Bijlage 1 - Participatievisie ABG 2024
Tekst van het document
Samen voor een fijne samenleving Visie op participatie voor Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen
Inhoud Inleiding
3
1 Waarom deze visie?
5
2 Wat staat er in de visie?
6
3 Wat is participatie?
7
4 Onze visie op participatie
9
5 Onze vijf ambities
11
6 Werkwijze van de ABG-gemeenten
14
7 Randvoorwaarden van participatie
17
8 Rollen en verantwoordelijkheden
19
9 Leren door te doen
21
Inleiding De gemeenschap van Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen is betrokken. Dat zit in de aard van de mensen. Als gemeenten zoeken we de samenwerking met de samenleving bij het uitvoeren van onze opgaven. Dat is iets wat we al jaren doen. Net zoals het ophalen wat er speelt in de omgeving en waar behoefte aan is. Binnen de gemeenten willen we dat iedereen kan meedenken, meedoen en invloed kan hebben op de eigen leefomgeving. We denken als gemeenten niet voor mensen maar mét mensen. We willen de ideeën, kennis en energie uit de samenleving nog beter benutten. Door inwoners, ondernemers en organisaties uit te nodigen om mee te praten en mee te doen. En door initiatieven vanuit de samenleving te ondersteunen en faciliteren. Dat is niet iets nieuws, maar we willen dit wel vanuit één visie en met een meer eenduidige werkwijze gaan doen. In de afgelopen jaren is de samenwerking met inwoners, ondernemers en organisaties steeds belangrijker geworden. Samen beschikken we over enorm veel kennis, creativiteit, expertise en ervaring. Bij de keuzes die we als gemeenten maken, is de inbreng van de samenleving van grote maatschappelijke toegevoegde waarde. Daarom willen wij als gemeenten graag gebruik maken van deze inbreng. Eerder hebben we nadrukkelijk uitgesproken dat participatie bij onze plan- en beleidsontwikkeling én besluitvorming een belangrijke rol speelt.
We willen de kracht van de samenleving herkennen en erkennen, ondersteuning bieden waar nodig en als gemeenten flexibel zijn in het omgaan met de verschillende soorten initiatieven. Om dit op een goede manier te kunnen doen is deze visie voor Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen opgesteld: één visie op participatie waar we als gemeenten, samen met onze inwoners, ondernemers en organisaties mee kunnen werken.
Derk Alssema Burgemeester Gilze en Rijen
Janneke van de Laak Wethouder Baarle-Nassau
Lieke Schuitmaker
Burgemeester Alphen-Chaam
3
Leeswijzer Deze visie zorgt voor houvast bij participatie. Om meer context te schetsen, gaan we kort in op de huidige situatie en waarom er een visie nodig is (hoofdstuk 1) en we vertellen wat er in de visie staat (hoofdstuk 2). Ook definiëren we participatie en gaan we in op de verschillende vormen (hoofdstuk 3). Naast het delen van onze visie op participatie (hoofdstuk 4), stellen we ook ambities voor onszelf, die we in de komende jaren willen bereiken (hoofdstuk 5). Hiervoor stellen we een werkwijze op (hoofdstuk 6) en de randvoorwaarden voor participatie (hoofdstuk 7). Verder gaan we kort in op de rollen en verantwoordelijkheden (hoofdstuk 8) en we sluiten de visie af met een kijk op de toekomst en hoe wij de rol van deze visie hierin zien (hoofdstuk 9).
