CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van Zienswijzen en ambtelijke wijzigingen (1078881)

Gemeenteraad (openbaar) 19 juni 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan cultuurcentrum Baarle3.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

1

Inhoud 1. Leeswijzer 2. Gevolgde procedure 3. Samenvatting inhoud zienswijzen en reactie van de gemeente 4. Lijst van (ambtshalve) wijzigingen

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

2

1. Leeswijzer In de hierna volgende hoofdstukken worden de door de overlegpartner gegeven zienswijzen behandeld. Hoofdstuk 2 zet de gevolgde procedure uiteen. In dit hoofdstuk wordt tevens bezien of de ingediende reacties aan alle formele eisen voldoen en dus ontvankelijk zijn. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 de reacties kort samengevat en wordt inhoudelijk op de reacties ingegaan. Tot slot is aangegeven op welke punten het plan aangepast zal worden.

2. Gevolgde procedure De bekendmaking van de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle is op 21 december 2023 gepubliceerd in het gemeenteblad. Onderhavig beleidsvoornemen lag van 21 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage. Tijdens deze termijn kon iedereen zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze indienen. Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn van 6 weken ingediend. Hiermee zijn alle zienswijzen ontvankelijk. Alle zienswijzen zijn daarom meegenomen in de beantwoording.

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

3

3. Samenvatting zienswijzen en de reactie van de gemeente 3.1 Overleg Resultaten overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle. In het kader van het bovengenoemde overleg is het concept van het ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle toegezonden aan: 1. Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving Provincie Noord-Brabant 2. Waterschap Brabantse Delta 3. Midden- en West-Brabant – Brandweer Bij Provincie Noord-Brabant is het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg op 17 oktober 2023 digitaal kenbaar gemaakt. Er waren geen provinciale belangen in het geding. Waterschap Brabantse Delta heeft bij brief van 30 november 2023 een wateradvies afgegeven. Paragraaf 4.3 waterhuishouding. Aangegeven is dat het hemelwater wordt afgevoerd naar het hemelwaterriool. Omdat er een toename is aan verhard oppervlak van meer dan 500 m2 is het niet toegestaan het hemelwater onvertraagd af te voeren, zonder compenserende maatregelen. Er is niet aangegeven wat de toename is aan verhard oppervlak, wat voor retentiemaatregelen genomen worden en waar binnen het plan de ruimte hiervoor gereserveerd wordt. Gelieve dit aspect nader uit te werken conform de voorkeursvolgorde (hergebruik/infiltratie/afvoer). Wateradvies In vervolg op bovenstaande opmerkingen zijn wij genoodzaakt negatief te adviseren in het kader van de watertoets.

Brandweer Midden- en West-Brabant heeft op 28 november 2023 per mail aangegeven geen belemmeringen voor het aspect externe veiligheid te zien.

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

4

4.2 Zienswijzen Hieronder volgt een samenvatting van de ontvangen zienswijzen, de reactie van de gemeente hierop en de conclusie of de reactie leidt tot aanpassing van het plan: Waterschap Brabantse Delta (ontvangen op 1 februari) Zienswijze Reactie 1A Advies van 30 november 2023 blijft van We hebben in overleg met het waterschap de toelichting aangepast: kracht: Beleid Provincie Noord-Brabant Paragraaf 4.3 waterhuishouding. Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 Aangegeven is dat het hemelwater wordt Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van afgevoerd naar het hemelwaterriool. het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het Omdat er een toename is aan verhard planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het oppervlak van meer dan 500 m2 is het niet Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de toegestaan het hemelwater waterschappen. Het RWP is op 22 december 2021 in werking getreden. onvertraagd af te voeren, zonder Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, compenserende maatregelen. schoon en voldoende water en een vitale bodem.

Deze opgaven zijn Er is niet aangegeven wat de toename is aan ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en verhard oppervlak, wat voor werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en retentiemaatregelen genomen worden en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en waar binnen het plan de ruimte hiervoor gereserveerd wordt. Gelieve dit aspect nader de energietransitie. Samenwerking met water- en bodempartners uit te werken conform de voorkeursvolgorde (hergebruik/infiltratie/afvoer).

Conclusie Deze reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

De provincie heeft de koers voor de komende jaren niet alleen bepaald. In dialoogsessies hebben vele partners en belanghebbenden actief meegedacht. Naast de Brabantse waterschappen, terreinbeherende organisaties (TBO’s), de Vereniging Industriewater, drinkwaterbedrijven, de Brabantse Milieu Federatie, Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) en verschillende onderwijsinstellingen, waren ook een groot aantal gemeenten aangesloten. Water en bodemsysteem herstellen Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

5

wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Beleid Waterschap Brabantse Delta Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Het programma brengt op strategisch niveau samenhang tussen de verschillende kerntaken en draagt zo bij aan integraal waterbeheer en duurzame ontwikkeling in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheerprogramma en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger.

De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

6

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater’. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: • Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater; • Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m²); • Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. In alle gevallen geldt (ook) het gemeentelijke beleid.

