Bijlage 1. regels en verbeelding ontwerp bestemmingsplan Gierlestraat 1 (107
Tekst van het document
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden
6.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen;
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 23 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; f. het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd. 6.5.2 Uitzonderingen Het in lid 6.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m², of; b. het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.5.1 onder a t/m e betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; c. de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; d. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; e.
de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; f. de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; g. het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; h. het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 6.5.1 onder g betreft, waarbij: 1. de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m²; 2. het ophogen plaatsvindt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 6.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 24 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 6.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 6.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
6.6.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 6.6.2 Uitzonderingen Het in lid 6.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m², of; b. het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; c. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; d. de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; e. het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 6.6.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.6.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
6.6.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 25 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6.6.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 6.7
Wijzigingsbevoegdheid
6.7.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 6.7.2 Advies Alvorens de in lid 6.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Artikel 7 7.1
Waarde – beeldbepalend
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde – beeldbepalend’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de beeldbepalende waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden, waarbij de bestemming 'Waarde – beeldbepalend ' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 7.2
Bouwregels
In afwijking van de regels opgenomen bij de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen geldt voor het bouwen van bouwwerken dat niet is toegestaan: 1. de bestaande bebouwing te vergroten en/of veranderen; 2. nieuw op te richten bouwwerken toe te voegen. 7.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2, nadat advies is ingewonnen bij de monumentencommissie en indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldbepalende waarde van de gebouwen en of de inrichting van het aangewezen gebied: a. de redengevende beschrijving genoemde beeldbepalende waarden van de gebouwen en/of de inrichting van het aangewezen gebied; b. deze verandering of vergroting in overeenstemming is met de regels opgenomen in de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen. 7.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders binnen de bestemde of nader aangeduide gebieden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren. 1. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 1 meter; 2. het wijzigen van de bestaande perceelsindeling en kavelpatronen, zoals door sloten, greppels, paden, wegen en beplantingselementen is aangegeven; 3. het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem, alsmede het diepploegen, het aanleggen van drainage, diepwortelen van deze bodem en het verlagen van het grondwaterpeil; 4. het verleggen, aanleggen, verbreden en verharden van wegen, (onderhouds)paden, dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen meer dan 50 m². 5. het vellen of rooien van beplanting of bomen, houtsingels, boomgroepen, struwelen alsmede het verwijderen van landschapselementen. 6. het beplanten van gronden met (opgaande) beplanting of bomen alsmede het aanleggen en/of aanplanten van landschapselementen.
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 26 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a is slechts toelaatbaar, indien door die werken en/of werkzaamheden de beeldbepalende waarden op deze gronden, zoals beschreven in de redengevende omschrijving, niet in onevenredige mate worden aangetast. c. Over een dergelijke vergunning wordt niet eerder beslist dan, nadat advies is ingewonnen bij de monumentencommissie. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden van geringe omvang en uit planologisch oogpunt van ondergeschikt belang, gericht op en noodzakelijk voor het normale onderhoud van de gronden of de instandhouding, waaronder normale beheerswerkzaamheden. 7.5
Omgevingsvergunning tot sloop a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college van Burgemeester en Wethouders bouwwerken gelegen binnen de dubbelbestemming 'Waarde – beeldbepalend ' geheel of gedeeltelijk te slopen. b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder a is slechts toelaatbaar, indien door die werkzaamheden de beeldbepalende waarden, zoals beschreven in de redengevende omschrijving, niet in onevenredige mate worden aangetast. c. Over een dergelijke vergunning beslist het college van Burgemeester en Wethouders dan, nadat advies is ingewonnen bij de monumentencommissie. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op werkzaamheden van geringe omvang, gericht op en noodzakelijk voor het normale onderhoud of de instandhouding, waaronder normale beheerswerkzaamheden.
