Beantwoording Technische vragen fractie Ulicoten (004)
Tekst van het document
Beantwoording Technische vragen fractie Ulicoten.
1. HEVO heeft geconcludeerd dat de flexfactor of bezettingsgraad van 60% waarmee gerekend is nog steeds passend is. Dat baseert HEVO op eigen onderzoek en metingen alsmede metingen van andere bedrijven, uitgevoerd bij gemeentelijke organisaties. Is er ook daadwerkelijk gemeten wat de bezettingsgraad binnen de ABG-organisatie is? We hebben onderzoek laten doen naar vergelijkbare organisaties met centrale huisvesting. We willen ook toe naar het ‘nieuwe werken’ en daarvoor gelden de nieuwe getallen. Voor de nadere onderbouwing verwijzen wij u naar de rapportage visie op werken ABG gemeenten van 16 april 2021, Ruimtestaat - ABG Organisatie april 2022 en Ruimtelijk en Functioneel Programma van Eisen juni 2022. 2. Een ander punt is de jurisdictie van de raad en het ABG-bestuur op dit moment, want die is mij niet helder door twee passages in het raadsvoorstel.
Op pagina 4 staat: “Van de drie afzonderlijke betrokken gemeenteraden is instemming gewenst met het door het ABG-bestuur te voteren krediet en met de daarmee gepaard gaande verhoging van de gemeentelijke bijdragen.” Op pagina 7 staat vervolgens: “Er kan pas een volgende stap in het proces gemaakt worden om tot nieuwe huisvesting van de ABG-organisatie te komen, wanneer alle betrokken raden vaststellen dat het voorlopig ontwerp voldoet aan de eerder vastgestelde uitgangspunten en instemmen met votering van het benodigde investeringskrediet door het ABG-bestuur.” Dus wat is het nu eigenlijk? Volgens mij is de passage op pagina 7 correct en die op pagina 4 niet. Klopt. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke regeling ABG-organisatie is het bestuur van de ABG-organisatie zelfstandig bevoegd om beslissingen te nemen over aankoop en investeringen. Daar waar deze beslissingen echter een grote impact hebben voor de gemeenten, hecht het bestuur van de ABG-organisatie eraan om de visie en opvattingen van de gemeenteraden daarbij te betrekken. Zo is voor het traject voor de centrale huisvesting van de ABG-organisatie een stappenplan met tolpoorten opgesteld, waarbij de gemeenteraden hun inbreng konden geven.
In dit licht is de “gewenste instemming” (pagina 4) van de raden geschreven vanuit de juridische realiteit van de bevoegdhedenverdeling; de formulering op pagina 7 verwoordt de politiek/bestuurlijke werkelijkheid en is daarmee onduidelijk. 3. Er is voor alle risico’s in beeld gebracht wat de gevolgen per risicofactor zijn en welke beheermaatregelen getroffen zijn of worden. De raad dient hiervan op de hoogte gebracht te worden en dit feit had daartoe opgenomen moeten zijn in het raadsvoorstel. Ik ontvang graag nog een overzicht van de risico’s en beheermaatregelen. Er is besloten om u op hoofdlijnen te informeren en daarom was het overzicht niet toegevoegd. Naar aanleiding van uw vraag sturen we u het overzicht (BIJLAGE 1). 4. Op pagina 8 van het raadsvoorstel wordt gesproken over een grondwaarde van 1,047 miljoen euro. Op de eerste pagina van bijlage 4 (financiële onderbouwing) spreekt men over een grondwaarde van 0,825 miljoen euro. Welk van de twee bedragen moet in mindering worden gebracht op de totale (af te schrijven) som?
Het bedrag zoals vermeld op pagina 4 van de financiële onderbouwing, te weten een bedrag van € 0,825 miljoen euro moet in mindering worden gebracht op de totale (af te schrijven) som. Het bedrag wat vermeld staat op pagina 8 had beter als volgt verwoord kunnen worden: “Bij een investering van € 17,8 miljoen bedragen de kapitaallasten, na aftrek van de restwaarde grond, € 1,047 miljoen in het 1e jaar (afschrijving 40 jaar, rente 3,5%). Het gaat dus om de tekst die tussen komma’s had moeten staan. Dan blijkt dat de kapitaallasten € 1,047 miljoen bedragen en niet de grondkosten. Dat is overigens ook terug te lezen in de onder de tekst weergegeven tabel 1.
5. Op het thema duurzaamheid zijn speerpunten gedefinieerd op vier thema’s, waaronder mobiliteit. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Op het onderwerp mobiliteit wordt aandacht besteed aan de manier van vervoer van huis naar het ABG-kantoor en terug (openbaar vervoer) en de manier van vervoer van het ABGkantoor naar werkbezoeken aan inwoners, verenigingen en met name bestuurszetels en dienstverlening aan inwoners.