CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Oplegnotitie raadsbesluiten

Gemeenteraad (openbaar) 3 november 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot het nemen van (delegatie)besluiten in het kader van de Omgevingswet3.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPLEGNOTITIE RAADSBESLUITEN Raadsvergadering: Datum Opgesteld door

1.

november 2021 27 juli 2021 Programmateam Omgevingswet

Inleiding

De Omgevingswet De Omgevingswet zal op 1 juli 2022 in werking treden. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. Het vraagt om een transitie op 3 verschillende sporen: - Het vernieuwen van het wettelijke stelsel met gebruikmaking van de gemeentelijke instrumenten. Van belang daarbij is de toepassing van participatie door het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij deze instrumenten. - Het ontwikkelen van één digitaal loket (Digitaal Stelsel Omgevingswet ofwel DSO) voor het aanvragen van vergunningen, raadplegen van de geldende regels per locatie, en op termijn informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. - Het doorvoeren van organisatorische veranderingen op het gebied van taken, cultuur, structuur, technologie, processen en mensen. Daarmee kunnen we inwoners en ondernemers met een initiatief sneller en beter van dienst zijn. De instrumenten in de beleidscyclus Er zijn 4 nieuwe gemeentelijke kerninstrumenten die tezamen de beleidscyclus vormgeven (zie figuur): • Beleidsontwikkeling: de omgevingsvisie is de opvolger van de structuurvisie en betreft één integrale langetermijnvisie van de raad voor de hele fysieke leefomgeving.

De omgevingsvisie geeft ook richting aan de programma’s van het college, die een uitwerking van het beleid uit de omgevingsvisie bevatten en maatregelen ter uitvoering van dat beleid. • Beleidsdoorwerking: het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan maar met een verbrede reikwijdte. In het omgevingsplan worden door de raad regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

• Uitvoering: voor wat betreft de omgevingsvergunning is het van belang dat het initiatief centraal staat (ja, mits-houding). De aanvraag wordt via het DSO ingediend. Daarbij dient de initiatiefnemer aan te geven of hij aan participatie heeft gedaan, en zo ja, hoe en wat de resultaten zijn. Standaard is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing, ook bij het (buitenplans) afwijken van het omgevingsplan (nu 26 weken). Het college is in principe het bevoegd gezag en de vergunning van rechtswege verdwijnt. Een bijzonderheid is dat de raad in het omgevingsplan kan opnemen welke activiteiten vergunningplichtig zijn. Deze worden omgevingsplanactiviteiten genoemd; activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan zijn buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (vergelijkbaar met de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan). • Terugkoppeling: toezicht en handhaving vormt het sluitstuk van het college van de beleidscyclus. De raad wordt hierover (jaarlijks) geïnformeerd en houdt daarmee toezicht op de uitvoering. Vervolgens kan monitoring en evaluatie leiden tot de ontwikkeling van nieuw beleid. Richting geven aan de beleidscyclus De implementatie van de Omgevingswet vraagt diverse noodzakelijke en vereiste raadsbesluiten om op een goede wijze sturing te kunnen geven aan de hierboven geschetste beleidscyclus.

Daarbij zijn de volgende verbeter- en uitgangspunten vanuit het gedachtegoed van de Omgevingswet voor de raad van belang: • het integraal benaderen van de fysieke leefomgeving bij de toepassing van de instrumenten; • het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte voor de fysieke leefomgeving; • het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van de instrumenten; • het versnellen en verbeteren van de besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving; • het hebben van vertrouwen in inwoners/bedrijven, het college en andere bestuursorganen. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de raadsbesluiten. In de bijlage is het raadsbesluit opgenomen dat reeds is voorbereid voor de punten 1 t/m 6. Raadsbesluiten 1. aanwijzen gevallen bindend advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2. aanwijzen gevallen verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 3. participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan 4. delegeren delen van het omgevingsplan naar college 5. delegeren voorbereidingsbesluit naar college 6. instellen gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit 7. legesverordening 8. nadeelcompensatieverordening 9.

financiële arrangementen uitvoeringsdiensten en mandaatregelingen De besluiten hebben vooral betrekking op het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen die met het omgevingsplan en een omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt. Deze besluiten zijn met name van technische aard, noodzakelijk voor de uitvoeringspraktijk. Met deze besluiten zijn geen wijzigingen in het beleid van de gemeente beoogd, anders dan noodzakelijk voor een goede toepassing van de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde beleidscyclus. Deze besluiten worden zoveel mogelijk gebundeld en in november ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Elk (type) besluit wordt hieronder nader toegelicht door in te gaan op: • het doel van het besluit; • de huidige en toekomstige situatie onder de Omgevingswet; • de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het opstellen van het conceptbesluit; • de stand van zaken met betrekking tot het conceptbesluit.