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 27 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
9.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 9.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 9.2
Ondergeschikte bouwdelen
9.2.1
Overige ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, trappenhuizen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. Bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 9.2.2
Dakkapellen
Voor dakkappellen geldt dat wanneer deze niet meer dan 2/3 van het dakvlak beslaan de bouwhoogte van de dakkapel niet als goothoogte wordt aangemerkt. 9.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
9.3.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.3.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de woningwet, op het
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 28 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 9.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 9.3.1 en 9.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 9.4
Parkeernormen
Tenzij in hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw; of 2. een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ‘Gierlestraat 1 te BaarleNassau’; b. dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Baarle-Nassau 2011' als vastgesteld op 4 januari 2011; 1. het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. indien: 2. het voldoen aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; c. of op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, met dien verstande dat wordt voldaan aan de regels voor maatwerk (ontheffing) zoals neergelegd in de onder a. bedoelde nota parkeernormen; d. indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. of de regels voor maatwerk (ontheffing) als bedoeld onder b.
gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan worden gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; e. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient aldus in stand te worden gehouden.
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 7 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving. 10.1.1
Voorwaardelijke verplichting
De gronden en bouwwerken ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de locatie aan de Gierlestraat 1, mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van wonen indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het beplantingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels. Met dien verstande dat de landschappelijke inpassing moet worden aangebracht uiterlijk één jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
11.1.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. De in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen, of bouwvlakken worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 29 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
c.
De bestemmingsbepalingen en toestaan dat voorzieningen van algemeen nut, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw maximaal 50 m³ bedraagt; d. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van communicatievoorzieningen, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; e. De bestemmingsbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 6 meter mits de gebruiksfunctie op de aanliggende percelen niet wordt beperkt en de belangen van derden niet worden geschaad. 11.1.2 Afwijken voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10 lid 1 ten behoeve van treffen van andere landschapsmaatregelen dan zoals bepaald in het bijgevoegde beplantingsplan, met dien verstande dat deze landschapsmaatregelen: a. minimaal gelijk zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschaps-maatregelen; b. voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het landschappelijk inpassingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; c.
zijn afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken.
Artikel 12 12.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. Het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 2 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding; b. Het oprichten van transformatorgebouwen, gemaalgebouwen en andere gebouwen voor voorzieningen van algemeen nut met een inhoud van ten hoogste 35 m³ en een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 meter, welke in het kader van de voorzieningen van algemeen nut nodig zijn en welke op grond van het bepaalde in de voorafgaande artikelen niet kunnen worden gebouwd; c. De lijst van bedrijfsactiviteiten te wijzigen, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.
Artikel 13
Overige regels
Overtreding van het bepaalde in artikel 10 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet.
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 30 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2
Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Gierlestraat 1 te Baarle-Nassau’ van de gemeente Baarle-Nassau.
Bestemmingsplan regels 191040
Pagina 31 van 35
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlage 1 Landschapsplan
Landschappelijke inpassing Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Opdrachtgever:
Schoenmakers Advies Molenzicht 2 4881 BW Zundert
Datum:
4 december 2023
Door:
PLANgroen Martijn Aarts Nieuwmoerseweg 3a 4885 KJ Achtmaal info@plangroen.nl
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Inhoud Inleiding
4
Maatwerk regeling omgevingskwaliteit
5
Bestaande situatie
6
Landschappelijke inpassing inclusief beheer en berkening
7-12
Referentiebeelden
13
Bijlagen
Pagina 3
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Inleiding De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie Gierlestraat 1 omvat het realiseren van een woning in de Vlaamse schuur met cultuurhistorische waarde. In het voorliggend plan is de landschappelijke inpassing voor de ontwikkeling opgenomen en daarnaast hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de regeling ‘Maatwerk Omgevingskwaliteit’ van de provincie Noord-Brabant. Het landschapsplan is als volgt opgebouwd: • Maatwerkregeling omgevingskwaliteit • Bestaande situatie • Landschappelijke inpassing
Pagina 4
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Maatwerkregeling omgevingskwaliteit Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord- Brabant in haar ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ het principe van een ‘Maatwerkregeling Omgevingskwaliteit’ geïntroduceerd. De beleidsregel geeft invulling aan de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ (artikel: 3.69 en 3.78). Deze regeling heeft als doelstelling de omgevingskwaliteit te versterken als men voornemens heeft om een (extra) woning te willen bouwen of een inpandige splitsing van beeldbepalende woonboerderijen te realiseren. Voor deze voornemens dient een fysieke tegenprestatie te worden geleverd, dit kan onder andere door het landschap te versterken.
Met het voorgenomen initiatief op de planlocatie Gierlestraat 1 wordt toepassing gegeven aan de maatwerkregeling omgevingskwaliteit. In het voorliggende document wordt de landschappelijke inpassing nader omschreven en berekend volgens de STILA-methode.
