Beantwoording Technische vragen begroting FU
Tekst van het document
Onderwerp Indiener(s) Portefeuillehouder Nummer vragen
: Begroting 2026 : Jannes Kusters (Fractie Ulicoten) : Wethouder van Tilborg :
1. Hoe staat het met het structureel onderhoudsplan zandpaden? Antwoord: De zand- en puinwegen binnen onze gemeente zijn in beeld. Jaarlijks, in het voorjaar, inventariseren we de onderhoudstoestand van deze wegen. Hieruit volgt een jaarlijkse onderhoudsplanning. Vanwege de weersomstandigheden en het gebruik verschilt de onderhoudsbehoefte per jaar qua frequentie aanzienlijk. Extreem nat weer en intensief verkeer kunnen de wegen in korte tijd aantasten, waardoor ze minder goed toegankelijk worden. We monitoren de toestand van de wegen zo goed mogelijk gedurende het jaar. 2. Hoeveel mensen die momenteel woonachtig zijn in de gemeente BaarleNassau maken gebruik van de diensten van de Academie voor Muziek en Woord De Noorderkempen? Antwoord: De leerlingaantallen van de Academie voor Muziek en Woord De Noorderkempen ontvangen we jaarlijks van hen. In Baarle-Nassau gaat het voor het leerjaar 2025-2026 om 32 leerlingen (30 uit Baarle en 2 uit Ulicoten). 3. Zijn er bij de gemeente klachten/opmerkingen/vragen binnengekomen met betrekking tot de nieuwe OV-situatie in Ulicoten? Zo ja, hoeveel, in welke periode en van welke aard? Antwoord: Bij de gemeente zijn naar aanleiding van de nieuwe ov-concessie en de daarbij behorende dienstverlening geen klachten en meldingen binnengekomen. 4.
Is er inmiddels duidelijkheid over het toekomstperspectief van Baarle Outdoor aan de Bredaseweg? Zo ja, hoe ziet dat eruit? Antwoord: Ja, er is inmiddels meer duidelijkheid over het toekomstperspectief van BaarleOutdoor aan de Bredaseweg. Het college heeft op 21 oktober 2025 een standpunt ingenomen over het ingediende conceptverzoek. Daarbij is voor een deel van de voorgestelde activiteiten positief besloten, onder bepaalde voorwaarden. Er moet echter nog wel een procedure worden gevolgd om de activiteiten permanent te vergunnen. Voor de vervolgprocedure dient nadere afstemming plaats te vinden met de provincie. Voor activiteiten in, rondom en ten noorden van de visvijver is geen medewerking verleend. Daarnaast is het
1
college in principe bereid een erfpachtovereenkomst van 30 jaar te sluiten, onder duidelijke voorwaarden. 5. Hoe staat het met het Interreg project ‘Brabant Kust de Kempen’? Klopthet dat het onderzoek is afgerond en er nu een projectteam aan de slag gaat met het opzetten van projecten? Hoe loopt dat? En is de verbreding van het Bels lijntje daarin ook opgenomen? Zo ja: in hoeverre is dat prioritair? Antwoord: Verbreding van het Bels Lijntje maakt geen onderdeel uit van het Interreg project ‘Brabant Kust de Kempen'. Bij de aanvraag hebben we dit onderdeel wel meegenomen maar omdat dit een infrastructurele maatregel betreft, hebben we die eruit moeten halen omdat de aanvraag anders niet zou worden goedgekeurd. In 2026 gaan we de eerste concrete resultaten terugzien in de praktijk, denk aan de basisinfrastructuur elementen die op dit moment worden ontwikkeld (picknickbanken, zitbanken, vlagbanieren, vlagpalen en informatiepanelen etc.) die straks geplaatst worden langs het Bels Lijntje. Ook het ontwikkelen van beleefroutes vanaf het Bels Lijntje naar het achterland zijn in ontwikkeling. Het zorgen voor meer belevenis aan het grensstation Baarle-Nassau, de inrichting van het nieuwe bezoekerscentrum (CCB) en de ecologische verbindingszone langs het Bels Lijntje zijn allemaal onderdelen/projecten vanuit Interreg Brabant Kust de Kempen waar opvolging aan wordt gegeven. 6. N.a.v.
de laatste raadsinformatieavond van Hart van Brabant: kan het college een (uitgebreide) update geven van de werkzaamheden en resultaten van het transformatieteam en haar kwartiermaker? Antwoord: U vraagt om een volledig overzicht van werkzaamheden en resultaten van projecten en programma's die worden uitgevoerd op het gebied van het Sociaal Domein in de samenwerking van regio Hart van Brabant. Voorheen was de structuur meer verkokerd georganiseerd naar de verschillende wetten (WMO, jeugd, arbeidsparticipatie, gezondheid, Beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang, etc). Met de transformatiesturing willen we de grote opgaven in het sociaal domein meer dan voorheen integraal aanpakken. De regionale opgaven van het transformatieteam betreffen: • Wonen; • Veilige thuisbasis; • Sociale basis; • Meedoen; • Specialistische ondersteuning.
