4.1-Bijlage Rapport Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2
Tekst van het document
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Gemeente Baarle- Nassau
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Loveren fase 2 Baarle-Nassau Gemeente Baarle-Nassau
Rapportnummer:
P218578.005.R2
Naam opdrachtgever:
Gemeente Baarle-Nassau de heer P. Nouwen
Adres opdrachtgever:
Postbus 105 5110 AC BAARLE-NASSAU
Opstellers:
E. Louwerse en E. van Overbeek
Status:
Definitief
Datum:
15 december 2021
Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen T (024) 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
P218578.005/EVO
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding voor het onderzoek .............................................................................................. 4 1.2 Plangebied .............................................................................................................................. 4 1.3 Bestemmingsplan ................................................................................................................... 5 1.4 Onderzoeksmethode en uitgangspunten ............................................................................... 5
2
Bedrijven en milieuzonering ................................................................................ 6 2.1 Uitwaartse milieuzonering ..................................................................................................... 6 2.2 Gebiedstypen.......................................................................................................................... 6 2.3 Richtafstanden........................................................................................................................ 7
3
Milieucontouren o.b.v. milieuzonering ................................................................ 8 3.1 Inventarisatie milieubelastende bedrijven ............................................................................. 8 3.2 Onderzoek milieucontouren................................................................................................... 8
4
3.2.1
Richtafstanden en maximale milieucontouren per bedrijf ................................................................ 8
3.2.2
Milieucontouren houtzagerij Loveren 42 ........................................................................................ 12
3.2.3
Milieucontouren landbouwmechanisatiebedrijf Nonnenkuil 18 ..................................................... 13
3.2.4
Milieucontouren agrarisch verwant bedrijf – ezelopvang Goorweg 3............................................. 16
Geurcontouren veehouderijen .......................................................................... 17 4.1 Wet geurhinder en veehouderij ........................................................................................... 17 4.2 Ontwerp geurgebiedsvisie en voorstel ontwerp geurverordening en ontwerp beleidsregel november 2021 ............................................................................................................................ 19 4.3 Woon- en leefklimaat ........................................................................................................... 20 4.3.1
Handreiking Wet geurhinder en veehouderij .................................................................................. 20
4.3.2
Provinciale geurnorm achtergrondbelasting ................................................................................... 21
4.3.3
Beleidslijn GGD – gezondheidskundige advieswaarde .................................................................... 21
4.3.4
Beoordeling achtergrondbelasting en leefklimaat .......................................................................... 22
4.4 Omgekeerde werking ........................................................................................................... 23
2
4.4.1
Goorweg 1a ..................................................................................................................................... 24
4.4.2
Hoogstratensebaan 4 ...................................................................................................................... 26
4.4.3
Hoogeind 4 ...................................................................................................................................... 28
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
5
Mogelijke maatregelen en oplossingen .............................................................. 30 5.1 Geluid ................................................................................................................................... 30 5.2 Geur ...................................................................................................................................... 31
7
Samenvatting en conclusies............................................................................... 33 7.1 Inventarisatie milieubelastende bedrijven ........................................................................... 33 7.2 Maximale milieucontouren Bedrijven en milieuzonering .................................................... 33 7.3 Geurcontouren veehouderijen ............................................................................................. 35 7.3.1
Omgekeerde werking ...................................................................................................................... 35
7.3.2
Woon- en leefklimaat ...................................................................................................................... 36
Bijlagen ................................................................................................................... 38
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
3
P218578.005/EVO
1 Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek
In opdracht van de gemeente Baarle-Nassau is een milieucontouren onderzoek uitgevoerd voor de beoogde woningbouw op de planlocatie ‘Loveren fase 2’. Het plan is om in 2024 op deze locatie woningen te gaan bouwen. Om de haalbaarheid van het plan te kunnen beoordelen is in dit onderzoek in beeld gebracht of er milieucontouren over het plangebied liggen en welke beperkingen hier eventueel uit voortvloeien voor de beoogde woningbouw. Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' moet er voldoende ruimtelijke scheiding zijn tussen milieubelastende functies (bedrijfsmatige inrichtingen) en milieugevoelige functies (waaronder woningen). Enerzijds wordt beoordeeld of binnen het plangebied hinder ondervonden kan worden van milieubelastende functies in de omgeving. Anderzijds wordt onderzocht in hoeverre de realisatie van nieuwe woningen de bedrijven in de omgeving zal belemmeren in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden (de zogenaamde ‘omgekeerde werking’ van het woningbouwplan).
1.2
Plangebied
Het plangebied ‘Loveren fase 2’ ligt aan de rand van de kern van Baarle, tussen de Goorweg, Loveren en Nonnenkuil. De percelen die zijn betrokken in het onderzoek zijn de kadastrale percelen BaarleNassau sectie N nummers 79, 871, 847, 872 en 858, zie Figuur 1. In de omgeving van het plangebied is een diversiteit aan functies aanwezig, waaronder woonfuncties, niet-agrarische bedrijven, agrarisch verwante bedrijven en agrarische bedrijven.
Figuur 1: Ligging van het onderzocht plangebied (met kadastrale nummers), ook bijgevoegd als Bijlage 1
4
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
1.3
Bestemmingsplan
De onderzochte planlocatie ligt binnen drie geldende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Dorpen (2012, 1e herziening 2016): kadastraal perceel N79. Bestemmingsplan Buitengebied Baarle-Nassau, Herziening 2 (vastgesteld 15-05-2016): kadastrale percelen N847, N871, N872. Bestemmingsplan Buitengebied 2008 (vastgesteld 16-07-2009): kadastraal perceel N858. De percelen N79 en N871 hebben de bestemming ‘Agrarisch’. Het perceel N858 heeft de bestemming ‘Agrarisch bedrijf’. De percelen N847 en N872 hebben de bestemming ‘Wonen-2’.
Figuur 2: Bestemmingsplan Dorpen, 1e herziening (links), Bestemmingsplan Buitengebied Baarle-Nassau, Herziening 2 (midden) en Bestemmingsplan Buitengebied 2008 (rechts)
1.4
Onderzoeksmethode en uitgangspunten
Milieucontouren worden gebaseerd op de milieuzonering zoals beschreven in de VGN Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (VNG, 2009) en de daarbij horende richtafstandenlijsten. Bij de uitvoering van het onderzoek worden de milieucontouren van de milieubelastende bedrijven bedrijven in beeld gebracht. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen veehouderijen en overige milieubelastende bedrijven en functies. De milieucontouren worden rondom de bestemmingsvlakken van de milieubelastende bestemmingen of functieaanduidingen gesitueerd. Voor de veehouderijbedrijven wordt ten aanzien van geur uit dierenverblijven een verdiepingsslag gemaakt en worden de geurcontouren in beeld gebracht op basis van de vigerende milieutoestemming (omgevingsvergunning of melding) en de Wet geurhinder en veehouderij. Hierbij wordt de huidige geurverordening betrokken, maar ook de in voorbereiding zijnde (concept) geurgebiedsvisie en geurverordening voor de gemeente Baarle-Nassau.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
5
P218578.005/EVO
In België/Vlaanderen is geen vergelijkbaar juridisch kader ter beheersing van geurhinder vanuit veehouderijen. In Vlaanderen kan de overheid bij hinder maatregelen voorschrijven, net als voor de grote veehouderijen. Er zijn wel beoordelingskaders om de kans op hinder te bepalen en die lijken op de Nederlandse geurnormen. Veehouderijen of andere milieuhinderlijke bedrijven in België / Belgische enclaves zijn niet betrokken in dit onderzoek. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende stukken en informatie: VNG handreiking “Bedrijven en milieuzonering” editie 2009; Bestemmingsplannen zoals beschreven in paragraaf 1.3 (www.ruimtelijkeplannen.nl); Web BVB Brabant en Kaartbank Brabant in oktober 2021 (de gemeente heeft enkele actualisaties doorgegeven die nog niet verwerkt zijn in Web BVB); De geldende milieutoestemmingen (vergunning en/of melding met bijbehorende stukken) van de voor het onderzoek relevante bedrijven, aangeleverd door de gemeente.