2

2.

Raadsbesluiten toegelicht

Bindend advies • Doel: doel van dit raadsbesluit is het aanwijzen van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij in het kader van de verlening van de vergunning een bindend advies van de raad aan het college noodzakelijk is (art. 16.15a en 16.15b van de Omgevingswet en art. 4.21 van het Omgevingsbesluit); • Huidige situatie: op dit moment kent de gemeente de figuur ‘verklaring van geen bedenkingen’ (hierna: Vvgb). Dit betreft een instemming van de raad voor het verlenen van een buitenplanse omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan (art. 6.5 Besluit omgevingsrecht). De raad kan een lijst met categorieën gevallen aanwijzen waarin een dergelijke Vvgb niet is vereist. De gemeenten Baarle-Nassau en Gilze en Rijen kennen in de huidige situatie redelijk vergelijkbare lijsten met categorieën gevallen waarin geen Vvgb vereist is1; het raadsbesluit van de gemeente AlphenChaam tot aanwijzing van categorieën gevallen heeft op dit moment geen juridische rechtsgevolgen omdat deze ervan uit gaat dat bij alle buitenplanse omgevingsvergunningen een verklaring vereist is. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van het aantal Vvgb’s dat is afgegeven ten opzichte van het totale aantal buitenplanse omgevingsvergunningen over de afgelopen raadsperiode 2018 t/m heden. Gemeente Alphen-Chaam Baarle-Nassau Gilze en Rijen

Totaal aantal buitenplanse vergunningen* 7 7 4

Aantal met Vvgb 4 0 1

* een overzicht van het type ruimtelijke ontwikkelingen per gemeente is opgenomen in de bijlagen

• Toekomstige situatie: na inwerkingtreding van de Omgevingswet kan het college besluiten een buitenplanse omgevingsvergunning te verlenen, tenzij de raad gevallen heeft aangewezen waarbij een bindend advies wel is vereist (let op: omgekeerde werking dus); • Uitgangspunten: het conceptbesluit betreft een beleidsneutrale omzetting van de huidige lijsten van de ABG-gemeenten, waarbij deze zijn geharmoniseerd en gemoderniseerd. Ook voor de gemeente Alphen-Chaam is hierbij aangesloten om in lijn te zijn met de bevoegdheidsverdeling en het gedachtegoed van de Omgevingswet; • Stand van zaken: het conceptbesluit inclusief lijst is gereed. Verplichte participatie advies • Doel: doel van dit raadsbesluit is het aanwijzen van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij de toepassing van participatie verplicht is voor initiatiefnemers vóórdat een aanvraag wordt ingediend (art. 16.55 lid 7 van de Omgevingswet); • Huidige situatie: op dit moment wordt binnen de ABG-gemeenten op gelijke wijze gestuurd op de toepassing van de omgevingsdialoog (niet juridisch bindend); • Toekomstige situatie: na inwerkingtreding van de Omgevingswet vormt participatie een indieningsvereiste bij de vergunningaanvraag bij de door de raad aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij participatie verplicht is gesteld.

Daarbij dient te worden aangegeven hoe participatie is toegepast en wat de resultaten ervan zijn. Indien in deze gevallen geen participatie is toegepast, kan de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard. Er kunnen echter geen vormvereisten worden gesteld aan de participatie; • Uitgangspunten: het conceptbesluit betreft een beleidsneutrale voortzetting van het beleid ten aanzien van de omgevingsdialoog (ABG-lijst met ruimtelijke ontwikkelingsprojecten waarbij gestuurd wordt op het voeren van een omgevingsdialoog); • Stand van zaken: het conceptbesluit inclusief lijst is gereed.

1

Deze lijsten hebben bovendien een grote algemene deler met de lijsten van andere gemeenten.