2
Het transformatieteam (en haar kwartiermaker) geven hier sturing aan én daarnaast wordt er gewerkt aan een betere en efficiëntere manier van samenwerken (vooral ambtelijk) van onze netwerkorganisatie. Zo zijn we beter in staat om de transformatie op de inhoudelijke opgaven te realiseren. We geven graag inzicht in deze werkzaamheden en de resultaten. De werkzaamheden zijn te omvangrijk om op deze wijze te beantwoorden met een technische vraag. Graag stellen wij het volgende voor: •
•
Eind december wordt het werkprogramma (gemaakt op basis van de begroting die aan uw raad is voorgelegd ter zienswijze) behandeld in het POHO Sociaal van Hart van Brabant. Wij kunnen u op dat moment informeren met een volledig beeld van terugkijken en vooruitkijken over de inhoudelijke projecten en activiteiten binnen het Sociaal Domein van Hart van Brabant. Daarnaast is het mogelijk om een moment te plannen dat uw raad hierover wordt bijgepraat. U kunt dan ook uw vragen stellen aan de betreffende ambtenaren.
7. Wat zijn momenteel de normeringen/doelstellingen voor het KCC (in termen van wachttijden, -correct- doorverbinden, etc.), hoe worden die gemeten en wat wordt er gedaan om bij te sturen? Antwoord: De servicenormen worden concreet na het vaststellen van de visie in Q4 van dit jaar. Uiteraard doen we er op dit moment alles aan om onze inwoner z.s.m. te woord te staan en/of binnen 2 werkdagen terug te bellen als het verzoek niet direct afgehandeld kan worden. Het doorverbinden, terugbellen en de kwaliteit van de antwoorden laten we meten door onderzoeksbureau Telan, meermaals per jaar. Deze resultaten delen we met de betrokken afdelingen en hier wordt door de afdelingsmanagers op gestuurd. 8. Zou het mogelijk kunnen zijn om ook afspraken te kunnen maken op de gemeenteloketten in Alphen of Rijen? Antwoord: Dit is al mogelijk: inwoners van Baarle-Nassau kunnen voor burgerzakenproducten ook terecht in Rijen. We streven ernaar om zoveel mogelijk afspraken te plannen binnen de woonplaats, maar op verzoek kan dit al. Zie ook https://www.baarle-nassau.nl/afspraak. 9. Hoeveel is er in 2025 tot nu toe uitgegeven aan inhuur en uitbesteding bij zowel de gemeente Baarle-Nassau als bij de ABG-organisatie?
3
Antwoord: Het totale bedrag aan inhuur en uitbesteding in de ABG bedraagt per 16 oktober € 7.166.000. Bij de gemeente Baarle-Nassau is aan inhuur/uitbesteding niets uitgegeven. Deze vindt allemaal plaats via de ABG-organisatie. 10. Wat is de huidige exacte planning voor het Programma Erfgoed en het Omgevingsplan? Antwoord Erfgoed: Het proces start in de 2e helft van 2026. Vaststelling zal in 2027 plaatsvinden. Antwoord Omgevingsplan: In de 2e TURAP is het volgende opgenomen over het ontwikkelen van het omgevingsplan buitengebied Baarle-Nassau: “Het streven is dat de inventarisatie Landelijk gebied eind 2025 gereed is, met een uitloop naar Q1 2026. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan het tekenen van de werkingsgebieden, dit loopt door in 2026. Dit vormt samen met de basisregelset de basis voor het omgevingsplan”. Het maken van beleidskeuzes is een doorlopend proces en zal ook in 2026 en verder plaatsvinden. Parallel aan het opstellen van het omgevingsplan wordt er voor verschillende thema's binnen de gemeente beleid opgesteld. Gezorgd moet worden dat er afstemming is met de opstellers van de basisregelsset van het omgevingsplan, zodat de juiste keuzes kunnen worden gemaakt en het beleid, indien van toepassing, op de juiste wijze straks in het omgevingsplan landt. Er wordt gewerkt aan het opstellen van de basisregelsset voor het nieuwe omgevingsplan.