2 Bedrijven en milieuzonering De VGN Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (VNG, 2009) biedt een maatgevend kader voor ruimtelijke ontwikkelingen voor het toepassen van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij is het uitgangspunt een functiescheiding tussen milieubelastende (bedrijfsmatige inrichtingen) en milieugevoelige functies (waaronder woningen). Milieuzonering zorgt voor een ruimtelijke scheiding tussen deze functies, om hinder en overlast te voorkomen en de leefkwaliteit te beschermen. In de publicatie zijn de verschillende bedrijfsmatige activiteiten ingedeeld in milieucategorieën. Hoe hoger de milieucategorie, hoe zwaarder de milieubelasting door de bedrijvigheid en het mogelijke hinder en gevaar. Voor elke milieucategorie zijn richtafstanden gegeven, waarbij de afstand toeneemt bij een hogere milieucategorie.
2.1
Uitwaartse milieuzonering
In de publicatie wordt onderscheid gemaakt tussen inwaartse en uitwaartse milieuzonering. Wanneer wordt uitgegaan van milieubelastende functies dan valt dit onder uitwaartse zonering. Rondom de milieubelastende functies worden gevoelige bestemmingen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van milieugevoelige functies en zijn milieubelastende functies in een zone rondom gevoelige functies niet toegestaan. Dit onderzoek gaat uit van uitwaartse zonering.
2.2
Gebiedstypen
In de VNG-handreiking wordt onderscheid gemaakt tussen twee gebiedstypen; een rustige woonwijk en gemengd gebied. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.
6
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
Het planvoornemen betreft de realisatie van een nieuwe woonwijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt voor de milieuzonering dus uitgegaan van het gebiedstype rustige woonwijk en worden de standaard richtafstanden toegepast.
2.3
Richtafstanden
Richtafstanden zijn bepaald voor de milieuthema’s geur, stof, geluid en gevaar. Afstanden verschillen per thema en zijn gekoppeld aan een milieucategorie. De grootste afstand is maatgevend voor de indeling van de activiteit in een milieucategorie. De richtafstanden zijn bepaald op basis van de volgende uitgangspunten: Het betreft ‘gemiddeld’ moderne activiteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. De richtafstanden hebben betrekking op een rustige woonwijk of een rustig buitengebied. Richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van bedrijfsactiviteiten De richtafstanden worden gemeten vanaf de inrichtingsgrens van de milieubelastende bestemmingen tot de gevels van de gevoelige bestemmingen. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd. (Voor geur van veehouderijen worden niet alleen deze richtafstanden betrokken, maar worden ook geurcontouren bepaald op basis van de rechtsgeldige milieutoestemming (vergunning en/of melding) en de Wet geurhinder en veehouderij), zie hoofdstuk 4. De richtafstanden in Tabel 1 zijn vastgesteld voor het gebiedstype rustige woonwijk. De richtafstanden die worden vermeld in de handreiking gelden daarom voor dit gebiedstype.
Voor het gemengd gebied kunnen de richtafstanden worden bepaalt door de afstanden voor rustige woonwijk een afstandstrap te verkleinen, met uitzondering voor het thema gevaar. Tabel 1: Richtafstanden VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonwering”, editie 2009
Milieucategorie
Richtafstand tot ‘ (meter) rustige woonwijk’ of ‘rustig
‘gemengd gebied’
buitengebied’ 1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
5.1
500
300
5.2
700
500
5.3
1.000
700
6
1.500
1.000
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
7
P218578.005/EVO
3 Milieucontouren o.b.v. milieuzonering 3.1
Inventarisatie milieubelastende bedrijven
In een straal van 1.500 meter (= maximale richtafstand) rondom het plangebied is een scan uitgevoerd op de aanwezigheid van bedrijfsmatige inrichtingen met de milieucategorieën 5 en 6. In deze milieucategorieën vallen zware activiteiten. Deze zware milieubelastende functies zijn afwezig. Vervolgens zijn bedrijfsmatige inrichtingen met milieubelastende activiteiten uit de VNGHandreiking richtafstandenlijst tabel 1, binnen 200 meter van de planlocatie geselecteerd. Veehouderijen met dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld (in de omgeving van het plangebied zijn dit met name varkens, vleesstieren en vleeskalveren) zijn ook buiten de 200 meter afstand tot het plangebied geselecteerd in verband met het onderzoeken van de geurcontouren op basis van de vergunning/melding en de Wet geurhinder en veehouderij. Hierbij is gebruik gemaakt van Ruimtelijke plannen, Web BVB Brabant en Kaartbank Brabant en de geldende milieutoestemmingen (vergunning en/of melding met bijbehorende stukken) van de voor het onderzoek relevante milieubelastende bedrijven, eveneens aangeleverd door de gemeente. De gemeente heeft enkele actualisaties doorgegeven die nog verwerkt moeten worden in Web BVB: Veehouderij Loveren 48 is beëindigd en Loveren 21 is hobbymatige veehouderij. In Tabel 2 staan de bedrijfsmatige inrichtingen die volgen uit de inventarisatie en die betrokken worden in dit onderzoek.
Tabel 2: Inventarisatie bedrijfsmatige inrichtingen met milieubelastende functies
Locatie Goorweg 1a Hoogstratensebaan 4 Hoogeind 4 Goorweg 3 Loveren 42 Nonnenkuil 18 Nonnenkuil 11 Loveren 11 C.A. Bodestraat 2
3.2
Functie Veehouderij - vleesrundvee Veehouderij - vleeskalveren Veehouderij - varkens Agrarisch verwant bedrijf - ezelopvang Houtzagerij Landbouwmechanisatiebedrijf Landbouwmechanisatiebedrijf Groothandel in hout en bouwmaterialen Brandweerkazerne
Onderzoek milieucontouren
3.2.1 Richtafstanden en maximale milieucontouren per bedrijf Voor alle milieubelastende functies geselecteerd in voorgaande inventarisatie is de milieucategorie en de grootste richtafstand vastgesteld (zie Tabel 3). Hierbij is uitgegaan van hoogste milieucategorie en grootste richtafstand per bedrijf. Er is geen onderscheid gemaakt in deelactiviteiten binnen bedrijven.
