CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Discussienota APV gemeente Baarle-Nassau

Gemeenteraad (openbaar) 31 maart 2021, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling Algemene plaatselijke verordening gemeente Baarle-Nassau 20213.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan

Commissie Bestuur en Middelen

Van

College van Burgemeester en Wethouders

Onderwerp

Discussienota APV gemeente Baarle-Nassau

Datum

11 november 2020

Zaak Green Valley

294676

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Geachte Commissieleden, Inleiding De Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente Baarle-Nassau is aan een update toe. De rekenkamercommissie heeft in 2016 onderzoek verricht naar de APV, waarin de rekenkamercommissie enkele aanbevelingen doet. Een van die aanbevelingen is om in aanloop naar een wijziging van de APV een opiniërende bespreking in de commissie Bestuur en Middelen te beleggen zodat de raad vroegtijdig in het proces meegenomen wordt. Om die reden wordt, vanwege de aanstaande update van de APV, deze discussienota aan u voorgelegd. De resultaten van de bespreking in de Commissie worden vervolgens verwerkt in een (concept-)APV die intern wordt afgestemd en uiteindelijk volgens de reguliere procedure ter vaststelling aan de raad zal worden voorgelegd. Handvatten De APV is een lijvig document en bevat bepalingen over een grote diversiteit aan onderwerpen. Dat maakt de APV een lastig document om te bespreken zonder enig houvast. Om die reden is deze discussienota in twee delen opgesplitst. In het eerste deel worden een aantal algemene uitgangspunten aangedragen die als input kunnen dienen voor een discussie op hoofdlijnen tijdens de opiniërende bespreking in de Commissie Bestuur en Middelen.

In het tweede deel worden als uitwerking van het eerste deel enkele concrete suggesties aangedragen over mogelijke inhoudelijke wijzigingen in de APV. Wellicht ten overvloede wordt benadrukt dat deze suggesties niet limitatief zijn bedoeld en de bespreking en discussie dan ook zeker niet daartoe hoeft te beperken. DEEL 1 Belang APV De Algemene Plaatselijke Verordening is een verzameling van regels die door elke gemeente in Nederland afzonderlijk wordt opgesteld en geldt voor iedereen binnen de gemeente. De APV heeft tot doel de gemeente veilig, netjes en leefbaar te houden. De APV wordt ook wel omschreven als “vangnet voor alle regels die niet ergens anders geregeld zijn”. De regels die opgenomen zijn in de APV, zijn ook vaak een aanvulling op of uitwerking van landelijke regels, die vastgelegd zijn in wetgeving. In de APV gaat het om een aantal belangen van de gebruikers van de openbare ruimte.

Discussiepunt: breng prioriteit aan in onderstaande belangen:  Veilige woon- en leefomgeving  Milieu  Risico’s beperken  Uiterlijk aanzien openbare ruimte  Voorkomen van criminaliteit  Administratieve lastendruk beperken  Overlast voorkomen  Alles netjes en ordelijk houden Handhaafbaarheid Het is van belang dat iedereen zich aan de regels houdt. Daarom moet de regels duidelijk, logisch en uitlegbaar zijn. Als iemand niet ‘vanzelf’ de regels naleeft zal handhavend moeten kunnen worden opgetreden. Daarom moeten de regels zo worden geformuleerd dat ze makkelijk zijn te handhaven. Denk hierbij aan: Heldere taal, eenduidig, logisch, uit te leggen, proportioneel, uniform. Discussiepunt: regels die niet te handhaven zijn moeten we schrappen Proces van vergunningverlening Voor sommige activiteiten in de openbare ruimte is een vergunning nodig. Dit is ook geregeld in de APV. Een voorbeeld hiervan is een exploitatievergunning. Discussiepunt: regels moeten zo worden geformuleerd dat het proces vergunningverlening efficiënt kan plaatsvinden, ook al doet dat enigszins afbreuk aan de handhaafbaarheid. Deregulering Al een geruim aantal jaren wordt aandacht gevraagd voor deregulering en vermindering van administratieve lasten. Bij de suggesties die in deze memo worden gedaan is met die uitgangspunten rekening gehouden.