Pagina 5
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Bestaande situatie Gebiedsbeschrijving: Het plangebied ligt in het buitengebied aan de Gierlestraat ten zuiden van de Belgische kern Baarle-Hertog. Het buitengebied van Ulicoten bestaat hier voornamelijk uit bos en cultuurgronden met hier en daar wat landschapselementen. Die elementen bestaan uit bomenrijen, houtwallen, kleine bosjes. Ook uit de historische kaarten blijkt dat het landschap in de omgeving van het plangebied uit cultuurgronden met hier en daar een bomenrij, houtsingel of haag bestond. Locatie beschrijving:
De planlocatie ligt in een gebied waar de cultuurgronden met vergezichten domineert en bestaat uit agrarische percelen met summiere beplanting. De meeste beplanting is terug te vinden rondom de erven. Vrijstaande woningen en boerderijen wisselen elkaar af, waarbij de erf- en bedrijfsbebouwing vaak geclusterd staat.
1925
Pagina 6
1950
1990
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
2022
Landschappelijke inpassing
Bestaande Struweelhaag
Bestaande Bossingel
N
Schaal 1:1000
Pagina 7
Nieuw te realiseren Fruitbomen 11stuks met daaronder een bloemenmengsel 600m²
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Landschappelijke inpassing Beeldkwaliteit: De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering voor het landschap zijn. Gemeente Baarle- Nassau heeft in zijn structuurvisie aangegeven welke landschapselementen er gebruikt mogen worden in het desbetreffende gebied. Inpassing: Op de locatie zijn al wat landschapselementen aanwezig, zoals ‘Bossingel’ en ‘Struweelhaag’. Deze bestaande elementen geven de het Boerenerf een authentieke uitstraling. Om aansluiting te vinden met het bestaande groen en om de locatie uit het landschap te halen, worden de volgende elementen gerealiseerd: - Bloemrijk mengsel - Hoogstam boomgaard De Bossingel is aan de westzijde en deels zuidwestzijde aanwezig. Aan de Oostkant is er een struweelhaag aanwezig. Deze elementen zorgen ervoor dat de planlocatie uit het landschap wordt gehaald. Om de planlocatie te versterken wordt er aan de zuidwest kant een ‘Hoogstamfruitboomgaard’ aangeplant met daaronder een ‘Bloemenmengsel’. Een fruitboomgaard is onlosmakelijk verbonden met een ‘boerenerf’ en geeft de planlocatie een authentieke uitstraling. Beplanting: Om de beeldkwaliteit te verhogen wordt er gekozen voor inheemse boom en struiksoorten.
Pagina 8
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Hoogstamboomgaard (11 stuks):
Het landschapselement ‘Hoogstamboomgaard’ valt onder het landschapspakket L10 (STILA). Het is een boomgaard met hoogstamfruitbomen (appel, peer,pruim,kers), waarvan de kroon een hoogte van minimaal 150 centimeter boven de stamvoet begint en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit grazige vegetatie. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer: Het element is tenminste 1 are en ten hoogste 50 are groot; De onderbegroeiing wordt als grasland beheerd; Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbebehandeling; Schade aan stammen van bomen door vraat wordt voorkomen; Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 augustus en 15 maart. De fruitboomsoorten worden geplant met een afstand van vijf meter van elkaar:
Soort
Maat
Aantal
Latijnse naam
Nederlandse naam
Malus dom. ‘Elstar’
Elstar appel
16-18
3
Pyrus com. ‘Conferance’
Conferance peer
16-18
3
Prunus av. ‘Regina’
Regina kers
16-18
3
Prunus dom. ‘Opal’
Opal pruim
16-18
2
Pagina 9
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Bloemrijke rand (600m²): Het landschapselement ‘Bloemrijk grasland’ valt onder het landschapspakket G3 (STILA). Een bloemrijke rand is een aaneengesloten rand langs een perceelrand of landschapspakket met een gevarieerde kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die jaarlijks gemaaid wordt. Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer De rand heeft een gemiddelde breedte van tenminste 3 en ten hoogste 6 meter en een lengte van tenminste 25 meter; voor een rand langs een ecologische verbindingszone geldt echter een gemiddelde breedte van ten hoogste 25 meter; De rand wordt ingezaaid met een in overleg met de veldcoördinator samengesteld mengsel met inheemse grassen en kruiden of er worden éénmalig gunstige randvoorwaarden gecreëerd voor een spontane ontwikkeling van de vegetatie, tenzij de aanvrager verklaard dat er reeds 10 plantensoorten in de rand aanwezig zijn. De rand wordt maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar gemaaid en het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of – bagger opgebracht; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v.
pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop; De rand wordt niet gebruikt als pad behoudens het incidentele gebruik als onderhoudspad voor het schouwen van de aanliggende sloot of het uitvoeren van onderhoud aan het element zelf.