8
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
Locatie
Functie
Hoogste Milieucategorie
Grootste richtafstand (meter)
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
Max
Tabel 3: Richtafstanden milieubelastende functies in de omgeving
Goorweg 1a
Veehouderij – vleesrundvee (fokken en houden van rundvee)
3.2
100
30
30
0
100
Hoogstratensebaan 4
Veehouderij – vleeskalveren (fokken en houden van rundvee)
3.2
100
30
30
0
100
Hoogeind 4
Veehouderij – varkens (fokken en houden van varkens)
4.1
200
30
50
0
200
Goorweg 3
Agrarisch verwant bedrijf – ezelopvang (houden van overige graasdieren)
3.1
50
30
30
0
50
Loveren 42 Nonnenkuil 18
Houtzagerij Landbouwmechanisatiebedrijf (> 500 m2) Landbouwmechanisatiebedrijf
3.2 3.1
0 30
50 10
100 50
50 10
100 50
3.1
30
10
50
10
50
2
0
10
30
10
30
C.A. Bodestraat 2
Groothandel in hout en bouwmaterialen (< 2000 m2) Brandweerkazerne
3.1
0
0
50
0
50
Goorweg 7
Meubelwinkel
1
0
0
10
0
10
Nonnenkuil 11 Loveren 11
De maximale milieucontouren van de milieubelastende functies (met en zonder de veehouderijen) zijn getrokken rondom de bestemmingsvlakken van de milieubelastende functies. De kaarten in de tekst zijn ook op A4- formaat opgenomen in de bijlagen. Milieubelastende bedrijven (niet zijnde veehouderijen) De maximale milieucontouren van de milieubelastende bedrijven (niet zijnde veehouderijen) zijn weergegeven in Figuur 3. De milieucontouren per thema zijn vervolgens weergegeven in Figuur 4. De milieucontouren van de houtzagerij Loveren 42, het agrarisch verwant bedrijf - ezelopvang Goorweg 3 en het landbouwmechanisatiebedrijf Nonnenkuil 18 overlappen het plangebied. Het milieuaspect met de grootste overlap is geluid; voor zowel de houtzagerij als het landbouwmechanisatiebedrijf. Voor de ezelopvang heeft het milieuaspect geur de grootste milieucontour en meeste overlap met het plangebied. Het plangebied ligt echter binnen de milieucontouren van alle milieuaspecten voor de drie bedrijven, met uitzondering van het thema gevaar voor de ezelopvang. Deze drie bedrijven worden afzonderlijk beoordeeld in paragraaf 3.2.3, 3.2.3 en 3.2.4. Veehouderijen De maximale milieucontouren van de milieubelastende bedrijven met de veehouderijen zijn weergegeven in Figuur 5. De milieucontouren per thema zijn vervolgens weergegeven in Figuur 6.
Van de veehouderijen overlapt alleen de maximale milieucontour van Goorweg 1a het plangebied. Dit gaat om de richtafstand voor het aspect geur. Hoogeind 4 is een zeer grote varkenshouderij op ca. 1.250 meter afstand en heeft een grotere geurcontour dan de maximale milieucontour van 200 m op basis van milieuzonering. Hetzelfde geldt voor de vleeskalverenhouderij Hoogstratensebaan 4. Deze twee veehouderijen worden specifiek voor het aspect geur nader onderzocht in hoofdstuk 4.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
9
P218578.005/EVO
Figuur 3: Milieucontouren milieubelastende bedrijven en functies, zonder veehouderijen (ook bijgevoegd in bijlage 2)
Figuur 4: Milieucontouren per thema milieubelastende bedrijven en functies, zonder veehouderijen (ook bijgevoegd in bijlage 2)
10
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
Figuur 5: Milieucontouren per thema milieubelastende bedrijven en functies, met veehouderijen (ook bijgevoegd in bijlage 2)
Figuur 6: Milieucontouren per thema milieubelastende bedrijven en functies, met veehouderijen (ook bijgevoegd in bijlage 2)
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
11
P218578.005/EVO
3.2.2
Milieucontouren houtzagerij Loveren 42
De milieucontour rondom het bestemmingsvlak houtzagerij overlapt het plangebied. De grootste milieucontour wordt gevormd door de richtafstand van 100 meter voor geluid. Voor stof en gevaar geldt een richtafstand van 50 meter. Voor deze inrichting is op 9 januari 2006 een revisievergunning art. 8.4 Wet milieubeheer verleend. Dit is de rechtsgeldige milieuvergunning. Volgens de plattegrondtekening behorende bij deze vergunning zijn in alle bedrijfsgebouwen geluidsbronnen aanwezig, maar met name in gebouw 2 en gebouw 1 (werkplaats). De afstand van gebouw 2 tot rand bestemmingsvlak bedraagt slechts 10 meter, waardoor ook de maximale milieucontour gemeten vanaf de bedrijfsgebouwen ruim over het plangebied valt.
Figuur 7: Uitsnede plattegrondtekening Loveren 42 behorende bij milieuvergunning van 9 januari 2006
De houtzagerij ligt op korte afstand van de bestaande woningen Loveren 31 en Loveren 29 en moet nu al op deze woningen toetsen (burgerwoning Loveren 31 ligt op ca. 12 meter van de rand van het bestemmingsvlak en ca. 17 meter van de gevel van bedrijfsgebouw 1). Burgerwoning Loveren 31 is de maatgevende woning en bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de houtzagerij. De woningen binnen het plangebied zullen niet direct aan de grens van het plangebied gesitueerd worden. Deze zullen op grotere afstand van dit bedrijf gerealiseerd worden dan de afstand tot de bestaande woningen Loveren 31 en Loveren 29, echter er is nog geen uitwerking beschikbaar van de inrichting van het plangebied. Ten aanzien van de omgekeerde werking zal de beoogde woningbouw naar alle waarschijnlijkheid geen belemmering zijn voor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de houtzagerij.
12
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
In de beschikking van de milieuvergunning van 9 januari 2006 staat op pagina 2 vermeld dat op 6 maart 2002 op het bedrijf een akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Archiobel. Hierbij staat het volgende vermeld: “In dit onderzoek zijn een aantal maatregelen opgenomen om aan de geluidsnormen te kunnen voldoen. Bij een milieucontrole d.d. 3 juni 2005 zijn er indicatieve geluidsmetingen uitgevoerd. Uit deze metingen blijkt dat het equivalente geluidsniveau redelijk voldoet aan de geluidsnorm. Voorlopig hoeven er geen maatregelen getroffen te worden met betrekking tot geluid. Bij het vervangen van de wanden van de zagerij zal wederom aandachtig naar het geluidsaspect gekeken dienen te worden”. Er vanuit gaande dat bestaande woning Loveren 31 maatgevend is voor de geluidsbelasting door de houtzagerij kan, op basis van hetgeen in de beschikking van 2006 staat vermeld, worden geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied (redelijk) voldaan wordt aan de geluidsnorm. Welke geluid reducerende maatregelen nadien zijn getroffen door de houtzagerij blijkt niet uit de beschikbare stukken. Uit de beschikking bij de milieuvergunning van 2006 kan wel afgeleid worden dat de wanden van de zagerij mogelijk nog vervangen moesten worden en dat hierbij geluid reducerende maatregelen getroffen zouden kunnen worden.
Om exact te weten wat de geluidsbelasting gaat zijn binnen het plangebied en of ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, wordt een akoestisch onderzoek aanbevolen met gebruikmaking van de actuele gegevens van deze houtzagerij. Dit maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek. Naast de contour van 100m voor geluid is er ook een milieucontour van 50m voor gevaar en stof. De afstand van gebouw 2 tot rand bestemmingsvlak bedraagt slechts 10m, waardoor de contour voor stof en gevaar vanaf de bedrijfsgebouwen voor 40m over een deel van het plangebied valt.
3.2.3 Milieucontouren landbouwmechanisatiebedrijf Nonnenkuil 18 De milieucontouren van het landbouwmechanisatiebedrijf Nonnenkuil 18 overlappen het plangebied. Geluid is met 50m de maatgevende milieucontour, zie Figuur 4.