Hier zal ook in 2026 aan worden gewerkt. Daarnaast wordt er in het najaar van 2025 gestart (samen met de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant) met het opstellen van de generieke milieuregels. Hiervoor worden door de omgevingsdienst basisinventarisaties gemaakt voor het gehele gemeente grondgebied (onder ander voor geur, geluid enz.), die vertaald gaan worden in de basisregelset. De verwachting is dat dit in Q4 2026 zal worden afgerond. 11. Wat zijn de reacties van verenigingen op het digitaal (via e-herkenning) moeten aanvragen van subsidies? En hoeveel heeft dat opgeleverd (in termen van efficiencyvoordeel voor de organisatie)? Antwoord: In het kader van de voorbereiding op het nieuwe subsidiebeleid hebben de verenigingen, middels een vooraf uitgezette enquête, zelf aangegeven behoefte te hebben aan het gebruik van eHerkenning. In het huidige aanvraagjaar hebben veruit de meeste verenigingen succesvol gebruikgemaakt van eHerkenning bij het indienen van hun subsidieaanvraag. Deze aanvragen zijn soepel binnengekomen, zonder bijzondere knelpunten. Een enkele vereniging beschikte nog niet over eHerkenning; deze is met zorg
4
overgedragen aan het dorpsteam, dat ondersteuning heeft geboden bij het aanvragen van de eHerkenning. In twee gevallen zijn verenigingen er niet in geslaagd om eHerkenning tijdig – vóór de uiterlijke indieningsdatum van 1 oktober – te activeren. Aan deze partijen is uitstel verleend, zodat hun aanvraag alsnog kan worden meegenomen in de reguliere beoordelingsronde. Eén partij heeft via e-mail de aanvraag ingediend. Dit is akkoord bevonden aangezien het om een basisvoorziening gaat en hier aparte afspraken mee zijn gemaakt. Door deze werkwijze is de foutgevoeligheid in het aanvraagproces aanzienlijk verminderd. De gegevens konden direct correct en volledig worden vastgelegd in het systeem, wat heeft geleid tot een efficiëntere verwerking en een besparing in benodigde uren. 12. Graag een uitsplitsing van de posten “De te betalen bijdrage aan de GRABG is toegenomen.” in elk programma waar deze post bestaat. Antwoord: Het betreft hier de te betalen bijdrage aan de ABG op basis van de begroting 2026 van de ABG-organisatie. De bijdrage wordt op basis van vaste percentages toegerekend aan de diverse taakvelden/programma’s. In de begroting 2026 van de ABG is toegelicht waarom de bijdrage stijgt t.o.v. 2025. Omdat wij de kosten toerekenen aan de programma’s op basis van vaste percentages kunnen we deze kosten niet verder uitsplitsen. 13.
“Een verkenning is nodig voor het bepalen van mogelijke woningbouwlocaties in Ulicoten. Daarvoor wordt een bestuursopdracht geformuleerd.” Wat is er mis met de verkenning die met de Omgevingsvisie 2019 is gedaan? Antwoord: In de omgevingsvisie die in 2019 is vastgesteld zijn bij Ulicoten aansluitend aan de bebouwde kom gebieden aangeduid als “Nieuw woongebied/reservering”. In de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn voorwaarden opgenomen waaraan uitbreiding van stedelijk gebied in landelijk gebied dient te voldoen. De verkenning uit 2019 is niet langs de lat van deze voorwaarden uitgevoerd. De verkenning zoals is bedoeld in de begroting zal dat wel (in ieder geval op hoofdlijnen) dienen te doen. Kansen die zich vervolgens in Ulicoten voordoen, hebben daar baat bij, omdat een deel van de onderbouwing dan reeds is uitgevoerd. 14. GGA Regte Heide en Riels Laag: is er al meer bekend over de voorgestelde maatregelen/effecten binnen ons grondgebied? Antwoord: Er zijn op dit moment nog geen concrete maatregelen voorzien binnen het
5
grondgebied van gemeente Baarle-Nassau. De focus ligt voorlopig op de overgangsgebieden elders in het GGA-gebied. Er wordt gewerkt aan een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) die naar verwachting eind dit jaar door de betrokken partijen wordt ondertekend. 15. Algemene reserve blijft erg hard slinken de komende jaren. Wat is het plan om die weer aan te vullen, zodat Baarle-Nassau ook op de langere termijn financieel gezond blijft? Antwoord: De tabel op blz. 81 van de programmabegroting laat inderdaad zien dat de algemene reserve de komende jaren behoorlijk daalt. Hierbij is echter rekening gehouden met de huidige negatieve rekeningsaldi voor de jaren 2027 en 2028. Uiteindelijk zullen nog maatregelen genomen moeten worden om ook voor deze jaren een sluitende begroting te kunnen presenteren. Voor het aanvullen van de algemene reserve zijn op dit moment nog geen maatregelen voorzien. De raad heeft voor de hoogte van het weerstandsvermogen de kwalificatie “ruim voldoende” als minimum bepaald. Vooralsnog voldoen wij aan deze kwalificatie. Indien nodig zullen dus tijdig maatregelen genomen moeten worden om aan deze kwalificatie te kunnen blijven voldoen. 16. Recentelijk verscheen een publicatie van de staat van degemeentefinanciën van Alphen-Chaam.