Dat neemt niet weg dat ook ú wordt verzocht om bij het proces om te komen tot een update van de APV nadrukkelijk deze uitgangspunten in het achterhoofd te houden. Discussiepunt: deregulering is geen doel op zich Harmonisatie Opgemerkt wordt dat om efficiency-redenen, met name ten behoeve van toezicht en handhaving, uw aandacht wordt gevraagd voor het zoveel mogelijk proberen te harmoniseren van de APV met de APV´s van de andere twee ABG-gemeenten. Dit uiteraard zonder daarbij de ´couleur locale´ uit het oog te verliezen. Discussiepunt: maximale harmonisatie met de twee andere ABG-gemeenten is gewenst Model-APV De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) brengt tenminste eenmaal per jaar een ledenbrief uit met daarin voorstellen tot wijziging van de APV. Geadviseerd wordt om los van de gedane suggesties in elk geval alle niet-inhoudelijke wijzigingen die de VNG heeft voorgesteld over te nemen in de APV. U kunt hierbij denken aan voorstellen die de VNG doet om de leesbaarheid en duidelijkheid van de APV te vergroten (Heldere Taal en logische opzet). Deze zullen in de uiteindelijke (concept-)APV worden opgenomen en aan de raad worden voorgelegd. Discussiepunt: alle niet-inhoudelijke wijzigingen uit de model-APV overnemen

DEEL 2 Concrete suggesties voor aanpassing van de APV In volgorde van de bepalingen in de APV worden de volgende suggesties gedaan: Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg: Onze medewerkers hebben aangegeven dat hen is gebleken dat de weigeringsgronden van dit artikel dusdanig beperkt zijn dat het soms onmogelijk is een onwenselijke situatie te voorkomen. Om die reden is verzocht om aan de weigeringsgronden van dit artikel toe te voegen: ´indien door de uitweg het uiterlijk aanzien van de omgeving op onaanvaardbare wijze wordt aangetast´. Hierdoor kan bij aantoonbaar onwenselijke situaties, uiteraard goed gemotiveerd, toch tot een weigering van een aanvraag worden gekomen of een aan de weigeringsgrond gerelateerde voorwaarde worden opgelegd. In overweging wordt gegeven deze toevoeging te doen. Artikel 2:22 Detectieverbod Bij de update van de APV in 2017 is aan uw raad voorgesteld om een detectieverbod op te nemen in de APV. De raad heeft er toen voor gekozen om geen detectieverbod op te nemen. Toch geven wij uw raad opnieuw in overweging om een detectieverbod op te nemen vanwege het volgende. Met een detectieverbod kan worden verboden om zich op het grondgebied van de gemeente te bevinden met een metaaldetector met het kennelijke doel om met behulp van die detector metalen voorwerpen op te sporen teneinde die te kunnen opgraven.

In de oorlog is op en boven het grondgebied van Baarle-Nassau intensief gevochten. Door diverse vondsten in het gebied is het duidelijk dat het waarschijnlijk is dat er nog veel conventionele explosieven in de grond te vinden zijn. Er bestaat een grote kans dat zich hieronder ook niet-gesprongen explosieven bevinden. Het detectieverbod zou kunnen gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente. Van dit verbod zouden uitgezonderd kunnen worden diegenen aan wie een zogenaamde opgravingsvergunning is verstrekt en gecertificeerde explosievenopruimers. Verder zou de mogelijkheid kunnen worden opgenomen voor het college om in voorkomende gevallen onder voorwaarden van dit verbod ontheffing te verlenen. Artikel 2:26 Ordeverstoring Sinds 2016 hebben vanuit het Openbaar Ministerie verschillende procedures plaatsgevonden om Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) verboden te laten verklaren door de rechter, omdat de activiteiten van deze motorclubs in strijd zijn met de openbare orde. Inmiddels zijn civiele verboden uitgesproken tegen 5 verschillende OMG’s. Door de Politie Zeeland-West-Brabant alsmede het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) is verzocht specifieke aanvullende bepalingen gericht op het voeren van uiterlijke kenmerken van een verboden OMG in de APV op te nemen.