Pagina 10
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Beheer Landschappelijke inpassing Hoogstam fruitboomgaard: Minimaal één keer per twee jaar wordt de fruitboomgaard in de periode 1 augustus tot 15 maart gesnoeid. Daarbij wordt gelet op de volgende punten: - Het verwijderen van waterloten, zuigers en kruisende(schurende) takken. - Vruchtdragende takken (meerjarig hout) innemen ter bevordering van het vruchtdragen. - Begeleidingssnoei Bloemrijke rand: De rand wordt maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar gemaaid. Daarbij wordt gelet op de volgende punten. - Het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd - Tussen 1 april en 1 juli is maaien niet toegestaan. - De periode tussen twee maaibeurten is minimaal 3 maanden
Pagina 11
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Berekening Landschappelijke inpassing De fysieke tegenprestatie van de landschappelijke inpassing wordt aan de hand van de STILA-methode berekend, per landschapspakket wordt de vergoeding van de aanleg en het onderhoud van 6 jaar meegerekend. In de onderstaande tabel worden de toe te passen landschapspakket(ten) uiteengezet. Het totale bedrag geeft de omgevingskwaliteit in euro’s weer. Zie tabel hieronder:
Pagina 12
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Referentiebeelden
Hoogstamboomgaard
Pagina 13
Bloemrijk Grasland
Landschappelijke inpassing – Gierlestraat 1 – Baarle Nassau
Bijlagen
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlage 2 Werkomschrijving behoud en herstel
Werkomschrijving behoud en herstel
Schuur Gierlestraat 1 te Baarle-Nassau Datum:
04-12-2023
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Colofon Titel:
Werkomschrijving behoud en herstel Schuur Gierlestraat 1 te Baarle-Nassau
Opdrachtgever:
R. Smulders Parallelweg 8 te Baarle-Hertog
Architect:
Schoenmakers Molenzicht 2 4881 BW Zundert Tel: 076-5990340 www.schoenmakersarchitectuur.nl
Contactpersoon:
ing. Karlijn van der Rijk-Kuijsters karlijn@schoenmakers-ontwerp.nl
Projectnummer:
191040
Datum:
04-12-2023
Status:
Definitief
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 2 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .......................................................................................................................................................... 4
2.
Hoofdvorm ..................................................................................................................................................... 5
3.
Hoofddraagconstructie................................................................................................................................... 6
4.
Dakconstructie ............................................................................................................................................... 7
5.
Gevelconstructie ............................................................................................................................................ 8
6.
Kozijnen, ramen en deuren ............................................................................................................................ 9
7.
Behoud- en herstel kosten ........................................................................................................................... 10
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 3 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Inleiding De navolgende werkomschrijving bevat de behoud en -herstelwerkzaamheden van de schuur aan de Gierlestraat 1 te Baarle-Nassau. De schuur is op dit moment in gebruik als bijgebouw bij de woning, een langsgevelboerderij, op de locatie Turnhoutseweg 55 Baarle-Hertog. Het dorp Baarle is opgedeeld in Nederlandse en Belgische enclaves. Hierdoor staat de woning op Belgisch grondgebied en de schuur op Nederlands grondgebied. De locatie is gelegen op de hoek van de Turnhoutseweg en Gierlestraat. Dit rapport is opgesteld om de behoud- en herstelwerkzaamheden van de schuur te beschrijven zonder dat de cultuurhistorische waarde verloren gaan. In figuur 1 is de luchtfoto aangegeven met daarop de locatie van de schuur.
