Beoordelingsformulier IBT themaonderzoek klachten en meldingen
Tekst van het document
Beoordelingsformulier IBT-themaonderzoek Omgevingsrecht klachten en meldingen
Gemeente Baarle-Nassau Probleemstelling: Is het onderwerp klachten en meldingen over mogelijke Wabo-overtredingen zichtbaar onderdeel van de VTH-beleidscyclus? Beleidsplan VTH: Maken klachten en meldingen onderdeel uit van het beleidsplan en zo ja hoe? Toelichting: Gemeenten hebben de wettelijke taak om klachten te behandelen die betrekking hebben op naleving van wabo betrokken wetten (Wabo art. 5.2 lid 1c). Op het behandelen van deze klachten zijn ook de procescriteria van toepassing waaraan een professioneel handhavingsproces op beleids- of strategisch niveau moet voldoen (Wabo art. 5.3 en Bor 7.2 lid 4, 5 en 6). Een passend beleidskader leidt tot een heldere en eenduige beschrijving van de werkwijze. Onderliggende vragen zijn: a) Zijn de klachten en meldingen opgenomen in de prioriteitenstelling? Definitief oordeel: In orde. Hoofdstuk 4 van het beleidsplan beschrijft de nalevingsstrategie. § 4.3.3 gaat in op het toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen. Deze worden conform de toezichtprioriteiten behandeld. Klachten zijn niet specifiek benoemd, maar de activiteiten zijn wel geprioriteerd. De tabel op bladzijde 27 (van 48) geeft inzicht in de mate van toezicht. b) Welke bestuurlijke-/strategische doelen zijn er voor klachten en meldingen geformuleerd? Voorlopig oordeel: Niet in orde.
Het volgende doel is geformuleerd: “We beheersen en verbeteren de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving en faciliteren ontwikkelingen waar mogelijk. De focus ligt op veiligheid en duurzaamheid. Met veiligheid willen wij het gevoel van veiligheid vergroten, de burger meer inzicht verschaffen in de veiligheidssituatie, het naleefgedrag vergroten en het aantal meldingen, incidenten en slachtoffers beperken.” Voorbeeld uit een beleidsplan van een Brabantse gemeente:
Tekortkoming: Gemeente Baarle-Nassau heeft geen bestuurlijke- dan wel strategische doelen voor klachten en meldingen geformuleerd. Klachten kunnen echter leiden tot gevoelens van onrust en onveiligheid, en daarmee een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de fysiek leefomgeving.
Reactie gemeente: In principe handelen we alle klachten en meldingen af. Dit is gezien de omvang van de gemeente ook mogelijk. Het formuleren van een streefgetal, zoals in het voorbeeld, lijkt wat overbodig. Verwerking reactie: Opgemerkt wordt dat de vraag is in hoeverre bestuurlijke-/strategische doelen voor klachten en meldingen zijn geformuleerd. Gemeente Baarle-Nassau heeft dat niet gedaan in het beleidsplan. Het getoonde voorbeeld dient als hulpmiddel om het in toekomstige beleidsplannen wel op te nemen. Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Niet in orde. c) Is er voor klachten en meldingen een specifieke aanpak/strategie uitgewerkt? Definitief oordeel: In orde. Hoofdstuk 4 van het beleidsplan beschrijft de nalevingsstrategie. Uitvoeringsprogramma VTH: Maken klachten en meldingen onderdeel uit van het uitvoeringsprogramma en zo ja hoe? Toelichting: Jaarlijks wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. (Bor art. 7.3 lid 1). Het ligt voor de hand dat de gemeente zijn uitvoeringsprogramma uitwerkt in een werkplan voor de betrokken handhavingsorganisatie. Daarnaast zal in de praktijk bij voorkeur ook een uitwerking plaatsvinden in werkplannen voor de individuele medewerkers van die organisatie.