4
1 Waarom deze visie? In de huidige samenleving vinden er veel ontwikkelingen plaats die elkaar snel opvolgen. Ook op het gebied van participatie is er veel veranderd de afgelopen jaren. En we zien dat participatie steeds belangrijker wordt. Met de komst van de Omgevingswet en het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau, verwachten we dat deze ontwikkelingen doorzetten. Daarom willen we als gemeenten de komende jaren participatie nog verder integreren in onze manier van werken. Met een visie op participatie voor Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen, willen we zorgen voor een eenduidige werkwijze op basis van onze kijk op participatie, ambities en uitgangspunten. Om hier de interne organisatie en onze inwoners ondersteuning en houvast mee te bieden. Het uitgangspunt van onze werkwijze is het betrekken van inwoners en ondernemers, we vertrouwen elkaar, zijn helder in onze verwachtingen, iedereen kan meedoen én weet wat er speelt. Om hieruit één beeld te creëren is deze participatievisie opgesteld. Waar de besturen, medewerkers én de inwoners, ondernemers en organisaties mee uit de voeten kunnen.
Blik op de toekomst Belangrijk is dat deze visie voor bewustwording en duidelijkheid moet zorgen voor alle betrokken partijen bij het realiseren van initiatieven en ontwikkelingen. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor eigen invulling, omdat niet alles zich makkelijk laat voorspellen. Door deze ruimte aan elkaar te geven, zorgen we voor een klimaat waar we kunnen blijven leren en ontwikkelen, om zo met elkaar verder te groeien op het gebied van participatie. En onze ambities voor de toekomst met elkaar te halen.
5
2 Wat staat er in de visie? In deze visie staat hoe wij participatie organiseren binnen onze gemeenten. Het geeft initiatiefnemers en deelnemers handvatten en kaders voor participatieprocessen. Het maakt daarbij niet uit of de initiatiefnemer de gemeente zelf is, of een inwoner, een ondernemer of een (maatschappelijke) organisatie. We willen op een fijne en vaste manier met elkaar samenwerken. Daarom verwachten we van zowel onszelf, als van onze inwoners, ondernemers en andere organisaties, dat we ons hier samen hard voor maken en inzet tonen. De manier van werken en de ambities die we als gemeenten hebben lichten we in deze visie toe, en we benoemen de randvoorwaarden voor het opstarten van een participatieproces. Participatie is meer dan visie en beleid. Om dit verder te implementeren in de structuur van onze gemeenten en handvatten te bieden om dit te gaan doen, werken we na de vaststelling van de visie ook het volgende uit:
•
Verordening: de juridische tegenhanger van onze visie op participatie, waarbij we aansluiten bij de mogelijkheden die de wet Versterking participatie op decentraal niveau ons biedt.
•
Leidraad: een vertaalslag van de visie naar de praktijk. We gaan verder in op onze werkwijze en werken deze uit op een praktisch niveau, waarbij er ruimte blijft voor maatwerk op specifieke beleidsterreinen.
•
Toolkit: een bundeling van tools en middelen die gebruikt kunnen worden bij een participatietraject. Om de eenduidige werkwijze voor inwoners en medewerkers te faciliteren en stimuleren.
Op deze manier willen we het betrokken denken en doen verweven in de kern van onze gemeenten.
6
3 Wat is participatie? Tijdens een bijeenkomst met de drie gemeenteraden van de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen op 30 mei 2023 hebben we samen naar de definitie van participatie gezocht. Op basis van deze input hebben we de volgende definitie geformuleerd:
‘Participatie is het proces waarbij gemeente, betrokken inwoners, maatschappelijke partners en eventueel andere externe deskundigen via een open houding naar elkaar en met een vooraf besproken aanpak samen vorm en inhoud geven aan (delen van) plannen of beleid. Het proces is gericht op het benutten van elkaars deskundigheid en het verhogen van betrokkenheid voor de te nemen beslissingen.’
Binnen de gemeenten onderscheiden we twee soorten participatie: inwoners- en overheidsparticipatie. Deze vormen verschillen op sommige vlakken van elkaar, maar we hebben voor beide vormen dezelfde ambities, werkwijze en randvoorwaarden.
Inwonersparticipatie Bij inwonersparticipatie is de gemeente initiatiefnemer en heeft deze een project. Dit kan van alles zijn: het aanleggen van een gezamenlijke moestuin voor een wijk tot de sloopen nieuwbouw van een school. De omgeving wordt dan gevraagd om te participeren. Onder de omgeving vallen inwoners, maar bijvoorbeeld ook ondernemers, verenigingen en belangengroepen. Zij worden door de gemeente gevraagd om mee te denken, praten, doen of beslissen over het plan, beleidsstuk of project waar ze op dat moment mee bezig zijn.