Locatie schuur
Figuur 1 | luchtfoto locatie
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 4 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. Hoofdvorm De schuur aan de Gierlestraat is in 1926 als graanschuur gebouwd en valt onder het schuurtype ‘langsdeelschuur’. In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog is in 1945 de schuur door de Duitse bezetters in brand gestoken. De schuur is in 1956 herbouwd met behulp van het ‘Bureau Wederopbouw Boerderijen’ (BWB). Kenmerkend aan een langsdeelschuur is de doorrit, ook wel de deel genoemd, over de volledige lengte van de schuur. De deel bevindt zich aan één zijkant van de schuur. In de voor- en achtergevel zitten grote deeldeuren waardoor wagens door de schuur heen konden rijden. De schuur heeft een rechthoekige plattegrond en is opgedeeld in 3 beuken en vijf traveeën. De schuur heeft een hoog zadeldak met wolfseinden en is volledig gedekt met rode vlakke Muldepannen. De gevels zijn van baksteen in Engels metselverband en met een cementgebonden voeg. Bovenin de voorgevel is een nis aangebracht met daarin een beeld van Onze Lieve Vrouwe met kind. Het interieur van de schuur bestaat uit een oningedeelde open ruimte. De vijf eikenhouten dekbalkgebinten zijn geheel zichtbaar en bestaan uit een anker- en dekbalkgebint. De poeren en gevels zijn aan de binnenzijde afgesmeerd met cement. Over het algemeen verkeerd de schuur in goede staat. In onderstaande afbeeldingen zijn de voor-, achter- en rechtergevel van de schuur weergegeven.
Figuur 2 | voor- en rechterzijgevel schuur
Figuur 3 | achter- en rechterzijgevel schuur
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 5 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3. Hoofddraagconstructie De constructie van de schuur bestaat uit een serie van 4 eiken dekbalkgebinten op poeren van metselwerk die afgesmeerd zijn met cement. Op de gebinten zijn kapspanten aangebracht. De spanten zijn een variant op het Verbeterde Hollandse spant. De dekbalk van de gebinten bestaat uit een dubbele trekbalk. De meeste verbindingen zijn met bouten en moeren gemaakt. De gebintbalken van de zijbeuken zijn met een pen- en gat verbinding aan de gebindstijlen gemaakt. Aan de buitenzijde liggen deze gebintbalken op penanten in de buitengevel. De kap bestaat uit een sporenkap, gedragen door vier houten A-spanten. Op de spanten zijn voorzien van telmerken in Romeinse cijfers.
Figuur 4 | Spant- en kapconstructie
De spant- en kapconstructie is van een redelijke kwaliteit. Voor het behoud en herstel van het gebouw zal de constructie tijdens de werkzaamheden nauwkeurig worden nagelopen. Eventueel slechte onderdelen worden vervangen conform bestaande afmetingen en materiaal. Deze onderdelen worden zo toegepast dat ze niet detoneren met de bestaande constructie. Nieuwe en te herstellen verbindingen worden bevestig door middel van een bout en moer verbinding met uitzondering van de verbinding tussen de gebintbalken in de zijbeuken. Deze hebben bestaand een pen- en gat verbindingen en zullen ook zo hersteld worden. Mocht deze verbinding niet toereikend zijn dan kan de verbinding gemaakt worden door middel van een door en door boutverbinding. De bout zelf zal verzonken aanbrengen, hierop een houten prop aanbrengen in de vorm van een authentieke houten pen geklemd en verlijmd. De muren zijn aan de binnenzijde afgewerkt met een cementlaag. De vloer is een betonvloer met daarin nog enkele mestputten deels aanwezig. De vloer is niet geïsoleerd.
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 6 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
4. Dakconstructie Zoals in bij spant- en kapconstructie beschreven bestaat de kapconstructie uit een sporenkap. Het dak is gedekt met rode vlakke muldenpannen. Onder de dakpannen is geen dakbeschot aangebracht. De dakconstructie is niet geïsoleerd. In het dakvlak zijn een aantal vierpans dakramen aanwezig. De dakconstructie is van een redelijke kwaliteit. Voor het behoud- en herstel de dakpannen nalopen. Waar nodig, kapotte dakpannen en/of panlatten vervangen. Nieuwe of 2e hands dakpannen aanbrengen welke gelijk zijn aan bestaand.