3

Participatiebeleid omgevingsvisie en omgevingsplan • Doel: doel van dit beleid is het kunnen voldoen aan de motiveringsplicht die ziet op hoe de gemeente de omgeving bij de voorbereiding van beleid heeft betrokken, wat de gemeente met de resultaten heeft gedaan en in hoeverre aan haar beleidsregels over participatie is voldaan bij de vaststelling van een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan. Voor het omgevingsplan geldt ook nog een kennisgevingsplicht (art. 10.2, 10.7 en 10.8 van het Omgevingsbesluit); • Huidige situatie: op dit moment kent de gemeente de (algemene) inspraakverordening die geldt voor alle domeinen (art. 155 van de Gemeentewet). In deze verordening worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken.

Deze inspraak wordt verleend door toepassing van de uitgebreide procedure, voor zover in de verordening niet anders is bepaald; • Toekomstige situatie: na inwerkingtreding van de Omgevingswet geeft de raad met het participatiebeleid haar visie op de toepassing van participatie bij een beleidsvoornemen tot wijziging van het gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving bij het gebruik van een omgevingsvisie of een omgevingsplan in de zin van de Omgevingswet, zodat invulling gegeven kan worden aan de motiveringsplicht die er geldt op basis van de Omgevingswet. Dit vormt in feite een verbreding van de algemene inspraakverordening specifiek voor het fysieke domein. In een nog later stadium vindt aanpassing van de Gemeentewet plaats zodat participatie een vaste plek krijgt in de (algemene) inspraakverordening en zo voor alle domeinen gaat gelden; • Uitgangspunten: het conceptbesluit betreft een verbreding van de huidige inspraakverordening, waarbij uit is gegaan van: o het betrekken van partijen voordat de formele besluitvorming van start gaat; o het vooraf duidelijk maken wat de rolverdeling is; en, o het verbeteren van de kwaliteit van besluitvorming en de invulling daarbij van participatie. • Stand van zaken: het conceptbesluit is gereed. Er is daarnaast een interne handreiking in voorbereiding.

Delegatiebesluit omgevingsplan • Doel: doel van dit raadsbesluit is het delegeren van delen van het omgevingsplan naar het college (art. 2.8 van de Omgevingswet) als flexibiliteitsregeling; • Huidige situatie: op dit moment kent de gemeente de figuur van de uitwerkingsplicht en wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan op grond waarvan het college een ruimtelijk plan kan vast stellen (art. 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening). In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van het aantal ruimtelijke plannen dat door het college is vastgesteld over de afgelopen raadsperiode 2018 t/m heden. Gemeente Alphen-Chaam Baarle-Nassau Gilze en Rijen

Aantal ruimtelijke plannen door het college vastgesteld* 11 5 6

* een overzicht van het type ruimtelijke ontwikkelingen per gemeente is opgenomen in de bijlagen

• Toekomstige situatie: na inwerkingtreding van de Omgevingswet kan het college op basis van het delegatiebesluit een bepaald onderdeel van het omgevingsplan (er is maar 1 omgevingsplan per gemeente) wijzigen binnen de kaders die de raad heeft aangegeven binnen het delegatiebesluit. Dit leidt tot een versnelling van de besluitvorming en beperkt de bestuurlijke en administratieve lasten; • Uitgangspunten: het raadsbesluit betreft een beleidsneutrale voortzetting van de huidige praktijk aangevuld met technische aanpassingen aan het omgevingsplan om deze in overeenstemming brengen met nieuwe regelgeving (een instructie(regel) van de provincie of een buitenplanse omgevingsvergunning (waarbij in bepaalde gevallen de raad al bindend advies heeft gegeven); • Stand van zaken: het conceptbesluit is gereed. Op basis van kennis en ervaring die wordt opgedaan bij het opstellen van het omgevingsplan, volgt wellicht in de toekomst nog een uitbreiding van dit raadsbesluit. 4

Delegatiebesluit voorbereidingsbesluit • Doel: doel van dit raadsbesluit is het delegeren van het nemen van een voorbereidingsbesluit naar het college met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels (art. 4.14 van de Omgevingswet); • Huidige situatie: op dit moment kent de gemeente de figuur voorbereidingsbesluit al uit de Wro (art. 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening) maar deze kan in de huidige situatie niet worden gedelegeerd naar het college. Deze figuur is over de afgelopen raadsperiode 2018 t/m heden door geen enkele ABG-gemeente toegepast; • Toekomstige situatie: met het delegatiebesluit kan het college een voorbereidingsbesluit nemen dat er toe strekt te voorkomen dat een locatie minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van het doel van de wijziging van het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Door deze bevoegdheid bij het college te leggen, is snellere besluitvorming mogelijk (in verband met lange(re) aanlever/vergadercyclus van de raad) zodat de gemeente er beter toe in staat is ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan; • Uitgangspunten: het conceptbesluit gaat uit van het versnellen van besluitvorming. De raad zal onverwijld worden geïnformeerd wanneer het college een voorbereidingsbesluit heeft genomen; • Stand van zaken: conceptbesluit is gereed.

Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit • Doel: doel is het instellen van een adviescommissie ruimtelijke kwaliteit om stedenbouwkundig advies uit te brengen in het kader van aanvragen omgevingsvergunning en het ontwikkelen van beleid; • Huidige situatie: op dit moment vindt de instelling van een welstandscommissie plaats op grond van de Woningwet en/of een (rijks)monumentencommissie op grond van de Erfgoedwet/Monumentenwet; • Toekomstige situatie: op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet is de instelling van een rijksmonumentencommissie verplicht (o.b.v. art. 17.9 van de Omgevingswet). De gemeenteraad heeft de zorg voor de samenstelling van de commissie, zodanig dat onafhankelijke en deskundige adviezen tot stand komen. Het gaat daarbij om het instellen van de commissie en het benoemen van de leden van die commissie. Het is verder mogelijk om in het omgevingsplan welstandseisen op te nemen en te bepalen bij welke activiteiten advies van een gemeentelijke commissie vereist is (bijvoorbeeld de welstandstoets bij bouwactiviteiten) (art. 16.15 van de Omgevingswet). Ook het vastleggen van de gemeentelijke- en rijksmonumenten en het aanwijzen van panden met cultuurhistorische of bouwkundige waarden vindt plaats in het omgevingsplan.

Dit raadsbesluit beoogt dus geen wijzigingen in het welstandsen/of monumentenbeleid; • Uitgangspunten: het conceptbesluit betreft een beleidsneutrale voortzetting van de huidige adviescommissie(s) door herinstelling/benoeming; • Stand van zaken: het conceptbesluit is gereed. Legesverordening • Doel: doel van deze verordening is de impact van de Omgevingswet verwerken in het legesmodel; • Huidige situatie: op dit moment wordt de legesverordening jaarlijks geüpdate; • Toekomstige situatie: na de inwerkintreding van de Omgevingswet bepaalt de gemeente in haar omgevingsplan welke activiteiten vergunningplichtig zijn, hoe de toetsing plaatsvindt en dus welke leges verhaald kunnen worden. Daaronder zijn ook milieu-activiteiten begrepen. Er ontstaat een knip in de bouwvergunning tussen de bouwtechnische toets en de ruimtelijke toets, waarbij de bouwtechnische toets (melding) op basis van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen bij externe kwaliteitsborgers ligt. Dit en andere invloeden hebben tot gevolg dat de kostenposten opnieuw bepaald moeten worden en de hoogte ervan (her)berekend. • Uitgangspunten: het betreft waar mogelijk een beleidsneutrale voortzetting van de meest recente legesverordening, aangepast op basis van het werkmodel voor de legesverordening van de VNG. 5

Daarbij vindt voor de leges voor milieu-activiteiten afstemming plaats met de OMWB omtrent de hoogte van (redelijke) bedragen; • Stand van zaken: de conceptverordening is in voorbereiding. De vaststelling van de legesverordening 2022 loopt mee met de reguliere (jaarlijkse) besluitvorming; in 2022 vindt tussentijds aanpassing van de legesverordening plaats in verband met de (beoogde) inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet op 1 juli 2022. Nadeelcompensatieverordening • Doel: doel van deze verordening is het vastleggen van procesregels voor de behandeling van schadeverzoeken als gevolg van rechtmatig overheidsoptreden (nadeelcompensatie). • Huidige situatie: op dit moment kent de gemeente de figuur ‘planschadeverordening’ (verplichte verordening op basis van art. 6.7 van de Wet ruimtelijke ordening en art. 6.1.3.3 van het Besluit ruimtelijke ordening), waarin procesregels zijn vastgelegd ten aanzien van de behandeling van planschadeverzoeken. • Toekomstige situatie: na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het bestuursrechtelijke schadevergoedingsrecht algemeen geregeld door de Awb: de nadeelcompensatieregeling (titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht). De gemeente kan procesregels vastleggen in een nadeelcompensatieverordening (op basis van art. 4.130 van de Algemene wet bestuursrecht en art. 15.9 van de Omgevingswet).