7
Overheidsparticipatie Bij overheidsparticipatie zijn de rollen omgedraaid: het initiatief ligt bij de omgeving: een inwoner of een groep inwoners, een bedrijf of organisatie die iets wil realiseren. De overheid is deelnemer en wordt gevraagd om mee te denken, praten, doen of beslissen over het plan of project.
Participatietrap Er zijn verschillende niveaus waarop inwoners kunnen participeren. Om het niveau van participatie te bepalen, hanteren we bij de ABG-gemeenten de participatieladder van het Relevant Gesprek®. Op deze ladder staan verschillende participatieniveaus, van informeren tot meebeslissen. De inhoud en context van het initiatief bepalen welk niveau het best passend is. De keuze van het participatieniveau, bepaalt de intensiteit voor het uit te voeren participatietraject.
Figuur 1
Participatietrap van het Relevant Gesprek®
8
4 Onze visie op participatie Binnen Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen mag en kan iedereen meedoen. Onze gemeenschappen zijn hecht. Dit zit in de aard van de mensen. Als gemeenten willen we deze verbinding met elkaar nog sterker maken. Daarom nodigen we onze inwoners, ondernemers en organisaties uit om met onze initiatieven mee te denken, mee te werken of mee te beslissen. Dit betekent dat als we als gemeenten een initiatief hebben, we hierbij samen met de omgeving over nadenken en aan de slag gaan. We stellen onszelf daarom ook altijd eerst de vraag of en hoe onze inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden mee kunnen doen. Of dit nou gaat over het opstellen van een nieuw beleid of het realiseren van een project in de buurt. Want we denken niet voor onze inwoners, maar mét onze inwoners. Uiteraard blijft participatie altijd maatwerk. We willen niet participeren om te participeren, maar er moet een toegevoegde waarde zijn. En het moet passend zijn bij de omgeving. Als gemeenten willen we onze organisaties en inwoners hierin zo goed mogelijk ondersteunen om hier goede keuzes en afwegingen in te maken. Zodat we weten wat we van elkaar kunnen verwachten.
“In de ABG-gemeenten mag en kan iedereen meedoen”
9
Participatie gaat niet alleen over initiatieven waar de gemeente het initiatief neemt, maar ook over plannen waarin de samenleving dit doet. Deze initiatieven willen we zoveel mogelijk ondersteunen en benutten. Ook deze initiatieven zorgen ervoor dat iedereen mee mag en kan doen. En onze inwoners, ondernemers en organisaties weten als geen ander waar in de omgeving behoefte aan is. Wij realiseren ons dat dit voor ons als gemeenten en voor de samenleving vraagt om een verandering in denk- en werkwijze. Wij streven ernaar om dit met elkaar te realiseren. Wij kunnen dit niet alleen, maar hebben elkaars expertise, perspectief en ervaringen hiervoor nodig. Voor participatie is de ruimte nodig om met elkaar te leren en te experimenteren. En dat is precies wat we als gemeenten samen met de inwoners gaan doen. Om participatie in de kern van onze organisatie en de samenleving te verweven, zullen we vast en zeker zaken tegenkomen die beter kunnen of die we anders willen organiseren. Hier nemen we de ruimte voor, omdat we van onze ervaringen willen leren. Zo willen we met elkaar zorgen voor een werk-, leer- en leefomgeving waarin we op een goede manier met elkaar omgaan en waarbij we elkaar actief betrekken.
10
5 Onze vijf ambities Deze kijk op participatie hebben we niet voor niets. We willen er stappen mee zetten in onze gemeenten. Hiervoor hebben we vijf ambities geformuleerd, die de komende periode leidend zijn in het organiseren van participatietrajecten en in het meedoen aan participatietrajecten van inwoners of andere externe initiatiefnemers.