Gemeentelijk waterbeleid Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2021 – 2025 (vGRP) Het waterbeleid van de gemeente Baarle-Nassau is vastgelegd in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025. In het waterbeleid zijn de zorgplichten uit de Waterwet verder ingevuld. Het gemeentelijke waterbeleid schrijft onder meer voor dat stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater op een deugdelijke manier moeten worden ingezameld, geborgen, getransporteerd en/of 26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

7

lokaal gezuiverd. Alle nieuwe nieuwbouw- en herstructureringsprojecten dienen in principe hydrologisch neutraal te worden uitgevoerd waarbij de wettelijke voorkeursvolgorden gehanteerd worden. Hemelwater wordt daarom, ook als er geen toename is van het verhard oppervlak, bij voorkeur in de bodem geïnfiltreerd en schoon gehouden. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² (daken en bestrating) geldt zowel het gemeentelijk als waterschapsbeleid en wordt voor het oppervlak van het daken en bestrating een opgave meegegeven. Bij het realiseren van nieuw verhard oppervlak is een bergingseis voor hemelwater van minimaal 78 mm (liter/m²) voor het toekomstige nieuwe verhard oppervlak vastgesteld. Bij het aanpassen van verhard oppervlak geldt een bergingseis van minimaal 7 mm (liter/m²) voor het vervangende oppervlak en minimaal 78 mm voor een eventuele toename van het oppervlak. De gemeente rekent niet met een gevoeligheidsfactor. Verhard oppervlak wat niet aangepakt wordt, hoeft niet gecompenseerd te worden. De bestaande watervoorzieningen zoals greppels en vijvers dienen gehandhaafd te blijven tenzij de bergende, afvoerende, infiltrerende en drainerende functie gecompenseerd wordt. Algemene eisen De waterberging dient boven de hoogste grondwaterstand (ghg) gerealiseerd te worden.

Het is daarom cruciaal dat er in de initiatieffase inzicht is in het bodem- en grondwatersysteem. Bij een toename van meer dan 500 m2 verhard oppervlak is een (hydrologisch) bodemonderzoek vereist wat inzicht geeft in grondwaterstanden gedurende een langere periode, de doorlatendheden en de bodemopbouw. Voor permanent watervoerende voorzieningen zoals vijvers dient gerekend te worden met een peilstijging tussen de gemiddeld hoogste 26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

8

grondwaterstand en het laagste aanvoerende maaiveld. Bij droogvallende groene voorzieningen zoals een wadi wordt voor de opgave van 60 of 78 mm met een waterlaag van 0,5 m gerekend en bij een opgave van 7 mm met 0,3 m, tenzij gekozen wordt voor een natuurlijke inrichting. Doorgroeibare verharding wordt als 80% verhard beschouwd en open verharding met grind als onverhard. Bij de ontwikkelingen wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid van zeer extreme situaties waarbij er veel water op straat komt te staan. Er dient te worden aangetoond dat dit niet tot onacceptabele schade leidt. De diverse aspecten van het toekomstige watersysteem dienen bij plannen met een toename van meer dan 500 m2 aan verhard oppervlak te worden beschreven in een (waterhuishoudkundig) plan met tekening.

Aanpassing planregels: Artikel 1 Begrippen 1.38 Waterberging voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk en bestrating Artikel 3: Maatschappelijk 3.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging a Het in gebruik nemen van de opstallen is niet eerder toegestaan dan nadat een waterbergingsvoorziening met een capaciteit van minimaal 78 mm (liters/m2) voor het nieuwe verhard oppervlak is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

9

b De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; c De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar de gemeentelijke riolering plaatsvindt. d er moet altijd een overloopconstructie zijn

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

10

5. Lijst van (ambtshalve) wijzigingen De volgende wijzigingen worden bij vaststelling doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: •

Naar aanleiding van overleg en zienswijzen:

Toelichting: - Wijziging 1: Beleid Provincie Noord-Brabant Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP is op 22 december 2021 in werking getreden. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Samenwerking met water- en bodempartners De provincie heeft de koers voor de komende jaren niet alleen bepaald. In dialoogsessies hebben vele partners en belanghebbenden actief meegedacht. Naast de Brabantse waterschappen, terreinbeherende organisaties (TBO’s), de Vereniging Industriewater, drinkwaterbedrijven, de Brabantse Milieu Federatie, Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) en verschillende onderwijsinstellingen, waren ook een groot aantal gemeenten aangesloten. Water en bodemsysteem herstellen Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking.

Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden. Beleid Waterschap Brabantse Delta Waterbeheerprogramma 2022 – 2027

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

11

Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Het programma brengt op strategisch niveau samenhang tussen de verschillende kerntaken en draagt zo bij aan integraal waterbeheer en duurzame ontwikkeling in de regio.

Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheerprogramma en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater’. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: •

Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater; • Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m²); • Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. In alle gevallen geldt (ook) het gemeentelijke beleid.