Ook dient de uitvoeringsorganisatie zodanig te worden ingericht dat een goede taakuitvoering is gewaarborgd (Bor art. 7.4 lid 1) en de middelen inzichtelijk gemaakt (Bor art. 7.5) Onderliggende vragen zijn: a) Welke organisatieonderdelen zijn betrokken bij de behandeling en registratie van klachten en meldingen? Definitief oordeel: In orde. Het gemeentelijke KlantContactCentrum (KCC), de afdeling Openbare Ruimte en de afdeling Veiligheid en Vergunningen, met daarin het cluster Veiligheid, toezicht en handhaving, zijn hierbij betrokken. b) Worden de capaciteit en middelen voor het behandelen van klachten en meldingen inzichtelijk gemaakt? Voorlopig oordeel: Nagenoeg in orde. In het Werkprogramma OMWB voor gemeente Baarle-Nassau zijn uren opgenomen voor toezicht en handhaving (inclusief klachtenafhandeling). Hiervoor is een bedrag van € 8.536,- gereserveerd. Voor APV en bijzondere wetten is inzichtelijk gemaakt wat verwacht wordt aan aantallen en inzet van uren, respectievelijk 170 controles en 340 uren. Financiële middelen zijn geborgd in de begroting. Tekortkoming: Er is bij Toezicht en handhaving ten aanzien van de Wabo geen onderverdeling gemaakt of te maken naar aard van de klachten en meldingen, zo blijkt uit § 4.9 van het uitvoeringsprogramma. Reactie gemeente: Ook hiervoor geldt dat we alle klachten en meldingen op het gebied van Wabo oppakken.
Het aantal klachten op dit gebied is niet zo groot en heel verschillend qua aard.
Verwerking reactie: Akkoord met de gegeven toelichting. Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Nagenoeg in orde. Jaarverslag VTH: Maken klachten en meldingen onderdeel uit van het jaarverslag en zo ja hoe? Toelichting: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd (Bor art. 7.7 lid 2) Onderliggende vragen zijn: a) Worden de klachten en meldingen geëvalueerd in het jaarverslag (aantal, aard en leerpunten)? Voorlopig oordeel: Onvoldoende in orde. De T3-rapportage van de OMWB geeft met bijlage 2 inzicht in aantal en aard van de klachten en meldingen. Uit: T3-rapportage van de OMWB: 3.5 Klachten en bedrijfsmeldingen Er zijn in totaal 35 klachten en meldingen met betrekking tot uw gemeente ontvangen en behandeld. Voor een uitgebreid overzicht van de klachten en bedrijfsmeldingen verwijzen wij u naar bijlage 2. Tekortkoming: Opgemerkt wordt dat bij het onderdeel Vergunningverlening niet wordt ingegaan op meldingen. De vraag doet zich voor in hoeverre inwoners bereid zijn meldingen te doen van bijvoorbeeld illegale bouwactiviteiten of dat juist nalaten.
Klachten en meldingen worden ook niet verantwoord in hoofdstuk 5 (Toezicht- en handhavingstaken) van het evaluatieverslag. In de T3-rapportage van de OMWB wordt in beperkte mate de mogelijke oorzaak geanalyseerd. Reactie gemeente: De opmerking: “Opgemerkt wordt dat bij het onderdeel Vergunningverlening niet wordt ingegaan op meldingen” herkennen we niet. We hebben een duidelijk onderscheid gemaakt tussen Vergunningverlening en Toezicht/Handhaving. Het is niet de taak van Vergunningverlening om meldingen te behandelen. Vanuit Toezicht behandelen we alle meldingen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we alle misstanden op het gebied van de WABO aanpakken. De toezichthouders, Boa’s en collega’s van Veiligheid hebben op dit gebied een signalerende functie, waarbij we bij misstanden acteren volgens de handhavingsstrategie. Verwerking reactie: Akkoord met de gegeven toelichting. Het evaluatieverslag kent geen verantwoording van de klachten en meldingen. Het voorlopig oordeel wordt wel gewijzigd: nagenoeg in orde. Definitief oordeel: Nagenoeg in orde. b) Hoe dragen klachten en meldingen bij aan aanpassing van beleid en/of uitvoering? Voorlopig oordeel: Niet in orde. Tekortkoming: Dat is nu niet het geval. Naar eigen zeggen van de gemeente is dat een aandachtspunt.
