne Moergestel Nieuw-Vossemeer Oisterwijk Oosterhout Ossendrecht Oud Gastel Oudenbosch Prinsenbeek Putte Raamsdonksveer Riel Rijen Rijsbergen Roosendaal Rucphen 's Gravenmoer Sleeuwijk Sprang-Capelle Standdaarbuiten
Mate van gelijktijdigheid 1,09 0,54 1,86 4,16 1,02 0,66 1,76 0,95 0,64 1,32 0,70 1,42 1,22 10,83 1,73 0,64 0,92 1,10 0,83
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 29
Kazerne Goirle Haaren Halsteren Hank Hilvarenbeek Hoeven Hoogerheide Huijbergen Kaatsheuvel Klundert Kruisland Lage Zwaluwe Loon op Zand Made Moerdijk Moerdijk-Haven
Mate van gelijktijdigheid 1,18 1,26 1,22 0,80 0,88 0,95 1,61 0,92 1,73 0,90 0,51 0,92 0,77 1,17 1,03 1,37
Kazerne Steenbergen Terheijden Teteringen Tilburg Centrum Tilburg Vossenberg Udenhout Ulvenhout Waalwijk Waspik Werkendam Wijk en Aalburg Willemstad Woudrichem Wouw Zevenbergen Zundert
Mate van gelijktijdigheid 1,32 0,90 1,28 15,94 8,37 0,85 1,73 4,23 0,83 1,15 1,17 0,62 0,77 0,77 1,32 1,47
Restdekking Restdekking vormt het laatste onderdeel van de factor Paraatheid. Voor restdekking bestaat geen normering. Zoals aangegeven bij slagkracht en grootschalig brandweeroptreden vragen grotere incidenten om extra capaciteit. Wanneer kazerne A bij een groot incident is ingezet, zijn ze niet beschikbaar voor andere incidenten. Dit heeft een relatie met gelijktijdigheid en werkdruk met als verschil dat door de omvang van het incident de naburige kazerne veelal bij hetzelfde grote incident aanwezig is. Daarmee kunnen zij niet als achtervang optreden bij eventuele gelijktijdigheid. Dit wordt versterkt doordat grote incidenten veelal langer duren. Hoe langer een kazerne niet beschikbaar is, hoe groter de kans op een ander incident in hetzelfde gebied. Binnen VRMWB is sinds het dekkingsplan van 2011 bestuurlijk afgesproken dat in het verzorgingsgebied van een brandweerpost door die post één incident tegelijkertijd bestreden kan worden. Daarnaast kan Brandweer MWB maximaal één zeer grootschalig incident of twee grootschalige incidenten tegelijk aan. De kans op een nieuw incident tijdens een grootschalig incident is reëel aanwezig. In geval van grootschalig optreden zal de sectie Brandweerzorg (Brandweer Actiecentrum) onder leiding van de Algemeen Commandant Brandweerzorg bemenst worden. De sectie Brandweerzorg zal onder andere de restdekking voor haar rekening nemen.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 30
Werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie Werkdruk heeft een rechtstreekse relatie met het aantal keer per jaar dat een brandweereenheid wordt gealarmeerd in verband met een incident. Om hier inzicht in te kunnen krijgen dient hier de alarmeringsfrequentie te worden beschreven. De definitie van alarmeringsfrequentie is daarmee: “het totaal aantal alarmeringen (van alle incidenttypen) van iedere brandweereenheid op jaarbasis”. In onderstaande plaatje het totaal aantal uitrukken in het jaar 2022.