1. Iedereen mag en kan meedoen We gaan actief op zoek naar manieren om inwoners te bereiken die niet snel uit zichzelf meepraten of meedoen. Dat doen we op een manier, die past bij de vraag die er op dat moment ligt. Het is daarom belangrijk dat we communiceren op een manier die past bij de publieksgroepen. En we deze publieksgroepen via verschillende communicatiekanalen de relevante inwoners proberen te bereiken. Als gemeente denken we bij het communiceren vanuit de omgeving en wat zij nodig hebben om betrokken te worden als participant. Hierbij doen we als gemeente extra moeite om alle doelgroepen te betrekken. Ook de groepen die minder binding met de gemeente hebben. Denk hier bijvoorbeeld aan kinderen en jongeren. Zij vormen de toekomst van onze gemeenten. Wij betrekken hen dan ook graag bij plannen. We verkennen de mogelijkheden om verschillende en diverse groepen meer te betrekken bij onderwerpen die hen aangaan. En ook de verschillende perspectieven binnen een initiatief op te zoeken en mee laten wegen. Verder onderzoeken we (nieuwe) participatievormen voor deze groepen én we willen ook van ze zelf horen hoe zij graag betrokken worden.
11
2. Participatie staat aan de basis van ons handelen Wanneer er een nieuw initiatief ontstaat, is het vroegtijdig verkennen van kansen voor participatie het uitgangspunt. Dit geldt voor initiatieven waarbij de gemeente de initiatiefnemer is, maar ook wanneer een inwoner, ondernemer of organisatie dit is. We wegen standaard af of participatie bij een initiatief wel of niet kansrijk is. Dit moet per (type) initiatief afgewogen worden. Op basis van de specifieke inhoud, context en kenmerken van het initiatief.
3. De wederzijdse betrokkenheid van inwoners en de gemeenten vergroten In Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en in Gilze en Rijen bestaan al vele vormen van georganiseerd contact tussen de gemeente en de inwoners van de verschillende dorpen en kernen. Om dit te vergroten zetten we verschillende manieren van participatie in om lokaal beleid te maken wat aansluit bij wat leeft in de drie gemeenten. Ook hier moet de participatievorm passend zijn bij het vraagstuk. Door de perspectieven en belangen van inwoners al op beleidsniveau mee te nemen, willen we onze verbinding versterken. Ook leren inwoners zo beter met wat voor uitdagingen de gemeente te maken heeft en waarom er soms lastige keuzes gemaakt moeten worden. En leert de gemeente wat er in de omgeving speelt. Door het gesprek aan te gaan vergroten we de betrokkenheid vanuit beide partijen en willen we ook voor wederzijds begrip zorgen voor elkaars standpunten.
12
4. Betrokkenheid en eigenaarschap We willen inwoners niet alleen meer betrekken bij onze gemeente, maar ze ook enthousiast maken voor nieuwe ontwikkelingen. Dit doen we door ze te betrekken en meer zeggenschap te geven. Zo maak je ze (deels) verantwoordelijk voor bepaalde keuzes in de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijke plannen of projecten. Door deze verantwoordelijkheid te delen, zorgen we ervoor dat de betrokkenen het belangrijk vinden om de gemaakte keuzes na realisatie in stand te houden: ze ervaren een stukje eigenaarschap, waardoor er een mooie samenwerking ontstaat tussen de gemeente, de gemeenteraad en inwoners. Om dit te realiseren moet hier uiteraard wel ruimte voor zijn in het project, en kan dit niet altijd uitgevoerd worden. Dit is een afweging per (type) project.
5. We zijn omgevingsbewust en werken omgevingsgericht Tot slot zijn we omgevingsbewust en richten we ons op de omgeving in onze dagelijkse werkzaamheden. Door omgevingsgericht te werken zorgen we ervoor dat de inhoud van initiatieven beter aansluit bij de mogelijkheden en de wensen vanuit de omgeving. We houden rekening met onze inwoners, en nemen ze mee in de keuzes en afwegingen die er gemaakt moeten worden. We hebben begrip voor de consequenties die de initiatieven van de gemeente mogelijk op de omgeving kunnen hebben, en zoeken naar ruimte om samen tot nieuwe oplossingen te komen.