Zij adviseren daarbij nadrukkelijk om de artikelen vorm te geven overeenkomstig het door hen aangedragen model. De reden daarvoor is dat alleen dan op eenduidige en uniforme wijze operationeel (handhavend) door de politie in de gehele eenheid kan worden opgetreden tegen het voeren van dergelijke uiterlijke verschijningsvormen en kenmerken (als kleding, stickers, logo’s en dergelijke). In overweging wordt gegeven om aan dit verzoek tegemoet te komen. In dat geval dient artikel 2:26 te worden aangepast en dient een artikel 2:50a te worden toegevoegd (in die zin dat het huidige bestaande artikel 2:50a zal worden vernummerd naar 2:50b). Voor de goede orde is artikel 2:50a (nieuw) in de logische artikelvolgorde opgenomen. Opgemerkt wordt dat de VNG zeer recent heeft besloten om ook eender luidende bepalingen aan te bieden in de model-APV. Artikel 2:27 Begripsbepalingen In lijn met het Integraal Veiligheidsbeleid 2019-2022, waarin gestreefd wordt naar ‘een veilige woon, leef-, werk-, en recreatieomgeving voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers’ wordt in overweging gegeven om in de APV een waterpijpcafé (ook wel bekend als ‘shisha-lounge’) te

benoemen als openbare inrichting. De exploitatie van een waterpijpcafé is hierdoor altijd aan een vergunning onderworpen. Opgemerkt wordt dat ook de VNG in haar model-APV adviseert om het waterpijpcafé als voornoemd op te nemen in de APV. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting De medewerkers op de werkvloer hebben verzocht om een lid toe te voegen aan dit artikel waarin als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning wordt opgenomen dat de exploitant of leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. Dit strookt ook met het advies van de VNG om dit in de APV op te nemen. Uit uitspraken van de Raad van State blijkt dat zij van oordeel is dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Uw raad wordt dan ook in overweging gegeven om deze weigeringsgrond in de APV op te nemen. Verder kan bij dit artikel overwogen worden om een aantal specifieke openbare inrichtingen uit te sluiten van de vergunningplicht. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een Bed & Breakfast, een minicamping en/of een camping zonder een Drank- en Horeca-inrichting.

Men moet zich wel realiseren dat als een of meerdere van deze categorieën van de vergunningplicht worden uitgezonderd er geen mogelijkheden zijn om (al dan niet handhavend) op te treden tegen een dergelijke inrichting ingeval er sprake zou zijn of komen van bijvoorbeeld ‘slecht levensgedrag’. Dit houdt in dat bij het bepalen van de eventuele uit te zonderen categorieën goed moet worden afgewogen wat de risico’s zijn op met name eventueel ‘slecht levensgedrag’. Om die reden wordt in overweging gegeven om geen uitzondering op te nemen. Teneinde meer duidelijkheid te bieden wordt verder in overweging gegeven om inrichtingen die nachtverblijf bieden specifiek op te nemen bij de begripsbepaling van ‘openbare inrichting’ en ook de overige bepalingen in de afdeling van de APV te verduidelijken en aan te passen. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan het uitzonderen van deze categorieën van de bepaling over de sluitingstijd. De wijze waarop het een en ander in de APV aangepast dient te worden is uiteraard afhankelijk van het feit of u wenst over te gaan tot het benoemen van voornoemde categorieën van uitzonderingen. Artikel 2:37 Nachtregister Eenieder die tegen betaling nachtverblijf aanbiedt aan personen moet op grond van artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht een nachtregister bijhouden. Vanuit de gemeente kan worden voorgeschreven hoe dat nachtregister eruit ziet.

Om zo’n model te kunnen voorschrijven moet een bepaling zijn opgenomen in de APV. Eerder is besloten dit artikel te reserveren, omdat hier feitelijk geen gebruik van werd gemaakt. Met de toenemende digitalisering worden de voordelen die een nachtregister kan bieden echter steeds groter en wordt ook de wens om dit artikel weer te ‘vullen’ groter. Om alle voordelen te kunnen benutten dient de gemeente de vorm waarin het nachtregister moet worden bijgehouden te kunnen voorschrijven. Dan is het zelfs mogelijk om vanuit gemeentewege een ‘eigen’ digitaal systeem vanuit gemeentewege beschikbaar te stellen. Binnen de ABG-organisatie zijn hiervoor ook al plannen ter tafel gekomen en is invoering ervan reeds opgestart. In overweging wordt dan ook gegeven om het artikel weer in ere te herstellen. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Momenteel is in artikel 2:38 van de APV bepaald dat de exploitant of feitelijk leidinggevende van de openbare inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek dient te registreren. In de praktijk blijkt echter dat deze gegevens onvoldoende houvast bieden om de landelijke en gemeentelijke doelen van het nachtregister op het gewenste niveau te kunnen behartigen.