Kazernes Post Breda Post Tilburg Centrum Post Tilburg Vossenberg Post Roosendaal Post Bergen op Zoom Post Oosterhout Post Waalwijk Post Etten-Leur Post Rucphen Post Rijen Post Hoogerheide Post Moerdijk Haven5 Post Oisterwijk Post Baarle-Nassau6 Post Ulvenhout Post Kaatsheuvel Post Made Post Steenbergen Post Raamsdonksveer Post Zevenbergen Post Oudenbosch
Aantal alarmeringen brandweereenheid 1.755 1.384 878 878 833 516 374 345 173 162 155 147 137 135 128 124 120 120 117 116 112
Post Loon op Zand Post Berkel-Enschot Post Teteringen Post Dorst Post Dongen Post Zundert Post Gilze Post Goirle Post Werkendam Post Sprang-Capelle Post Halsteren Post Udenhout Post Hoeven Post Ossendrecht Post Terheijden Post Almkerk Post Diessen Post Rijsbergen Post Hank Post Wijk en Aalburg Post Hilvarenbeek Post Prinsenbeek Post Klundert Post Riel Post Fijnaart
107 104 104 103 103 100 97 94 89 85 78 77 75 72 71 71 70 68 68 66 65 63 62 61 60
5
Het uitrukgebied van post Moerdijk Haven is beperkt tot het industrieterrein Moerdijk en een stuk snelweg naast het industrieterrein. Dit is vastgelegd in een publiek-private samenwerkingsovereenkomst. 6
Dit is exclusief 334 Basic Life Support (BLS) uitrukken in 2022 voor de RAV Brabant Midden-West-Noord.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 31
Post Waspik Post Wouw Post Moergestel Post Moerdijk Post Giessen Post Lage Zwaluwe Post Standdaarbuiten Post Dinteloord Post Oud Gastel Post Chaam Post Geertruidenberg Post Huijbergen Post Putte Post Woudrichem Post Haaren Post 's Gravenmoer Post Den Hout Post Sleeuwijk Post Alphen Post Dussen Post Willemstad Post Kruisland Post Genderen Post Nieuw-Vossemeer
60 59 57 57 55 54 54 54 48 48 48 45 44 42 37 35 35 34 34 30 26 22 20 18
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 32
Processtap 3: Dekking beoordelen
Dekking beoordelen (Processtap 3) 4.1 Doel In de voorgaande processtap is de verwachte prestatie voor wat betreft de repressieve dekking van de TS voor de factoren Snelheid, Capaciteit, Paraatheid en Werkdruk inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk volgt de beoordeling van deze repressieve prestatie op basis van de vier beoordelingskaders zoals die zijn opgenomen in de handreiking: • • • •
Snelheid tankautospuit Slagkracht Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) Ondersteuningseenheden
Op basis van de totale beoordeling van deze factoren kan de brandweer constateren in hoeverre de verwachte repressieve dekking past binnen het wettelijk kader, dan wel bij de bestuurlijke wensen van de Veiligheidsregio.
4.2 Indeling gebieden in categorieën In de handreiking wordt aangegeven dat de indeling van het verzorgingsgebied plaatsvindt op basis van de CBS-wijkindeling (CBS wijk en buurtindeling 2012). Conform Figuur 13 worden de buurten in drie categorieën ingedeeld. Categorieën Overheersend karakter van het Referentiewaard in Bandbreedte in gebied minuten minuten* I - Oude binnensteden - Gebouwen voor slapende nietzelfredzame personen (gevangenissen, ziekenhuizen 4-10 7 en verpleegtehuizen) - Portiekwoningen - Woongebouwen hoger dan 20 meter II -Woningen - Gebouwen voor zelfredzame 10 7-13 personen (inclusief industrie) III - Verspreid liggende woningen - Verspreid liggende gebouwen 15 12-18 voor zelfredame personen (inclusief industrie) * De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller Figuur 13: Normen opkomsttijden per categorie/gebied
Een paar bijzondere categorieën spelen een belangrijke rol. Dit zijn ten eerste de portiekwoningen. Er is geen landelijk eenduidige definitie van portiekwoningen en ze zijn niet uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) te halen. Toch willen we zo goed mogelijk weten waar portiekflats zich bevinden, omdat deze gebouwen specifieke risico’s met zich meebrengen. Er wordt daarom de volgende definitie gehanteerd:
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 34
“Een portieksituatie is een bouwvorm waarbij de ontvluchting vanuit een woning via één trappenhuis naar buiten verloopt. Alle woningen komen daarbij veelal direct in het trappenhuis uit en het trappenhuis is op de begane grond direct verbonden met het aansluitend terrein. Een bijzondere verschijningsvorm is de situatie waarbij de ontvluchting vanuit de woning weliswaar twee mogelijkheden biedt, maar die twee mogelijkheden komen beiden bij hetzelfde trappenhuis uit. De ontvluchting verloopt dus in alle gevallen alsnog door één en hetzelfde trappenhuis. Door zijn enkelvoudige ontvluchtingsmogelijkheid verschilt de portieksituatie van iedere andere optie, waarbij vanuit een woning tweezijdig ontvlucht kan worden en daarbij van twee trappenhuizen gebruik kan worden gemaakt.”. In de concept-handreiking staat ‘gebruik eigen portiekflatgegevens of het algoritme in het inspectierapport Ter Plaatse’. De VRMWB heeft aan alle gemeenten gevraagd om een inventarisatie of een controle te houden van de portiekflats en portiekwoningen. We denken op dit moment voor 80% te beschikken over de juiste gegevens van een groot aantal gemeenten van de portieksituaties. Een aantal gemeenten heeft nog geen volledige inventarisatie kunnen uitvoeren. Deze gegevens zullen de komende beleidsperiode aangevuld worden. Daarnaast gaat het om objecten waar zorg wordt geleverd en waar wordt geslapen.