13
6 Werkwijze van de ABG-gemeenten Deze visie legt de basis voor een vaste werkwijze van de gemeenten AlphenChaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen. Dit biedt niet alleen eenduidigheid voor onze organisatie, maar ook voor onze inwoners. Door op één manier te werken zorgen we voor herkenbaarheid en verbinding. Om een goede samenwerking te stimuleren, spreken we af om de volgende punten te gebruiken als basis voor onze werkzaamheden:
•
Verwachtingsmanagement: we maken vooraf duidelijk welke burgerbetrokkenheid mogelijk is en wat de kaders zijn om zo de interne en externe verwachtingen te managen.
•
Goede terugkoppeling: we koppelen altijd terug wat we met opgehaalde input doen en hoe het (vervolg)proces eruit ziet, zodat de betrokkenen weten wat er speelt en wat er met hun input gebeurd.
•
We houden ons aan vooraf gemaakte afspraken: we zeggen wat we doen en doen wat we zeggen.
•
De ambtelijke organisatie werkt via een eenduidige werkwijze: deze werkwijze zorgt voor structuur, herkenbaarheid en houvast. Ook bieden we externe initiatiefnemers handvatten om op deze manier aan de slag te gaan met participatie.
•
Participatie is bij elk project opnieuw maatwerk: we kijken elke keer opnieuw waar de kansen en uitdagingen liggen en hoe we het proces het beste in kunnen richten. Dit doen we aan de hand van een participatieaanpak. Hiervoor gebruiken we eerdere ervaringen, maar laten deze niet leidend zijn.
14
Impact Hoe intensief de participatie voor een initiatief moet zijn, bepalen we aan de hand van impact. Met impact bedoelen we het effect dat een nieuw initiatief op de fysieke en sociale leefomgeving heeft. Dit kan van vele verschillende dingen afhangen. Denk hierbij aan:
•
De grootte van het initiatief
•
De maatschappelijke aandacht voor het initiatief
•
De politieke gevoeligheid van het initiatief
•
De mate van hinder door het initiatief
•
Het belang van het initiatief
Deze indicatoren geven een indicatie van hoeveel impact het initiatief zal hebben. De participatie voor een initiatief moet passend zijn bij het effect wat het initiatief op de leefomgeving heeft. Dus hoe meer impact, hoe intensiever de participatie.
Vroegtijdig starten met participatie Als initiatiefnemer willen we de samenleving vroegtijdig betrekken bij het maken van nieuwe plannen, beleid en projecten. Hierdoor zijn de inwoners al in een vroeg stadium op de hoogte van wat er speelt of gaat spelen en kunnen zij door te participeren invloed uitoefenen op de uiteindelijke besluitvorming. Als wij als gemeenten vanaf het begin al weten wat de wensen en belangen van betrokkenen zijn, kunnen we hier zorgvuldiger en transparanter besluiten over nemen. Waardoor er vanaf beide kanten meer begrip is over de keuzes die er worden gemaakt. De betrokkenheid van de omgeving verbetert de kwaliteit van plannen. Onze inwoners hebben veel kennis. Door ze actief te betrekken en bevragen, kunnen we deze kennis optimaal benutten voor het verbeteren van onze gemeenten.