Het nachtregister heeft onder andere tot doel hulpdiensten ingeval van een calamiteit inzicht te geven in wie er allemaal aanwezig (kunnen) zijn in de inrichting. Het nachtregister heeft verder tot doel een afschrikwekkende werking op criminelen te hebben, doordat het verblijf in anonimiteit bemoeilijkt. Verder dwingt de verplichting een nachtregister bij te houden exploitanten tot het voeren van een deugdelijke administratie. Dat biedt de exploitant overigens ook weer de

mogelijkheid om die administratie te gebruiken voor het verantwoorden van de toeristenbelasting. Omgekeerd kan de gemeente overwegen om die administratie in de toekomst voor te schrijven als verplicht verantwoordingsmiddel. Verdere positieve bijkomstigheid is dat het nachtregister het in strijd met de recreatieve bestemming gebruiken van een inrichting bemoeilijkt. Ook kan het nachtregister helpen bij het verkrijgen van inzicht in bijvoorbeeld aantallen arbeidsmigranten en gemiddelde verblijfsduur. Op grond van het Wetboek van Strafrecht is een exploitant verplicht van de persoon die in de door hem gehouden inrichting de nacht zal doorbrengen naam, woonplaats, de dag van aankomst, de dag van vertrek en de aard van het overgelegde identiteitsdocument aan te tekenen. Om het nachtregister ten volle te kunnen benutten zijn de voorletter(s) en de geboortedatum van de betreffende persoon, alsmede de gegevens van medereizigers echter ook onontbeerlijk. In overweging wordt gegeven om artikel 2:38 van de APV aan te passen zodat de landelijke en gemeentelijke doelen kunnen worden behaalt. Artikel 2:42 Plakken en kladden In overweging wordt gegeven om het verbod om zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats te mogen ‘krijten’ eruit te halen.

Feitelijk wordt en werd hier niet op gehandhaafd en is dit (in gemeenteland sinds jaren ‘gebruikelijke’) verbod landelijk ook al enkele keren negatief in het nieuws gekomen, als voorbeeld van onnodige regelgeving. Artikel 2:48b (nieuw) Lachgasverbod Niet alleen overmatig drankgebruik, ook oneigenlijk gebruik van lachgas (als roesmiddel) leidt vaak tot overlastsituaties. In lijn met het Integraal Veiligheidsbeleid 2019-2022, waarin gestreefd wordt naar ‘een veilige woon-, leef-, werk-, en recreatieomgeving voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers’ wordt in overweging gegeven om een bepaling met betrekking tot lachgas op te nemen in de APV. De VNG heeft een voorbeeldartikel in de model-APV opgenomen dat goed bruikbaar is om hinder en overlast door lachgas tegen te gaan. Opgemerkt wordt wel dat een specifieke bepaling over lachgas met zich meebrengt dat moet worden aangetoond dat de hinder of overlast inderdaad is veroorzaakt door het gebruik van lachgas. Een algemeen voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod lijkt strijdig te zijn met het proportionaliteitsbeginsel. Daarom is het verstandig het artikel te beperken tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik en voorbereidingen daartoe. Het voorbeeldartikel biedt de mogelijkheid om openbare plaatsen aan te wijzen waar het verbod hoe dan ook geldt.

In overweging wordt gegeven om het VNG model-artikel met betrekking tot een lachgasverbod toe te voegen aan de APV. Artikel 2:50a (nieuw) Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Voor de toelichting bij dit artikel wordt verwezen naar de toelichting onder artikel 2:26. Gelet op het verzoek van de Politie Zeeland-West-Brabant alsmede het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) wordt in overweging gegeven om het door hen voorgestelde artikel 2:50a in de APV op te nemen. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat bij het opnemen van deze bepaling het huidige artikel 2:50a (Slapen op of aan de weg) zal worden vernummerd naar artikel 2:50b. Artikel 2:57 Loslopende honden In overweging wordt gegeven om het verbod voor niet-aangelijnde honden binnen de bebouwde kom te laten gelden voor ‘openbare plaatsen’ in plaats van ‘op de weg’. Hierdoor geldt het verbod ook voor andere plaatsen binnen de bebouwde kom zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Het blijkt in de praktijk namelijk vooral voor BOA’s problemen op te leveren over wat nu precies als ‘weg’ heeft te gelden en dus te bepalen wanneer het verbod nu wel of niet geldt.