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 7 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
5. Gevelconstructie De gevels zijn geheel opgebouwd in steens metselwerk in Engels verband. Boven de diverse gevelopeningen zijn rollagen aanwezig. De dakrand in de topgevels is afgewerkt met een cementzoom. De huidige buitenschil van de schuur is niet geïsoleerd. Over het algemeen zijn de gevels van een redelijke kwaliteit. Aan de onderzijde van de gevels, langs het maaiveld, is groene aanslag op het metselwerk aanwezig. Op de voorgevel is her en der wat mosgroei te zien op het voegwerk van de gevel. Plaatselijk, met name langs het maaiveld is het voegwerk weggespoeld. In het metselwerk zijn ook enkele scheuren aanwezig. Voor het behoud wordt het metselwerk van de gevel gecontroleerd en eventueel hersteld. Dit houdt in het vervangen van slecht voegwerk, repareren van scheuren en het vervangen van slechte stenen. De groene aanslag en mosgroei wordt van de gevel verwijderd door middel van reinigen.
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 8 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
6. Kozijnen, ramen en deuren De gevels zijn voorzien van diverse gevelopeningen bestaande uit houten opgeklampte deuren en betonnen vensters. De deel van de schuur wordt aan de voor- en achterzijde ontsloten doormiddel van dubbele getoogde opgeklampte deuren, het linker gedeelte van de deuren bestaat uit twee delen. In de linkerzijgevel is een dubbele houten opgeklampte schuifdeur aanwezig. Verder zijn er totaal nog 3 opgeklampte loopdeuren aanwezig in de linkerzijgevel en achtergevel. Er zijn verschillende betonnen vensters aangebracht, 2-, 4- en 6-ruits vensters. Plaatselijk is een enkelglas ruit gebroken. In de rechterzijgevel zijn een aantal ramen dichtgezet met een damwandplaat. De staat van de opgeklampte deuren is redelijk, de deeldeuren in de voorgevel zijn matig. Voor het behoud van de schuur de bestaande deuren waar nodig herstellen en indien nodig (gedeeltelijk) vervangen conform bestaand. Bestaand hang- en sluitwerk wordt gereinigd, gestraald, eventueel gerepareerd en opnieuw gespoten in de huidige kleur. De betonnen vensters nalopen en waar nodig herstellen conform bestaand. Gebroken ruiten vervangen. Bij de dichtgezette ramen de damwandplaat verwijderen, kozijnen en glas herstellen/vervangen.
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Pagina 9 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
7. Behoud- en herstel kosten Ten behoeve van het behoud en herstel van de schuur wordt hieronder een schatting gegeven van de bouwkosten. Aanvullende bouwkosten zoals na-isolatie en het veranderen van de inrichting zijn hier niet in opgenomen. Onderdeel Nalopen en herstel spant- en kapconstructie Nalopen en vervangen dakpannen en panlatten Reinigen gevels Vervangen van slecht voegwerk, repareren van scheuren en het vervangen van slechte stenen Herstel opgeklampte deuren Herstel kozijnen Totaal:
Werkomschrijving schuur Gierlestraat 1 Baarle-Nassau | 04-12-2023
Kosten excl. BTW € 10.000, € 10.000, € 7.500, € 12.500, € 15.000, € 7.500, € 62.500, -
Pagina 10 van 10
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Verbeelding
Plangebied Gierlestraat 1 te Baarle-Nassau
Enkelbestemmingen B
Bedrijf
G-LI
Groen - Landschappelijke inpassing
Dubbelbestemmingen WR-A1
Waarde - Archeologie 1
WR-A2
Waarde - Archeologie 2
WR-BEE
Waarde - beeldbepalend
Functieaanduidingen
WR-A2
(sb-iaa)
B
WR-BEE (w)
(w)
(sb-iaa)
specifieke vorm van bedrijf - industriële en agro-automatisering wonen
Bouwvlakken
1
bouwvlak
3
BLE01F 01552G0000
BLE01F 01551G0000
BLE01F 01083G0000
WR-A1 G-LI
traat
les Gier BLE01R 00567G0000
2
BESTEMMINGSPLAN "Gierlestraat 1 te Baarle-Nassau"
Projectnr Blad Getekend Schaal Datum Wijz.
: : : : : :
191040 NL.IMRO.0744.BPGierlestraat1-ON01 L.S. 1:500 2023-12-08 --
GEMEENTE BAARLE-NASSAU Molenzicht 2 |4881 BW Zundert |076-5990340 | www.schoenmakersadvies.nl