Hoe worden momenteel de risico’s van begrotingstekorten in Alphen-Chaam en Gilze en Rijen voor de ABG-organisatie ingeschat? Antwoord: Eventuele begrotingstekorten in een gemeente worden niet direct als een financieel risico voor de ABG-organisatie gezien. Iedere gemeente is zelf verplicht / heeft een eigen verantwoordelijkheid om een sluitende begroting te presenteren of in ieder geval een meerjarenraming die in het laatste jaar sluitend is. 17. Het minder vegen van het kunstgrasveld op sportpark Boschoven levert weliswaar een besparing op korte termijn op, maar je verkort hiermee ook de levensduur. Wat zijn de financiële effecten in het licht hiervan op de lange termijn? Antwoord: In algemene zin kan inderdaad gesteld worden dat minder borstelen leidt tot een kortere levensduur van een kunstgrasveld. Dit is echter ook sterk afhankelijk van hoe intensief het veld gebruikt wordt en de weersomstandigheden. Het kunstgras voetbalveld is aangelegd in 2021 en de toplaag wordt afgeschreven in 10 jaar (technische levensduur). De toplaag is aangelegd voor een bedrag van € 327.000. De jaarlijkse afschrijvingslasten bedragen € 32.700. Bij een afschrijvingstermijn van bijvoorbeeld 9 jaar bedragen de jaarlijkse afschrijvingslasten € 36.333. Momenteel verwachten we overigens niet dat we het veld moeten vervangen voor het verstrijken van de technische levensduur.
6
18. Inleiding: naar aanleiding van de beantwoording van de vragen over de budgetbewaking van het project Centrale Huisvesting ABG-organisatie heeft fractie Ulicoten nog een aanvullende vraag. Wij achten deze verduidelijking noodzakelijk om de behandeling van de programmabegroting op een zorgvuldige manier te kunnen voeren. Van een gemeenteraad mag verwacht worden dat zij haar controlerende en taakstellende taak goed uitvoert. Om dit te kunnen doen, moeten wij als raadsleden echter ook in staat worden gesteld die taak adequaat uit te voeren. Op dit punt vinden wij de beschikbare informatie nog onvoldoende. Daarom stellen wij de onderstaande vervolgvraag, die wij graag willen betrekken bij de behandeling van de programmabegroting. In het antwoord op vraag 7 uit de set “Budgetbewaking project Centrale Huisvesting ABG-organisatie” wordt gesproken over “grote afwijkingen” en “zo nodig”. Om onze controlerende taak goed te kunnen uitvoeren, verzoeken wij om een concrete toelichting: welke grenswaarden of indicatoren gelden hierbij, en wie bepaalt wanneer sprake is van een “grote afwijking” en wanneer actie “zo nodig” is? Antwoord: Wij begrijpen dat de raad graag haar controlerende en taakstellende taken goed wil uitvoeren.
Het in februari 2024 vastgestelde plafondbedrag van €17,8 miljoen, voor de realisatie van het gebouw en het terrein op Anne Frankplein 12 in Rijen voor de ABG-organisatie, is leidend in de aanbestedingen, gunning én uitvoering van het project. Wanneer zich tussentijds afwijkingen bovenop het plafondbedrag van € 17,8 miljoen voordoen, zal het ABG-bestuur het college direct informeren en zal het college de raad hiervan op de hoogte brengen.
7