Artikel 2:59a (nieuw) Gevaarlijke honden op eigen terrein Het aanlijn- en/of muilkorfgebod dat de burgemeester kan opleggen voor het laten verblijven of laten lopen van een gevaarlijke hond op een openbare plaats of op het terrein van een ander is niet in alle gevallen voldoende om bijtincidenten te voorkomen. Deze maatregel voorkomt namelijk niet dat mensen geconfronteerd worden met bijtincidenten op privéterrein. Om die reden wordt in overweging gegeven om, conform het advies van de VNG, de door de VNG voorgestelde modelbepaling over gevaarlijke honden op eigen terrein in de APV op te nemen. Opgemerkt wordt dat deze bepaling is gericht op de veiligheid in de openbare ruimte en voorkomt dat gevaarlijke honden op de openbare weg komen doordat ze van het terrein ontsnappen. Artikel 2:74 Drugshandel op een openbare plaats Momenteel wordt in dit artikel zowel drugshandel geregeld als drugsgebruik. In overweging wordt gegeven om dit artikel, gelet op de twee verschillende onderdelen ‘op te knippen’ in twee separate artikelen.

Artikel 2:79 (nieuw) Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet In artikel 151d van de Gemeentewet staat kortgezegd dat de raad kan bepalen dat degene die een woning of bijbehorend erf gebruikt of tegen betaling laat gebruiken door een ander, ervoor zorgt dat in of vanuit die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Wordt dit in de APV geregeld dan is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom bij overtreding van dat voorschrift. Dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Dit instrument kan dus alleen worden ingezet als er geen andere geschikte manier voor handen is om de overlast aan te pakken. In overweging wordt gegeven het door de VNG voorgestelde model-artikel op te nemen in de APV. Daarin kan dan onder andere worden bepaald dat de burgemeester een last onder dwangsom kan opleggen bij ernstige en herhaaldelijke geluid- of geurhinder, hinder van dieren, hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn, overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf, intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. Artikel 3:7 Weigeringsgronden In overweging wordt gegeven om, conform advies van de VNG, in het eerste lid onderdeel b te schrappen.

Onderdeel b bevat momenteel de weigeringsgrond ‘de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij’. Wettelijk is sprake van ‘beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij’. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. Om die reden adviseert de VNG om de huidig onder b opgenomen weigeringsgrond te laten vervallen. Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten In de praktijk is gebleken dat de huidige bewoordingen van met name het negende lid van dit artikel ruimte laat voor ongewenste interpretatie. Het artikel roept hierdoor regelmatig misverstanden op over de vraag of er nu wel of niet muziek op het terras ten gehore mag worden gebracht. In overweging wordt gegeven het artikel zodanig aan te passen dat dit geen misverstanden oproept. De huidige tekst van het artikel is afgeleid uit de model-APV van de VNG. De VNG heeft met het artikel bedoeld het ten gehore brengen van muziek tijdens een festiviteit te beperken tot binnen de gebouwen van de inrichting en terrassen dus uit te sluiten van deze bepaling. Uit het Activiteitenbesluit milieubeheer blijkt dat de afwijking van de geluidsnormen zoals bedoeld bij collectieve en/of incidentele festiviteiten hebben te gelden voor ‘in de inrichting’.

Terrassen vormen een onderdeel van de inrichting en ook hiervoor kan dus worden bepaald dat de geluidsnormen tijdens voornoemde festiviteiten niet gelden. Kortom: het Activiteitenbesluit staat er niet aan in de weg om te bepalen dat op terrassen de geluidsnormen tijdens bedoelde festiviteiten niet gelden. Het Activiteitenbesluit staat er echter ook niet aan in de weg om juist het tegenovergestelde te