De volgende zijn onder andere geselecteerd: • • • •
Verpleeg- en verzorgingsinstellingen Ziekenhuizen Woongebouwen met 24-uurszorg Gehandicaptenzorg
De VRMWB heeft in samenwerking met zorginstellingen een lijst met objecten samengesteld. Hierbij hebben we alleen gegevens over het complex of gebouw maar niet over het aantal zorgappartementen van de zorginstelling. Hierdoor wordt het aantal zorgobjecten niet meegenomen zoals bij een portiekwoning of gebouw hoger dan 20 meter, waar iedere woning apart meetelt als object. Als laatste heb je de woongebouwen ouder dan 1900, gebouwen met een celfunctie en woongebouwen hoger dan 20 meter en deze worden gehaald uit landelijke kernregistraties. Dit geheel leidt tot de volgende indeling in de regio Midden- en West-Brabant.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 35
Categorieën 1 2 3
Figuur 14: Categorie indeling
4.3 Beoordeling snelheid tankautospuit Voor elke gebied (CBS buurt) kan de mediaan van de verwachte opkomsttijd van de eerste TS bepaald worden. Dit vindt plaats door per gebied de mediaan te berekenen van de werkelijke opkomsttijd bij alle objecten. De opkomsttijd per gebied wordt vervolgens vergeleken met de referentiewaarde en bijbehorende bandbreedte, zie Figuur 15.
Figuur 15: Beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 36
Goed Voldoende Onvoldoende
de opkomsttijd is lager dan de referentiewaarde de opkomsttijd is hoger dan de referentiewaarde, maar lager dan de maximale bandbreedte de opkomsttijd is hoger dan de maximale bandbreedte. In dat geval is aanvullende duiding nodig en komt het gebied op een aandachtspuntenlijst
Figuur 16: Beoordeling per gebied
• •
De inspanning moet gericht zijn op het behalen van de referentiewaarde. De gegeven minimale waarde is een inzichtwaarde, uiteraard mag het altijd sneller.
Avond-nacht-weekend situatie (ANW) In avond-nacht-weekend situatie worden 838 van de 926 buurten (90,5%) binnen de referentiewaarde bereikt. Er zijn 86 buurten (9,3%) die buiten de referentiewaarde, maar binnen de bandbreedte worden bereikt. Er zijn 2 (0,2%) buurten waar de opkomsttijd hoger is dan de bandbreedte. Deze gebieden zijn Paterserf (Oosterhout), en Achtmaal (Zundert). Beoordeling Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 17: Beoordeling tankautospuit ANW-situatie
Oordeel: Het totaalbeeld in de ANW-situatie is goed. De 2 buurten Paterserf (Oosterhout) en Achtmaal (Zundert) hebben extra aandacht nodig. In samenspraak met de gemeenten en de
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 37
brandweer zal worden ingezoomd op de risico’s in deze buurten en worden maatwerk maatregelen toegepast.
DAG-situatie Binnen VRMWB worden overdag 853 van de 926 buurten (92,1%) binnen de referentiewaarde bereikt. Er zijn 71 buurten (7,7%) incidenten die buiten de referentiewaarde, maar binnen de bandbreedte worden bereikt. Er zijn 2 buurten (0,2%) waar de opkomsttijd hoger is dan de bandbreedte. Deze buurten zijn Achtmaal (Zundert) en De Veense Put (Altena). Beoordeling Goed Voldoende Onvoldoende
Figuur 18: Beoordeling tankautospuit dag-situatie
Oordeel: Het totaalbeeld in de DAG-situatie is goed. In 2 buurten is de opkomsttijd hoger dan de bandbreedte. Deze gebieden zijn Achtmaal (Zundert) en De Veense Put (Altena) en deze buurten hebben extra aandacht nodig. In samenspraak met de gemeenten en de brandweer zal worden ingezoomd op de risico’s in deze buurten en worden maatwerk maatregelen toegepast. De gebieden waar we niet binnen de bandbreedte ter plaatse komen zijn vermeld in bijlage 3.