Reactie gemeente: Klopt. Op dit moment reageren we vooral op klachten en meldingen, die we overigens allemaal behandelen. Voorts signaleren de toezichthouders, Boa’s en collega’s van Veiligheid zaken op het gebied van APV en Wabo. Maar dan doen we niet risicogestuurd op basis van cijfers, maar meer op basis van signalen en trends in de omgeving. Verwerking reactie: De gegeven toelichting is geen aanleiding het voorlopig oordeel aan te passen. Definitief oordeel: Niet in orde. c) Hoe worden de bestuurlijke-/strategische doelen voor klachten en meldingen verantwoord? Voorlopig oordeel: Niet in orde. Tekortkoming: Er zijn geen specifieke doelen voor klachten en meldingen geformuleerd. Reactie gemeente: Zie voorgaande reacties: als het gaat om klachten en meldingen, behandelen we ze in principe allemaal. Verwerking reactie: Opgemerkt wordt dat de vraag is in hoeverre bestuurlijke-/strategische doelen voor klachten en meldingen worden verantwoord. Omdat die doelen niet zijn opgenomen in het beleidsplan, heeft gemeente Baarle-Nassau dat niet gedaan in het evaluatieverslag. Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Niet in orde. d) Hoe wordt de raad geïnformeerd? Definitief oordeel: In orde. Elk evaluatieverslag wordt met een raadsinformatiebrief aan de gemeenteraad van Baarle-Nassau aangeboden.
Probleemstelling: Is het onderwerp klachten en meldingen over mogelijke Wabo-overtredingen door de gemeente in de praktijk geborgd? Klachten- en meldingen procedure: Maakt de gemeente gebruik van een klachten- en meldingen procedure? Toelichting: De gemeente heeft de wettelijke taak om klachten te behandelen die gaan over de naleving van weten regelgeving omgevingsrecht waar de gemeente met handhaving over gaat Wabo art 5.2 lid 1b). Handhaving op niet-prioritaire terreinen is niet van tevoren geprogrammeerd en is derhalve doorgaans repressief van karakter. Handhaving vindt daarbij vooral plaats naar aanleiding van vermoedens van overtredingen, klachten of concrete verzoeken om ergens handhavend op te treden of om informatie over specifieke situaties waarmee burgers worden geconfronteerd. Professioneel handhaven betekent dat het bestuur, als het op de hoogte raakt van een mogelijke of daadwerkelijke overtreding, in actie komt: handhaven is de regel en niet handhaven de uitzondering. Voor burgers is het belangrijk te weten op welke wijze klachten en meldingen bij een gemeente kunnen worden ingediend. Een
klachten- en meldingenprocedure is hierbij laagdrempelig en transparant. Het is belangrijk dat de gemeente hierover actief communiceert (Bor art. 7.2 lid 6 toelichting). Onderliggende vragen zijn: a) Hoe ziet deze procedure eruit? Definitief oordeel: In orde. “Klachten en meldingen kunnen via diverse kanalen binnenkomen: mail, app, telefonisch of per post. We registreren de melding in het zaaksysteem (Green Valley) en zetten van daaruit de melding uit naar de collega die de melding op kan pakken. Dit kunnen de boa’s zijn, de toezichthouder Wabo, de OMWB of in enkele gevallen de buitendienst of externe partners (NVWA)”, aldus de gemeente. Bovenstaande procedure is niet beschreven. b) Hoe zorgt de gemeente ervoor dat klachten en meldingen volgens deze procedure worden afgehandeld? Definitief oordeel: In orde. Aan een melding is een termijn verbonden. Zo wordt binnen drie dagen teruggebeld. Die termijn kan worden opgerekt naar bijvoorbeeld twee weken als er meerdere controles moeten worden uitgevoerd. Protocollen en werkinstructies: Maakt de gemeente gebruik van protocollen en werkinstructies voor het behandelen en registreren van klachten en meldingen? Toelichting: Gemeente heeft de wettelijke taak om een goede registratie te hebben van in ieder geval het aantal ontvangen klachten over mogelijke overtredingen van wet en regelgeving over omgevingsrecht (Wabo art 5.2 lid 1b).