bepalen. Omdat bij de meest recente vaststelling van de APV als uitgangspunt was genomen om dit artikel uit te leggen op de wijze zoals door de VNG bedoeld, te weten de reikwijdte van het artikel te beperken tot gebouwen van de inrichting onder uitsluiting van de terrassen, wordt in overweging gegeven om dit artikel dienovereenkomstig te verduidelijken. Artikel 4:16 (nieuw) Verbod oplaten en uitdelen ballonnen Het oplaten van ballonnen kan schade toebrengen aan het milieu en de natuur. Er kunnen resten van ballonnen achterblijven in de buitenruimte, wat bijvoorbeeld door dieren voor voedsel kan worden aangezien. Daarnaast zijn ballonnen veelal gemaakt van een materiaal wat zeer slecht tot niet biologisch afbreekbaar is. Er is de mogelijkheid om bijvoorbeeld als voorschrift bij een evenementenvergunning op te nemen dat het niet is toegestaan ballonnen op te laten, maar de wens wordt gevoeld om dit te regelen met behulp van een verbodsbepaling in de APV. Daarmee is het verbod op het oplaten van ballonnen namelijk niet uitsluitend beperkt tot activiteiten waarvoor een evenementenvergunning nodig is, maar geldt er binnen de gemeentegrenzen voor eenieder een ‘oplaatverbod’. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Momenteel kan het college plaatsen aanwijzen waar het verboden is om kampeermiddelen en andere voertuigen langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen.

Dit houdt in dat het wel is toegestaan zolang er geen aanwijzingsbesluit is genomen. In de gemeente Baarle-Nassau geldt momenteel een aanwijzingsbesluit voor de gehele bebouwde kom. Er kan voor worden gekozen om direct in de APV te bepalen dat het verbod geldt voor de gehele gemeente of een of enkele gedeelte(n) daarvan. Dat houdt dan in dat het sowieso niet is toegestaan kampeermiddelen en andere voertuigen langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen in het in de APV bepaalde gebied. Het voordeel van een dergelijk continu-verbod is dat het voor eenieder duidelijk is dat het verbod geldt. Er hoeft dus niet gezocht te worden naar een eventueel aanwijzingsbesluit. Het nadeel is dat er niet snel op situaties kan worden ingesprongen, omdat een verordening niet zo eenvoudig kan worden aangepast als een aanwijzingsbesluit. Gelet hierop wordt in overweging gegeven om de bepaling niet aan te passen en te laten zoals deze is. Artikel 5:10 (nieuw) Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan De VNG adviseert dit artikel op te nemen naar aanleiding van een uitspraak van het Hof ArnhemLeeuwarden en de uitleg daarin van het Verdrag inzake verkeerstekens. Uit die uitspraak blijkt dat het verkeersbord E1 (parkeerverbod) (en naar later is gebleken ook het stopverbod) alleen heeft te gelden voor de rijbaan en dus niet de berm.

Om te regelen dat het parkeerverbod en stopverbod ook gelden voor de berm dient hiervoor een bepaling te worden opgenomen in de APV. Daarvoor is dan overigens wel eigen bebording nodig. In overweging wordt gegeven om hiervoor het door de VNG voorgestelde model-artikel op te nemen in de APV. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen Naast de klassieke inzamelingsacties (de collectes) worden tegenwoordig ook veel activiteiten verricht ter werving van donateurs of leden, waarbij te kennen wordt gegeven – althans de indruk wordt gewekt – dat de uiteindelijke opbrengst geheel of ten dele bestemd is voor een liefdadig of ideëel doel. In de praktijk bestaat onduidelijkheid over de vraag of voor deze wervingsactiviteiten nu wel of geen vergunning moet worden aangevraagd en zo ja wat voor soort vergunning daarvoor precies benodigd is. Om die reden wordt in overweging gegeven om dit artikel te wijzigen door daarin expliciet het werven van donateurs of leden op te nemen. Daardoor worden wervingsacties expliciet geregeld. Voornoemde aanpassing wordt overigens ook geadviseerd door de VNG.

Artikel 5:32 Crossterreinen Crossen veroorzaakt veel overlast. Daarom is het zaak hier goede regels voor vast te leggen. Omdat het crossverbod zoals nu is opgenomen in de APV uitsluitend ziet op wedstrijden of de voorbereiding daarvan wordt in overweging gegeven om dit crossverbod uit te breiden met crossen buiten wedstrijdverband. Hierdoor kan er beter worden opgetreden tegen crossoverlast wat met name binnen een gemeente zoals Baarle-Nassau met zijn bosrijke omgeving en vele voor crossers interessante onverharde paden wenselijk is. Conform advies van de VNG wordt dan ook voorgesteld om aan artikel 5:32, eerste lid, toe te voegen ‘te crossen buiten wedstrijdverband’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9810881/1