15
Werken met een methodiek Participatie draait om het voeren van een relevant gesprek met de verschillende belanghebbenden. Zoals benoemd in hoofdstuk 3, kan de initiatiefnemer hierbij de gemeente zijn, maar ook een inwoner, ondernemer of andere organisatie. We willen een goede samenwerking tussen initiatiefnemer en de omgeving stimuleren en faciliteren. Daarom kiezen we voor een eenduidige werkwijze, aan de hand van een methodiek. Door binnen onze gemeenten met dezelfde structuur te werken zorgt dit voor duidelijkheid, consistentie en kunnen verwachtingen beter afgestemd worden. Voor initiatiefnemers vanuit de omgeving bieden we handvatten om dezelfde methodiek te gebruiken, door middel van een toolbox. Hierin staan o.a. sjablonen, tools en middelen die gebruikt kunnen worden. Uiteindelijk blijft het aan de initiatiefnemer zelf om te kiezen voor het werken met deze methodiek of om een andere werkwijze te gebruiken. Elk participatietraject start met het maken van een aanpak. Voor het maken van deze participatieaanpak doorlopen we standaard vier vragen: waarom in gesprek, waarover in gesprek, met wie (en als wie) in gesprek en hoe in gesprek. Op deze manier begin je bij het begin en kun je via een vaste structuur aan de slag met een vraagstuk. Het toepassen van een eenduidige werkwijze is niet hetzelfde als een eenduidige uitkomst.
Maar het is een manier om het bewustzijn over participatie te vergroten en een middel om de aanpak op te stellen en uit te voeren. Het bevordert de transparantie over de manier waarop de omgeving is betrokken. De uitwerking van de aanpak kan per initiatief verschillen.
16
7 Randvoorwaarden van participatie Het is niet voor elk initiatief passend om te participeren. Er moet dus voor elk nieuw initiatief gekozen worden of hier wel of niet voor geparticipeerd wordt.
Randvoorwaarden Voordat de impact van een initiatief bepaald wordt, en dus ook de intensiteit van de participatie (zoals beschreven in hoofdstuk 3), gaan we na of er wel ruimte is om te participeren. Het ene plan is geschikter voor participatie dan het andere plan. Belanghebbenden willen betrokken worden. Maar dit kan soms schuren met de wens om snel zaken voor elkaar te krijgen. Belangrijk is dat participatie gericht wordt ingezet en er daarbij een duidelijke afweging gemaakt wordt. Dit doen we op basis van de volgende randvoorwaarden:
• Beïnvloedingsruimte In een participatietraject moet er ook daadwerkelijk ruimte zijn voor de omgeving om invloed uit te oefenen op het eindresultaat. De belanghebbenden moeten minimaal op het niveau van raadplegen uit de participatieladder mee kunnen denken. Als er geen mogelijkheden zijn voor verschillende realistische (beleids-) alternatieven, is participatie onwenselijk. De focus ligt dan op het goed communiceren over het initiatief en de omgeving op deze manier mee te nemen.
• Voldoende capaciteit Participatie neemt voor, tijdens en na het gehele initiatief, tijd in beslag. Is die tijd ook beschikbaar of heeft de besluitvorming zoveel haast dat het niet mogelijk is om participatie in te zetten? Het organiseren en begeleiden van een participatietraject kan arbeidsintensief zijn. Er moet bij de initiatiefnemer dan ook voldoende capaciteit, tijd en geld beschikbaar zijn om het traject succesvol te kunnen uitvoeren.
• Commitment op de participatieaanpak Wanneer er gestart wordt met een nieuw participatietraject, is het belangrijk dat hier – indien mogelijk - vooraf commitment op is gegeven. Door de uiteindelijke besluitvormer van het project vooraf in te laten stemmen met de participatieaanpak, voorkomt dit verrassingen achteraf. En is het risico dat het traject wordt afgekeurd en opnieuw moet worden uitgevoerd kleiner. Ook zorgt het vooraf instemmen met de aanpak, voor een goed, gezamenlijk startpunt.
17
• Meerwaarde participatie Wanneer er geparticipeerd wordt voor een initiatief, moet dit altijd van toegevoegde waarde zijn. Wordt de inhoud en/of het proces niet verbeterd door het betrekken van omwonenden of andere belanghebbenden, en is dit goed uit te leggen? Dan is het beter om geen participatietraject te starten. Op deze manier worden er ook geen verwachtingen geschept, die niet waargemaakt kunnen worden. Daarnaast kan participatie in bepaalde gevallen verplicht gesteld worden door de gemeenteraad. In deze gevallen moet er, ongeacht de impact, geparticipeerd worden door de initiatiefnemer.