Gemeente heeft de wettelijke taak om klachten te behandelen die gaan over de naleving van wet- en regelgeving omgevingsrecht waar de gemeente met handhaving over gaat. Op basis van ontvangen klachten kan ter plaatse onderzoek plaats vinden of er sprake is van een overtreding en zo ja, welke actie nodig is om de overtreding, en daarmee de klacht, te beëindigen. Het is daarom belangrijk dat voorgeschreven strategieën worden uitgewerkt in een op de uitvoering gerichte beschrijving van protocollen en werkinstructies. Dat draagt bij aan een uniforme, transparante en continue uitvoering (Bor art 7.4 lid 1 en 2b). Onderliggende vragen zijn: a) Hoe draagt de gemeente zorg voor het ontvangen, vastleggen, en afhandelen van klachten en meldingen? Voorlopig oordeel: Nagenoeg in orde. Er is geen vastgesteld protocol. Veel zaken gebeuren op routine van bijvoorbeeld de KCCmedewerker. Bij geen gehoor zal de medewerker op een later moment terugbellen. Wat per post of e-mail binnenkomt, wordt door zorg van de afdeling Digitale Informatie Management (DIM) in het zaaksysteem Green Valley geplaatst. Boa’s maken gebruik van City Controller. Tekortkoming: Dat is nu niet het geval. Naar eigen zeggen van de gemeente is dat een aandachtspunt.
Reactie gemeente: Er is geen beschreven procedure voor de afhandeling van klachten en meldingen en ook geen rapportage over bijvoorbeeld de snelheid van afhandeling. Veel klachten doen we per ommegaande af.
Verwerking reactie: Akkoord met de gegeven toelichting, die overigens geen aanleiding is het voorlopig oordeel aan te passen. Definitief oordeel: Nagenoeg in orde. b) Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de klachten en meldingen volgens deze protocollen en werkinstructie worden behandeld? Definitief oordeel: Onvoldoende in orde. Gemeente Baarle-Nassau hanteert geen protocol. Monitoring analyse en rapportage: Op welke wijze vindt monitoring en rapportage plaats? Toelichting: Om te kunnen vaststellen of de handhavingsdoelen worden bereikt, is het de bedoeling dat het bestuursorgaan een methodiek hanteert voor monitoring en evaluatie (Bor art 7.2 lid 6b en 7.6). Onderdeel daarvan is een goede registratie van in ieder geval het aantal ontvangen klachten over mogelijke overtredingen van wet- en regelgeving over omgevingsrecht (Wabo art. 5.2 lid 1b en Bor 7.2 lid 7c). Onderliggende vragen zijn: a) Hoe worden klachten en meldingen gemonitord, geanalyseerd en gerapporteerd (aantal, aard en leerpunten)? Voorlopig oordeel: Niet in orde. Vanuit het systeem Green Valley is dat mogelijk. Gemeente Baarle-Nassau is een kleine gemeente waar het aantal klachten en meldingen te overzien is en men goed op de hoogte is van wat er speelt.
Tekortkomingen: Voor de Wabo-gerelateerde klachten en meldingen is het (nog) niet mogelijk om inzicht te krijgen naar aard van de klachten en de bijbehorende leerpunten. Reactie gemeente: Klopt, er is geen beschreven procedure. Zie bovenstaande reactie. Verwerking reactie: Het voorlopig oordeel wordt gewijzigd in ‘Nagenoeg in orde’, omdat er wel sprake is van registratie en het mogelijk is om – hoewel beperkt - informatie te analyseren. Definitief oordeel: Nagenoeg in orde. b) Welke afspraken zijn er over de klachten en meldingen die zijn overgedragen naar andere organisaties? Definitief oordeel: In orde. In de overeenkomst met de OMWB is dit geregeld met een SLA. Ook meldingen, die eigenlijk door waterschap Brabantse Delta behandeld moeten worden, gaan eerst naar de OMWB. c) Hoeveel klachten en meldingen zijn er in het eerste halfjaar 2021 ingediend, onderverdeeld naar de verschillende beleidsterreinen? Definitief oordeel: In orde.