• Uitgangspunten: het betreft waar mogelijk een beleidsneutrale voortzetting van de huidige planschadeverordening, aangepast op basis van het model nadeelcompensatieverordening van de VNG; • Stand van zaken: de conceptverordening is in voorbereiding. Er vindt nog een aanpassing plaats aan het model nadeelcompensatieverordening van de VNG. Ook zal er een handreiking vanuit de VNG beschikbaar komen. Daarna wordt de concept verordening gereed gemaakt voor besluitvorming. Financiële arrangementen uitvoeringsdiensten en mandaatregelingen • Doel: doel van deze besluiten is de impact van de Omgevingswet verwerken in de financiële arrangementen met de uitvoeringsdiensten en mandaatregelingen; • Huidige situatie: op dit moment heeft de gemeente financiële arrangementen met de uitvoeringsdiensten en mandaatregelingen; • Toekomstige situatie: het takenpakket van uitvoeringsdiensten moet worden aangepast aan de veranderingen als gevolg de Omgevingswet. De dienstverleningsovereenkomsten, samenwerkingsafspraken en financiële arrangementen met de uitvoeringsdiensten moeten hierop voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn aangepast. • Uitgangspunten: het betreft waar mogelijk een beleidsneutrale voortzetting van de afspraken en regelingen, aangepast op basis van voorstellen van de uitvoeringsdiensten; • Stand van zaken: in afwachting van de voorstellen van de uitvoeringsdiensten.

Daarna worden de financiële arrangementen en (interne) mandaatregelingen voorbereid. Hierin wordt het bestuur meegenomen.

6

Bijlagen 1. Overzicht type ruimtelijke ontwikkelingen 2. Raadsbesluit met de eerste zes inhoudelijke besluitpunten en de bepaling van de inwerkingtreding (7): 1. aanwijzen gevallen bindend advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2. aanwijzen gevallen verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 3. participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan 4. delegeren delen van het omgevingsplan naar college 5. delegeren voorbereidingsbesluit naar college 6. instellen gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit 7. deze besluiten in te laten gaan op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.

7

Bijlage 1

Overzicht type ruimtelijke ontwikkelingen

8

Alphen-Chaam: Ruimtelijke plannen 2018-2021 - 11 stuks

1 3

1

3 3

Aanpassen aantal wooneenheden in Centrum

Horeca naar Wonen

Agrarisch naar Bedrijf

Agrarisch naar Wonen

Bedrijf naar Wonen

Alphen-Chaam: Buitenplanse omgevingsvergunningen 2018-2021 - 7 stuks

1

1

1

1 2

Verbouwen winkel en toevoegen woning

Bouwen mestsilo's

Bedrijfswoning gebruiken als Plattelandswoning

Vormverandering bouwvlak

Aanleg trayvelden en waterbassin

9

Baarle-Nassau: Ruimtelijke plannen 2018-2021 - 5 stuks

2 3

1

Agrarisch naar Wonen

Omschakelen naar ander agrarisch bedrijf

Woningsplitsing

Baarle-Nassau: Buitenplanse omgevingsvergunningen 2018-2021 - 7 stuks

1

1

1

1

3

Bouwen nieuwe woning

Nieuwbouw bedrijfsloods

Bedrijfswoning gebruiken als Plattelandswoning

Overschrijden bebouwingsoppervlak

Nieuwbouw appartementen

10

Gilze en Rijen: Ruimtelijke plannen 2018-2021 - 6 stuks

1 2

3

Dienstverlening naar Wonen

Agrarisch naar Bedrijf

Bouwvlakvergroting bij Agrarisch

Gilze en Rijen: Buitenplanse omgevingsvergunningen 2018-2021 - 4 stuks

Aanleg snellaadstation

1

1

1

1

35 recreatiewoningen

Nieuwbouw patiowoning

11

bouw 5 sleufsilo's

Bijlage 2

Raadsbesluit

Besluitpunten: 1. aanwijzen gevallen bindend advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2. aanwijzen gevallen verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 3. participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan 4. delegeren delen van het omgevingsplan naar college 5. delegeren voorbereidingsbesluit naar college 6. instellen gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit 7. deze besluiten in te laten gaan op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10605653/2