Is één of meer van bovenstaande randvoorwaarden niet aanwezig voor een project? Dan is het advies om géén participatietraject in te richten voordat er aan de randvoorwaarden voldaan kan worden. Zoals benoemd, is en blijft participatie maatwerk. Het kan dus zijn dat er niet aan één van de randvoorwaarden wordt voldaan, maar dat er verplicht geparticipeerd moet worden. Of omdat de omgeving duidelijk laat zien dat ze absoluut mee willen denken, werken of beslissen. Is de gemeente de initiatiefnemer en zijn tijd en geld de beperkende factor. En is de verwachting dat de inbreng van de omgeving meerwaarde heeft? Dan wordt er per vraagstuk gekeken naar een passende oplossing voor dit dilemma.
18
8 Rollen en verantwoordelijkheden In een participatietraject is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het te doorlopen proces. Dit kan zowel de burger zijn (overheidsparticipatie) als de gemeente (burgerparticipatie). Hoe dan ook heeft de initiatiefnemer verschillende rollen en verantwoordelijkheden in het participatieproces. Deze rollen kunnen ook per fase in het participatietraject verschillen. In het geval van de gemeente als initiatiefnemer onderscheiden we de volgende groepen met verschillende rollen. In de leidraad staan deze rollen en welke taken erbij horen verder uitgewerkt.
Gemeenteraad De gemeenteraad heeft als orgaan verschillende rollen binnen de gemeente. Zo spreken we van:
•
De kaderstellende rol: het meegeven van kaders voor de beleidsuitvoering en processen die het college van burgemeester en wethouders uitvoert.
•
De controlerende rol: de verantwoordelijkheid om het beleid en de beslissingen van het college van burgemeester en wethouders te controleren, te beoordelen en waar nodig bij te sturen.
•
De volksvertegenwoordigende rol: de raad vertegenwoordigt de inwoners en het vertalen van de behoeftes van de samenleving richting het college van burgemeester en wethouders.
Bij deze rollen horen verschillende taken in een participatietraject. Die kunnen verschillen op basis van de grootte en intensiteit van het traject.
College van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders (B&W) heeft drie mogelijke rollen bij een participatietraject. Ook deze kunnen verschillen op basis van de grootte en intensiteit:
•
De initiatiefnemer: voor projecten, plannen en programma’s.
•
De vergunningverlener: beoordeling of participatie moet plaatsvinden. En zo ja, of participatie heeft plaatsgevonden, of dit voldoende is uitgevoerd en of er rekening is gehouden met de verschillende belangen.
•
Een stimulerende en faciliterende rol: bij initiatieven van derden (overheidsparticipatie).
19
Ambtelijke organisatie De organisatie en uitvoering van participatie ligt breed in de ambtelijke organisatie. Dit betekent dat binnen de ambtelijke organisatie niet één afdeling verantwoordelijk is voor participatie, maar iedereen een rol en verantwoordelijkheid kan hebben in een participatieproces.
Samenleving De samenleving is in gevallen waarbij de gemeente de initiatiefnemer is, de deelnemer in het participatieproces. Zij worden gevraagd om mee te denken, werken of beslissen. Natuurlijk zijn er ook initiatieven waarbij de inwoners de initiatiefnemer zijn. Bij participatietrajecten die geïnitieerd worden vanuit de inwoners, vervult de gemeente de rol van deelnemer.
20
9 Leren door te doen Deze visie is een mooi startpunt van het versterken van participatie in onze gemeenten en meer samen met elkaar te werken aan nieuwe projecten, plannen of beleid. Maar met deze visie zijn we er nog niet. We willen onze participatievisie tot leven brengen en werken aan onze ambities. Je leert participeren door het te doen. Hier willen we onszelf als gemeenten en iedereen uit de samenleving de ruimte voor geven: wat werkt wel en wat werkt niet? Het samen ontdekken, leren en stappen maken, doen we op de volgende manieren.