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 38
Maximaal 18 minuten De brandweer is op basis van deze nieuwe handreiking verplicht inwoners, bedrijven en eigenaren van objecten, waarin de 18-minutennorm niet kan worden gehaald, actief te informeren. In onze Veiligheidsregio zijn dit in de ANW-situatie 160 gebouwen in 17 straten. De 2 belangrijkste gebieden met deze objecten zijn de Biesbosch en enkele straten in Achtmaal die tegen de grens met België liggen. Oordeel: Het aantal gebouwen waar we in regio later komen dan 18 minuten beperkt zich tot 2 gebieden. Samen met de gemeenten gaan we deze inwoners, bedrijven en eigenaren van deze objecten informeren.
Beoordeling TS-flex (tankautospuit met 2 manschappen i.p.v. 4) De problematiek van de beschikbaarheid van vrijwilligers is de laatste jaren groter geworden. Met Uitruk op Maat is het mogelijk om veilig uit te rukken met een TS-flex (minimale bezetting van 4 personen), zodat we bij een tekort van twee manschappen toch de burgers snel kunnen helpen bij een incident. De meeste incidenten kan met een TS-flex zelfstandig goed worden afgehandeld. De handreiking GGO gaat uit van een TS6 bij een gebouwbrand en daarom telt de opkomsttijd van de tweede TS die de bemanning van de eerste TS aanvult. Oordeel: De beschikbaarheid van vrijwilligers is een onderwerp dat nadrukkelijk aandacht vraagt in de komende jaren. Daarom is in 2024 e.v. de paraatheid en beschikbaarheid van vrijwilligers een prioritair project binnen de VRMWB.
Aandachtspuntenlijst Het dekkingsplan is gebiedsgericht. Dit wil zeggen dat er naar de prestatie in een gebied (CBS buurt) wordt gekeken en niet naar één specifiek gebouw. Er wordt echter een uitzondering gemaakt voor de zogenaamde aandachtsobjecten. Dit zijn de gebouwen van vóór het jaar 1900, gebouwen met niet-zelfredzame personen, portiekwoningen of woongebouwen hoger dan 20 meter die, ongeacht de buurtcategorie waarin ze staan, een opkomsttijd hebben van 7 minuten met een bandbreedte van 3 minuten. Alle aandachtsobjecten met een opkomsttijd van meer dan 10 minuten worden met de betreffende gemeente besproken en gekeken wat daar eventueel aanvullend nog nodig is op het gebied van maateregelen. Deze gebouwen worden geplaatst op een aandachtspuntenlijst (bijlage 4).
Dekkingsplan VRMWB 2024-2027 | 39
242 gebouwen bereiken we in de dag-situatie niet binnen de opkomsttijd van 10 minuten. In de avond-nacht-weekend situatie zijn dit 475 gebouwen. In de volgende tabel zijn deze aandachtsobjecten onderverdeeld.
gebouwen met niet zelfredzame personen gebouwen ouder dan 1900 Gebouwen met portiekwoningen gebouwen hoger dan 20 meter
Dag situatie
Nacht-avond-weekendsituatie
47
62
0
0
175
371
20
42
Er is nu meer zicht op een aantal gebouwen in GGO die extra aandacht behoeven. Tegelijkertijd is duidelijk dat er meer risico’s en kwetsbaarheden in gebieden te definiëren zijn dan ‘slechts’ een aantal specifieke gebouwen binnen GGO. Daarmee zijn we ook vanuit het programma Risicogerichtheid aan de slag. Ons inziens is het belangrijk beiden te koppelen zodat we een volledig beeld schetsen in onze regio en er daarbij passende oplossingen kunnen worden gezocht. Hierbij kunnen we gebruik maken van een breed pakket aan mogelijkheden (folder/voorlichting, gericht oefenen, inrichting gebied enz.). Belangrijk is dat het altijd maatwerk is per object. De komende beleidsperiode wordt gestart met de aandachtsobjecten/gebouwen met de grootste risico’s.