Figuur 8: Plattegrond Nonnenkuil 18 bij melding 8.40 Wm (links) en luchtfoto met bestemmingsvlak (rechts)
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
13
P218578.005/EVO
Dit bedrijf heeft een Hinderwetvergunning van februari 1994 en een melding 8.40 Wet milieubeheer van 2002. Binnen de inrichting zijn een stalling, werkplaats en wasplaats voor landbouwvoertuigen en -werktuigen aanwezig. Aan de voorzijde van de inrichting (aan de zijde van de Nonnenkuil) zit een magazijn en kantoor. De locatie wordt ontsloten via de Nonnenkuil. De bedrijfsactiviteiten vinden alleen gedurende de dagperiode plaats (7.00-19.00 uur). In de avond- en nachtperiode vinden maximaal 12x per jaar incidentele vervoersbewegingen en/of noodzakelijke werkzaamheden plaats. Voor de inrichting gelden geluidsvoorschriften. In de voorschriften wordt ontheffing verleend van de piekniveau's in de dagperiode vanwege het laden en lossen van producten danwel het op- en afrijden van voertuigen op het bedrijfsterrein.
Figuur 9: Luchtfoto met aanduiding plangebied (links) en max. milieucontour Nonnenkuil 18 (rechts)
De percelen N858 en N871 (gedeeltelijk) liggen binnen de milieucontour van maximaal 50 meter van Nonnenkuil 18. De rest van het plangebied ligt niet binnen deze milieucontour. Het plangebied wordt ook overlapt door een contour van 30m voor het aspect geur, echter in de Hinderwetvergunning en melding Wm (en bijbehorende plattegrondtekeningen) staan geen geurrelevante activiteiten vermeld. Het is verder niet waarschijnlijk dat binnen de contouren voor stof en gevaar van 10m woningen gesitueerd zullen worden. Dit betekent dat de mogelijkheden voor woningbouw op de percelen N858 en N871 bepaald worden door de geluidscontour. De inrichting Nonnenkuil 18 ligt aan de straatzijde tussen bestaande woningen. Tussen perceel N858 en het bedrijfsbestemmingsvlak ligt de burgerwoning Loveren 32. Ten aanzien van geluid zal op deze woning voldaan moeten worden aan de geluidsnormen en geluidvoorschriften in de vergunning. Woningbouw op perceel 858 zal hierdoor niet beperkend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het landbouwmechanisatiebedrijf. En als ter plaatse van Loveren 32 het woon- en leefklimaat aanvaardbaar wordt geacht dan zal dit gezien de ligging ook het geval zijn ter plaatse van perceel N858. Voor woningbouw op perceel 871 kan binnen de maximale milieucontour van 50m geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd worden ten aanzien van geluid.
Ook kan een beperkende werking van nieuwe woningen voor dit bedrijf niet worden uitgesloten. De achterzijde van de inrichting en het bedrijfsgebouw ligt namelijk direct tegen perceel N871 van het plangebied. Ten behoeve van de melding 8.40 Wm in 2002 is in een akoestisch onderzoek uitgevoerd (industrielawaai en wegverkeerslawaai).
14
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
De normstelling is in overleg met het bevoegd gezag bepaald en is feitelijk vastgelegd in de Amvb Inrichtingen voor motorvoertuigen. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,Lt, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en/of activiteiten, mag onder andere op de gevel van woningen van derden niet meer bedragen dan 50 dB(A) in de periode van 07.00 uur tot 19.00 uur. Vanwege de ligging van het onderhavige bedrijf is door de gemeente Baarle-Nassau om geluidoverlast voor de omgeving te voorkomen een maximaal optredend equivalent geluidniveau (etmaalwaarde) ten gevolge van de inrichting gesteld ter plaatse van aangegeven referentiepunten (punten 1 t/m 8) in de geluidsberekening. Uit dit geluidsonderzoek volgt dat: de geluiduitstraling van de gehele inrichting in combinatie met de geluiduitstraling vanwege de verkeersbewegingen en andere geluid veroorzakende activiteiten in de inrichting ter plaatse van de gekozen referentiepunten 1 t/m 8 maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde als langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt op de gevel van woningen van derden; het maximale piekniveau vanwege de inrichting in de dagperiode maximaal 70 dB(A) als LAmax bedraagt; het maximale piekniveau vanwege de inrichting in de avondperiode maximaal 57 dB(A) als LA-max bedraagt.
Ook is de geluidsbelasting berekend op 50m van de perceelsgrenzen. Deze ligt onder de 50 dB(A) etmaalwaarde als langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (42,3 dB(A) tot 46,9 dB(A)). Conclusie in het geluidsrapport van 2002 luidt dat er in het kader van de Wet milieubeheer geen problemen te verwachten zijn ten aanzien van de optredende geluidsbelasting in de representatieve bedrijfssituatie. Uit de stukken van de gemeente volgt dat de melding van 2002 de geldende milieutoestemming betreft. De bedrijfssituatie komt overeen met de luchtfoto en is waarschijnlijk niet gewijzigd. Mogelijk zijn de geluidsbronnen binnen de inrichting gewijzigd. Het kan zijn dat er modernere voertuigen of werktuigen worden gebruikt met een lagere geluidsemissie. Op basis van dit geluidsrapport kan echter niet vastgesteld worden waar binnen de maximale 50m contour (m.n. over perceel N871) de geluidsnorm van 50 dB(A) in de dagperiode wordt overschreden. Om exact te weten wat de geluidsbelasting gaat zijn binnen het plangebied, hoe de vergunde geluidscontour gesitueerd is en waar binnen de 50m milieucontour een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek. Naast geluid ligt er een milieucontour van 30m voor geur en 10m voor stof en gevaar.
Op basis van de milieutoestemming lijkt het erop dat er geen geurrelevante activiteiten plaatsvinden binnen de inrichting. De 10m contour vormt geen belemmering voor situering van woning(en) op het perceel N871, maar mogelijk wel op perceel N858. Dit betekent dat de werkelijke (berekende) geluidscontour hoogstwaarschijnlijk bepalend is voor de mogelijkheden op dit perceel en minimaal 10m vanwege de milieucontour voor stof en gevaar.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
15
P218578.005/EVO
3.2.4
Milieucontouren agrarisch verwant bedrijf – ezelopvang Goorweg 3
De milieucontour van het agrarisch verwant bedrijf - ezelopvang Goorweg 3 overlapt voor een klein deel perceel N79 aan de westzijde. Deze 50m contour is gebaseerd op het aspect geur. De inrichtingsgrens ligt op circa 12 meter van de grens van het plangebied.
Figuur 10: Bestemmingsvlak agrarisch verwant bedrijf Goorweg 3 (links) en maximale milieucontour voor geur (rechts)
Uit de plattegrondtekening behorende bij de milieutoestemming kan afgeleid worden dat in het voorste bedrijfsgebouw (met de rode aanwijzer aangeduid in Figuur 10) stalruimte aanwezig is, waarschijnlijk voor de ezelopvang. De afstand van het bedrijfsgebouw tot de inrichtingsgrens bedraagt circa 17m. Dit betekent dat de 50m geurcontour ook vanaf het bedrijfsgebouw over het plangebied heen ligt. De contouren voor stof en geluid zijn 30m en overlappen slechts het westelijke puntje van het plangebied met ca. 15-20m. Uitgaande van de feitelijke en vergunde aard en omvang van deze locatie heeft het aspect geur van deze inrichting geen wezenlijke invloed op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Ten aanzien van de omgekeerde werking kan gesteld worden dat het niet waarschijnlijk is dat dit bedrijf belemmerd wordt in haar ontwikkelingsmogelijkheden. Het is niet aannemelijk dat de beperkte beschikbare ruimte binnen het bouwvlak aan de voorzijde van de inrichting benut gaat of mag worden voor met name geurrelevante activiteiten.