Leidraad Om de ambities uit onze visie te realiseren, zullen we de visie naar beleidsniveau moeten vertalen. Dit wordt de participatieleidraad, die praktische handvatten geeft over hoe we de visie kunnen verwerken in onze werkwijze. Hier komen ook zaken als tijd, capaciteit en commitment die nodig zijn om het participatietraject te organiseren bij kijken. De participatiehandreiking laat ruimte voor maatwerk per beleidsveld, als dat uit wettelijk en praktisch oogpunt nodig is. Kortom: de leidraad geeft handvatten om een goed participatieproces in te richten.
Toolkit Bij de handreiking ontwikkelen we ook een stappenplan en verschillende hulpmiddelen. Dit noemen we de participatie-toolkit. Deze kunnen de medewerkers van de gemeenten gebruiken, maar ook externe initiatiefnemers. Zodat iedereen die een participatietraject start een goede afweging kan maken in de manier waarop ze de omgeving vragen te participeren. Een belangrijk uitgangspunt is dat het een levende toolkit wordt. Dit houdt in dat de toolkit op basis van ervaringen ook weer wordt aangevuld met nieuwe tools en/of middelen. De leidraad en toolkit worden uitgewerkt na vaststelling van deze visie en daarmee toegevoegd aan de vaste werkwijze van de gemeenten. Voor dit proces is tijd en capaciteit nodig. Als gemeenten vinden wij participatie, en een goede inbedding hiervan, dusdanig belangrijk, dat we ons hier hard voor maken. En de komende tijd de stappen zetten die hiervoor nodig zijn.
Implementatie van een vaste werkwijze Naast de borging en implementatie van de visie in de ABG-gemeenten, zullen we ook gebruik maken van een vaste aanpak in onze werkwijze. Dit met de kanttekening dat maatwerk op specifieke beleidsterreinen mogelijk is. Voor deze vaste aanpak faciliteren we ondersteunende tools, die aansluiten bij het beleid. Dit doen we voor bestuurders, medewerkers van de gemeenten, inwoners, ondernemers, organisaties en andere externe initiatiefnemers. Bij initiatiefnemers uit de omgeving zal het vooral gaan om ze de weg te wijzen en te helpen bij het proces.
21
Leren en experimenteren In deze visie beschrijven we hoe wij aankijken tegen participatie. Maar hiermee zijn we er nog niet. Participatie vereist heldere spelregels en randvoorwaarden. Deze visie biedt daarvoor een goede basis. Het totaal van het participatiebeleid wordt uiteindelijk gevormd door deze visie op participatie, de participatieverordening en een leidraad voor participatie. De komende periode gaan we met deze manier van werken aan de slag. De visie is hierbij een eerste startpunt. Maar zien we niet als onveranderlijk. We willen namelijk blijven bewegen, en we streven naar vooruitgang. Wanneer we hiervoor moeten afwijken van de visie, willen we dat dit mogelijk is. We willen een lerende organisatie zijn. Dit betekent dat we met regelmaat participatietrajecten nabespreken en evalueren. Wat ging goed en wat kon er beter? Waarom was dit het geval? En wat zou je een andere keer anders doen? Het stellen van onder andere deze vragen biedt informatie en inzichten om het proces de volgende keer te verbeteren, versoepelen of versnellen. Het evalueren doen we niet alleen binnen de gemeenten, maar ook met onze inwoners, ondernemers en andere belanghebbende organisaties. Zodat we ook van elkaars perspectief leren. Op deze manier willen we de verbinding tussen de verschillende partijen versterken en ook voor begrip zorgen.
We hebben nog niet alle antwoorden, maar zijn op weg om deze stapje voor stapje te vinden. Dit doen we niet alleen, maar samen en met elkaar.
22
ABG-Organisatie 2024