Hieronder een overzicht van de uitgevoerde controles en het aantal boetes van 1-1-2021 t/m 1-72021 door de BOA’s van de ABG in de gemeente Baarle-Nassau. Verkeer: Handhaving: Honden: Jeugd: Corona: Actiedagen Horeca: BRP:
20 32 16 14 26 2 18 2
Het aantal boetes en waarvoor: 12 2 parkeren op invalide parkeerplaats 3 afval dumping 1 gesloten verklaring 1 zich bevinden met voertuig in een plantsoen 1 rijden met een motor over het fietspad 1 open vuur 2 avondklok overtreding 1 niet dragen van mondkapje op openbare binnenplaats De toezichthouders hebben in Baarle-Nassau 36 controles uitgevoerd in handhavingszaken.
Probleemstelling: Hoe is de dienstverlening voor het behandelen van klachten en meldingen over mogelijke Waboovertredingen door de gemeente georganiseerd? Gemeente staat open voor meldingen: Is voor burgers duidelijk welke mogelijkheden er zijn om een klacht of melding in te dienen? Toelichting: De gemeente dient de organisatie zo in te richten dat deze binnen en buiten gebruikelijke kantooruren bereikbaar is voor het melden van acute klachten en beschikbaar is voor het behandelen van incidenten. Bereik- en beschikbaarheid kunnen ook in samenwerking met een andere handhavingsorganisatie in de regio worden gerealiseerd (Bor 7.4 lid 1 en 2d). Onderliggende vragen zijn: a) Op welke manier is de bereikbaarheid voor het melden door burgers (acute) klachten en meldingen over mogelijke Wabo-overtredingen geregeld, zowel binnen als buiten de gebruikelijke kantooruren? Definitief oordeel: In orde. De mail en de app staan 24/7 open. De OMWB heeft een klachtenlijn die 24/7 open is. De gemeente heeft een calamiteitennummer, In voorkomende gevallen kunnen de boa’s op deze manier worden bereikt. Melders krijgen een melding over de afhandelingstermijn en de manier waarop we met hun melding zijn omgegaan. We hebben geen gestructureerd klantentevredenheidsonderzoek voor meldingen.
b) Op welke manier is de beschikbaarheid voor personen om op te treden bij (acute) klachten en meldingen geregeld, zowel binnen als buiten de gebruikelijke kantooruren? Definitief oordeel: In orde. Drie toezichthouders Wabo zijn overdag beschikbaar; buiten kantooruren neemt de MKC klachten en meldingen op en activeert indien nodig de toezichthouders, die consignatiedienst hebben. Boa’s worden ingezet conform een werkrooster, dat ook gecommuniceerd wordt met de Politie. En verder zijn een AOV’er en een Officier van Dienst Bevolkingszorg voor de ABG-gemeenten beschikbaar. c) Hoe wordt het voor burgers en bedrijven makkelijk gemaakt om een melding te doen? Definitief oordeel: In orde. Het indienen van en melding kan op meerdere manieren worden gedaan: telefonisch contact via de calamiteitenlijn, met de klantencontactcentrale (KCC, tijdens kantooruren), digitaal via de Buiten Beterapp en op de website www.baarle-nassau.nl (beiden buiten kantooruren). Milieuklachten kunnen 24/7 telefonisch via de milieuklachtencentrale (MKC) ingediend en worden door de OMWB in behandeling genomen.