16
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
4 Geurcontouren veehouderijen Van de veehouderijen overlapt alleen de maximale milieucontour van Goorweg 1a het plangebied. Dit gaat hierbij om de richtafstanden voor geur, zie figuur 5 en 6 in paragraaf 3.2. Varkenshouderij Hoogeind 4 ligt op ca. 1.250 meter afstand va de grens van het plangebied. Vleeskalverenhouderij Hoogstratensebaan 4 ligt op ca. 300 meter afstand. Beide bedrijven zijn te beschouwen als een groot veehouderijbedrijf en dan is de vergunde geurcontour o.b.v. de berekende geurbelasting groter dan de maximale milieucontour van 200 m op basis van milieuzonering. Daarom worden in dit hoofdstuk deze drie veehouderijen specifiek voor het aspect geur nader onderzocht.
4.1
Wet geurhinder en veehouderij
De op 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt voor de vergunningverlening van veehouderijen het beoordelingskader. Deze wet geeft aan hoe bij een aanvraag voor een milieuvergunning de geuremissies uit stallen van veehouderijen en de geurbelasting op geurgevoelige objecten moet worden meegenomen. Sinds 1 januari 2013 is voor de niet-vergunningplichtige veehouderijen het Activiteitenbesluit milieubeheer van kracht. In dit besluit zijn de bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) als uitgangspunt genomen, zodat voor inrichtingen die onder de werking van dit besluit vallen vrijwel dezelfde regels gelden als voor (omgevings-) vergunningplichtige bedrijven. De normen van de Wet geurhinder en veehouderij gelden in beginsel alleen voor de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning, als een veehouderij zich wil vestigen of als een veehouderij wil uitbreiden. Het gaat dan dus over de relatie tussen een bestaand geurgevoelig object en een ontwikkeling van de veehouderij. Dit heet ook wel de ‘directe werking’ of ‘directe norm’. Uit jurisprudentie volgt dat het mogelijk is om binnen de geurcontouren van veehouderijen nieuwe woningbouw mogelijk te maken, mits aan twee voorwaarden wordt voldaan: De nieuwe ontwikkelingen mogen geen extra belemmeringen opleveren voor de ontwikkeling van veehouderijen de omgeving.
Hierna de toets op de omgekeerde werking genoemd; De gemeenteraad dient in haar ruimtelijke besluit voor de betrokken ontwikkeling een uitspraak te doen c.q. onderbouwing op te nemen over de geurbelasting: is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gelet op de beoogde bestemmingswijziging? Dit is de toets op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is de systematiek vastgelegd hoe de geurhinder uit stallen van veehouderijen beoordeeld moet worden. Deze wet bevat geurnormen en vaste minimum afstanden waar veehouderijen aan moeten voldoen en maakt onderscheid tussen gebieden met veel veehouderijen (concentratiegebieden) en overige gebieden (niet-concentratiegebieden).
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
17
P218578.005/EVO
De concentratiegebieden zijn aangegeven in de Meststoffenwet. De gemeente Baarle-Nassau ligt in een concentratiegebied (Gebied II, Bijlage I bij de Meststoffenwet). De Wgv beschermt geurgevoelige objecten tot een maximaal toegestaan niveau (geurnorm) van geurbelasting. De geurbelasting wordt uitgedrukt in OUE/m3 (odeur units per kubieke meter lucht). De wettelijke geurnormen voor concentratiegebieden zijn: 3 OUE/m3 binnen de bebouwde kom
14 OUE/m3 buiten de bebouwde kom
Een gemeente kan met een geurverordening binnen bepaalde bandbreedtes afwijken van de wettelijke geurnormen en vaste afstanden. De gemeente Baarle-Nassau heeft op dit moment geen geurverordening vastgesteld. Binnen het plangebied gelden dus de wettelijke geurnormen. De ligging van een geurgevoelig object binnen of buiten de bebouwde kom is mede bepalend voor de wettelijk geldende norm dan wel vaste afstand. In de toelichting van de Wgv is aangegeven dat de bebouwde kom bepaald wordt door de aard van de omgeving: “op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur, dat overwegend een woonen verblijfsfunctie heeft en waarin dus veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen.” Het planvoornemen voorziet in een nieuwe woonwijk en uitbreiding van de bebouwde kom van Baarle. Daarom wordt het plangebied gecategoriseerd als een gebied binnen de bebouwde kom zoals bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij. Momenteel is een geurgebiedsvisie en geurverordening in voorbereiding en wordt vanwege de overlappende milieucontouren van veehouderijen een soepelere geurnorm voor de bebouwde kom onderzocht om woningbouw binnen het plangebied Loveren fase 2 mogelijk te maken. Hier wordt verderop in dit rapport nog nader op ingegaan.
In de Wgv wordt onderscheidt gemaakt in twee soorten diercategorieën: dieren waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld (oa. varkens, pluimvee, geiten en vleesvee). Deze geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Hiermee kan de geuremissie en de geurbelasting op een geurgevoelig object worden berekend en getoetst aan de geurnormen; dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld (oa. melkvee en paarden). Voor deze dieren gelden minimaal aan te houden vaste afstanden: 100 en 50 meter voor respectievelijk objecten binnen en buiten de bebouwde kom. De geurhinder wordt bepaald op basis van de voorgrondbelasting en achtergrondbelasting. Met de voorgrondbelasting, ook wel individuele belasting genoemd, wordt de geurbelasting op een geurgevoelig object bedoeld van die veehouderij, welke de meeste geurbelasting op een voor geurhinder gevoelig object veroorzaakt. De achtergrondbelasting, ook wel de cumulatieve belasting genoemd, wordt veroorzaakt door alle veehouderijen die rondom een geurgevoelig object zijn gelegen. De achtergrondbelasting wordt vooral in gebieden met veel veehouderijen vaak gebruikt als maat om de effecten van geurhinder op het woon- en leefklimaat te kunnen beoordelen.
18
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
Wanneer een veehouderij voor wat betreft de voorgrondbelasting op slot zit, kan het bedrijf alleen nog maar uitbreiden als de geurbelasting niet verder toeneemt. Als de geurbelasting door aanpassing van stalsystemen of de wijze van uitstoot van de geur wordt verminderd, is onder voorwaarden uitbreiding van het aantal dieren mogelijk via de zogenaamde ‘50%-regeling’. Er hoeft na uitbreiding niet te worden voldaan aan de geldende geurnormen voor de voorgrondbelasting. Wel moet de geurbelasting afnemen. De helft van de afname van de geurbelasting mag dan opgevuld worden voor uitbreiding van het aantal dieren. Als een bedrijf niet ontwikkelt, is er op basis van de Wgv geen verplichting om aan de geurnormen te voldoen of om er voor te zorgen dat de geurbelasting daalt.
4.2
Ontwerp geurgebiedsvisie en voorstel ontwerp geurverordening en ontwerp beleidsregel november 2021
Voor de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen is in november 2021 een ontwerp geurgebiedsvisie opgesteld met hierin een voorstel voor een ontwerp geurverordening en ontwerp beleidsregel. De geurgebiedsvisie biedt een kader en onderbouwing voor het vaststellen van afwijkende gemeentelijke geurnormen en/of vaste afstanden. Daarnaast is de geurgebiedsvisie ook van belang voor het onderbouwen en vaststellen van streef- en toetswaarden voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat. In de ontwerp geurgebiedsvisie is een voorstel gedaan voor normstelling voor gebiedsgericht geurbeleid. De achtergrondbelasting is als maat genomen om de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat te beoordelen. Deze concept normstelling gaat uit van deelgebieden A t/m D. Het plangebied ligt in deelgebied B: Zone beperkingen veehouderij rond kernen. De voorgestelde geurnormen voor de voorgrond- en achtergrondbelasting zijn weergegeven in onderstaande Tabel 4 en Figuur 11. Hierin is onderscheid gemaakt tussen VABlocaties en reguliere gevoelige objecten. Binnen het onderzochte plangebied zijn de (voorgestelde) reguliere achtergrondnormen van deelgebied B van toepassing. Tabel 4: Voorstel normstelling gebiedsgericht geurbeleid ABG-gemeenten (t.b.v. vaststelling ontwerp geurverordening en beleidsregel)
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
19
P218578.005/EVO
Figuur 11: Uitsnede normenkaart bij voorstel voor ontwerp geurverordening ABG-gemeenten, november 2021
Voor het plangebied wordt in de geurgebiedsvisie als voorstel voor de ontwerp geurverordening en ontwerp beleidsregel een voorgrondnorm voorgesteld van 5 OUE/m3 en een achtergrondnorm van 13 OUE/m3.