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

12

Gemeentelijk waterbeleid Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2021 – 2025 (vGRP) Het waterbeleid van de gemeente Baarle-Nassau is vastgelegd in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025. In het waterbeleid zijn de zorgplichten uit de Waterwet verder ingevuld. Het gemeentelijke waterbeleid schrijft onder meer voor dat stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater op een deugdelijke manier moeten worden ingezameld, geborgen, getransporteerd en/of lokaal gezuiverd. Alle nieuwe nieuwbouw- en herstructureringsprojecten dienen in principe hydrologisch neutraal te worden uitgevoerd waarbij de wettelijke voorkeursvolgorden gehanteerd worden. Hemelwater wordt daarom, ook als er geen toename is van het verhard oppervlak, bij voorkeur in de bodem geïnfiltreerd en schoon gehouden. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² (daken en bestrating) geldt zowel het gemeentelijk als waterschapsbeleid en wordt voor het oppervlak van het daken en bestrating een opgave meegegeven. Bij het realiseren van nieuw verhard oppervlak is een bergingseis voor hemelwater van minimaal 78 mm (liter/m²) voor het toekomstige nieuwe verhard oppervlak vastgesteld. Bij het aanpassen van verhard oppervlak geldt een bergingseis van minimaal 7 mm (liter/m²) voor het vervangende oppervlak en minimaal 78 mm voor een eventuele toename van het oppervlak.

De gemeente rekent niet met een gevoeligheidsfactor. Verhard oppervlak wat niet aangepakt wordt, hoeft niet gecompenseerd te worden. De bestaande watervoorzieningen zoals greppels en vijvers dienen gehandhaafd te blijven tenzij de bergende, afvoerende, infiltrerende en drainerende functie gecompenseerd wordt. Algemene eisen De waterberging dient boven de hoogste grondwaterstand (ghg) gerealiseerd te worden. Het is daarom cruciaal dat er in de initiatieffase inzicht is in het bodem- en grondwatersysteem. Bij een toename van meer dan 500 m2 verhard oppervlak is een (hydrologisch) bodemonderzoek vereist wat inzicht geeft in grondwaterstanden gedurende een langere periode, de doorlatendheden en de bodemopbouw. Voor permanent watervoerende voorzieningen zoals vijvers dient gerekend te worden met een peilstijging tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand en het laagste aanvoerende maaiveld. Bij droogvallende groene voorzieningen zoals een wadi wordt voor de opgave van 60 of 78 mm met een waterlaag van 0,5 m gerekend en bij een opgave van 7 mm met 0,3 m, tenzij gekozen wordt voor een natuurlijke inrichting. Doorgroeibare verharding wordt als 80% verhard beschouwd en open verharding met grind als onverhard. Bij de ontwikkelingen wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid van zeer extreme situaties waarbij er veel water op straat komt te staan.

Er dient te worden aangetoond dat dit niet tot onacceptabele schade leidt.

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

13

De diverse aspecten van het toekomstige watersysteem dienen bij plannen met een toename van meer dan 500 m2 aan verhard oppervlak te worden beschreven in een (waterhuishoudkundig) plan met tekening. - Wijziging 2: In de toelichting wordt in paragraaf 4.5 Archeologie vrijgave met het selectiebesluit naar aanleiding van het verrichte archeologisch proefsleuvenonderzoek verwerkt. Het verslag daarvan wordt aan de bijlagen van de toelichting toegevoegd. -

Wijziging 3:

De paragraaf 4.6.2 over Stikstof wordt aangevuld naar aanleiding van de aangevulde stikstofberekening die ook aan de bijlagen van de toelichting wordt toegevoegd. - Wijziging 4: In de bijlage van de toelichting wordt het verslag van het NGE-onderzoek toegevoegd. -

Wijziging 5:

De conclusie uit bijlage 2 wordt overgenomen in paragraaf 2.5.1

De toevoegingen aan de toelichting zijn formeel-juridisch geen wijzigingen bij vaststelling, aangezien het geen aanpassing van de regels of verbeelding betreft. •

Ambtshalve wijzigingen:

Verbeelding: - De dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ vervalt. Regels: - Wijziging 1: - Artikel 1 Begrippen

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

14

-

-

1.38 Waterberging voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk en bestrating Artikel 3: Maatschappelijk 3.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging a Het in gebruik nemen van de opstallen is niet eerder toegestaan dan nadat een waterbergingsvoorziening met een capaciteit van minimaal 78 mm (liters/m2) voor het nieuwe verhard oppervlak is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. b De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; c De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar de gemeentelijke riolering plaatsvindt. d er moet altijd een overloopconstructie zijn

-

Wijziging 2: Artikel 4 Archeologie vervalt

-

Wijziging 3: Hoofdstuk 4: Algemene Regels vervalt

-

Wijziging 4: artikel 5 en verder worden hernummerd naar 4 en verder naar aanleiding van het vervallen van het oorspronkelijke hoofdstuk 4.

-

26 april 2024 Nota van Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Cultuurcentrum Baarle

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14233187/1