Kwaliteit van de afhandeling van de melding: De werkwijze zijn duidelijk beschreven en worden gevolgd? Toelichting: De werk- en procedurebeschrijvingen dienen daarnaast betrekking te hebben op interne en externe communicatie van (de handhavingsorganisatie van) de gemeente over toezichtresultaten, aangekondigde en opgelegde sancties of gedoogbeschikkingen en op het informatiebeheer (Bor art. 7.4 lid 1 en 2 toelichting) Onderliggende vragen zijn: a) Op welke manier en welke momenten vindt communicatie met de melder plaats? Definitief oordeel: In orde. Afhankelijk van de aard van de klacht of melding gebeurt dat de ene keer mondeling en de andere keer schriftelijk. b) Hoe wordt de melder geïnformeerd over de afhandelingswijze en -termijnen? Definitief oordeel: In orde. Als de klacht of melding direct wordt opgepakt, wordt dit ook zo terug gemeld. En dat geldt ook als het wat meer tijd kost om het op te pakken. Lering trekken uit klachten: Op welke wijze wordt lering getrokken uit klachten en meldingen? Toelichting: Ook voor de aanwezigheid van een beschrijving van de werkprocessen en procedures geldt overigens dat systematisch moet worden getoetst of de uitgevoerde werkzaamheden nog overeenkomstig die beschrijving plaatsvinden en of deze verbetering of aanpassing behoeven (Bor art 7.4 lid 1 en 2 toelichting)
Onderliggende vragen zijn: a) Hoe wordt de tevredenheid van de behandeling bij de melder gemonitord? (Is er een Klanttevredenheidsonderzoek (KTO)?) Voorlopig oordeel: Niet in orde. De ABG-gemeenten kennen wel de functie van overlastregisseur. Met hem en het afdelingshoofd worden wekelijks overlastzaken besproken. Tekortkoming: Gemeente Baarle-Nassau maakt geen gebruik van klanttevredenheidsonderzoeken. Reactie gemeente: Klopt; vraag is of dit gezien de omvang bijdraagt aan verbetering. Verwerking reactie: De gegeven toelichting is geen aanleiding het voorlopig oordeel aan te passen. Definitief oordeel: Niet in orde. b) Op welke wijze is evaluatie van de dienstverlening (service normen) geborgd? Voorlopig oordeel: Onvoldoende in orde. Tekortkoming: Volgens de gemeente gebeurt dat niet op een gestructureerde manier. Reactie gemeente: Klopt, zie eerdere reacties. Verwerking reactie: De gegeven toelichting is geen aanleiding het voorlopig oordeel aan te passen. Definitief oordeel: Onvoldoende in orde. c) Tegen welke knelpunten loopt de gemeente (klachtbehandelaar) aan bij de behandeling van klachten en meldingen? Reactie gemeente: Het juist rubriceren van een klacht of melding kan een knelpunt zijn.
d) Wat zou de gemeente (klachtbehandelaar) nodig hebben om effectiever invulling te kunnen geven aan de behandeling van klachten en meldingen? Reactie gemeente: Met een uitbreiding van het aantal Boa’s kunnen we pro-actiever werken en zelf gericht inspelen op mogelijke misstanden.
Probleemstelling: Hoe is het onderwerp meldingen door burgers over ondermijnende criminaliteiten binnen de gemeente geregeld, zowel qua proces als qua inhoud? Toelichting: De provincie zet zich in om de impact van ondermijnende criminaliteit op de Brabantse samenleving te verkleinen. Dat doen we samen met onze partners, waaronder Taskforce-RIEC. Het verkleinen van de impact vraagt om een weerbare overheid en een weerbare samenleving. Daarvoor is zowel de meldingsbereidheid van inwoners als een adequate behandeling van deze meldingen door gemeenten zeer belangrijk. Deelvragen zijn onder meer: a) Hoe kunnen inwoners in uw gemeente verdachte situaties en vermoedens van ondermijnende criminaliteit melden? Inwoners kunnen meldingen doen op de eerdergenoemde manieren en via MMA.
b) Registreert u ontvangen meldingen van inwoners over ondermijnende criminaliteit en zo ja, hoeveel meldingen ontving u daarover in het jaar 2020? Meldingen komen binnen bij het cluster Veiligheid of bij de Politie. Er vindt geen registratie plaats, maar het aantal meldingen ligt jaarlijks rond de vijftien. c) Is er binnen uw gemeente een werkproces en/of voldoende capaciteit om meldingen van inwoners op te volgen? Voor het gehele werkgebied van de ABG-gemeenten is één AOV’er voldoende. Wel ontbreekt het aan voldoende juridische kennis en ervaring. De huidige materie is dermate ingewikkeld dat ondersteuning vanuit het RIEC nodig is. d) Zou u verder ondersteund willen worden (bijvoorbeeld door Taskforce-RIEC) bij het verhogen van meldingsbereidheid en/of bij het opstellen van een werkproces om meldingen van inwoners op te volgen? Neen, wel op inhoud vanwege de complexiteit. Opmerking: Vragen met betrekking tot ondermijnende criminaliteit zijn bedoeld ter inventarisatie, om een beeld te krijgen hoe dit is geregeld binnen de gemeente en worden niet meegenomen in de beoordeling taakuitvoering. Bevindingen worden opgenomen in de individuele inspectierapporten en het Brabantbreed eindrapport.