4.3
Woon- en leefklimaat
Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven nabij veehouderijen moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat is de achtergrondbelasting maatgevend. De veehouderijen Goorweg 1a, Hoogstratensebaan 4 en Hoogeind 4 zijn conform de door de gemeente aanleverde vergunningen met de specifieke emissiepuntparameters betrokken in de berekening van de achtergrondbelasting. Voor de overige veehouderijen is gerekend met defaultparameters en één emissiepunt op het midden van de veehouderijen. De geuremissies zijn gebaseerd op de vigerende vergunningen zoals opgenomen in Web BVB Brabant en Kaartbank Brabant in oktober 2021 (de gemeente heeft enkele actualisaties doorgegeven die nog niet verwerkt zijn in Web BVB, deze zijn ook betrokken in de berekening) en met de actuele emissiefactoren voor geur zoals deze op dit moment in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) staan opgenomen.
4.3.1 Handreiking Wet geurhinder en veehouderij Op basis de methodiek zoals die is opgenomen in de toelichting bij de Wgv en Bijlage 6 en 7 van de Handreiking Wgv, is in Tabel 5 de achtergrondbelasting vertaald in een kans op geurhinder en is hieraan een waardering van het woon- en leefklimaat gekoppeld.
20
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
Tabel 5: Classificatie achtergrondbelasting concentratiegebied (RIVM/GGD Richtlijn geurhinder 2002 en Handreiking Wgv 2007).
4.3.2 Provinciale geurnorm achtergrondbelasting Bij ruimtelijke procedures gelden eisen ten aanzien van de cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting). Deze zijn opgenomen in de provinciale (Interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant. De provincie hanteert een gehinderdenpercentage in de bebouwde kom niet hoger dan 12% en in het buitengebied niet hoger dan 20%. Bij toepassing van de Handreiking bij de Wgv, bijlage 6 en 7, Infomil 1 mei 2007, resulteert dit in de volgende streefwaarden: • Een maximale achtergrondbelasting op de bebouwde kom van 10 OUE/m3. • Een maximale achtergrondbelasting buiten de bebouwde kom van 20 OUE/m3.
4.3.3 Beleidslijn GGD – gezondheidskundige advieswaarde In de GGD-richtlijn Geur en gezondheid wordt ervan uitgegaan dat alleen voor (ernstige) hinder een kwantitatieve dosis-responsrelatie is met de geurbelasting. Elke geur kan boven de geurdrempel waargenomen worden en als hinderlijk of ernstig hinderlijk ervaren worden. Hoe hoger de geurbelasting wordt, hoe meer kans dat mensen gehinderd zijn en hoe hoger het percentage dat gehinderd of ernstig gehinderd is. Het is alleen niet eenvoudig te stellen hoeveel geurhinder gezondheidskundig gezien aanvaardbaar is. Bij het optreden van hinder of ernstige hinder moet afgewogen worden of de situatie aanvaardbaar is. Uitgangspunt hierbij zijn de beleidsdoelstellingen. Voor haar advisering met betrekking tot het percentage (ernstige) hinder sluit de GGD aan een richtwaarde van maximaal 12% kans op hinder (0-3% ernstige hinder) en een bovenwaarde van maximaal 20% kans op hinder (tot 10% ernstige hinder). Onderzoek bevestigt volgens de GGD signalen dat er bij gegeven geurbelasting aanzienlijk meer geurhinder voorkomt dan op basis van de Handreiking Wgv (Wet geurhinder veehouderij) te verwachten zou zijn.
De GGD adviseert gemeenten en provincie om voor de maximale cumulatieve geurbelasting de normen van 12% voor de bebouwde kom en 20% in het buitengebied, te vertalen als maximaal 5 OUE/m3 (bebouwde kom) respectievelijk 10 OUE/m3 (buitengebied) achtergrondbelasting.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
21
P218578.005/EVO
4.3.4
Beoordeling achtergrondbelasting en leefklimaat
In Figuur 12 is de indicatieve achtergrondbelasting door geur op het plangebied weergegeven en in Figuur 13 het leefklimaat op basis van de achtergrondbelasting.
Figuur 12: Indicatieve achtergrondbelasting geur vergunde situatie (kaart is ook bijgevoegd in Bijlage 3)
Figuur 13: Beoordeling leefklimaat o.b.v. achtergrondbelasting geur vergunde situatie (kaart is ook bijgevoegd in Bijlage 3)
De volgende conclusies kunnen worden getrokken:
22
De berekende indicatieve achtergrondbelasting varieert in het plangebied van west naar oost tussen de 7,5 en 3,7 OUE/m3. Het leefklimaat binnen het plangebied wordt op basis van de methodiek van de Wgv gekwalificeerd als een goed leefklimaat.
De indicatieve achtergrondbelasting binnen het plangebied ligt ruim onder de maximale provinciale streefwaarde cq. geurnorm van 10 OUE/m3 voor de bebouwde kom.
De indicatieve achtergrondbelasting binnen het plangebied ligt ruim onder de voorgestelde geurnorm van 13 OUE/m3 voor ruimtelijke ontwikkelingen in de concept geurgebiedsvisie.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
De indicatieve achtergrondbelasting ligt binnen het plangebied voor een deel rond de gezondheidskundige advieswaarde van 5 OUE/m3 voor de bebouwde kom. Aan de randen is de achtergrondbelasting iets hoger, maar kan als aanvaardbaar worden afgewogen door de gemeenteraad.
Uit de kaarten met de indicatieve achtergrondbelasting en de kaarten met de voorgrondbelasting (in paragraaf 4.4) kan afgeleid worden dat met name de veehouderijen Goorweg 1a en Hoogstratensebaan 4 een substantiële bijdrage hebben in de achtergrondbelasting in het plangebied. Met name aan de westzijde waar de achtergrondbelasting hoger is dan de gezondheidskundige advieswaarde voor de bebouwde kom. In paragraaf 4.4 wordt voor deze veehouderijen nader bekeken welke maatregelen deze bedrijven nog moeten treffen vanwege provinciale staleisen voor ammoniak en wat deze autonome ontwikkeling betekent voor de toekomstige geurbelasting binnen het plangebied. In de ontwerp geurgebiedsvisie zijn de indicatieve ontwikkelingsmogelijkheden op basis van de voorgrondbelasting geur in kaart gebracht. Hieruit volgt dat in de kernrandzones en bebouwingslinten geen tot zeer beperkte milieuruimte beschikbaar is ten aanzien van geur, onder andere in het gebied rondom Loveren.
4.3.5 Vaste afstandscontouren De vaste afstandscontour van de zoogkoeientak op Goorweg 1a van 100 meter o.b.v. de Wet geurhinder en veehouderij overlapt circa 65 meter aan de westzijde het plangebied (nader uitgewerkt in navolgend paragraaf 4.4.1). Er mag niet zonder meer worden aangenomen dat in dit deel van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, maar in deze moet worden gemotiveerd waarom ter plaatse niettemin een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. In deze motivatie is de aard en omvang van de zoogkoeientak (42 zoogkoeien en 32 stuks vrouwelijk jongvee, die waarschijnlijk beweid worden in de zomermaanden) een belangrijke motivering om het woon- en leefklimaat binnen de vaste afstandscontour als aanvaardbaar te beoordelen.
4.4
Omgekeerde werking
Vaste jurisprudentie bij ruimtelijke besluiten is dat door de nieuwe bestemmingen er geen sprake mag zijn van een aantasting van de bestaande rechten van de omliggende veehouderijen. In beginsel dient bij het bepalen van de rechten het agrarische bouwblok als uitgangspunt voor het meten van de geurbelasting contouren te worden genomen. Dit omdat veehouderijen rechten hebben om hun emissiepunten te verschuiven binnen het vastgestelde bouwblok (de zogenaamde ‘vergunde rechten’). Het kan echter ook zo zijn dat het bedrijf zijn bouwblok niet in zijn geheel kan benutten voor de vestiging of verplaatsing van emissiepunten, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van al bestaande geurgevoelige objecten. Uit de jurisprudentie blijkt dat men dan mag uitgaan van de grens van de bebouwing, een te benutten deel van het bouwblok of een bestaand emissiepunt.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
23
P218578.005/EVO
Uitgaande van de vergunde rechten van een veehouderij, de geurnorm(en), het agrarisch bouwblok en de ligging van de stallen en al bestaande voor geurhinder gevoelige objecten, kan bepaald worden of de realisatie van een nieuw voor geurhinder gevoelig object leidt tot een aantasting van de rechten: ligt de nieuwe bestemming binnen de geurcontour en zijn er geen andere bestaande geurgevoelige objecten die op kortere afstand liggen?
4.4.1 Goorweg 1a Voor de rundveehouderij Goorweg 1a is een milieuvergunning verleend in 2005 voor het houden van 42 zoogkoeien, 32 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 38 vleesstierkalveren 0 tot 6 mnd en 80 vleesstieren 6 tot 24 maanden. In 2016 is dit bedrijf van rechtswege onder het Activiteitenbesluit komen te vallen.
Figuur 14: Uitsnede plattegrondtekening behorende bij de vergunde situatie Goorweg 1a
Voor de zoogkoeien en het vrouwelijk jongvee gelden vaste minimum afstanden conform de Wgv, ofwel 100 meter van het emissiepunt tot geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. Deze contour is gelijk aan de richtafstand en maximale milieucontour op basis van de milieuzonering in paragraaf 3.2.1. Deze ‘vaste afstands-diercategorieën’ worden volgens de Wm-vergunning van 2005 gehuisvest in stal 1 en stal 2. Volgens de methodiek van de Wgv mag deze afstand gemeten worden vanaf het emissiepunt. De emissiepunten van deze stallen liggen op circa 25 meter resp. 42 meter van de inrichtingsgrens. De geurcontour gemeten vanaf het emissiepunt zal het plangebied ongeveer 65 meter aan de westzijde overlappen, zie Figuur 15.
24
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
In de ontwerp-geurverordening worden de wettelijke vaste afstanden niet verkleind. Echter het bedrijf Goorweg 1a wordt in de bestaande situatie al in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd door de bestaande woning Goorweg 3 op circa 27 meter van het emissiepunt ligt (kortgezegd zit de zoogkoeientak van dit bedrijf al ‘op slot’ vanwege de woning Goorweg 3). Deze woning heeft de bestemming ‘agrarisch verwant bedrijf’ en is een geurgevoelig object in de zin van de Wet geurhinder een veehouderij en moet getoetst worden aan de geldende geurnorm en de vaste afstand geldend voor het buitengebied. De wettelijke vaste afstandscontour in het buitengebied bedraagt 50 meter en hier ligt de woning Goorweg 3 binnen. Het bedrijf kan vanwege deze woning nu al niet meer uitbreiden in zogenaamde ‘vaste afstandsdieren’, in dit geval zoogkoeien en vrouwelijk jongvee. Het plangebied heeft daardoor geen extra beperkende werking voor de ontwikkelingsmogelijkheden op dit bedrijf.
Figuur 15: Geurcontour vaste afstand 100m Goorweg 1a (kaart ook bijgevoegd in Bijlage 4)
Voor de vleesstierkalveren (rav.cat. A4) en de vleesstieren (rav.cat A6) zijn geuremissiefactoren vastgesteld en zijn de geurnormen van toepassing. De vleesstierkalveren worden volgens de Wmvergunning van 2005 gehuisvest in stal 1 en 2. De vleesstieren worden gehuisvest in stal 3. Op basis van de vergunde situatie is de voorgrondbelasting berekend. De berekende geurcontouren 3,0 OUE/m3 (huidige geurnorm voor de bebouwde kom) en 5,0 OUE/m3 (voorstel geurnorm t.b.v. ontwerp geurverordening) van de vergunde situatie zijn weergegeven in Figuur 14. Hierbij is zowel de geurcontour weergegeven rondom het bouwvlak als vanaf het emissiepunt per stal.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
25
P218578.005/EVO
Figuur 16: Geurhindercontouren 3 en 5 Ou (voorgrondbelasting) Goorweg 1a (kaart is ook bijgevoegd in bijlage 5)
Uit Figuur 16 kan afgeleid worden dat de 3 OUE/m3 -geurcontour van de veehouderij Goorweg 1a het plangebied aan de westzijde overlapt, zowel gemeten rondom het bouwvlak als vanaf de emissiepunten. Als een voorgrondnorm van 5 OUE/m3 voor het plangebied wordt aangehouden en er wordt gemeten vanaf de bestaande vergunde situatie en emissiepunten dan raakt de geurcontour de grens van het plangebied. Voor deze inrichting is het gezien de ligging van de eigen bedrijfswoning en bestaande stallen niet aannemelijk dat binnen het bouwblok emissiepunten zullen verschuiven richting de eigen bedrijfswoning en daarmee richting het plangebied. Het bouwvlak biedt voldoende ruimte om te ontwikkelingen door emissiepunten in afwaartse beweging van het plangebied te verschuiven. Het is op basis van jurisprudentie gerechtvaardigd om voor de omgekeerde werking uit te gaan van de vergunde geurcontouren gemeten vanaf de vergunde, bestaande emissiepunten. Voor deze veehouderij geldt dat de nieuwe woningen maatgevend zullen zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden op deze locatie en het toetsen van de voorgrondbelasting op woningen binnen de bebouwde kom. De dichtstbij gelegen bestaande woning Goorweg 3 ligt in het buitengebied en is niet beperkend voor de veehouderij, aangezien deze woning een hogere geurnorm heeft van op dit moment 14 OUE/m3 en op basis van het voorstel t.b.v.
de ontwerp geurverordening 10 OUE/m3. Ten aanzien van de omgekeerde werking is het voor dit bedrijf wel noodzakelijk dat de voorgrond geurnorm voor het plangebied 5,0 OUE/m3 wordt.
4.4.2 Hoogstratensebaan 4 De veehouderij op de Hoogstratensebaan 4 is een grote vleeskalverenhouderij. Op 1 augustus 2017 is voor dit bedrijf een omgevingsvergunning milieu verleend voor het houden van 1.270 vleeskalveren in traditionele stallen en 1.008 kalveren in een stal met een gecombineerde luchtwasser.
26
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
Ten behoeve van deze vergunningaanvraag is een geuronderzoek uitgevoerd (met de oude versie van V-stacks vergunning). Ten tijde van vergunningverlening was sprake van een licht overbelaste situatie. In 2018 zijn echter de geuremissiefactoren voor gecombineerde luchtwassers verhoogd (in dit geval van 85% geurreductie naar 45% geurreductie), waardoor de geuremissie van 1.008 vleeskalveren, en daarmee de overbelaste situatie, groter is dan berekend is in de vergunning van 2017. Rekening houdend met de actuele geuremissiefactoren is er in de vergunde situatie een overbelaste situatie op meerdere woningen buiten de bebouwde kom (met 16,6 OUE/m3 op de maatgevende woning Hoogstratensebaan 8) en ook een overbelaste situatie op meerdere woningen binnen de bebouwde kom (met 6,7 OUE/m3 op maatgevende woning Loveren 27a). In Figuur 17 is de geurcontour van de vergunde voorgrondbelasting weergegeven, berekend op basis van de actuele geuremissiefactoren.
Figuur 17: Geurhindercontouren 3 en 5 Ou (voorgrondbelasting) Hoogstratensebaan 4, o.b.v. actuele geuremissiefactoren Rgv (kaart is ook bijgevoegd in bijlage 5)
De geurcontour van 3 OUE/m3 valt geheel over het plangebied en de geurcontour van 5 OUE/m3 valt gedeeltelijk over het plangebied, ook als gemeten wordt vanaf de vergunde emissiepunten. In de vergunde situatie is al sprake van een overbelaste situatie in de bebouwde kom én in het buitengebied. De bestaande woningen Hoogstratensebaan 8 (norm 14 OUE/m3) en Loveren 27a (norm 3 OUE/m3) zijn in de vergunde situatie de maatgevende overbelaste woningen en de bepalende woningen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze veehouderij.
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
27
P218578.005/EVO
De vergunde voorgrondbelasting op woning Loveren 27A is 6,7 OUE/m3. Op de randen van het plangebied varieert de voorgrondbelasting van 3,8 tot 7,0 OUE/m3. De voorgrondbelasting op de randen van het plangebied naast Loveren 27A varieert van 5,8 tot 6,8 OUE/m3. De woningen zullen echter niet op de rand van het plangebied gesitueerd worden. In de concept geurgebiedsvisie wordt voor het buitengebied ook nog een aangescherpte geurnorm van 10 OU voorgesteld, hetgeen betekent dat de nu al vergunde overbelasting op de woningen in het buitengebied, met als maatgevende woning Hoogstratensebaan 8, nog groter wordt dan nu het geval is. De veehouderij wordt na aanscherping van de geurnorm voor het buitengebied het meest beperkt door de maatgevende woning Hoogstratensebaan 8 en het plangebied zal niet bepalend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze veehouderij. Met de huidige geurnormen zijn zowel de woningen in het buitengebied als in de bebouwde kom beperkend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van dit bedrijf. Deze vleeskalverenhouderij moet de traditionele stallen nog aanpassen vanwege de provinciale staleisen, hetgeen betekent dat de traditionele vleeskalveren stallen in de periode 2024-2028 voorzien moeten worden van luchtwassers met minimaal 85% ammoniakreductie. Dit resulteert ook in 30% of 45% geurreductie, afhankelijk van het type luchtwasser dat gekozen wordt.
De helft van de behaalde geurwinst mag opgevuld worden op basis van de 50%-regeling in de Wgv, maar de voorgrondbelasting op het plangebied zal wel afnemen. Om te kunnen uitbreiden spelen meer milieuaspecten en toetsingskaders een beperkende rol, zoals de achtergrondbelasting geur en stikstofdepositie. Het is daarom niet exact te bepalen wat de voorgrondbelasting zal worden na aanpassing van stallen.
4.4.3
Hoogeind 4
De veehouderij op Hoogeind 4 is een grote varkenshouderij met een vrij recente omgevingsvergunning van oktober 2020 voor 3.436 guste en dragende zeugen, 1.452 kraamzeugen, 40 dekberen, 16.634 gespeende biggen, 100 opfokzeugen en 3.722 vleesvarkens. Een deel van de stallen is voorzien van biologische gecombineerde luchtwassers en een deel is voorzien van een brongericht emissiearm stalsysteem. In Figuur 18 is de geurcontour van de voorgrondbelasting weergegeven. Hieruit volgt dat deze het plangebied niet overlapt. Van een omgekeerde werking is voor dit bedrijf geen sprake. De beoogde woningbouw binnen het plangebied heeft geen belemmerende werking voor dit veehouderijbedrijf.
28
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
P218578.005/EVO
Figuur 18: Geurhindercontour 3 Ou (voorgrondbelasting) Hoogeind 4, o.b.v. actuele geuremissiefactoren Rgv (kaart is ook bijgevoegd in bijlage 5)
Onderzoek milieucontouren woningbouw Loveren fase 2 Baarle-Nassau
29
P218578.005/EVO
5 Mogelijke maatregelen en oplossingen 5.1
Geluid
De maximale geluidscontouren van de houtzagerij Loveren 42 en Nonnenkuil 18 overlappen het plangebied. Bij nieuwe ruimtelijke plannen moet aangetoond worden dat er sprake is van een aanvaardbare akoestische kwaliteit. Om dit te bereiken zijn soms maatregelen nodig. Indien een bedrijf voldoet aan de geldende omgevingsvergunning milieu en/of het Activiteitenbesluit kunnen ambtshalve geen verdergaande geluid reducerende maatregelen worden voorgeschreven. Het vergund recht moet gerespecteerd worden en vanwege de omgekeerde werking kan sprake zijn van planschade als woningen binnen de geluidscontour van een bedrijf planologisch mogelijk worden gemaakt. Advies is om eerst met een akoestisch onderzoek de specifieke geluidsbelasting ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten op het plangebied te berekenen en te bepalen hoe de vergunde, berekende geluidscontouren liggen. Dit geeft een nauwkeuriger inzicht in de zone waar geen woningen gesitueerd kunnen worden zonder aanvullende maatregelen. Een onbebouwde zone aan de rand hoeft tot zekere omvang niet belemmerend te zijn en kan gebruikt worden voor andere functies dan wonen. Indien de specifieke geluidscontouren nog steeds significante belemmeringen opleveren voor de beoogde woningbouw kan verder onderzocht worden welke maatregelen mogelijk zijn.
Belangrijk bij het vastleggen van dergelijke maatregelen is de gemotiveerde ruimtelijke relevantie van de maatregelen. Als de maatregelen via het ruimtelijk spoor onvoldoende oplossing bieden, zijn aanvullende maatregelen via het milieuspoor mogelijk. Maatregelen in het milieuspoor moeten worden genomen voor de vaststelling van het ruimtelijk besluit (bijv. vaststelling bestemmingsplan). Voor het aspect geluid wordt onderscheid gemaakt in de volgende type maatregelen: Bronmaatregelen; Overdrachtsmaatregelen; Maatregelen bij de ontvanger. Bronmaatregelen Bronmaatregelen zien toe op beperking van de productie van geluid bij de bedrijven. Hierbij is het vergund recht bepalend. Bronmaatregelen kunnen bijvoorbeeld toezien op het aanpassen van bedrijfstijden voor bepaalde bedrijfsactiviteiten die veel geluid produceren of verplaatsen van belangrijke geluidsbronnen naar een gunstiger gelegen bedrijfsgebouw binnen de inrichting. Ambtshalve verplichten tot aanpassingen in de bedrijfsopzet of bedrijfsvoering is niet mogelijk. Maatregelen in de overdracht Overdracht (het dempend of versterkend effect tussen bron en ontvanger) is een belangrijke factor in de uiteindelijke geluidbelasting op gevoelige bestemmingen. Overdrachtsmaatregelen, zoals geluidsschermen, kunnen de effecten van een geluidsbron sterk inperken.